Home Blog Pagina 425

Elco Brinkman voorzitter Green Building Award

0
TU-Delft

Jaarlijks wordt in Europa een gebied ‘versteend’ ter grootte van de stad Berlijn. Volgens de Europese commissie is het begroenen van daken een van de manieren om dat verschijnsel tegen te gaan.

Het bufferen van water in daktuinsysteem bevordert de omgevingstemperatuur en vermindert het Urban Heat effect. Tevens zal de stedelijke biodiversiteit verbeteren. En omdat in groene steden beter leefbare omstandigheden gecreëerd worden is het belangrijk om stil te staan bij het begroenen van Gevel en Dak.

Dit jaar zal voor het eerst in Nederland de Green Building Award worden uitgereikt.
Deze prijs wordt uitgereikt om nog verder aandacht te geven en zichtbaar te maken wat in Nederland allemaal gebeurt op het gebied van dak- en gevelbegroeiing. De prijs wordt gegeven aan het meest bijzondere project van de afgelopen jaren (maximaal zeven jaar oud). Het moet om een project gaan dat op alle fronten eruit springt en excelleert qua ontwerp, technische uitvoering, groen, opdrachtgeverschap en maatschappelijke relevantie. De prijs bestaat uit een bronzen plastiek voor de betrokken partijen en krijgt veel aandacht van de schrijvende pers. De prijs is mede geïnitieerd door het blad Dak & Gevel Groen.

Elco Brinkman, voorzitter van Bouwend Nederland, heeft zich bereid verklaard om op te treden als voorzitter van de vakjury die bepaalt wie de Green Building Award 2012 zal gaan winnen. Brinkman heeft zich bereid verklaard als voorzitter op te treden omdat het in zijn visie, als voorzitter van Bouwend Nederland, belangrijk is dat de bouw zich in de komende jaren verder zal verduurzamen en vergroenen. Groen op daken en gevels vormt daarvan een belangrijk onderdeel.

De Green Building Award zal bestaan uit drie verschillende prijzen: een prijs voor kleine projecten tot 250 m², een prijs voor middelgrote projecten (250-1000 m²) en een prijs voor grote projecten (> 1000 m²). De prijs wordt uitgereikt op 13 september a.s. Op die dag wordt het eerste Dak & Gevel Groen-congres georganiseerd met als titel: ‘Help! Ik wil een groen gebouw’. Dit congres gaat de ontwikkelingen op het gebied van dak- en gevelgroen in beeld brengen en zal plaatsvinden in het Ebben Inspyrium in Cuijk.

Lees verder in editie 4-2012

50 miljoen voor monumenten

0
Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Monumenten

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft dit jaar 50 miljoen euro subsidie toegekend voor de instandhouding van rijksmonumenten. Dit keer konden liefst 1635 aanvragen (60%) worden gehonoreerd – tegenover 477 (20%) in 2011. Heel veel eigenaren van molens, kastelen, buitenplaatsen en kerken kunnen weer zes jaar vooruit met deze rijksbijdrage voor het onderhoud.

De Brim-subsidieregeling (voluit: Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten) wint elk jaar aan populariteit. Vanwege het verwachte grote aantal aanvragen en om er zo veel mogelijk te kunnen honoreren, heeft de staatssecretaris de maximale subsidiebedragen voor de ronde 2012 verlaagd. Hij stelde ook prioriteiten. Eigenaren die in 2006 een zesjarig instandhoudingsplan indienden en subsidie ontvingen, krijgen voorrang. Zo kunnen ze de structurele zorg voor hun monument voortzetten in 2013-2018. En omdat er in 2011 veel Brim-subsidieaanvragen buiten de boot vielen, hebben ook die indieners nu een streepje voor.

Molens
Dit jaar krijgen zo’n 630 molens, 550 kerken en 460 andere monumenten in totaal 50 miljoen euro subsidie. De Rijksdienst ontving opvallend veel aanvragen voor molens en kerken. Een deel daarvan heeft de afgelopen jaren restauratiesubsidie gekregen. Nu dient zich regulier onderhoud aan.
Bij de instandhoudingsplannen gaat het vaak om relatief kleine werkzaamheden die op termijn grote kosten kunnen voorkomen. Denk bij molens aan schilderwerk, herstel van dakbedekking en vervanging van bewegende delen; bij kerken aan schilderen, herstel van hout, metsel- en voegwerk, onderhoud van het dak of het keuren van de bliksem- of brandbeveiliging.
Dankzij de toegekende Brim-subsidies is dergelijk onderhoud voor de komende zes jaar (weer) zeker gesteld. Bijvoorbeeld bij de Westzaanse pelmolen Het Prinsenhof, die een paar jaar geleden gerestaureerd werd en nu in goede conditie kan blijven. En bij de Waarlandse molen, een van de oudste houten exemplaren in Noord-Holland, die met een eerdere subsidie gerestaureerd werd en herbestemd tot museum. In Amsterdam krijgen onder andere de markante H. Nicolaaskerk tegenover het Centraal Station, en de English Reformed Church op het Begijnhof subsidie. En elders in het land is er subsidie voor onder meer kasteel Hoensbroek in Hoensbroek, het Markiezenhof in Bergen op Zoom, de Grote kerk in Maassluis, de Nederlands Hervormde kerk in Nieuwe-Tonge en de Waalse kerk in Rotterdam.

Lees verder in editie 4-2012

Green Roof Leadership Award 2011

0
Green Roof Awards

Deze IGRA (International Green Roof Association) prijs wordt jaarlijks uitgereikt als blijk van waardering in de categorie spraakmakende projecten of speciale initiatieven voor het verder stimuleren en promoten van begroeide daken over de gehele wereld.

De prijs is als signaalfunctie bedoeld voor architecten, landschapsarchitecten, gemeentelijke en rijksoverheden, ontwikkelaars en eigenaren van panden om te komen tot nieuwe ideeën voor verdere vergroening van stedelijke ruimten. De eerste prijs werd in 2005 tijdens de ‘International Green Week’ in -Berlijn uit-gereikt voor de nieuwe fabriek van Rolls Royce in Engeland. De productiefabriek is voorzien van een extensieve dakbegroeiing en ingepast in het parklandschap van de plaats Goodwood, nabij Chishester, UK.

In de afgelopen jaren zijn van de in totaal zes IGRA- Awards er twee gegaan naar trendsettende architectuurprojecten: de‘Fusionopolis’ toren in Singapore met 13 verschillende zogenaamde hemeltuinen tot wel 80 meter hoog, gedeeltelijk gecombineerd met hangende tuinen en een tweede voor de nieuwbouw van een school in Neckargemünd in Duitsland, gebouwd in de trend van passiefhuis waar groene daken zijn gecombineerd met PV kristallijn voor de opwekking van stroom.

De overige vier prijzen vanaf 2005 zijn uitgereikt aan gemeentelijke, politieke initiatieven op het gebied van een versnelde ontwikkeling van groene daken binnen de stedelijke omgeving zoals de gemeente Düsseldorf (Duitsland) en Kopenhagen (Denemarken). Ook is de Poolse Landschapsarchitect Dorota Rudawa in de prijzen gevallen voor haar enorme actieve inzet voor het ‘groene’ gebouw en afgelopen jaar is de IGRA Award naar de organisatie ‘Vrienden van de High Line in New York gegaan voor de enorme inzet en toewijding in 2010 voor de ontwikkeling van het ‘New York High Line Park’.

De IGRA Award 2011

De IGRA Green Roof Leadership Award 2011 gaat nu naar ‘Leven op Daken’. Door Wolfgang Ansel is in het bijzijn van alle aangesloten partners van Leven op Daken de prijs uitgereikt tijden de eerste scholingsdag van de jongeren in het BDA opleidingscentrum te Gorinchem.
Vanwege de stimulerende werking van het kennisplatform en de steeds door haar uitvoerende bedrijven in te zetten hoge kwaliteitseisen van uitvoering op het gebied van meervoudig ruimtegebruik is Leven op Daken de afgelopen tien jaar belangrijk geweest voor het uitbreiden van groendaken binnen de Benelux markt.

Lees verder in editie 3-2012

DUIN

0
Duin

Maarten Janssen en Tom Lankhorst, gebiedsontwikkelaars Amvest over plan DUIN:

 

‘De plek spreekt écht tot de verbeelding’

Wie droomt er niet van? Wonen aan het strand en uitzicht over het water. Werken in een inspirerende omgeving van bossen en duinen. Het kan! De ontwikkeling van een nieuw woon-, werk- en recreatie-gebied aan het IJmeer in Almere is onlangs van start gegaan.

De kustzone is een bijzondere locatie voor Almere. Wat Amvest betreft wordt deze zone een echt duinengebied. Een unieke plek om te wonen en werken: duurzaam en met een rijkdom aan belevenissen. Op 22 december 2011 heeft de gemeenteraad van Almere ingestemd met het plan en daarmee met het grootste contract in de geschiedenis van Almere. Vooruitlopend op de feestelijke ondertekening van het contract stelt wethouder Adri Duivesteijn: ‘Midden in de crisistijd tekenen wij voor een ontwikkeling, die in investeringswaarde, grondwaarde en oppervlakte drie keer groter is dan de ontwikkeling van ons Stadshart. De kustzone wordt gezichtsbepalend voor Almere.’

Beleggende ontwikkelaars

Bouw en Uitvoering spreekt over het prestigieuze plan met gebiedsontwikkelaars Tom Lankhorst en Maarten Janssen, beiden werkzaam bij Amvest. ‘De gemeente Almere heeft deze bijzondere gezichtsbepalende locatie, tot een paar jaar geleden, open gelaten. In 2008 besloot de gemeente voor de ontwikkeling van de kustzone een prijsvraag uit te schrijven. Wethouder Adri Duivensteijn wilde het gebied in zijn geheel in de markt zetten; een ‘overall’ masterplan en een bieding op de bouwrijpe grond. Zijn filosofie was helder. Hij koos niet voor de ‘hit and run’-ontwikkelaar. Nee, Duivensteijn zocht naar een stakeholder, die ook naar de toekomst toe lang-jarig betrokken zou zijn bij het gebied. Dat is gelukt.
Een onderdeel van de contractvorm is, dat wij de 10% sociale huurwoningen die in het plan zitten, 30 jaar in eigendom moeten houden. De 20% markthuur-woningen worden we geacht 15 jaar onder onze hoede te nemen. We kijken daarom heel goed naar wat de markt, de mensen in de wijk, willen. Dat is belangrijk voor hen en voor ons. Tevredenheid van de markt resulteert in waardevastheid of -stijging van het vastgoed in de wijk. Daar profiteren we als belegger op langere termijn van. Inderdaad, we steken er veel geld in. We nemen risico. We hebben overigens wel de mogelijkheid om delen van de ontwikkeling samen met andere partijen op te pakken. Het contract is redelijk flexibel. We kunnen dure woningen bijvoorbeeld terug zetten naar rijwoningen en andersom. Kantoren omzetten naar woningen en vice versa. We hebben geen realisatieplicht. Dat heeft te maken met de Europese regelgeving rondom aanbesteding. Het risico beperkt zich tot de grondafname.’ Het mag duidelijk zijn, Amvest won de prijsvraag. BPF Bouw-invest en Vesteda moesten het onderspit delven.

Lees verder in editie 2-2012

Jonge Geesten, enthousiaste mensen uit de bouw

0
Jonge Geesten

‘Met onze energiemaken we het verschil’

De energie spat ervan af, als we praten met Mauricevan Rooijen, contractmanager samenwerkingsovereenkomst ingenieursdiensten bij Rijkswaterstaat en bedenker van Jonge Geesten in de bouw en Yuri Kiontke, hoofd procesondersteuning bij BAM Wegen en eveneens Jonge Geest.

Tot deze beweging behoren opdrachtgevers en -nemers, adviseurs en toeleveranciers. Mensen die, ongeacht hun leeftijd en cultuur, het verschil willen maken in de bouw. Na de opleiding Baanbrekers in de bouw, bedoeld voor innovatoren in de sector, en het geven van een presentatie voor Trainees in de bouw, voelde Maurice van Rooijen zo veel positieve energie dat hij voorstelde themadagen te organiseren met genoemde organisaties. In mei 2009 werd Jonge Geesten een feit. Hij vertelt: ‘Trainees zijn de jongeren, Baanbrekers zijn de dertigers en veertigers. Jonge Geesten zijn alle generaties bijeen. Het is onze ‘drive’ deze generaties én culturen – een aannemer kent een totaal andere cultuur dan een ingenieur – met elkaar te verbinden.’

In beweging

Doel van Jonge Geesten is actualiteiten, trends en kennis met elkaar uit te wisselen. ‘Belangrijk is, dat dit in beweging blijft. Elke keer wordt een themabijeenkomst door een andere groep mensen georganiseerd’, vertelt Van Rooijen. De eerste bijeenkomst had als thema ‘Nieuw Leiderschap & Netwerkorganisaties’. Jonge geesten van Strukton Bouw & Vastgoed, Rijkswaterstaat, Baanbrekers en Trainees in de bouw en de Nieuwbouw organiseerden het symposium. Het programma bestond uit presentaties, films en discussie. Martijn Smitt, directeur van Strukton Civiel vertelde een inspirerend verhaal over leiderschap. Annemieke Roobeek, docent bij Nyenrode Business Universiteit en directeur van Meeting More Minds, schetste een duidelijk beeld -tussen de verschillen in generaties. Maurice van Rooijen: ‘Deze eerste bijeenkomst was succesvol. Ruim 150 mensen van verschillende generaties bezochten het symposium. Achteraf hoorden we dat de aanwezigen met nieuwe inzichten naar huis gingen. We hadden bijvoorbeeld een filmpje gemaakt waarin aan kinderen van zes jaar werd gevraagd wie de baas was. Elk kind had een ander beeld over de leider. Zo is de baas van de wereld Sinterklaas. Leiderschap begint bij kinderen, dus ja, dit zette wel aan het denken.’ Vrij snel na deze eerste bijeenkomst stonden andere mensen op om een tweede Jonge Geesten themadag te organiseren.

Lees verder in editie 3-2012

Reconstructie N324 Alverna

0
Reconstuctie_8

Oplossing voor meer dan alleen geluidprobleem

De provinciale weg N324 bij Alverna (gemeente Wijchen), ofwel de Graafseweg, vormde jarenlang de bron van ernstige geluidsoverlast. De uitgevoerde reconstructie heeft hier een eind aan gemaakt: het verkeerslawaai is met 8 dB gereduceerd.

Belangrijkste maatregelen: licht verdiepte ligging in combinatie met lage geluidwerende voorzieningen, halvering rijkstroken, toepassing geluidsreducerend wegdek, betere doorstroming en verlaging van de maximumsnelheid van 80 naar 50 km/uur. In januari 2012 werd de gereconstrueerde weg officieel geopend. Het project betekent niet alleen een enorme geluidsreductie, ook de kwaliteit van de leefomgeving is enorm verbeterd. Het project won de prestigieuze Europese Soundscape Award. De goede toepasbaarheid van de oplossing in andere gemeenten is daarnaast één van de redenen dat het programma Stiller op Weg van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) het project heeft omarmd als ‘best practice’.

Wat vooraf ging

Alverna werd al jaren geplaagd door verkeerslawaai afkomstig van de drukke provinciale weg N324. Momenteel is sprake van een verkeersintensiteit van zo’n 18.000 voertuigen per etmaal. Voordat het project startte, was bij 80 woningen sprake van een te hoge geluidsbelasting en werden de normen overschreden. Kortom, de leefbaarheid stond fors onder druk. Dat, gecombineerd met de wetenschap dat het aantal voertuigbewegingen in 2020 doorgroeit naar zo’n 22.000 per etmaal, maakte ingrijpen noodzakelijk. Maar hoe?

geen draagvlak

De gemeente Wijchen startte al in 2000 met het zoeken naar een oplossing, vertelt Jan Bakker, afdelingsmanager Openbare Werken. “In eerste instantie was het idee om geluidschermen te plaatsen. Niet de kleinste: vier meter hoog. Daar waren de bewoners langs de weg niet blij mee. Hun uitzicht verdween. Bovendien zouden de schermen het dorp Alverna in tweeën delen.” Het idee verdween vervolgens van tafel. Een tweede oplossingsrichting – de N324 als rondweg – sneuvelde in de gemeenteraad omdat de weg een natuurgebied zou doorsnijden.

Open planproces levert basis oplossing

Een geheel nieuwe aanpak doorbrak de impasse. Bakker: “De gemeente investeerde – overigens in zeer nauwe en plezierige samenwerking met de provincie Gelderland – in een intensief traject waarin omwonenden, aanliggende bedrijven en belangengroepen werden betrokken.” Dit open planproces leidde tot het formuleren van de eisen waaraan de oplossing moest voldoen. Bakker: “Daarmee was de basis gelegd voor een licht verdiepte aanleg van de weg, en het terugbrengen van het aantal rijstroken van 2×2 naar 2×1.”

Lees verder in editie 3-2012

Loodwit als cultureel erfgoed

0
Loodwit

Geen andere witte verf evenaart de kleur en de duurzame eigenschappen van loodwitverf. Maar -loodwit is giftig en schilders worden daar arbeids-rechtelijk tegen beschermd. Ze mogen loodwitverf vandaag de dag niet meer gebruiken. Hoe pakt dit uit voor de beleving en het duurzame behoud van -erfgoed? Is er een alternatief? Of blijft het gebruik van loodwitverf in de restauratiesector onontbeerlijk?

“Sinds 1939 mag geen loodwit meer worden gebruikt voor binnenschilderwerk en sinds 2009 ook niet meer voor de buitenboel en voor kunstwerken”

Lood giftig

De Romeinen wisten het al: lood is een giftig metaal. Wat tast lood aan, als je het binnen krijgt? ‘Allereerst het centrale zenuwstelsel. Je wordt vergeetachtig en laat spontaan dingen vallen. Daarna krijg je bloedarmoede en raken je nieren en je spijsverteringsstelsel beschadigd. Er ontstaan zwarte randen aan je tandvlees en er trekken stevige krampen door je buik’, legt dr. Ton Spee uit. Hij is beleidsadviseur arbeids-hygiëne en toxicologie bij Arbouw. Arbouw is door werkgevers- en werknemersorganisaties opgericht om de arbeidsomstandigheden in de bouw te verbeteren.

Loodwitverf

Ook alle loodverbindingen zijn giftig. Zo mag er sinds 1939 in Nederland geen loodwit meer worden gebruikt voor binnenschilderwerk. En sinds 2009 ook niet meer voor de buitenboel en voor kunstwerken. Dat gegeven levert problemen op bij restauraties en restauratief onderhoud aan gebouwen en kunstwerken. Het pigment loodwit zat namelijk eeuwenlang in verf voor gebouwen en schilderijen. Loodwitverf heeft enkele goede eigenschappen, die maken dat het materiaal werd gewaardeerd en breed werd toegepast. De verf was optisch helder en bovendien duurzaam, elastisch en goedkoop. Loodwitverf kon namelijk gemakkelijk worden geproduceerd.

Als je azijnzuurdampen op lood laat neerslaan, ontstaat er bij vervolgreacties met kooldioxide loodwit. Schraap je dat er vanaf en meng je het met lijnolie, dan is het resultaat een mooie witte olieverf. Tot het midden van de negentiende eeuw was loodwit het enige bruikbare pigment voor witte olieverf. Rond 1850 kwam er ook zinkwit op de markt, maar dat werd gezien als een mindere kwaliteit wit, evenals het sinds 1945 opkomende titaanwit.

Algeheel verbod

Toch werd er tot voor kort in Nederland nog wel eens met loodwitverf in interieurs gewerkt. In sommige situaties herstelden restauratieschilders beschadigde loodwitverf met dezelfde verf. Dit voorkwam kleurverschillen en werkte op langere termijn kostenbesparend door een bestendiger resultaat. Veel mensen hadden ondanks de giftige nadelen waardering voor dit traditionele materiaal. Zo bleef de beleving van monumenten meer intact dan bij gebruik van moderne vervangers.

Lees ook: Actieve aanpak loden leidingen.

Nieuw boek internet en social media in de bouw

0

Onlangs verscheen het boek ‘Van weerstand naar transparant; over het nut en het gebruik van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector’. Het is geschreven door Marjet Rutten en Inge Sijpkens.

Het boek gaat in op alle aspecten van het gebruik van internet en social media in de bouw. Zoals websites en websiteoptimalisatie, LinkedIn, Twitter, Facebook, etc. Hoe kun je dergelijke communicatiemiddelen succesvol inzetten en wat kunnen we leren van de successen van anderen?

Inspirerende voorbeelden

Met dit boek willen de auteurs organisaties in de bouw-, installatie- en vastgoedsector laten zien hoe zij internet en social media succesvol kunnen inzetten. Dat doen zij niet alleen door te beschrijven hoe dat kan, maar ook aan de hand van vele inspirerende voorbeelden van organisaties uit de sector. ‘Van weerstand naar transparant’ bevat maar liefst 90 cases van de succesvolle inzet van internet en social media in de bouw-, installatie- en vastgoedsector.

90 Succesverhalen

Zoals de case van Bouwbedrijf Siemensma, dat 20% meer opdrachten binnenhaalt door de inzet van Google Adwords. Of Hendriks Bouw en Ontwikkeling, dat 70% van de woningen van een nieuwbouwproject verkocht in vier maanden door de inzet van onder meer Twitter en QR-codes. ST Warmte haalt met een uurtje Twitter per week opdrachten binnen en Imtech kreeg 88.000 potentiële werknemers op de website met behulp van YouTube. Al deze cases zijn bedoeld ter inspiratie, maar bieden ook handvatten voor hoe je zelf aan de slag kunt gaan met internet en social media.

Vier delen

Het boek bestaat uit vier delen. Het eerste deel ‘Waarom internet en social media’ beschrijft de veranderingen van de laatste jaren en bespreekt waarvoor je internet en social media als organisatie zakelijk kunt inzetten. Het tweede deel ‘Je eigen online platform’ gaat in op websites, weblogs, community’s en webshops. Hoe kun je dergelijke middelen succesvol inzetten en hoe zorg je ervoor dat je goed gevonden wordt en de juiste bezoekers trekt?

Social media

Het derde deel ‘Gebruik maken van bestaande online platformen’ bespreekt de verschillende sociale netwerken, zoals Twitter,
LinkedIn, Facebook, Hyves en Google+. Maar ook beeldgebonden platforms, zoals YouTube en Flickr, en locatiegebonden diensten, zoals Foursquare. Hoe werken deze social media, wat kun je er als organisatie mee en hoe boek je succes?

Lees verder in editie 2-2012

Internet en social media; Waarom zou je?

0
Social Media

Steeds meer organisaties ontdekken de kracht en de macht van social media. Ook organisaties in de bouw-, installatie- en vastgoedsector. Maar wat kun je er nu eigenlijk mee? Of beter nog: wat moet je ermee?

Veel organisaties twijfelen nog. Wil ik wel twitteren? Of een weblog? Maar de ontwikkelingen gaan razendsnel en de tijden zijn radicaal veranderd. Online aanwezigheid is geen keuze meer, maar een must om klanten te vinden en te binden en goede producten en diensten te blijven leveren.

De dialoog aangaan

Misschien wel de belangrijkste verandering die de opkomst van internet en social media voor organisaties heeft meegebracht is de mogelijkheid – en noodzaak – om de dialoog aan te gaan met consumenten, burgers, partners en andere betrokkenen.
Die dialoog vindt inmiddels lang niet altijd meer vrijwillig plaats. Iedereen kan op internet en social media kwijt wat hij kwijt wil en doet dat ook. De kans is groot dat er over je organisatie wordt gesproken. Of dat je als organisatie wordt aangesproken. Dan is het belangrijk om aanwezig te zijn, mee te praten en te reageren.

Twitter #oss

Om erachter te komen wat er online over je wordt gezegd is het belangrijk het web te monitoren. Zo heeft de gemeente Oss op het Twitteraccount standaard zoekopdrachten uitstaan, zoals #oss. De gemeente werkt daarnaast met Google Alerts. Zo zien ze het bij de gemeente als er ergens over Oss gesproken wordt en kunnen ze desgewenst aansluiten. De gemeente zet social media op deze manier in voor omgevingsanalyse. Ze weet wat er speelt en praat mee zodra dat nodig is.

Met één klik miljoenen bereiken

Tweerichtingsverkeer biedt ook heel veel mogelijkheden aan organisaties om extra winst te genereren, de dienstverlening te verbeteren of personeel te werven. Met één druk op de knop kun je honderden, duizenden, misschien wel miljoenen mensen bereiken. Niet in het minst omdat elke ontvanger van het bericht het door kan sturen. En vaak tegen beperkte kosten.

Lees verder in editie 2-2012

Green City Project

0

Kansrijke werkloze jongeren uit de wijk opleiden tot dakhovenier
in samenwerking met de gemeente

Duurzaam, ecologisch, klimaatneutraal, maatschappelijk -verantwoord allemaal termen die de laatste jaren sterk aan -betekenis winnen. Leven op Daken als kennisplatform en franchiseorganisatie gaat met de tijd mee, wil ook op deze gebieden -voorloper blijven, en stapt daarom vol overtuiging in projecten met een social return: de opleiding van jongeren tot green roof professional, dakhovenier, vrij vertaald in 2012.

Duurzaam, ecologisch, klimaatneutraal, maatschappelijk -verantwoord allemaal termen die de laatste jaren sterk aan -betekenis winnen. Leven op Daken als kennisplatform en franchiseorganisatie gaat met de tijd mee, wil ook op deze gebieden -voorloper blijven, en stapt daarom vol overtuiging in projecten met een social return: de opleiding van jongeren tot green roof professional, dakhovenier, vrij vertaald in 2012.

Idealistisch maar tegelijkertijd ook heel realistisch. Samen met maatschappelijk ondernemer Carolien Kernkamp van Green City Project ondersteunen de franchisenemers van Leven op Daken haar idee om de stagnerende markt voor openbaar groen in combinatie met de oplopende jeugdwerkloosheid te verweven tot een initiatief om groendaken mede te laten aanleggen door jongeren met een kansrijk profiel maar op dit moment met enige afstand tot de arbeidsmarkt. De jongeren werken en leren onder begeleiding van deskundigen van dakbedekkings- en hoveniersbedrijven en worden opgeleid tot green roof professional, die over de basiskennis en vaardigheden beschikken om een professioneel groendak aan te kunnen leggen. Mét uiteindelijk een bijbehorend diploma. ‘Dit vak bestaat nog niet in Nederland’, geeft Carolien aan, ‘maar heeft wel toekomst. Er worden steeds meer groendaken aangelegd, en in de aanbesteding daarvan is social return, oftewel iets terug doen voor de maatschappij, steeds vaker één van de randvoorwaarden.’
Kernkamp startte het Green City Project waarbij ze in samenwerking met de gemeente Amsterdam, enkele projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties op zoek ging naar voldoende vierkante meters aan te leggen groendak om zo minimaal acht geselecteerde kandidaten binnen één schooljaar te kunnen opleiden tot green roof professional. Dat lukte het afgelopen jaar niet, omdat de betrokken partijen werden geconfronteerd met bezuinigingen en een bouwstop.
Het was Leven op Daken die met zijn franchisenemers uitkomst bood. De franchiseraad pakte zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid en heeft nu aangeboden met alle LOD-partners te zorgen voor de benodigde vierkante meters zodat de opleiding en de begeleiding van minimaal acht kandidaten in 2012 gegarandeerd zijn.

Lees verder in editie 2-2012