Home Blog Pagina 426

Kwaliteit gebouwschil

0
Gebouwkwaliteit

Kwaliteit gebouwschil bepaalt functioneren duurzame installaties

Gebouwen met energie-efficiënte of duurzame energiesystemen met lagetemperatuurverwarming stellen hoge eisen aan de bouwkundige kwaliteit. Gebreken in de gebouwschil veroorzaken vaak comfortklachten door tocht of koudestraling of zelfs gezondheidsklachten als gevolg van schimmel. Op basis van het ontwerp van het gebouw en de kwaliteit van de gebouwschil worden de installatiecomponenten gedimensioneerd. Maar dan moet het gebouw vervolgens natuurlijk wel gerealiseerd worden volgens de detailleringen van de architect of bouwfysicus en de specificaties uit het bestek.

Helaas gaat er in het proces vanaf programma van eisen tot en met oplevering nog wel eens iets verkeerd. Toenmalig minister Vogelaar van VROM gaf in januari 2008 aan dat de bouwkundige en gezondheids-kundige kwaliteit van nieuwbouwwoningen een aandachtspunt is. In een brief aan de Tweede Kamer werden de volgende aspecten genoemd voor de onderzochte woningen:

  • 80% van de bouwvergunningen is incorrect berekend en veelal afwijkend uitgevoerd;
  • 30% tot 65% van de vereiste ventilatiecapaciteit wordt niet gehaald;
  • bij 90% is sprake van overschrijding van het installatiegeluid, dat veroorzaakt wordt door de ventilatievoorziening;
  • in 29% van de gevallen is de geluidswering van de gevel onvoldoende;
  • bij 30% is sprake van forse temperatuuroverschrijding in de zomer (17% zelfs met buitenzonwering);
  • 25% van de woningen voldoet niet aan de EPC-eisen en eisen Bouwbesluit (veelal door gebrekkige naleving van gemeente, bedrijven en onjuiste uitvoering).

Daarnaast stelde de minister dat in een aanzienlijk deel van de woningen die de afgelopen jaren opgeleverd zijn sprake is van overschrijding van onder andere de concentraties formaldehyde, benzeen en vluchtige organische stoffen in vergelijking met de huidige buitenlucht-normen of advieswaarden van de Gezondheidsraad.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat de situatie de achterliggende jaren niet veranderd is.

BouwTransparant

Veel afwijkingen worden niet moedwillig veroorzaakt. Communicatieproblemen, het ontbreken van kennis over het belang van details en tijdsdruk zijn vaak de -oorzaken van de tekortkomingen.
Om gemeenten en bouwende partijen te ondersteunen bij de realisatie van energie-efficiënte en gezonde woningen heeft de provincie Noord-Holland een -inspectiemethodiek ontwikkeld: BouwTransparant

Lees verder in editie 2-2012

BIM met BouwConnect

0
Bouwconnect

Virtueel bouwen dwingt tot -communicatie en vermindert fouten

Het bouw informatiemodel BIM is een virtuele -methodiek om een gebouw

integraal te ontwerpen, te bouwen en te onderhouden, met alle partners.

 

BIM is sterk in opkomst. RU Bouwadvies uit Den Bosch ziet innovaties zoals virtueel bouwen als de ultieme voorbereiding op het moderne bouwproces, zeker nu bouwtrajecten steeds complexer worden, partners eerder participeren en rollen veranderen. Het bureau BIM’t met BouwConnect; ‘we modelleren nu in 3D met heel veel meerwaarde.’

De bouwsector was al langer op zoek naar methoden om bouwpartijen beter digitaal met elkaar te laten samenwerken met eenduidige informatie. Het BIM-model bundelt alle relevante informatie over de hele levenscyclus van een gebouw en is in Nederland sterk in opkomst. Van ieder bouwdeel in een project worden definitie, functie en prestaties vastgelegd en de relatie met andere bouwdelen. Alle bouwpartners plaatsen er hun eigen onderdelen in. Sinds najaar 2011 kan men gebruik maken van één bibliotheek, zodat bouwpartners automatisch dezelfde eenduidige definitie gebruiken van de onderdelen waaruit een gebouw wordt opgebouwd: BouwConnect.

Productconfiguratoren

De nieuwe bouwbibliotheek is inmiddels gevuld met productinformatie van 400 gerenommeerde producenten van bouwdelen. Voor de meeste producttypen zijn ook al merkloze abstracte bouwdelen toegevoegd. Tevens wordt de technologie verder ontwikkeld om slimme productconfiguratoren te bouwen voor het op maat maken en samenstellen van bouwdelen. Dit heeft inmiddels geresulteerd in een aantal zeer handige ‘wizards’ om bijvoorbeeld gevelladders, balustrades en radiatoren te maken. Precies op maat voor de gebruiker en exact volgens normen en specificaties van de fabrikant.

Eenduidige productinformatie

Momenteel wordt BouwConnect als nieuwe bron voor digitale productinformatie in de bouw al ingezet als onderlegger voor BIM-ontwerpen, om informatie voor ontwerp, calculatie en het bestelproces digitaal op elkaar te laten aansluiten. Een bureau dat BIM’t met behulp van deze bouwbibliotheek is RU Bouwadvies, het bureau van Rob Ulehake in Den Bosch. Het bureau fungeert als schakel tussen belangrijke partners in het bouwproces: ontwikkelaar, architect en aannemer. Innovaties als virtueel bouwen ziet Ulehake als de ultieme voorbereiding op het uiteindelijke bouwproces, zeker nu bouwtrajecten steeds complexer worden, partners eerder participeren en rollen veranderen.

Lees verder in editie 2-2012

Bouw zet in op energieneutraal wonen

0
Energrieneutraal

‘We maken alle woningen in Nederland energieneutraal in de komende 20 jaar.’ Dat bevestigt de bouwsector in de volle breedte, door met 21 belangrijke spelers het communiqué Greenhouse Deal te ondertekenen. Die deal werd tijdens de nacht van de duurzaamheid gepresenteerd door Jan Rotmans, voorzitter van duurzaamheidsplatform Urgenda.

Samen met Vernieuwing Bouw nam Urgenda het initiatief voor het communiqué. Zij stellen dat een grote kanteling noodzakelijk is, bij consumenten, de bouwsector en financiers. Want, zo zien ze: ‘De gebouwde omgeving in Nederland is verantwoordelijk voor zo’n 40% van de CO2-uitstoot. Het energieneutraal maken van alle woningen, kantoorgebouwen en scholen zou een geweldige impuls betekenen voor het klimaatbeleid. Maar het zou ook een enorme economische impuls betekenen: tienduizenden nieuwe banen, duurzame innovatie en een bijdrage aan de economische structuurversterking.’

Voordelen

‘De tijd is nu rijp om de krachten te bundelen en tot een overkoepelend, landelijk initiatief te komen. Inzet is om de Nederlandse woningvoorraad in pakweg 20 jaar energieneutraal te maken. Dat levert voordelen op voor de BV Nederland, voor de bouwsector, voor de woningen zelf, voor het milieu en de woningcorporaties.
Uitgangspunt voor deze Green Deal is dat er al goede voorbeelden zijn, die laten zien dat bewoners grote voordelen ervaren als hun woning energieneutraal wordt. Niet alleen de woonlasten van hun woning blijven lager, het comfort van de woning wordt hoger, waardoor bewoners langer genieten van hun woning.’

Gouden kans

Jan Rotmans, voorzitter van Urgenda: ‘Dit is een gouden kans voor Nederland: voor bouwbedrijven, woning-corporaties, installatiebedrijven, energiebedrijven en burgers. Ik ben er trots op dat we met deze partijen de schouders er onder gaan zetten. De tijd is er rijp voor!’
Jacqueline Schlangen, directeur Vernieuwing Bouw: ‘Wat vooral ook heel bijzonder is, is dat er zo veel verschillende mensen zich committeren voor eenzelfde doel. Alleen gaan we het niet redden, maar gezamenlijk kunnen we een aanzienlijke massa realiseren en zo de beweging in gang zetten.’

Lees verder in editie 1-2012

Recycelen voor infra of bouw?

0
Recycelen

Gerecycled bouw- en sloopafval levert meer milieuvoordeel op als het wordt gebruikt in de wegenbouw dan als vervanger van grind in beton. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van Cascade, de branche-vereniging voor zand- en grindproducenten in -Nederland. Toepassing in beton heeft een lagere milieuprestatie dan het ophogen of funderen van wegen. De vereniging pleit ervoor gerecycled materiaal dáár in te zetten waar de meeste milieuwinst kan worden geboekt.

Ongeveer 85 procent van beton- en meng-granulaat wordt nu gebruikt voor het -funderen van wegen, en zo’n 15 procent voor het ophogen ervan. Slechts een zeer beperkt deel wordt in beton toegepast ter vervanging van grind. Deze toepassing in de eigen keten wordt echter steeds vaker gezien als de meest duurzame. Hoe meer gerecycled beton er wordt gebruikt als grindvervanger in nieuw beton, hoe milieuvriendelijker, zo is de gedachte.

Vergelijk

Uit het onderzoek blijkt dat deze toepassing veel minder milieuwinst oplevert dan gebruik in wegen, zegt ir. Leonie van der Voort, algemeen secretaris van Cascade. ‘We hebben de milieuprestaties van zand en grind laten vergelijken met die van meng- en betongranulaat. De belangrijkste indicatoren voor milieubelasting, CO2-emissie en energiegebruik, zijn bepaald voor de winning, de productie en het transport van de primaire en secundaire granulaten. Ook is in het onderzoek gekeken naar de invloed op het overige grondstoffengebruik, zoals op de hoeveelheid te gebruiken asfalt en cement. Juist dat blijkt van grote invloed op de overall milieuprestatie en is dus belangrijk bij de keuze tussen het gebruik van primaire en secundaire grondstoffen.’

Hoogste milieuwinst in wegfundering

Toepassing als wegfundering levert de meeste milieuwinst op, zo blijkt. Dankzij de stevige fundering is tot 25 procent minder milieubelastend asfalt nodig. Daarna scoren het gebruik ter vervanging van ophoogzand en toepassing als grindvervanger in beton ongeveer even hoog. Echter, als bij het maken van beton slechts 1 procent extra cement nodig is – wat volgens sommige betonproducenten het geval is, onder meer door de grillige korrel van granulaat – is sprake van een milieuverlies. In dat geval is toepassing van gerecycled granulaat minder milieuvriendelijk dan het gebruik van grind.

Lees verder in editie 1-2012

Monumenten en duurzaamheid

0
Monumenten

‘Van de wieg tot in de toekomst’

Elk jaar organiseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een symposium over instandhouding van monumenten. In oktober van 2011 was in de Rotterdamse Doelen duurzaamheid aan de orde.

Duurzaam betekent ook milieuvriendelijk, waaronder terugdringen van de energie-consumptie, het spaarzaam gebruik van materialen en aangepaste bouw- en restauratiemethoden. Dit alles om de natuur te ontzien. Niet alleen beleid kwam aan de orde, maar de sprekers verdiepten zich ook in praktische aspecten die voor restaurateurs, eigenaren en bewoners van belang zijn.
Bij de huidige nieuwbouw wordt over het algemeen goed nagedacht over aspecten van duurzaamheid, zeker als het om energiegebruik gaat. We kunnen daardoor gemakkelijk denken dat er in het geval van monumenten veel mis zal zijn, maar dat blijkt na bestudering van de feiten genuanceerder te liggen. Monumenten zijn immers vaak honderden jaren oud. Dat scheelt veel energie en materialen die anders gebruikt zouden zijn om een nieuw gebouw neer te zetten; nieuwbouw is voor duurzaamheid een grote negatieve post. Maar dat zijn gedane zaken. Ook bij het huidig gebruik valt veel te verbeteren aan duurzaamheid samenhangend met energie- en materiaal gebruik. Hierover ging dit symposium. Er werden veel onderwerpen besproken zodat de organisatie er voor koos om met parallelle lezingsessies te werken. Dat leverde het bekende keuzeprobleem op. Gelukkig kregen de deelnemers een boek over duurzaam erfgoed mee, zodat we toch met een totaal overzicht huiswaarts keerden.

Duurzaamheid voor het oprapen

Het verhaal van Huub van de Ven ging niet over de betekenis van duurzaamheid in de zin van lange levensduur – ook van toepassing op monumenten – maar in de moderne betekenis van milieuvriendelijk; verantwoord omgaan met energie, materialen en natuurlijke grondstoffen.
Een van de belangrijkste maatstaven voor goed milieubeleid is het minimaliseren van de kooldioxide uitstoot. Stilstaand bij het feit dat alle gebouwen in ons land samen verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de kooldioxide uitstoot, valt te verwachten dat daar wel het een en ander te verdienen valt door beperking van energiegebruik. Als we alle monumenten in Nederland zouden isoleren, dan zou dat een procent van de CO2 belasting door gebouwen schelen. Landelijk zal de milieuwinst dus beperkt zijn, maar dat wil niet zeggen dat je niets hoeft te doen. Voor de individuele monumenteigenaar kan energiebesparing wel degelijk zoden aan de dijk zetten. Wie weinig om monumenten geeft, maar uitsluitend naar het milieu kijkt, komt misschien gemakkelijk op het idee om het oude pand te slopen en op nieuwbouw over te gaan. Van de Ven rekende ons echter voor dat dat niet gauw een voordelige zaak is; nieuwbouw is bijzonder belastend voor het milieu.

Lees verder in editie 1-2012

Recycling is het centrale woord

0
Afvalstromen

‘Het kabinet stelt zich tot doel de broeikasgassen in 2020 met 20% te verminderen ten opzichte van 1990. De afval- en recyclingsector alleen al kan zorg -dragen voor een reductie van ten minste 4Mton C02. Als het beleid zich nog meer richt op recycling en het restafval wordt aangewend voor energieterugwinning in ‘dedicated’ installaties, is een C02- reductie oplopend tot het dubbele in 2020 te realiseren.’ We spreken met Max de Vries, directeur van BRBS Recycling.

In totaal hebben we in Nederland 60 miljoen ton afval per jaar. De bedrijven – ruim 70 puinbrekers en sorteerbedrijven – binnen BRBS Recycling, branchevereniging Breken en Sorteren, recyclen bouw-, renovatie- en sloopafval, grofhuishoudelijk afval en droog bedrijfsafval tot waardevolle grondstoffen. Dit is meer dan 50% van het totale Nederlandse afval. Max de Vries: ‘Het is 31 jaar geleden dat een aantal bedrijven die puinachtig materiaal verwerkten, zich verenigden. Zij ontdekten dat puin verwerkt tot granulaat – gebroken puin met een specifieke korrelopbouw – uitstekend gebruikt kon worden als fundering voor wegen. Bovendien bleek het materiaal hydraulisch en een zodanig stevige fundatie te vormen, dat de toplaag dunner gedimensioneerd kon worden. Resultaat? De fundering van de weg is erg stevig en het kost minder geld. Materialen worden immers uitgespaard.’ Vandaag de dag bestaat BRBS Recycling niet alleen uit puinbrekers, maar hebben ook sorteerbedrijven zich aangesloten. Daarnaast besloot de vereniging anderhalf jaar geleden om de door leden gescheiden monostromen te blijven volgen tot aan de toepassing. Hierdoor is de scope van de vereniging verbreed. De vereniging groeit dan ook gestaag.

Ladder van Lansink

De huidige verwerking van afval in Nederland bestaat uit recycling, verbranden en storten. Maar ‘recycling’ is het woord, volgens Max de Vries. In de keuze uit de verwerkingopties gaat BRBS Recycling uit van de Ladder van Lansink. Deze ‘ladder’ is een standaard op het gebied van afvalbeheer, genoemd naar de Nederlandse politicus Ad Lansink die in 1979 in de Tweede Kamer een motie voor de werkwijze indiende. Het afvalbeleid is erop gericht prioriteit te geven aan de meest milieuvriendelijke verwerkingwijze. Deze staan bovenaan de ‘ladder’. De overheid moet erop gericht zijn zoveel mogelijk afval de Ladder van Lansink te laten ‘beklimmen’. In de praktijk betekent dit dat altijd zal worden gekeken naar steeds hoogwaardiger afvalbeheer. De ‘treden’ van de Ladder van Lansink bestaan uit: preventie, recycling, verbranden en storten. In het Landelijk afvalbeheersplan 2002 – 2012 (LAP), waar we verderop in dit artikel op terug komen, is de indeling verfijnd. De Vries: ‘Deze ladder is zeer actueel en ook overgenomen door Brussel onder de naam ‘Afvalhiërachie’.

Lees verder in editie 1-2012

Karikatuur op groene gevels

0
Satire_1

O Almachtig Groen

In haar manifest geeft Beatriz Ramo van Star strategies +architecture, een karikatuur op groene gevels. Zij gaat het gevecht aan met de hype om alles wat duurzaam en ecologisch genoemd wordt maar gelijk als ‘groen’ te bestempelen.

Om haar stelling extra onder de aandacht te krijgen, heeft zij beroemde en bij iedereen bekende objecten met een bepaalde -geschiedenis voorzien van een groene, -ecologische en duurzame gevel. Als voorbeelden in haar begeleidende foto-animatie voorziet zij het Pantheon in Rome, de cenotaaf voor Isaac Newton in Boulle, Villa Savoya van de archi-tect Le Corbusier, de stad New York, de kern-centrale in Dukovany en de Berlijnse muur van -duurzame eco en milieuvriendelijke groene gevels.
In een klein onderdeel van haar Manifest schrijft Beatriz Ramo: ‘In een wanhopige poging vorm te geven aan een alomvattende ideologie blijkt ‘Groen’ te werken als de snelste en gemakkelijkste vertegenwoordiging van duurzaamheid. ‘Groen’ is het enige symbool dat gelijke tred houdt met het ongeduld en de honger naar beelden van deze tijd; een Lady Gaga-duurzaamheid: effectief, opvallend, creatief, sensationeel. In een -hardnekkige poging de allegorie van duurzaamheid te worden is ‘Groen’ geëmancipeerd tot de karikatuur ervan. De versimpeling van het oorspronkelijke idee is zo extreem dat ‘Groen’ niet eens meer natuur hoeft te zijn, of zelfs maar iets natuurlijks. Het kan net zo goed van plastic zijn of erop geverfd worden. Kijk om je heen… wat je ziet, is een groene façade, groene opsmuk, muren die groen geschilderd zijn, een groen McDonald’s bord, een groene website, een groene etalage van papier-maché; de Groene Stad is werkelijkheid geworden.’

Lees verder in editie 1-2012

Rol installateurs belangrijker

0
dmu

DMU bij renovatiemarkt

De focus in de bouw verschuift van nieuwbouw naar renovatie en onderhoud. Dat heeft gevolgen voor installateurs. Hun adviserende rol wordt groter en ze hebben meer invloed. Hier liggen kansen. Installateurs krijgen een belangrijkere rol in de Decision Making Unit (DMU).

Het renovatiesegment is voor de bouwkolom belangrijker geworden, zo bericht Bouw-kennis. Door de recessie is de nieuwbouw gestagneerd, waardoor het werk voor bouwpartijen hierin afneemt. En als een markt niet meer rendabel is, zullen bedrijven zich indien mogelijk heroriënteren om het hoofd boven water te houden. De focus van de bouwsector ligt daardoor meer op renovatie dan op nieuwbouw. Dat geldt zowel voor de woningbouwmarkt als de utiliteitsbouwmarkt. Verder zien marktpartijen een groeiende aandacht voor energiezuinigheid. Op het gebied van duurzaamheid valt er nog veel te halen bij de bestaande gebouwenvoorraad in de woning- en utiliteitsbouw. Bouwpartijen verruimen hun blikveld en richten zich vaker op renovatie- en onderhoudswerkzaamheden.

Advies

Een van de gevolgen van die verschuiving is dat de rol van marktpartijen, waaronder die van installateurs, verandert. Zo zegt ruim de helft van de E-installateurs dat hun adviserende rol groter is bij renovatie- en onderhoudswerkzaamheden dan bij nieuwbouwwerkzaamheden. Maar liefst 61% van de W-installateurs zegt dit, 4% is het er zelfs zeer mee eens

Een verklaring daarvoor is dat bij nieuwbouw veelal de architecten, aannemers en installatieadviesbureaus om advies wordt gevraagd. In het traditionele nieuwbouwproces is de installateur nog altijd vaak pas aan het einde van het proces terug te vinden. De afstand tussen de opdrachtgever en de installateur is groot. Nieuwe aanbestedings- en bouwvormen bieden de installateurs echter de kans om eerder in het proces hun stempel te drukken. Omdat de installatiequote in gebouwen sterk is toegenomen, is dit ook steeds vaker een vereiste voor een efficiënt bouw- en onderhoudsproces.

Renovatiewerkzaamheden zijn vaak kleinschaliger dan nieuwbouwwerkzaamheden. De opdrachtgever zit met een probleem en raadpleegt over het algemeen vaker direct de specialist. De lijntjes zijn daardoor korter en de DMU is minder complex. De installateur zal bij renovatie dan ook vaker om advies gevraagd worden, onder andere op het gebied van duurzaamheid.

Lees verder in editie 1-2012

Woningcorporaties in de nieuwbouwproductie

0
Wooncooperaties

De corporatiesector was in 2010 goed voor ruim de helft van de totale nieuwbouwproductie van woningen in Nederland. Door een sterk afgenomen bouwproductie van de marktsector steeg het aandeel van corporaties in de landelijke bouwproductie van woningen van 39% in 2007 naar ruim 57% in 2010.

Corporaties lijken daarmee beduidend minder last te hebben van stagnatie dan de marktsector. Toch worden langzamerhand ook de gevolgen van de in 2008 ingezette crisis zichtbaar in de activiteiten van corporaties.
Zo is ook bij de corporaties, ten opzichte van het voorgaande jaar, een daling van het aantal nieuwbouwwoningen te zien. Dat blijkt uit de jaarlijkse analyse van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) over de volkshuisvestelijke prestaties van woningcorporaties in het afgelopen jaar.

Stijgende verkopen

De landelijke daling van nieuwbouw van huurwoningen bedroeg in 2010 bijna 16%, terwijl de corporaties 7% minder huurwoningen realiseerden. Het aantal nieuwgebouwde koopwoningen daalde landelijk in 2010 met bijna 40%, terwijl het aantal koopwoningen dat door corporaties gerealiseerd werd maar met 22% afnam.

In 2010 werden in totaal ruim 15.000 huurwoningen uit het corporatiebezit aan particuliere huishoudens verkocht. Dat zijn ruim 2.000 meer huurwoningen dan in 2009. De lastige omstandigheden op de koopmarkt lijken de corporaties daarmee veel minder te raken. Corporaties verkopen veelal in de onderkant van de markt, tegen prijzen die ook voor starters op de koopwoningmarkt betaalbaar kunnen zijn. Daarmee trekken corporaties dus ook kopers aan die niet nog vast zitten aan een nog te verkopen woning. Ook korting van corporaties op de verkoopprijzen speelt een rol in deze gerealiseerde verkopen van corporaties. Circa 42% van de verkochte huurwoningen werd met korting verkocht.

Minder accent op sloop

In 2010 zijn ruim 13.000 woongelegenheden van corporaties gesloopt, waarmee het niveau met 18% daalt ten opzichte van het gemiddelde niveau uit de afgelopen jaren. Dit kan duiden op verminderde herstructureringsinspanningen in wijken, maar het kan ook te maken hebben met een verschuiving in de keuzes van corporaties.
Uit gegevens over woningverbetering blijkt namelijk dat het aantal door corporaties verbeterde woningen in 2010 met 33% toenam ten opzichte van 2009. Wel had die verbetering een aanmerkelijk soberder karakter dan vorig jaar, omdat het bestede bedrag per verbeterde woning tegelijk ook met 33% afnam.

Lees verder in editie 1-2012

Energiedaken

0

Zogenaamde energiedaken beschikken over een uiterst slim systeem

‘Van wie is het dak?’, met het toepassen van meervoudig ruimtegebruik op daken een steeds meer gestelde vraag. Waterdichting op platte of licht hellende daken met gesloten bedekkingen is tot nu toe een taak voor de dakdekker, die het complete daksysteem garandeert. Ook het preventieve jaarlijks onderhoud ligt in zijn handen. Nu de dakdekker geconfronteerd wordt met het steeds meer toepassen van meervoudig ruimtegebruik op daken, is het de vraag of nog altijd het dak van hem blijft.

De moderne dakdekker is inmiddels dakaannemer geworden en zal het volledige systeem in samenwerking met verschillende marktpartijen uitvoeren. Hierbij aangevend dat een aanspreekpunt een groot voordeel is voor latere behandelingen van calamiteiten. De dakaannemer die zo parkeerdaken, daktuinen en waterdaken en ook de veiligheid op daken onder de vlag van zijn bedrijf uitvoert. Maar is dit het geval? Wordt de dak-aannemer niet steeds meer teruggedrongen naar zijn eigenlijke werkzaamheden: alleen de waterdichting van het dak?

In het kader van daktuinen is het de laatste jaren algemeen aanvaardbaar dat de dakaannemer het totale -pakket aanbiedt en uitvoert en onderbrengt onder zijn (verzekerde) garantie of waarborgfonds. Hierbij werkt de dakaannemer vaak intensief samen met partners vanuit onder andere de hovenierskant. In het kader van de -parkeerdaken is het niet anders, hier werkt vaak de dakaannemer samen met gespecialiseerde bedrijven en producenten van systemen die als één pakket kunnen worden aangeboden. Meest van tijd zal de dakaannemer als penvoerder het aanspreekpunt van de opdrachtgever zijn. Als er calamiteiten in verband met de waterdichting is zal ook de dakaannemer als eerste worden gecontacteerd en zal hij gelijk deze melding kunnen behandelen en oplossen.

Maar de dakdekkerwereld staat als redelijk conservatief te boek en zal doorgaans niet direct meegaan met allerlei tendensen om meer op het dak te gaan doen waarbij hij onbekende systemen moet meenemen en ook garanderen. Zo ook bij het steeds meer toepassen van energiecentrales op de platte daken. De Installatiebranche gaat steeds meer het dak veroveren om samen met financiële instellingen het dak te voorzien van energiesystemen. In de ogen van de dakaannemer niet wenselijk. Het aansluiten van de systemen is werk voor het installatiebedrijf.

Lees verder in editie 6-2011