Home Blog Pagina 427

Milieutechnologie ‘Plantbatterij’

0
Milieutechnologie ‘Plantbatterij’

Letterlijk een groen energiedak

Letterlijk groene stroom. Of beter nog: letterlijk een groen energiedak. De plantmicrobiële brandstofcel haalt de energie direct uit de planten zelf. Milieutechnologie waar geen zon of wind aan te pas komt. En de brandstofcel doet dit bij voorkeur op een groen dak. Dit kan heel goed toegepast -worden op een groen dak, waar elektriciteitsproductie toegevoegd kan worden aan de andere voordelen van zo’n dak.

De plant als levend energiefabriekje. Wie had dat ooit kunnen bedenken? Zonnecellen en windturbines kosten energie om ze te produceren. En ze leveren bij wijze van tegenprestatie alleen maar energie terug wanneer de zon schijnt of als het waait. Planten daarentegen produceren 24 uur per dag energie, zeven dagen per week. Dat doen ze door met behulp van zonlicht en water CO2 om te zetten in suikers. Een deel daarvan gebruiken ze als voedsel, een ander deel scheiden ze uit via hun wortels in de bodem. Daar leven bacteriën die de suikers afbreken. Tijdens dit proces komen elektronen vrij.
Let op, nu wordt het wetenschappelijk, dus dit verhaal kunnen we maar beter overlaten aan een wetenschapper zelf. Die vat de boel gelukkig in eenvoudige bewoordingen samen. ‘Simpel gezegd gaat het er om dat we de elektronen in de grond ‘vangen’ om ze vervolgens om te zetten in elektriciteit’, zegt Marjolein Helder. ‘Dit doen we met een zogenoemde plantmicrobiële brandstofcel die de elektronen van de ene pool naar de andere laat stromen. En elektronen die door een draadje stromen ‘maken’ elektriciteit waarmee je bijvoorbeeld een lampje kunt laten branden.’

Helder is als milieutechnoloog verbonden aan Wageningen University waar zij samen met collega David Strik werkt aan verbetering van de technologie van de plantmicrobiële brandstofcel. Want van de opbrengsten van deze ‘plantbatterij’ moeten we ons op dit moment nog niet al te veel illusies maken. De proefopstelling in het universiteitslaboratorium levert zo’n 0,2 Watt per vierkante meter. Daar kan een heel klein lampje net op branden. Helder en Strik verwachten echter dat de opbrengst binnen een paar jaar al kan worden vervijftienvoudigd tot 3 Watt per vierkante meter. Helder: ‘Dit betekent dat wanneer je een oppervlak van 50 vierkante meter tot je beschikking hebt, je 150 Watt continu kunt opwekken, wat ongeveer een derde is van het stroomgebruik van een gemiddeld huishouden.’

Lees verder in editie 6-2011

Bouwkansen bij exploratie ondiepe ondergrond

0
Salomon - Exporatie ondiepe ondergrond

Delftse hoogleraar: ‘Die CO2-uitstoot kunnen we vergeten’

Als fileerder van de klimaathype maakt Salomon Kroonenberg furore met populair wetenschappelijke publicaties. Deze zijn al even helder en geanimeerd geschreven als de wijze waarop hij bij Pauw & Witteman uitleg geeft als er problemen zijn door IJslandse vulkanen. Wat heeft hij de bouwwereld te melden? Hoogleraar Salomon Kroonenber pleit voor exploratie ondiepe ondergrond in de bouwsector. Wie deze beter in kaart heeft, bouwt ook beter.

De opwarming van de aarde is een uitgemaakte zaak. Dat is tenminste de suggestie. Toch verschijnen er steeds meer publicaties die op zijn minst tot bijstelling nopen. In juli berichtte Science dat de temperatuur sinds 1998 nauwelijks meer stijgt – iets wat nu ook enkele eminente klimaatalarmisten, zij het tussen neus en lippen door, toegeven. ‘En,’ zo parafraseert Kroonenberg, ‘het is op onze planeet beslist niet warmer dan tijdens de middeleeuwen. Wat mij verwondert is de vanzelfsprekendheid van de CO2-uitstoot als issue. Ik heb de mening dat de mens veel minder invloed heeft op het klimaat dan deze vaak zelf veronderstelt. Het is de zon die dit heeft. Maar de CO2 is verworden tot een business case’.

Vulkaangeweld
Als we de emeritus hoogleraar geologie spreken, bevindt er zich boven Delft een plaatselijke, uiterst heftige regenbui. Het zijn drukke tijden voor loodgieters, die de afgelopen tijd al volop assistentie boden bij lekkages. Ook in huize Kroonenberg. Het leed is nog niet geheel verholpen, want tijdens het vraaggesprek druppelt er met de regelmaat van een metronoom regenwater in een lekbakje. Het bruggetje met de atmosferische omstandigheden wordt als vanzelf gelegd, ook met die op de middenlange en lagere termijn – het klimaat. Over de vermeende effecten van de CO2-uitstoot heeft Kroonenberg zich al vaker kritisch uitgelaten. Toch nog maar even een vraag hierover:

Waar moeten we ons meer zorgen over maken, over die kooldioxide-uitstoot in de dampkring of, om geheel op zijn terrein te zijn, het feit dat er in het Yellowstone National Park in Wyoming een enorme vulkaan sluimert, die al driehonderdvijftigduizend jaar over tijd is. De perikelen rond de uitbarsting van de IJslandse Eyjafjallajökull (april 2010) voor het Europese luchtverkeer zullen hier niets bij zijn: bij een eruptie zal de vulkaan de westkust van Mexico en de VS bedekken met een twaalf meter dikke aslaag.

Lees verder in editie 6-2011

Dakstadspark Almere opengesteld voor publiek

0

Uitvoeringsdetails parklandschap Almere

Al eerder heeft Bouw en Uitvoering aandacht besteed aan het Dakstadspark Almere, toen nog niet in uitvoering. Na ruim een jaar uitvoeringstijd is het stedelijk landschap, ontworpen door Karres en Brands landschaparchitecten opengesteld voor het publiek en is de gemeente Almere midden in het centrum een parklandschap rijker.

In dit artikel geven wij een impressie van de details in uitvoering van het 9000 vierkante meter tellende dakpark gebouwd op de parkeergarages gelegen tussen de J.P. Oudweg, het Algerapad en de Landdrostdreef. Het nieuwe Nelson Mandelapark laat zien hoe de invulling van meervoudig ruimtegebruik in een stedelijke omgeving uitstekend tot stand gebracht kan worden. Ook de toenmalig verantwoordelijke project-leider van de gemeente Almere, Peter Smissaert, is tevreden over het resultaat, ook hij blikt terug op het uitvoeringstraject. Voor de bewoners rondom het park zal na een periode van vijf jaar uitkijken op een van de grootste bouwputten rondom het centraal station, eindelijk de tijd aanbreken om in alle rust te gaan genieten van het groene en waterrijke park.

Daktuinen
Het glooiend landschap bestaat uit een beschermlaag op de wortelvaste dakbedekking met daarop een waterregulerende drainagelaag met filtervlies die overtollig water afvoert naar de buitenranden van het betondek. Bovenop de drainagelaag is een waterregulerende funderingslaag van lava, met een gemiddelde dikte van 200 mm gestort waarop het uiteindelijke voedingsubstraat voor de beplanting is aangebracht. Het park is voorzien van verschillende grassoorten, heesters en kleine vruchtbomen. De maximale belasting van het dakpark is 18 KN/m² met een maximale veranderlijke belasting van 5 KN/m². Vanaf de funderingslaag van lava is het mogelijk om machinaal de lagen aan te brengen zonder beschadigingen te bewerkstelligen aan de waterdichte laag.

Betonranden
Het rechthoekige parklandschap bestaat uit twee vlaken van respectievelijk 3.000 en 6.000 m², door een busbaan gesplitst. De randen van het dakpark zijn afgescheiden door een prefab betonrand die op het kelderdek is geplaatst.
Ter plaatse van uitgangen ligt de rand gelijk aan het maaiveld, maar ook veelal in hoogte variërend vanwege het glooiend landschap. De prefab betonranden zijn aan de binnenzijde voorzien van ingestorte cortenstalen strippen met een vrije hoogte van 40 mm. Tussen deze strip en de aan de buitenkant opstaande betonrand is deze voorzien van een laag terrazo gietasfalt. Het gietasfalt met een dikte van 40 mm is direct na het aanbrengen met een door de architect uitgekozen natuursteen ingestrooid en machinaal geslepen.

Lees verder in editie 6-2011

Groen energiedak synergie-effect

0
Groen energiedak synergie-effect

Dubbeldoeldak betekent driedubbele winst

Raar maar waar: een dak dat de voordelen van een groendak combineert met een energiedak, betaalt zich bijna driedubbel uit. Bij het opwekken van energie op groene daken ontstaat immers een synergie-effect waar het milieu alleen maar extra wel bij vaart.

Het is even wennen aan de term: dubbeldoeldak (Groen energiedak). Mooie alliteratie, dat wel, maar het blijft een behoorlijke tongbreker. Toch zegt het woord precies wat we ermee bedoelen: een dak dat een meervoudig, in dit geval dubbel doel dient. Meer precies: een dubbel milieudoel. Namelijk de combinatie van een groendak met alle voordelen van dien – fijnstof afvangen, waterterughouding, CO2-binding, voorkomen van het zogenoemde heat island-effect in steden – en een dak waarop groene energie wordt opgewekt met zonnepanelen.
Eén plus één is twee, maar de milieuwinst valt in dit geval zelfs driedubbel uit. Groendaken blijken de opbrengst van energiedaken te versterken! Zonnepanelen presteren beter op groene daken dan op traditionele (bitumen) daken.
Nu is dit laatste gegeven weliswaar in een beperkte maar groeiende kring al wat langer bekend, maar de roep om bewijs en kwantificering van de cijfers bleef lang onbeantwoord. Tot voor kort. ZinCo, leverancier van groendaksystemen, heeft op basis van uitgebreid onderzoek niet alleen bewezen dat de stelling klopt, maar ook dat de precieze winst uitstekend valt te becijferen.

Theorie en praktijk
Hoe meer zon, dus hoe warmer, hoe beter het is voor de zonnepanelen. Zou je denken. Niet dus. Zonnepanelen presteren bij een temperatuur vanaf 25 graden Celsius en hoger steeds minder goed. Het zou gaan om een rendementsdaling van ongeveer 0,5 procent per elke graad hierboven, omdat bij een stijgende temperatuur de elektrische weerstand toeneemt. Bij 45 graden Celsius heb je dus al snel 10 procent minder rendement. Nu wordt het in ons land zelden 45 graden, maar net boven traditionele platte daken kan de temperatuur in de zomer toch echt behoorlijk oplopen. Een groendak daarentegen heeft een remmende werking op de temperatuurstijging. Dit vanwege (onder meer) de verdamping door de plantjes van water.

Lees verder in editie 6-2011

Duurzame koude warmte voor Amsterdamse kantoren

0

De gemeente Amsterdam voert een ‘stadswarmte, tenzij-beleid’. Nieuwe gebouwen krijgen een aansluiting op het stadswarmtenet tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. Het beleid is erop gericht om de uitstoot van CO2 zoveel mogelijk te beperken.

Televisieproducent Endemol koos voor zijn nieuwe pand in Amsterdam Zuidoost bewust voor duurzame koude warmte. Steenkoud water uit de nabijgelegen Ouderkerkerplas zorgt ervoor dat de televisiestudio’s en kantoren op temperatuur blijven. Energiebedrijf Nuon tekende voor aanleg en exploitatie.

Zo’n 20.000 vierkante meter kantoor en 14.000 vierkante meter studio. Dat is de oppervlakte van het Endemol-pand in Amsterdam Zuidoost. Er worden kijkcijferkanonnen opgenomen als ‘Goede Tijden Slechte Tijden’, ‘All you need is love’ en ‘Eredivisie Live’. En als alle studiolampen branden, draait de elektriciteitsmeter overuren: het energiegebruik stijgt dan tot maar liefst 1 megawatt-uur. Om te voorkomen dat de studio’s onder die omstandigheden veranderen in ware sauna’s, is goede koeling cruciaal. ‘We kunnen het ons niet permitteren dat opnamen onverwacht niet doorgaan vanwege de ondraaglijke hitte. Koeling is voor ons bedrijfskritisch’, aldus Sjaak Vreeburg, manager Resources & Facilities van Endemol. Endemol koos voor een bijzondere manier om het pand op temperatuur te houden. Water uit de nabijgelegen, veertig meter diepe Ouderkerkerplas zorgt voor de broodnodige koeling, terwijl restwarmte van een elek-triciteitscentrale in Diemen het gebouw verwarmt. Deze manier van koelen en verwarmen is zeer milieuvriendelijk: duurzaam koelen betekent 70% minder CO2 en gebruik maken van stadsverwarming is de CO2-uitstoot halveren. Inmiddels huist de televisieproducent een jaar in zijn nieuwe onderkomen. Tijd om de balans op te maken.

Koeling is cruciaal
De Endemol-studio’s hebben al een oppervlakte van bijna drie voetbalvelden en bieden ruimte voor opnamen met veel publiek. Duizend mensen die een uitzending bijwonen zijn geen uitzondering. ‘Ik herinner me het nog goed’, vertelt Sjaak Vreeburg. ‘Toen wij hier een kantoor wilden laten bouwen, waren er voor de koeling drie mogelijkheden. We konden het zelf doen, met koelmachines en airco. De tweede mogelijkheid was warmte-koudeopslag (WKO). En de derde optie was het afnemen van koude uit de Ouderkerkerplas en restwarmte van Nuon.’ In het programma van eisen voor de bouw van het nieuwe Endemol-pand was ook aandacht besteed aan duurzaamheid, want: ‘In deze tijd moet je als onderneming ook je maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Voor kantoren is dat relatief eenvoudig.

Lees verder in editie 6-2011

Dataverlies!

0
Dataverlies

tips voor het omgaan met back-up’s

Bijna vijftig procent van de incidenten van dataverlies komt door menselijke fouten. Dit blijkt uit onderzoek van Kroll Ontrack.

Vooral bij bedrijven kan dataverlies grote financiële gevolgen hebben. Dat back-up en herstel belangrijk is, is bij de meeste ondernemers wel bekend. Toch krijgen datarecovery specialisten veel aanvragen voor het herstellen van data uit back-upsystemen of het digitaal archief van ondernemingen.
‘Toenemende datahoeveelheden, korte back-upvensters en de snelle verandering van technologieën zijn een uitdaging voor veel ondernemingen. Doordat -medewerkers niet goed omgaan met back-up en archiefsystemen worden er vaak fouten gemaakt’, stelt men. Om bedrijven te helpen dataverlies te voorkomen de volgende nuttige tips.

Nuttige tips

Back-up is geen neventaak
Men adviseerd niet op trainingen en scholingen te besparen. Het is daarom verstandig om structureel iemand binnen het bedrijf aan te wijzen die verantwoordelijk is voor de back-ups.

Zorg voor een goede strategie

Een goede back-upstrategie voorkomt het verlies van belangrijke gegevens. Er wordt daarom geadviseerd om, vóór het invoeren van een back-up oplossing, goed na te denken over de vraag welke taken de beveiliging moet vervullen.

Moet men in het geval van dataverlies zo snel mogelijk weer toegang tot de data hebben? Of moet men de data voor de lange termijn worden opgeslagen?

Bouw veiligheidscontroles in

De techniek van tegenwoordig helpt onder andere om de bewaartermijnen automatisch te coderen, datadragers -automatisch te archiveren of te verwijderen. Toch kan er ook iets misgaan met deze moderne technieken. Om fouten bij -codering te voorkomen moeten belangrijke instellingen met de hand worden uitgevoerd en van tijd tot tijd worden geverifieerd.

Ga met de tijd mee

In de kelders en archieven van veel ondernemingen liggen gearchiveerde datadragers opgeslagen, die door actuele systemen niet meer gelezen kunnen worden. Als oude tape- of back-upsystemen niet meer ondersteund worden, wordt het tijd om de data om te zetten naar meer actuele formats. Idealiter moet de migratie strategisch gebeuren en een onderdeel van het data-management zijn. Wie zijn archiefdata regelmatig migreert, voorkomt een omslachtige datarecovery.

Wees voorbereid op noodsituaties

Het verlies van data waarvan een back-up is gemaakt kan ook bij de beste voorbereiding niet altijd worden uitgesloten. Daarom moeten ondernemers preventief een datarecovery strategie kiezen en datarecovery in hun noodplan integreren. Zo kunnen de nodige maatregelen bij een noodgeval snel op gang worden gebracht en fouten met beschadigde back-up systemen worden vermeden.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 5-2011

Gezond en veilig ontwerpen

0
Veilig

In de afgelopen twintig jaar is de veiligheid in de bouw fors verbeterd en vinden minder ongevallen plaats. Ook zijn werknemers gezonder gaan werken. Onderzoek wijst echter uit dat er nog meer winst te halen is.

Wanneer de opdrachtgever en architect al bij het ontwerp rekening houden met risicofactoren als fysieke belasting, valgevaar en stof, kan dat de arbeidsomstandigheden nog verder verbeteren. Werkgevers, werknemers, ontwerpers en hun opdrachtgevers slaan de handen ineen bij het ver-beteren van de arbeidsomstandigheden in de ontwerpfase.

De verschillende partijen uit de bouwkolom gaan de komende jaren samenwerken om zo een belangrijke impuls te geven aan het gezond en veilig ontwerpen. In het project participeren Aedes en de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) samen met Bouwend Nederland, FNV Bouw en CNV Vakmensen. Zij krijgen ondersteuning van Arbouw, Aboma en de Arbeidsinspectie.

In nauwe samenspraak wordt instrumentarium ontwikkeld, begeleiding aangeboden en kennis verspreid. In de tweede helft van dit jaar wordt een model gemaakt om de arborisico’s verbonden aan de ontwerpfase te inventariseren. Ook wordt een toetsingsinstrument ontwikkeld waarmee de gebruiker kan controleren of de risico’s voldoende zijn weggenomen.

De instrumenten zullen de ontwerpers helpen bij het maken van arbovriendelijke keuzes. Dat is goed voor de aannemers en hun personeel, omdat de risico’s al in een vroeg stadium worden beperkt. Het is ook goed voor de ontwerpende partijen, omdat zij met deze instrumenten beter aan hun wettelijke verplichtingen kunnen voldoen. Dit betreft het opstellen van een V&G-plan, het inventariseren van de arborisico’s en het doen van suggesties voor maatregelen.

Naast de ontwikkeling van instrumenten willen de deelnemende organisaties ook de bewustwording vergroten. Aannemers, ontwerpers en opdrachtgevers moeten zich sterker dan voorheen bewust zijn van de kansen die een gezond en veilig ontwerp biedt. Regionale bijeenkomsten in 2012 zullen hieraan bijdragen. Tijdens deze bijeenkomsten zal over het onderwerp worden gediscussieerd en de kennis uit het project verspreid. Deze kennis komt grotendeels uit bestaand onderzoek en wordt aangevuld door praktijksessies waarin bouwbedrijven, opdrachtgevers en architecten intensief worden begeleid.

Klik hier voor meer informatie

Lees verder in editie 5-2011

Verlaging overdrachtsbelasting kans Klusbedrijven

0
Klusbedrijven

In het tweede kwartaal van 2011 behalen klusbedrijven hun eerste substantiële groei sinds de crisis. De omzet stijgt bij per saldo 10%. Opvallend is dat sinds de zomer van 2010 bij klusbedrijven geen noemenswaardige dalingen zijn opgetekend. Dat valt samen met de invoering van de btw-verlaging op arbeidsloon bij woningrenovaties. Per 1 oktober loopt de btw-verlaging af en daarmee ook de extra impuls voor de klusser. De verlaging van de overdrachtsbelasting biedt klusbedrijven echter nieuwe kansen, aldus de Bouwbarometer van BouwKennis.

De omzet van klusbedrijven in de Bouwbarometer loopt voor een groot deel in de pas met het aantal verkochte bestaande woningen. Dat is niet verwonderlijk, want een verhuizing is het uitgelezen moment om te klussen aan de woning. Vanaf begin 2009 is het aantal verkochte bestaande woningen fors gedaald. In 2010 bereikt het aantal verkochte bestaande woningen een dieptepunt op 126.127 stuks. Deze daling komt vanaf de top in 2006, toen bijna 210.000 bestaande woningen verkocht werden.

Impuls btw-verlaging

Vanaf het derde kwartaal van 2010 tekent er zich een kloof af tussen het aantal verkochte woningen en de omzetsaldi van klusbedrijven. Het aantal verkochte woningen schommelt ongeveer rond hetzelfde niveau, terwijl de omzetsaldi van de klusbedrijven juist weer iets opkrabbelen. Dit valt precies gelijk met de aankondiging en invoering van de btw-verlaging. Het heeft er dus alle schijn van dat klusbedrijven meer omzet hebben binnengehaald bij bestaande woningen buiten het verhuismoment.
Consumenten die bijvoorbeeld hun badkamer laten verbouwen, een kozijn vervangen of isolatie aanbrengen, betaalden tussen 1 oktober 2010 en 1 juli 2011 geen 19%, maar 6% btw. Het kabinet heeft inmiddels besloten de regeling niet te verlengen. Opdrachten die voor juli zijn aangenomen moeten voor 1 oktober 2011 zijn afgerond.

Groeiende orderportefeuille

Het extra werk voor de klusbedrijven is bovendien terug te zien in de orderboeken, zoals gemeten in de Bouwbarometer®. Tussen het laatste kwartaal van 2010 en het twee kwartaal van 2011 stijgt de hoeveelheid werk in portefeuille met één volle maand. Deze komt uit op 4,5 maand werk. Zodra de regeling afloopt is de kans aan-wezig dat de omzetsaldi van klus-bedrijven weer in de pas gaan lopen met het aantal verkochte bestaande woningen. Onderzoek van USP Marketing Consultancy bevestigt dit beeld. Van alle woningeigenaren die tussen oktober 2010 en april 2011 iets aan hun huis hebben laten verbouwen, heeft 19% dit gedaan als gevolg van de tijdelijke btw-verlaging. Voor nog eens eenvijfde was de tijdelijke regeling het laatste zetje in de rug om over te gaan tot een verbouwing.

Lees verder in editie 5-2011

Conceptueel bouwen

0
Conceptueel Bouwen

Minder faalkosten grootste voordeel

Meer dan een derde van de architecten, aannemers en installateurs is bekend met conceptueel bouwen. Bijna de helft van de marktpartijen staat daarnaast (zeer) positief tegenover dit begrip.

Het terugdringen van faalkosten wordt het vaakst genoemd als voordeel van bouwen met concepten. Hoge aanvangskosten blijken het vaakst een nadeel. Ook vindt men de bouw nog te traditioneel. Dit blijkt uit door BouwKennis uitgevoerd onderzoek. Het traditionele bouwproces kent veel knelpunten. Lange doorlooptijd, faalkosten, onzekerheid, weinig klantgericht, veel rompslomp. Conceptueel bouwen biedt mogelijk de oplossing. Hierbij maakt de klant een keuze uit een aantal vooraf ontwikkelde concepten. Elk concept speelt in op de behoeften van een specifieke doelgroep. Zo krijgt de klant een kwalitatief goed product dat aansluit op zijn wensen en hem veel minder kost. Maar hoe kijkt de markt aan tegen conceptueel bouwen?

Positief

Van de architecten, aannemers en installateurs is gemiddeld iets meer dan een derde bekend met het begrip conceptueel bouwen. Architecten zijn dit aanmerkelijk vaker dan de andere partijen: 51% kent deze wijze van bouwen, tegenover 32% van de aannemers B&U en 24% van de installateurs. Marktpartijen is vervolgens gevraagd wat hun houding is ten opzichte van conceptueel bouwen. Degenen die hiermee niet bekend waren, hebben eerst een korte omschrijving gekregen. Bijna de helft van de marktpartijen staat (zeer) positief tegenover conceptueel bouwen. Aannemers B&U zijn het meest optimistisch (50%), gevolgd door architecten (47%) en installateurs (45%).

Terugdringen

Om te achterhalen waarom marktpartijen positief staan tegenover conceptueel bouwen, is hen gevraagd naar de voordelen van deze bouwvorm. Bijna een kwart van de marktpartijen vindt het een voordeel dat concep-tueel bouwen de faalkosten terugdringt. Aannemers B&U (31%) en installateurs (25%) zijn hierin het stelligst. Zij worden dan ook vaker dan de architect geconfronteerd met faalkosten. Veel partijen zeggen daarnaast dat conceptueel bouwen zorgt voor een beter eindresultaat. Bovendien vindt de markt dat het partijen dwingt klantgerichter te werken. Bij conceptueel bouwen worden kant-en-klare concepten aangeboden. Deze moeten uiteraard inspelen op de behoefte van -toekomstige klanten om geselecteerd te worden. -Bovendien kan er bij conceptueel bouwen klantspecifiek maatwerk bovenop een concept komen.

Lees verder in editie 5-2011

Van rioolwaterzuivering tot energiefabriek

0
Waterdruppel Potentie thermische energie uit water groot

Een breed consortium van technologieontwikkelaars (Logisticon en Bert Daamen), kennisinstellingen (STOWA, TU Delft en KWR Watercycle Research Institute) en potentiële eerste gebruikers (Waterschap Brabantse Delta en Waternet) gaat met een combinatie van een nieuw concept, dynamische filtratie, een ‘vergeten’ technologie, Adsorption-Belebung, rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) energie-efficiënter maken. Sterker nog, in plaats van energiegebruikers kunnen RWZI’s zelfs (groene) energieleveranciers worden.

Afvalwater bevat veel energie, in de vorm van organische stof. Op dit moment vangen RWZI’s hooguit 30% van deze stoffen af in een eerste bezinkstap om ze vervolgens te vergisten tot methaangas. Dit methaangas wordt gebruikt voor energieproductie. Dat kan beter, zo dacht men al tijdens de energiecrisis in de jaren zeventig. Toen is het ‘Adsorption-Belebung’ systeem bij de TU Aken ontwikkeld. Hiermee wordt ongeveer 70% van de organische stof afgevangen in de eerste Adsorption-stap. Het systeem is tot nu toe echter beperkt ingezet, onder andere omdat het lastig combineert met het stikstofverwijderingsproces in de RWZI en er extra tussenbezinkers nodig zijn.

Dynamische filtratie

Bij filtratie van afvalwater ontstaat een ‘filterkoek’ (een opstapeling van biomassa en deeltjes) die (verstoppings)problemen oplevert. Dynamische filtratie daarentegen maakt gebruik van de filtrerende eigenschappen van de filterkoek die ontstaat op een simpel dragermateriaal en ‘open’ blijft dankzij een slimme bedrijfsvoering van de installatie. Daardoor kunnen bezinktanks achterwege blijven en kan het Adsorption-Belebung-systeem 85% van de organische stof afvangen in de A-trap om te vergisten. Simultaan loopt een project van STOWA om de stikstofverwijdering in de B-trap te verbeteren middels het anammox proces. Door deze efficiënte combinatie van technieken kunnen RWZI’s (groene) energie gaan opleveren tijdens de zuivering van rioolwater. Normaal gesproken kost rioolwaterzuivering juist energie.

Subsidie

Op 1 maart is het consortium officieel van start gegaan. De RWZI van waterschap Brabantse Delta op locatie Nieuwveer (bij Breda) heeft een AB-proces met grote bezinktanks. Op deze locatie gaat het consortium met subsidie van AgentschapNL in het kader van de Subsidieregeling Energie en Innovatie, Effectieve en Efficiënte Vergistingketen (van het Ministerie van ELI), dynamische filtratie in de praktijk testen, waarbij bezinktanks overbodig kunnen worden. “Dat kan ons veel operationele kosten besparen”, aldus Etteke Wypkema van waterschap Brabantse Delta. De andere deelnemende eindgebruiker, watercyclusbedrijf Waternet, heeft nog geen AB-proces en hoopt de ontwikkelde kennis en technologie uiteindelijk toe te passen op de eigen zuiveringen. Het project omvat vier inhoudelijke werkpakketten:
1 optimalisatie van de procescondities in de A-trap,
2 ontwikkelen van de slibscheiding op basis van dynamische filtratie,
3 onderzoek naar vergisting met dynamische filtratie en
4 pilotonderzoek.

De resultaten van het project zullen naar verwachting niet alleen bijdragen aan duurzame energieproductie, inclusief reductie van broeikasgasuitstoot, maar ook leiden tot besparing van kosten en ruimte.

Klik voor meer informatie

Lees verder in editie 1-2014