Home Blog Pagina 421

Integratie automatiseringsdisciplines in seniorencomplex

0
Seniorencomplex

Het succes van de systeemarchitect

In 2013 verschijnt in elke uitgave van Bouw en Uitvoering een business case van de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering. In deze uitgave een wel heel bijzonder project: Antonius Veste in Nederweert, een seniorencomplex met 66 appartementen waarin alle mogelijke automatiseringsdisciplines optimaal geïntegreerd zijn. Systeemarchitect Marco Keizers vertelt.

Antonius Veste is gebouwd in opdracht van Woningvereniging Nederweert. Dit is een kleine woningbouwvereniging die sociale huurwoningen bouwt, beheert en verhuurt.
De organisatie realiseert uitsluitend toekomstgerichte, hoogwaardige woningen voor senioren. Daarbij wordt zorgvuldig ingespeeld op de wensen van (toekomstige) bewoners, zoals veiligheid, flexibiliteit, comfort en duurzaamheid. Zo ook in het geval van Antonius Veste.
Marco Keizers legt uit: ‘Dit project is in meerdere opzichten uniek. Ten eerste omdat de opdrachtgever, Woningvereniging Nederweert, er heel bewust voor heeft gekozen om gebouwen neer te zetten die een
lange economische levensduur hebben. Voor zo’n kleine sociale woningbouwvereniging is dat heel bijzonder.
Ten tweede is er in dit project sprake van een verregaande integratie van verschillende disciplines, zoals vloer­verwarming, koeling, verlichting, zonwering, zorgtechniek, intercom, audio, video, bellen en internet. Ten derde is het een unicum dat ik als systeemarchitect in een vroeg stadium al ben aangeschoven, toen de plannen voor Antonius Veste nog in de conceptuele fase verkeerden. Gelukkig, moet ik zeggen, want nog altijd is het gebruikelijk dat system integrators te laat bij het bouwproces worden betrokken. Ten slotte is dit project speciaal omdat alle stappen, alle fases en alle vormen van samenwerking zo goed zijn verlopen. Dat heeft een heel bijzonder resultaat opgeleverd, waar de huidige bewoners het meeste van profiteren. Zo kunnen zij nu dankzij de open technologie hun eigen zorgaanbieder kiezen en hebben ze de mogelijkheid om elkaar onderling via de technologie bij te staan als dat nodig of gewenst is.’

Lees verder in editie 2-2013

Huurder heeft stem in bouwproces

0
Huurder

Sociale woningbouw, niaNesto-woningen

Conceptaanbieders, gemeentes, corporaties én huurders realiseren samen in 2013 minstens 50 unieke sociale huurwoningen met een energienota nulwaarde. Woningbouw-coöperatie Portaal organiseerde een wedstrijd waarbij vijf concepten – gekozen door onder andere huurders – als winnaar uit de bus kwamen. Concepten van Volker Wessels, Dura Vermeer, Blue Casco, WeBuildHomes en Klaassen Groep. We praten met Arthur Lippus, programmamanager Innovatie bij Portaal over dit revolutionaire project: niaNesto.

Het idee van niaNesto is ruim een jaar geleden ontstaan, toen we ons nieuwe ondernemingsplan presenteerden met klantgerichtheid, duurzaamheid en betaalbaarheid als hoofdthema’s’, vertelt Arthur Lippus. ‘Vanuit mijn functie als bestuurslid in het Netwerk Conceptueel Bouwen wist ik dat conceptaanbieders veel verder kunnen gaan, dan wat wij standaard in projecten regulier ontwikkelen. Vanuit deze gedachte kwamen we op het project niaNesto. Projectaanbieders denken op een competitieve manier concepten uit en eindgebruikers – huurders – denken mee. Waar de naam niaNesto vandaan komt? Het betekent ‘ons nest’ in het Esperanto. Toen wij met niaNesto begonnen, hadden we al enige ervaring met dergelijke woningen, namelijk in Nieuw Leiden. Aan de hand van een ‘legodoos’ lieten we vijf jaar geleden de huurder zelf zijn of haar woning samenstellen. Het was een succesvol project, maar het vervolg bleek lastig. Met niaNesto maken we gebruik van ‘legodozen’ van diverse conceptaanbieders. NiaNesto staat voor de klant, het nest. Het Esperanto voor de samenwerking met alle partijen die betrokken zijn bij de bouw van deze woningen.’

Hoofdthema’s

‘Klantgerichtheid, duurzaam en betaalbaar zijn de hoofdthema’s bij niaNesto. We vragen Lippus hoe -niaNesto dit kan realiseren. ‘Klantgerichtheid bereiken we door de klant te betrekken in het selectieproces van de beste concepten. Dit doen we met klantenpanels. Niet met de specifieke klanten die in de woningen gaan wonen, maar met klanten van de coöperaties in het algemeen. Nadat de concepten gekozen zijn, komen de klanten in beeld die de woningen daadwerkelijk gaan betrekken. Zij kiezen vervolgens zelf hun woning, een van de vijf concepten. Binnen het concept hebben ze ook nog keuzevrijheid, bijvoorbeeld met betrekking tot woninggrootte, -indeling en gevelstijl. Ook het in contact blijven met de klant – na de bouw – past binnen onze klantgerichtheid. Dan kom ik gelijk bij het tweede thema: duurzaamheid.

Lees verder in editie 2-2013

De Bouw maakt het!

0
Bouw

De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 0,5%. De negatieve economische spiraal is dus nog niet doorbroken. Om ons land uit de crisis te halen, is groei nodig. De bouwsector in ons land remt de groei met 0,5%. Met andere woorden: de malaise in de bouw houdt Nederland in de crisis. Willen we snel en sterk uit de crisis komen, dan moeten we meer investeren in de bouw en infra. ‘Waar de bouw eerst zorgde voor een boost van onze economie, is het nu nog het sleepanker’, aldus Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland.

In betere tijden was de totale bouwsector in Nederland goed voor 5,5% van het bruto binnenlands product (bbp) en voor een productie van 55 miljard euro. De bouw was daarmee één van de aanjagers van onze economie. Helaas kan het die rol nu niet vervullen. Dit jaar krimpt de bouw met ongeveer 10%, wat zorgt voor de 0,5% negatieve groei.

Woningnood

In het nieuwe regeerakkoord zien we eindelijk helderheid over de hypotheekrenteaftrek en duidelijkheid voor starters en wordt er gesproken over marktconforme huren. Ook het feit dat er een ‘Minister van Wonen’ komt is positief. Echter, daarmee zijn de problemen op de woningmarkt nog niet direct voorbij. Voormalig minister Donner gaf eerder in zijn Woonvisie aan dat er tot 2020 75.000 woningen gebouwd moeten worden om aan de vraag te voldoen. Al enkele jaren bouwen we jaarlijks ongeveer 20.000 woningen te weinig. Gaan we zo door, dan is er over vijf jaar een tekort van 100.000 woningen. De vraag naar woningen blijft immers bestaan, óók in zogenaamde krimpgebieden. Het aantal huishoudens stijgt namelijk nog steeds. In dit tempo ligt woningnood op de loer!

Infra

Goede wegen zijn essentieel voor een sterke economie. Wil je economische vooruitgang, dan zijn goede (spoor)wegen en ICT-infrastructuur onontbeerlijk. Alle ons omringende landen (Duitsland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië) investeren daarom extra in zowel aanleg als onderhoud van hun infrastructuur. Nederland daarentegen niet. Vooral op het regionale wegennet dreigen door gebrekkig onderhoud onveilige situaties te ontstaan. Niet investeren in aanleg leidt tot stilstand en achteruitgang. Onvoldoende investeren in onderhoud staat gelijk aan desinvesteren door waardeverlies.

Lees verder in editie 1-2013

Gebouwautomatisering op de kaart

0
Gebouwautomatisering

Brancheorganisatie zet gebouwautomatisering op de kaart

Sinds begin 2012 is de Nederlandse Brancheorganisatie voor Gebouw Automatisering een feit. ‘Het werd hoog tijd’, aldus het bestuur dat tijdens de ledenbijeenkomst werd geïnaugureerd. ‘Want de markt is toe aan verandering en vernieuwing.’

Aangeschoven zijn enkele bestuursleden, onder wie voorzitter Piet van Veelen (Vedotec), Jan Bakker (Royal HaskoningDHV) en Rogier van Dis (Schneider Electric). Piet van Veelen steekt van wal met een belofte. ‘Met de oprichting van deze brancheorganisatie creëren wij voor onze sector een prominentere rol in de bouwketen. Dat is het doel. Gebouwautomatisering heeft zoveel te bieden en tot op heden worden onze mogelijkheden slechts ten dele benut. Daar gaat verandering in komen.’
Om zijn boodschap kracht bij te zetten, zet hij het ideaal af tegen de realiteit. ‘Gebouwautomatisering omvat de totale integratie van afzonderlijke installaties tot een centraal gebouwbeheersysteem. Minder zichtbaar, maar net zo essentieel voor het gebruik van het gebouw als de fundering en het dak. Wat je wil, is een optimale integratie van al die installaties. Daarvoor is het cruciaal dat de juiste personen bij het bouwproces betrokken worden. En dat begint al op het moment dat het Programma van Eisen vorm krijgt. De winst? Maximale besparingen, optimaal gebruik van de mogelijkheden, meer productiviteit en meer comfort. Nu is gebouwautomatisering helaas nog te vaak de sluitpost op de begroting.’
Rogier van Dis vult aan: ‘Belangrijke onderdelen van het automatiseringsplan worden, veelal uit kostenover-wegingen, gedurende het traject uit het bestek gehaald. Als een gebouw dan vervolgens in gebruik wordt genomen en niet naar tevredenheid functioneert, is het vaak de automatisering die niet zou deugen. Willen we dit patroon doorbreken, dan is de slagkracht nodig van een collectief. Een netwerk van professionals die gezamenlijk optrekken om gebouwautomatisering op de kaart te zetten.’

Lees verder in editie 1-2013

Leven op Daken

0
Daken

Kennisplatform meervoudig ruimtegebruik op daken

Leven op Daken is opgericht door hoveniersbedrijf Van der Tol met dakdekkersbedrijf Mastum Daksystemen en sinds 2005 actief in Nederland, als platform voor multifunctionele daken. Medio 2008/2009 is de organisatie uitgebreid doordat nieuwe uitvoerende partners zoals BTL, Wieringen Prins, Boko en van Doorn daktechniek zich hebben aangesloten. Het platform telt nu drie koppels van ieder één dakdekker en één hovenier.

Alle partners van Leven op Daken zijn gespecialiseerd in het aanleggen van multifunctionele daken. Daarbij kan gedacht worden aan groendaken, energiedaken, parkeer- en waterdaken maar ook groengevels. Tevens is binnen het kennisplatform een aantal producenten actief met hun producten, gericht op het meervoudig ruimtegebruik. Zij brengen de noviteiten in op het gebied van meervoudig ruimtegebruik op daken en geven via het kennisplatform en haar verschillende uitvoerende bedrijven de duurzame kennis door aan de markt. In de groep zitten bedrijven die EPDM- (Carlisle) en bitumineuze dakbedekkingen (Leven op Daken dakrol, Troelstra & de Vries) vertegenwoordigen maar ook isolatiefabrikanten (van Wylick met Betopor); een fabrikant van lekdetectie-systemen (Smartex), dakveiligheid (Daksafe) en een fabrikant van systeemopbouwen voor begroeide daken (Zinco).

Ze herinneren het zich nog heel goed. Marc Evers, commercieel directeur bij Mastum Daksystemen, en Aart Veerman, commercieel directeur bij stedelijk hoveniersbedrijf Van der Tol. Het was op de indertijd georganiseerde, jaarlijks terugkerende, nationale dakendag, begin 2000. Daar sprak een architect die vertelde dat hij een visioen had. Hij droomde van een winkelcentrum met gelaagde functies: onderin de logistieke afhandeling, daar bovenop winkel- en woonfuncties en op het dak parkeergelegenheid. Maar ja, verzuchtte de architect, de techniek hiervoor is er nog niet. ‘Op dat moment realiseerden wij ons dat we iets niet goed hadden gedaan in onze communicatie’, verwoordt Veerman de gevoelens van beide mannen op dat moment.

Veerman en Evers kennen elkaar al sinds 1996 toen ze de eerste gezamenlijke groendakprojecten aanpakten onder de slogan ‘Uit kennis van zaken groeien de mooiste daken’.
‘Het initiatief hiervoor kwam van de kant van Mastum’, vertelt Veerman, ‘die een partner zocht voor het aanleggen van groen- en gebruiksdaken. Mastum reageerde hiermee op de toenemende vraag uit markt. Wij als hovenier merkten die ontwikkeling ook en zijn daarom met Mastum in zee gegaan.’

De eerste kennismaking dateert dus al van ver voor de toespraak van de architect op de Nationale Dakendag, en tot dan ging alles goed. Maar we merkten ook allerlei problemen om ons heen. We waren namelijk niet de enigen die zich op groendaken hadden toegelegd. Langzaam maar zeker kregen we steeds meer klanten die door andere partijen een groendak hadden laten aanleggen, maar daarna problemen kregen in de vorm van bijvoorbeeld lekkages en niet sluitende garanties, en die vervolgens aan ons vroegen de problemen te komen oplossen. Die problemen waren overigens vaak niet eens zozeer het gevolg van een gebrek aan vakmanschap van de dakdekker en de hovenier, maar van een gebrek aan afstemming tussen beide. Bij ons speelde dat niet, omdat we al onze projecten altijd samen hebben gedaan en niet eerst de één en aansluitend de ander. Snap je het verschil?’

Lees verder in editie 1-2013

Bouwen voor de zorg

0
Bouwen in de zorg

De vergrijzing in Nederland zorgt voor een veranderende zorgvraag. Mensen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en stellen andere eisen aan ziekenhuizen. Om hieraan te voldoen moeten zorginstellingen vaak het bestaande gebouw aanpassen. Vooral ziekenhuizen zijn jaar is schilderwerk, gevolgd door brandwerende maatregelen. Maar ook vloerbedekking en het verbeteren van het binnenklimaat staan hoog op de to-do-list. Bouwen voor de zorg.

Nederland vergrijst. Dat veroorzaakt een toenemende zorgvraag. Daarbij komt dat de eisen van van plan de komende jaren uit te breiden. De meest geplande klus voor de komende twee mensen aan de zorg veranderen. Ze willen langer thuis blijven wonen, maar wel ondersteund worden met zorg. Verder wordt het delen van een kamer met meerdere mensen in ziekenhuizen niet als ideaal ervaren.
Bovendien krijgen zorgbedrijven te maken met het principe van een ‘healing environment’, waarbij fysiek, mentaal en sociaal welbevinden van patiënten centraal staat. Door specifieke keuzes voor verlichting, kleur en inrichting voelen patiënten zich meer op hun gemak en dat bevordert hun herstel.

Zorgbedrijven staan daarom de komende jaren voor de opgave om hun bestaande gebouwen aan te passen aan deze nieuwe wensen en behoeften. Door de marktwerking in de zorg krijgen deze instellingen steeds meer verantwoordelijkheid en vrijheid in hun investeringen. Ze kunnen zich profileren ten opzichte van andere ziekenhuizen en zorginstellingen. Dat biedt kansen voor bouwers en fabrikanten.

Plannen voor de zorg

BouwKennis onderzocht wat de uitbreidingsplannen van zorginstellingen zijn, welke specifieke klussen zij willen uitvoeren en hoe het met hun budget hiervoor gesteld is. Daarvoor zijn ziekenhuizen, middelgrote zorginstellingen (minder dan 100 bedden of minder dan 150 FTE) en grote zorginstellingen (meer dan 100 bedden of meer dan 150 FTE) ondervraagd.

In 2012 had iets meer dan een vijfde van de ziekenhuizen plannen voor uitbreiding. Onder zorginstellingen is dat percentage lager. Gemiddeld 11% van de ziekenhuizen en zorginstellingen heeft in 2013 uitbreidingsplannen en gemiddeld 8% heeft deze voor 2014 in de planning staan.

Budget

In economisch mindere tijden is het aannemelijk dat de budgetten voor uitbreiding en nieuwbouw kleiner worden. Dat is dit jaar echter niet direct het geval voor de ziekenhuizen en zorginstellingen. Bij ruim 10% van de ziekenhuizen en middelgrote zorginstellingen is het budget (licht) gedaald. Bij grote zorginstellingen zijn de budgetten iets vaker verkleind, namelijk bij 17%. Gemiddeld ruim eenderde geeft echter aan niet te weten welke ontwikkeling het budget heeft doorgemaakt. Nog eens ruim eenderde van de instellingen geeft aan dat het budget gelijk gebleven is.

Lees verder in editie 1-2013

Zie ook: Duurzaamste zorggebouw voor Brunssum.

And the winner is…

0
Daktuin

Juryvoorzitter Elco Brinkman heeft in opdracht van het vakblad Dak & Gevel Groen de winnaars bekend gemaakt en de prijzen uitgereikt van de Green Building Award 2012.

Juryvoorzitter Elco Brinkman heeft in opdracht van het vakblad Dak & Gevel Groen de winnaars bekend gemaakt en de prijzen uitgereikt van de Green Building Award 2012.

Categorie Daktuin of gevelgroen groter dan 1000 meter

Hoofdkantoor BP Raffinaderij te Rotterdam

Juryrapport
‘Het dak en de omgeving zijn goed op elkaar afgestemd, de beplanting loopt ogenschijnlijk naadloos over en er is nauwelijks verschil in samenstelling’, zegt de jury over het gebouw. De gehele daktuin is ingepast in het landschap en met inheemse kruiden ingezaaid. Een duurzaam ecologisch geheel in een industriële omgeving.

Opdrachtgever: BP
Ontwerp: Group A
Realisatie: Binder Daktuinen BV
Fotograaf: Scagliola Brakkee, Rotterdam.

Categorie Daktuin en gevelgroen tussen 250 en 1000 meter

Kinderdagverblijf Catalpa in Diemen

Juryrapport
‘Door toepassing van houtskeletbouw, sedumdaken en groene gevels, laag-temperatuur verwarming ontstaat niet alleen een gebouw dat voldoet aan de criteria van duurzaam bouwen, maar ook klimatologisch goed leefbaar is.’
De architect bewijst met zijn ontwerpen dat een lichtgewicht staaldak met isolatie, dakbedekking en sedum-vegetatie goedkoper is dan een betondak zonder begroeide daken.

Opdrachtgever: Woonstichting De Key
Ontwerp: DMV Architecten Kerkrade
Realisatie: Tervoort Bouw uit Egmond met ISS Landscaping Services
Locatie: Diemen

Categorie Daktuin of gevelgroen kleiner dan 250 meter

Standing Garden in Arnhem

Juryrapport
‘De waarde van dit project ligt met name in het feit dat dit project gerealiseerd is in een wijk waar groen een schaars goed is. Standing Garden is een staande steile groene tuin bestaande uit basiskorven, gevuld met een speciaal substraat. Deze korven zijn tien weken op het terrein van de hovenier gehouden om een goed geworteld systeem te realiseren.’

Opdrachtgever: Gemeente Arnhem
Ontwerp: Nexit Architecten i.s.m. Buro Poelmans Reesink Landschapsarchitectuur
Realisatie: Koninklijke Ginkel Groep/ Optigroen
Locatie: Arnhem

Lees verder in editie 1-2013

Nieuw gemeentehuis Lansingerland

0
Gemeentehuis_9

Het nieuwe gemeentehuis van fusiegemeente Lansingerland* is een uitnodigend en open gebouw geworden dat zorgvuldig is ingebed in haar natuurlijke omgeving. Bij het spectaculaire ontwerp liet Hans van Heeswijk architecten zich inspireren door de tuinbouwcomplexen in het Westland. Geheel in de geest van de omgeving is daarbij als referentie een buitenhuis op een landgoed gekozen: het bestuurshuis. De losstaande kantoorvleugel, het kantorenhuis, kan gezien worden als een koetshuis, dat als het ware naar het hoofdgebouw leidt. Het nieuwe gebouw biedt werkplekken aan 450 medewerkers.

Het in het oog springende gemeentehuis bestaat uit twee gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een loopbrug. Het is in het groen gesitueerd, omringd door water en bloesembomen in het voorjaar. Het representatieve en transparante publieksgebouw -het vierkante bouwdeel- dat de publieksruimtes bevat, valt op door een overmaats uitkragend vlak staaldak met een riant overstek. Een reliëf van wuivend riet is in het beton langs de waterkant aangebracht. Eenmaal binnen valt er van alle kanten licht in de centrale hal. Rond dit drie verdiepingen hoge riante ronde atrium is het gebouw helder, open en uitnodigend uitgewerkt. Op verschillende verdiepingen bevinden zich de karakteristieke trommelvormige en in elkaar geschoven ruimtes met daarin trouwzaal, raadzaal en B&W kamer. Door twee soorten hout afwisselend toe te passen (donker Amerikaans kersen- en licht essenhout) kreeg ieder van deze ruimtes een eigen identiteit. De lattenstructuur bestaat om en om uit stroken glas en hout waardoor deze ruimtes ook hun openheid en uitzicht behouden. De ronde lichtkoepels op het dak hebben een doorsnede van drie meter, waardoor er ook veel daglicht in het atrium, het hart van het gebouw, komt. Onder het enorme dakoverstek is het buitenterras van het personeelsrestaurant met spectaculair uitzicht tot aan Delft, Rotterdam en Den Haag.

Kantoorvleugel

De gemeentelijke kantoorvleugel wordt geflankeerd door de licht hellende oprijlaan. Geparkeerde auto’s verdwijnen daaronder uit het zicht. Er zit een lichte kromming in de langwerpige plattegrond van de kantoorvleugel, wat het gebouw overzichtelijk maakt en het ruimtelijke effect ten goede komt. De twee gebouwen zijn samen goed voor maar liefst 13.500 m2 vloeroppervlak.

Woningbouw duurzaam én toekomstgericht!

0
Woningbouw

Concept House Urban Villa is een ontwerpend onderzoeksproject van de TU Delft in nauwe samenwerking met de Hogeschool Rotterdam en diverse partners in de bouw. Doel is om een bouwsysteem te ontwikkelen bestaande uit 16 gestapelde woningen die geprefabriceerd zijn in hout of beton en plug & play geassembleerd. Duurzame woningen die anticiperen op de wettelijke eis voor een EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) van 0,0 in 2020. Begin oktober jl. werd een van de appartementen, een prototype, geopend. De komende jaren vindt monitoring en evaluatie plaats.

Het initiatief voor Concept House Urban Villa komt voort uit de Onderzoeksgroep Concept House van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Sinds 2004 wordt daar in een multidisciplinair team onderzoek gedaan naar innovatie en optimalisatie van bouwcomponenten in de woningmarkt. Specialistische kennis vanuit de academische wereld en vanuit de bouwpraktijk worden gebundeld om de complexe ontwerpproblematiek van gestapelde woningbouw aan te pakken. Het einddoel is om energiepositief te zijn. We spreken over het hoe en waarom van het project met prof.dr.ir. Mick Eekhout, projectleider van Concept House, hoogleraar Productontwikkeling aan de TU Delft – waar hij zich met name richt op lichtgewicht bouwen – en directeur van Octatube in Delft. Hij vertelt: ‘Om technische hoogstandjes te maken en dus mijn dromen te realiseren, heb ik 30 jaar geleden dit bedrijf als ‘Design & Build’ laboratorium opgezet. Een laboratorium waarin we onze innovatieve concepten ontwikkelen. Dit om te laten zien dat vele concepten echt realiseerbaar zijn. Dat doen we ook met de Concept House Urban Villa op de TU Delft.’

Prototype

Het Concept House Urban Villa is een interessante uitdaging. Gestapelde woningbouw kan complex zijn, met name op het gebied van energieneutraal dan wel energiepositief gebruik. Wereldwijd zijn er (nog) geen voorbeelden van een dergelijke ‘experiment’ te noemen. Dit, terwijl de markt voor gestapelde woningen, zowel nieuwbouw als renovatie, enorm groot is gezien het overvolle karakter van ons land.

Lees verder in editie 1-2013

Overheidsgebouw met duurzame koude

0
Koude_1

Eerste en enige overheidsgebouw met duurzame koude in Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft een primeur: voor het eerst maakt een overheidsgebouw voor zijn koeling gebruik van ‘duurzame koude’. Een nieuw kantoor van stadsdeel Zuidoost benut steenkoud water onderuit een diepe plas om het pand op een aangename temperatuur te houden. Vergeleken met andere koelmethoden gaat de CO2-uitstoot hierdoor met zo’n 75% omlaag. Op 16 oktober 2012 is het nieuwe pand officieel geopend.

Het is het onderkomen van de Amsterdamse vuilnismannen en de milieupolitie: de nieuwe Stadsdeelwerf in Amsterdam Zuidoost. Gevestigd aan de Schepenbergweg 39 fungeert het als de entree van bedrijventerrein Amstel III. Een duurzame entree, want ondanks de gecombineerde gebruikersfunctie scoort het nieuwe pand qua energiegebruik fors onder de wettelijke norm. Jan Ulendorp van de gemeente Amsterdam is projectleider van het nieuwbouwproject. ‘Het stadsdeel stelt zware milieu-eisen aan het nieuwe kantoor. De EPC-eis – de energienorm voor utiliteitsgebouwen – die we stelden was 0,8. Dat is weliswaar onder de regels van het Bouwbesluit, maar op zich niet spectaculair. Echter, door de gecombineerde gebruiksfunctie van kantoren, loodsen en garage moest er wel meer moeite gedaan worden om dat te bereiken. Daarin zijn we geslaagd.’

Groen dak

Vanzelfsprekend is het pand goed geïsoleerd en is er gekozen voor milieuvriendelijke bouwmaterialen zoals FSC-hout en een energiezuinig verlichtingsconcept, waarbij optimaal gebruik gemaakt is van daglicht. ‘Maar in het ontwerp zelf is eveneens rekening gehouden met duurzaamheid’, vertelt architect Marc Dekker van Architektenburo Hans Bakker dat het gebouw ontwierp. ‘Het pand is bijvoorbeeld demontabel en flexibel aan te passen aan veranderende gebruikerswensen. Dergelijke zaken tellen ook mee voor de duurzaamheid van het pand.’ Volgens de index van GPR Gebouw – een instrument om de duurzaamheid van een pand te meten – scoort het kantoor volgens Dekker ‘een dikke acht.’ In het kantoor vindt verder warmteterugwinning plaats. Die warmte wordt elders in het gebouw hergebruikt, bijvoorbeeld om de garage vorstvrij te houden. In het oog springend is ook het ‘groene dak’ – dat bijdraagt aan het koel houden van het gebouw en zorgt voor een gefaseerde afvoer van regenwater. Ulendorp (gemeente Amsterdam): ‘Het groene dak bestaat uit sedum-plantjes. Als het regent fungeert het als een soort waterbuffer, omdat het groene dak water vasthoudt. Vervolgens wordt het gefaseerd afgevoerd. Zo dragen we ons steentje bij aan het ontlasten van het riool, wat in verband met het veranderende klimaat van belang is.’

Lees verder in editie 1-2013