Home Blog Pagina 429

Dubo dagen 2011

0
DuboDagen

De Nationale Dubo Dagen op 28 en 29 september aanstaande in Expo Houten is een belangrijke jaarlijkse beurs voor professionals die zich bezighouden met duurzaam bouwen. Er zijn meer dan vijftig toonaangevende exposanten met innovatieve producten/oplossingen te bekijken en verder onder andere speedsessions, inloopsessies en een themapaviljoen met nieuwste noviteiten.

Inloopsessies

Er zijn veel gratis inloopsessies onder meer van:
Deerns, onderwerp ‘Van ambitie tot realisatie: duurzaamheid in de praktijk’ door David Wesdorp, Manager Adviesgroep Onderzoek Bouwfysica en Energie.

Vlakglas Recycling Nederland, over ‘Vlakglas Recycling, een inspirerend voorbeeld voor duurzaam slopen en duurzaam renoveren’ door Otto Friebel, Manager Sustainable Business Engineering en Cor Wittekoek, Directeur Vlakglas Recycling Nederland.

Recticel Insulation, onderwerp ‘Nimmerdor, eerste voorbeeld massief passief bouwen in een woonzorgcomplex’ door Roland van der Hoek, Commercieel Manager en Rob Wesel, Technical Engineer.

Derbigum, onderwerp ‘Ecologisch verantwoord ondernemen & praktijkvoorbeelden’ door Ben Sengers, Directeur Derbigum Nederland.

Nebiprofa, ‘Clean, save & create: de drie dimensies van een duurzaam dak’ door Klaas Oosterhof – Sales Manager Nebiprofa B.V.

Brink Groep, ‘LEAF; rekenen aan de verduurzaming van bestaand vastgoed’ door Woud Jansen, Senior Kostenadviseur, Brink Groep

Nominaties Nationale Dubo Award 2011
Op 28 september 2011 is de grote dag. De Dubo Award wordt dan uitgereikt aan het beste duurzame product, systeem, concept of idee dat grote potentie heeft voor de markt. Dit jaar is er voor gekozen alle 22 inzendingen te nomineren om tot het allerlaatste moment de spanning erin te houden. De ingezonden nominaties voor de Dubo Award 2011 zijn:

  • Gemeente Utrecht
  • Lefier
  • Elkien
  • Brakel
  • Raab
  • Green
  • Derbigum
  • DecoRad
  • ACO
  • Geotechniek -Nederland
  • Tokata
  • Excluton
  • TIAB
  • Recticel
  • De Loods architecten & adviseurs
  • Daas Baksteen
  • Gemeente Oss
  • Hartman-BouwVisie
  • Saint
  • Vestia
  • Woonbron
  • Hulshof -Architecten

Alle genomineerden presenteren hun eigen inzending middels een presentatie van tien minuten op de beursvloer. Op de eerste dag is hiervoor het thema paviljoen speciaal omgebouwd tot Dubo Award-presentatie-ruimte. Elke beursbezoeker mag een stem uitbrengen die voor 40% meetelt. De andere 60% wordt bepaald door de deskundige jury die alle nominaties beoordeelt op de criteria innovatie, effectiviteit, toepasbaarheid en financiële haalbaarheid.

Lees verder in editie 4-2011

Marktaandeel handel onder druk door kennisgebrek

0

Bouwende partijen die rechtstreeks bij de fabrikant inkopen, doen dit vooral vanwege de betere kennis en deskundigheid en de betere prijzen.

Ook de snellere levering van fabrikanten ten opzichte van andere distributiekanalen wordt als voordeel gezien. Handelaren zullen zich daarom moeten richten op het verbeteren van deze aspecten van hun dienstverlening, zo blijkt uit onderzoek van Bouwkennis.

Bouwmaterialen vinden hun weg van de fabrikant naar de afnemer doorgaans via de tussenhandel. Sommige fabrikanten verkopen hun product echter ook rechtstreeks aan de verwerker. Dit zet de marktpositie van de tussenhandel onder druk. Voor handelaren van bouwmaterialen is het daarom van groot belang te weten waarom professionele verwerkers de voorkeur geven aan directe inkoop bij de fabrikant, als zij deze mogelijkheid hebben. Om dit te achterhalen vroeg men aannemers en installateurs die weleens bij de fabrikant inkopen, wat de voordelen hiervan zijn.

Kennis en deskundigheid

Het vaakst wordt als voordeel van directe inkoop bij de fabrikant genoemd dat hij meer kennis en deskundigheid heeft. Dit aspect wordt vooral door onderaannemers en hoofdaannemers B&U genoemd. Betere prijzen zijn ook vaak een reden om voor directe inkoop bij de fabrikant te kiezen. Een snelle levering is voor gemiddeld vier op de tien partijen een van de belangrijkste argumenten om direct bij de fabrikant in te kopen. Vooral onderaannemers noemen dit aspect. Deze partij voert relatief veel kortlopende projecten uit voor particulieren. Het belang van snelle levering is daarom groot. Van de installateurs die rechtstreeks bij de fabrikant bestellen, zegt 15% dat hieraan geen voordelen ten grondslag liggen. Voor slechts 3% van de partijen is direct inkopen bij de fabrikant noodzakelijk, omdat sommige producten niet verkrijgbaar zijn via de tussenhandel.

Verlies positie

Aannemers en installateurs die direct bij de fabrikant inkopen, stellen vooral dat de fabrikant betere kennis en deskundigheid bezit. Indirect betekent dit dat de dienstverlening van de handelaar op dit gebied tekortschiet. De hoeveelheid nieuwe materialen en de complexiteit hiervan is de laatste jaren exponentieel gestegen. Handelaren hebben echter niet of niet genoeg geïnvesteerd om hun kennisniveau hierop aan te laten sluiten. De handel is vanzelfsprekend niet in staat hetzelfde kennisniveau te bereiken als de fabrikant. Maar om haar positie in de markt te versterken, doen handelaren er wel goed aan hun investering in kennis fors te vergroten. Anders lopen ze het risico verder achterop te raken.

Lees verder in editie 4-2011

Vertigreen de naam zegt het al

0
Vertigreen

Na het dak ontdekt de markt nu langzaam maar zeker ook de gevel als mogelijkheid voor begroening ter verhoging van de kwaliteit van de leefomgeving. Fabrikanten spelen hier op in met geavanceerde nieuwe gevelbegroeningssystemen. Jongste loot aan de innovatiestam is Vertigreen, dat de gevel zelf als voedingsbodem voor de planten gebruikt.

De oudste en tot nu toe waarschijnlijk meest toegepaste oplossing bestaat uit grondgebonden gevelbegroening waarbij klimplanten zich vanuit maaiveldniveau via een stellage van doorgaans stalen draden langs de gevel een weg omhoog zoeken. Deze klassieke methode biedt echter geen oplossing voor wie op zoek is naar meer verscheidenheid in planten en kleuren. Voor hen bestaan er naast dit zogenoemde staaldraadsysteem ook niet-grondgebonden systemen zoals dat van hangende bakken met groeimedium, en hangende systemen waarbij het groen min of meer van boven naar beneden zijn weg zoekt. Een derde optie is de mogelijkheid waarbij de plant in de gevel zelf wortelt en door middel van een druppelsys-teem wordt bewaterd en gevoed. Inmiddels zijn voor dit laatste systeem diverse varianten bedacht, maar die zijn over het algemeen duur en onderhoudsgevoelig.

Producent en leverancier van dak- en gevelbegroeningssystemen ZinCo heeft nu een nieuw gevelpaneel op de markt gebracht dat een economisch en onderhoudsarme oplossing biedt voor een duurzame extensieve groengevel. De eenvoudige montage en het lage gewicht maken deze variant van het druppelsysteem tot een breed toepasbaar geheel. Het paneel is gezien het gewicht en de kosten bovendien een goed alternatief voor intensief begroeide gevels.

Bij Vertigreen wortelen de planten in het paneel. Dit biedt ook toepassingsmogelijkheden los van de ondergrond. De verzorging van de planten vindt plaats via een elektronisch gestuurd systeem dat de bewatering en bemesting volledig geautomatiseerd uitvoert. De gepatenteerde techniek waarborgt dat alle planten op een gelijke manier verzorgd worden, en voorkomt dat de planten boven in het systeem het gevaar lopen van verdroging en de planten onderin van vernatting.

Opbouw

De achterconstructie kan op diverse manieren worden gerealiseerd. Een beproefde oplossing is een systeem dat begint met het monteren van speciale draagprofielen aan de gevel, waartussen isolatie wordt aangebracht. Aansluitend wordt aan de draagprofielen een aluminium plaat bevestigd, waaraan de uiteindelijke groenpanelen worden bevestigd. Het paneel bestaat uit een vocht regulerende laag met hierop een groeiplaat waar de beplanting in wortelt. Doorgaans zullen de planten in de panelen al na drie tot vier maanden tot volle wasdom zijn gekomen.

Lees verder in editie 4-2011

Meerwerkblok

0
Meerwerk

Vrijwel dagelijks krijgt Bouwend Nederland Advies vragen over meer- en minderwerk. Meestal is er sprake van een meerwerkfactuur, waarover discussie is met de opdrachtgever. Om bouwondernemers én opdrachtgevers te helpen, lanceert men daarom het zogenaamde ‘meerwerkblok’.

Het valt voor bouwondernemers soms niet mee om de betaling van de meerwerkfactuur af te dwingen. Hiervoor moet de aannemer kunnen bewijzen dat de opdrachtgever vooraf wist van de extra kosten die aan de bestekswijziging waren verbonden. Het eenvoudigst voor alle betrokken partijen is dat te bewijzen wanneer er ondertekende meerwerkoffertes liggen. In de dagelijkse praktijk schiet dat er echter wel eens bij in.

Maak afspraken over meer- en minderwerk

Om bouwondernemers én de opdrachtgevers te helpen, lanceert Bouwend Nederland daarom het zogenaamde ‘meerwerkblok’, dat de vastlegging van de meerwerkopdracht vereenvoudigt. Door goed gebruik te maken van de Standaard Wijzigingsopdracht, zoals het meerwerkblok genoemd wordt, leggen opdrachtgever en bouw-ondernemer afspraken over meerwerk op eenvoudige wijze schriftelijk vast. Ook de prijs van het meerwerk. Hierdoor is het voor alle betrokkenen vooraf duidelijk, wat de wijziging in de opdracht doet met de (richt)prijs ervan. Ook de consequenties voor de uitvoeringsduur kunnen meteen worden aangegeven.

Bruikbaar bij alle soorten werk

Het meerwerkblok bevat op doordrukpapier modellen voor meerwerkoffertes. Zowel opdrachtgever als opdrachtnemer dienen het ingevulde document te voorzien van hun handtekening.
Dankzij het handzame formaat en de doordrukvellen kan het meerwerkblok zeker ook gebruikt worden op de bouwplaats om afspraken, groot of klein, direct en bindend vast te leggen. Het meerwerkblok is te gebruiken bij alle soorten opdrachten voor werken, zowel in de Bouw als in de Infra.
Klik hier om Het Meerwerkblok te bestellen

Lees verder in editie 4-2011

INTERSOLAR 2011 te München

0
Intersolar

Het nieuwe energie tijdperk

Om in één dag de Intersolar beurs te München volledig te bekijken lijkt inmiddels een utopie. Wij deden een poging om in ieder geval een deel van de vijftien hallen te bekijken die vol stonden met de nieuwste snufjes op het gebied van solar energie en waren niet de enigen die uiteindelijk constateerden dat een bezoek van minimaal twee dagen, van de in totaal drie dagen durende beurs, noodzakelijk was om werkelijk alles te zien. Wij wilden wel eens de mogelijkheden van dit nieuwe energietijdperk opsnuiven en kijken wat met name in onze omliggende landen aan de hand is met de ontwikkeling van duurzame energieopwekking.

De grootste beurs ter wereld voor de zonne-industrie, Intersolar Europa, trok uiteindelijk een record van 2.280 exposanten en 77.000 bezoekers uit in totaal 156 landen naar München. In een straal van ruim 40 kilometer rondom München merkbaar, daar alle hotels volgeboekt waren. Gelukkig voor ons waren de hallen overzichtelijk in thematische en technologische gebieden verdeeld door de organisatie van Intersolar Europa. Vooraf overigens gestart met een conferentie waar meer dan 2000 wetenschappelijke deskundigen bijeengeroepen waren om de nieuwste ontwikkelingen in de internationale fotovoltaïsche en thermische zonnemarkten en technologie trends te ervaren.

Algemene tendens

Onze ervaring is dat de mono- en polykristallijne glaspanelen het momenteel gaan winnen van de weliswaar lichtgewicht soepele amorf. Dit komt enerzijds door de steeds hogere opbrengsten van de nieuwe glaspanelen ten opzichte van het soepele amorf. Een gemiddelde opbrengst van rond de 220-240 Watt per paneel van 1,6 vierkante meter is inmiddels normaal te noemen. Anderzijds dalen de prijzen van glaspanelen momenteel enorm. Daar waar enige jaren geleden nog een Wp prijs op Ä 3,50 lag voor een glaspaneel, liggen de huidige scherpste prijzen op Ä 1,35 – Ä 1,50 per Wp. Dit overigens zonder de benodigde frames waar de glaspanelen op geplaatst dienen te worden vanwege de koeling van de panelen en opbrengst gerelateerde hellingshoek. Wat ons ook opviel is dat de productie van de glaspanelen inmiddels meer en meer verschoven wordt naar lageloonlanden zoals China en India. Zelfs de meest gerenommeerde Duitse producenten laten hun panelen al maken in dit soort landen.

Lees verder in editie 4-2011

Dag van de Bouw 2011

0
Dag van de Bouw

Tijdens de Dag van de Bouw, op -zaterdag 28 mei 2011, worden in totaal 220 bouwlocaties -opengesteld voor het grote publiek. -Bouwend Nederland is meer dan tevreden over het aantal openstelde -projecten. De aangesloten bouwbedrijven zijn onverminderd enthousiast over de jaarlijkse open dag, die meer dan 100.000 bezoekers per jaar telt.

Vorig jaar waren er wat meer opengestelde projecten, maar zoals iedereen weet is de bouw nog niet uit het economische dal geklommen. Er wordt op dit moment beduidend minder gebouwd dus zijn er ook minder bouwlocaties die geschikt zijn voor een open dag’, aldus Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman voorzitter. ‘Toch zijn we zeer tevreden met 220 deelnemende projecten. Wat nog belangrijker is, alle sectoren van de bouw zijn vertegenwoordigd.

Nieuw- en verbouw, renovatie, infra, restauratie en combinaties daarvan. Ook de regionale spreiding van de projecten ziet er goed uit. Met ruim 200 opengestelde bouwplaatsen gaan we er weer een geslaagde open dag van maken.
De Dag van de Bouw heeft tot doel om het grote publiek de vele positieve kanten van de bouw te laten zien. Voor Bouwend Nederland is daarom de verscheidenheid van projecten en spreiding van de projecten over het land belangrijk.
Ook het initiatief zelf draagt bij tot een positief beeld over de sector; de bouw zegt niet alleen open en transparant te zijn, maar voegt de daad bij het woord, op 220 plaatsen in Nederland!’

De Dag van de Bouw is een initiatief van Bouwend Nederland en de aangesloten bouwbedrijven en maakt onderdeel uit van de campagne ‘De Bouw maakt het’. Dit jaar is het de zesde keer dat de Dag van de bouw plaatsvindt.

Lees verder in editie 3-2011

Ketendenken in de bouw

0
Vertrouwen

Bouwen is vertrouwen

Ketendenken stond met stip op nummer één op de -interesselijst van de bezoekers van Bouw & ICT begin februari jongstleden. Reden voor Bouw & Uitvoering eens dieper te duiken in de wereld van het ketendenken. Lukt het de bouw in ketens te denken en hoe lucratief is ketendenken?

De bouwwereld staat de komende jaren voor een grote uitdaging. De economische crisis lijkt over het hoogtepunt heen, maar de gevolgen zijn nog steeds voelbaar. Bouwbedrijven krijgen door de vergrijzing te maken met een tekort aan vakmensen, zowel in kwantiteit als kwaliteit. Dus moet er iets gebeuren. En dat is volgens Peter van Ieperen, directeur van de Van Ieperen Groep – gespecialiseerd in onderhoud en renovatie – structureel anders werken. ‘Meer met minder. We moeten meer projecten opleveren met meer complexe aspecten met minder mensen. Voor mij is er maar een oplossing voor; conceptueel bouwen op basis van ketensamenwerking.’

Gemeenschappelijke belangen

Ketenintegratie is geen vastomlijnd begrip. Het is een verzamelnaam voor een andere benadering van de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer dan gebruikelijk is, staat in de brochure ‘juridische handvatten voor ketenintegratie’, uitgave februari 2011 van Bouwend Nederland en Aedes. De nadruk in de huidige praktijk ligt op het vooral per project afprijzen van een bestek, waarbij er een inherent tegenstrijdig belang ontstaat tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer. De opdrachtgever probeert de risico’s zoveel mogelijk naar de opdrachtnemer te verleggen. De opdrachtnemer staat voor de taak om de opdracht binnen de afgesproken tijd en voor de overeengekomen aanneemsom te realiseren. Het is een ‘vechtmodel’. Ketenintegratie echter probeert de verhouding tussen opdrachtgever en opdrachtnemer in te richten op basis van gemeenschappelijke belangen en erkenning over en weer van die belangen.

Voorwaartse integratie

In zijn boek ‘Anders durven samenwerken’ zegt Van Ieperen dat vraaggestuurde ketenintegratie bij complexe renovatieprojecten nodig is om faalkosten te reduceren, een betere kwaliteit tegen een marktconforme prijs te leveren en om de overlast voor bewoners en omwonenden te beperken. Peter van Ieperen verwacht dat binnen nu en vijf jaar de concurrentie niet meer plaats zal vinden op prijs, maar op kennis en expertise van onder andere vraaggestuurde ketenintegratie. Hij legt uit: ‘We moeten beter gaan samenwerken. Daar heb ik een simpel woord voor: voorwaartse integratie van partners in het proces.’

Lees verder in editie 3-2011

Imago bouw

0
Imagobouw

Ruim de helft van de partijen in de bouw vindt dat het imago van de sector verbeterd moet worden om het personeelstekort op de lange termijn te ondervangen. Bijna de helft van de partijen vindt dat er voor meer instroom gezorgd moet worden via bouwopleidingen. Dit blijkt uit het jaarrapport van Bouwkennis 2010-2011.

De bouwkolom kampt al jaren met een kwalitatief en kwantitatief personeelstekort. De recessie heeft dit probleem naar de achtergrond geschoven. Maar als de sector aantrekt, hebben bouwbedrijven weer grote aantallen mensen nodig.

Verbetering nodig

Gemiddeld 53% van de partijen uit de bouwkolom vindt dat het imago van de bouw verbeterd moet worden om het personeelstekort op de lange termijn te ondervangen. Vooral hoofdaannemers B&U wijzen hierop. Aan werken in de bouw kleven vaak de vooroordelen: ‘Vies, fysiek zwaar en gevaarlijk’.
Dat schrikt potentiële werknemers af. In het verlengde hiervan noemt gemiddeld 29% van de partijen dat de arbeidsomstandigheden verbeterd moeten worden. Deze partijen lijken hiermee aan te geven dat de vooroordelen nog vaak kloppen. Bijna de helft van de partijen vindt daarnaast dat er voor meer instroom gezorgd moet worden via bouwopleidingen. Ook dit hangt sterk samen met het imago. Jongeren zullen immers sneller kiezen voor een carrière in de bouw als de branche een beter imago heeft. Maar ook het verbeteren van arbeidsvoorwaarden of carrièrekansen kan hieraan bijdragen.

Standaardisatie

Van de installateurs ziet 29% meer standaardisatie als manier om het personeeltekort op de lange termijn te ondervangen. Aannemers GWW en onderaannemers noemen deze maatregel in het geheel niet. Waarschijnlijk komt dit doordat installateurs vanuit hun vakgebied veel vaker met producten en toepassingen te maken krijgen die niet op elkaar aansluiten. Door meer standaardisatie wordt hun werk relatief eenvoudiger, waardoor zij verwachten makkelijker geschikt personeel te kunnen aantrekken. Van de hoofdaannemer B&U noemt 27% het gebruik van meer prefab in de bouw. Dit soort totaaloplossingen neemt bouwende partijen in letterlijke zin werk uit handen.

Campagne

De bouw voert het ondervangen van het personeelstekort op langere termijn in grote lijnen terug op het imago van de sector. Dit wijst erop dat partijen nog altijd ervaren dat dit imago onder potentiële werknemers slecht te boek staat. De praktijk heeft het imago van de bouw echter ingehaald. Door technologische innovaties, aangescherpte regelgeving en bewust beleid heeft de bouw inmiddels veel meer te bieden dan de bouwplaats. Dat dit nog altijd niet weerspiegelt in het imago, betekent dat de bouw zich hier sterker op moet richten in de externe communicatie. Hierbij zal er met name gericht moeten worden op de image killers vies, fysiek zwaar en gevaarlijk.

Lees verder in editie 3-2011

Diana de Jong over kansen stadsranden

0
Bouwfonds

‘Beste van twee werelden’

Lange tijd stonden in planologisch Nederland stad en ommeland met de ruggen naar elkaar toe. De stad was het domein van de ruimtelijke ordenaars en de volkshuisvesters, met het ministerie van VROM als natuurlijke counterpart.

Het ommeland was het terrein van de agrariërs, met het ministerie van LNV als de grote roerganger. Het gevolg was dat de stadsrand er altijd wat bekaaid af kwam – deze viel namelijk tussen wal en schip. Met het aantreden van het nieuwe kabinet lijkt er echter beweging te ontstaan: aan de randen van steden en dorpen mag ontwikkeld worden. Maar hoe kan dat het beste gebeuren? Diana de Jong, directeur Gebiedsontwikkeling van Bouwfonds Ontwikkeling, geeft haar visie.

Het hoofdkantoor van Bouwfonds Ontwikkeling is zelf aan de rand van een dorp gelegen, in dit geval Hoevelaken. De overgang naar het landschap wordt gemarkeerd met een mooi oud kasteel en bijpassende tuin. Het wordt niet alleen door de Bouwfonds-medewerkers gebruikt om even een wandelingetje te maken, ook -Hoevelakers komen hier voor een aangename wandeling. Het is een sfeer die wellicht ook heel goed op andere plekken in dorps- en stadsranden te realiseren is: een relaxte mix tussen rood, groen en blauw. Niet alleen interessant en aantrekkelijk voor de bewoners zelf, maar ook voor bewoners van een veel groter gebied. De directeur Gebiedsontwikkeling van Bouwfonds Ontwikkeling, Diana de Jong, staat in ieder geval niet afwijzend tegenover het expliciet benoemen van dorps- en stadsranden als ontwikkel- en ontwerpopgave. Ze neemt de actualiteit als vertrekpunt: ‘Het recente regeerakkoord heeft nadrukkelijk de ontwikkeling van woningbouw aan de randen van de steden genoemd als aantrekkelijke richting. Bij Bouwfonds zijn we overigens al langer met dit thema bezig, getuige bijvoorbeeld de ontwerpprijsvraag “Good Red, Super Green” die we een paar jaar geleden hebben georganiseerd (zie kader, red.). De komende tijd is het zaak om verschillende partijen enthousiast te krijgen voor kleinschalige ontwikkelingen aan de randen van de bestaande steden. Bouwfonds zal daar in ieder geval haar best voor doen.’

Lees verder in editie 3-2011

Bouwend Nederland

0
Brinkman

Wil brede en moderne cao

‘De bouw-cao moet aantrekkelijk blijven voor werkgevers en voor werknemers, voor jongeren en oudere medewerkers. Maar zeker ook voor leerlingen, nu en in de toekomst. De huidige cao is niet toekomstbestendig genoeg, door de regeldichtheid, de veelvoud aan gedetailleerde regelgeving en de beperking van de mogelijkheden voor afspraken op maat,’ zo vat voorzitter Elco Brinkman de opvattingen samen van Bouwend Nederland, aan het einde van de jaarlijkse Bestuurdersdag, op15 april j.l.

Alle geledingen van de branchevereniging waren daarbij vertegenwoordigd. Zij concludeerden dat de sectoren in de bouwnijverheid door branchevervaging naar elkaar toe groeien. Bouwend Nederland ziet dat de bouwsector toe is aan een brede, modernere cao. Daarom wil Bouwend Nederland de cao vernieuwen, via intensieve samenwerking met andere werkgeversorganisaties en in samenspraak met de vakbonden.

‘Als wij een moderne sector willen zijn, dan horen daar ook maatwerkafspraken met werknemers bij over werk en privé’, aldus Jeroen Eijkelboom, voorzitter van landelijk Jong Bouwend Nederland, het platform van jonge (toekomstige) eigenaren en managers van de lidbedrijven. Eijkelboom, zelf directeur van een aannemingsbedrijf, een schildersbedrijf en een installatiebedrijf, ziet de wereld om zich heen veranderen en vindt dat de sector mee moet bewegen. Dat geldt ook voor de cao.

De sector blijft behoefte houden aan een cao als -arbeidsvoorwaardeninstrument, zo bleek ook uit de gehouden internetenquête. Maar de huidige cao kenmerkt zich te veel door hoge kosten en inflexibiliteit. ‘Dat moet veranderen’ zegt Frank Castricum, bestuurder van de afdeling Alkmaar en eigenaar van een betonbouwbedrijf met 45 medewerkers, ‘anders prijzen wij ons op termijn uit de markt als een onaantrekkelijke werkomgeving.’

Lees verder in editie 3-2011