Home Blog Pagina 428

Herbestemming kerkgebouwen

0
Herbestemming

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed publiceerde op 14 juli een nieuwe gids die dient als handreiking bij de herbestemming van kerkgebouwen.

De komende jaren komen gemiddeld twee kerkgebouwen per week vrij. Het maatschappelijk draagvlak voor het behoud van deze gebouwen is groot. Vaak is de kerk met de toren een herkenningsteken in dorp of stad en een baken voor de omgeving. Herbestemming biedt deze kerkgebouwen een toekomst. Om een verantwoorde herbestemming van kerken te stimuleren geeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een gids uit, met de titel ‘Een toekomst voor kerken. Handreiking voor het herbestemmen van vrijkomende kerkgebouwen’.

Omgebouwd tot woning, winkel of kantoor.

Er zijn in Nederland al veel voorbeelden te vinden, zoals de Heilig Hartkerk in Roosendaal waarin een gezondheidscentrum is gevestigd of de inmiddels wereldberoemde Dominicanenkerk in Maastricht waarin een boekhandel zijn intrek heeft genomen. Met deze gids wordt iedereen die professioneel of als eigenaar betrokken is bij de herbestemming van monumentale kerken van praktische adviezen voorzien. Eigenaren, architecten en ontwikkelaars vinden in de gids inspirerende voorbeelden maar ook praktische informatie over bijvoorbeeld regelgeving. Voor gemeenten, monumentencommissies en beleidsmakers biedt de gids handvatten voor de vormgeving van een eigen, stimulerend monumentenbeleid.

Gids en visie

De gids biedt tevens ondersteuning bij het opstellen van een gezamenlijke kerkenvisie. Steeds meer gemeenten en provincies ontwikkelen samen met kerkbesturen en andere betrokken partijen een kerkenvisie, op grond waarvan beleid kan worden ontwikkeld voor historische kerkgebouwen. Hiermee anticiperen zij op het vrijkomen en leegstaan van kerken, wat voor kerkgangers en buurtgenoten vaak een emotionele gebeurtenis is. Een kerkenvisie geeft duidelijkheid over welke kerken hun religieuze functie kunnen behouden, welke kerkgemeentes samengevoegd kunnen worden in één gebouw, welke kerken een nieuwe bestemming krijgen en voor welke kerken sloop aan de orde is. Het scheppen van duidelijkheid is een belangrijke voorwaarde voor een verantwoorde herbestemming.

Goed voorbeeld

Een goed voorbeeld vanuit de provincie is de kerkenvisie die door de provincie Friesland is opgesteld. Dit ‘Deltaplan Fryske Tsjerken’ richt zich op behoud en ontwikkeling van historische Friese kerkgebouwen. Daarvoor is een Deltateam ingesteld: een groep van onafhankelijke deskundigen die, samen met gemeenschappen rond een vrijkomend kerkgebouw, zoekt naar ideeën en oplossingen. Onderdelen van het Deltaplan zijn het instellen van een Kennispunt, het versterken van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en het stimuleren van onderhoud en restauratie, hergebruik en herbestemming. De aanpak is gericht op samenwerking tussen overheden en andere partijen die betrokken zijn bij de kerkgebouwenproblematiek.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 5-2011

Nieuwbouwproductie utiliteitsbouw

0
Uiliteitsbouw

2011 bereik dal, daarna klim!

In 2011 bereikt de utiliteitsnieuwbouw het dal. De bouwproductie daalt dit jaar met 7,3% ten opzichte van 2010. Uitgedrukt in prijzen van 2009 betekent dat een afname van € 6.121 miljoen in 2010 naar € 5.675 miljoen in 2011. Die daling komt geheel voor rekening van de marktsector, waar de productiewaarde terugloopt met 13,1%. In de budgetsector blijft de productie stabiel op circa € 2,4 miljard. Dit blijkt uit de jongste prognoses van BouwKennis.

Afname vergunningverlening met 40% tussen 2008 en 2010 drukt nieuwbouw tot 2013 – Marktsector kampt met problemen als overaanbod en (lokale) krimp, bovenop conjuncturele dip – Productiewaarde -budgetsector tot 2013 stabiel, maar onderliggend grote verschuivingen Na het dieptepunt in 2011 neemt de productiewaarde vanaf 2012 weer geleidelijk toe. In 2012 komt de totale productie van de utiliteitsnieuwbouw naar verwachting uit op Ä 5.946 miljoen. Men gaat voor 2013 uit van een productiewaarde van circa Ä 6 miljard, een stabilisering ten opzichte van 2012. De gezondheidszorg is dan veruit de grootste sector met iets minder dan Ä 1,4 miljard. De daling in de marktsector wordt gedempt door de positieve ontwikkeling van de budgetsector. Deze blijft naar verwachting in de komende jaren rond hetzelfde niveau.

Herstel

Conjuncturele ontwikkelingen hebben voor de nieuwbouwproductie in de utiliteitsbouw grote gevolgen. Tussen 2008 en 2010 is de waarde van de utiliteitsbouwvergunningen met 40% afgenomen. Dat is grotendeels te verklaren uit de economische krimp van 3,9% in 2009. Na zo’n stevige daling moeten bedrijven eerst hun bezettingsgraden op niveau krijgen, voordat zij aan uitbreiding kunnen denken. Daarbovenop spelen productiedrukkende trends als Het Nieuwe Werken, de afnemende beroepsbevolking en het overaanbod op vastgoedmarkten zoals kantoren en winkels. Ook na 2013 zal de klim uit het dal dus maar langzaam verlopen.

Marktsector schommelt

Voor de komende jaren wordt vooral in de marktsector een scherpe daling verwacht. Hier spelen hoofdzakelijk conjuncturele invloeden. Tot 2011 wordt daarom ook een daling verwacht als gevolg van het na-ijlende effect op de algemene conjunctuur. Naar gebouwsoort is het -productieverloop echter zeer divers. In 2012 treedt herstel op, met name in die sectoren waar eenvoudige gebouwsoorten als hallen en loodsen, al of niet met -kantoor, de boventoon voeren. De sector zakelijke dienstverlening is een uitzondering op dit patroon. Hier speelt er meer dan alleen de conjunctuur. Binnen deze sector eist de problematiek op de kantorenmarkt een hoofdrol op. De leegstand in de kantorenvoorraad is inmiddels opgelopen tot circa 7 miljoen vierkante meters, oftewel 15% van de voorraad.

Lees verder in editie 5-2011

Project Arnhem Centraal

0
Bouwput

In het kader van het project Arnhem Centraal wordt het oude station vervangen door een nieuwe transferhal, ontworpen door UNStudio (Ben van Berkel). Ook wordt het station uitgebreid met een vierde eilandperron om de verwachte groei aan te kunnen. De samenwerkende partners voor het project zijn NS (NS Poort), ProRail en de gemeente Arnhem.

Op 1 oktober 2006 werd een tijdelijk station geopend. De sloop van het oude station heeft eind 2007 plaatsgevonden, waarna een geheel nieuw station kan worden gebouwd. Het oude station is gesloopt met uitzondering van de zogenaamde Sonsbeekentree. Dit koepelvormige entreegebouwtje aan de noordzijde van het station zal in 2010 worden verplaatst naar Park Presikhaaf om dienst te doen als theehuis. Onder het project Arnhem Centraal vallen behalve het nieuwe station (met parkeergarage),ook de ontwikkeling van kantoren, winkels en woningen in de directe omgeving. Ook de noordzijde (Sonsbeekzijde) van station Arnhem wordt vernieuwd.

Planning

Er is begonnen met de bouw van de nieuwe brede perrontunnel voor de OV-Terminal, en de aanbesteding van het nieuwe gebouw is in volle gang. In 2010 moest blijken of de OV-Terminal, het hart van Arnhem Centraal, eigenlijk wel gebouwd kan worden. Het futuristisch vormgegeven nieuwe stationsgebouw is namelijk bijzonder lastig om te bouwen. De gemeente Arnhem vreesde eerder dat Arnhem Centraal daardoor veel meer geld gaat kosten dan was voorzien. Afzien van het ontwerp van Ben van Berkel is volgens de gemeente inmiddels geen optie meer. Volgens de oorspronkelijke planning had begin 2009 het nieuw stationsgebouw voltooid moeten zijn; het vierde perron moet eind 2010 gereed zijn. Het tijdelijke station bevond zich ongeveer 200 meter ten oosten van het oude station en was door middel van loopbruggen met de oostzijde van de drie perrons verbonden. De loopafstanden vanaf streekbusstation aan de Utrechtseweg (naast de oude locatie) naar het station waren door de gekozen positie van het tijdelijke station vergroot. Door de klachtenstroom van passagiers werden twee nooduitgangen van het tijdelijke station regulier opengesteld, zodat de loopafstand werd verkort (deze zal echter tot de voltooiing van de nieuwe OV-Terminal langer zijn dan de oude afstand). Ook vanaf het Willemsplein (en het centrum) was de loopafstand naar de perrons iets langer door het tijdelijke station. Begin 2007 werd een extra ingang aan de kant van het Willemsplein gemaakt (met een vaste trap en een opgaande roltrap).

Lees verder in editie 5-2011

Betondag 2011

0
Betondag

17 november, de Doelen,Rotterdam

De Betondag, georganiseerd door de Betonvereniging, is het jaarlijkse kennis- en netwerkevenement voor de (beton) bouwwereld. Met ruim 3.000 deelnemers en ruim 200 exposanten is het een der grootste eendaagse manifestaties in de Europese bouw. Er wordt aan deelgenomen door opdrachtgevers, opdrachtnemers, brancheorganisaties en kennisinstellingen; er zijn tal van exposanten uit Duitsland en België.

Het wordt een fantastisch evenement in een voor de bouw turbulent tijdsgewricht. Het is bekend dat in economisch slechte tijden innovatie in belang toeneemt. En dat zal blijken op de Betondag 2011; de betonwereld is op dit moment enorm actief en er worden dagelijks nieuwe antwoorden gevonden op de vele problemen die op onze weg liggen. Bij dit alles zal kennis een cruciale rol spelen`, zo bericht de Betonvereniging op haar site.

Thema

De energie van beton is het centrale thema van de betondag. Hiermede wordt de maatschappelijk belangrijke functie van beton helder onderstreept. De bouw van energiecentrales, afvalverbrandingsinstallaties en windmolens is immers niet mogelijk zonder toepassing van beton.
Thermische activering is een veelbelovende innovatie, waarmede duurzaam kan worden verwarmd en gekoeld. Rondom Thermische activering en met name de praktische kanten daarvan, zal een speciaal programma worden georganiseerd.

Ingenieursplein

Dit plein zal dit jaar worden uitgebreid; de ingenieursbureaus presenteren zich met het thema ‘Energieker met Ingenieurs’. In de Van Cappellenzaal presenteren de bureaus 6 bijzondere projecten.

Bestaand beton

In Nederland is momenteel meer beton aanwezig dan we in de komende 100 tot 200 jaar zullen gaan storten. Dit bestaand beton verdient zorg; nu al wordt in de bouw meer geld uitgegeven aan beheer en onderhoud dan aan nieuwbouw en dit aandeel zal nog stijgen. Hoe kunnen we zeker stellen dat bestaande constructies voldoende veilig zijn en blijven?

Op de Betondag zal daarom uitgebreid aandacht worden gegeven aan Inspectie en monitoring, maar ook aan Reparatie en renovatie (ingrepen in bestaande constructies). Ook het nieuw opgerichte Platform voor betononderhoud zal zich voorstellen.

Lees verder in editie 5-2011

Afstand onderwijs-praktijk vaak te overbruggen

0
Onderwijs

‘Ook leren de boel weer op de rit te krijgen’

Op het moment dat ik begon met werken bij mijn eerste werkgever, een aan-nemer, kreeg ik een duimstok, rolmaat, pen en papier in handen. En er werd gezegd: zo jongen, ga jij maar zorgen dat dit kozijn wordt vervangen – succes. Daar sta je dan. Natuurlijk had ik me tijdens mijn opleiding wel beziggehouden met allerlei bouwdetails, maar hoe je moet meten, waar je op moet letten en hoe je wat bestelt, en in welke volgorde? – dat leer je gewoon niet op school. En dit geldt ook voor complete bouwprojecten.’

Aan het woord is Jasper Bravenboer (30), een jonge ondernemer die zich uitlaat over de vaak genoemde kloof tussen het bouwonderwijs en de praktijk. Net als Ron Koning (34), is hij een echte bouwfanaat. Beide heren hebben – nog niet zo heel lang geleden – een gedegen opleiding afgerond en zijn tegelijkertijd toch al zo in de sector ‘geworteld’, dat ze met afgewogen reflectie een oordeel kunnen vormen of scholing en praktijk voldoende aansluiting vinden.

Wat deze bouwers doen? Jasper Bravenboer is eigenaar van een eigen managementbureau in bouwprojecten te Schiedam, waar hij namens de opdrachtgever handelend optreedt tijdens de hele ontwikkeling en uitvoering. Hierbij zoomt hij in op onderdelen van het bouwproces met ad hoc oplossingen, maar het kan ook gaan om het aandragen van antwoorden bij bouwopgaven die vragen om complexe, oplossingsgerichte methodes. Ron Koning is werkzaam bij Dura Vermeer Bouw Amsterdam. Als uitvoerder maakt hij planningen, instrueert hij uitvoerend personeel, bestelt en roept hij materialen af, bewaakt budgetten en voert onderhandelingen met belanghebbenden. Hij is verantwoordelijk voor de daadwerkelijke realisatie van projecten.
Beide heren doen waardevolle observaties op als het gaat om discrepanties tussen praktijk en theoretische vorming. Maar hoe zit het met het onderwijs zelf. Wat zijn hier de afgelopen jaren significante ontwikkelingen geweest?

Lees verder in editie 5-2011

Duurzaamheid en energiebesparing in bouwprojecten

0
HetEnergieBureau

‘Maak de juiste keuze voor langere termijn’

Twintig grote Europese bouwondernemingen verenigd in Encord (The European Network of Construction Companies for Research and Development) hebben in juni jongstleden een gezamenlijke duurzaamheids-verklaring opgesteld. Het handvest bevestigt dat duurzaamheid leeft in de Bouwwereld. Dat is ook de mening van Serge van den Berg, adviseur duurzaam bouwen en een van de drie directeuren van HetEnergieBureau in Eindhoven.

Vier jaar geleden startte Serge van den Berg met twee collega’s HetEnergiebureau in Eindhoven. Hij vertelt: ‘Ons bureau houdt zich bezig met projecten rond duurzame ontwikkeling en energie. Op een wijze die realistisch en uitvoerbaar is. We richten ons zeker niet op ‘papieren tijgers’, maar op concrete plannen die een positieve bijdrage leveren aan deze wereld. En daaruit voortvloeiend ook een economisch voordeel opleveren. Zowel op financieel gebied als kijkende naar comfort en veiligheid.’ Het verschil dat HetEnergieBureau maakt met andere bureaus in de sector, is volgens Van den Berg de multidisciplinaire aanpak; het betrekken van diverse disciplines bij een project. ‘Veel van onze collega’s richten zich slechts op de techniek. Ze hebben het bijvoorbeeld alleen over HR++ beglazing. Dat is voor de meeste klanten niet interessant. Zij weten zelf wel wat dit is. Het gaat erom te kijken naar de vraag achter de vraag. Waar hebben de gebruikers van een gebouw echt behoefte aan?’

Juiste keuze

‘Mensen vragen niet door’, herhaalt Van de Berg. ‘Ik vind het nog steeds frappant dat ontwerpen van gerenommeerde architecten vaak klakkeloos worden geaccepteerd. Zonder echt te kijken naar duurzaamheid en energiebesparing. Wij hebben zowel gewerkt met goede architecten (red: zie foto) en architecten die duurzaamheid niet in de vingers hebben. Gevolg is dan dat in een later stadium gebouwen -aanpassingen vereisen. Dat is zonde. We hebben hele verdiepingen van gebouwen moeten verschuiven. Technische ruimtes, die we op een totaal andere plek in de gebouwen hebben gezet om bijvoorbeeld een goede noord-zuid verdeling te realiseren. In een duurzaamheidsgedachte probeer je namelijk het energiegebruik zo laag mogelijk te houden. Sommige gebouwen hadden een aanzienlijke warmteoverlast. Door functies op verdiepingen te verschuiven, creëren we een indeling waarbij het koelvermogen zo laag mogelijk is. Ook naar specifieke onderdelen van gebouwen wordt niet altijd goed gekeken. Maak de juiste keuze voor het gebouw. Kies altijd het beste onderdeel. Ik noem een voorbeeld van een ontwerpfout die we recentelijk tegenkwamen. Men had een airconditionersysteem geplaatst op een twee jaar oude, dus nog nieuwe school, puur omdat het ontwerp niet voorzag in de mogelijkheden om screens aan de buitenzijde te plaatsen voor het tegenhouden van zonnewarmte. Een goed ontwerp had de zonnewarmte veel beter buiten kunnen houden en de investeringen van de airco kunnen besparen.’

Lees verder in editie 5-2011

Stop aanbesteden van ‘kleine’ werken

0
Aanbesteden

Het aanbestedingsinstituut Bouw en Infra roept op werken met een aanneemsom tot een half miljoen euro onderhands aan te besteden. Openbaar aanbesteden van deze werken kost de bouw onnodig veel tijd en geld, gaat ten koste van de kwaliteit van de projecten en beperkt met name het regionale midden- en kleinbedrijf in de kans op werk. Tijd om het roer om te gooien, vindt het Aanbestedingsinstituut Bouw en Infra.

In 2010 heeft het Aanbestedingsinstituut meer dan 3.000 aanbestedingen beoordeeld. Opmerkelijk is dat bijna de helft van alle openbaar aangekondigde aanbestedingen een omvang heeft tot een half miljoen euro. Joost Fijneman, manager van het Aanbestedingsinstituut: ‘Dat betekent dat de helft van alle aanbestedingen betrekking heeft op opdrachten tot 10 procent van de Europese aanbestedingsdrempel. Er is eigenlijk geen goede reden om een relatief klein werk openbaar aan te besteden. Terwijl het wel zeer gewilde werken zijn, vooral bij het midden- en kleinbedrijf. Niet voor niets komen er gemiddeld negen inschrijvers op dergelijke aanbestedingen af.’

Veel besparing mogelijk

Volgens het Aanbestedingsinstituut zijn er met onderhands aanbesteden een hoop kosten te besparen. ‘Als 1.500 aanbestedingen onderhands in de markt zouden worden gezet, met een maximum van vijf gegadigden, nemen de inschrijvingskosten af van 34 naar 15 miljoen euro.’ Daar komt bij dat bedrijven hiermee een extra prikkel krijgen om een hoge kwaliteit te leveren. ‘Als de kwaliteit van het werk tegenvalt, lopen bouwondernemers immers kans om voor een volgende aanbesteding niet meer te worden uitgenodigd.’

Hoe gunnen?

Uit de 3.000 aanbestedingen blijkt dat het EMVI gunningcriterium (de Economisch Meest Voordelige Inschrijving) licht aan terrein wint ten opzichte van gunnen op de laagste prijs. Gemeten naar volume, wordt EMVI in 60% van de openbaar aanbestede opdrachten gehanteerd. Gemeten naar aantallen, is dat 18%.
‘Kijken we naar de gemiddelde omvang van een project dat wordt aanbesteed op basis van de laagste prijs, dan blijkt die omvang 1,2 miljoen euro te zijn. Voor rijksopdrachten ligt dat bedrag op 4,5 miljoen euro. Voor deze bedragen geldt, dat door middel van kwaliteitscriteria mits deze juist worden toegepast een beter resultaat kan worden bereikt. Gunnen op basis van EMVI zit dus nog lang niet aan z’n top’, aldus Joost Fijneman.

Lees verder in editie 4-2011

Thema van de dag van de Architectuur 2011

0
Architectendag

‘Zelfverzonnen’

Het publiek wist de 25e Dag van de Architectuur -massaal te vinden. Naast het reguliere programma met gebouwopenstellingen, rondleidingen, fiets-, bus- en boottochten, kinderactiviteiten, debatten en tentoonstellingen in meer dan 90 gemeenten, was het evenement dit jaar uitgebreid met een Open Huis architectenbureaus. Tweehonderd bureaus openden hun deuren voor het publiek, voor rondleidingen, presentaties of eerste ontwerpadviezen.

Het thema van dit jaar, Zelfverzonnen, gaat met name over eigen initiatieven zoals (collectief) particulier opdrachtgeverschap, projecten van niet-institutionele ontwikkelaars en bottom-up initiatieven; architectuur bedacht ‘voor de lol van het maken’. Op veel plaatsen zijn zelfverzonnen huizen opengesteld en kreeg het publiek de unieke kans om bij anderen binnen te kijken. Ook huizen van architecten zelf zijn tijdens deze architectuurdag opengesteld zoals het Woonhuis van Maarten en Jetty Min in Bergen aan Zee, architect van Min2.

In een radio interview bij de Tros op radio 1 schetste Rob Hendriks, voorzitter BNA en eigenaar van Daad architecten en Marnix van der Meer van Architectenbureau Zecc hoe de huidige situatie is binnen de architectenbureaus. ‘De grotere bureaus varen wel bij de veranderende regelgeving van de overheid waardoor de grotere werken in de markt oppakken. De laatste jaren is er een tendens van schaalvergroting bij de architect om het grotere werk op te pakken. De kleinere bureaus hebben vanwege de stimulans in het onderhoud van woningen hun hoofd boven water gehouden en de tendens van meer particulier opdrachtgeverschap geeft bij deze bureaus toch meer mogelijkheden dan bij de middelgrote architectenbureaus’, aldus de voorzitter van de BNA. Marnix van der Meer voegt toe: ‘Met name de middelgrote bureaus hebben het veel moeilijker daar de woonwijken stagneren en de kantorenbouw volledig is ingestort. Duidelijk moet de meerwaarde en rol van de architect benadrukt worden, dan komt men er achter dat het wel mee valt met de kosten van een architect.’

Lees verder in editie 4-2011

De internationale kracht van watermanagement

0
Aquadoc

gezamenlijk innoveren in duurzaam leven op en aan het water

Nederland is waterland bij uitstek. Klimatologische veranderingen en een beperkt leefoppervlak noodzaken ons tot innovatieve oplossingen zoals wonen, werken, reizen en recreëren in, op en aan het water. Zie hier de basis voor watermanagement: een stroming die haar succes elke dag bewijst. Een stroming ook waarmee Nederland zich wereldwijd ijzersterk profileert.

De plek waar onderwijs, overheid en bedrijfsleven de handen ineen hebben geslagen op het gebied van watermanagement, is de Rotterdamse RDM Campus. Bouw & Uitvoering sprak met een bevlogen Bert Hooijer, directeur van RDM Campus en van het Instituut voor Bouw en Bedrijfskunde van de Hogeschool Rotterdam. Pionier, inspirator, educator en verbinder met een grote passie voor watermanagement.

Drijvende dorpen

Waterbouwen is niet nieuw. Al honderden jaren wonen primitieve Indianenstammen op en rond het water. Het Thaise eilandje Ko Panyi is een drijvend vissersdorp op palen in zee, compleet met drijvend voetbalveld voor de jeugd. Toch is innovatief hybride bouwen mondiaal gezien sterk in opkomst. Hooijer: ‘Waterbouwen is een sterk opkomende bouwtechnologie, waarbij we rekening houden met de dynamiek van de demografie, economie en ruimtelijke ordening. Er wordt in synergie met het oppervlaktewater gebouwd met een natuurlijke harmonie tussen de afvoer van hemelwater en watervoorziening. Door het invoeren van innovatieve bouwwijzen en bouwelementen in, op, onder en rond het water wordt nieuwe bedrijvigheid gecreëerd en wordt ingespeeld op het veranderende klimaat en het opwekken en benutten van duurzame energie.’

Innovatief durven denken en doen

Denk je aan waterbouwen, dan denk je aan innovatieve scholing en ondernemerschap. Op de uitgestrekte voormalige werf van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, midden in het stadshavengebied, staat de RDM Campus: dé plek voor alles op het gebied van water- en deltatechnologie. Het zijn twee wezenlijke disciplines die nauw met elkaar verwant zijn. Watertechnologie gaat over afvalzuivering: zorgen voor zuiver en voldoende drinkwater, terwijl deltatechnologie zich richt op kustverdediging, ontpoldering, sluizen, bruggen, viaducten en gemalen. Het succesvolle concept van Research, Design & Manufacturing (RDM) krijgt momenteel zelfs navolging in New York en wereldwijd wordt er een beroep gedaan op de aanwezige expertise. ‘Deze campus voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen en hun partners uit bedrijfsleven en overheid kent vele gezichten en toekomstperspectieven. Niet alleen van belang om specifieke technische kennis in het havengebied te kunnen vasthouden, maar ook omdat we kunnen inspelen op een veranderende wereld. We werken hier intensief samen om mensen op te leiden voor de huidige en toekomstige arbeidsmarkt in stad en haven. Daarnaast zijn we hier daadwerkelijk innovatief. De opgedane kennis wordt niet alleen in Rotterdam toegepast, maar ook vanuit andere steden en in vele andere landen is er grote belangstelling voor wat we hier doen.’

Lees verder in editie 4-2011

Verhuizen kan weer

0
Verhuizen

Verlaging overdrachtbelasting goed nieuws, ook voor bouw!

‘Verhuizen kan weer, er is weer lucht op de woningmarkt’, reageert een verheugde Bouwend Nederland-voorzitter Elco Brinkman op de verlaging van de overdrachtsbelasting.

Na een halfjaar stevig aandringen zijn we nu natuurlijk blij dat het kabinet onze argumenten krachtig honoreert. Gelukkig is de verhuisboete nu grotendeels weg. Prachtig voor kopers, woningbezitters en goed voor iedereen in Nederland.’

‘De tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting van zes naar twee procent is goed voor de hele woningmarkt. Bij een gemiddelde woning is hierdoor 10.000 euro minder financiering nodig. Dat is muziek in de oren van veel starters, die door strakke regels geen huis meer konden kopen.’

Trek

‘Voor starters én voor doorstromers komt er nu weer trek in de pijp. Elke verhuizing zorgt binnen drie jaar weer voor twee tot vijf nieuwe verhuisbewegingen. Minder starters hoeven bij hun ouders blijven wonen, meer ouderen kunnen de stap zetten richting een kleiner appartement. De huizenmarkt functioneert het komende jaar gewoon beter. Onomstreden is dat de overdrachtsbelasting de markt verstoort, maar tijdelijk is dat nu een heel stuk minder. Kortom, hierdoor komt de markt weer in beweging en dat is het grote doel. Wij verwachten dat het effect nog jarenlang doordreunt. Daar beoordelen we het succes op.’ ‘Behalve voor starters is het ook goed nieuws voor al die mensen die hun huis soms al meer dan een jaar in de verkoop hebben. Ze krijgen hierdoor meer kans op verkoop. Woningen behouden dus hun waarde, waardoor het vertrouwen terugkeert. Dat heeft grote economische effecten.’

Bouw

‘En het is natuurlijk goed nieuws voor de bouw! Mensen die verhuizen, verbouwen vaak meteen ook. Ook trekt de vraag naar nieuwbouw weer aan. Dit helpt de bouwsector sneller uit het dal, duizenden bouwvakkers kunnen weer aan de slag. De malaise in de bouw remt tot nu toe de economische groei, dat moet maar eens afgelopen zijn.’

Visie

‘We hebben een half jaar geleden samen met NEPROM alle voordelen op een rij gezet van het afschaffen of verlagen van de overdrachtsbelasting.
Vanaf dat moment groeide de steun voor die visie, onder meer bij woningbezitters, makelaars en de politiek.’ ‘Complimenten dus voor minister Donner (BZK/WWI) en met hem het hele kabinet. Deze positieve maatregel helpt sneller een einde maken aan het woondrama.’

Lees verder in editie 4-2011