Home Blog Pagina 410

Afstudeeronderzoek TU Delft naar hergebruik betonconstructie

0
Afstudeeronderzoek TU Delft naar hergebruik betonconstructie

Hergebruik van de betonconstructie van te slopen kantoorgebouwen in nieuwe woningen loont zeer de moeite. Zo is de milieulast van ‘tweedehands’ 75% lager dan die van nieuwe onderdelen. Ook is hergebruik 5 tot 10% goedkoper. Dat blijkt uit afstudeeronderzoek aan de TU Delft van ir. Alexandros Glias. Hij analyseerde de haalbaarheid van het donorskelet, het concept dat IMd Raadgevende Ingenieurs vorig jaar introduceerde.

Kantoorgebouwen in Nederland staan massaal leeg. In principe zijn er twee oplossingen: sloop, of transformatie c.q. hergebruik. Een derde optie is het donorskelet: de constructie demonteren en de onderdelen daarvan gebruiken bij de bouw van nieuwe woningen. De levensduur van kolommen, wanden en vloeren gaat die van een gebouw namelijk vér te boven. Wordt een gebouw zelden langer dan 50 jaar gebruikt – en vaak véél korter – betonnen onderdelen kunnen gemakkelijk 200 jaar meegaan.

Ir. Alexandros Glias vergeleek voor de bouw van 30 nieuwbouwwoningen in detail de milieubelasting en kosten van nieuwe prefabbetonnen wanden en vloeren, en die van hergebruikte onderdelen uit twee leegstaande kantoorgebouwen op Amstel III, een Amsterdams bedrijventerrein met veel leegstand (26%). Zo’n 64% van alle onderdelen kon technisch worden hergebruikt, zo bleek. Dit percentage wordt bepaald door de oorspronkelijke constructie, de nieuwe constructie en de mogelijkheid om de elementen op maat te zagen.

Glias onderscheidt in het donorproces zeven stappen: inventarisatie van het te slopen gebouw, kwaliteitscontrole van de onderdelen, demontage, aanpassing voor nieuw gebruik, opslag, transport en de uiteindelijke toepassing bij de bouw van de nieuwe woningen. Zelfs met al deze stappen is hergebruik niet duurder, maar 5 tot 10% goedkoper dan nieuwe onderdelen. Voorwaarde daarvoor is wel dat het te slopen gebouw zelf geen waarde meer vertegenwoordigt.

Afstudeeronderzoek TU Delft naar hergebruik betonconstructie

Veel groter dan het financiële voordeel is de milieuwinst. Uit een gedetailleerde levenscyclusanalyse blijkt dat de milieubelasting van de donoronderdelen 75% lager is dan die van nieuwe elementen, zelfs als deze van 100% gerecycled materiaal zijn gemaakt. De CO2-reductie bedraagt 81%. De grootste winst is uiteraard in de besparing op grondstoffen, zoals kalksteen, klei en silica. Ook wordt er aanzienlijk op transport bespaard. Daarbij geldt: hoe korter de afstand tussen ‘donor’ en ‘ontvanger’, hoe groter de winst.

De bedenker van het concept, ir. Pim Peters van IMd, is blij met het onderzoek: “Het is goed dat we nu een wetenschappelijke, cijfermatige onderbouwing van het donorconcept hebben. Lang niet alle slooppanden komen in aanmerking. En de gebruiker zal moeten accepteren dat de onderdelen niet dezelfde uitstraling hebben als ‘nieuw’. Maar voor wie daadwerkelijk duurzamer willen bouwen, blijkt het wel degelijk een technisch haalbare en profijtelijke oplossing, zéker wat de milieubelasting betreft.”

Lees meer in 4-2014

Systeem Architect definiëren

0
Systeem Architect

Branche GebouwAutomatisering gaat Systeem Architect definiëren samen met TVVL

Om een adequaat werkend gebouwautomatiseringssysteem te ontwerpen en te realiseren is kennis nodig van systeemarchitectuur. Lang niet elk bedrijf dat automatiseringsprojecten aanneemt in de bouw blijkt dergelijke kennis in huis te hebben.

De brancheorganisatie heeft zich ten doel gesteld hierover helderheid te brengen in de markt. Daartoe is inmiddels samenwerking gezocht met TVVL, de organisatie die ervaring heeft met de ontwikkeling en uitvoering van opleidingstrajecten voor bouwgerelateerde disciplines. Afgesproken is om met elkaar te definiëren wat verstaan moet worden onder de functie ‘systeem architect gebouw automatisering’. Vervolgens kan dan, met input uit de praktijk, een curriculum worden ontwikkeld. Het ligt in de lijn om daarna een vorm van certificering van sys­teemarchitecten op te zetten en te handhaven. In de markt kan een opdrachtgever dan kiezen voor een bedrijf met gecertificeerde systeemarchitecten en zo zekerheid krijgen dat er adequate kennis aan boord is.

Lees meer berichten over GebouwAutomatisering in 4-2014

Milieuvriendelijker asfalt met langere levensduur

0
Milieuvriendelijker Asfalt

Het Asfalt Kenniscentrum ontwikkelde een milieuvriendelijker asfalt op basis van lijnzaadolie. Dankzij dit innovatieve concept is het bedrijf door een vakkundige jury uitgeroepen tot een van de drie winnaars van het Innovatie Boostcamp, een initiatief van Bouwend Nederland en Obvion.

Ideeën en concepten waarmee de bouw laat zien klaar te zijn voor de veranderde maatschappelijke vragen. Dat is in het kort het idee achter het Innovatie Boostcamp dat onlangs plaatsvond. Lynpave, het ‘milieuvriendelijke asfalt’ van het Asfalt Kenniscentrum (AKC) viel in de prijzen. De jury van het Innovatie Boostcamp typeerde het als ‘een geweldig idee dat meer gedeeld mag worden met de markt en dat leidt tot duurzamer omgaan met grondstoffen’.

Langere levensduur

“Lijnzaadolie is een natuurproduct”, zegt Marcel Eilering, directeur van Fuhler Wegenbouw. Als AKC-lid was zijn bedrijf een van de medefinanciers van de zoektocht naar het milieuvriendelijker asfalt. “Door het als bindmiddel aan asfalt toe te voegen, heb je minder bitumen nodig. Dat is gunstig voor het milieu, want zo kun je bij een lagere temperatuur – en dús met minder CO2 uitstoot – toch degelijk en sterk asfalt produceren. Asfalt dat bovendien een langere levensduur heeft.”

Onder de aandacht

Het nieuwe duurzame asfalt is zowel bestemd voor harde asfaltwegen als voor halfverhardingen op fiets- en wandelpaden. Uiteraard werkt Fuhler Wegenbouw er zelf ook zo veel mogelijk mee. Eilering: “We proberen het onder de aandacht van onze klanten te brengen. En dat werkt, want steeds meer partijen zijn geïnteresseerd.”

Ereplaats

Fuhler Wegenbouw ontwikkelde het nieuwe product samen met het NCOB (Nederlandse Cluster Organisatie Bouwstoffen) en het Kenniscentrum Asfalt. “Aan ons en de andere twaalf aangesloten aannemers nu de taak het te vermarkten”, vervolgt Eilering. Meedoen aan het Innovatie Boostcamp is een onderdeel van die vermarkting. “Ik zag het Boostcamp voorbijkomen. En dat leek mij een uitgelezen kans om ons product wat meer voor het voetlicht te brengen. Dat we ook nog winnaar zijn geworden, is natuurlijk helemaal mooi. Het certificaat krijgt een ereplaats op onze website.”
Bekijk op de site van Bouwend Nederland een overzicht van alle geselecteerde en niet-­geselecteerde berichten voor de Innovatie Boostcamp. Meer informatie over Lynpave staat op hun site.

Innovatiekracht en innovatiebeleid

0
Innovatiekracht

De rijksoverheid voert een innovatiebeleid, maar besteedt daarin geen aandacht aan de huisvesting van innoverende, op R&D gerichte bedrijven. Daarnaast laten financiële instellingen het afweten bij de financiering van deze specifieke gebouwen. Volgens hoogleraren Van Dinteren (verbonden aan Royal HaskoningDHV) en Keeris (TU Delft) kan dit de groei van de kenniseconomie belemmeren.

Beide onderzoekers brengen dit naar voren in een artikel in Real Estate Research Quarterly. Hun bevindingen zijn gebaseerd op interviews met sleutelpersonen en analyse van 488 vastgoedtransacties. Volgens de hoogleraren bedreigt het tekort aan laboratoria, clean rooms, incubators en goed functionerende science parks de kennisintensieve economie, die mede bepalend zal zijn voor de toekomstige economische groei van Nederland. Een belangrijke oorzaak ligt in de terughoudende opstelling van de financiële instellingen. Daar is dringend en noodzakelijk verandering nodig, zo werd vastgesteld. De kenniseconomie moet meer ondersteuning krijgen.

Private partijen zijn bereid om in dit specifieke, R&D gerelateerde vastgoed te investeren door participatie in specifieke vastgoedfondsen, maar de financiële instellingen laten het afweten. Volgens de auteurs moet die opstelling veranderen met het oog op het leveren van een – ook voor de financiële instellingen – belangrijke vergroting van de innovatiekracht van Nederland.

Lees verder in editie 4-2014

Innovatiekracht en innovatiebeleid. Zie ook:
Gesimuleerde dijkdoorbraak test innovatieve techniek.

Bouwonderwijs in beweging

0
Bouwonderwijs in beweging 1

De bouwwereld veranderd. Van karakter, maar ook de opgaven veranderen. Van nieuwbouw naar herontwikkeling. Het bouwonderwijs is de spil waar de kennis en kunde die vandaag en morgen zijn vereist, aangeleerd moet worden aan een nieuwe generatie. Met name het hbo heeft een belangrijke rol om de veranderingen in het veld te onderzoeken, te signaleren en mede vorm te geven.

Is het overdreven te stellen dat het bouwwezen in Nederland de laatste tien jaar meer van karakter is veranderd dan de vijftig jaar ervoor? Bouwfraude en -crisis toonden aan welke schakels en raderen in de machine van binnenuit waren aangevreten en legden voor een moment zelfs het systeem stil. Een algemene heroriëntatie op bouw en ruimtelijke ordening was geboden. Niet in de laatste plaats een mentale kwestie. Te veel werd gebouwd volgens maatstaven die in het verleden succesvol waren: geld maken via vastgoed. Vergeten werd, dat ook in schijnbaar goede tijden elke organisatie – of het nou gaat om overheid, bedrijfsleven of onderwijs – vooruit dient te denken en zichzelf moet blijven uitvinden. Stilstand is achteruitgang en bomen reiken nooit tot in de hemel, twee clichés die hun waarde de afgelopen jaren hebben bewezen, maar de jaren ervoor vaker uitgesproken hadden moeten worden aan ontwerp- en beleidstafels.

Inmiddels zijn de transformaties in manieren van denken en organiseren in volle gang. En niet alleen de systemen en machinaties binnen de bouwwereld transformeren. Transformatie van gebouwen en gebieden zelf, heeft deels het wegvallen van nieuwbouw in de markt weten op te vangen. Om in de allegorie te blijven: transformatie van gebouwen en gebieden is een van de schakels die de bouwmachine langzaam weer op gang brengt. Andere schakels en raderen die het verroeste tandwiel van het grote geld hebben vervangen zijn ‘erfgoed’, ‘publiek-private samenwerking’, ‘herbestemming’, ‘particulier- en burgerinitiatief’ en ‘duurzaamheid’.

Erfgoed op z’n kop

Zolang er mensen op aarde leven zal nieuwbouw niet verdwijnen, maar toch is plotsklaps het zwaartepunt in de bouwwereld verschoven van nieuwbouw naar hergebruik. In de praktijk betekent dit een omschakeling van denken bij alle betrokkenen. Het gebrek aan middelen, een terugtredende overheid en het ontstaan van krimpgebieden hebben gemaakt dat bij elke discussie over ruimtelijke ordening en bouwprojecten noodgedwongen gekeken wordt naar het bestaande en de gedachte welke functie dat kan vervullen in de toekomst. Ietwat gechargeerd is iedere opgave zo een erfgoedopgave geworden. Is het ironie, toeval of logica, dat na de crisis de focus is verlegd naar een wereld die zich in de jaren voor de crisis weliswaar in de marge bevond, maar wel sterk in opmars was. De wereld van ruimtelijk erfgoed.

Lees verder in editie 4-2014

Ruimte voor de Waal

0
Ruimte voor de Waal

Adriaan de Jong, projectmanager project ‘Ruimte voor de Waal’:

‘We creëren iets, waar mensen blij van worden’

Het klimaat verandert, waardoor rivieren steeds meer water te verwerken krijgen. Om overstromingen te voorkomen, geeft het Rijk op meer dan 30 plaatsen ruimte aan rivieren met het project ‘Ruimte voor de Rivier’. Eén zo’n plek ligt bij Nijmegen-Lent. Dit project ‘Ruimte voor de Waal’ is tevens onderdeel van de gebiedsontwikkeling ‘Nijmegen omarmt de Waal’. Een aanpak die Nijmegen aantrekkelijk, veilig en toekomstklaar maakt.

Ruimte voor de Waal’ verbindt Nijmegen en Lent op een unieke wijze met elkaar. De aannemers Dura Vermeer Divisie Infra BV en ­Ploegam BV zijn onder de combinatie i-Lent belast met het project. Adriaan de Jong, projectmanager i-Lent, legt uit: “i-Lent is een verwijzing naar Lent. We werken vanuit Lent. De ‘i’ verwijst ook naar het Engelse woord ‘eye’ en geeft aan dat de ogen vanuit Nijmegen op Lent gericht zijn. Bovendien klinkt i- Lent als het Engelse ‘eiland’; we realiseren een eiland in de rivier.”

Stripboek ‘Ruimte voor de Waal’

Waterveiligheid

Het begon allemaal zo’n twaalf jaar geleden met het idee om rivieren meer de ruimte te geven in plaats van alleen maar te beschermen met dijkverhoging. Zo ontstond het programma ‘Ruimte voor de Rivier’ met 30 projecten langs de IJssel, Lek, Maas en Waal. Nijmegen is het grootste project met de rivier de Waal. Bij Nijmegen maakt de Waal een scherpe bocht en vernauwt in de vorm van een flessenhals. In 1993 en 1995 was zichtbaar dat de Waal bij hoog water kan overstromen. Het achterland loopt vol. Om de stad en zijn bewoners te beschermen tegen het water, zijn rivierkundige maatregelen noodzakelijk. Adriaan de Jong: “Waterveiligheid is hiermee het eerste doel van het project. Om de waterstand te verlagen krijgt de Waal bij Nijmegen meer ruimte door de dijk zo’n 350 meter landinwaarts te verleggen. De dijkteruglegging combineren we met het graven van een nevengeul: een geul in de uiterwaarden waarin altijd water staat. Eigenlijk komt er een tweede rivier.
De hoeveelheid water wordt zo over een groter oppervlakte afgevoerd waardoor de waterstand daalt.
De waterstanddaling die gerealiseerd wordt, bedraagt 34 cm bij maatgevend hoog water.”

Lees verder in editie 4-2014

Meander Medisch centrum

0
Gebouwautomatisering Meander Medisch centrum 1

Ketenintegratie van vitaal belang

Op de eerste zomerse dag van het jaar bezocht Bouw en Uitvoering Meander Medisch Centrum in Amersfoort. De gebouwautomatisering van dit spiksplinternieuwe en eigentijdse ziekenhuis biedt gespreks­stof in overvloed voor een interessante business case, al is het alleen maar vanwege de omvang, de looptijd en de complexiteit van het project.

Zo’n dag als vandaag is best spannend’, kondigt Hennie van Pinxteren aan terwijl hij zijn gasten door het nieuwe ziekenhuis leidt. Als manager techniek en gebouw is hij betrokken bij de nieuwbouw en razend benieuwd hoe het gebouw zich houdt tijdens de eerste warme dagen van het jaar. ‘Het is toch een soort vuurdoop’, lacht hij. Zijn collega Albert Trip, manager nieuwbouw, sluit aan, net als Henk Koelewijn, projectleider meet- en regeltechniek bij Heijmans Utiliteit, Ed Tepaske, business development manager bij Honeywell Building Solutions en Michel de Vrind, projectmanager namens Honeywell. In onderaannemerschap van Heijmans is Honeywell verantwoordelijk voor de aansturing van het HVAC-gedeelte (Heating, Ventilation, Airconditioning & Cooling) en de levering van het gebouwbeheersysteem, inclusief bekabeling, regelpanelen, voor- en naregelingen.

Meer informatie over gebouwautomatisering

Flexibiliteit

Het was de bedoeling dat het nieuwe ziekenhuis een levensduur van vijftig jaar zou krijgen. In verband met de financiering is een business plan opgesteld met een looptijd van veertig jaar. Maar dat het toekomstbestendig moest zijn, dat stond vast. Hennie van Pinxteren: ‘Voor de nieuwbouw moesten we vooruitkijken met een artsengroep waarvan 75 procent hier nu niet meer werkzaam is. Als je uitgaat van een verloop van acht tot tien procent per jaar over een periode van tien jaar, dan loopt hier nu een nieuwe, jongere artsenpopulatie rond die nooit iets met de nieuwbouw te maken heeft gehad.’
Albert Trip: ‘Begin 2010 zijn we gaan bouwen. In 2008 hebben we DO aanbesteed. Dus op Definitief Ontwerp, niet op bestek. Dat was een bewuste keuze. Wij zijn een organisatie die voortdurend in beweging is, die 24/7 beschikbaar moet zijn en continu productie levert. Tegelijkertijd hadden en hebben we in de gezondheidszorg te maken met regelmatig wijzigende wet- en regelgeving en we zijn blijven investeren in nieuwe medische technologieën en apparatuur. Op het moment van de selectie van de aannemerscombinatie, waren we dus nog lang niet uitontwikkeld. Dat heeft tot eind 2010, 2011 geduurd. En dat maakt het voor de aannemer, Heijmans in ons geval, niet gemakkelijk. De bouw van enkele specifieke ruimtes is zelfs tussentijds stilgelegd, omdat er nieuwe medische technologie beschikbaar kwam. Voor ons was die flexibiliteit in het gebouwgebruik planmatig nog wel te verwerken, maar voor een aannemer bijna niet. Die wil het liefst een statische opdracht, maar die zekerheid konden wij niet bieden. Het was een ontwerpprogramma, omdat wij bleven doorontwikkelen op het gebied van apparatuur, de afwerkingsniveaus en de uitwisseling van multifunctionaliteit.’

Lees verder in editie 4-2014

Aanbestedingswet

0
Aanbestedingswet

Stand van zaken

Op 1 april 2013 werd de nieuwe Aanbestedingswet van kracht. In deze wet werden nieuwe, eenduidige regels omtrent aanbestedingen geïntroduceerd die onder meer moesten zorgen voor eerlijkere en transparantere aanbestedingen. De Stichting Aanbestedingsinstituut Bouw en Infra van brancheorganisatie Bouwend Nederland presenteert harde cijfers over de ervaringen met een jaar Aanbestedingswet en Gids Proportionaliteit voor de bouw en infrasector. De cijfers zijn gebaseerd op een analyse van alle openbaar aangekondigde werken.

Een jaar na het ingaan van de Aanbestedingswet maakt het Aanbestedingsinstituut de balans op. De nieuwe, meer eenduidige regelgeving blijkt boven verwachting goed te werken. Bouwend Nederland ziet drie trendbreuken:

Verschuiving

Het aantal openbaar aangekondigde aanbestedingen halveerde, van ruim 3.000 in 2009 naar minder dan 1.500 vorig jaar. De grenzen voor onderhands aanbesteden zijn vooral bij de decentrale overheden flink verhoogd onder invloed van de Gids Proportionaliteit. Dit zorgt voor minder inschrijvers en dus voor een efficiënter en goedkoper aanbestedingsproces. Daar komt bij dat kwaliteit gemakkelijker beloond kan worden, namelijk door goed presterende partijen bij een volgende onderhandse procedure weer uit te nodigen.

Kwaliteit als gunningcriterium

Het aantal EMVI-aanbestedingen, oftewel gunningen op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding, explodeerde. Het percentage aanbestedingen met dit criterium nam toe van ongeveer 20% in 2012 naar ruim 70% vorig jaar. Dit heeft alles te maken met het uitgangspunt ‘EMVI, tenzij…’, dat een wettelijke basis heeft gekregen. Het gebruik van EMVI als gunningcriterium is volgens Bouwend Nederland een voorwaarde voor een gezonde marktwerking: eentje waarbij prijsduiken niet beloond wordt en waarbij vechtcontracten tot het verleden behoren. De cijfers van Aanbestedingsinstituut zeggen overigens niets over de manier waarop aan de EMVI-criteria vorm is gegeven.

Verbetering

De toepassing van de Gids Proportionaliteit zorgt voor eenduidige, reële eisen en selectiecriteria. Zo schrijft de Gids Proportionaliteit voor dat per kerncompetentie nog maar één referentie is toegestaan. Slechts in 8% van de gevallen wordt van deze regel afgeweken. Ook dat is een sterke verbetering ten opzichte van de voorgaande jaren, waarvan met name het MKB profiteert.

Lees verder in editie 4-2014

EMVI een verbetering?

0
EMVI een verbetering? - Gemeentehuis Brummen

Bouwers en ambtenaren kwamen onlangs op uitnodiging van Bouwend Nederland, MKB Nederland Midden en VNO-NCW bij elkaar in het gemeentehuis van Zutphen om aan de hand van de bouw van het nieuwe gemeentehuis van Brummen met elkaar van gedachten te wisselen over het aanbestedingsbeleid met Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI).

Het nieuwe gemeentehuis van Brummen kent ‘een optimaal resultaat’, aldus adviseur Maartje van de Berg: oogstrelend, voor 95 procent demontabel en herbruikbaar en met in het hart een prachtig opgeknapte villa. Kosten: vier miljoen euro. Een voorbeeldfunctie van duurzaamheid in crisistijd, dat bijdraagt aan het duurzaam bewustzijn, een gebouw om trots op te zijn en dat voor ongeveer een derde minder dan een gangbaar gemeentehuis is gebouwd. Door de grondstofwaarde en de circulaire economie (grondstoffen en onderdelen kunnen hergebruikt worden) is met het gemeentehuis ook toekomstwaarde gecreëerd.
Het was de eerste bijeenkomst over aanbesteden sinds zeven overheden, VNO-NCW Stedendriehoek, Bouwend Nederland Regio Oost en MKB Nederland Midden afgelopen najaar in het stadhuis van Apeldoorn het convenant Ondernemersvriendelijk aanbesteden regio Stedendriehoek ondertekenden. Een aantal van hen had ook gehoor gegeven aan de uitnodiging om in Zutphen bij elkaar te komen. De gehele bijeenkomst stond in het teken van ‘ondernemend aanbesteden’ aan de hand van het Brummense gemeentehuis. Maartje van de Berg van Blossom consultancy Design & Build en adviseur van de gemeente Brummen, presenteerde het aanbestedingsbeleid van de gemeente Brummen ten aanzien van dit vorig jaar opgeleverde gemeentehuis. Daarna konden de aanwezigen met elkaar in discussie gaan over het aanbestedingsbeleid. Om hieraan richting te geven poneerde Herald Immink van Bouwend Nederland scherpe stellingen.

Slim zijn

“We moesten dus heel slim zijn”, begon Van de Berg haar verhaal, want het budget was krap en andere huisvesting noodzakelijk. Dat was een uitdaging, zeker omdat de wethouder de wens had uitgesproken om het meest duurzame gemeentehuis van Nederland te bouwen. De ambities waren hoog: de bestaande huisvesting opwaarderen was niet meer aan de orde en dus moest met heel weinig geld en in heel weinig tijd een nieuw gemeentehuis gerealiseerd worden, dat behalve duurzaam ook onderhoudsarm is, een nieuw huisvestigingsconcept omvat, tevreden gebruikers heeft en dat zowel kan groeien als krimpen, “want we kunnen niet in de toekomst kijken.”

Lees verder in editie 4-2014

Geluidsreductie vliegtuiggeluid

0
Geluidsreductie vliegtuiggeluid

Onderzoek rond geluidsreductie vliegtuiggeluid richt zich vooral op geluidsreductie bij het vliegtuig zelf en laat de ruimtelijke omgeving grotendeels buiten beschouwing. Maar met slimme bouwmaatregelen, zoals het plaatsen van geluidwerende vegetatie, afwijkende stratenpatronen, bouwobstakels en facades is ook nog een hoop te winnen, zo toont masterstudent Martijn Lugten aan in zijn afstudeeronderzoek aan de TU Delft. Rondom Schiphol zijn ruimtelijke geluidbeperkende maatregelen bijvoorbeeld nog maar zeer matig doorgevoerd.


Masterstudent Martijn Lugten studeerde recent af aan de faculteit Bouwkunde op zijn project Re-sil(i)ence. In dit project heeft hij de relatie tussen de bebouwde omgeving en vliegtuiggeluid onderzocht. Dit heeft geleid tot een set van ontwerpoplossingen in de bebouwde omgeving waarmee de overlast van vliegtuiggeluid kan worden gereduceerd. Zijn afstuderen heeft Martijn deels bij de gemeente Haarlemmermeer uitgevoerd. Al tijdens dit afstuderen is er interesse ontstaan vanuit van verschillende stakeholders in de regio.

Lugten: ‘Vliegtuiggeluid vormt een probleem voor stedelijke gebieden met vliegvelden. Maar het onderzoek rondom luchtvaartgeluid richt zich primair op de optimalisatie van de bron (het vliegtuig) en laat de ruimtelijke omgeving grotendeels buiten beschouwing. Het doel van dit afstudeeronderzoek was dan ook te bedenken hoe de ruimtelijke omgeving slimmer is in te richten op vliegtuiggeluid. Wat kan er op de grond worden gedaan tegen vliegtuiggeluid?’

‘In het algemeen is er dus weinig onderzoek naar maatregelen tegen vliegtuiggeluid in de ruimtelijke omgeving. Daardoor moest ik mij in eerste instantie wenden tot weggeluid-reducerende elementen. Die heb ik vervolgens bekeken op toepasbaarheid voor vliegtuiggeluid. Het resultaat is een schema van 34 ruimtelijke elementen, zoals het plaatsen van geluidwerende vegetatie, afwijkende stratenpatronen, bouwobstakels en facades.’

Lugten schonk speciale aandacht aan de situatie rond Schiphol. Zijn algemene conclusie uit zes cases rondom Schiphol, is dat ruimtelijke vliegtuiggeluid-beperkende-maatregelen nog zeer matig zijn ingebed. Daarnaast is er volgens hem zowel in het publieke als private domein nog veel ruimte voor integratie van deze maatregelen.