Home Blog Pagina 394

Rijk draagt 31 monumenten over

0
Monumenten

Het Rijk draagt 31 monumentale kastelen, ruïnes, huizen, kerken, praalgraven en gedenknaalden over aan de Nationale Monumentenorganisatie (NMo). De panden en objecten moeten goed bewaard en beheerd worden, maar dat is geen taak voor de Rijksoverheid. De NMO krijgt eenmalig 61 miljoen voor het toekomstige onderhoud en beheer van de monumenten. Het Rijk geeft er dan verder geen geld meer aan uit. Dat staat in een brief van minister Blok (Wonen en Rijksdienst) aan de Tweede Kamer.

Geen functie

De panden en objecten die over gaan naar de Nationale Monumentenorganisatie zijn van oudsher in eigendom van het Rijk. Ze hebben voor het Rijk echter geen functie. Minister Blok wil dat het Rijksvastgoedbedrijf alleen panden beheert die het Rijk echt nodig heeft, zoals kazernes, gevangenissen en kantoren voor rijksambtenaren.

Monumentale waarde

De panden en objecten die naar de Nationale Monumentenorganisatie gaan, zijn het waard om goed behouden en beheerd te worden. Het gaat bijvoorbeeld om de ruïne van Brederode in Santpoort, de vesting Naarden, de Sassenpoort in Zwolle, de Onze Lieve Vrouwenkerk in Veere en gedenknaalden in Heemstede en Apeldoorn.

Geen bezuiniging

De overdracht van de panden en objecten is geen bezuiniging. Tot nu toe kost het beheer van de objecten rond de 5 miljoen euro per jaar. Dat hoeft het Rijk na de overdracht niet meer uit te geven. Maar tegelijkertijd krijgt de Nationale Monumentenorganisatie eenmalig een ‘bruidsschat’ van 61 miljoen mee. Uit dat fonds kan de organisatie alle panden onderhouden of exploiteren. Door de inzet van vrijwilligers en door gebruik te maken van andere geldbronnen, kan de NMO dat efficiënter doen dan het Rijk.

Nationale Monumentenorganisatie

De Nationale Monumentenorganisatie is een koepel van grote, professionele monumentenorganisaties. Bij de Nationale Monumentenorganisatie zijn momenteel aangesloten: Vereniging Hendrik de Keyser, Maatschappij tot Stadsherstel (Deventer), Utrechtse Maatschappij tot Stadsherstel N.V., Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen, Woningstichting Van Alkmaer voor Wonen, N.V. Monumentenfonds Brabant, Nationale Maatschappij tot behoud, ontwikkeling en exploitatie van Industrieel Erfgoed (BOEI) en Vereniging Natuurmonumenten. De vereniging staat open voor andere professionele monumentenorganisaties om zich aan te sluiten.

Versoepeling eisen Bouwbesluit 2012

0
eisen bouwbesluit 2012

Minister Blok heeft afgelopen week een voorstel voor een wetswijziging ingediend. In dit voorstel staat dat het eenvoudiger moet zijn om zelf te bouwen. Het wordt vanaf 1 juli 2015 eenvoudiger om als particulier een huis te bouwen. De veranderingen zijn van toepassing op het Bouwbesluit 2012.

In het voorstel staat date r meer vrijheid voor ontwerpen van een eigen huis bij bijvoorbeeld de trappen, de hoogte van het plafond en de omvang van de badkamer en het toilet. De wijzigingen zijn al eerder getest in drie gemeenten, onder de Crisis- en Herstelwet. Dit was succesvol en het wordt nu dan ook landelijk ingevoerd.

Studentenwoningen

Naast eigenbouw van particulieren worden ook de regels voor het bouwen van studentenwoningen versoepeld. Zo is het niet meer verplicht een balkon en fietsenhok bij een studentenwoning te bouwen. Daarnaast gaat de eis van het minimale oppervlakte omlaag. Zo moest een studentenwoning voorheen minimaal 18 m2, nu is dat 15 m2. Deze versoepelde regels moeten het bouwen van studentenwoningen aantrekkelijker maken voor investeerders.

Toegankelijkheid

Ook zijn er wijzigingen gemaakt met betrekking op de toegankelijkheid van openbare gebouwen voor minder beperkten. De huidige eisen worden aangescherpt, zo moet een hoofdingang altijd rolstoeltoegankelijk zijn. In het gebouw moet minsten 80 procent toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. Voor winkels is er de eis gesteld van 60 procent. Gebouwen waar de eis technisch niet haalbaar is geldt een eis van 40 procent. Deze eisen gelden ook vanaf 1 juli 2015.

Begroeide daken

0
Begroeide Daken 2

De Green Deal Groene Daken organiseerde een brainstormsessie bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) in Wageningen. Centraal stond de vraag ‘Hoe creëren we een win-win verdienmodel voor groene daken?’ Het was de tweede kennisbijeenkomst. De eerste sessie vond plaats eind 2014 na de ondertekening van de Green Deal, begin september, met staatssecretaris Sharon Dijksma. Deze stond in het teken van kennismaking en oriëntatie.

Tijdens deze sessie presenteerde Friso Klapwijk, aanwezig namens de VHG als ondertekenaar en voor de dakdokters afgevaardigd van de club ‘Amsterdam Rooftop Solutions’ de voordelen van ‘groendaken’ en Christoph Maria Ravesloot, lector Innovatiemodellen Duurzame Energie onderzoeksthema Techniek van InHolland hogeschool de waarde van begroeide daken. Cristoph Maria gaf direct aan dat hij zich enigszins een Don Quichot voelt op het gebied van de terminologie: “begroeide daken is de enige juiste benaming maar de term groendak is helaas veel meer ingeburgerd, maar dekt zeker niet de lading. Ik ben wel bang dat ik het na zo’n lange tijd ga afleggen.”

Friso Klapwijk vertelde over de 12 thema’s met 47 publieke voordelen van begroeide daken en 18 private voordelen die in zijn gemeente met alle deelnemende bedrijven aan ‘Amsterdam Rooftop Solutions’ samengesteld werden. De thema’s variëren van opbrengsten Urban heat island mitigatie tot de stedelijke voedselproductie, verbetering biodiversiteit, geluidsdemping, esthetica, verbeteringen welzijn van de mens tot vastgoedwaarden, werkgelegenheid en lokale verbetering van wateropvang, middels waterbuffering. Belangrijkste vraag in de gesprekken met stakeholders was: Voor wie is welke waarde wat waard? Ze ontdekten dat voor de ene stakeholder bijvoorbeeld koeling van belang is en voor de andere het groene uitzicht. Het overzicht met waarden is van belang om het gesprek te voeren. Hij betoogt dat het niet alleen over inhoud gaat, maar ook over marketing om dakeigenaren mee te krijgen.

Ravesloot ging in op de waarde van begroeide daken en hoe je deze waarde in cijfers uit kunt drukken door middel van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA Model) De rekentool is indertijd uitgewerkt door studenten van de Hogeschool in Rotterdam samen met de gemeente Rotterdam. De tool maakt een vergelijking voor 20 jaar en 40 jaar. “MKBA’s dien je met argwaan te benaderen, ze leveren cijfers op, maar hoe hard zijn die cijfers? En aan alleen een waarde in euro’s heb je niet genoeg voor het beoordelen van de waarde van een begroeid dak. Partijen moeten in eerste instantie echt een begroeid dak willen”, aldus Christoph. Maria en hij waarschuwt bovendien dat de WOZ waarde toeneemt met een begroeid dak, waardoor de waterschapsbelasting ook wordt verhoogd in het huidige systeem. Door de BTW en inkomstenbelasting op arbeid vloeit bovendien de helft van de investering terug in de staatskas. “Kortom, een MKBA kan het gesprek met stakeholders ondersteunen, maar moet geen doel op zich zijn.”
De conclusies van beide sprekers kwamen aardig overeen met het vervolg van de brainstormsessie: De uitdaging zit in het voor elkaar krijgen van de investering van verschillende partijen die ook zullen mee profiteren van de maatschappelijke baten van begroeide daken. Bovendien moet je het gewoon doen!

Wat maakt een dak geschikt?

Om tot een verdienmodel te komen is het van belang eerst het type dak met de dakeigenaar te definiëren.
“We hebben gekeken naar particuliere woningen vooral van een VvE en particuliere eigenaar; huurwoningen van de woningcorporatie; bedrijfsmatige panden zoals een kantoor of fabriek; commercieel (verhuurbaar) vastgoed én publieke gebouwen zoals scholen, sporthallen, gemeentehuis of theater. Niet voor ieder type woning zal het even eenvoudig zijn om te komen tot een rendabel verdienmodel”, erkent Steegman, directeur van Leven op Daken, initiator van de Green Deal. “In de ­particuliere woningbouw is het dakoppervlak vaak te klein, en bovendien is de hellingshoek waar de dak­pannen op liggen voor een standaard begroeid dak meestal te groot. Maar zijn er ook veel mogelijkheden die nu nog onbenut blijven. Dat komt mede omdat er vaak naar de directe opbrengsten wordt gekeken en de maatschappelijke meerwaarde niet mee wordt genomen.”

Begroeide Daken Ecopan

‘Dak-dating’

De maatschappelijke meerwaarde is een moeilijk grijpbaar begrip voor velen. “Tijdens een van de sessies noemde iemand het woord ‘dak-dating’. Die term omvat een groot deel van de lading. Door een begroeid dak aan te leggen, kun je ontmoetingsruimten creëren en een buitenruimte waar het goed toeven is. Inventieve nieuwe dakconcepten. Dat kan voor woningcorporaties en vastgoedondernemers heel interessant zijn. Weliswaar verhoogt het de huurprijs niet, maar de verhuurbaarheid is er wel extra bij gebaat.” Steegman wijst er verder op dat er zowel maatschappelijk als financieel winst te behalen is door daken anders te benutten. “Zowel gemeenten, zorg- en schadeverzekeraars als waterschappen hebben er allen baat bij dat er meer begroeide daken worden gerealiseerd waarbij ook regenwater wordt vastgehouden. Ook de leverancier/ producent profiteert bij de ontwikkelingen van inventieve gebruiksdaken. Als alle partijen afzonderlijk al een deel van die winst terug geven aan alle opdrachtgevers/ eigenaren ontstaat een win-winsituatie en zal er veel meer groen op daken worden gerealiseerd”

Resultaat vijf concepten verdienmodel

Vanuit deze tweede brainstormsessie ontstond een eerste selectie voor de verder uit te werken concepten:

[table caption=”Brainstorm” width=”640″ colwidth=”200|440″ colalign=”left|left”]
Klimaat & energie winst, Combinatie van sparen op waterafvoer en energiebesparing door lagere koellast en hitte stress.
Biodiversiteit verbeteraar, Via het concept ecosysteemdiensten de biodiversiteit verbeteren in de stedelijke omgeving.
Sociale werkgelegenheid,Het dak als sociale werkplaats om kansrijken zonder baan dagritme; scholing; structuur en stimulans te bieden.
Dak-dating,Openbare / publieke gebruiksdaken met elkaar verbinden en zo de sociale cohesie versterken.
Dak-markt,Extra ruimte op dak biedt mogelijkheden als “showroom” en dus een nieuwe markt met andere klanten.
[/table]

Voor het vervolg van de volgende sessies worden de vijf concepten voor een verdienmodel samen in separate werkgroepen verder uitgewerkt. In juni is een volgende plenaire sessie om de resultaten van de werkgroepen te bespreken, en van daaruit door te pakken naar kansen en knelpunten, onder meer in wet- en regelgeving. Wilt u betrokken worden bij de Green Deal Groene Daken of participeren in de vijf concepten verdienmodel dan kunt u contact opnemen met Anne-Marie Bor via Ambor creatie.

[tabs]
[tab title=”Droombeeld / toekomstvisie 2030″ ]
Om zicht te krijgen op een gezamenlijk toekomstbeeld voor Groene Daken in Nederland, nam procesbegeleider Anne-Marie Bor de deelnemers mee naar het jaar 2030. Wat is er dan zichtbaar van de resultaten van deze Green Deal? Waar praat iedereen over? We zien de volgende beelden:

[table caption=”Algemeen” width=”580″ colwidth=”580″colalign=”left”]
Begroeide daken zijn vanzelfsprekend.
Begroeide daken integraal bij ontwerp.
Woningbouw hellende begroeide daken in plaats van dakpannen: de voor en tegens worden duidelijker in de woonwijken zichtbaar: de verzachting zet zich steeds meer door maar de was droogt op zolder minder snel!
[/table]

[table caption=”A. klimaat” width=”580″ colwidth=”580″ colalign=”left”]
Binnensteden minder heet dan in 2010.
Minder waterschade na hevige regenbuien door minder water naar AWZI afvalwater beter gebruiken voor fosfaatterugwinning en energie.
Airco wordt verboden dakbouwers bieden verticale groenmuren als alternatief aan.
Energie uit begroeide daken verdringen zonnepanelen.
Groene daken zijn water gestuurde substraatloze daken die de energiehuishouding sturen en uiterst biodivers zijn.
[/table]

[table caption=”B. biodiversiteit” width=”580″ colwidth=”580″ colalign=”left”]
Bever op natuurdak midden NL.
Sedum woestijn neemt af steeds meer echte natuur op daken.
Vlinders zorgen voor overlast.
Rode lijst aanzienlijk gekrompen door populariteit groene daken.
Eerste natuurgebied op het dak geopend.
Hoger biodiversiteit/natuurwaarde/refugium.
Zeldzame planten ontdekt op het dak.
Toename van fauna in de stad/wijk.
De groene stad gaat niet over bomen maar daken.
GDGD bijdrage 2030: boost gegeven aan biodiversiteit.
Groene tuin op parkeergarage verplicht in het kader van biodiversiteit.
[/table]

[table caption=”C. gezondheid” width=”580″ colwidth=”580″ colalign=”left”]
Luchtkwaliteit verbeterd.
Hitte-eiland effect deels tot staan gebracht.
Whats App: “ben lekker aan het werk op het dakterras/tuindak van kantoor: frisse lucht en daardoor veel inspiratie.”
[/table]

[table caption=”D. (esthetische/gebruiks) waarde” width=”580″ colwidth=”580″ colalign=”left”]
2030: NL volledig groen daklandschap
Luchtfoto’s geven aan: groendak is normaal – de vraag is alleen: welk type op mijn dak?
Geen tweets meer want groendak zit op alle daken is opgenomen als standaard bouwmethode en geen nieuws meer er wordt alleen getwitterd uit protest als er nog een dak zonder groen wordt aangelegd!
50% van de scharreleieren komt van de dakkippen.
70% van de groenten op school komt van eigen dak.
Nederlandse insectenproducent breidt uit op daken Amsterdam.
[/table]

[table caption=”E. kosten/baten” width=”580″ colwidth=”580″ colalign=”left”]
Dak-lasermaaier verder vernieuwd.
Grondprijs daalt door meervoudig dakgebruik.
[/table]

[/tab]
[/tabs]

Nederland beter beschermen tegen hoogwater

0
Nederland beter beschermen tegen hoogwater 1

Taskforce Deltatechnologie wil Nederland sneller, goedkoper en beter beschermen tegen hoogwater

Nederland beter beschermen tegen hoogwater: Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft vorige maand besloten voor de versterking van 33 km van de Markermeerdijken te werken met een zogeheten alliantiecontract. Het gebruik van die contractvorm is betrekkelijk nieuw binnen de waterbouw. In een alliantie delen opdrachtgever en bouwer de verantwoordelijkheid voor het project, zoeken samen oplossingen en delen winst en verlies. Deze marktbenadering kwam tot stand in samenwerking met de Taskforce Deltatechnologie, zo bericht Bouwend Nederland.

Complex

Voorzitter Jelke Jan de With is trots dat het Hoogheemraadschap zijn nek heeft durven uitsteken voor deze innovatieve vorm van aanbesteden. “Een traditionele marktbenadering is niet geschikt voor een groot, complex project als versterking van de Markermeerdijken. Daarbij zou het waterschap zijn opgave zelf helemaal moeten uitwerken tot “een volledig dichtgetimmerd bestek”, dat pas daarna wordt aanbesteed. “Voordat je daar bent, ben je weer jaren verder”, zegt De With vanuit de ervaring met grote infrastructuurprojecten, die hij ooit als directeur bij Boskalis en Ballast Nedam opdeed. “Na zoveel jaren studeren ben je de bevolking kwijt.”

Gevaar

En dat is lang niet het enige nadeel. In de traditionele manier van aanbesteden wordt de bouwer pas aan het eind betrokken. Dan heeft een opdrachtgever – en in de Deltasector is dat steevast de overheid – al gekozen voor een oplossing. Of dat ook echt de beste oplossing was, is niet getoetst in de markt, aldus De With. De consequentie daarvan kan zijn dat de opdrachtgever, ondanks de lange aanlooptijd, geen optimaal resultaat behaalt en vaak met tijd- en budgetoverschrijdingen te maken krijgt.“Dat moet anders”, concludeerden De Taskforce en het Hoogheemraadschap. Want de zeespiegel stijgt door de klimaatverandering, terwijl de bodem op kwetsbare plaatsen in Nederland daalt. Daardoor neemt het gevaar van overstromingen toe. Op basis van de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s, die Nederland daartegen beschermen, moeten er tot 2022 twee keer zoveel dijken versterkt worden dan tot nu toe gebeurt. “We hebben niet meer de tijd om deze projecten op de oude manier te doen. Het moet 3 keer sneller, beter en goedkoper,” benadrukt De With.

Taskforce

Vanuit die gedachte is in 2013 de Taskforce opgericht vanuit de topsector Water. Die bundelt de kennis van droge en natte waterbouwers, ingenieursbureaus en zowel het MKB als het grootbedrijf, met ondersteuning vanuit Bouwend Nederland, de Vereniging van Waterbouwers en NLIngenieurs. De Taskforce adviseert publieke opdrachtgevers om vroegtijdig de kennis uit de markt te benutten bij een versnelde aanbestedingsstrategie. Daarin wordt het project op integrale wijze bekeken. Aspecten zoals water, veiligheid, leefbaarheid en een kwaliteitsimpuls voor de omgeving worden gecombineerd met innovatie. De Taskforce bracht bijvoorbeeld eerder een advies uit over de aanpak van het project Marker Wadden. Ook denkt TFDT mee over projecten als Multiwaterwerken en Self Supporting River Systems.In het geval van de Markermeerdijken, waaraan niets meer ingrijpend is veranderd sinds de grote Watersnood rond de vroegere Zuiderzee in 1916, bood de Taskforce het Hoogheemraadschap zijn diensten vrijblijvend aan. Eerder dit voorjaar ging de Taskforce van start. “Binnen 1 maand hadden we de vraagstelling klaar en na 5 à 6 maanden hadden we een advies liggen”, licht De With toe. We zijn samen met het hoogheemraadschap tot de conclusie gekomen dat een alliantiecontract de beste oplossing is, omdat er meer partijen nodig zijn om de risico’s van het project te dragen. Hierdoor wordt een aanzienlijke versnelling bereikt en komt er veel ruimte voor innovatie.

Visie

Hoewel Jelke Jan de With heel blij is met het vertrouwen van het Hoogheemraadschap en van het Nationaal Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) ziet hij nog meer kansen. “We hebben ons met ons advies gericht op de 33 km Markermeerdijken die op grond van het HWBP2 versterkt moeten worden, maar we kwamen erachter dat er op grond van het HWBP (voorheen nieuw HWBP) later nog eens stuk van 15 km Markermeerdijken verstevigd moeten worden. Het is voor de burger moeilijk te begrijpen waarom je eerst alleen het ene stuk met dijken aanpakt en enkele jaren later met de rest begint. Ons advies is om direct te komen met een totaalvisie voor alle Markermeerdijken, van Hoorn tot Amsterdam. We hopen dat dit advies overgenomen wordt.”

Hier meer info over de dijkversterkingen in Noord Holland en de noodzaak daarvan.

Prins Friso Ingenieursprijs

0
Prins Friso Ingenieursprijs

Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) is verheugd en trots dat de naam van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Friso wordt verbonden aan de verkiezing van de Ingenieur van het Jaar, een jaarlijkse prijs die door het instituut toegekend wordt. De eerste Prins Friso Ingenieursprijs wordt op de Dag van de Ingenieur op 18 maart 2015 op de Universiteit Twente uitgereikt, zo bericht KIVI.

Eren

Prins Friso was ingenieur werktuigbouwkunde en lucht- en ruimtevaarttechniek en een zeer gewaardeerd lid van KIVI. Hij bewoog zich nadrukkelijk op het snijvlak van ingenieurswetenschappen en maatschappij. Zijn inspirerende nalatenschap aan de ingenieurswereld maakt het bijzonder passend om de Ingenieur van het Jaar vanaf 2015 te eren met de jaarlijks terugkerende Prins Friso Ingenieursprijs. De instelling van de Prins Friso Ingenieursprijs bouwt voort op de banden die KIVI sinds haar oprichting heeft met de Koninklijke familie.

Vakoverstijgend

De Prins heeft zijn kennis en vaardigheden altijd vakoverstijgend en in brede context ingezet. Hij wees daarbij steeds op het belang van innovatie en het interesseren van jongeren voor techniek. Het verbinden van de naam van Prins Friso aan de ingenieursprijs geeft deze een bijzonder elan en is van grote waarde om het maatschappelijk belang van ingenieurs te onderstrepen. KIVI is ervan overtuigd dat dit jongeren zal inspireren om te kiezen voor een technische studie en de verworven kennis in te zetten voor de samenleving.

Nomineren

Nominaties voor de Prins Friso Ingenieursprijs kunnen worden ingediend tot 12 januari 2015. In aanmerking komen ingenieurs (ir. en ing.) die zich in hun werk onderscheiden door de vier volgende competenties:
[list color=”dark”]

  • Innoverend vermogen: een duidelijke visie en onderscheidend werk
  • Ondernemerschap: initiatief, ambitie en durf
  • Persoonlijkheid: authenticiteit, inspirerend vermogen en communicatieve vaardigheden
  • Maatschappelijke impact: sociaal bewustzijn en betrokkenheid bij maatschappelijke thema’s

[/list]

Een uitgebreid overzicht van de criteria en de selectieprocedure zijn hier beschikbaar.

Agendatip: Week van de Bouw 2015

0
Week van de Bouw

Van maandag 9 t/m vrijdag 13 februari 2015 vindt de eerste editie van de Week van de Bouw plaats in de Jaarbeurs in Utrecht. Dat betekent dat alle schakels van bouw en vastgoed op één locatie te vinden zijn. De Week is een combinatie van vakbeurzen, Gala van de Nederlandse Bouw met de uitreiking van de Nederlandse Bouwprijzen, netwerkbijeenkomsten, award uitreikingen, debatten en congressen. Elke doelgroep binnen bouw en vastgoed krijgt hiermee zijn eigen gespecialiseerde evenement.

BouwBeurs

De BouwBeurs is dé vakbeurs voor de uitvoerende bouw. Met live demonstraties, nieuwe en innovatieve producten, oplossingen voor de bouwopgaven van morgen en volop entertainment. Het is de plek voor voorschrijvers, adviseurs en verwerkers om ideeën uit te wisselen, relaties te versterken en nieuwe contacten te leggen.

GEVEL

Innovatief, grensverleggend en architectonisch verantwoord. GEVEL is met kwalitatief hoogstaande exposanten de belangrijkste vakbeurs voor de architect en ontwerpers op het gebied van gevels. Bezoekers vinden hier de nieuwste geveltechniek en -vormgeving, systemen en oplossingen, referentieprojecten, mock-ups, lezingen en netwerkbijeenkomsten, exposities en prijsuitreikingen.

Renovatie & Transformatie

Renovatie & Transformatie is het nationale platform voor duurzame vernieuwingen in de bouw. Met innovatieve (totaal)oplossingen op het gebied van renovatie voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw, onder één dak. In een uitgebreid inhoudelijk programma worden alle aspecten van renoveren en transformeren belicht.

Material Xperience

Material Xperience is hét toonaangevende vakevenement voor (interieur)architecten en creatieve professionals gericht op materialen, innovatie en inspiratie.

Uitgebreide informatie over de Week van de bouw is te vinden via de website.

Veranderingen Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving

0
Omgevingsdiensten gezamenlijke eisen gemeenten en provincies

Voor het wetsvoorstel betreffend de wet Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) zijn er een aantal wijzigingen gedaan. Met het oog het uitvoerbaar maken van de wet zijn er veranderingen voorgesteld. Om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren, stellen provincies en gemeenten gezamenlijk kwaliteitseisen aan hun omgevingsdiensten. Deze kunnen per dienst verschillen.

Alleen voor de zes omgevingsdiensten die toezien op de grote chemische bedrijven moeten de provincies zorgen voor één uniform eisenpakket. Dit is hetgeen wat staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu) mede namens minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) naar de Tweede Kamer hebben gestuurd rond de veranderingen Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving.

29 omgevingsdiensten

In Nederland zijn er 29 omgevingsdiensten. De omgevingsdiensten moeten regels opstellen en risicobedrijven controleren. Dit wordt op regionaal niveau door de omgevingsdiensten uitgevoerd, maar is in opdracht van provincies en gemeenten. Met de wetswijziging wil de staatssecretaris en de minister de wet professionaliseren en de kwaliteit verbeteren.

Staatsecretaris Mansveld: “Door zelf de eisen vast te stellen kunnen gemeenten en provincies die in één omgevingsdienst deelnemen samen bepalen welke kwaliteit zij verlangen voor hun burgers, bedrijven en leefomgeving.”

Overleg IPO en VNG

Door het Interprovinciaal Overleg (IPO ) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wordt er gewerkt aan een modelverordening voor kwaliteitseisen die hun leden kunnen gebruiken. De eisen kunnen uiteenlopen: van opleiding, kennis en ervaring van het personeel maar ook over het verloop van een proces: hoe dient een vergunningaanvraag verwerkt te worden.

Niet alle vergunning- en controletaken liggen bij een omgevingsdienst. Gemeenten kunnen zelf bijvoorbeeld de vergunningen voor bouwen en slopen door particulieren blijven verlenen en controleren als ze dat willen. Hoe ze de kwaliteitseisen van deze taken vastleggen, is aan hen.

Veranderingen Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving. Zie ook:
Lage bromtonen in wet Geluidshinder.

Kleur Uw Gemeente Groen helpt gemeenten en huiseigenaren

0
kleur uw gemeenten groen

Recentelijk hebben Bouwend Nederland, UNETO-VNI en VNG de samenwerkingsovereenkomst getekend om samen te werken aan de ontwikkeling van ‘Kleur Uw Gemeente Groen’. Met het project moeten gemeenten en dergelijke initiatiefnemers worden ondersteund op het gebied van energiebesparing en duurzame energieopwekking voor huiseigenaren.

Het ondersteuningsprogramma van de bouw- en installatiesector is voor de gemeenten beschikbaar op een non-profit basis. Gemeenten kunnen dan ook zelf de keuze maken of zij gebruik gaan maken van deze dienst. Omdat in verschillende gemeenten al initiatieven lopen betreffend duurzame energie(opwekking) is het ook mogelijk om van onderdelen van het project ‘Kleur Uw Gemeente Groen’ gebruik te maken. Er is sprake van een volledige keuzevrijheid voor de gemeenten.

Kleur uw gemeenten groen

Het project is ontwikkeld door Bouwend Nederland, UNETO-VNI en partners. Naar ervaring die de brancheverenigingen hebben opgedaan zijn zij instaat een programma te ontwikkelen die gemeenten ondersteund om huiseigenaren te stimuleren over te gaan op duurzame energie. Als huiseigenaren op het punt staan een keuze te maken op het gebied van energiebesparing, worden zij door het programma bekend gemaakt met gekwalificeerde aanbieders. Op deze manier helpt het programma huiseigenaren de juiste investeringskeuze te maken.

Voorzitter Titia Siertsema van UNETO-VNI: ‘Deze overeenkomst tussen gemeenten, lokale aannemers en installateurs is een belangrijke stap vooruit. We gaan particuliere woningeigenaren letterlijk dichtbij huis stimuleren in het energiezuiniger maken van hun huis. Dat levert écht een win-win-win situatie op.

Akkoord project Zuidasdok

0
Akkoord Zuidasdok

Er is een akkoord over de verdere uitwerking van het project Zuidasdok. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, gemeente Amsterdam, Stadsregio Amsterdam en provincie Noord-Holland zijn gezamenlijk akkoord gegaan met de verbeteringen voor het project.

Het project Zuidasdok is in het leven geroepen om het infrastructurele netwerk rond de Amsterdamse Zuidas te verbeteren. Het project moet het mogelijk maken dat in de toekomst de stad en de Noordelijke Randstad bereikbaar blijven. Het gaat om het gebied dat direct grenst aan de A10 tussen knooppunten Amstel en De Nieuwe Meer. Zowel de A10 als station Amsterdam Zuid zullen ingrijpende veranderingen ondergaan.
Zo wordt het station Amsterdam Zuid vergroot omdat het aantal reizigers die met het openbaar vervoer gaan fors stijgt. De snelweg A10 wordt verbreed, dit om het toenemende autoverkeer op te vangen.

A10

Om bovenstaande verbeteringen mogelijk te maken wordt er een tunnel aangelegd ter hoogte van Zuidas centrum. Bijkomende voordelen zijn dat de luchtkwaliteit beter wordt en dat het geluidsoverlast minder wordt. Bij knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel wordt het doorgaande verkeer en het afslaande verkeer ontvlochten. Tussen deze twee knooppunten wordt de weg verbreed. Er komen twaalf rijstroken, per rijrichting vier rijstroken voor doorgaand verkeer en twee rijstroken voor bestemmingsverkeer.

Station Amsterdam Zuid

Ook het station wordt aangepast. Zo wordt de Minervapassage verbreed en komt er een extra passage ter hoogte van de Benjamin Brittenstraat, de zogeheten Brittenpassage. De Minervapassage krijgt ook een verbreding. Verder krijgen beide passages voldoende ruimte voor stationsvoorzieningen. De aanpassingen moeten voor een betere verdeling van loopstromen zorgen, met als gevolg minder overstaptijd.

Het project, van 1,9 miljard euro, zal ongeveer tien jaar duren. Beide passages kunnen worden gerealiseerd door een investering van de NS.
Met deze verbeteringen wordt er een impuls aan het gehele gebied gegeven. Het gebied, dat vlakbij Schiphol ligt, is van groot belang voor de economie. Het gebied groeit en de voorzieningen en infrastructuur moet hier op worden aangepast. Het project Zuidasdok speelt in op de groei van het gebied.

Nieuw Nationaal Waterplan met accent op ruimtelijke inrichting

0
Nationaal Waterplan

Nederland wordt veiliger als we in de ruimtelijke inrichting van gebieden en steden meer rekening houden met ons water. Het Nationaal Waterplan legt het accent op de ruimtelijke inrichting, want daar valt winst te boeken in ons watermanagement.

Ontwerp

Het kabinet wil ruimte en water beter en efficiënter met elkaar verbinden. Dat staat in het ontwerp Nationaal Waterplan 2016–2021 waar de ministerraad mee heeft ingestemd op voorstel van minister Schultz van Haegen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Watersysteem

Met het Nationaal Waterplan kiest het kabinet voor een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem. Met als doelen een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. ‘Als iedereen waterbewust werkt aan de inrichting van Nederland, blijft onze delta op een betaalbare manier veilig, klimaatbestendig én aantrekkelijk’, aldus minister Schultz.

Ambities

In het nieuwe ontwerp Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Het kabinet kiest voor een grotere inzet op verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics), zodat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is.

Verder wil het kabinet dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht, dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. Tot slot wil het kabinet dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Vooruitblik

Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050. Onderdeel van het Nationaal Waterplan zijn de Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie), de Beleidsnota Noordzee, de verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord, de Natuurvisie, de Internationale Waterambitie de geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s waarmee we voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en het mariene milieu.