Home Blog Pagina 338

IP en ethernet zijn de basis voor gebouwautomatisering

0
Industrial Ethernet

IP en ethernet

Het gebruik van Modbus als protocol moet worden beperkt. In de verdeler is het master/slave-principe van het Modbus-systeem namelijk nog toepasbaar. Maar voor de distributie van data in de rest van de installatie of het gebouw heeft ethernet de voorkeur. Dat is de visie en keuze van Schneider Electric. Volgens het concern zouden IP en ethernet het uitgangspunt moeten zijn in bestekken en ontwerpen. De mogelijkheden van Modbus kent te veel beperkingen en is niet toekomstbestendig.

Hoewel de markt in veel bestekken en ontwerpen Modbus nog vaak als standaard bussysteem voorschrijft, breekt Schneider Electric een lans voor het beperken van dit bussysteem. “Inmiddels is het net zo goed mogelijk om in plaats van Modbus, ethernet en IP in te zetten voor het uitwisselen van data”, stelt Joost de Koning (foto), technisch specialist bij Schneider Electric. “Het verzendt alla data die vanuit Modbus-componenten verstuurd worden immers vaak sneller en op minstens zo betrouwbare wijze. Het vermindert bovendien de complexiteit van het bussysteem in het gebouw.”

Toenemende informatiebehoefte

De risico’s op een (te) complex bussysteem worden met Modbus groter naarmate er meer componenten worden toegepast. En de trend is dat gebouwbeheerders meer informatie uit installaties willen halen waarvoor onder andere een groeiend aantal Modbus-componenten nodig is. Modbus-componenten zijn traditioneel zeer geschikt om data uit energiemeters te halen en via RS485-bekabeling naar een centraal opslagsysteem te sturen. Echter, als er veel componenten op een dergelijk bussysteem worden aangesloten, wordt het systeem steeds trager. Daarbij is de kans dat het ‘master/slave-principe’ bij uitbreidingen problemen oplevert levensgroot. Vandaar dat Schneider Electric adviseert om het gebruik van Modbus tot in de verdeler te beperken.

Fijnmazige metingen

De Koning: “We willen allemaal meer en meer data uit energiemeters – elektriciteit, gas, warmte en water – zo gedetailleerd mogelijk verzamelen en verwerken. Een logisch gevolg van die behoefte is dat beheerders op steeds fijnmaziger schaal, soms zelfs per apparaat of machine, meters plaatsen. Gebruikt een bedrijf in dat geval Modbus als bussysteem, dan loopt het tegen grenzen aan. Daarom adviseren wij om hooguit in de verdeelinrichting een master/slave-systeem op basis van Modbus te creëren. Hierdoor kunnen wij vanuit die master in de verdeelinstallatie de informatie via ethernet door het gebouw naar het centrale gebouwbeheersysteem sturen.”

Ethernet is multifunctioneel

Ethernet biedt naast meer snelheid en minder complexiteit nog andere voordelen. Zo zorgt ethernet ook dat veel andere systemen en installaties aan hetzelfde gebouwbeheersysteem of dezelfde centrale monitoring kan worden gekoppeld. Vele andere systemen en devices, met protocollen als BACnet en KNX, kunnen hun data ook via ethernet transporteren. Daarnaast beschikken steeds meer apparaten en installaties, zoals motorstarters maar ook watermeters, over een IP-uitgang, zodat een directe verbinding met ethernet voor de hand ligt. Wel is het volgens Schneider Electric van belang, zeker als het gebouw en/of de besturing van de installaties omvangrijk wordt, een ‘dedicated’ ethernet aan te leggen. De uitwisseling van buscommunicatie kan in principe ook over het ethernet dat voor de kantoorautomatisering wordt gebruikt, maar de risico’s op fouten en beveiligingslekken is dan groter.

Enorme omzetstijging groothandelaren in de bouw

0
Enorme omzetstijging groothandelaren in de bouw

De groothandel in Nederland is in het vierde kwartaal verder opgekrabbeld, na jarenlange misère. Grote aanjagers van de positieve cijfers blijken de groothandelaren in de bouw te zijn.

Groothandelaren in Nederland sloegen een kwartaal eerder de weg omhoog in, nadat jarenlang enkel negatieve cijfers werden overlegd. Dee laatste drie maanden van het jaar is de gezamenlijke omzet van groothandelaren in Nederland met 2,2 procent verder gegroeid.

Centraal Bureau voor de Statistiek

Dat bleek gisteren uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Grote veroorzakers van de groei zijn de handelaren in bouwmaterialen. Door de aantrekkende bouw steeg hun omzet net als een kwartaal eerder met maar liefst 8 procent. Olie- en steenkoolhandelaren hebben het wel zwaar. Hun opbrengsten liepen in het vierde kwartaal 15,1 procent terug door dalende grondstoffenprijzen en door afnemende vraag.

Bron: anp

Heilige graal

0
Heilige graal Building Information Modelling

Column

De mythe van de Heilige Graal. De Amerikaanse auteur Dan Brown heeft er een bestseller over geschreven. Afhankelijk van welke mythe je volgt, omschrijft de Heilige Graal een beker, schaal, speerpunt of edelsteen die bovennatuurlijke krachten zou bezitten. Ik ben nieuwsgierig naar de Heilige Graal van de 21ste eeuw in de bouw- en installatiebranche. Building Information Modelling.

Er gloort namelijk weer licht aan de horizon. Bouwvolumes trekken aan met positieve gevolgen voor de installatiebranche. Inmiddels begrijpt iedereen wel dat de tijden als voorheen – als voor de crisis – niet meer terugkomen. Maatschappij en politiek denken nu anders over wonen, werken, zorgen en recreëren. Maatschappelijk verantwoord, passend in het nu en gericht op de toekomst. Het zijn de woorden die nu, als een oorverdovende mantra, doorklinken.

Als branches hebben wij antwoorden. BIM gaat dé oplossing zijn in het voorkomen van faalkosten. Energie vanuit de fossiele bron is passé. Vanuit het geloof in duurzame bronnen als zon, wind en water klinkt het ‘all electric’. En met de blik op nieuwe verdienmodellen zijn zienswijzen op productie, financiering en exploitatie compleet veranderd. Alles steeds meer aangeboden ‘as a service’. Licht, warmte, communicatie, mobiliteit, wonen etc. Van bezit naar gebruik, is het adagium. Zijn dit de nieuwe waarheden waar wij méér rekening mee moeten houden?

Jazeker! Maar let op voor het Heilige Graal – effect. BIM gaat een onmiskenbare rol spelen in de sector. We gaan anders samen werken, maar ook anders samenwerken? Nieuwe verdienmodellen stellen andere KPI’s aan organisaties. Gaan diverse ratio’s ons meer vertellen dan omvang, omzet en marge? Als big data dé driver achter ‘as a service’-oplossingen is, is de grote-G dan onze concurrent of onze strategisch partner?

Ik geloof in de kracht van ontwikkeling en verandering. Maar wel zonder mythe-achtige boodschappen. Die behoud ik graag tot Brown’s ‘Da Vinci Code’.

[tabs]

[tab title=”Auteur”]
Maarten-van-der-Boon

Maarten van der Boon
Manager business development & innovatie bij leertouwer

Maarten van der Boon is werkzaam bij Leertouwer die sinds 1929 comfort brengt door techniek. Eerst als elektricien van licht- en schelinstallaties. Nu als veelzijdige en innovatieve systeemintegrator in elektrotechniek, klimaatinstallaties en ICT.

[/tab]
[/tabs]

Breeam Awards voor The Edge Ecostyle en Abn Amro

0
BREEAM Awards voor The Edge, ABN AMRO gebouw en ECOstyle

Drie van de vijf genomineerde Nederlandse gebouwen zijn bij de internationale BREEAM Awards-verkiezingen ook daadwerkelijk in de prijzen gevallen. Het gaat om The Edge (het nieuwe hoofdkantoor van Deloitte), het hoofdkantoor van ABN AMRO en het kantoor en magazijn van ECOstyle.

De drie winnaars zijn gekozen uit meer dan veertig genomineerde gebouwen, zo bericht de Dutch Green Building Council. De Awards werden afgelopen dinsdagavond uitgereikt in het Marriott in Londen.

Wereldkampioen duurzaamheid

Grote winnaar van de BREEAM Awards werd The Edge. Het gebouw, dat het afgelopen jaar grossierde in prijzen en nominaties, lijkt zich nu echt terecht ‘wereldkampioen duurzaamheid’ te mogen noemen. Het gebouw aan de Amsterdamse Zuidas won in de categorie Nieuwbouw en mocht ook nog eens de algemene publieksprijs mee naar huis nemen. De jury wees met name op de slimme technologieën die door OVG Real Estate, Philips en system integrator HC RT in het gebouw zijn verwerkt. Alle functionaliteit is in één applicatie gebracht, zodat werknemers makkelijk temperatuur en licht kunnen bedienen met hun smartphone. Het voorbeeld van The Edge maakt duidelijk hoe toegepaste technologie de verbinding kan leggen tussen gebouw en gebruiker en dat daarmee stappen kunnen worden gezet op het gebied van energieverbruik.

Hoofdkantoor ABN AMRO

De tweede winnaar is het hoofdkantoor van ABN AMRO aan de Amsterdamse Gustav Mahlerlaan. Dit gebouw won in de categorie ‘duurzame bestaande kantoren’. De bank heeft als doel om de CO2-uitstoot van dit vijftig jaar oude kantoor drastisch te verlagen. Daarnaast wordt deze kennis en ervaring gedeeld met klanten van de bank die werkzaam zijn in de vastgoedsector. Dit sprak de jury aan, net als het slimme en toekomstbestendige gebouwbeheer.

ECOstyle

Het kantoor met magazijn van ECOstyle won in de categorie ‘Industrie’. De ligging, in het duurzame werklandschap Ecomunitypark in Oosterwolde, en de levering van energie en warmte werden geprezen door de jury. Het gebouw heeft maar liefst zes warmtepompen en zuiveringsinstallaties voor regenwater en daarmee levert het een waardevolle bijdrage aan de omgeving. Met het winnen van deze Award laat ECOstyle het eveneens in deze categorie genomineerde distributiecentrum van Tesla (NewLogic II) achter zich.

Andere winnaars

Het mag bijzonder heten dat drie van de negen BREEAM Awards én de publieksprijs naar Nederlandse gebouwen gaan. De overige winnaars: in de categorie ‘Onderwijs en Gezondheid’ won The Enterprise Centre, van de University of East Anglia in Norwich. Five Pancras Square in Londen won in de categorie voor gebouwen met meerdere functies. Noda van Coca-Cola in Parijs sleepte de award voor de categorie ‘Interieur’ in de wacht. De prijs voor duurzame woningbouw was voor Courtauld Road in London. De award voor het meest duurzame bestaande winkelcentrum ging naar Kanyon in Istanbul. Voor deze categorie was ook CityMall in Almere genomineerd. Winkelcentrum Torsplan in Stockholm won in de categorie ‘Nieuwe Winkelcentra’.

Duurzame sporthal in Sportheldenbuurt Amsterdam

0
Duurzame sporthal in Sportheldenbuurt Amsterdam

De gemeente Amsterdam is in zee gegaan met architectenbureau RAU, voor de bouw van een duurzame sporthal op Zeeburgereiland in de Sportheldenbuurt. Afgelopen week werden de contracten getekend. Naast de nieuwe sporthal komen ook twee sportvelden en een urban sport zone te liggen.

De sporthal op Zeeburgereiland wordt gebouwd in nauwe samenwerking met IJburg College 2 en het Stelle College. De scholen waren onder andere betrokken bij de selectieprocedure van het architectenbureau. Beide scholen ontwikkelen op dit moment nieuwbouw nabij de locatie van de nieuwe sporthal. De leerlingen zullen overdag de vaste gebruikers van de sporthal zijn. Daarnaast zal de sporthal gebruikt worden door diverse sportverenigingen.

Circulair bouwen

De gemeente bericht dat voor RAU is gekozen omdat dit bureau nog een stap verder ging dan de andere geselecteerde architectenbureaus op het gebied van circulair bouwen. RAU is druk bezig met de introductie van het materialenpaspoort, waarbij elk materiaal zorgvuldig gedocumenteerd wordt, zodat hergebruik van materialen in de toekomst mogelijk en makkelijk wordt. “Met de keuze voor RAU laat de gemeente zien dat zij haar duurzame ambities ook daadwerkelijk in eigen gebouwen probeert te realiseren.

Agenda Duurzaamheid

Een slim en bouwtechnisch goed ontwerp hebben prioriteit in het ontwerp, zodat het gebouw zo weinig mogelijk energie zal gebruiken. Zo zal de architect Bijvoorbeeld rekening houden met de oriëntatie van het gebouw ten opzichte van de zon, zodat gebruikt gemaakt kan worden van zonnewarmte en -energie. Ook in de materiaalkeuze wordt rekening gehouden met ‘eerlijke’, duurzame materialen die onderhoudsarm, goed te reinigen en zoveel mogelijk stoot- en krasvast zijn. De duurzame sporthal past binnen de ‘Agenda Duurzaamheid’, de Amsterdamse agenda om duurzaamheid in de hoofdstad te versnellen. Onderdeel is de ambitie om sportaccommodaties te verduurzamen en in te zetten op energieneutrale gebouwen.

Bouw Groninger Forum hervat

0
Bouw Groninger Forum hervat

Nadat het project een jaar heeft stilgelegen, wordt de bouw van het Groninger Forum deze week weer hervat. De stilstand had alles te maken met maatregelen om het gebouw aardbevingsbestendig te maken. Er bleken zelfs enkele gebouwde delen afgebroken te moeten worden.

Onder andere de parkeergarage en vloer moesten worden gesloopt. Die afbraak is nu afgerond, zo bericht stadszender OOG TV. De bouwvakkers kunnen deze week dus weer aan de slag met de bouw van het multifunctionele gebouw.

Meerkosten voor de NAM

Aannemer BAM begint nu met het steviger en dikker maken van de muren en pilaren van de parkeergarage. De bouw van het Groninger Forum wordt deze week dus hervat. Het uitstel zou het project tweemaal zo duur maken als begroot. Aangezien de directe aanleiding het aardbevingsbestendig maken van het Forum is, zijn de extra kosten van 68 miljoen voor rekening van de NAM. Het Groninger Forum wordt een multifunctioneel gebouw met onder andere een bibliotheek, filmhuis en Stripmuseum. Het is de bedoeling dat het Groninger Forum eind 2018 of begin 2019 opgeleverd wordt.

Amsterdam stimuleert bouw middeldure huurwoningen

0
Amsterdam stimuleert bouw middeldure huurwoningen

De gemeente Amsterdam gaat de bouw van middeldure huurwoningen stimuleren. Dat meldt de gemeente via een persbericht. Het gaat om woningen met een huur tussen de € 710,68 en € 971 per maand. De gemeente zegt dat het daarmee de woningmarkt bereikbaar wil houden voor iedereen.

“Daarom is belangrijk dat er verschillende soorten woningen worden gebouwd: sociale huurwoningen, koopwoningen, zelfbouwwoningen en middeldure huurwoningen.”Middeldure huurwoningen vormen een schakel tussen sociale huur en koopwoningen en zorgen voor een goede doorstroom op de woningmarkt.

Doorstroom verbeteren

Volgens de gemeente Amsterdam is er op dit moment een tekort op aan huurwoningen met een huur tussen de € 710 en € 971 per maand. Daardoor hebben veel huishoudens moeite met het vinden van een geschikte woning en stromen er minder mensen door vanuit sociale huurwoningen.
Eerder dit jaar kondigde minister Stef Blok al maatregelen te nemen om de bouw van huurwoningen in het middensegment te stimuleren in de regio’s Utrecht en Amsterdam, vanwege een te groot verschil tussen vraag en aanbod.

Groei is al ingezet

Doelstelling is dat er in 2016 800 middeldure huurwoningen gebouwd worden, in 2017 900 en vervolgens nog eens 1.000 in zowel 2018 als 2019. Door veel te bouwen wil Amsterdam de Amsterdamse woningmarkt beter bereikbaar maken voor middeninkomens en daarnaast de doorstroom verbeteren. De ambitie van de gemeente volgt op het bericht dat de afgelopen twee jaar voor het eerst sinds tien jaar een groot aantal middeldure huurwoningen in aanbouw is genomen. In 2014 waren dat er 744 en in 2015 1.368. In 2015 is ook gestart met de bouw van 715 dure huurwoningen. Door deze intensieve woningbouwproductie groeit het aantal vrije sector middeldure huurwoningen in de stad.

Nieuwbouwplan Picuskade Eindhoven krijgt groen licht

0
Nieuwbouwplan Picuskade Eindhoven krijgt groen licht

In Eindhoven kan binnenkort worden gestart met het forse nieuwbouwplan Picuskade, aan het Eindhovensch Kanaal. Initiatiefnemer Wooninc. en de gemeente Eindhoven hebben die verwachting uitgesproken. Het nieuwbouwplan omvat 32 koopwoningen, 85 sociale huurstudio’s, 18 tweekamerappartementen (eveneens sociale huur), 77 huurappartementen in de vrije sector en 36 appartementen, ook in de vrije sector, aan de kade in Eindhoven.

De in totaal 113 vrije sector huurappartementen worden eigendom van pensioenfonds BouwInvest. Onderdeel van nieuwbouw PicusKade is ook de uitbreiding van het huidige DAF-museum met een oppervlakte van 1100 m2.

Twee bouwfasen

Het project is door Wooninc. opgesplitst in twee fasen, waardoor alvast met fase 1 kan worden begonnen. Dit omdat er nog een zaak bij de Raad van State loopt over een deel van het nieuwbouwplan Picuskade. Daarom een gefaseerde omgevingsvergunning aangevraagd door de woningcorporatie, bericht het Eindhovens Dagblad. De eerste fase worden de woningen met enige afstand tot het kanaal gerealiseerd, terwijl het de bedoeling is dat in de tweede fase de hoogbouw en uitbreiding van het DAF-museum, naast het kanaal, gebouwd zal worden.

Ecologische zone

Het nieuwbouwplan heeft jarenlange vertraging opgelopen door bezwaren van omwonenden. Afgelopen woensdag bleek tijdens de commissie ruimtelijke kwaliteit dat het bezwaar tegen de tweede fase het enige nog lopende bezwaar is. Wanneer het college een vergunning verleend, kunnen omwonenden nog een keer bezwaar maken, maar de gemeente en Wooninc. gaan ervan uit dat ook deze rechtsgang gewonnen zal worden, aangezien het nieuwe bestemmingsplan al onherroepelijk vastligt. Enkel een klein deel van de uitbreiding van het DAF-museum en de bouw van enkele vrije sector appartementen is nog onzeker, aangezien de beoogde locatie zich in de ecologische zone van het kanaal bevindt.

Creatieve broedplaats Rotterdam in handen leegstandsbeheer

0
Creatieve broedplaats Rotterdam in handen leegstandsbeheer

De gemeente Rotterdam heeft besloten het tijdelijk beheer van verschillende grote panden in het centrum onder te brengen bij leegstandsbeheer en heeft daarbij gekozen voor FMT vastgoedbeheer. Het gaat om panden aan de Schiekade, de Delftsestraat en het Delftseplein, in Rotterdam Central District.

Op dit moment bieden de panden onderdak aan zo’n 100 ondernemers, voornamelijk werkzaam in de creatieve sector, die hier onder de noemer ’tijdelijke kantoorruimte’ verblijven. Bij de deal tussen de gemeente en FMT worden de afspraken met de huidige huurders overgenomen, zodat de bedrijven hun werkzaamheden kunnen voortzetten, zo bericht FMT. Dit gebeurt voor het Schiekadeblok in samenspraak met architectenbureau ZUS, dat sinds jaar en dag werkt aan revitalisatie van de buurt vanuit het Schieblock.

Nieuwe impuls

Zo nam ZUS het initiatief voor de inmiddels gerealiseerde loopbrug door het centrum van Rotterdam, en voor één van de eerste grote dakakkers van Nederland, gelegen op het dak van het Schieblock, onderdeel van het Schiekadeblok. Voor de overige panden aan de Delfstestraat en Delftseplein heeft FMT een opdracht vanuit de gemeente tot vulling van de leegstand aldaar en wordt gezocht naar (creatieve) ondernemers. Het gebied is de laatste jaren uitgegroeid tot een creatief ondernemerscentrum in Rotterdam, 200 meter verwijderd van het centraal station. Het is de ondernemers gelukt om min of meer via bottom-up de leegstaande panden nieuw leven in te blazen, en aansluitend daarop de wijk een nieuwe impuls te geven. Bas de Wit, projectleider FMT: “Door de tijdelijke exploitatie is het gebied weer tot leven gekomen en biedt het zowel startende ondernemers als meer gevestigde bedrijven een ideaal onderkomen. De mix van de verschillende disciplines maken het een nieuwe Rotterdamse broedplaats.”

Tijdelijk gebruik

De ruimtes in de kantoorpanden aan de Delftsestraat en het Delftseplein worden door FMT aangeboden op basis van een bruikleenovereenkomst. Dit betekent dat ondernemers gebruik maken van de ruimtes tegen een vergoeding die sterk onder de marktprijzen ligt. Wel geldt een opzegtermijn van 28 dagen. De overeenkomst tussen de gemeente en de leegstandsbeheerder volgt een half jaar nadat de gemeente volledig eigenaar van het vastgoed en de grond werd. Dit gebeurde doordat investeerders, die sinds de vastgoedcrisis met de panden in hun maag zaten, hun handen van de gebouwen aftrokken. Volgens het persbericht van FMT zal “opnieuw onderzocht worden hoe dit deel van het Rotterdam Central District op de lange termijn ontwikkeld gaat worden binnen de (herijkte) gebiedsvisie. De centrale ligging en de mix van wonen, werken, reizen en ontspannen, maken van het Rotterdam Central District een aantrekkelijk gebied met veel kansen voor nieuwe ontwikkelingen.”

3D betonprinten

0
3D-Betonprinten

“Nieuwe realiteit…”

Onlangs is bij de TU Eindhoven een groot onderzoeks­project gestart naar de mogelijkheden van duurzaam 3D betonprinten. Het 3DCP-project staat onder verantwoordelijkheid van Theo Salet, hoogleraar betonconstructies aan de faculteit Bouwkunde van de TU/e. Wat houdt het project in en hoe ver zijn de onderzoekers?

3D-betonprinten is meer dan een nieuwe maakmethode, volgens Salet. “Met 3D-betonprinten kan een nieuwe realiteit ontstaan waarin architectuur, constructie en productie vergaand worden geïntegreerd. Die toekomst zijn we nu aan het verkennen en proberen we dichterbij te halen.”

Het begin

Vier jaar geleden betrok Salet zijn positie als hoog­leraar aan de TUe. Zijn vraag destijds: hoe besteed ik mijn deeltijdhoogleraarschap zo efficiënt mogelijk? “Ik wilde me focussen op het vernieuwende. Als maatschappij krijgen we meer en meer te maken met de ontwikke­ling van de snelheid van computers. De capaciteit is van een ‘mug’ naar een ‘muis’ gegaan, over een aantal jaren is die gelijk aan de mens en over twintig jaar kan een computer meer rekenen dan de mensheid bij elkaar. Ik zie dat wij digitaal gaan ontwerpen en produceren. Wat keihard nodig is, ook in de betonwereld. Beton is fantastisch materiaal, maar heeft wereldwijd wel een grote milieubelasting met CO2 uitstoot. Slimmer en mooier ontwerpen is noodzakelijk met digitalisering, unieke rekenmodellen en parametrische ontwerpen. Voor het maken gebruiken we in de toekomst textielmallen, frase­technieken voor mallen, flexibele mallen én printers. Die laatste techniek hadden we in Nederland nog niet. Dus besloot ik mij hierop te gaan richten.”

Theo Salet zocht partners in het bedrijfsleven om zijn project te ondersteunen. Elf bedrijven over de hele keten in de bouw wilden participeren; van timmerbe­drijf, aannemer, cementleverancier, ingenieursbureau tot producent van prefabelementen. “Binnen de universiteit werken we nu met twee PhD’s, acht studenten en een post-doc aan het project, waarvoor zo’n miljoen euro beschikbaar is. De komende zomer gaat een derde PhD aan de slag.”

Printer

Na het regelen van de financiering, werd de printer ontwikkeld. Het ontwerp van de printer en de bestu­ring ervan startte in 2014. De opbouw vond in de zomer van 2015 plaats. Met de printer kunnen objecten tot elf meter lang, vijf meter breed en vier meter hoog geprint worden. Momenteel zit men diepgaand in het onderzoek. Met als doel om grensverleggende en makkelijk te recyclen betonproducten te kunnen printen.


“Onze generatie heeft een verantwoordelijkheid in duurzaamheid. Met het 3D betonprinten kunnen ook wij ons steentje bijdragen

Theo Salet
Hoogleraar betonconstructies aan de faculteit Bouwkunde van de TU/e


Hoe werkt dat 3D printen eigenlijk? Theo Salet vergelijkt het met een slagroomspuit. “Aan het ene einde van de slang zit een spuitmond. Aan het andere einde van die slang bevindt zich een grote pomp en menginstallatie, die zand, water en cement mengt tot het beton wordt. De pomp zorgt ervoor dat het mengsel aan het einde van de slang eruit komt. Op die slang kunnen we verschillende koppen zetten. De ene keer komt het beton er rond uit, dan weer vierkant. Het materiaal dat er uit komt, blijft staan. Het zakt niet in elkaar. Door de spuitkop te bevestigen aan de robot kan deze geheel automatisch elk gewenst pad afleggen in de ruimte.”

Onderzoek

Op de vraag waar het onderzoek van Sarlet en zijn team zich op richt, zegt hij: “Normaliter stort je beton in een mal. Of we nu een klein of een groot huis maken, het materiaal is wat het is en heeft dezelfde eigenschappen. Met de printer gebeurt er iets bijzonders. We kunnen er veel vrijere vormen mee maken. Een kist is niet nodig, wat de helft van de kosten van een betonconstructie is. Echter, daar staat een ding tegenover. Printen we heel snel, dan is het beton onderin nog niet hard en stort het geheel in elkaar. Printen we heel langzaam, dan hechten de lagen niet aan elkaar omdat een laagje beton op een reeds verhard laagje is gelegd. Materiaaleigenschappen zijn dus gekoppeld aan de grootte van wat we maken en de snelheid waarmee we printen. Dat moet opgelost worden. We zijn de printer zo aan het inrichten dat hij zelf bepaalt met welke snelheid het print bij een bepaald ontwerp.”

Salet vervolgt: “Een ander punt: normaal storten we het beton om de wapening heen. Hoe moeten we met 3D printen de wapening erin krijgen? Of misschien hoeven we niet te wapenen, maar het materiaal dat beton heet veranderen? Wel cementgebonden, maar met een veel grotere treksterkte. Dat zijn we aan het onderzoeken.”

Een ander onderzoeksvlak betreft het printen van verschillende soorten beton in één product. Zodanig dat een complete wand te printen is met alle functionalitei­ten. Een wand met vezels versterkt beton voor de sterk­te, een isolerende laag voor de warmte, aan de buiten­kant vuilafstotend beton en aan de binnenkant een laag die zorgt voor prettige akoestiek. “Met deze moge­lijk­heid stel je het cementgebruik ook af op de behoefte en maak je het geheel daarmee ook veel duurzamer.”

Samenwerking

Wereldwijd wordt er veel geld gestopt in de techniek van het 3D printen, vernemen we van Theo Salet. “Singapore en Zwitserland beschikken bijvoorbeeld elk over een 3D printcentrum met onderzoeksbudgetten die vele tientallen malen groter zijn dan de middelen waarover de TU/e beschikt.”In deze landen investeert de overheid in 3D printen. Geloof maar, dat er met dergelijke programma’s echt wat gebeurt op dit gebied.” In Nederland is dit niet het geval, reden voor Salet om samenwerking te zoeken met zowel de universiteiten in Singapore als Zwitserland.

Meerdere technieken

Salet is ervan overtuigd dat het onderzoek op de TU/e eind 2016 zodanig is afgerond dat er bedrijfszeker en veilig geprint kan worden. “Dan printen we een gebouw. Wij leveren de techniek. De vraag is welke bedrijven het oppakken, een eerste pilot uitvoeren om al lerende uiteindelijk toepassing in de praktijk mogelijk te maken.”

En die praktijk, hoe ziet die er dan uit? Theo Salet:
“Ik noemde het in het begin al. We gaan anders ontwerpen en maken: digitaal. Daar zit een enorme kwaliteits- en productieslag in. Of alles geprint zal worden? Niet alles, dat is ook niet een doel op zich, maar delen wel. We maken gebruik van diverse technieken – bijvoorbeeld frasetechnieken – om op maat te kunnen maken. Maar door de printer wordt de maakmethode vrij, waardoor we ook andere dingen kunnen maken.”

Theo Salet tot slot: “Onze generatie heeft een verantwoordelijkheid in duurzaamheid. Met het 3D betonprin­ten kunnen ook wij ons steentje bijdragen.”

[tabs]
[tab title=”3D betonprinten”]

Een voorbeeld in het buitenland – Dubai

Dubai en Winsun Global, een Chinees 3D-printtechnologie bedrijf, zijn een samenwerking aangegaan om ’s werelds eerste 3D-geprint kantoorgebouw te realiseren. Het gebouw moet laag per laag gebouwd gaan worden met een 3D-printer van ruim zes meter hoog. Het kantoorgebouw in Dubai gaat een grootte van 600m2 beslaan en zal dienen als tijdelijk hoofdgebouw van het ‘Museum van de Toekomst’. Het printen van gebouwen is niet alleen innovatief, maar ook financieel aantrekkelijk. Doordat de printer efficiënter omgaat met materialen wordt er tot 60 procent minder afval gecreëerd, ook de arbeidskosten zijn met 50 tot 80 procent gereduceerd. Wanneer men het project vergelijkt met traditioneel bouwen, dan blijkt dat de productietijd ook te halveren is. Hierdoor kunnen architectonische bedrijven in een kortere periode innovatieve gebouwen bedenken en ontwikkelen. Daarnaast zijn er minder beperkingen wanneer het aankomt op vorm en materiaal. Het kantoorpand is na verwachting in 2017 gereed.

[/tab]
[/tabs]