Home Blog Pagina 375

Vrijstelling heffing voor duurzame herbestemming niet voldoende voor Aedes

0
Vrijstelling heffing voor sociale herbestemming niet voldoende voor Aedes
Vrijstelling heffing voor sociale herbestemming niet voldoende voor Aedes

Vereniging van woningcorporaties pleit voor investeringsagenda in plaats van vrijstelling verhuurdersheffing

Corporaties die investeren in nieuwe energiezuinige woningen en het ombouwen van leegstaande gebouwen tot woningen hoeven dertig jaar geen verhuurdersheffing te betalen, staat in een plan van minister Blok. ‘Maar we hebben het slechts over een paar miljoen euro op een belasting van 1,7 miljard euro’, aldus Marc Calon, voorzitter van Aedes, vereniging van woningcorporaties.

Een vrijstelling van de verhuurdersheffing helpt woningcorporaties meer energiezuinige woningen te bouwen en leegstaande verzorgingshuizen en kantoorpanden te transformeren tot woningen. Volgens Aedes is een investeringsagenda echter een beter middel dan een vrijstelling van de heffing. Calon: ‘Dan kunnen woningcorporaties weer betaalbare woningen voor huurders bouwen. Dat stimuleert de bouw en de werkgelegenheid pas echt.’ Aedes reageert hiermee op plannen van minister Blok en de doorrekening daarvan door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).

Vrijstelling verhuurdersheffing

Woningcorporaties die leegstaande kantoren of zorgcomplexen ombouwen tot sociale huurwoningen, hoeven in het plan van Blok over die woningen dertig jaar lang geen verhuurdersheffing te betalen. Ook hoeven zij zich bij die woningen niet te houden aan de voorwaarden van het woningwaarderingsstelsel (WWS), het stelsel dat de maximale huurprijs voor een sociale huurwoning bepaalt.
Om het bouwen van betaalbare zeer energiezuinige huurwoningen te stimuleren, wil Blok ook die woningen voor dertig jaar vrijstellen van de verhuurdersheffing. Blok doet dit naar aanleiding van een motie van VVD en PvdA, maar geeft met zijn plan een andere invulling aan die motie. Waar de motie om vermindering of vrijstelling van de heffing vroeg voor vijf jaar, zal de minister dit mogelijk naar dertig jaar oprekken. Mogelijk neemt hij ook de vervangingsnieuwbouw mee, en niet alleen de netto toename van de woningvoorraad.

Effecten maatregelen

Door de economische crisis staat 15 procent van de Nederlandse kantoren leeg. Het kabinetsbeleid om zorgbehoevenden langer zelfstandig te laten wonen, zorgt ervoor dat veel verzorgingshuizen en andere zorgcomplexen leeg komen te staan. De door Blok voorgestelde maatregelen om die leegstand te voorkomen, leveren volgens het EIB een bescheiden aantal nieuwe woningen op: in totaal ongeveer 400 tot 550 extra om te bouwen woningen per jaar in de komende vijf jaar. De verwachting is wel dat er in de komende vijf jaar nog weinig transformaties van verzorgingshuizen zullen plaats vinden
Het EIB heeft de effecten van de voorgestelde maatregelen bij energiezuinige woningen ook doorgerekend. Als deze maatregel alleen geldt voor ‘uitbreidingsnieuwbouw’ (niet ter vervanging van gesloopte woningen), levert deze volgens het EIB slechts 60 extra woningen per jaar op in de komende vijf jaar. Als de maatregel ook voor ‘vervangingsnieuwbouw’ geldt, levert dit 1.375 extra nieuwe sociale huurwoningen per jaar op. Bovendien zullen corporaties circa 3.750 woningen per jaar extra met een betaalbare huur (onder de eerste aftoppingsgrens) kunnen bouwen.

TenneT schiet op met Duitse windenergie

0
TenneT schiet op met Duitse windenergie
TenneT schiet op met Duitse windenergie

Netbeheerder wil opgedane kennis gebruiken voor Nederlandse offshore-windparken

De Nederlandse netbeheerder Tennet legt in snel tempo nieuwe netaansluitingen aan ten behoeve van de Duitse energietransitie. 2.800 MW aan transportcapaciteit voor windenergie is nu beschikbaar op de Duitse Noordzee. Binnen drie maanden heeft de netbeheerder nu de derde netaansluiting op zee met hoge capaciteit in gebruik genomen. SylWin1 kan 864 megawatt (MW) aan offshore-windenergie vanaf de Duitse Noordzee naar het vasteland transporteren om daar in het hoogspanningsnet te worden ingevoed. Daarmee kunnen een miljoen huishoudens van groene stroom worden voorzien.

In totaal is nu circa 2.800 MW aan aansluitcapaciteit voor windparken op de Noordzee opgeleverd. Daarmee voldoet TenneT eerder dan gepland voor bijna de helft aan de uitbreidingsdoelen van de Duitse regering, te weten 6.500 MW in 2020.
“De kennis en ervaring die we in Duitsland hebben opgedaan bij het aansluiten van windenergie op zee wordt op dit moment ingezet voor de ontwikkeling van een net op zee in Nederland”, vertelt Mel Kroon, CEO van TenneT. “op dit moment worden de tracés voor de aansluiting van de windparken voor de kust van Zeeland onderzocht en wordt samen met potentiële windparkontwikkelaars, leveranciers en andere stakeholders bekeken hoe de platforms in Nederland er uit gaan zien. Daarnaast zijn ook de voorbereidingen voor aansluitingen voor de Hollandse Kust gestart.”

Miljoen huishoudens

De gelijkstroomverbinding voor SylWin1, ten noordwesten van het Waddeneiland Sylt gelegen, vestigt zowel qua lengte (205 kilometer) als capaciteit (864 MW) een record. Totaal zal de verbinding ongeveer een miljoen huishoudens kunnen voorzien van groene energie. De bouw van de convertorstations op zee en het vasteland is in opdracht van TenneT uitgevoerd door een consortium met Siemens en Prysmian als hoofdaannemers. De op zee opgewekte windenergie wordt als wisselstroom naar een convertorstation van TenneT gevoerd, daar in gelijkstroom omgezet en via een gelijkstroomkabel naar een convertorstation aan land getransporteerd. Daar wordt de gelijkstroom weer omgezet in wisselstroom, die vervolgens in het hoogspanningsnet wordt ingevoed.

Halverwege

Eind januari en begin februari heeft TenneT in Duitsland met BorWin2 (800 MW) en HelWin1 (576 MW) de eerste twee offshore-aansluitingen met hoge capaciteit opgeleverd. SylWin1 is nu het derde netaansluitingssysteem op zee van deze capaciteitsklasse, dat de mogelijkheid biedt om meer dan één offshore-windpark aan te sluiten.
In totaal heeft TenneT nu zes offshore aansluitingen gerealiseerd. Nog eens zes aansluitingssystemen zijn in aanbouw, waarvan er nog één al in de komende weken zal worden opgeleverd. In totaal verwacht TenneT tussen nu en 2019 rond de 7.100 MW aan aansluitcapaciteit op de Duitse Noordzee te realiseren.

BouwTalent introduceert Associate Degree HBO

0
BouwTalent introduceert Associate Degree HBO
BouwTalent introduceert Associate Degree HBO

BouwTalent start samen met hogeschool Windesheim (op de locatie in Almere) in augustus met een twee jarige HBO opleiding bouwkunde specifiek voor werkvoorbereiders en uitvoerders. De opleiding is bedoeld om jongeren met een MBO-opleiding bouwkunde nog beter klaar te stomen voor deze functies. “Het accent in de opleiding ligt op het in combinatie met technische skills goed leren communiceren en multidisciplinair samenwerken”, legt José Dohle namens BouwTalent uit. BouwTalent introduceert Associate Degree HBO.

Bouwend Nederland vermeldt dat onderzoek dat BouwTalent Noord-Holland & Flevoland samen met Bouwend Nederland in 2013 deed, aanleiding was voor het opzetten van de tweejarige Associate Degree HBO-opleiding. “Toen is aan bouwbedrijven gevraagd wat zij willen dat jongeren met een MBO-diploma bouwkunde op zak ‘kennen en kunnen’ als het gaat om middenkaderfuncties”, legt Dohle uit. “Uit dat onderzoek bleek dat de MBO-opleiding voor die functies onvoldoende aansluiting biedt met de uitvoerende bouw en dat er dus behoefte was aan een aanvullend programma.”

Nieuwe vaardigheden

Ontwikkelingen als energiezuinig bouwen en verbouwen en het herontwikkelen van kantoren tot woningen maken dat bouwprocessen complexer worden. Dohle: “Voor functies als werkvoorbereider en projectleider heb je mensen nodig die processen net wat meer kunnen overzien. Je zit met meer disciplines aan tafel, met aanbestedingstrajecten die ook ingewikkelder worden. Dat maakt dat goed kunnen communiceren en samenwerken steeds belangrijker worden. Al blijven de technische skills natuurlijk ook belangrijk.”

Leerwerktraject

Voor de duale opleiding selecteert BouwTalent 20 studenten en 20 bedrijven. Studenten zitten drie dagen bij een bedrijf en twee dagen op school. Het eerste jaar hebben ze bij BouwTalent een stageovereenkomst en het tweede jaar een werkovereenkomst. Dohle geeft aan dat er onder afgestudeerde MBO’ers genoeg animo is voor de opleiding. “Maar het eerste jaar houden we het bij twintig om te kijken of studenten het traject doorlopen zoals wij het bedacht hebben en of de bedrijven er ook inderdaad de medewerkers aan overhouden die ze zoeken. Want dat is natuurlijk de bedoeling. We willen over twee jaar wel echte toppers aan bedrijven afleveren.”

Challenge ‘Stad van de toekomst’

0
Challenge 'Stad van de toekomst'
Challenge 'Stad van de toekomst'

Wedstrijd voor ontwerpers en iedereen met een goed idee.

Stedelijke leefbaarheid en vernieuwing aanjagen, dat is de gedachte achter de Challenge ´Stad van de Toekomst´. Winnaars krijgen de kans om hun waardevolle initiatieven versneld te verwezenlijken. Het gaat om innovaties die het stedennetwerk van Nederland vooruit brengen en die helpen onze steden leefbaar te houden, nu en in de nabije toekomst.

Innovatie

De challenge is een initiatief van de Agenda Stad en de Innovatie-estafette 2016, in samenwerking met Pakhuis de Zwijger, Kennisland en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
“De grootste uitdagingen van nu manifesteren zich in onze steden. Die steden zijn bij uitstek de broedplaats van nieuwe ideeën, inzichten en werkwijzen. Samen kunnen we de antwoorden op die uitdagingen van nu veel sneller vinden en in de praktijk brengen. Stel je de Stad van de Toekomst eens voor. We wekken veel meer duurzame energie op dan wij nu voor mogelijk houden. Bedrijven, universiteiten, overheid en inwoners werken samen aan innovatieve oplossingen. Die innovatie zorgt voor economische groei – en voor allerlei verbeteringen natuurlijk. En vooral: In onze grote stad werkt en telt iedereen mee.”

Daan Roosegaarde

Een jury onder leiding van Daan Roosegaarde zal de inzendingen voor de Challenge beoordelen. De 20 finalisten krijgen allemaal 10.000 euro groeibudget en mogen deelnemen aan de Urban Accelerator. De uiteindelijke winnaars verdelen een geldbedrag van in totaal 50.000 euro; 20.000 en 10.000 euro voor de nummer 1 en 2 en 20.000 voor de winnaar van de publieksprijs. Inschrijven kan tot 8 juni 2015.
Een informatiebijeenkomst over de challenge op 11 mei is inmiddels volgeboekt, bij extra interesse wordt nog een dergelijke avond georganiseerd.

Nederland scoort op grondreiniging

0
Nederland scoort met grondreiniging
Nederland scoort met grondreiniging

Het overgrote deel van ontgraven verontreinigde grond in Nederland wordt gereinigd en geschikt gemaakt voor hergebruik. Dat concludeert Bodem+, onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving, die ontheffingen voor het stortverbod van verontreinigde grond verleent. Het aantal afgegeven ontheffingen daalt nog steeds. Nederland scoort op grondreiniging.

In Nederland mag grond niet zomaar worden gestort, omdat voor grond een stortverbod geldt volgens het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. Als verontreinigde grond niet kan worden hergebruikt, gereinigd of koud-geïmmobiliseerd dan kan een ontheffing bij Bodem+ worden aangevraagd. Ook wel een verklaring van niet-reinigbaarheid voor verontreinigde grond genoemd. Die ontheffing worden minder en minder toegekend. Er wordt nog maar relatief weinig niet-reinigbare grond gestort. Het stortverbod voor grond functioneert daarmee goed en wordt goed nageleefd.

Kennisexport

Gilbert Boerekamp, afdelingshoofd Bodem+ en 15 jaar ervaringsdeskundige: “De regels rondom afzet en verwerking van verontreinigde grond in Nederland werken goed. Hierdoor kwam in de jaren negentig van de vorige eeuw een professionele reinigingsmarkt tot stand. Tegenwoordig wordt de meeste ontgraven verontreinigde grond, bijna 2,5 miljoen ton per jaar, in ons land gereinigd voor nuttig hergebruik. Storten van grond is echt een vangnet geworden en beperkt zich tot bepaalde verontreinigde klei- of veengronden en grondreinigingsresiduen. De in Nederland gebruikte reinigingstechnieken en -capaciteit zijn zelfs zo adequaat dat de kennis hierover wordt geëxporteerd naar Amerika, Azië en Australië. Daarnaast importeert Nederland verontreinigde grond voor nette verwerking.”

Duurzaam bewerken

De grondbewerkingsbranche richt zich inmiddels steeds meer op reiniging en opwerking van een heel pallet aan minerale afvalstoffen, zoals rioolkolken, gemalen- en veegvuil (RKGV), zeefzanden, AEC-bodemassen en ballastbedgrind die bewerkt worden tot goede secundaire bouwstoffen.
Een andere trend is om steeds duurzamer te bewerken, dus met minder energie- en grondstoffenverbruik. Het stortverbod is in oktober 2013 uitgebreid naar koud-immobiliseerbare grond en blijft ook de komende jaren functioneren als slot op de deur van stortplaatsen om herbruikbare en bewerkbare grond te recyclen.

Waterstofauto goed onderweg

0
Waterstofauto goed onderweg
Waterstofauto goed onderweg

Nederland zet eerste stappen op weg naar rijden op waterstof

Na afloop van het Waterstofforum op 8 april in Rotterdam, is Nederland zeven waterstofauto’s rijker. Rijkswaterstaat, TU Delft, Air Liquide, Linde Gas, de Rotterdamse Taxi Centrale en de gemeente Arnhem bezitten nu allen een Hyundai ix35 Fuel Cell. In Rotterdam (Rhoon) en Helmond staan de eerste voor publiek toegankelijke waterstoftankstation van Nederland. Waterstofauto goed onderweg.

Het tankstation nabij Rotterdam stelt de Rotterdamse Taxicentrale in staat om een waterstofauto in te zetten als reguliere taxi en voor vipvervoer. De overheid investeert met leveranciers van waterstof en gemeenten de komende jaren in een netwerk van waterstoftankstations. Behalve in Rhoon, en Helmond zijn waterstoftankstations gepland in Amsterdam, Arnhem en Delft. Ook zijn er initiatieven voor de aanleg van stations in Eindhoven, Zwolle en Oude Tonge. Volgens staatssecretaris Mansveld van Infrastructuur en Milieu zijn in 2020 twintig waterstoftankstations in Nederland in gebruik.

Energiecentrale

Een waterstofauto is een elektrische auto met een brandstofcel aan boord die elektriciteit uit waterstof en zuurstof maakt. De uitstoot van een waterstofauto is waterdamp. Een bijkomstigheid is dat waterstof duurzaam kan worden geproduceerd en kan worden opgeslagen. Prof. van Wijk van de TU Delft (Future Energy Systems): ‘Een auto wordt doorgaans maar 5% van de tijd gebruikt. De rest van de tijd staat hij geparkeerd. Als de auto geparkeerd staat, kan de brandstofcel nog steeds elektriciteit produceren. Deze elektriciteit kan worden gebruikt in huizen en kantoren. Brandstofcelauto’s hebben daarnaast twee nuttige (en schone) bijproducten: water en warmte, dat we goed kunnen gebruiken.’
Volgens professor Van Wijk zorgen waterstofauto’s voor efficiënter en schoner transport. ‘De elektrische auto wordt een energiecentrale. In de toekomst kan een elektrische auto die op waterstof rijdt ook dienst doen als energiecentrale voor huizen en kantoren. Als de wagen stilstaat, kan de brandstofcel ook elektriciteit produceren en vele woningen van stroom voorzien.’

Green Team Twente

Tanken gebeurt in drie minuten en de actieradius bedraagt zo’n 600 kilometer. Green Team Twente van de Universiteit Twente, onthulde 21 april een nieuwe brandstofauto, waarmee het een gooi wil doen naar de eerste plek tijdens de Shell Eco Marathon in Rotterdam, die plaatsvindt van 21-24 mei.
De H2Zero hoopt een verbruik te halen dat omgerekend naar benzine overeenkomt met duizend kilometer op één liter brandstof. Toyota start volgend jaar als eerste fabrikant met de grootschalige productie van een auto op waterstof. Ook in Europa wordt fors geïnvesteerd in infrastructuur voor het tanken van waterstof, zoals het H2 Mobility Initiative in Duitsland.

In onderstaand filmpje van Green Team Twente wordt kort uitgelegd hoe een waterstofauto werkt:

Splitsingsdam Nieuwe Waterweg aangepakt

0
Splitsingsdam Nieuwe Waterweg aangepakt
Splitsingsdam Nieuwe Waterweg aangepakt

Eerste stap gezet om knelpunt Breediep te verhelpen

Vorige week is de eerste stap gezet in het aanpassen van de splitsingsdam in de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland, waarmee de weg wordt vrijgemaakt voor de verdere werkzaamheden aan het verbreden van Breediep. Onder coördinatie van ingenieursbureau LievenseCSO is de olieleiding die in de dam ligt over een lengte van 700 meter verlegd met een horizontaal gestuurde boring. Splitsingsdam Nieuwe Waterweg aangepakt.

Inkorten splitsingsdam

Door het steeds drukker wordende scheepvaartverkeer, wordt al tijden een knelpunt verwacht in het Breediep. Havenbedrijf Rotterdam is daarom gestart met de voorbereidingen om het Breediep te verbreden naar circa 350 meter op NAP hoogte. Het inkorten van de splitsingsdam, die een verbinding vormt tussen de Nieuwe Waterweg en het Calandkanaal, is daarvoor essentieel. Het aanpassen van de olieleiding in de dam is de eerst voorbereidende stap in dit project.

Bijdrage ontwikkeling havengebied

Tjeerd van der Laag, adjunct-directeur leidingen en infrastructuur bij LievenseCSO: ‘De olieleiding komt vanaf drie olieplatforms in de Noordzee en loopt naar een raffinaderij in het Rotterdams Havengebied. Met een horizontaal gestuurde boring over een lengte van 700 meter is de leiding verlegd. In juni van dit jaar wordt het nieuwe deel van de olieleiding aangesloten. Het is fascinerend om op deze unieke locatie, midden in het havengebied van Rotterdam, een project te realiseren. En mooi om op deze manier een bijdrage te kunnen leveren aan de ontwikkeling van het havengebied.’

Schrijf mee aan nieuwe eurocodes veilige bouwconstructies

0
Schrijf mee aan nieuwe Eurocodes veilige bouwconstructies
Schrijf mee aan nieuwe Eurocodes veilige bouwconstructies

Onlangs is een 6-jarig werkprogramma gelanceerd voor het ontwikkelen van een volgende generatie van Europese normen voor bouw- en geotechnische ontwerpen. Dit werkprogramma wordt ondersteund door de Europese Commissie. De nieuwe normen worden naar verwachting gepubliceerd in 2020. Nieuwe technologieën en marktbehoeften worden erin verwerkt, met een uitbreiding van de scope van de bestaande Structurele Eurocodes (EN 1990 –EN 1999) als resultaat.

Projectteams zullen worden aangesteld en zullen het schrijven van de concepten op zich nemen. De projectteams zijn verantwoording verschuldigd aan de CEN Technische Commissie die verantwoordelijk is voor deze normen, CEN/TC 250 genaamd. Via de zogenoemde Call for Tender worden experts opgeroepen zich te melden. Experts kunnen een voorstel indienen om deel te nemen aan één of meer projectteams, die de eerste fase van het werk gaan uitvoeren. De Call for Tender wordt door NEN gecoördineerd, in nauwe samenwerking met CEN, het Europese normalisatie-instituut, en BSI, het Britse Normalisatie-instituut. BSI voert het secretariaat voor CEN/TC 250.

Belangrijke mijlpaal

De voorzitter van CEN/TC 250, Professor Steve Denton Freng, zei naar aanleiding van de oproep voor experts op 7 april 2015: “De publicatie van de eerste generatie van de Structurele Eurocodes vloeide voort uit een meer dan 30 jaar durende gezamenlijke inspanning. De Call for Tender markeert nu een belangrijke mijlpaal in ons werk, om de normen up-to-date en wereldwijd erkent te houden.
We erkennen echter de behoefte aan stabiliteit en tot aan de publicatie van de gereviseerde normen kunnen gebruikers er op rekenen dat veranderingen in de huidige set van Eurocodes slechts in buitengewone omstandigheden zullen worden doorgevoerd. Verder zullen we, om de Eurocodes te kunnen evolueren, ontwerpers centraal zetten in ons wek, met oog op het verhogen van het gebruikersgemak van de normen.”

Meer informatie kunt u vinden op de NEN en CEN websites (nen.nl/eurocodes2020). De sluitingsdatum voor het indienen van voorstellen om aan het werk deel te nemen is 25 mei 2015.

Architectenbranche klimt uit dal

0
Architectenbranche klimt uit dal
Architectenbranche klimt uit dal

Het werk van architectenbureaus neemt voor het eerst sinds 2008 structureel toe. Dit betekent een einde aan een jarenlange neergaande trend. Dat blijkt uit een conjunctuurmeting van de branchevereniging van Nederlandse architectenbureaus BNA. De werkvoorraad per architect is verbeterd van gemiddeld 3,5 naar 4,3 maanden. ‘De branche klimt uit het dal. Daar zijn we blij mee. Een echte blos op de wangen ontbreekt nog. Bureaus verdienen nog te weinig om te kunnen investeren. Dit belemmert innovatie en daarmee het ondernemersklimaat van de branche,’ aldus BNA-directeur Fred Schoorl. Transformatie, hergebruik en verduurzaming van bestaande bouw zijn, naast woningen, groeimarkten. Architectenbranche klimt uit dal.

Het aantal bureaus dat meer opdrachten en omzet verwacht, neemt toe. Het honorarium blijft gelijk. Bijna de helft van de bureaus verwacht een omzetstijging voor heel 2015. De verwachtingen voor 2015 zijn positiever dan die in het najaar van 2014 voor 2015. Een meerderheid spreekt echter nog wel van een kleine werkvoorraad. Voornaamste productiebelemmeringen zijn onvoldoende opdrachten en financiering.

Geen groei werkgelegenheid

Van een duidelijke groei van de werkgelegenheid is nog geen sprake, ondanks het feit dat sommige bureaus weer groeien. In de afgelopen jaren is er een enorme teruggang geweest van het aantal banen. Bureaus verwachten in 2015 niet meteen weer veel mensen te gaan aannemen. De stijging in de werkvoorraad en omzet worden door bureaus vooral opgevangen met de huidige bezetting, waar nodig aangevuld met een flexibele schil. Deze schil bestaat uit ingehuurde en gedetacheerde krachten.

gemiddeld aantal maanden werkvoorraad:
Voor hoeveel maanden is er werkvoorraad?
Bron: BNA conjunctuurmeting voorjaar, Panteia

Herstel door particulieren, transformatie en verduurzaming

De aanwezige groei komt vooral van de particulieren. Het verlaagde btw-tarief voor woningrenovaties, de aantrekkende woningmarkt en de historisch lage hypotheekrente spelen hierbij een belangrijke rol. Projectontwikkelaars en corporaties zijn nog steeds niet in beeld als het gaat om omzetgroei. Van een kantorenmarkt is nauwelijks nog sprake. Transformatie en hergebruik en verduurzaming van bestaande bouw zijn naast woningen en gemengde projecten de gebieden waar groei zit.

Op radio 1 gaf BNA-directeur Fred Schoorl tekst en uitleg bij de conjunctuurcijfers.

Verkeerslawaai steeds groter probleem

0
Verkeerslawaai steeds groter probleem
Verkeerslawaai steeds groter probleem

Uit groot onderzoek van kennisinstituut CROW-KPvV blijkt dat geluidshinder veroorzaakt door verkeer een groot probleem is voor de volksgezondheid. En de prognose is dat geluidshinder de komende jaren alleen nog maar toe zal nemen. volgens de onderzoekers zal in 2020 zal de schade door geluidshinder aan mensen even groot zijn als de schade veroorzaakt door verkeersongevallen. Als belangrijkste veroorzakers van geluidshinder in woonomgeving worden personen- en vrachtauto’s en brom- en snorfietsen genoemd. Verkeerslawaai steeds groter probleem.

Ernstige gevolgen

Geluidshinder wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie aangewezen als veroorzaker van hart- en vaatziekten door onder meer stress. Met name de negatieve invloed op de nachtrust kan ernstige gevolgen hebben.
Volgens het onderzoek hebben tussen de 600.000 en 800.000 Nederlanders ernstige hinder van verkeerslawaai. De onderzoekers omschrijven hinder als ’Een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid dat optreedt wanneer herrie iemands gedachten, gevoelens of activiteiten beïnvloedt.’
Zo’n 300.000 mensen zouden slaapproblemen ondervinden door verkeerslawaai. Jaarlijks worden zo’n 84 hartinfarcten in verband gebracht met blootstelling aan verkeerslawaai.

Gevelisolatie, geluidswallen en stiller wegdek

Omgevingsgeluid veroorzaakt door wegverkeer neemt in Nederland neemt alsmaar toe, terwijl het lawaai door treinen en vliegtuigen ongeveer gelijk blijft. Vooral in de gebieden waar het nu relatief rustiger is, zal de overlast van wegverkeer voorlopig nog verder toenemen door drukkere en nieuwe wegen.
Op dit moment zijn 445.000 woningen bij de overheid aangemeld die met geluidsoverlast te maken hebben. Noord- en Zuid-Holland kennen de meeste huizen met geluidshinder. Voor een derde van deze woningen zijn inmiddels maatregelen genomen in de vorm van geluidswallen, gevelisolatie of een stiller wegdek. Met de uitkomst van dit onderzoek kan verwacht worden dat van overheidswege de komende tijd meer in dergelijke maatregelen geïnvesteerd zal worden. Aangezien de toename van verkeer lastig is tegen te gaan, is er behoefte aan creatieve en maatgerichte oplossingen.