Home Blog Pagina 377

Van energieleverancier naar energieregisseur

0
Van energieleverancier naar energieregisseur 1

Automatiseringstechnologie cruciaal bij inpassen duurzame energie

Het energielandschap verandert. Die transitie gaat plaatsvinden, en snel. Lokale opwekking en gebruik, gebouwen die tekorten en overschotten lokaal uitwisselen, dat gaat gebeuren. De technologie is beschikbaar. Maar er moet worden geïnvesteerd. Energiebedrijf Eneco ziet het zitten: geld verdienen door minder energieverbruik op basis van meer automatisering in gebouwen. Gebouwen die met elkaar gaan praten, een systeem gaan vormen.

Dit keer niet één business case in deze artikelenserie van de Nederlandse Brancheorganisatie Gebouw Automatisering, maar een verhaal over visie en ambitie waarin de begrippen duurzaamheid, technologie en nieuwe verdienmodellen centraal staan. Bouw en Uitvoering is te gast bij Eneco in Rotterdam. We spreken met Dick van Veen, Directeur Duurzaam Vastgoed, en Thijs Schmitz, Senior Productmanager. Omdat het ook gaat over de noodzaak, kansen en mogelijkheden van samenwerken, ‘partneren’, zijn ook Edwin Visser, hoofd meet- en regeltechniek bij werktuigbouwkundig installateur Roodenburg Installatie Bedrijf, en Dennis van der Pol, teamleider bij het meet- en regeltechnisch bedrijf Coneco, aangeschoven. Vanuit de brancheorganisatie neemt directeur Kees Groeneveld deel aan het gesprek. Natuurlijk komt er ook een ‘case’ op tafel: de herinrichting van de Rotterdamse Kunsthal.

Schets

De ambitie van Eneco is even helder als eenvoudig. Dick van Veen: ‘Wij streven naar het beschikbaar maken van duurzaam opgewekte energie voor iedereen. Het liefst zo decentraal mogelijk, omdat wij geloven dat het opwekken en verbruiken van energie zo dicht mogelijk bij elkaar moet plaatsvinden. Dit doen wij samen met andere bedrijven, onze klanten, aandeelhouders en overheden.’

Energieneutraal

Duurzaam, decentraal, samen. Dat is de strategie van Eneco. Alle beschikbare technologie is welkom om de noodzakelijke slag te maken. Het Internet of Things aan de decentrale kant, Big Data technologie om de enorme hoeveelheden gegevens die beschikbaar komen, te kunnen ontsluiten en te benutten. Alles is er op gericht om zo energieneutraal mogelijk te gaan opereren met bodemwarmte en -koude, en met zonne-energie op gebiedsniveau. Er zal wellicht back-up capaciteit nodig blijven; daar kunnen de grote windparken voor gebruikt worden. Maar de gas- en kolencentrales zullen op termijn verdwijnen. Dan zal alles decentraal georganiseerd zijn. Maar zover is het nog niet.

Om daar te komen, wil Eneco langjarige contracten afsluiten met partners, niet alleen met projectontwikkelaars, bouwers, gebouwgebruikers, maar ook met technologiepartners. Er is voortdurende doorontwikkeling in technologie nodig om steeds weer dichter bij het optimum te komen. En die langjarige contracten maken de initiële financiering mogelijk.

Duurzaamheidsdilemma

Het probleem met het opwekken van duurzame energie is dat vraag en aanbod nooit momentaan afgestemd kunnen worden. Er is altijd een onbalans. Dick van Veen verduidelijkt: ‘Het is die onbalans die kosten veroorzaakt, maar tegelijkertijd ook een grote waarde heeft, maatschappelijk en financieel. Het is een verborgen schat. De onbalans zorgt er voor dat op kwartierwaarde de energieprijzen enorm fluctueren. Dat zie je natuurlijk niet als gebruiker, maar er zijn tijdstippen op de dag dat de energieprijs negatief is. Dan krijg je dus geld als je energie van het net af haalt. Als Eneco die waarde weet te vangen voor onze klanten, en voor onszelf, dan voegen we waarde toe.’

Hoe moet dat er dan concreet uitzien? Thijs Schmitz legt uit: ‘We zullen moeten gaan sturen en optimaal gebruik moeten gaan maken van opslagmedia zoals accu’s. Maar je kunt ook kijken naar gebouwen zelf. Een gemiddeld gebouwbeheersysteem start om 6 uur de klimaatregeling op, zodat het om half 8 warm is. Dat kan ook anders. Je zou al om 3 uur kunnen beginnen op momenten dat er een overschot is aan windenergie. Met dit soort regelingen kun je de onbalans in het net vereffenen en op die manier maximaal gebruik maken van hernieuwbare bronnen.’ Om dat allemaal goed te doen, te optimaliseren, is automatiseringstechnologie nodig.

Kansen en kennis

Gebouwautomatisering biedt kansen in die energietransitie. Daarover zijn de heren aan tafel het eens. Thijs Schmitz: ‘Samen met Roodenburg hebben wij de ambitie om steeds verder te gaan met het integreren van alle data die de verschillende sensoren en datapunten in gebouwen genereren om op die manier het gebouw slimmer aan te sturen en het comfort en de energie-efficiëntie te verhogen. Wij kunnen en willen die ambitie niet alleen vormgeven. Daarom omringen we ons met professionele partners, die elk hun eigen kennis en expertise meebrengen.’

Optimale installaties

Een partij als Roodenburg ontwikkelt zich voortdurend qua kennis en expertise. Edwin Visser: ‘Wij willen als werktuigbouwkundig installateur toegevoegde waarde bieden door concrete rendementsverbeteringen te realiseren met de installaties die wij ontwerpen en implementeren. Wij proberen installaties zo optimaal mogelijk te laten draaien en daarbij de uiterste grenzen op te zoeken. Een voorbeeld. Normaal gesproken wordt voor een WKO-installatie een warmtepomp met een bodeminstallatie geplaatst. Wij gaan de machines nu op freon druk eerder in- en afschakelen, op- en aftoeren. Dat levert rendementsverbetering op, waardoor de energieleverantie steeds stabieler wordt.’ En daar is natuurlijk veel regeltechniek voor nodig. Het is de elektronica hard- en software die de werktuigbouw optimaliseert en integreert.

Kunsthal Rotterdam

Het partnership tussen Eneco, Dura Vermeer en Roodenburg (en Coneco) heeft concreet vorm gekregen in een ESCo voor de Kunsthal Rotterdam. Wat begon met de vraag of er 30.000 euro van de energierekening af kon, bleek te herleiden tot een probleem met het klimaat en leidde uiteindelijk tot een omvangrijke, integrale verbouwing van zeven maanden waarbij flink verduurzaamd is. Dick van Veen: ‘Tussen de uitvoerende partijen ontstond een klik. Een stabiel binnenklimaat en een exploitatieverbetering, daar gingen we voor. Om verder te komen met klimaatbeheersing, moest het gebouw gecompartimenteerd worden. Op zich eenvoudig, maar door slimmer en integraler naar oplossingen te zoeken, is meerwaarde ontstaan. Door net iets anders te compartimenteren en de ingang te verplaatsen, werd het auditorium beter verhuurbaar, wat weer een grotere inzetbaarheid opleverde voor de Kunsthal.’

Van energieleverancier naar energieregisseur 2

Ontwikkelperspectief

Als Eneco, Dura Vermeer en Roodenburg de Kunsthal puur vanuit de business case hadden benaderd, was het project misschien wel niet doorgegaan. Dick van Veen: ‘Wij doen dit ook duidelijk vanuit een ontwikkelperspectief. Dit model is reproduceerbaar en kan op grote schaal heel veel waarde creëren. Het leereffect wat wij bij de Kunsthal hebben ervaren, is dat het kan. Dat je samen het binnenklimaat en de energieconsumptie kunt optimaliseren, zolang je maar blijft redeneren vanuit één gezamenlijk doel.’

Prestatiecontracten

Het business model waar Dick van Veen naar streeft, hangt aan comfortgerichte prestatiecontracten die los ­­­staan van de energielevering. Energie is een kostprijs­element binnen de prestatie die het bedrijf levert. De Kunsthal betaalt een fixed price die is opgebouwd uit een groot aantal componenten, waaronder een aantal voor energie. Eneco, Dura Vermeer en Roodenburg zijn samen verantwoordelijk voor het budget voor energie en onderhoud. Alle split incentives zijn er tussenuit gehaald. Samen moeten ze het managen. De Kunsthal kan rekenen op een stabiel binnenklimaat voor een vast bedrag. Dick van Veen: ‘Hoe beter wij het doen met elkaar, hoe meer wij verdienen, en het belangrijkste, hoe beter het comfort en het gebruikersgemak in de Kunsthal.’

Verwachtingen

Eneco zoekt actief naar partijen die mee durven te doen in zo’n model. Thijs Schmitz verklaart: ‘Wij verwachten van onze partners vakmanschap, kennis, de bereidheid om mee te willen denken, en ook een zekere mate van eigenwijsheid. En de dialoog mag soms ook best pittig zijn. Dat is nodig als je echt wilt gaan voor reductie van het energieverbruik, voor verduurzaming, voor tevreden eindgebruikers, en van daaruit geloven dat je uiteindelijk beloond wordt. Bovendien verwachten wij dat partners resultaatafhankelijk participeren.’

Het liefst gaat Eneco overeenkomsten aan voor de langere termijn van tien, twintig jaar. Met partners én met klanten. Zo is het bedrijf onlangs een partnership aangegaan met NS en Google waarbij energie zo lokaal mogelijk geproduceerd wordt, met een directe koppeling naar de klant. Er worden windparken gebouwd specifiek voor NS en Google.

Monitoren en optimaliseren

Bij voortgaande optimalisatie is ‘continuous monitoring’ van cruciaal belang. Als business model gelooft Eneco niet in monitoring als losstaande dienst. De toegevoegde waarde zit juist in de combinatie met het optimaliseren. Dat doe je door gesprek aan te gaan met klanten over hun gedrag. Klanten willen uiteindelijk geen kWh, Kilojoules of m3 aardgas. Die willen optimaal comfort. Om dat te realiseren, onderzoekt Eneco momenteel de mogelijkheden van verschillende monitoring- en optimalisatietools. Die gaan als een schil over verschillende gebouwbeheersystemen heen. Op basis van de algoritmes wordt vervolgens gekeken waar optimalisatieslagen te maken zijn. Anders gezegd, Eneco gaat van energie naar comfort.

Schil

Thijs Schmitz legt uit wat zo’n monitoring en optimalisatietool voor Eneco kan betekenen: ‘In die schil die over het gebouwbeheersysteem heen wordt gelegd, zit een grote IT-component. Door middel van IT moet een connectie gemaakt worden met het netwerk waarop allerlei soorten devices zijn aangesloten die data genereren. Die data wil je ontsluiten. Dat hele traject willen we doorlopen hebben, zodat we het op termijn kunnen koppelen aan het weer, aan aanwezigheid en overige variabelen. Zo realiseren we een integrale optimalisatie van gebouw, techniek maar vooral van het gebruik van het gebouw.’

Eneco is in gesprek met verschillende leveranciers van monitoring en optimalisatie oplossingen. Daarbij is het business model bepalend. Wat past bij welke klant, bij welk type gebruiker? Dick van Veen: ‘Het lastige is dat zo’n systeem op microniveau, dus op het niveau van gebouwen, misschien niet zo heel veel gaat toevoegen. Maar als je kunt opschalen, dan wordt het enorm interessant voor ons als energieleverancier. Het gaat er om de waarde van de massa voor een deel terug te kunnen laten vloeien naar de individuele gebruiker.’

Bedreiging

Directeur van de brancheorganisatie Gebouw Automatisering, Kees Groeneveld, vraagt zich af in hoeverre dit soort ontwikkelingen de wereld van de ‘traditionele’ gebouwbeheersystemen op zijn kop gaat zetten. Immers, die tools worden gepresenteerd als een schil die over de traditionele systemen heen gaat. Die zouden wellicht direct gekoppeld kunnen worden aan de veldapparatuur via het Internet of Things. Dan zou het zo maar kunnen dat die laag daaronder, het gebouwbeheersysteem, op den duur verdwijnt. Dennis van der Pol van Coneco reageert: ‘Je ziet dat de ‘traditionele’ partijen anticiperen op deze ontwikkelingen. In het nieuwe gebouw van Deloitte bijvoorbeeld communiceren verschillende systemen al via elk een eigen IP-adres. De gebruiker bedient de installatie door een barcode te scannen en stelt vervolgens de gewenste temperatuur in op zijn smartphone. Ik ben daarbij benieuwd naar hoe de gebruiker het comfort ervaart, maar met name wat hij van de bediening vindt.’

Opkomst IT

In de toekomst zal de intelligentie in elk geval meer in het veld komen. Het gaat om de data, daar wordt op gestuurd. Al die gegevens worden gebruikt om het gebouw te optimaliseren. Het kanaliseren en ontsluiten van al die data, het verwerken en interpreteren van die gegevens, dat kan inzichten opleveren waarop sturing mogelijk wordt.
Kees Groeneveld zoomt in: ‘Binnen de branche constateren wij dat er wel een behoorlijk fundamentele verandering op komst is met het Internet of Things en Big Data. Ook binnen de branche realiseren de leden zich dat we niet kunnen blijven focussen op alleen klimaatregelingen. De werktuigbouwers moeten zich realiseren dat alles IT gedreven wordt. Natuurlijk, werktuigbouwkunde blijft nodig, maar de markt wil de nieuwe technologieën toegepast zien worden. Dat blijkt bij een bedrijf als Eneco.’ Dennis van der Pol reageert: ‘De trends zijn er inderdaad. Maar chips zullen bij wijze van spreken nooit geconditioneerde lucht naar binnen kunnen blazen. IT en werktuigbouwkunde hebben elkaar altijd nodig, dat blijft zo. Maar je moet ze wel bij elkaar brengen, die werktuigbouwers en IT’ers. Of ze nu willen of niet.’

De ‘W’ van ‘waarde’

Hoe meer duurzame energie je op het net zet, hoe ingewikkelder het wordt om de balans in het net te behouden. Je moet daarom energiestromen gaan leiden en vraag en aanbod met elkaar in evenwicht brengen. Slaag je er in om van daaruit de koppeling te maken naar klimaatsystemen, dan creëer je toegevoegde waarde.

Dick van Veen: ‘Wij zien een energielandschap voor ons waarin mensen hun eigen energie opwekken en gebruiken. Er zal behoefte blijven aan een regisseur die dat op microniveau regelt en op macroniveau moeten er partijen zijn die die energiestromen gaan beheersen om de onbalans in het net te managen. Onze rol verschuift van energieleverancier naar ­energieregisseur. Over vijf tot vijftien jaar wordt dat echt realiteit. Om daar op voorbereid te zijn, moeten we nu ontdekken en leren hoe dat soort modellen ­kunnen werken en renderen.’

[tabs]
[tab title=”Monitoring Systems”]
Van energieleverancier naar energieregisseur - Kader Monitoring Systemen
Behalve Energy en Facility AnalytiX van Iconics, zijn er ook andere monitoring systemen op de markt. MonaVisa bijvoorbeeld, dat door DWA is ontwikkeld, en Lift van IF Technology.

[/tab]
[tab title=”Info”]

Gebouwautomatisering Eneco Roodeburg Coneco Dura Vermeer Kunsthal

[/tab]
[/tabs]

Restauratiebeurs 16-18 april

0
Restauratiebeurs 16-18 april
Restauratiebeurs 16-18 april

Van 16 t/m 18 april vindt in ‘s-Hertogenbosch de Nederlandse Restauratiebeurs plaats. In drie dagen tijd vinden symposia en lezingen plaats en exposeren bedrijven uit de restauratiebranche. Geïnteresseerden in monumenten en erfgoed kunnen terecht met hun vragen over restauratie, onderhoud en het herbestemmen van monumenten. De Restauratiebeurs 16-18 april wordt gehouden in de monumentale evenementenlocatie 1931 en de Baroniehal te ’s-Hertogenbosch.

Kennisstraat

‘Kwaliteit voor de opdrachtgever’ is het leidende thema. In de ‘monumentale’ Kennisstraat zijn stichtingen en overheidsinstanties als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te vinden om vragen te beantwoorden en advies te geven over restauratie, onderhoud en herbestemming van monumenten. De Rijksdienst schenkt dit jaar speciale aandacht aan de kwaliteit van restauratie en onderhoud van monumenten. Ook presenteert het de vernieuwde website monumenten.nl voor eigenaren en liefhebbers van historische panden. In de Kennisstraat zijn daarnaast aanwezig het Nationaal Restauratiefonds, de Belastingdienst, Monumentenwacht Noord-Brabant, Nationaal Restauratie Centrum, de Stichting Restauratie Atelier Limburg, Netwerk Steunpunten Cultureel Erfgoed, de Vereniging Architecten Werkzaam in de Restauratie, Monumentenwachten, Vakgroep Restauratie en Hogeschool Utrecht.

Bio-expositie

Ook is er de expositie BIO-BOS, gericht op de toepassing van natuurlijke bouwmaterialen voor monumenten. De expositie is gedurende de openingstijden van de Restauratiebeurs toegankelijk voor alle bezoekers. Er wordt een selectie aan natuurlijke materialen voor casco, afbouw en isolatie getoond. Maar ook voorbeelden van innovaties. De tentoonstelling wordt gerealiseerd in samenwerking met het Instituut voor Bouwbiologie & Ecologie Benelux.

Gedurende de beurs vinden vier symposia en tal van lezingen plaats. De Nederlandse Restauratiebeurs vindt plaats in het monumentale 1931 Congrescentrum, vroeger een veemarkthal, en de Baroniehal van de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch.

Meer informatie op www.restauratiebeurs.nl.

Nieuwbouw hoofdkantoor EATC vliegbasis Eindhoven

0
Nieuwbouw hoofdkantoor EATC vliegbasis Eindhoven 4

Het European Air Transport Command (EATC) krijgt een nieuwe, zeer duurzame huisvesting van circa 9.000 m2 op vliegbasis Eindhoven. Architectenbureau Paul de Ruiter, landschapsarchitect Buro Lubbers en Dura Vermeer hebben gezamenlijk de Design & Build competitie gewonnen en zullen in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf een multifunctioneel kantoorgebouw gaan realiseren. De nieuwbouw hoofdkantoor EATC vliegbasis Eindhoven start in april 2015.

Energie

In dit commandocentrum zullen onder andere een mission control centrum, flexibel indeelbare kantoren en vergader- en congresruimtes worden voorzien van speciaal ontworpen daglicht gestuurde gevels. Een open en helder atrium, dat het hart van het gebouw vormt, verbindt al deze ruimten met elkaar en nodigt uit tot Europees samenwerken. Het klimaat wordt in het hele gebouw aangenaam en constant gehouden dankzij betonkern activering en klimaateilanden die zorgen voor koeling. Uit de ventilatielucht wordt warmte en vocht teruggewonnen. Een WKO en warmtepomp worden ingebouwd om in de energievraag te voorzien, wat dit commandocentrum extreem energiezuinig maakt. Het ontwerp levert een GPR-score van 8,1 op.

Controle

EATC Het EATC voert als Europees commandocentrum de operationele controle uit van het militair luchtervervoer van België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Spanje, Italië en Nederland. Een aantal defensieonderdelen van deze landen worden in dit hoofdkwartier ondergebracht. Van hieruit wordt de inzet van militaire luchttransportmiddelen aangestuurd. Een gezond werkklimaat in het nieuwe hoofdkantoor bevordert de unieke Europese samenwerking, en stelt het commandocentrum in staat om de inzet en coördinatie van transport- en tankervliegtuigen te verbeteren.
Naar verwachting zal de oplevering in het voorjaar van 2016 plaatsvinden.

Nieuwe CUR-aanbeveling onderhoud kunstwerken

0
Nieuwe CUR-Aanbeveling onderhoud kunstwerken

Onlangs is CUR-aanbeveling 117:2015 verschenen. In deze nieuwe aanbeveling zijn eenduidige afspraken vastgelegd voor inspectie en advies van civieltechnische kunstwerken zoals bruggen, viaducten en sluizen. De aanbeveling 117:2015 geeft procedures, regels en eisen voor het inspecteren en onderzoeken van schade en schadeprocessen aan betonconstructies en voor de daaropvolgende schadediagnose en -prognose. Nieuwe CUR-Aanbeveling onderhoud kunstwerken.

De aanbeveling 117:2015 kan beschouwd worden als uitbreiding op CUR-Aanbeveling 72:2011 voor inspectie en onderhoud van betonconstructies. Advisering over te nemen onderhoudsmaatregelen vormde namelijk géén onderdeel van die aanbeveling, evenmin als het uitvoeren van een veiligheidsbeoordeling van constructies met schade. Dit gaf vaak onduidelijkheden bij opdrachtgevers zoals gemeenten, provincies en opdrachtnemende bedrijven. De aanbeveling 117:2015 geeft hen die eenduidigheid. Het bevordert de onderlinge vergelijkbaarheid van aanbiedingen door opdrachtnemers en leidt tot een betere prijs/kwaliteitsverhouding van uitgevoerd werk.

Inspectie en advies

Hierom is besloten uit te breiden naar een uniforme beschrijving van inspecties en advisering over meerdere materiaalsoorten en kritieke onderdelen. Dit stelt beheerders van kunstwerken in staat betere planningen en budgetramingen op te stellen. In eerste instantie is de aanbeveling 117:2015 voor civieltechnische (infrastructurele) constructies, maar de nieuwe aanpak kan ook voor objecten uit het bouwkundige en utilitaire vastgoed toegepast worden. Er is aansluiting gezocht bij andere normen en richtlijnen, zoals de NEN 2767 Conditiemeting.

Handboek en bijlage

CUR-Aanbeveling 117:2015 is als digitale versie te bestellen, als papieren versie te bestellen en voor CUR-Aanbevelingen-abonnees direct online te raadplegen en downloaden. Bij de Aanbeveling behoort ook een aantal specifieke handboeken voor verschillende materialen, die later in het jaar zullen verschijnen. Enkele bijlagen zijn al als pdf te downloaden.

Een CUR-Aanbeveling kent een vast omschreven onderwerp en toepassingsgebied, waardoor het gebruik tot bepaalde toepassingen kan worden beperkt.

Armada Mobility

0
Armada Mobility

Specialist in buitenmeubilair en informatiesystemen voor de openbaar vervoersmarkt

Veiligheid, efficiency en comfort. Dat zijn de elementen waar het voor reizigers in het openbaar vervoer om draait. Daarbij gaat het niet alleen om ‘het vervoer’, maar om de gehele vervoersbeleving. Armada Mobility is gespecialiseerd in het ontwikkelen, produceren en installeren van buitenmeubilair en informatiesystemen voor de openbare ruimte, in het bijzonder in de vervoersmarkt.

Armada Mobility stelt niet alleen de behoefte van de reiziger centraal. We weten ook welke hoge eisen gemeentes, exploitanten, vervoersmaatschappijen aan dergelijke producten stellen. Naast gebruikersgemak en ruimte-efficiency gaat het dan om kwaliteit, duurzaamheid, onderhoudsvriendelijkheid en kostenefficiency. En om uitstraling. Want dat draagt weer in hoge mate bij aan de vervoersbeleving van de klant en straalt af op het imago van de vervoerder of van de stad. De uiterst innovatieve producten van Armada zijn in de volgende hoofdgroepen te verdelen: halte-informatiesystemen, modulaire (rokers)abri’s, NS bewegwijzering, stationsmeubilair en fietsparkeersystemen. Juist deze laatste productgroep willen we extra onder de aandacht brengen.

Fietsparkeersystemen

Armada Mobility heeft, naast de bekende productlijn voor Prorail, bijzondere fietsparkeerproducten ontwikkeld. De eigentijdse Beta-serie is een voorbeeld van een multifunctionele oplossing voor fietsparkeren mede door de diverse uitvoeringen (laag, hoog/laag, enkelzijdig en dubbelzijdig) waarin de serie leverbaar is. Deze serie is ook verkrijgbaar als XXL uitvoering. Speciaal voor het stallen van fietsen met transportbakjes. Daarnaast is er zelfs een opklapbaar fietsparkeersysteem. Een tijdelijke ‘oplossing’ voor fietsparkeren tijdens evenementen of feesten. Naast de Beta-serie verdient ook de Omega-serie de aandacht. Deze serie betreft een architectonische oplossing om het fietsparkeren op bijzondere locaties of bij bijzondere gebouwen onderdeel te laten uitmaken van het totaal ontwerp.

En vanzelfsprekend is er met de DubbeloPP-serie een eigentijds twee-laags fietsparkeersysteem voor handen dat uiteraard het FietsParkeur certificaat heeft. Het systeem is verkrijgbaar met een steekmaat van 375 of 400mm. Alle stalen onderdelen zijn thermisch verzinkt en zijn desgewenst in elke RAL-kleur leverbaar. Het systeem kan zowel vrijstaand als voorzien van een overkapping worden geïnstalleerd. Het soepele loopwerk van de bovenlade en het feit dat de fiets op 3 punten wordt ondersteund, zorgt voor een optimaal gebruikersgemak. De ergonomisch gevormde handgrepen zijn eveneens in elke gewenst RAL-kleur leverbaar waardoor u het systeem naar uw wensen kunt aanpassen.

Fietsoverkappingen

Naast de fietsparkeersystemen biedt Armada Mobility ook een compleet programma aan op het gebied van fietsoverkappingen. Of het nu gaat om een fraai vormgegeven overkapping of een kosteneffectieve overkapping. Vanzelfsprekend is het mogelijk onze producten geheel naar uw eigen wensen te ontwikkelen. Volledig afgestemd op uw huisstijl en passend bij het straatbeeld van uw gemeente. Onze specialisten gaan graag voor u aan de slag.

Hebt u nog vragen of wilt u meer informatie?

Kijk dan op onze website www.armadamobility.nl of bel: +31(0)30- 246 95 00. Een vrijblijvend bezoek aan onze vernieuwde showroom in Nieuwegein is uiteraard ook altijd mogelijk.

[tabs]
[tab title=”Armada Mobility BV”]
Groningenhaven 2
3433 PE Nieuwegein
Postbus 1438
3430 BK Nieuwegein
T +31 (0)30 – 246 95 00
F +31 (0)30 – 246 95 01
info@armadamobility.nl
www.armadamobility.nl

[/tab]
[/tabs]

Grondig in velden en wegen

0
Aannemersbedrijf Van Wijlen B.V

In 2014 is het alweer tachtig jaar geleden dat Bart van Wijlen Loondorscherij Van Wijlen heeft opgericht. In deze tachtig jaar zijn er uiteraard diverse veranderingen en ontwikkelingen geweest om te komen tot het huidige Aannemersbedrijf Van Wijlen B.V. met inmiddels de derde generatie aan het roer. De moderne, middelgrote onderneming heeft vier specialisaties: Infra, milieu, sport en groen. Grondig in velden en wegen.

Infra

Van Wijlen heeft een enorme groei doorgemaakt in deze tak van het bedrijf. Van het aanleggen en onderhouden van openbare wegen, bedrijfsterreinen en particuliere eigendommen tot het compleet bouwrijp en woonrijp maken van woonwijken en industrieterreinen. Ook verzorgt Van Wijlen klein- en grootschalig grondverzet.

Milieu

Van Wijlen exploiteert vanaf 1990 een milieustraat en heeft een eigen grondbank. Het bedrijf is hiervoor BRL9335-1 gecertificeerd en dat betekent dat zij individuele partijen grond mogen accepteren en toepassen conform de eisen die hieraan gesteld worden conform het besluit bodemkwaliteit. Daarmee is het hele traject in eigen beheer, wat een groot voordeel oplevert. Daarnaast voeren zij land- en waterbodemsaneringen uit. Ook Hiervoor is het bedrijf in het bezit van het BRL7000 certificaat.

SPORT

Van Wijlen onderhoudt sportaccommodaties en legt deze ook aan. Ook het onderhouden van natuurgrasvelden behoort tot het takenpakket in deze discipline. Van oudsher heeft het bedrijf veel expertise op het gebied van sportvelden in huis en steeds meer gemeenten en bedrijven weten Van Wijlen dan ook te vinden voor het aanleggen, onderhouden en renoveren van sportvelden. Naast natuurgrasvelden is Van wijlen ook actief op het gebied van kunstgrasvelden. Door hun geavanceerde machinepark zijn zij in staat om de velden aan te leggen, te onderhouden en deze op te ruimen. Het vrijkomende zand wordt hierbij gereinigd en gerecycled.

GROEN

Vanaf de jaren zeventig onderhoudt Van Wijlen het openbaar groen in de breedste zin van het woord. Het onderhouden van groenvoorzieningen, wegbermen en het onderhouden en aanleggen van vijvers en watergangen zijn slechts enkele voorbeelden van de werkzaamheden die het bedrijf uitvoert met hun ervaren personeel.

Kwaliteit

Van Wijlen staat voor kwaliteit. Nee zeggen tegen een opdracht, hoe gecompliceerd deze ook mag zijn, komt niet in hun vocabulaire voor. Flexibiliteit en service staan hoog in het vaandel en het bedrijf is 24/7 beschikbaar voor calamiteiten. Zorg voor mens en milieu is uiterst belangrijk. Maatschappelijk verantwoord ondernemen vormt dan ook een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Van Wijlen heeft dan ook de ISO 9001 certificering, het Groenkeur Kwaliteitskeurmerk en de VCA** certificering voor veiligheidsbeheersing achter haar naam staan.

Toekomst

Van Wijlen opereert milieubewust en met het oog op de toekomst. Het bedrijf heeft een open organisatie zowel voor haar klanten als werknemers. Communicatie is belangrijk en zorgt voor korte lijnen in het contact met de opdrachtgever. Van Wijlen heeft sinds kort een eigen App gelanceerd voor de urenregistratie. In maart 2015 is het streven om niveau 3 op de CO2 prestatieladder te behalen. Geen half werk bij Van Wijlen. Want waar Van Wijlen is, is er een weg.

[tabs]
[tab title=”Aannemersbedrijf Van Wijlen B.V.”]
Infra/Milieu/Sport/Groen
Heistraat 112a
5161 GJ Sprang-Capelle
T 0416 – 279569
info@vanwijlen.eu
www.vanwijlen.eu

[/tab]
[tab title=”Projecten”]
[list color=”dark”]

  • Aannemersbedrijf Van Wijlen B.V. werkt momenteel aan de aanleg van het nieuwe industrieterrein Haven 8 in de gemeente Waalwijk. Werkzaamheden omvatten het aanleggen van de rioleringen, wegen en waterpartijen en het ophogen van de bouwpercelen.
  • Afgelopen jaar verzorgde Van Wijlen de herinrichting van het Olympiapark in Waalwijk. Het resultaat hiervan is een nieuwe gecombineerde parkeerplaats en sportboulevard voor de nieuwe sporthal en de atletiek-, hockey- en tennisverenigingen en leerlingen van de nieuwe middelbare school gevestigd aan het Olympiapark.
  • Het digitale experiment met waterschap Brabantse Delta is veelzeggend voor de koers die Van Wijlen is ingeslagen: volledig digitale registratie, volgsystemen en communicatie bij het maaien van watergangen sloten schonen. Een logische vervolgstap op het track and trace en de digitale werkbonnen die Van Wijlen al eerder invoerde.
  • Ook op het gebied van kunstgras zat Van Wijlen niet stil. Het bedrijf realiseerde in opdracht van de gemeente Waalwijk een Cruyff Court nabij het stadion van RKC Waalwijk. Afgelopen jaar werd ook het stadionveld van RKC voorzien van kunstgras. Van Wijlen verzorgde hiervoor de ombouw van een bestaand kunstgrasveld naar natuurgras en de uitruil van de onderbouwconstructies. Een mooi voorbeeld van duurzaam hergebruik van materialen.

[/list]
Voor meer projecten kunt u terecht op: www.vanwijlen.eu

[/tab]
[/tabs]

Senioren nog onbekend met nieuw en divers woonaanbod

0
Senioren nog onbekend met nieuw en divers woonaanbod

Nieuwe woonvormen voor ouderen zijn nog onbekend, terwijl die hard nodig zijn nu veel verzorgingshuizen sluiten en het overgrote deel van de senioren tot op hoge leeftijd zelfstandig blijft wonen. Meer dan de helft van de 75-plussers woont alleen, huurt een woning en overweegt alleen te verhuizen als er zorg en ondersteuning nodig is. Senioren nog onbekend met nieuw en divers woonaanbod. Dat blijkt uit ‘De Woonmonitor 2015’, een onderzoek van o.m. Bureau Vijftig en het Aedes-Actiz in samenwerking met vier woningcorporaties (Sité Wonen, Allee Wonen, Wonen Breburg en Laurentius) dat werd gepresenteerd.

Uit het onderzoek blijkt verder dat 62% van de 2.500 55-plussers die deelnamen aan het onderzoek, zich gezond voelt en dat 90% tevreden is over zijn woonsituatie. Ruim 30% wil nooit meer verhuizen; van de 75-plussers is dat zelfs 44%. En toch, als er zorg nodig is, voor partner of zichzelf, of als de huisarts of specialist aandringt, is verhuizen een optie.

Verhuizen?

Naast de honkvaste groep is er, blijkt uit de resultaten, ook een grote groep is die wel een verhuizing overweegt. De belangrijkste reden om te verhuizen is om kleiner te wonen. Het argument om te verhuizen als er zorg nodig is, geldt vooral voor de groep die nog geen concrete plannen heeft.
Senioren betalen nu gemiddeld 500 tot 750 euro voor hun woning, inclusief gas, water en licht. En ze willen bij een verhuizing dezelfde woonlasten betalen. Voor diensten aan huis is men bereid zo’n 100 euro per maand neer te leggen. Daarbij zijn de klusjesman, huishoudelijke hulp en glazenwasser het meest populair.

Soort en vorm

Traditionele woonvormen zoals aanleunwoningen, seniorenwoningen, serviceflats en woonzorgcomplexen zijn het meest bekend (70-80% van de respondenten kent deze woonvormen). Wat opvalt is dat ouderen veel minder bekend zijn met nieuwe woonvormen, zoals moderne hofjes (11%), mantelzorgwoningen (2%) en kangoeroewoningen (2%). Van de mensen die de nieuwe woonvormen wel kennen, zou een groter deel daar wel willen wonen. Daarbij komt naar voren dat het opleidingsniveau zeer bepalend is voor de kennis over woonvormen. En dat jonge ouderen beter bekend zijn met de woonvormen dan de 75-plusser.

Grotere groep

Aad Koster, directeur ActiZ: “De komende jaren verdubbelt het aantal ouderen in ons land. Nu al woont meer dan de helft van de 75-plussers alleen. Dat zal de komende tijd een nog grotere groep worden. Die mensen gaan op een gegeven moment op zoek naar een alternatieve woning. Een plek waar ze veilig kunnen wonen, anderen kunnen ontmoeten en iets voor anderen kunnen betekenen. Want dat is wat veel mensen willen. Daarom werken we niet alleen aan meer seniorenwoningen, maar vooral aan een divers woonaanbod. Uit dit onderzoek van Bureau Vijftig blijkt dat veel senioren nog niet bekend zijn met nieuwe woonvormen. We zullen dus ook moeten werken aan grotere bekendheid van nieuwe woonvormen. Zodat iedereen daar kan wonen, waar hij zijn leven op een prettige manier kan vervolgen.”

Verweij Houttechniek kreeg bezoek van staatssecretaris Dekker

0
Verweij houttechniek krijgt bezoek van staatssecretaris dekker

Staatssecretaris Sander Dekker was op bezoek bij Verweij Houttechniek. Verweij Houttechniek is een schoolvoorbeeld als het gaat om het geven van kansen aan mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.

Het bedrijf is al 25 jaar een erkend leerbedrijf. Daarbij voert het een actief beleid om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een passende stage en zo mogelijk passend werk te bieden.

Erkend leerbedrijf

Het bedrijf doet dit samen met ROC Midden Nederland en het Samenwerkingsverband (initiatief van SH&M). De technische stages die het bedrijf verzorgt zijn niet alleen voor studenten maar worden ook vaak ingevuld door mensen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben.

Hofleverancier

Behalve erkend leerbedrijf is Verweij Houttechniek recentelijk Hofleverancier geworden. Het bedrijf heeft de afgelopen tijd ex-stagiaires vast dienstverband aan kunnen bieden. De staatssecretaris werd in het bedrijf rondgeleid door een van de werknemers en zijn leermeesters. Speciaal opgeleide leermeesters komen uit het bedrijf zelf en vervullen een belangrijke rol bij het begeleiden van stagiairs en werknemers op zowel uitvoerend als mentaal vlak.

Kansen bieden

In de vorm van stages en soms vast dienstverband wil het bedrijf mensen die verder van de arbeidsmarkt staan kansen bieden. Zij zien dit als een taak die de onderneming heeft. Leonard Verweij: “Werk en inkomen bieden zekerheid maar het geeft ook een gevoel van ‘erbij horen’. Van de overige medewerkers binnen het bedrijf vraagt dit meer flexibiliteit en begrip. Dat gaat goed hier. Ze zijn echt onderdeel van het geheel.”

Rijkswaterstaat moet niet leuren in buitenland aldus Verhagen

0
Rijkswaterstaat moet niet leuren in buitenland, aldus Verhagen

Dat zegt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, in interviews met het Financieele Dagblad, Radio1 De Ochtend en op BNR Nieuwsradio: “Er is al meer dan genoeg concurrentie tussen Nederlandse bouwbedrijven. Als er overcapaciteit in de markt is, moet Rijkswaterstaat niet actief met projecten gaan leuren over de grens,”. “Onze bouwbedrijven worden ook niet actief benaderd door buitenlandse overheden.” Rijkswaterstaat moet niet leuren in buitenland aldus Verhagen.

Verhagen: Nederland moet stoppen met actief werven buitenlandse bouwbedrijven voor grote infrastructurele projecten.

Verhagen zegt tegen BNR dat het hem vooral gaat om het actief werven van buitenlandse inbreng. “Dat doet geen enkel ander land in Europa. Er moet niet kunstmatig overcapaciteit gecreëerd worden. Door actief de concurrentie te vergroten, breng je Nederlandse bedrijven in de problemen.”

Volgens Verhagen is het ‘stoppen met leuren’ niet in strijd met Nederlandse aanbestedingsregels. “De belastingbetaler wordt niet benadeeld als de overheid ophoudt buitenlandse bouwers actief te benaderen. Het gaat erom of er genoeg concurrentie is. Dat is het geval.”

De overheid moet zich aan regels houden bij aanbestedingen. Door deze regels koopt de overheid integer in en krijgen ze de beste kwaliteit voor een zo goed mogelijke prijs. Ondernemers krijgen door de regels een eerlijke kans om een overheidsopdracht te winnen. De regels staan in de Aanbestedingswet 2012.

Luister op Radio1 naar het interview met Maxime Verhagen.

Energy and Automation event

0
Energy and Automation event

Het Energy and Automation event vindt dit jaar plaats op donderdag 18 juni 2015 bij FHI in Leusden. Voor zowel bedrijven uit de energiemarkt, industrie, adviseurs als installateurs biedt dit event een sterke verzameling aan presentaties.

Energy and Automation event: Voor industrie, adviseur en installateur

Energy & Automation?

De energievoorziening staat voor grote uitdagingen, zowel wereldwijd als lokaal in Nederland. De actuele ontwikkelingen rond schaarste van energie, de inzet van nieuwe energiebronnen, gewenste vernieuwing van de infrastructuur en efficiency vragen om vernieuwingen in netbeheer bij meetverantwoordelijken en distributie.
Het Energy & Automation event in 2014 richtte zich met name op de energiemarkt en de kwaliteit van het netwerk. Deze editie wordt er een concrete link naar de industrie zichtbaar.

Smart

Voor de industrie is dit event gericht op een effectieve aanpak van energiemonitoring en energiemanagement. Voor de energiemarkt worden presentaties aangeboden op het nieuwe model in de energie met duurzame energiebronnen, smart grid en de engineering van innovaties in het distributienet.

Kennis en netwerk

Met veel plenaire sprekers uit de industrie, de energiemarkt en consultants is deze dag het juiste moment, om uw kennis en netwerken weer op te frissen. Het voorlopige programma geeft u een beeld van de toegevoegde waarde.

Energy and Automation event. Zie ook:
Wat doen we met technologie in gebouwen?