Home Blog Pagina 430

Online CO2 database

0

Op 1 december 2010 is de nationale CO2 database gepresenteerd bij het Wereld Natuur Fonds in Zeist. Op de website www.co2reductieindebouw.nl kunnen bedrijven heel eenvoudig zelf hun CO2 Footprint* bijhouden.

De online database is een samenwerkings-product van Ballast Nedam, Heijmans, -Strukton en Bouwend Nederland. Ze bevat een CO2 -reductieprogramma waarmee bedrijven worden gestimuleerd om hun CO2 -uitstoot te verlagen. De website met de CO2 -Database is per 1 december voor iedereen toegankelijk.

Op deze website kunnen bedrijven zelf eenmalig hun CO2 Footprint uitrekenen en deze gegevens publiceren in de CO2 Database. De overstap naar de database betekent een flinke verlichting van de administratieve last voor zowel bouwbedrijven als voor leveranciers.

Immers, bedrijven die opereren op het hoogste niveau (niveau vijf) van de Co2 prestatieladder van ProRail zijn verplicht om ieder jaar de CO2 Footprint van de belangrijkste leveranciers te verzamelen. Tot nu toe stuurt elk gecertificeerd bedrijf haar leveranciers daarom een eigen verzoek om een CO2 Footprint in te leveren. Voor beide zijden een tijdrovende klus die binnenkort tot het verleden behoort: alles is dan online op te vragen.

Naast het verlagen van de administratieve lasten is werken aan CO2 -reductie in de gehele keten een belangrijke doelstelling van de initiatiefnemers van de database. ‘Het is een voorbeeld van een mooi initiatief dat vanuit de markt is ontwikkeld. En het past in het streven van marktpartijen om werk te maken van duurzaamheid’, vindt Bouwend Nederland.

  • De CO2 Footprint van een bedrijf is een overzicht van de totale hoeveelheid CO2 die door het bedrijf wordt uitgestoten.
Lees verder in editie 1-2011

Waterdaken

0
Waterdaken

De nieuwbouw van het kantoor Hoogheemraadschap in Heerhugowaard is ontworpen door Rudy Uytenhaak architecten. De entree is aan de noordoostkant van het gebouw gesitueerd, aansluitend op de stadboulevard.

In het gebouw komt tot uiting dat het Hoogheemraadschap een voorbeeldfunctie heeft op het gebied van milieu, ecologie en duurzaamheid. De architect verwerkte veel water in zijn ontwerp. Het water en het ruime groene profiel van de Westtangent zorgen voor een landschappelijke dimensie rond het terrein.
Met het ontwerp, dat een combinatie is van een stadspoort (land) met een singelgebouw (water), wordt een link gelegd met de kerntaken van het hoogheemraadschap.

Duurzaam kantoor

Bij de bouw van het nieuwe kantoor is nadrukkelijk gelet op de duurzaamheid van de toe te passen materialen en installaties. Er is in dat kader gekozen voor reeds bewezen technologieën en er is steeds een kosten-batenafweging gemaakt.
‘Wij zijn ons als organisatie die midden in de maatschappij staat, met de taak te zorgen voor waterveiligheid, droge voeten en schoon water, bewust van de invloed die een gebouw heeft op het milieu en daarmee op het klimaat. Bovemdien werkten wij met geld van de inwoners. Het is dus zaak dit op een goede wijze te besteden.’ Aldus een woordvoerder van het Hoogheemraadschap.

Waterdaken

Er komen verschillende daken met een laag water daarop, zogenaamde waterdaken. Het water zorgt ervoor dat de ruimtes daaronder minder snel opwarmen door de zon, bijvoorbeeld het bedrijfsrestaurant dat op het zuiden ligt. Het is hierdoor niet nodig om de ruimtes onder de waterdaken bij te koelen door middel van energieslurpende airconditioningsystemen. Dit scheelt aanzienlijk in het energieverbruik van het gebouw. Hierbij is het dak van dit gedeelte door het uitvoerend bedrijf Erdo voorzien vaneen speciaal waterdruk bestendige tweelaags EPDM dakbedekkingsysteem (Resitrix SK-W) als afsluiting van een met warme bitumen volledig verkleefde Cellulair glasisolatie (Foamglas), waardoor de dakbedekking zowel waterbufferend vermogen heeft maar ook net zo belangrijk duurzaam waterdicht is.
Het water loopt via een rondom gesitueerd gotenstelsel vanaf het hoger gelegen dak naar een lager gelegen dak waarbij uiteindelijk het water in een vijver uitmondt. In de waterdaken zal een remmend element geplaatst worden om stuwing door wind tegen te gaan waardoor het water niet over de dakrand kan stromen.

Lees verder in editie 1-2011

Kou in de bouw

0
Kou

Sinds september 2010 kunnen leden van Bouwend Nederland zich indekken tegen de financiële risico’s van langdurig verlet door extreme weersomstandigheden, zoals vorst of hitte.

Nieuw is dat ook bouwondernemers die nog geen lid zijn van Bouwend Nederland, zich via de brancheorganisatie kunnen beschermen tegen nadelige gevolgen van langdurige kou. Aanleiding voor de weerverletdekking vormde de strenge winter van afgelopen jaar en het ontbreken van de mogelijkheid dit risico af te dekken. De bouw lag lange tijd stil, waardoor veel bedrijven een beroep moesten doen op de eenmalige collectieve regeling van de vorst-ww.
Bouwend Nederland, weerrisico-specialist CelsiusPro, herverzekeraar Swiss Re en risicomakelaars Aon Risk Solutions en Meeus Bouw & Infra hebben gezamenlijk een nieuw product ontwikkeld dat bouwwerkgevers beschermt tegen de financiële risico’s van alle soorten weerverlet.

Het Zwitserse CelsiusPro heeft ervaring met op maat gemaakte weercertificaten die financiële risico’s door (extreme) weersomstandigheden afdekken. Het nieuwe product dekt behalve vorst ook andere ongunstige weertypen zoals extreme neerslag en hitte. Uitbetaling geschiedt op basis van het aantal dagen dat de slechte omstandigheden zich voordoen. Hierbij geldt een minimaal eigen risico gebaseerd op het gemiddelde aantal dagen dat de weersomstandigheden zich voordoen in een regio in een bepaalde periode.

Bedrijven kunnen zelf de temperatuur- of neerslag-normen bepalen waaronder de uitbetaling moet plaatsvinden. De periode dat een werkgever het risico wil afdekken is eveneens flexibel. Als een ondernemer bijvoorbeeld in februari weersafhankelijke activiteiten wil uitvoeren, kan hij alléén voor die maand een dekking afsluiten. Daarom is dit product bij uitstek geschikt voor het midden- en kleinbedrijf.

Via de website van Bouwend Nederland kunnen ondernemers eenvoudig drie soorten weercertificaten afstemmen op de eigen behoeften: een koudedagen-, een regendagen- of een hittedagencertificaat. Leden van Bouwend Nederland profiteren van extra ledenvoordeel in de vorm van een korting van 5% op de premie.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 1-2011

Arbeidsongevallen

0

Een op de veertien jongeren in de bouw heeft in 2010 een arbeidsongeval gekregen. Dit blijkt uit de ‘Monitor arbeids-ongevallen in de bouw 2009’ van Arbouw.

In totaal kregen ruim 8.400 werknemers een arbeidsongeval. Het gemiddelde percentage arbeidsongevallen in de bouw in 2009 is 4,1% en dat is iets hoger dan de 4,0% in 2008. Omdat de gemiddelde verzuimduur per arbeidsongeval en het aantal werknemers in de bouwnijverheid is gedaald, zijn de geschatte arbeidskosten 15 miljoen euro minder dan in 2008.

Oorzaken

Verreweg de meeste arbeidsongevallen in de bouw hebben te maken met vallen van hoogte of met verstappen, struikelen of uitglijden. Het komt ook veel voor dat werknemers geraakt worden door vallende voorwerpen, machines of gereedschap. De ledematen zijn de meest getroffen lichaamsdelen: 32% heeft letsel aan hand of pols en 26% aan voet of enkel.
Werknemers die een arbeidsongeval hebben gehad ondervinden significant meer klachten bij de uitvoering van hun werk. Ze moeten vaker langzamer werken of hun manier van werken aanpassen.

Aanpak

Om arbeidsongevallen te voorkomen, is het van groot belang om technische en organisatorische voorzieningen te treffen op de bouwplaats. Volgens bijna 10% van de werknemers met een arbeidsongeval is dit niet het geval. Hier is dus nog ruimte voor verbetering. Daarnaast is het nodig dat de vereiste persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt. Het is positief dat deze nagenoeg altijd door bedrijven ter beschikking worden gesteld. Van de werknemers die een arbeidsongeval hebben gehad, zegt 80% dat ze de beschermingsmiddelen droegen. Daar staat tegenover dat een kwart van de bouwplaatswerknemers die een arbeidsongeval heeft gehad, geen voorlichting heeft gekregen over de manier waarop zij hun werkzaamheden veilig kunnen uitvoeren. Hier is zeker nog winst te behalen, ook in de bewustwording over onveiligheid.

Voorkomen is…

Ondanks dat de gemiddelde verzuimduur per ongeval is gedaald en het aantal werknemers met een arbeidsongeval in de laatste 30 jaar ongeveer is gehalveerd, is er dus nog verbetering mogelijk. Ruim 7% van de werknemers met een arbeidsongeval geeft aan dat het ongeval voorkomen had kunnen worden als de werkgever de vereiste veiligheidsmaatregelen had getroffen. Bijna een vijfde is van mening dat het ongeval voorkomen had kunnen worden als zij zelf veiligheidsmaatregelen hadden getroffen.

Lees verder in editie 1-2011

Proefvak met koud asfalt

0
Proefvlak

Op de nieuwe ‘noordelijke randweg’ in Rotterdam reduceert bijzonder asfalt de CO2 met 15 tot 25%. Wethouder Alexandra van Huffelen (duurzaamheid, binnenstad en buitenruimte) opende samen met Rob Boerée (Divisiedirecteur NL Energie en Klimaat) onlangs een proefvak met lage-temperatuurasfalt.

Van Huffelen gaf met de opening het startsein voor het aanbrengen van lage-temperatuur-asfalt. Hiermee loopt Rotterdam voorop als het gaat om de aanpak van CO2 reductie. Wanneer lage temperatuur asfalt op grote schaal in Nederland wordt ingezet, kunnen de asfaltindustrie en hun opdrachtgevers in één klap 20 tot 30% energie besparen en CO2 reduceren. Het proefvak in Rotterdam is een voorbeeld voor overheden die duurzaam willen inkopen. Tijdens de opening prees Boerée in een korte toespraak de gemeente Rotterdam vanwege dit initiatief en riep hij op om ‘vooral meer van dit soort projecten te doen’. Vervolgens gaf Boerée samen met de wethouder het startsein voor de onderzoeken die vanuit NL Energie en Klimaat (een onderdeel van het Agentschap NL) worden ondersteund.

Klimaatvoordelen

Aan de Gordelweg/Kanaalweg realiseert de gemeente Rotterdam in samenwerking met Dura Vermeer Infrastructuur BV proefvakken met Ecopave H en Ecopave W. Dit zijn vormen van lage temperatuur- warm of ‘halfwarm’ asfalt. Bij Ecopave H wordt schuimbitumen als bindmiddel gebruikt. Hierdoor kan het mengen en verwerken plaatsvinden bij een 60° – 70° C lagere temperatuur. Ecopave W is een asfaltmengsel waarbij door toevoeging van een wax de meng- en verwerking-stemperatuur 25° – 35° C lager kan zijn dan standaard asfalt. Hierbij worden energiebesparing en emissiereductie gerealiseerd bij de productie en aanleg.

Rol en betrokkenheid

Het programma MJA van NL Energie en Klimaat spant zich in om ook bij de asfaltindustrie tot energiebesparingen te komen. Wanneer op grote schaal de verschillende vormen van lage-temperatuurasfalt worden ingezet, bereikt de sector in een keer haar doelstellingen. Rond dit proefvak in Rotterdam betaalt NL Energie en Klimaat onderzoeken van Intron, TU Twente, M+P raadgevende ingenieurs en IGWR naar de emissies, de verwerkbaarheid van het asfalt, de CO2 reductie en de levenscyclusanalyse.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 1-2011

Planning Vinexwijken leidt tot meer autogebruik

0
Vinexwijken

Treinreizigers willen wel, maar kunnen niet

Mensen die een voorkeur hebben voor reizen met de trein, vinden vaak geen woning die aan hun wensen voldoet op locaties die met de trein bereikbaar zijn.

Als gevolg van deze mismatch reizen mensen op een manier die ze minder prettig vinden, en is er een onnodig hoog niveau van autogebruik. Tot deze conclusie komt Wendy Bohte in haar proefschrift ‘Woonlocatiekeuze, zelfselectie en verplaatsingsgedrag’. Bohte rustte 1500 proefpersonen uit met GPS-trackers en combineerde hun verplaatsingsgedrag met gedetailleerde ruimtelijke gegevens.

Woonwensen en voorkeuren

Bohte onderzocht het verband tussen de ruimtelijke inrichting van een stad of dorp, het verplaatsingsgedrag van de bewoners en hun verplaatsingsvoorkeuren. De resultaten geven een indicatie dat bepaalde huishoudens met de juiste woningen verleid zouden kunnen worden tot het gebruik van openbaar vervoer. Als de overheid in een keer grote bouwplannen realiseert (zoals bij Vinexwijken), in plaats van geleidelijk aan bij te bouwen op verschillende plekken, wordt autogebruik feitelijk gestimuleerd. De recente ontwikkelingen in ruimtelijk beleid, waarbij woningen op kleinschalige locaties binnen bestaand stedelijk gebied en in stationsgebieden worden gebouwd en particulier opdrachtgeverschap wordt gestimuleerd, kunnen ervoor zorgen dat mensen die graag met de trein reizen of dichtbij voorzieningen willen wonen, meer kans krijgen om een huis op de door hen gewenste plek te vinden.

Zelfselectie

Huishoudens passen hun verplaatsingsgedrag niet alleen aan aan de ruimtelijke kenmerken van hun woonlocatie, maar zullen bij de keuze van een nieuwe woonlocatie ook rekening houden met de verplaatsingen die ze vanuit hun woning willen maken. Met andere woorden, er vindt zelfselectie plaatst. Als deze vorm van zelfselectie niet wordt meegenomen in studies naar de invloed van ruimtelijke kenmerken op verplaatsingsgedrag, dan wordt de invloed van ruimtelijke kenmerken mogelijk overschat. Echter, door de complexiteit van het meten van zelfselectie werd in eerdere studies de rol van zelfselectie mogelijk juist overschat. In vervolgonderzoek wil Bohte de vervoersvoorkeuren gaan meten op meerdere momenten om zo nog scherper deze mechanismen in beeld te kunnen brengen. Een nieuwe woonlocatie, maar ook veranderingen in de huishoudelijke samenstelling kunnen invloed hebben op hoe men over verplaatsingen denkt.

Lees verder in editie 1-2011

Bodemkwaliteit

0
Bodemkwaliteit

Samenwerking voorziet inwoners van informatie

Een van de onafhankelijke leveranciers van digitale vastgoedinformatie, Landmark, heeft een overeenkomst gesloten met de gemeente Ouder-Amstel voor de levering van haar producten.

Samen zullen zij de inwoners van Ouder-Amstel voorzien van de meest recente en complete bodeminformatie. Hierdoor kan bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties snel worden vastgesteld of er op een perceel sprake is van potentiële bodemverontreiniging.

De samenwerking zal resulteren in duidelijkere en completere informatie over de bodemkwaliteit van een perceel en de nabije omgeving. Gemeenten hebben als bronhouder van de bodemgegevens de wettelijke taak deze beschikbaar te stellen aan haar inwoners, maar bijvoorbeeld ook aan makelaarskantoren. Men gaat deze gegevens publiceren en leveren in de vorm van gebruiksvriendelijke rapporten, waarin relevante informatie over de bodemkwaliteit in Ouder-Amstel overzichtelijk wordt gepresenteerd. Hiermee loopt de gemeente Ouder-Amstel voorop ten opzichte van andere Nederlandse gemeenten.

Doel

Het doel van de samenwerking is om de burger beter te informeren over de kwaliteit van de bodem in hun woonomgeving. Als resultaat van deze samenwerking zal de burger meer informatie krijgen in de vorm van een consumentvriendelijk en betaalbaar rapport. Dit sluit goed aan bij de richting die de Nederlandse overheid ingeslagen is in het kader van het verdrag van Aarhus van de Europese economische commissie van de Verenigde Naties (UNECE). In dit verdrag wordt de noodzaak van optimale transparantie van overheidsinformatie en de rol van informatie- en communicatietechnologie bevestigd.

Scan

Concreet zal men de inwoners van Ouder-Amstel de mogelijkheid bieden om een milieuscan aan te vragen. De Milieuscan bevat, behalve data van de gemeente Ouder-Amstel, ook data van het Ministerie van VROM en het Kadaster. De Milieuscan kan via de website van de gemeente aangevraagd worden op basis van een adres. Voordat het rapport wordt toegezonden aan de consument, wordt het beoordeeld door een expert van een onafhankelijk milieutechnisch adviesbureau. Deze geeft vervolgens een akkoordverklaring af, of adviseert een vervolgactie.

De data omvatten o.a. details over de mogelijke aanwezigheid van olietanks, uitgevoerde bodemonderzoeken en mogelijke vervuilende bedrijfsactiviteiten. Het rapport wordt middels een e-mail binnen twee werkdagen aangeleverd. Voor gemeenten betekent dit een aanzienlijke ontlasting van haar ambtenaren, aangezien Landmark de verwerking voor haar rekening neemt.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 1-2011

Platform Duurzame Huisvesting

0
Huisvesting

Branche-, kennis- en koepelorganisaties die een belangrijke rol spelen bij de professionele huisvesting in de bestaande utiliteitsbouw, hebben zich onlangs verenigd in het Platform Duurzame Huisvesting. Het platform richt zich op het verduurzamen van de keten van professionele huisvesting door samenwerking tussen vraag een aanbod te stimuleren en gesignaleerde knelpunten weg te nemen.

In de bestaande utiliteitsbouw blijven nog veel kansen liggen op het gebied van duurzaamheid. Bestaande gebouwen zijn de grootste veroorzaker van CO2-uitstoot en, ondanks de aantoonbare waardevermeerdering die het met zich meebrengt, wordt er nog onvoldoende bestaand vastgoed verduurzaamd. Rob van Bergen, woordvoerder van het platform, licht toe: ‘De techniek is voorhanden, dus daar ligt het niet aan. De knelpunten bevinden zich vooral in het proces zelf en de samenwerking tussen vraag en aanbod. Denk bijvoorbeeld aan zaken als de split incentive tussen huurder en verhuurder’. Het Platform Duurzame Huisvesting is erop gericht deze belemmeringen weg te nemen. De partijen in het platform doen dit onder meer door het integreren van duurzaamheid in de eigen organisatiedoelstellingen, het informeren, activeren en stimuleren van de eigen achterban en de beïnvloeding van markt en overheid. ‘Doordat de platformleden deel uitmaken van het proces, kan doelgericht aan oplossingen worden gewerkt’, aldus Van Bergen.

Publieke aftrap

Met de organisatie van het symposium ‘Duurzame Huisvesting: wie is aan zet?’, dat op 10 februari 2011 wordt georganiseerd in het Spant! in Bussum, realiseert het platform de eerste, publieke aftrap. Het symposium biedt oplossingen voor het verduurzamen van de keten die zich in de praktijk bewezen hebben. Het symposium is interessant voor iedereen die betrokken is bij de verduurzaming van bestaande panden; voor beleggers, projectontwikkelaars, vastgoedmanagers, facilitair managers, adviseurs, gebouwbeheerders en installateurs. Voor meer informatie over het symposium, zie www.platformduurzamehuisvesting.nl.

Verenigd

In het Platform Duurzame Huisvesting zijn de volgende partijen verenigd: CoreNet, FMG – Beroepsvereniging voor facilitair managers in de gezondheidszorg en zorginstellingen, FMN – Vereniging Facility Management Nederland, ISSO – Het kennisinstituut voor de installatiesector, IVBN – Vereniging voor Institutionele Vastgoedbeleggers Nederland, NeVaP – Nederlands Vastgoedmanagement Platform, NVDO – Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud, NVTG – Vereniging voor facility professionals in de zorgsector, de Rijksgebouwendienst, TNO – Centrum voor Zorg en Bouw, TVVL – Nederlandse Technische Vereniging voor installaties in gebouwen, Vastgoedmanagement Nederland en Agentschap NL – NL Energie en Klimaat.

Lees verder in editie 1-2011

Wat is technisch bodemonderzoek?

0
Bodemonderzoek

De basis voor alle bouwwerkzaamheden

In Nederland wordt voor technisch bodemonderzoek al meer dan 75 jaar de sondeermethode toegepast. De grond in Nederland laat het gelukkig vrijwel altijd toe om met sonderen de gewenste diepte van 20 tot 40 meter of soms zelfs meer dan 60 meter te bereiken. In het begin werd alleen mechanisch gesondeerd; tegenwoordig wordt vrijwel uitsluitend nog elektrisch gesondeerd.

Bij het sonderen wordt een metalen sonde met een diameter van 36 mm met een snelheid van 20 mm per seconde de grond ingedrukt. Aan de onderzijde is de sonde voorzien van een kegelvormige stalen punt (conus). De conus heeft meestal een oppervlak van 1.000 mm2, maar er bestaan ook conussen met een puntoppervlak van 1.500 mm2. Tijdens het indrukken wordt de weerstand die de conus in de grond ondervindt en eventueel de wrijvingskrachten op de kleefmantel elke 20 mm geme ten. Het verloop van een sondering kan in de sondeerwagen (zie foto) op een beeldscherm worden gevolgd.

Hoewel sonderingen overal ter wereld worden toegepast, worden in Nederland ongeveer evenveel sonderingen gemaakt (meer dan 100.000 per jaar) als in de hele wereld bij elkaar. Na Nederland volgt België, met name Vlaanderen. Dit komt omdat in andere landen de grond meestal zo hard is dat een sondering niet mogelijk is. In die landen wordt vooral gesondeerd bij de aanleg van nieuwe wegen en spoorwegen. De nadruk ligt dan op het in kaart brengen van de dikte en de eigenschappen (grondparameters) van samendrukbare lagen. Het overgrote deel van de sonderingen in Nederland wordt uitgevoerd voor een funderingsadvies. Het aantal sonderingen is mede zo hoog, omdat in Nederland bij een funderingsadvies kleinere afstanden tussen de onderzoeklocaties (max. 25 meter) dan in andere landen worden gehanteerd.
Daarnaast worden sonderingen vooral uitgevoerd voor het ontwerp van bruggen, viaducten, wegen, tunnels, industriële installaties en waterbouwkundige constructies.

Interpretatie van sonderingen

Nederland kent bij het sonderen vier kwaliteitsklassen. Voor een funderingsontwerp kan worden volstaan met klasse 2 of 3 en soms 4 (laagste klasse). Voor het bepalen van de eigenschappen (grondparameters) van samendrukbare lagen wordt, afhankelijk van hoe slap deze lagen zijn, klasse 2 of zelfs klasse 1 (meest nauwkeurige meting) aanbevolen.
Het resultaat van een sondering is af te lezen uit een sondeergrafiek, waarin de conusweerstand tegen de diepte is weergegeven. Conusweerstanden van meer dan 2 à 3 MPa duiden veelal op zandlagen. Lagere weerstanden worden meestal in samenhangende lagen (klei, leem, veen) gemeten.
Tijdens het sonderen kan vlak boven de conus ook de plaatselijke wrijving tussen een gedeelte van de sondeerbuis en de grond worden gemeten. Door de plaatselijke wrijving uit te drukken als een percentage van de conusweerstand ontstaat het wrijvingsgetal.

Lees verder in editie 1-2011

200 miljoen aan projecten geschrapt

0
SOR

Belastingmaatregel betekent omslag bouwprogramma

Woningcorporatie SOR, gespecialiseerd in huisvesting voor senioren, werkt al jaren aan een omvangrijk nieuwbouw- en renovatieprogramma. Door een fiscale maatregel van de rijksoverheid is men nu gedwongen het overgrote deel van dit nieuwbouw- en renovatieprogramma te schrappen.

Onbegrijpelijk en onverstandig’, noemt Harry Rietveld, directeur van de SOR, de recente maatregelen die ingrijpende gevolgen hebben voor de financiële huishouding van zijn corporatie. ‘Momenteel heeft de SOR ruim 600 woningen in aanbouw. We hebben plannen om nog eens ruim 1.000 woningen te bouwen en te renoveren. Met deze bouwplannen spelen we in op de toenemende vraag naar kwalitatief goede en levensloopgeschikte seniorenwoningen. Eind 2009 werden we echter verrast met een brief van de Inspecteur der Belastingen, in opdracht van het ministerie van Financiën, dat een overeengekomen fiscale vrijstelling, op grond van artikel 5.1.c., wet Vpb 1968 vervroegd, per 1 januari 2011 wordt opgezegd. Hierdoor moet de SOR, evenals enkele andere corporaties die zich hebben gericht op huisvesting voor senioren, versneld forse bedragen aan vennootschapsbelasting afdragen. In voorlopige schattingen gaan we uit van minimaal Ä 20 miljoen in de komende 4 jaar. Dit heeft enorme gevolgen voor onze investeringsruimte en die van andere corporaties. Daar komt bij dat er nieuwe regelgeving op komst is die de investeringscapaciteit van woningcorporaties verder beperkt. Om blijvend in aanmerking te komen voor leningen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw met een gunstig rentepercentage, moet minimaal 90% van de corporatiewoningen bestemd zijn voor mensen met lagere inkomens. Onze mogelijkheden om middeldure woningen te bouwen en de opbrengst daarvan te investeren in sociale woningbouw worden hiermee beperkt. Onbegrijpelijk gezien de groeiende noodzaak en behoefte aan goede huisvesting en voorzieningen voor ouderen.’

In de afgelopen maanden heeft de SOR haar projectenportefeuille doorgelicht, afgezet tegen de financiële meerjarenprognoses, en is er een keuze gemaakt welke projecten doorgaan en welke niet. Circa Ä 200 miljoen aan toekomstige projecten is hiermee voorlopig van de baan. Op iets langere termijn kan dit bedrag nog verder oplopen als rekening wordt gehouden met het missen van kansen op de markt.
In de gemeente Rotterdam zijn ook enkele SOR projecten stilgezet. Rietveld noemt dit een groot verlies voor een ambitieuze corporatie en een positieve gemeente, die beide hun doelstellingen niet langer kunnen waarmaken.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 2-2011