Home Blog Pagina 376

De Hallen Amsterdam wint EU-prijs

0
De Hallen Amsterdam wint EU-prijs
De Hallen Amsterdam wint EU-prijs

Europa Nostra-prijs voor herbestemming Amsterdamse tramremise

Voormalig tramremise De Hallen in Amsterdam heeft de Europa Nostra Prijs gewonnen. De prijs, die mede wordt uitgereikt door de Europese Unie, geldt als één van de belangrijkste onderscheidingen op het gebied van cultureel erfgoed. De Hallen is één van de prijswinnaars in de categorie ‘conservatie’. De Hallen Amsterdam wint EU-prijs.

Het rijksmonument is ruim honderd jaar oud. Na een lange periode van leegstand begon de renovatie in 2013 en namen in 2014 de eerste gebruikers hun intrek in De Hallen. 5 februari jongstleden werd het gebouw officieel geopend door burgemeester Van der Laan. In opdracht van de stichting Tram Remise Ontwikkelings Maatschappij, TROM, is de remise getransformeerd naar een centrum voor mode, media, cultuur en ambacht. Onder meer een bibliotheek, Foodhall, hotel, bioscoop en tv-studio hebben hun onderkomen gevonden in De Hallen. Architect Andre van Stigt heeft zo veel mogelijk de originele details in het gebouw terug laten komen.

Collectief geheugen

Dat viel ook de jury op, die lovend is over de “zorgvuldige en sobere renovatie van het gebouwencomplex. Alle essentiële overblijfselen van de tijd als tramremise zijn zo goed bewaard dat de geschiedenis zichtbaar is, terwijl de nodige aanpassingen zijn gedaan aan de levensstandaard van vandaag.”
Daarnaast worden de lokale bewoners door de jury genoemd, zowel professionals als burgers, geloofd voor hun inzet om de industriële gebouwen, als deel van hun collectieve geheugen, te bewaren. “Zonder de volharding van buurtgenoten, krakers en toegewijde vakmensen, zou het complex verloren zijn gegaan.”

Huis Doorn

Een tweede Nederlandse winnaar is de Stichting Vrienden Huis Doorn, in in de categorie: ‘bijzondere inzet’. De jury noemde hier: ‘De toewijding van de 180 vrijwilligers die zich hebben ingezet voor het openhouden van het museum en de conservering van de schitterende collectie, toen sluiting van het museum dreigde als gevolg van een terugtredende overheid’.

De prijs wordt op 11 juni uitgereikt in Oslo.
De volledige juryrapporten en de overige prijswinnaars zijn hier te bekijken.

Eindhoven Airport beter bereikbaar

0
Eindhoven Airport beter bereikbaar
Eindhoven Airport beter bereikbaar

Rijk, provincie en gemeente investeren in weg en ov verbinding

De bereikbaarheid van Eindhoven Airport met de auto en het openbaar vervoer wordt de komende jaren verbeterd. Dit zijn minister Schultz en staatssecretaris Mansveld (beiden Infrastructuur en Milieu) overeen gekomen met de provincie Noord-Brabant, de regio Eindhoven en Eindhoven Airport. Het Rijk investeert in totaal €40 miljoen in de betere bereikbaarheid. Eindhoven Airport beter bereikbaar

Staatssecretaris Mansveld: ‘Eindhoven Airport is met circa vier miljoen reizigers de tweede luchthaven van ons land. Deze groeiende luchthaven is belangrijk ter ondersteuning van Schiphol, maar vervult ook een steeds grotere rol in de regio. Daarbij past een betere bereikbaarheid.’

Marco van Dorst, wethouder Ruimtelijke Ordening in Eindhoven voegt daar aan toe dat niet alleen de Airport zal profiteren van de investeringen ‘maar ook de nieuw te ontwikkelen Brainport Industries Campus en bedrijventerreinen als Westfields, de Philips Healthcare Campus, Flight Forum en GDC. Dit komt niet alleen de economische ontwikkeling van Brainport ten goede, maar ook die van de B.V. Nederland.’

Betere bereikbaarheid via de weg

Er is een pakket van maatregelen samengesteld dat moet zorgen voor een snellere en slimmere bereikbaarheid over de weg. Zo wordt de capaciteit van de Anthony Fokkerweg en de op- en afritten van de N2 vergroot. Verschillende invoegstroken worden verlengd en er komt een directe oprit op de N2 naar het zuiden voor het verkeer afkomstig van onder meer Eindhoven Airport. Dit moet zorgen voor een betere doorstroming op de al bestaande op- en afritten. Daarnaast worden verbindingen gelegd tussen een goederendistributiecentrum ten oosten van de A2, de toekomstige Brainport Industries Campus, Eindhoven Airport en de A58. Hiervoor komt er een weg die de A2 zal kruisen, en wordt er een parallelweg langs het Beatrixkanaal richting aansluiting Best aangelegd. Voor een verbetering van de A58 tussen Eindhoven en Tilburg, waaronder de aansluiting Best, loopt nog een verkenning.

Het streven is dat alle verbeteringen voor 2020 gereed zijn. Het voortouw bij de uitwerking en uitvoering van de maatregelen ligt bij de gemeente Eindhoven. Het Rijk steekt in totaal 40 miljoen euro in de maatregelen op de weg, de provincie Noord-Brabant neemt 20,8 miljoen voor haar rekening. De Regio Eindhoven heeft in het verleden al 4,75 miljoen toegezegd. De gemeente Eindhoven draagt 16,4 miljoen bij en Eindhoven Airport 3 miljoen.

Betere bereikbaarheid per ov

De betrokkenen hebben daarnaast gekeken hoe de bereikbaarheid van Eindhoven Airport per openbaar vervoer verbeterd kan worden. Hierbij is onder meer gelet op reistijd tussen Eindhoven Centraal en Eindhoven Airport, werktijden van verschillende bedrijven, een goede informatievoorziening voor reizigers en een efficiënte inzet van materieel. Verbeteringen op basis van dit onderzoek, zoals een betere afstemming van de frequentie op het aantal reizigers, het opnemen van de Airport Shuttle in de reisplanner en betere reizigersinformatie op Eindhoven Centraal en Eindhoven Airport, worden tussen 2016 en 2020 doorgevoerd.

Naast de verbetering van het bestaande openbaar vervoerssysteem zettende betrokken partijen in op een transferpunt waar reizigers snel en makkelijk kunnen wisselen tussen verschillende vervoersmiddelen. Bijvoorbeeld tussen fiets of auto en lokale bussen. De Regio Eindhoven neemt het voortouw in de ontwikkeling van het transferpunt.

B en W Rotterdam wil Collectiegebouw Boijmans

0
B en W Rotterdam wil Collectiegebouw Boijmans
B en W Rotterdam wil Collectiegebouw Boijmans

Vorige week heeft het Rotterdamse college van B en W unaniem ingestemd met de plannen voor het nieuwe depotgebouw voor Museum Boijmans. Wanneer ook de gemeenteraad instemt zal er een groot, publiek toegankelijk depot worden gebouwd in het museumpark naast het huidige museum. B en W Rotterdam wil Collectiegebouw Boijmans.

Collectiegebouw

Het ontwerp van architectenbureau MVRDV toont een rond gebouw van spiegelend glas, met een bomen op het dak. Het gebouw kent enige gelijkenis met de nieuwe markthal in Rotterdam, dat door hetzelfde bureau is ontworpen. Het depot wordt als collectiegebouw gepresenteerd en zal bezoekers toegang verlenen tot de depots van het museum, die normaal gesproken voor gewoon publiek ontoegankelijk zijn. In het beoogde gebouw zal ruimte zijn voor educatie en expositie en de mogelijkheid om restauratie van kunstobjecten van dichtbij mee te maken. “Met dit nieuwe concept wordt een jarenlang bestaand probleem van een te kleine en sterk verouderde depotruimte omgedraaid tot een innovatie op het gebied van collectiebeheer”, aldus Boijmans

Vijftig miljoen

Het gebouw biedt private verzamelaars de gelegenheid hun kunstcollectie op te slaan, te restaureren en te exposeren en maakt de kunstcollectie van de gemeente toegankelijk voor publiek. De gemeente Rotterdam is bereid om vijfendertig miljoen te investeren in het project, dat in totaal vijftig miljoen moet kosten. De particuliere stichting De Verre Bergen betaalt vijftien miljoen. Ten aanzien van eerdere ontwerpen is in het huidige ontwerp de omgeving van het gebouw meegenomen, die veel groener zal worden. Daarnaast zou in eerste instantie slechts twintig procent van het gebouw toegankelijk zijn voor bezoekers, waar in het huidige ontwerp het hele depot kan worden bezocht. Het is nu aan de Rotterdamse gemeenteraad om te beslissen of het gebouw er komt; veel fracties hebben nog geen standpunt genomen.

Depotproblematiek

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, adviesorgaan van de gemeente Rotterdam, had eerder de plannen financieel niet volledig onderbouwd genoemd en reageert terughoudend op de instemming van het college met de plannen. “Ook verschillende andere Rotterdamse musea hebben depotproblemen. De RRKC benadrukt nog eens dat het een gemiste kans is dat de gemeente Rotterdam als eigenaar van en daarmee verantwoordelijk voor de gehele Collectie Rotterdam niet kiest voor een gezamenlijke oplossing voor de depotproblematiek en het meer zichtbaar maken van de gehele Collectie Rotterdam.”

Creatieve architect heeft toekomst

0
Creatieve architect heeft toekomst
Creatieve architect heeft toekomst

Architectenbureaus moeten innoveren om te overleven

“De bouwsector heeft zware jaren achter de rug. Sinds de economische crisis in 2008 uitbrak, zagen architectenbureaus hun omzet halveren. Hetzelfde geldt voor het aantal banen. Niet alleen de laag conjunctuur was daar debet aan. Ook het vermogen van architectenbureaus om in te spelen op marktveranderingen speelt een rol”, zo valt te lezen in het rapport van het futurA
onderzoek van de Technische Universiteit Delft, Radboud Universiteit Nijmegen en de Branchevereniging van architectenbureaus. De creatieve architect heeft toekomst.

Denken als ondernemer

De veranderende context heeft de druk op bestaande business modellen van architectenbureaus verhoogd. Architecten moeten meer dan ooit hun markt begrijpen en laten zien dat ze creatieve ondernemers zijn. De (kern)vraag is: hoe krijgen architecten de regie weer in handen? Het futurA onderzoek analyseert bestaande en identificeert nieuwe verdien- en organisatiemodellen voor de architectenbranche.

Voor architectenbureaus lijkt de zwaarste periode achter de rug. Het beeld blijft hier echter nog zeer gefragmenteerd (BNA, 2014), wat betekent dat bureaus moeten innoveren om te overleven. Architecten moeten net als andere partijen in de bouwkolom hun eigen rol blijven bediscussiëren. Het rapport concludeert dat architecten vaak moeite hebben om uit hun vertrouwde rol te treden en te denken als ondernemer.

Kansen voor de spin in het web

Een belangrijk dilemma voor bureaus is de wens om enerzijds hun creatieve rol te behouden en creatief uitdagende projecten te realiseren en anderzijds een gezond bedrijf te voeren. De economische crisis heeft een groot effect gehad op de organisatiestructuur van veel bureaus. Geïnterviewden geven aan dat de crisis tot creativiteit dwingt en uitnodigt naar het zoeken van nieuwe mogelijkheden. “De markt is ontzettend opgeschud, dus volgens mij is er ruimte voor jonge, startende afgestudeerden en bureaus voor nieuwe initiatieven of mensen”. Een ander belangrijk punt is dat opdrachtgevers behoefte blijken te hebben aan een spin in het web tijdens een bouwproces. De architect met al zijn bouwkundige en proceskennis heeft de kwaliteiten om zo’n functie te vervullen en het gehele proces te coördineren. Hier liggen kansen voor architecten om op in te spelen.

Het onderzoek futurA analyseert bestaande en identificeert nieuwe verdien- en organisatiemodellen voor de architectenbranche. Het 4-jarige project van Technische Universiteit Delft, Radboud Universiteit Nijmegen en BNA is één van de 23 projecten die vanuit NWO, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, voor de topsector creatieve industrie tot stand is gekomen.

Het volledige praktijkrapport is hier te lezen.

Hoogste houten gebouw van Nederland

0
Hoogste houten gebouw van Nederland 1

Als een patch op de knie

Het wordt met een hoogte van ruim 30 meter het hoogste houten gebouw van Nederland: Patch22 in Amsterdam-Noord. Dit gebouw met woon- en werkunits is ontstaan uit de behoefte om ontwikkelen op een duurzame manier anders te doen. Over dit ‘anders doen’ praten we met de architect, Tom Frantzen van architectenbureau FRANTZEN en al.

In het begin van zijn carrière richtte Tom Frantzen zich veelal op het grensvlek van beeldende kunst en architectuur. Daarna ging hij de kant op van klassiek architect. Het jaar 2005 werd vervolgens bepalend voor hoe hij tot op vandaag de dag met zijn werk bezig is. Hij vertelt: “Tot die tijd deed ik jaarlijks mee aan een grote prijsvraag. Ik zette er vol op in om die prijs ook daadwerkelijk te winnen, zo ook in 2005 bij de stadsbibliotheek van Stockholm. Meer dan 1000 teams hadden ideeën ingezonden. Toen realiseerde ik mij, dat ik slechts één promille kans had om te winnen. Dit zette ik af tegen de kosten. Wat besteedden we als bureau aan prijsvragen? Ik schrok. Het bleken grote bedragen te zijn. En dat voor slechts ene kleine kans om te winnen en het project daadwerkelijk te realiseren. Vanaf dat moment ben ik zelf, eerst kleinschalig, gaan ontwikkelen. Het geld dat ik voorheen investeerde in prijsvragen, stak ik in zelf ontworpen vastgoed. In 2009 kwam de duurzaamheidtender Buiksloterdam op mijn pad. Geen toekenning op basis van grondbieding, maar op basis van een duurzaamheidscore. Hét signaal voor mij, dat dit een tender was waarbij we de normale ontwikkelaar zouden kunnen verslaan.”

Spijkerbroek

Frantzen vervolgt: “In eerste instantie wilden we een vereniging voor Collectief Opdrachtgeverschap oprichten. Daar zijn we vanaf gestapt. Tijdens de tender bleek dat, om te kunnen winnen, we het gebouw heel ver zouden moeten uitwerken. Met als gevolg dat na het winnen er voor de vereniging maar weinig inspraak over zou zijn. Dus organiseerden we ons als een projectontwikkelaar en kwam Lemniskade BV tot stand, waarvan ik met Samplaist BV en Claus en Margriet Oussoren met BAMO BV de aandeelhouders zijn.”

Lemniskade won de tender en Patch22 werd realiteit. Waar komt eigenlijk de naam vandaan? Tom Frantzen: “Het is afgeleid van Catch22, een cirkelredenering en hét woord voor recycling. Alsook van het kavel oftewel patch waarop we bouwen, nummer 22. Dat we goed zaten met de naam, wisten we helemaal zeker toen we tijdens de tender een visie moesten neerzetten op het gebied. We omschreven Buiksloterham als een versleten spijkerbroek. Zo’n broek kun je functioneel repareren door het gat op de knie door te stikken. Dat ziet er echter niet uit. Plaats je een patch op de knie, dan wordt de broek een modeartikel. Toen we een foto van de spijkerbroek over de locatie plaatsten, bleek onze locatie ook nog eens precies die knie te zijn en het kanaal de zone tussen de broekspijpen.”

Hoogste houten gebouw van Nederland Illustratie

Verschillende grootte en type

In december 2014 is gestart met de bouw van Patch22. Alle werk- en woonunits zijn inmiddels verkocht. De belangstelling is groot. Dat komt volgens Frantzen onder andere door de uitstraling van het gebouw. “Buiksloterham was een locatie waar eigenlijk niemand iets mee wilde, een onontgonnen plek. Dus moesten we het gebouw bijzonder maken om mensen te trekken. Woningen van 100 m2 waren geen optie. Mensen die dergelijke appartementen kopen, kiezen voor meer ‘normale’ plekken. Daarom zijn we gegaan voor ‘groot’ op één verdieping, iets wat je in Amsterdam niet vindt. We bouwen een gebouw waarin elke verdieping één woning kan zijn, van maximaal 600 m2. We mikten op drie woningen van 200 m2 per laag. Kortom, de mensen die gekocht hebben, bepaalden zelf de grootte. Echter, als het in de toekomst nodig is om de woningen kleiner te maken, dan kan dat ook. Het gebouw is vrij in te delen,z omdat de leidingen zelf op een eenvoudige manier in de holle vloer aangelegd kunnen worden.”

Tom Frantzen vervolgt: “De woningen in Patch22 hebben een dubbele bestemming: wonen en werken. Daar hebben we met het grondbedrijf behoorlijk over moeten onderhandelen. Maar wil je een duurzaam gebouw maken, dan kan het niet zo zijn dat een functieomschrijving op papier de bruikbaarheid in de weg zit. We hebben daarom de eisen van twee programma’s bovenop elkaar gelegd en daar units van gemaakt die zowel geschikt zijn voor bedrijf als woning. Hier baseren we alles op. De vloerbelasting bijvoorbeeld is twee keer zo hoog als bij een ‘normale’ woning.”

Van hout

Patch22 is een woon- en werkcomplex van hout. Waarom is voor dit materiaal gekozen? Tom Frantzen: “Het klinkt natuurlijk waanzinnig mooi als je praat over het hoogste houten gebouw van Nederland. Daarmee trek je bijzondere mensen aan. Opdrachtgevers zeggen vaak tegen mij: ‘Aan een houten gebouw wagen we ons niet. Dat verkoopt niet.’ Maar dat hebben ze mis. Het feit dat het gebouw van hout is, bleek juist een goed verkoopargument te zijn. Daarnaast is hout een zichzelf vernieuwende grondstof en past daarom goed in de cradle to cradle gedachte, waarbij je alles volledig recyclet. Ons gebouw is niet volledig volgens deze gedachte, maar een aantal aspecten zit er wel in. En ja, hout geeft ook ongelooflijk veel sfeer aan een gebouw. 
Vergeet ook het feit niet dat hout lichter is in vergelijking met prefab en beton. Hierdoor is een snellere en dus goedkopere bouw mogelijk. Al moet dit laatste zich nog 
bewijzen.”

Op een zes meter hoge begane grond verdieping van beton staan zes houten verdiepingen van telkens vier meter hoog. De dragende wanden, de kolommen en de kozijnen zijn van hout en zoveel mogelijk in de natuurlijke kleur uitgevoerd. De vloeren krijgen een betonachtige uitstraling. Patch22 is strak vormgegeven, terwijl de warme uitstraling van het hout dat overal zichtbaar blijft, een extra dimensie toevoegt.

Hoogste houten gebouw van Nederland 5

Eigen opwekking energie: energieneutraal

Patch22 voorziet in eigen opwekking van energie voor alle algemene functies van het pand, en is daarmee energieneutraal. Het bouwfysisch ontwerp is erop gericht om zonder toepassing van koeling een aangenaam binnenklimaat te creëren voor zowel wonen als werken. Indien door een hoge warmtelast koeling noodzakelijk is, kan dit op meerdere manieren duurzaam worden opgelost, onder andere middels een duurzame biobrandstofinstallatie gekoppeld aan de aanwezige leidingen voor vloerverwarming. Op het dak van het gebouw komen PV cellen, Het overschot aan opgewekte energie wordt teruggeleverd aan het elektriciteitsnet dat op deze wijze fungeert als buffer. In de centrale kern van het gebouw wordt een energie-efficiënte lift aangebracht die bij neergaande beweging energie teruglevert aan het net.

Uitdagingen

Het lastigste in de ontwikkeling van het gebouw was onder andere het goed grip krijgen op de brandproblematiek, vernemen we van Tom Frantzen. “Maar uiteindelijk blijkt het toch vrij eenvoudig te zijn. De tijd zit in het voortraject. Verkoold hout is een brandwerend materiaal. Daarom wordt hout vaak om staalconstructies gezet. We hebben de houtconstructies zoveel dikker gemaakt, dat wanneer er een deel van verkoold is, het resterende deel nog steeds aan de constructieve eisen voldoet. We hebben het dus met overdimensionering opgelost. Hier zie je weer de cradle to cradle gedachte terug. Een beetje overdaad is helemaal niet erg als de grondstof zich vernieuwt.” Een andere uitdaging was het vinden van de juiste aannemer. Frantzen vertelt dat er in de praktijk maar weinig aannemers zijn die affiniteit hebben met hout als bouwmateriaal. “Het blijkt met hout lastig calculeren te zijn.”

Hoogste houten gebouw van Nederland 3

Dierbaar

Naar alle verwachting wordt Patch22 begin 2016 opgeleverd; een bijzonder complex van hout. Bijzonder ook omdat het project geen particulier collectief opdrachtgeverschap is. De kopers zijn evenmin mede-opdrachtgevers van het gebouw. Echter wel opdrachtgever van hun eigen inbouwpakket. Frantzen: “We hebben het hele gebouw erop voorbereid dat iedereen volledig vrij is bij het ontwerp van de indeling in zijn lege unit. Een behoefte die bij veel mensen leeft. De zekerheid van een casco dat helemaal klopt mét daarbij eigen ideeën over hoe te wonen in de unit.”

Tom Frantzen tot slot: “We trachten een gebouw neer te zetten dat over 100 jaar nog met liefde gebruikt en verbouwd wordt. Dát is eigenlijk de hoogste vorm van duurzaamheid. Het is pas duurzaam als het ook dierbaar is.”

[tabs]
[tab title=”Tom Frantzen” ]
Hoogste houten gebouw van Nederland portret Tom FrantzenTom Frantzen, de architect van Patch22, richtte na het winnen van de Charlotte Köhlerprijs in 1996 een zelfstandig bureau op, eerst in Eindhoven en later in ‘s Hertogenbosch. In 2002 vestigde hij FRANTZEN et al architecten te Amsterdam en zijn er een aantal gebouwen van zijn hand gerealiseerd. In april 2011 is het woongebouw/verzorgingstehuis De Keyzer opgeleverd dat zich op bijzondere wijze naar de omgeving voegt in de Czaar Peterstraat in het centrum van Amsterdam. Het gebouw verduurzaamt hier de karakteristieke 19e eeuwse stedenbouw die de Czaar Peterbuurt typeert. Tom Frantzen werd voor dit gebouw bekroond met de VKG Architectuurprijs 2011 en de Zuiderkerkprijs 2011 voor het beste woongebouw van Amsterdam. In 2009 richtte hij samen met Claus Oussoren Lemniskade projectontwikkeling op.

[/tab]
[tab title=”Info” ]
Patch 22

Frantzen Facebook Twitter

[/tab]
[/tabs]

Vakmannen in hart en nieren

0
EMPAS BV

Empas is in 1974 opgericht en haar initiële core business was het fabriceren van spuitapparatuur voor de tuinbouw. Sinds 1999 is Empas specialist in de markt van onkruidbeheer op (half) verhardingen en openbare terreinen. Dankzij jarenlange ervaring in de techniek is iedere wens te realiseren. Vakmannen in hart en nieren.

Milieu en duurzaamheid zijn belangrijke speerpunten binnen de organisatie. De machines van Empas zijn allemaal voorzien van innovatieve en milieuvriendelijke heetwatertechnieken. De heetwaterunits gebruiken kokend water voor het bestrijden van onkruid. Het water met een temperatuur van 102 °C verhit de celstructuur van de plant. Door deze temperatuurschok barst de celstructuur van de plant, zodat deze vergaat. Deze duurzame methode zorgt ervoor dat het grondwater niet belast wordt met chemicaliën. Met de strenge regels van de overheid in het verschiet omtrent chemische onkruidbestrijding biedt Empas de oplossing voor duurzaam onkruidbeheer.

Kwaliteitsmachines gegarandeerd

Empas heeft een eigen R&D afdeling waar zij nieuwe machines ontwikkelen en testen. Hierdoor kan het bedrijf de kwaliteit en betrouwbaarheid van haar producten garanderen. De wensen van de klant staan centraal blijkt uit de woorden van directeur Carel Doornenbal: “Wij hebben een antenne voor de wensen van de klant. Doordat wij alles in eigen beheer hebben, is er voor elke vraag een oplossing te bieden. Daarbij komt het feit dat wij door onze jarenlange ervaring in de techniek de klant optimaal kunnen adviseren over het maximaal benutten van de machine”.

Pekelunits

Empas produceert haar pekel­units met de juiste techniek voor het innovatieve Geografische Informatie Systeem (GiS). Dit betekent dat de klant de mogelijkheid heeft om het GiS-systeem op de pekelunit te laten monteren. Deze innovatie zorgt ervoor dat de units nog duurzamer zijn. Met deze stap breidt Empas haar scala aan machines voor milieuvriendelijk beheer van de openbare ruimte uit. Met het GiS-systeem is via een web applicatie onder andere de snelheid van de unit, de locatie van de unit en of deze wel of geen pekel­water afgeeft zichtbaar. In combinatie met de optie rijsnelheid afhankelijke vloeistofafgifte door middel van GPS, maakt dit de unit een duurzame partner voor gladheidsbestrijding.

Ontwikkelingen

De laatste twee jaar heeft Empas meer dan vijftig machines geleverd aan diverse klanten. Het gaat hier om de opbouw voor tractoren of werktuigmachines (Deze kunnen ook voorzien worden met een pekelunit). Het bedrijf zit echter niet stil en is volop bezig met nieuwe innovaties en ontwikkelingen. De laatste ontwikkeling is de verschuiving naar elektrische aandrijving in heetwaterunits. Dit zorgt voor minder uitstoot en is geheel in het straatje van de steeds strenger wordende emissie-eisen. Empas blijft innoveren en is klaar voor een duurzame toekomst.

[tabs]
[tab title=”Empas BV”]
Kruisboog 43
NL-3905 TE VEENENDAAL
T 0318-525888
www.onkruidkoken.nl

[/tab]
[tab title=”MCB-E”]
De MCB-E heeft standaard een watertank van 500 liter. Een watertank van 800 of 1000 liter behoort ook tot de mogelijkheden, afhankelijk van het dragende voertuig dat u kiest. Een vulpomp en het filtersysteem maken het mogelijk om binnen enkele minuten de tank te vullen met oppervlaktewater. De plunjerpomp is voorzien van een drukregelaar/ unloader. Een 72V DC motor drijft den unit aan. De niet elektrische uitvoering MCB gebruikt hiervoor een Honda benzinemotor. De unit heeft een RVS veerhaspel met een werkslang van 20 meter. Bij het standaard pakket hoort een werkpistool met lans en vloeikop. Naast onkruidbestrijding is de unit ook geschikt voor reiniging.

EMPAS BV

[/tab]
[tab title=”MCP”]
De MCP heeft een aanzienlijk hogere capaciteit dan de MCB. Deze unit is speciaal ontwikkeld voor onkruidbeheer op grotere oppervlaktes in de openbare ruimte. De combinatie met een knik-werktuigdrager maakt de inzet zeer flexibel. Voor behandelingen rondom palen en verkeerszuilen is de MCP ook geschikt. De combinatie van werkbak en handset maken de heetwaterunit de perfecte partner voor onkruidbeheer en reiniging. Klein qua afmetingen, maar groot in prestaties.
Empas levert de MCP als opbouwunit die op verschillende werktuigdragers kan functioneren. De hydrauliek PTO van de werktuigdrager zorgt voor de aandrijving van de heetwaterunit. De unit kan eenvoudig gekanteld worden (indien voorziening aanwezig), zodat de werktuigdrager goed toegankelijk blijft.

EMPAS BV 2

[/tab]
[/tabs]

Buiten kan beter

0
Areamasters

Areamasters is de specialist als het gaat over het ontwerpen, aanleggen en duurzaam onderhouden van de buitenruimten van bedrijven en verenigingen. Het bedrijf ziet de buitenruimte als een product waar zorgvuldig mee omgegaan moet worden. Dit is immers anno 2014 bepalend voor je bedrijfsimage en een sterk marketingtool. Buiten kan beter.

Ontzorgen staat bij Areamasters hoog in het vaandel. De tien medewerkers stellen de behoefte van de klant te allen tijde voorop. Transparantie is het sleutelwoord en er wordt meegedacht met de wens van de klant. Bij kinderdagverblijven kun je bijvoorbeeld niet maaien of boren als de kinderen hun middagslaapje houden. Dus moet er gewerkt worden met geluidsvriendelijke machines. De klant staat altijd centraal.

Totaalpakket

Areamasters biedt een totaalpakket voor de buitenruimte. Een partij voor alle werkzaamheden. Met behulp van hun brede kennis en ­achtergrond van tuin- en landschapsinrichting, civiele techniek en bouwkunde wordt er samen met de opdrachtgever een plan van aanpak gemaakt op basis van ambitie en budget. Advies en begeleiding zijn belangrijke pijlers in elk op maat ontwikkeld uitvoeringsplan. Vele buitenterreinen zijn al door de organisatie onder ­handen ­genomen. In Nijmegen is onlangs met man en macht een van de grootste fonteinen op het drukke Takenhofplein schoongemaakt en opgeknapt. Producten die door Areamasters worden aangeboden zijn tegelasbakken, speeltoestellen, straatmeubilair en dooikorrels.

Duurzaam

Het bedrijf werkt uiterst duurzaam en vertaalt dit naar de buitenruimte. Veel groen als CO2 compensatie en ook bestaande materialen worden zoveel mogelijk hergebruikt. Rapportages van alle werkzaamheden worden genoteerd om aan te tonen hoe groen 
deze worden uitgevoerd. Areamasters is hard op weg om hun VCA** en ISO 9001 certificaties te behalen. Referenties kunnen opgevraagd worden bij o.a. UWV, Facilicom Facility Solutions, Thorbecke College, CBRE, WPM, Merin, VNG en Kinderdam kinderopvang.

[tabs]
[tab title=”Areamasters”]
Jan Tinbergstraat 8F
2811 DZ Reeuwijk
M 06-53446959
info@areamasters.nl
www.areamasters.nl

[/tab]
[/tabs]

Allrounder in dakbedekking

0
Feenstra Dakbedekkingen b.v.

Sinds 1994 heeft Feenstra Dakbedekkingen b.v. een stevige reputatie opgebouwd in het Friese Dronrijp. Sinds 2001 zwaait zoon Feenstra de scepter over het bedrijf dat alle vormen van dakbedekking aanbiedt in een gebied dat 1 uur rijden van Dronrijp beslaat Feenstra een allrounder in dakbedekking.

Feenstra Dakbedekkingen is een bedrijf met lange termijn visie. De relaties die zij aangaan zijn geen eendagsvliegen. Sommige opdrachtgevers zijn loyale klanten vanaf de oprichting van de organisatie. Het bedrijf is veelal actief voor VvE’s zoals woningbouwcorporaties, projectontwikkelaars en zorginstellingen. De kracht van Feenstra Dakbedekkingen is dat zij 24/7 bereikbaar zijn voor calamiteiten. De klant staat altijd nummer een bij deze ervaren dakbedekkers. Het bedrijf telt twintig man personeel en is tevens een erkend leerbedrijf waar veel nieuw talent opgeleid wordt.

Specialist

Feenstra Dakbedekkingen is de specialist in alle vormen van dakbedekking met uitzondering van energiedaken. Het bedrijf is gespecialiseerd in bitumineuze dakbedekking, kunststof dakbedekking, EPDM dakbedekking en sedumdaken. De sedumdaken van Feenstra Dakbedekking worden steeds populairder. En dat is niet zonder reden. De sedumdaken zijn geschikt voor ieder dak en worden gesubsidieerd door steeds meer gemeenten in Nederland aangezien ze zorgen voor een gezondere leefomgeving.

Dakisolatie

Wie wil er nu niet op de energierekening besparen? Door het aanbrengen van de dakisolatie van Feenstra Dakbedekkingen bespaart u op de energierekening. Met een goed geïsoleerd dak wordt er optimaal van het comfort geprofiteerd en het is ook veel milieuvriendelijker. Deskundig advies staat bij de organisatie hoog in het vaandel. Zij geven bij elk dak een vrijblijvend gratis dakadvies. Het doel van dit advies is dat het eindresultaat waterdicht is, het een kwantitatieve en een duurzame dakconstructie en dakbedekking oplevert en het een projectgarantie van standaard tien jaar geeft. De garantie kan ook als een verzekerde all-in projectgarantie uitgevoerd worden. Als opdrachtgever is veiligheid van de mensen die aan het dak werken van groot belang. Feenstra Dakbedekkingen kan deze veiligheid garanderen door een op maat gemaakt permanent valbeveiligingssysteem te installeren.

Project

Afgelopen voorjaar heeft het bedrijf een heel bijzonder project uitgevoerd op Terschelling. De vuurtoren ‘De Brandaris’ werd compleet gerenoveerd in samenwerking met Derbigum. Dit was qua logistieke planning een hele uitdaging want de boottijden moesten aangehouden worden.

Duurzaam

Feenstra Dakbedekkingen is een duurzaam bedrijf. Zij zijn VCA** gecertificeerd. Tevens is men lid van Vebidak. Kijk voor alle informatie op: www.feenstra-dakbedekking.nl.

[tabs]
[tab title=”Feenstra Dakbedekkingen b.v.”]
De Alde mar 13
9035 VP Dronrijp
T 0517 239797
F 0517 239798
feenstra@feenstra-dakbedekkingen.nl
www.feenstra-dakbedekkingen.nl

[/tab]
[/tabs]

Glazen overkapping nieuw fenomeen

0
Overkapping Westerbork - Herinneringscentrum Kamp Westerbork 1

Glas is bezig aan opmars, overkapping commandantswoning Westerbork zonder precedent

2 februari jongstleden werd de glazen overkapping onthuld die de commandantswoning in Kamp Westerbork moet bewaren voor komende generaties. Een mega-vitrine is het, een unieke stap in de omgang met erfgoed. De overkapping zet de lijn van 2014 door, als het gaat om spraakmakende publieke gebouwen waarbij glas een prominente rol speelt. Is de overkapping een uniek geval, of markeert het een begin van een tijdperk wat betreft omgang met erfgoed. En welke rol speelt de ontwikkeling van glas als bouwmateriaal daarin?

Het tentoonstellen van allerhande objecten uit het verleden zal zo oud zijn als de mensheid. De laatste honderdvijftig jaar is de maatschappelijke aandacht voor erfgoed echter sterk toegenomen en zeker het laatste decennia wordt steeds meer waarde gehecht aan erfgoed. Er worden steeds nieuwere en betere methoden ontwikkeld en toegepast ter conservering, renovatie en tentoonstelling van historische gebouwen. Het ‘tentoonstellen’ van een compleet gebouw in een vitrine van 12 meter hoog is de nieuwste stap in de omgang met erfgoed. “Een project zonder precedent”, aldus directeur van de Herinneringscentrum Westerbork, Dirk Mulder.
De commandantswoning van Kamp Westerbork kent een atypische geschiedenis. Vandaag de dag wordt het als een belangrijk monument gezien, maar dat is niet altijd zo geweest. In 1939 wordt Kamp Westerbork door de Nederlandse regering aangelegd als opvangcentrum voor Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. In de Tweede Wereldoorlog wordt het kamp door de Nazi’s gebruikt als doorgangskamp naar de in Duitsland, Polen en Oostenrijk gelegen vernietigingskampen. Slechts 5.000 van de 107.000 mensen die via Westerbork werden gedeporteerd overleefden dit.
De oorspronkelijke commandantswoning is in eerste instantie gebouwd voor de directeur van het beoogde vluchtelingenkamp. Tijdens de oorlog wordt het gebouw bewoond door de SS’er Gemmeker, de kampcommandant, die na de oorlog in zijn eigen kamp gevangen wordt gezet met andere NSB’ers en SS‘ers. Eind jaren veertig verandert Westerbork in een militair kampement, daarna in een opvangplaats voor gedemobiliseerde Molukse KNIL-militairen. In deze periode laat de uit Nederlands-Indië gerepatrieerde kolonel Speck Obreen zijn oog vallen op de commandantswoning. Eén van zijn dochters blijft de woning betrekken tot 2007. Deze toevalligheid heeft ervoor gezorgd dat het gebouw niet, zoals de rest van het kamp, is gesloopt.
Na drie jaar van leegstand is de woning in 2010 in het bezit gekomen van Herinneringscentrum Westerbork.
Zij krijgen plotseling het beheer over het enig overgebleven gebouw van het oorspronkelijke kamp, dat te maken heeft met achterstallig onderhoud en verval. Grote vraag is wat er met het gebouw moet gebeuren. Terwijl men hierover nadenkt, wordt het pand, dat afgelegen in het bos ligt, gekraakt. Deze kraak is één van de aanleidingen voor het idee een glazen overkapping om de woning te plaatsen. Volgens Dirk Mulder had de woning zomaar in vlammen kunnen opgaan. “Het is een houten gebouw. In één van de kamers is een open haard, waar de krakers een heerlijk vuurtje stookten. Dat had met een schoorsteen, die sinds jaar en dag niet is geveegd, volstrekt verkeerd kunnen aflopen. Het heeft ons doen beseffen dat het gebouw heel gevaarlijk is voor brandstichting en vandalisme. Daarnaast zou renovatie en conservering regelmatig onderhoud kosten. Dat alles hebben we in één klap kunnen ondervangen met de overkapping.”

Dienend ontwerp

De woning bleek te kwetsbaar om voor het publiek toegankelijk te maken. Het bezoek van een paar honderdduizend bezoekers per jaar zou onoverkomelijke problemen voor de luchtvochtigheid met zich meebrengen. Ook het idee van een glazen overkapping leverde in eerste instantie problemen op voor de conservering van het gebouw. Om de woning goed zichtbaar te maken van buitenaf, was een glazen dak een vereiste. Een goede ventilatie, om een broeikas te voorkomen, was noodzakelijk. Daarom zijn op enkele plaatsen volledige panelen geplaatst uit een weefsel van roestvrijstalen ringen. Een ventilerend maliënkolder dat oogt als glas, maar het is gaas.
Het feit dat er niet kon worden teruggegrepen op voorbeelden elders, maakte het ontwerp- en voorbereidingsproces lang. Diverse specialisten en controleurs werden losgelaten op de berekeningen, met name wat betreft de luchtventilatie. Na een voorbereidingsperiode van drie jaar, duurde de daadwerkelijke bouw slechts drie maanden. Francine Neerhof-Oving, van Oving Architekten, is verantwoordelijk voor het ontwerp. “We hebben vooral geprobeerd geen gebouw te maken, maar een constructie, die tot de essentie is teruggebracht. Geen poespas, of frivole details. Dat was de vraag van het Herinneringscentrum. De aandacht moest zo veel mogelijk gevestigd worden op de commandantswoning. De glazen overkapping moest volledig dienstbaar worden aan het monument, een smaakversterker zijn. Als symbool voor dit project hebben we de term ‘zout’ gebruikt. Als smaakversterker, als conservator, als verwijzing naar de tranen en het verdriet verbonden met de plek. En het gebouw zelf heeft uiteindelijk ook iets weg van een zoutkristal.”
De glazen overkapping trekt wel de aandacht. Simpelweg omdat het groot is, 12 meter hoog en 36 meter diep. Enerzijds is het niet te vermijden dat eerst de overkapping en dan pas de commandantswoning zichtbaar is, anderzijds lag de woning zonder overkapping enigszins verloren en verstopt tussen het struikgewas. De glazen overkapping is door Dirk Mulder omschreven als ‘grootste museumvitrine van Nederland’. Zoals gezegd, een uniek project en een meer dan rigoureuze maatregel. Grootste kritiekpunt vanuit de erfgoedwereld is dat het monument op deze wijze is weggehaald uit de oorspronkelijke omgeving. Anderen vinden het simpelweg geldverspilling. Is het pand echt wel zo belangrijk om hier zo veel geld aan te besteden? Waarom geen renovatie en onderhoud, sinds jaar en dag de gebruikelijke optie voor dergelijk erfgoed.
Het is een curieus noodlot dat juist de commandantswoning bewaard is gebleven, in tegenstelling tot de verblijfplaatsen en de sporen van de gevangenen. Zo vertelt de historie van het gebouw zelf iets over de triviale wijze waarop de geschiedenis van een beladen plek zich kan ontvouwen. Over de Nederlandse omgang met het verleden, of het nu gaat om de Tweede Wereldoorlog, of de omgang met Molukse militairen. De glazen overkapping is een nieuw hoofdstuk in dit verhaal. Maar allermeest is de commandantswoning één van de weinige grote bewijsstukken van de Holocaust in Nederland. De woning is ondanks de lange bewoning bijna geheel oorspronkelijk. Ten opzichte van het originele gebouw is enkel het terras verbouwd tot een serre.
De totstandkoming van het project is mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die een subsidie verleende van 1,6 miljoen euro ter behoud van het pand. Daarnaast speelde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een adviserende rol.
De glazen overkapping kan gezien worden als een maatschappelijk statement. Dat kosten nog moeiten gespaard worden om de onbeschrijflijke verschrikkingen van het Derde Rijk onder de aandacht te houden voor toekomstige generaties. Dat het bewaren van de herinnering belangrijker is dan de huidige aanblik of de ervaring van de bezoeker. Zodoende kent de glazen overkapping een symbolische functie. De toekomst van het herinneren is voor de komende generaties verzekerd.

Studiemateriaal

Voor een dergelijke overkapping was glas als hoofdmateriaal de enige optie. Een gebouw in een reuzenvitrine, een volledig op zichzelf staand project. De vraag is of hiermee een nieuwe manier van omgang met erfgoed is ontstaan. Zal het project navolging krijgen? Zowel Francine Neerhof-Oving als Dirk Mulder verwacht niet dat de glazen overkappingen naar voorbeeld van Westerbork nu als paddenstoelen uit de grond zullen schieten. Daarvoor zijn de omstandigheden van dit monument te uniek. Wel is het project nu al studiemateriaal voor studenten erfgoed aan de UVA en de VU en studenten van de Hanze Hogeschool. Dirk Mulder: “Zoals vaker wanneer iets voor de eerste keer gebeurt, trekt het de belangstelling en brengt het mensen op ideeën. Hoe werkt het, hoe pakt het uit, wat zijn de mogelijkheden en beperkingen van een dergelijke onderneming?”
Met name voor publieke ruimten als musea en stations wordt in het algemeen steeds meer glas gebruikt. Ook voor monumenten die een uitbreiding of een nieuwe entree krijgen, is glas steeds populairder, doordat de mogelijkheden de laatste jaren zijn toegenomen. De glasplaten worden steeds groter, en de berekeningen steeds beter. Bij diverse grote en spraakmakende projecten die in 2014 werden gerealiseerd, speelde glas een dominerende rol. De veelgeprezen Markthal en het Centraal Station te Rotterdam bestaan beide grotendeels uit glas. Ook voor het nieuwe dak in het Gemeentemuseum Den Haag en de uitbreiding van het Mauritshuis werd veel glas gebruikt, terwijl de voor 2015 geplande uitbreiding van het Van Gogh Museum ook uit transparant glas zal worden opgetrokken. Is glas het materiaal van de toekomst? Glas biedt bezoekers overzicht en heeft een gastvrije uitstraling. Om deze reden wordt in het algemeen ook steeds meer glas gebruikt op straatniveau van hoogbouw.
Het materiaalgebruik en de constructie van de overkapping te Westerbork zijn niet het gevolg van vergrote mogelijkheden van glas in de afgelopen jaren, aldus architect Francine Neerhof-Oving. “Een project als dit was ook tien jaar geleden al mogelijk. De glasplaten zijn twee bij drie meter, dat bleek de economisch meest voordelige maat. Vanwege het budget en de geringe toegestane hoogte, is gekozen voor een eenvoudige inklemming van het glas in een aluminium constructie. De glasplaten in de gevel zijn van enkel glas, zodat de warmte in de zomermaanden ‘s nachts makkelijk naar buiten kan. Er is gekozen voor – zeer licht – reflecterend glas, zodat de omgeving, de bomen en het veld van het voormalige kamp enigszins weerspiegeld worden.
Zo is ondervangen dat het gebouw volledig uit de omgeving wordt gehaald.” De spiegeling geeft een dromerig effect, de commandantswoning lijkt uit een andere dimensie en tijd uit de grond te rijzen. Dit fenomeen wordt versterkt door het contrast tussen de overkapping en de woning, waar bewust voor is gekozen. Belangrijk in het pakket van eisen van het Herinneringscentrum was dat de overkapping niet dezelfde materialen mocht bevatten als de woning. Het verschil tussen oud en nieuw moest zo helder mogelijk zijn, het ontwerp zo dienend mogelijk.

Gebroken glas

Het dienende karakter van glas in dit project kent een overeenkomst met de uitbreiding van het Mauritshuis in 2014, waar twee gebouwen, waaronder het oude monument, met elkaar verbonden werden. Ook daar zorgde glas voor een duidelijk onderscheid tussen het monument en de entree en bleef de aandacht op het monument zelf gevestigd. Gebruik van glas slaat zo twee vliegen in één klap. Dit ontwerp was van de hand van Hans van Heeswijk Architecten (zie ook B+U 3, 2014). Deze architect is tevens verantwoordelijk voor de uitwerking van de nieuwe entree voor het Van Gogh Museum in Amsterdam, ook bijna volledig uit glas. Hans van Heeswijk: “Een belangrijke vooruitgang is dat ijzerarm, transparant glas, dat vroeger heel exclusief en duur was, veel gangbaarder is geworden. Tien jaar geleden was dat niet te betalen, destijds hadden we het Van Gogh Museum niet kunnen ontwerpen zoals nu gebeurd is.” De techniek verbetert dus, maar wat ook verbetert is de mogelijkheid tot constructief gebruik. Zoals bij de commandantswoning ook het geval is, zitten glaspanelen vaak in een frame van aluminium. Maar verbeterde rekentechnieken en sterker glas zorgen ervoor dat glas zichzelf steeds beter kan dragen.
Zowel in het geval van het Mauritshuis als bij het Van Gogh Museum werkt Van Heeswijk samen met Octatube, specialist in het ontwerpen en uitvoeren van technisch uitdagende en vernieuwende glasconstructies. Oprichter en algemeen directeur Mick Eekhout houdt zich sinds jaar en dag bezig met de ontwikkeling van onbreekbaar transparant constructiemateriaal. Tot vorige maand was hij werkzaam als hoogleraar Productonwikkeling aan de TU Delft. Het resultaat van zijn werk is verrassend, glazen liggers die gebroken maar toch veilig zijn. “De laatste proeven met gelamineerde liggers betreft het onderzoeken van veilig gebruik van de vinnen. Onze proeven hebben aangetoond dat een volledig over drie lagen gebroken ligger, belast met de gewichten van de afdekkende glaspanelen, weliswaar doorbuigt, maar niet instort. De veiligheid is even groot als bij een metalen balk.” Onder supervisie van het engineersbureau van Octatube worden in China steeds grotere glazen draagvinnen ontwikkeld. Momenteel ligt het maximum op veertien meter, maar elk jaar worden de vinnen groter. Voor de atriumoverdekking uit 2014 van het Gemeentemuseum Den Haag werd een viervoudig gelamineerde glazen ligger ontworpen voor een dakoppervlak van 80 vierkante meter.

Goedkoper glas?

In het geval van de overkapping te Westerbork is het natuurlijk jammer dat de aluminiumconstructie een deel van het zicht op de woning ontneemt. De entree van het Van Gogh museum zal bijvoorbeeld geconstrueerd worden met glazen vinnen als draagconstructie, met enkel in de hoeken en randen stalen buizen van zo’n veertig centimeter. Daartussen worden de glazen gevelplaten ondersteund door glazen liggers. Met toepassing van low iron glas, dat voor het oog zowat ‘onzichtbaar’ is, kan men met een dergelijke constructie een perfecte kubusvitrine om welk gebouw dan ook plaatsen. Budgettair was een dergelijke vitrine in Westerbork echter niet haalbaar. Dergelijke moderne glasconstructies zijn een stuk kostbaarder.
Mick Eekhout heeft wel een idee hoe het allemaal goedkoper kan. De laatste jaren is glas per eenheid niet duurder, of in het geval van transparant glas, zelfs goedkoper geworden. Maar de ontwikkeling om steeds meer en groter glas toe te kunnen passen loopt vooruit op de kennis om glas duurzamer te maken. In die visie van Eekhout zou de glaswereld zich moeten richten op het besparen van energie, wil glas echt het materiaal van de toekomst worden. “Er is een voorstel in de maak waarbij stakeholders en belanghebbenden wereldwijd naar een gezamenlijke besparing van 50% van de geïnvesteerde energie toe willen. Dat moet een samenwerking worden tussen recyclers, glasproducenten, dubbelglasfabrikanten, gevelbouwers, architecten, overheidsdiensten, opdrachtgevers en gebruikers. Dit betreft met name kozijnloze gevels uit dubbel glas, de toepassing daarvan is de afgelopen jaren veel duurder geworden. Er moet een ecologische oplossing bedacht worden die tegelijkertijd kosten kan besparen. Het is ongelooflijk hoeveel energie er in glas zit. Tien jaar geleden sprak ik de directeur van VEGLA, een enorme glasfabrikant in Aken. Die zei met trots in zijn stem dat zijn fabriek evenveel energie verbruikte als de hele stad Aken bij elkaar. Eigenlijk zou hij zich natuurlijk moeten schamen.”

Glazen zonnepanelen

Volgens Eekhout moet over de hele keten worden gezocht naar voordelige manieren om glas toe te passen. Ten eerste kunnen engineering en productiemethoden beter gesystematiseerd worden, zodat er meer herhaalbaar standaardwerk geleverd kan worden, wat uiteraard voordeliger is.
Daarnaast zijn in 25 jaar tijd diverse eisen wat betreft bouwfysica, isolatie, geluidsdichtheid enzovoorts steeds strenger geworden. Het gevolg is dat er steeds dikker glas gebruikt wordt om te bouwen. “De vraag is: kan het glas niet een beetje dunner? Diverse normen moeten onder de loep worden genomen. We zijn doorgeslagen in het vermijden van risico’s. Daarnaast zijn ook architecten geneigd om groots en dus inefficiënt te denken.
Het liefst een zo groot mogelijke glasplaat, ook als dat niet per se nodig is. Glasleveranciers kunnen in deze ontwikkeling een rol spelen door systemen te ontwikkelen die toepassing van dunner glas mogelijk maken. Enerzijds zijn die bedrijven wel geïnteresseerd, om zichzelf zo als koploper in de markt te profileren, anderzijds willen ze vooral kubieke meters glas verkopen, wat weer strijdig is met de gedachte van dunner glas. Op dit moment is het een maatschappelijke overweging om minder energie in glas te stoppen. Maar ook de glasleveranciers hebben een belang, want ik zie de hetze al voor me: ‘glas is verschrikkelijk energieverkwistend: nooit meer doen’.”
De nieuwste ontwikkeling in de glaswereld biedt in ieder geval hoop. Transparante zonnepanelen. Glas dat functioneert als zonnepaneel bestaat al langer en is op grote schaal toegepast bij het dak van het nieuwe Centraal Station van Rotterdam, maar dat glas is niet transparant. Onderzoekers van de Michigan State University hebben het voor elkaar gekregen transparante zonnecellen te fabriceren. Het is echter grotendeels nog toekomst­muziek. De cellen hebben nu een rendement van rond de een procent, waar gestreefd wordt naar vijf procent. Een conventionele zonnecel heeft vijftien procent rendement. Wanneer de ontwikkeling zich echter doorzet betekent dit een gouden toekomst voor zowel glas als de zonnecel. De onderzoekers zijn overtuigd dat grootschalige toepassingen als gevels betaalbaar kunnen worden. De vitrine van de toekomst levert energie op. Voor het Van Gogh Museum en de overkapping in Westerbork komt deze ontwikkeling te laat. Een glazen overkapping uit zonnepanelen, die energie opwekt die direct aan­gewend kan worden ten behoeve van het monument dat overkapt wordt, wie zal het zeggen?

[tabs]
[tab title=”Info” ]

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

[/tab]
[/tabs]

Renovatie ministerie EZ mag door

0
Renovatie ministerie EZ mag door
Renovatie ministerie EZ mag door

Het Rijksvastgoedbedrijf kan doorgaan met de renovatie van B30, het voormalige ministerie van Economische Zaken aan de Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag. Dat is de uitkomst van het kort geding van architect Ruijssenaars tegen de Staat. De rechter heeft zijn eis om de bouw stil te leggen afgewezen. Renovatie ministerie EZ mag door.

Architect Ruijssenaars

Het monumentale gebouw is in 1911 door rijksbouwmeester D. E. C. Knuttel ontworpen, maar door de Amsterdamse architect Ruijssenaars in 1993 grondig gerenoveerd. Hij overkapte onder meer het binnenplein. Vervolgens werd het gebouw aangemerkt als rijksmonument. De Rijksgebouwendienst erkende het auteursrecht van Ruijssenaars toen de nieuwe renovatieplannen op tafel kwamen, zo stond in de dagvaarding. Deze zouden ook binnen de aangegeven marges worden gerespecteerd, maar dat is niet gebeurd, stelde Ruijssenaars.

Het Rijksvastgoedbedrijf stelde daar tegenover dat van verminking geen sprake is: de eerdere verbouwing wordt door sloop ongedaan gemaakt. Dan is het auteursrecht niet meer aan de orde. Ook heeft Ruijssenaars eerder meermalen een aanbod afgewezen om overleg te voeren met de architect van de lopende renovatie.

Gesloopt

De rechter vond Ruijssenaars te laat met zijn kort geding. Grote delen van zijn werk zijn inmiddels al vernietigd. Ook had Ruijssenaars eerder kunnen reageren op het aanbod om overleg te voeren. Bovendien zou het stilleggen van de bouw in dit stadium zeker 200.000 euro per maand kosten. Wel moet Ruijssenaars de complete bouwtekeningen voor de renovatie krijgen.

Na de renovatie komen het Centraal Planbureau, het Planbureau voor de Leefomgeving, het Sociaal en Cultureel Planbureau, het College Bescherming Persoonsgegevens en de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in het gebouw.