Home Blog Pagina 422

Zonnepanelen voor DSM

0
Zonnepanelen

Zonne-energie voor DSM met innovatieve zonnepanelen

DSM Nederland maakt op het Alert & Care Center in Sittard-Geleen, dat eigendom is van Sitech Services, gebruik van zonne-energie. Op het dak van het ACC aan de rand van de Chemelot Campus zijn in totaal 365 zonnepanelen (circa 550 m2) geplaatst. Het ACC biedt onderdak aan de Arbodienst van DSM en aan de brandweerorganisatie van Sitech Services. De zonnepanelen, met speciale KhepriCoat® coating van DSM, leveren jaarlijks zo’n 76 MWh aan elektriciteit. Eneco heeft de zonnepanelen geleverd en geplaatst. USG koopt de opgewekte energie van Eneco en levert deze aan haar klanten op de Chemelot site.

Atzo Nicolaï (directeur DSM Nederland), Frans van de Noort (directeur Eneco Solar, Bio en Hydro), Gerard Hannen (DSM Innovation Center), Jan Kaptijn (Manager Commercial Affairs USG) en Jos Keulen (directeur Sitech Park Services) stelden de installatie vandaag, op de Dag van de Duurzaamheid, officieel in gebruik.

Atzo Nicolaï: ‘DSM levert oplossingen voor de grote uitdagingen van deze wereld. Dat we nu één van die oplossingen, namelijk de speciale KhepriCoat® coating die het vermogen van zonnecellen vergroot, op de zonnepanelen op het Alert & Care Center hebben, vind ik een mooie symbolische stap. Een stap die het belang van duurzaamheid, innovatie en partnerships onderstreept. Samen met onze partners Eneco, USG en Sitech hebben we dit mogelijk gemaakt.’

Frans van de Noort: ‘Sitech Services stelde de locatie beschikbaar, Eneco leverde de panelen, het installatiebedrijf van Eneco heeft ze geplaatst en DSM stelde de gepatenteerde KhepriCoat® coating beschikbaar waardoor de zonnepanelen meer energie opleveren dan normaal. Door deze samenwerking onderstrepen we niet alleen onderling, maar ook samen met DSM, USG en Sitech nog eens ons streven naar duurzame energie. Wij zijn er trots op dat we dit project samen met DSM, USG en Sitech Services hebben uitgevoerd.’

Zonnepanelen

Opvallend aan de zonnepanelen op het dak van het ACC is naast de locatie de coating waarvan de panelen zijn voorzien. De door DSM ontwikkelde coating, KhepriCoat®, betreft een zogenaamde anti reflecterende coating. Deze zorgt er voor dat de reflectie van het zonlicht op het glasoppervlak sterk gereduceerd wordt. Het gevolg hiervan is dat de zonnepanelen meer energie opleveren dan normaal, gemiddeld zo’n 4%.
De KhepriCoat® coating van DSM behoort, dankzij de gepatenteerde technologie, tot de meest effectieve anti reflecterende coatings en munt bovendien uit in duurzaamheid.

Lees verder in editie 1-2013

Tijdelijkheid als permanente kans

0
Hotel

Als gevolg van de economische crisis kennen veel steden tegenwoordig – in de weg naar transformaties – een steeds langere periode van sloop en leegstand. De overgebleven bewoners en ondernemers trekken uit de wijk weg en sociale structuren en voorzieningenstelsels vallen uiteen. Vindt na tien of vijftien jaar de stedelijke transformatie plaats, dan zijn sociale verbanden vaak verloren. Het werken met de tussentijd en voorbij de tussentijd biedt kansen. Voor de bewoners zelf én voor het vasthouden van de waarde van het vastgoed.

Op uitnodiging van projectbureau OpTrek – gevestigd in de Multi-etnische wijk Transvaal in Den Haag – ontwikkelde de ontwerpers Duzan Doepel en Jan Konings het idee voor Hotel Transvaal. Dit grootste hotel ter wereld opende in 2007 zijn deuren. Het had gastenkamers in leegstaande panden, ingericht door kunstenaars en lokale ondernemers. Bestaande voorzieningen in de wijk werden ingezet voor service en verzorging van de gasten. Op slimme wijze vulde Hotel Transvaal het vacuüm dat met de grootschalige stedelijke transformatie was ontstaan en maakte gebruik van de mogelijkheden van de tussentijd. De wijk kreeg de status van hotel met de bewoners als gastheren en -vrouwen. Het project inspireerde vele creatievelingen om verder te gaan met het ontwikkelen van de tussentijd. Zo nam Architectuurstudio Iris Schutten, samen met OpTrek, het initiatief voor het Laboratorium voor de Tussentijd waarin van 2007 – 2009 diverse experts actief waren. Architecten, kunstenaars, stedenbouwkundigen, planologen, filosofen, sociologen, schrijvers, vormgevers, economen en vele andere deskundigen werkten samen in een multidisciplinair team om ideeën en visies omtrent de tussentijd en transformatie verder te ontwikkelen.

Fascinatie

We spreken met Iris Schutten, publicist/architect en al haar hele leven geïnteresseerd in ‘non-plekken’ of restruimtes in steden. Ze vertelt: ‘Het is elke keer weer een fascinatie om deze complexe locaties – die meestal niet van direct belang zijn voor mensen – op een andere manier te ontwikkelen. Het geeft mij een gevoel van vrijheid.’ Schutten werkte veelal aan herbestemmingen van culturele gebouwen. Dit in samenwerking met bewoners en gebruikers, die veel ruimte kregen om te participeren in het ontwerp, bouw, ontwikkeling en investering. Ze was ook betrokken bij het NDSM-project in Amsterdam. Dit historische restant van de grootste scheepswerf van Amsterdam heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een creatieve stad aan de noordkant van het IJ. Waar in de twintigste eeuw tientallen beroemde passagiersschepen en mammoettankers van de hellingen gleden, vinden nu evenementen plaats als Over het IJ Festival en Valtifest. In oude werkplaatsen (IJkantine) en nieuwe tijdelijke gebouwen (Noorderlicht, Pllek) bevinden zich restaurants aan het water. Historische rijksmonumenten zoals de Timmerwerkplaats en de Smederij zijn omgetoverd tot hippe kantoren van onder meer MTV, Red Bull en IDtv. ‘Ook ben ik betrokken bij het project de Grote Pyr in Den Haag. Een monumentaal voormalig schoolgebouw in het Zeeheldenkwartier dat nu verbouwd is tot woon- en werkplan’, aldus Iris Schutten.

Lees verder in editie 1-2013

Experiment vlottrekken woningbouwprojecten

0
Vlottrekken

De provincie Noord-Holland en Bouwend Nederland zijn enthousiast over de conclusies van het ‘Watertorenberaad’. Dit ‘gezelschap van experts van cruciale partijen voor gebiedsontwikkeling’ onderzocht – in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties – het vastlopen van elf door Bouwend Nederland aangedragen woningbouwprojecten in Noord-Holland.

Opvallend element in de bevindingen van het Watertorenberaad is dat het vast-lopen van de projecten niet primair te maken had met een gebrek aan markt of financiering. De oorzaak lag vooral in de processen (samenwerking) en procedures. Het vooroordeel dat publieke belangen voorrang kregen boven private belangen kon niet hard gemaakt worden.
Volgens regiomanager Jan Overtoom van Bouwend Nederland is duidelijk geworden dat meer kennis en kunde over Bestaand Bebouwd Gebied en de Ruimte voor Ruimte-regeling van de Provincie naar de markt moet worden gebracht. Hier ligt, zo stelt hij, een taak voor Bouwend Nederland. ‘De samenwerking tussen marktpartijen moet beter. Ondernemers zullen creatiever in hun marketing moeten worden. Financiële constructies moeten simpeler worden’, zegt hij.

Verbeteren

Volgens het Watertorenberaad moeten processen en procedures worden verbeterd en moeten Rijk en provincie de expertise die zij in huis hebben meer ter beschikking stellen aan marktpartijen. De aanbevelingen aan de marktpartijen richten zich op meer vraaggericht werken, nieuwe verdienmodellen ontwikkelen en meer samenwerken. Beter inspelen op de vraag kan door zich te -richten op niches, maatschappelijke belangen en gerichte vragen van klanten. Aanleiding voor het onderzoek was een oproep van Cor van Vliet, bouwondernemer en voorzitter van de afdeling West-Friesland van Bouwend Nederland.
Hij lanceerde zijn idee tijdens een bijeenkomst van de provincie Noord-Holland in de Lichtfabriek in Haarlem. Provincie en Rijk pakten de handschoen met Bouwend Nederland Regio Randstad Noord op en gaven de uit-voering van het onderzoek in handen van het Water-torenberaad.

Doorlichten

De deskundigen van het Watertorenberaad voerden in eerste instantie gesprekken met ontwikkelaars en organiseerden klankbordsessies met zowel de initiatiefnemers als ambtenaren van betrokken gemeenten. De projecten werden in meerdere sessies doorgelicht, waarna de conclusies werden gedeeld met de ontwikkelaars en gemeenten. Ook de directie woningbouw van het Ministerie van BZK heeft actief meegedacht in oplossingsrichtingen en in de wijze waarop overheden gebiedsontwikkelingen kunnen stimuleren en belemmeringen kunnen wegnemen. Eind dit jaar moet uit een evaluatie van Bouwend Nederland blijken of de projecten hierdoor daadwerkelijk zijn vlotgetrokken. Landelijk lijkt het experiment voor die tijd al navolging te krijgen; de belangstelling is groot.

Lees verder in editie 6-2012

Bouw goed voor snelle economische groei

0
Bouw

Al in de komende kabinetsperiode kan de economie weer stevig groeien, dankzij de bouwsector. Die kan de totale Nederlandse economische groei met maar liefst een half procent opplussen, zo blijkt uit analyses die het Economisch Instituut voor de Bouw onlangs presenteerde. Nodig daarvoor zijn maatregelen voor starters en goed afgewogen beleidskeuzes, waardoor bouwinvesteringen en dus werkgelegenheid in de bouwsector weer krachtig toenemen.

De diverse doelstellingen rond de woningmarkt, overheidsfinanciën en welvaartseffecten zijn goed te combineren, zo blijkt. Bouwinvesteringen kunnen dan weer krachtig toenemen, evenals werkgelegenheid in de bouwsector. Tegelijkertijd zorgt dat investeringsherstel voor meer economische groei in Nederland, in de komende kabinetsperiode Bouwend Nederland ziet in de EIB-analyse een bevestiging van de belangrijke rol van de bouwsector in het herstel van de economie. De bouw wil en kan die rol weer snel vervullen. Dat is mogelijk, als er vanuit overheidszijde verstandige beleidsmaatregelen worden genomen, om te beginnen voor starters. Zij hebben de sleutelrol op de woningmarkt. Het beleid moet er daarom op gericht zijn dat hun inkomens-perspectieven duidelijk betrokken worden in de hypotheekverstrekking. Ook moet er kritisch worden gekeken naar de rentes die hypotheekverstrekkers nu hanteren.
Een ander kernpunt van beleid moet zijn dat de prijsvorming op de huurmarkt meer marktconform wordt. Tevens bewijst het toekomstig kabinet de huizenbezitter een grote dienst door verdere stapeling te voorkomen van maatregelen rond de aftrekbaarheid van de eigenwoningschuld.
Naast de conclusies over de woningbouw trekt het EIB de belangwekkende conclusie dat lasten-ver-zwaringen die de investeringscapaciteit beperken van scholen en zorginstellingen, direct zeer negatieve gevolgen hebben voor de broodnodige vervanging en bouw van school- en zorggebouwen.

Het EIB stelt tot slot dat er binnen de bouwkolom zelf een productiviteitsstijging gerealiseerd kan worden. Het rapport van het Bouwteam biedt inspiratie daarvoor en via de verkenning ‘De bouw in 2020’ biedt Bouwend Nederland ondernemers in de bouw handvatten om sterker uit de crisis te komen.
Het Economisch Instituut voor de Bouw heeft diverse analyses rond de woningmarkt en bouw nog eens kernachtig samengevat. De woningmarkt staat binnenkort namelijk op de agenda van de informatie. De beslissingen die worden genomen hebben grote gevolgen voor het functioneren van de woningmarkt in de komende jaren.

Lees verder in editie 6-2012

Bewoners Kroeven besparen 75 procent energie

0
Kroeven

Belangrijke rol houtskeletbouw in passiefhuisrenovatie

In de Roosendaalse wijk Kroeven zijn 246 woningen gerenoveerd volgens de passiefhuismethode, met onder andere een fors isolerende hsb buitenschil met goede kierdichting. Dit voorjaar kwamen de eerste energierekeningen binnen, een jaar nadat de renovatie is voltooid. Daaruit blijkt dat de beloofde energiebesparing van 75 procent, ofwel 65 euro per maand, zeker wordt gehaald.

Wooncorporatie Aramis AlleeWonen heeft de bewoners van de gerenoveerde woningen in Kroeven eerst een jaar wat laten wennen aan hun ‘nieuwe’ woning. En deed er ondertussen ook alles aan om de beloofde energiebesparing te helpen bereiken. Bij de oplevering kregen de bewoners onder andere een dvd en fotopagina’s met instructies hoe ze de woning zo energiezuinig mogelijk konden bewonen, alle bewoners zijn het eerste jaar bezocht door medewerkers om nadere uitleg te geven en ook de onderhoudsdienst hield oren en ogen open om problemen op te sporen en te verhelpen.
Hoewel de monitoring van de woningen daarom binnenkort pas van start gaat, is Robert van Rede, technisch projectleider bij Aramis AlleeWonen overtuigd van een goed resultaat: ‘Die 75 procent energiebesparing ofwel 65 euro per maand halen we met gemak. Ik denk zelf dat het rendement nog wel hoger is. Dat komt natuurlijk ook omdat de woningen hiervoor niet of nauwelijks geïsoleerd waren en zo lek als een mandje.’
‘De energiebesparing van 65 euro was gebaseerd op de berekende huurverhoging bij renovatie tot passiefwoningen. Het besluit voor de passiefhuisrenovatie viel na een werkbezoek aan een project in Duitsland. Met deze energiebesparing zouden dan de totale woonlasten niet stijgen, een belangrijke voorwaarde voor het uitvoeren van de renovatieplannen. Met deze renovatie kunnen we weer 40 jaar vooruit met de woningen. Dat is wel wat anders dan een labelsprong van F naar B, waar je over circa 10 jaar weer opnieuw kunt beginnen.’
In de visie van Aramis AlleeWonen is duurzaamheid één van de kernwaardes. De verwachte stijging van de energiekosten is een aandachtspunt. Voor beheersbare woonlasten moeten vooral de energiekosten dalen. Om de betaalbare woningvoorraad in stand te houden, moeten maximale energiebesparende maatregelen worden genomen. Kortom: van huurlasten naar woonlasten. Met de passiefhuisrenovatie van deze 246 woningen heeft Aramis AlleeWonen een bijzonder project gerealiseerd in Nederland.

Lees verder in editie 6-2012

Nieuw RIVM-gebouw in Utrecht

0
Luchtfoto

Vijftig gebouwen van RIVM, Rijks-Instituut Volksgezondheid & Milieu in Bilthoven worden vervangen door één nieuw groot gebouw op Utrecht Science Park. In 2018 moet de bouw zijn afgerond en dan zullen 1.450 RIVM medewerkers daar hun werkplek vinden. In de nieuwbouw worden onder meer het grootste stralingslab en het grootste microbiologielab van Nederland gerealiseerd. De wijze van aanbesteden en de voorgestelde financieringsmethodiek zijn vernieuwend voor dit type projecten

De Rijksgebouwendienst is de partij die de Europese aanbesteding organiseert namens het ministerie van VWS en RIVM. Dat gebeurt in de vorm van een PPS, Publiek Private Samenwerking. Voor een overheidsgebouw met gespecialiseerde laboratoria is dat een novum in Nederland. Men voorziet het sluiten van een DBFMO-contract; Design, Build, Finance, Maintain and Operate komen via een dergelijk contract in handen van één private partij. Meestal is dat een consortium van bedrijven. De gedachte is dat het in één hand leggen van de verantwoordelijkheid, ook voor onderhoud en exploitatie van het gebouw, een extra prikkel geeft om de levensduurkosten laag te houden.

Selectie van partijen

Recent werd bekendgemaakt dat drie partijen, consortia, zijn geselecteerd voor de zogeheten ‘ dialoogfase’, die voorafgaat aan de daadwerkelijke aanbesteding. Strukton Hurks is een geselecteerd consortium waarin naast Strukton en Hurks ook ingenieursbureau Deerns en Claus en Kaan Architecten deelnemen. Het tweede consortium heet Poort van Utrecht en kent als participanten onder meer BAM, PGGM, bureau B+B, ISS en RKD Architects. I2O In Omnibus Omnia is de naam van het derde geselecteerde consortium met als aandeelhouders onder andere Facilicom, Volker Wessels en Macquire Capital Group.
De Rijksgebouwendienst verwacht dat de dialoog met de drie consortia in de tweede helft van 2013 zal zijn afgerond. Daarna volgt de inschrijving, terwijl de opdrachtverlening voorzien is in het voorjaar van 2014. Medio 2018 zal de bouw afgerond kunnen zijn.

Beschikbaar voor Science Park

Als het RIVM in 2018 vertrekt uit Bilthoven naar De Uithof, dan wordt het terrein dat achterblijft onderdeel van het Utrecht Science Park. Verschillende betrokken partijen, het Rijk, de provincie, het Utrecht Science Park en de gemeente De Bilt, hebben daarover overeenstemming bereikt. Er is een intentieovereenkomst getekend voor het ontwikkelingsproces.
Men heeft de intentie vastgelegd te onderzoeken of de locatie tot ontwikkeling kan worden gebracht als satellietlocatie Bilthoven van het USP. Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) blijft overigens gevestigd op het RIVM-terrein.

Lees verder in editie 6-2012

Top 5 Klanttevredenheid van E-installateurs

0
Klantentevredenheid

E-installateurs zijn in 2012 het meest tevreden met JUNG. Ook Draka en ABB-HAF scoren goed onder elektrotechnisch installateurs. Vergeleken met 2011 kent de top-5 drie nieuwe gezichten. De adviseurs die actief zijn in de elektrosector geven evenals in 2010 en 2011 de hoogste waardering aan Schneider.

Het verbeteren van de klanttevredenheid is voor veel organisaties een belangrijke doelstelling. De BouwKennis Marketing Score Card Klanttevredenheid peilt jaarlijks de mening van E-installateurs, W-installateurs en adviseurs over de klanttevredenheid met de belangrijkste fabrikanten en handelaren. Onder installateurs is van twaalf belangrijke aspecten de tevredenheid gemeten, onder adviseurs van elf. Daarnaast is ook een algemeen tevredenheidcijfer per merk gevraagd. De top-5 is opgemaakt aan de hand van dit cijfer. Een aantal fabrikanten is doorgemeten en vergeleken met concurrenten in meerdere productgroepen. Daarom staat tussen haakjes de productgroep vermeld.

Bovenaan

Onder E-installateurs gooien JUNG en Gira net als in 2011 hoge ogen. Maar ook Draka, ABB/HAF en Hager scoren goed op het gebied van klanttevredenheid. De onder-linge verschillen in de top-5 zijn beperkt.

De top-5 volgens adviseurs die werkzaam zijn in de E-installatie bevat in 2012 twee nieuwe gezichten: ETAP en Legrand. Adviseurs zijn evenals in 2010 en 2011 het meest tevreden met Schneider. Ook Eaton en Gira scoren hoog op het gebied van klanttevredenheid. Opvallend is dat adviseurs erg tevreden zijn met fabrikanten van domotica toepassingen.

Lees verder in editie 6-2012

Omgevingsmanagers onmisbaar

0
Bouwen

Omgevingsmanagers zijn onmisbaar voor het succes van een bouwproject. Door een tevreden omgeving tot uitgangspunt te kiezen, is de omgevingshinder niet langer het sluitstuk maar een managementopgave. Door actieve samenwerking met stakeholders ontstaat betrokkenheid uit de omgeving waardoor het project sneller kan worden uitgevoerd. Het project A12 Utrecht Lunetten-Veenendaal is daar een voorbeeld van.

In de aanbesteding voor het project A12 Utrecht Lunetten-Veenendaal werd de doelstelling ‘tevreden omgeving’ voor het eerst in Nederland als criterium meegewogen. De omgevingsmanagers van Rijkswaterstaat en aannemer Poort van Bunnik, een samenwerking van een aantal BAM-bedrijven, zijn opgetogen over de unieke kansen die je voor de omgeving creëert wanneer de speelruimte van opdrachtgever en aannemer optimaal wordt benut.
‘Normaal legt een omgevingsmanager aan de omgeving uit wat er gaat gebeuren’, aldus Jacqueline te Lindert, omgevingsmanager van het project bij Rijkswaterstaat. ‘Wanneer een aannemer al in de tenderfase betrokken is bij het proces denkt hij actief en integraal mee over oplossingen die er toe leiden dat ook de omgeving tevreden is.’ ‘Je moet in de huid kruipen van degene die iets overkomt’, vult Patrick Voet van Royal HaskoningDHV aan. Hij is omgevingsmanager namens Poort van Bunnik. ‘Wanneer er snel gebouwd moet worden, schieten organisaties meestal in een kramp. De luiken gaan dicht. Terwijl je juist meer moet communiceren. Als mensen zich zorgen maken over hun veiligheid en eigendommen houdt elke communicatie op. Dat wil je voorkomen.’

Tevreden

In het tevreden stellen van omwonenden kiezen aannemer en Rijkswaterstaat bewust voor een hoge ambitie. En dat betekent dat je ook de bewoner die als enige in zijn straat klaagt over geluidsoverlast, serieus neemt, vindt Te Lindert. ‘Hinderbeleving is nu eenmaal subjectief. Sommige klachten zijn eenvoudig te verhelpen. Een aggregaat dat herrie maakt, kun je verplaatsen om een klein voorbeeld te noemen. Een groot voorbeeld is het wijzigen van techniek. Om de geluidsoverlast te beperken, had de aannemer in de voorbereiding al besloten om zo weinig mogelijk te heien. In plaats daarvan werd besloten om gebruik te maken van een techniek waarbij damwanden in de grond worden getrild.
Voet: ‘Maar tijdens de uitvoering bleek dat omwonenden ook dat trillen vervelend vonden, zelfs beangstigend. We hebben de afdeling risicomanagement gewaarschuwd dat de projectversnelling in gevaar kwam als een belangrijk deel van de omgeving niet langer tevreden is.’

Lees verder in editie 6-2012

Urban Farming op het Dak

0
Dakakker

De Dakakker Rotterdam

De strijd tussen Rotterdam en Amsterdam komt niet alleen in het voetbal voor. Ook op het gebied van Urban Farming op het dak is een felle strijd inmiddels gevoerd. Was het Amsterdamse project Zuidpark van vastgoedbeheerder Jan Huijbrechts dit jaar op een paar dagen niet het eerste Urban Farming dak, maar wel het grootste van Europa en genomineerd voor de Green Building Award 2012, Rotterdam pakte uit met de eerste DakAkker in Nederland.

Nu de trend is gezet om ook groente op het dak te kweken ontving de dakakker in Rotterdam zelfs van de jury van de Green Building Award 2012 een ‘Green Card’, een speciale vermelding voor een project dat niet bij de vijftien genomineerde is geëindigd. Aldus het Jury rapport: ‘Dit project is zowel technisch als maatschappelijk een perfecte illustratie van het belang van urban roof farming. Daarnaast heeft het project veel positieve PR opgeleverd voor de sector.’

Binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam is inmiddels Urban Farming ontstaan op het dak van kantorencomplex Schieblock aan de Schiekade onstaan. Vanaf juni dit jaar groeien kolen, slaplanten en andere groente in deze voor Nederlandse begrippen eerste officiële ‘DakAkker’. Waar ligt het verschil toch tussen een dak-akker en een dakmoestuin? Op Zuidpark Amsterdam staat de groente prachtig in bakken, op de draagconstructie en is het dak bedoeld als ‘Stay Connected’, mooie vastgoedterm van eigenaar Jan Huijbrechts, om zijn pand aantrekkelijk te maken voor de huurder. In Rotterdam daarentegen heeft men het dak voorzien van volledige substraatlagen die daar waar de constructie het kan dragen voorzien zijn van dikkere lagen voor de groente en naast deze draagmogelijkheden dienen als paden. Dat kan wellicht het grote verschil zijn tussen een zogenaamde ‘volvlaks’ dakakker en een gecombineerde dakmoestuin.

Bovenop de bestaande, hier en daar gerepareerde dakbedekking zijn beschermende kunststof drainagelagen met beschermmatten aangebracht die dienen voor de afvoer van overtollig water, het vasthouden van water en bescherming geven aan de dakbedekking. Daarboven op is een speciaal mengsel substraat voor moestuinen gelegd met een dikte van 250 mm (>250 kilo) op de teeltvlakken en 100 mm (>100 kilo) ter plaatse van de paden tussen de groentevlakken. De dakranden van de dakakker zijn voorzien van EPS kunststof lichtgewicht bakken, gecoat met een flexibele kunststof coating waarbij de opstand van de dakrand als vorm uit de prefab bak is gehaald. Deze bakken, voorzien van substraat, dienen direct als randbeveiliging maar gelden ook vanuit het straatbeeld als fraaie architectonische ophoging van het pand.

Lees verder in editie 6-2012

In hoeverre compenseren groendaken tuinen?

0

In hoeverre kunnen groene daken de druk op het riool veroorzaakt door verharde tuinen compenseren? Dat is een pregnante vraag die wetenschappers al langer bezig houdt. In Rotterdam werd hier uitgebreid aan gerekend.

Al in 1992 meldde het Dak Informatie Magazine dat de dakenbranche dringend behoefte had aan een uniforme bepalingsmethode voor enkele specifieke eigenschappen van dakbegroeiing, zoals het waterbufferend vermogen. Dit jaar is de Hogeschool Rotterdam een omvangrijk tweejarig onderzoek gestart om hieraan alsnog handen en voeten te geven. Het onderzoek bestaat uit theoretisch modelonderzoek en praktijkonderzoek in onder andere Rotterdam. Door vóór en ná het aanleggen van dakbegroeiing het effect op de waterhuishouding en de energiehuishoudeing te meten, ontstaat een beter beeld van het effect op stedenbouwkundige schaal. Dat is interessante informatie om beleid te maken voor adaptatie aan het klimaatprobleem. Immers, de komende jaren zal de belasting op riool en oppervlaktewater door hevige regenval toenemen.
In Rotterdam werd gezocht naar een wijk met een aantal unieke eigenschappen, waardoor onderzoek naar de watervertragende werking van groene daken zeer interessant wordt. De wijk zou enkele hectaren moeten bestrijken met ongeveer 300 woningen. Alle woningen zouden grondgebonden moeten zijn met een plat dak. Het gebied heeft een gesloten watersysteem met slechts één of twee aansluitingen op het bovenwijkse systeem. Het zou helemaal ideaal zijn als de woningen bij één eigenaar in bezit zouden zijn. Dit alles bij elkaar maakt dat de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn voor het beantwoorden van de vraag of het aanleggen van dakbegroeiing de toenemende risico’s op overstroming als gevolg van het klimaatprobleem kan compenseren.

Kosten-batenanalyse

In de huidige berekeningsmodellen voor capaciteit van riolering en oppervlaktewater is soms de mogelijkheid aanwezig om de vertragende werking van groendaken door te rekenen. Echter, tot nu toe was nooit onderzocht welke invoerwaarden en welke uitkomsten realistische zouden zijn. Waterschappen en gemeenten konden dus niet uitrekenen of het aanleggen van dakbegroeiing lonend kan zijn. Wel bestaat het vermoeden dat het in stedelijk gebied soms goedkoper kan zijn groendaken aan te leggen dan de capaciteit van riolering en oppervlaktewater te vergroten. In beheerskosten is het aanleggen van begroeide daken waarschijnlijk ook goedkoper, omdat die dan door de dakeigenaar betaald worden. Voor de dakeigenaar is op andere punten geld te verdienen. Bijvoorbeeld door een langere afschrijving als gevolg van een grotere levensduurverwachting en op voorkomen van koeling en besparing op koellasten.

Lees verder in editie 6-2012