Home Blog Pagina 423

Renovatie groendaken

0
Lekkage

Wat ging mis?

Groendaken en gebruiksdaken hebben een geschatte levensduur van ongeveer 25 tot wel 50 jaar. Dat is langer dan het aantal jaren dat we deze daken in Nederland toepassen. Toch dienen zich nu al daken aan voor renovatie. Wat ging hier mis?

De dakdekkers- en hovenierbedrijven die daken aanleggen conform de richtlijnen van BDA/Leven op Daken, doen dit niet alleen in de vorm van nieuwbouw. Ook renovatie is een belangrijk onderdeel van het werkpakket. Een steeds belangrijker wordend onderdeel zelfs, want de laatste tijd dient zich ook een groeiend aantal groen- en gebruiksdaken aan voor renovatie. Meestal is er bij deze daken al bij de aanleg iets fout gegaan. Een nadere bestudering leert dat we onderscheid kunnen maken in enkele hoofdcategorieën fouten die overigens in de meeste gevallen uit onwetendheid zijn gemaakt. Hier volgt een opsomming:

  1. Grond-, weg- of waterbouwers hebben zich met het dak bemoeid
    Ook in geval van nieuwbouw ligt het niet voor de hand om de ingeschakelde grond-, weg- of waterbouwers het dak ‘even erbij’ te laten doen. De praktijk op het dak is toch echt anders dan op maaiveldniveau. Op het dak werken drainagebuizen om de paar meter niet. Gevolg: vernatting, het sedum of de beplanting sterft af en onkruid slaat toe. Oplossing: het verplicht toepassen van zogenaamde ‘platgeslagen drainagebuizen’ in de vorm van kunststof drainagematten die worden aangebracht op het totale dakoppervlak, zodat het water via het dakafschot altijd zijn weg zal vinden naar de hemelwaterafvoeren.
  2. Het water kan niet weg onder een rijverharding en er ontstaat lekkage
    Dit dak is waarschijnlijk aangelegd door een wegenbouwer in plaats van een dakspecialist. Er is geen drainage aangelegd onder de rijverharding, waardoor het water onvoldoende kan wegstromen in het onderliggende zware zandpakket. Vaak ontbreekt in deze gevallen ook een beschermende afdekking van de dakbedekking, die vervolgens door het intensieve gebruik van de rijverharding beschadigd kan raken en gaat lekken. Gevolg: wateroverlast, drijfzand en lekkage. Oplossing: het hele dak voorzien van stevige drukvaste kunststof drainagematten die tevens zorgen voor een beschermende laag bovenop de dakbedekking.
  3. Er is onvoldoende afwatering
    Dit probleem kan ook ontstaan terwijl er wel drainage is aangebracht, maar waarbij vergeten is dat de plassen op het dak dieper zijn dan de hoogte van de drainagemat. Gevolg: vernatting, het sedum sterft af en heftig onkruid slaat toe. Oplossing: al tijdens de aanleg of renovatie zorgen voor goed en evenredig dakafschot. Na die tijd kan alleen een speciaal verhoogde drainagemat zorgen voor droging in het groenpakket.
Lees verder in editie 6-2012

Groen dak past prima binnen Green Deal

0
Vogels

Geloof het of niet, maar biodiversiteit en ecosystemen worden straks grote thema’s binnen het duurzaamheidsbeleid van bedrijven en organisaties, beklemtoont Caroline van Leenders. Daarom is het goed dat diverse partijen de koppen nu al bij elkaar hebben gestoken om hier handen en voeten aan te geven. Zoals Heineken, Akzo, maar ook Leven op Daken.

Leven op Daken heeft zoals dat heet begin 2012 een Green Deal gesloten met minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) in het afgelopen kabinet Rutte. Het idee hierachter is afkomstig uit de Tweede Kamer, die vond dat de overheid groene afspraken met de samenleving diende te maken, om zo het streven naar meer duurzaamheid een impuls te geven. Binnen een half jaar leverde dat vele tientallen ideeën en afspraken op, vooral gericht op energie en energiebesparing.
‘Dat vond de Tweede Kamer niet genoeg’, zegt Caroline van Leenders, strategisch procesmanager Duurzame Ontwikkeling bij Agentschap NL, dat namens EL&I aanspreekpunt is voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden als het gaat om duurzaamheid, innovatie en samenwerken. ‘Er was behoefte aan meer diepgang, en zo is de Community of Practice (CoP) Biodiversiteit en Ecosystemen ontstaan.’
Van Leenders zelf is het brein achter deze CoP waarbinnen de deelnemende bedrijven kennis en ervaring delen over het (economisch) waarderen van biodiversiteit en ecosystemen in de eigen bedrijfspraktijk. ‘Als ik in de loop der jaren iéts in mijn werk heb geleerd’, zo zegt ze, ‘dan is het wel dat je bedrijven vooral van elkaar moet laten leren. Daar steken ze het meest van op. En dat is precies wat we hier doen. We hebben zestien bedrijven uit verschillende sectoren en qua omvang variërend van eenmanszaak tot 65.000 medewerkers. Zij zijn eigenaar van de community die in het kader van de Green Deal heeft beloofd een bijdrage te leveren aan de groene groei in Nederland. De overheid levert als tegenprestatie een procesmanager van Agentschap NL die de community samenstelt en begeleidt. Dat doe ik dus, samen met een collega.’

Lees verder in editie 6-2012

De Bouw in 2020

0
De Bouw in 2020’

Groei komt, maar hoe en wanneer?

‘Op de middellange termijn is er voldoende vraag naar bouwproductie’, aldus voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland. ‘In het meest positieve scenario is er sprake van 67 miljard bouwomzet in 2020, terwijl de sombere visie 60 miljard voorspelt. Nog altijd een forse stijging ten opzichte van de 54 miljard die we voor dit jaar verwachten. Dat is een belangrijke conclusie uit de scenario-doorrekening van ons rapport ‘De Bouw in 2020’, door het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB).’

Maar er moet wel wat gebeuren om deze latente bouwbehoefte daadwerkelijk in te vullen. Zonder stimulerend beleid vanuit de overheid op de korte termijn, komt de bouwproductie niet snel genoeg op gang.’ In het voorjaar presenteerde Bouwend Nederland haar strategische verkenning ‘De Bouw in 2020’ aan de Tweede Kamer, die het rapport met veel interesse in ontvangst nam. Centraal daarin zijn vier toekomstscenario’s die laten zien wat de bouwsector aan veranderingen te wachten kan staan, de komende acht jaar. De scenario’s worden bepaald door het type beleid dat gevoerd wordt (‘Rijnlands’ of ‘Angelsaksisch’) en hoe de economie zich ontwikkelt: van voorzichtig positief naar echte groei. Brinkman: ‘Wat echter nog ontbrak, is inzicht in de economische effecten van de scenario’s op de bouw. Die witte vlek is nu door het EIB ingevuld. We zien dat het verschil tussen het ‘beste’ en ‘slechtste’ scenario uitkomt op circa 7 miljard bouwomzet per jaar – maar in alle gevallen op een niveau dat stevig boven het huidige ligt.’

Sneller herstel
‘Maar dat is geen ‘stil maar, wacht maar’ verhaal. We komen daar niet vanzelf. De belangrijkste conclusie die we als Bouwend Nederland trekken uit de doorrekening, is dat er nu gericht stimulerend beleid moet komen om de economie via de bouwsector een boost te geven zodat het herstel sneller dichterbij komt. Dat kan goed, want er is een grote, latente bouwbehoefte bij vele duizenden Nederlandse burgers, maar bijvoorbeeld ook bij scholen, zorggebouwen en bedrijven; dat lezen we ook in het EIB-rapport.’ ‘Tot 2020 gaat het bijvoorbeeld om de bouw van minstens 500.000 nieuwe woningen, verbetering en verduurzaming van verouderde wijken en zorgwoningen. Als we daar nu niet in investeren, betalen we daar als maatschappij straks de rekening van.’

Lees verder in editie 5-2012

Bouwketen meer open voor innovaties

0
Innovaties

De huidige aanhoudende laagconjunctuur heeft invloed op de mate waarin de bouwketen ingaat op innovaties. Van de uitvoerende partijen in de bouwketen staat 30% door de huidige economische situatie meer open voor innovaties dan enkele jaren geleden. Gemiddeld worden verbeteringen op het gebied van bouwtijdverkorting en energiebesparingsmogelijkheden het meest genoemd als reden om een innovatie uit te proberen. Dit blijkt uit onderzoek van BouwKennis.

De ultieme innovatie springt in op een latente behoefte of creëert zelfs een geheel nieuwe behoefte. Uiteraard zal er in de praktijk vaak ingesprongen worden op de op dat moment geldende vraag. In dit kader is het een belangrijke vraag of het huidige economische klimaat het gebruik van nieuwe producten stimuleert of juist beperkt.

‘Staat uw organisatie door de huidige economische situatie meer of minder open voor innovaties dan enkele jaren geleden?’ Deze vraag is voorgelegd aan architecten, hoofdaannemers B&U, installateurs, klusbedrijven en onderaannemers. Gemiddeld zegt 30% van de partijen dat men door de huidige economische situatie juist meer open staat voor innovaties. Voor de meerderheid geldt dat er geen verschil is met enkele jaren geleden. Klusbedrijven en onderaannemers noteren het laagste percentage dat door de huidige economie juist meer openstaat voor innovatie.

Bouwtijdverkorting en energiebesparing populair
Aan de partijen in de bouwketen is tevens gevraagd welke verbeteringen een reden zijn om een nieuw product uit te proberen. Bouwtijdverkorting en energiebesparingsmogelijkheden worden hierbij gemiddeld het vaakst genoemd. Bouwtijdverkorting is voor de hoofdaannemer B&U duidelijk de nummer-één reden om een nieuw product uit te proberen. Vormgeving en esthetica zijn dit voor de architect, maar deze innovatie komt niet terug in de gemiddelde top-vijf.

Meer betalen voor innovaties
In het onderzoek is ook gevraagd of er productinnovaties zijn waarvoor men bereid is meer uit te geven dan het product of de materialen die nu worden gebruikt. Een van de dingen die hierbij opvallen is dat de percentages bij alle innovaties lager liggen dan bij de redenen om een product uit te proberen. Innovaties omtrent esthetica zijn ook opvallend. Verbeteringen op dit punt noemt bijna driekwart van de architecten als reden om een product uit te proberen. Van de architecten wil maar 36% ook meer betalen voor verbeteringen op het gebied van esthetica. Blijkbaar zijn ontwikkelingen op dit gebied belangrijk maar hierdoor ook vanzelfsprekend en minder een reden om er extra voor te betalen.

Lees verder in editie 5-2012

Duurzaamheid obstakel voor opdrachtgever

0
Duurzaam

Duurzaamheid speelt in de bouw een steeds grotere rol, maar is nog altijd niet de standaard. Volgens de meeste marktpartijen zijn het voornamelijk opdrachtgevers die de toepassing van duurzaamheid vaak belemmeren. Ook de aannemer B&U wordt relatief vaak aangewezen. Om duurzaamheid de komende jaren een grotere rol te laten spelen, moeten er volgens de markt vooral lagere prijzen komen. Daarnaast verlangt men een actievere overheid.

Veel bouwondernemingen grijpen de groeiende rol van duurzaamheid met beide handen aan en voeren plannen uit met aandacht voor duurzaamheid en energiebesparing. Er zijn in de markt echter nog altijd diverse belemmeringen die de toepassing van duurzaamheid tegenhouden. Het is voor bedrijven die inzetten op duurzaamheid van groot belang dat deze weggenomen worden. BouwKennis onderzocht welke marktpartijen vaak belemmerend zijn om duurzaamheid toe te passen en wat er moet veranderen wil duurzaamheid een grotere rol spelen.

Opdrachtgever dwars
Evenals bij de meting in 2010 wordt de opdrachtgever door alle marktpartijen, op de woningbouwcorporaties na, het vaakst genoemd als de partij die belemmerend is bij de toepassing van duurzaamheid. Dit is logisch omdat opdrachtgevers doorgaans de belangrijkste partij in de DMU zijn. Woningbouwcorporaties noemen de aannemer B&U het vaakst als meest belemmerende partij. Onder de andere marktpartijen staat de aannemer B&U vaak op de tweede plaats.

Lagere prijs
Op de vraag welke veranderingen er nodig zijn om duurzaamheid de komende jaren een grotere rol te laten spelen, wordt een lagere prijs voor duurzame producten zowel door opdrachtgevers als verwerkers het vaakst genoemd. Onder de opdrachtgevers noemt gemiddeld een kwart lagere prijzen. Onder de verwerkers is dit eenderde. Deze uitkomst is opvallend, omdat duurzame producten op langere termijn juist vaak goedkoper zijn dan traditionele bouwmaterialen. De initiële investering mag dan hoger uitvallen, maar deze wordt door lagere energielasten of minder onderhoud over de levensduur terugverdiend. In de bouw ligt echter, zeker in moeilijke tijden, vaak de focus nog op de aanschafkosten. Opvallend is dat overheidsingrijpen en duidelijkere regelgeving op een tweede en derde plaats staan. De overheid blijkt dus niet vaak te worden aangemerkt als belemmerende partij. Maar de bouwsector vraagt wel om een actievere rol van de overheid.

Lees verder in editie 5-2012

Het Binnengasthuis van Amsterdam

0
Binnengasthuis van Amsterdam

Slopen voor de letteren?

Al sinds de Middeleeuwen een verborgen plek: het terrein van het Binnengasthuis van Amsterdam. Tegenwoordig gebruikt de Universiteit van Amsterdam daar de rijksmonumentale gebouwen. Ze wilde er nu een van slopen, een andere deels. En dat in een tijd waarin het zo belangrijk is dat cultureel erfgoed herbestemd wordt.

Onder de noemer ‘modernisering van de monumentenzorg’ bevordert de overheid dat er verstandiger met het culturele erfgoed omgegaan wordt. Dat is zeker van belang nu er een economische crisis rondwaart, nu grootschalige leegstand een probleem vormt en nu duurzaamheid een steeds grotere rol speelt. In een historische omgeving is het erfgoed altijd uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. De kracht van de vernieuwde koers zit hem in het voeren van een discussie, bijvoorbeeld over herbestemming versus nieuwbouw, gevolgd door de keuze voor de beste aanpak.
Zo’n discussie is in de afgelopen jaren gevoerd over twee gebouwen van het Binnengasthuis in Amsterdam, namelijk de tweede chirurgische kliniek en het zusterhuis. De gesprekspartners waren niet de minste. Allereerst de hoofdstedelijke gemeente. Dan de Universiteit van Amsterdam, waar 5.500 mensen werken en waaraan er 35.000 studeren. Vervolgens omwonenden en andere verenigde liefhebbers van de historische stad. En tot slot het Rijk, waarvoor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed opereerde namens de staatssecretaris van Cultuur.

Een ziekenhuis
Dat ‘opereren’ is een toepasselijk woord, want het Binnengasthuis is eeuwenlang een ziekenhuis geweest. Het bevond zich oorspronkelijk niet in het centrum, zoals nu. In 1582 lag het terrein van het Binnengasthuis nog aan de rand van Amsterdam, daar waar de Amstel de stad binnenstroomde. Het ziekenhuis betrok in dat jaar de middeleeuwse gebouwen van het Oude en Nieuwe Nonnenklooster, een enclave met veel open ruimte voor tuinen en boomgaarden. Destijds heette het ziekenhuis nog het Sint-Pietersgasthuis. De naam Binnengasthuis ontstond kort daarna, toen in 1635 buiten de poorten van de explosief groeiende stad het Buitengasthuis werd gebouwd, voor zeer besmettelijke pestlijders.

Lees verder in editie 5-2012

Particulier claimt stevige rol in toekomst ZZP’ers

0
Toekomst ZZP'ers

Particulieren zijn de belangrijkste opdrachtgevers voor ZZP’ers. Ook werken zelfstandig ondernemers veel voor bedrijven en aannemers. Geregeld zullen ZZP’ers voor hun opdrachtgever zelf merk-, materiaal- en aankoopplaatskeuzes maken. Toch speelt de particulier hierin ook een aanzienlijke rol. Volgens gemiddeld een kwart van de generalisten zullen particulieren in de komende twee jaar meer invloed krijgen in deze keuzes. Dat blijkt uit onderzoek van BouwKennis voor de ZZP & Klus Monitor 2012. De consument claimt stevige rol in toekomst ZZP’ers.

In het voorjaar van 2012 zijn er zo’n 73.000 ZZP’ers actief in de bouwsector. Tweederde kan omschreven worden als generalist (klusbedrijven en timmerbedrijven). De rest is specialist en actief als schilder, loodgieter of tegelzetter etc.

Opdrachtgever
Aan generalisten is gevraagd voor welke opdrachtgevers zij wel eens werken. Ruim negen op de tien werkt wel eens voor particulieren. Zij zijn daarmee de meest voorkomende opdrachtgever bij ZZP’ers. Dat is ook niet verwonderlijk gezien het feit dat ZZP’ers met name onderhoud- en renovatiewerkzaamheden aan woningen uitvoeren, gevolgd door kleinere aandelen in de woningnieuwbouw. Slechts 8% van de ondervraagden werkt nooit voor particulieren.

Verder werkt ruim de helft van de zelfstandig ondernemers ook voor bedrijven en aannemers. In 2010 werden de partijen in dezelfde volgorde als opdrachtgever genoemd. Toen werkte respectievelijk 94%, 58% en 53% van de ZZP’ers voor particulieren, bedrijven en aannemers. Opdrachtgevers met een kleiner aandeel zijn woningcorporaties, gemeenten en overige instanties.

DMU
ZZP’ers die in opdracht van anderen werken, zullen soms de volledige verantwoordelijkheid krijgen voor het uitzoeken van materialen, merken en aankoopplaatsen. Toch blijkt in de praktijk dat de opdrachtgever steeds vaker de beslissende partij is op die gebieden. Aan generalisten is gevraagd of de rol van de particulier in het bepalen van merk, materiaal en aankoopplaats de komende twee jaar toe- of afneemt.
Ruim eenderde van de generalisten zegt dat de rol van particulieren in de aankomende twee jaar op het gebied van materiaalkeuze zal toenemen. Een kwart denkt dat voor merkkeuze en bijna eenvijfde voor de keuze voor een aankoopplaats. Bij de laatste twee aspecten geldt dat meer klusbedrijven dan timmerbedrijven dat denken. De toenemende rol kan te maken hebben met het feit dat mensen steeds veeleisender worden en waarschijnlijk zelf invloed willen hebben op deze belangrijke keuzes. Overigens denkt het merendeel van de generalisten dat de rol van particulieren gelijk zal blijven.

Lees verder in editie 5-2012

53.000 nieuwe woningen in 2012

0
Nieuwbouw

De nieuwbouwproductie van woningen zal de komende jaren op iets meer dan 50.000 stuks uitkomen. Voor 2012 verwacht BouwKennis 53.000 nieuwe woningen en in 2013 51.000 nieuwbouwwoningen. Vanaf 2014 neemt de nieuwbouwproductie toe.

De woningnieuwbouw staat onder druk vanwege de nieuwe dip in de verkochte nieuwe woningen, het lage consumentenvertrouwen, de financiële tegenslagen bij corporaties en de geplande maatregelen uit het Kunduz-akkoord. Vooral de verkoop van nieuwe woningen is zorgwekkend. In de eerste vijf maanden van 2012 hebben naar schatting slechts circa 5.000 verkopen plaatsgevonden, met als dieptepunt 900 verkochte woningen in mei 2012 (Bron: Monitor Nieuwe Woningen). Dit zijn voornamelijk woningen die consumenten ‘van tekening’ kopen. Dat geeft een indicatie van de toekomstige woningbouwproductie. Doorgaans leidt een verkoop van tekening met één of twee jaar vertraging tot een gereedmelding, afhankelijk van hoe snel de voorverkoop van een bouwproject loopt.

Uitdagingen
In het recentelijk gesloten Kunduz-akkoord hebben de politieke partijen VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie een aantal maatregelen met betrekking tot de woningmarkt aangekondigd. Hoewel de regels nog nader uitgewerkt moeten worden, lijkt de koopwoningmarkt er niet beter van te worden. Allereerst vormt de combinatie van de verhoging van het hoogste btw-tarief van 19% naar 21% en de blijvende verlaagde overdrachtsbelasting van 2% een verslechtering van de concurrentiepositie van nieuwbouw ten opzichte van bestaande bouw.

Daarnaast maakt het akkoord een onderscheid tussen bestaande en nieuwe hypotheken, dat moet ingaan vanaf 2013. Van de bestaande hypotheken blijven de al geldende voorwaarden ongewijzigd, terwijl de nieuwe hypotheken te maken krijgen met beperkende voorwaarden ten aanzien van de hypotheekrenteaftrek en de aflossing. Dit zorgt voor een rem op de doorstroming, hoewel aanvankelijk relatief veel mensen nog onder de oude voorwaarden een hypotheek zullen willen afsluiten. Dat kan op de zeer korte termijn leiden tot een opleving, die na begin 2013 weer inzakt.

Verder zal de verhoging van de bankenbelasting uit het Kunduz-akkoord de financiering van bouwprojecten duurder maken, omdat banken deze extra kosten gewoon zullen doorberekenen aan de klanten. Bouwers voor de markt hebben hun activiteiten al fors ingeperkt. Als straks ook corporaties deze extra kosten voor hun kiezen krijgen, zal ook hier de bouwproductie opdrogen.

Lees verder in editie 5-2012

Metselwerk restaureren

0
Metselwerk restaureren

De geheimen van de gevel

Gebouwen, kades, bruggen, tuinmuren. Al eeuwenlang is Nederland volgemetseld met bakstenen. Dat oude metselwerk draagt heel wat geheimen in zich. Bij onderhoud en restauratie blijkt welke dat zijn. Drie vaklieden zijn van de steiger gekomen om erover te vertellen. Metselwerk restaureren, een kijkje in de de historie.

Het is een prachtige lentedag. Buiten speelt de zon met de oude binnenstad. Binnen schuiven drie vakmensen aan tafel. Het gesprek gaat over het onderhouden en restaureren van historisch metselwerk. ‘Als het binnenklimaat verandert omdat het gebouw een nieuwe functie heeft gekregen, dan ontstaan er soms problemen met de bakstenen’, zegt Dirk-Aart de Leeuw. Hij is uitvoerder bij aannemer Jurriëns, die gespecialiseerd is in het onderhoud van monumenten. ‘Houd goed in de gaten waar de watersnoodramp plaats heeft gevonden’, waarschuwt Jan Willem Walraad, restauratiearchitect. ‘Als gebouwen toen in het zeewater hebben gestaan, dan zit het zout nog steeds in de muren.’
De derde vakman is Rick Takkenkamp, directeur van zijn eigen bedrijf dat gevels restaureert: ‘Er bestaan standaardbestekken waarin staat dat een voeg tot tweeënhalve centimeter uitgehakt moet worden. De meeste gemeenten hanteren die. Maar bij ragfijne voegen uit de achttiende eeuw is dat niet mogelijk zonder schade.’ ‘Toch komt die regel ergens vandaan’, zegt Walraad. ‘Heel vaak wordt er te weinig uitgehakt, zodat de nieuwe voeg onvoldoende houdt.’
De drie zijn uitgenodigd door Michiel van Hunen, senior onderzoeker instandhoudingsstechnologie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De reden: op 10 oktober houdt de dienst een symposium over historisch metselwerk. Veel aspecten van onderhoud en restauratie zullen die dag aan de orde komen.

Bastaardmortel
Vrijwel elk oud gebouw in Nederland is opgetrokken uit baksteen. Om ons heen is een feest aan verschillende kleuren baksteen te zien, aan verschillende formaten, verbanden en voegen. Zware kloostermoppen uit de middeleeuwen leveren een compleet andere muur op dan de uitbundige baksteenkunst van de Amsterdamse School. Goed metselwerk doorstaat de eeuwen met gemak. Toch heeft het af en toe de ogen en handen van een vakman nodig.

Lees verder in editie 5-2012

Drijfveren potentiële huizenkopers anders

0

Potentiële huizenkopers die de afgelopen drie jaar een woning hebben gekocht, lieten zich bij de aankoop van een andere woning leiden door hun woonwensen. Dat is een opvallend verschil met de koopgeneigdheid van potentiële huizenkopers, bij wie ‘urgentie’ een veel voornamere rol speelt. Een sterker gevoel van urgentie kan hen over de streep trekken om een ander huis te kopen. Dit biedt kansen voor zowel makelaars als bouwbedrijven.

Dit blijkt uit een onderzoek naar ‘openingen in de woningmarkt’ van het Maastrichtse onderzoeksbureau RenM I Matrix, in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) en Bouwend Nederland, onder 1095 respondenten. Het doel hiervan was om te onderzoeken welke motieven en argumenten een rol spelen bij de lage koopbereidheid.
Bij het onderzoek worden twee groepen onderscheiden: kopers en niet-kopers. ‘Kopers’ zijn in dit geval doorstromers en starters, die de afgelopen drie jaar een huis hebben gekocht. Onder ‘niet-kopers’ wordt verstaan: huurders met kooppotentieel, woningeigenaren met koop-/verkooppotentieel en latente doorstromers.

Meer wooncomfort
Uit het onderzoek komt naar voren dat het thema ‘woonwensen’ de meeste invloed uitoefende op de koopgeneigdheid van mensen die de afgelopen drie
jaar een woning hebben gekocht. Het niet meer passen van de woning bij de woonwensen heeft een positief effect op de koopgeneigdheid. Meer wooncomfort, een grotere woning en een betere woonomgeving worden door deze groep kopers het meest genoemd als redenen om te verhuizen. Het motief ‘urgentie’ had minder invloed op de koopgeneigdheid.

Prijzen zakken
Bij de huurders met kooppotentieel hebben de woonwensen een minder dominante invloed. ‘Urgentie’ komt als belangrijkste factor naar voren bij de koopgeneigdheid. Al blijkt wel uit het feit dat zij nog geen woning hebben gekocht, dat de urgentie voor hen nog niet hoog genoeg is. De verwachting dat de woningprijzen nog verder zullen zakken vormt daarnaast een hoge drempel voor deze groep. Volgens de onderzoekers heeft dit een verlammende werking.
Ook bij de woningeigenaren met een koop-/verkoopneiging en bij latente doorstromers speelt ‘urgentie’ de belangrijkste rol. Deze groep is moeilijker over de streep te trekken dan de huurders met kooppotentieel, omdat het gevoel van urgentie bij hen lager is.

Lees verder in editie 5-2012