Heijmans presenteert met G3 een nieuwe meetmethodiek die de aansluiting tussen gebouw en gebruiker zichtbaar maakt. Tijdens de Workplace Xperience op 20 mei in de Jaarbeurs Utrecht laat het bedrijf zien hoe deze aanpak werkt. Daarmee kan het welzijn, de prestaties en het werk geluk van gebruikers gekoppeld worden aan de fysieke kwaliteit van de werkomgeving. Het zogenoemde gebouw geluk. Voor professionals in huisvesting, vastgoed en facilitaire dienstverlening biedt G3 daarmee een praktisch instrument om beter onderbouwde keuzes te maken. Zowel in ontwerp, inrichting en beheer.
Met de introductie van G3 speelt men in op een ontwikkeling die al langer zichtbaar is in de markt. Vastgoedeigenaren, werkgevers en facilitair managers kijken niet meer alleen naar bezettingsgraad, installaties en vierkante meters. Zij willen ook weten hoe een gebouw bijdraagt aan gezondheid, concentratie, comfort en geluk van de mensen die er dagelijks werken. Juist op dat snijvlak positioneert men de G3-methode als een integraal model dat mens en gebouw in samenhang beoordeelt.
Nieuwe methode voor gebouw geluk
De kern van G3 is dat de methode twee domeinen samenbrengt die in de praktijk vaak apart worden onderzocht. Aan de ene kant gaat het om het welzijn en de beleving van gebruikers. Aan de andere kant gaat het om de fysieke kenmerken van het gebouw. Zoals indeling, licht, akoestiek, klimaat en ondersteunende voorzieningen. Door deze gegevens te combineren, ontstaat volgens Heijmans een duidelijker beeld van de mate waarin een gebouw aansluit op de mensen die er gebruik van maken.
Men noemt die uitkomst het gebouw geluk getal. Dat is een score tussen 0 en 100 procent. Die score laat zien hoe goed de werkomgeving past bij verschillende typen gebruikers. Daarbij werkt de methode niet met één abstract gemiddelde, maar met persona’s. Dat betekent dat verschillen tussen gebruikers bewust worden meegenomen. Waar de ene medewerker energie krijgt van open samenwerking en veel prikkels, heeft een ander juist behoefte aan rust. Met overzicht en een voorspelbare werkplek. G3 vertaalt deze verschillen naar een meetbare verhouding tussen gebruiker en gebouw.
Voor de bouw- en huisvestingssector is dat een interessante stap. In veel projecten worden technische prestaties, duurzaamheid en exploitatie nog vaak los gezien van de ervaring van de eindgebruiker. Door die lagen in één analyse te combineren, kan een opdrachtgever gerichter sturen op maatregelen. Die kunnen de dagelijkse kwaliteit van de werkomgeving verbeteren. Dat kan gaan over ruimtelijke ingrepen, maar ook over beheer. Daarbij tevens over gebruiksafspraken en aanpassingen in facilitaire ondersteuning.
Waarom G3 relevant is voor opdrachtgevers
De meerwaarde van G3 ligt vooral in de toepasbaarheid voor organisaties die huisvestingskeuzes willen onderbouwen met data én gebruikersinzichten. Voor vastgoedeigenaren kan de methode helpen om beter te bepalen of een kantoorconcept nog past bij de huidige gebruikersgroep. Voor facilitair managers biedt G3 aanknopingspunten om knelpunten in comfort en gebruik te herkennen. Voor ontwerpende en uitvoerende partijen geeft de methodiek richting aan keuzes in indeling, materiaalgebruik en ruimtelijke kwaliteit.
Volgens Heijmans wordt daarmee een vraag beantwoord die in veel organisaties leeft. Werkgevers willen een omgeving bieden die niet alleen functioneel is, maar ook bijdraagt aan minder stress, meer energie en betere concentratie. Dat heeft direct invloed op werkgeluk en op de manier waarop mensen een gebouw waarderen. In een tijd waarin werkgevers concurreren op aantrekkelijkheid van de werkplek, krijgt de kwaliteit van de werkomgeving een steeds grotere rol.
De methode sluit ook aan op bredere ontwikkelingen rond gezonde gebouwen en mensgerichte huisvesting. Kennis over welzijn, neuroarchitectuur en omgevingspsychologie krijgt steeds meer invloed op het ontwerp van kantoren en andere werkplekken.
Voor de uitvoeringspraktijk betekent dit dat gebouwdata niet meer voldoende zijn als enige stuurinformatie. Een kantoor kan technisch goed presteren en toch onvoldoende aansluiten op de dagelijkse behoefte van de gebruikers. Andersom kan een gebouw met beperkingen soms beter functioneren dan verwacht, omdat de omgeving goed past bij de mensen die er werken. G3 probeert die relatie zichtbaar te maken in een score die beter bruikbaar is voor besluitvorming.
Samenwerking met kennispartners en specialisten
De ontwikkeling van G3 is niet alleen door Heijmans zelf uitgevoerd. Voor de opbouw van de methode werkte het bedrijf samen met meerdere externe partners uit wetenschap, ontwerp en technologie. Naast EHERO zijn ook neuroarchitect Govert Flint, architect Thijs van der Lely van ADL-VDL en AI-partner DeltaCore Solutions betrokken. Daarmee kiest Heijmans nadrukkelijk voor een multidisciplinaire aanpak.
Die samenwerking is van belang, omdat de beoordeling van werkgeluk en gebouwkwaliteit verschillende soorten kennis vraagt. Voor het duiden van gedrag en welzijn is wetenschappelijke onderbouwing nodig. Voor de vertaling naar ruimtelijke keuzes zijn ontwerpkennis en praktijkervaring nodig. En voor de verwerking van data en patronen speelt technologie een rol. Door deze disciplines te verbinden, wil Heijmans voorkomen dat G3 een los idee blijft en juist een methode bieden die in de dagelijkse praktijk inzetbaar is.
Dat maakt de aanpak ook interessant voor de uitvoerende bouwkolom. Wanneer de relatie tussen gebruikersprofielen en gebouwkenmerken eerder in beeld is, kunnen aannemers, adviseurs en ontwerpers hun keuzes beter afstemmen op de latere gebruiker. Dit kan in de ontwerpfase leiden tot andere prioriteiten dan wanneer alleen op budget, techniek of standaardnormen wordt gestuurd. Ook in bestaande gebouwen kan de methode helpen om gerichte verbetermaatregelen te kiezen zonder direct een volledige renovatie te hoeven uitvoeren.
Toepassing van G3 in ontwerp en beheer
Een belangrijk onderdeel van G3 is dat de methode niet stopt bij het vaststellen van een score. Men geeft aan dat ook zichtbaar wordt welke aspecten van de kantooromgeving de match tussen gebouw en gebruiker het sterkst bepalen. Daarmee ontstaat inzicht in de vraag welke interventies de meeste impact hebben. Denk aan aanpassingen in akoestiek, routing, type werkplekken, verblijfsruimten, daglichttoetreding of klimaatbeleving.
Voor opdrachtgevers is dat relevant, omdat investeringen dan beter zijn te prioriteren. Niet elke verbetering levert voor iedere gebruikersgroep dezelfde meerwaarde op. Een organisatie met veel kenniswerkers kan andere ruimtelijke voorwaarden nodig hebben dan een organisatie waar ontmoeting, overleg en dynamiek centraal staan. Door persona’s te gebruiken, maakt G3 die verschillen meetbaar en handelbaar. Dat zorgt voor een meer gerichte aanpak en kan helpen om faalkosten of minder effectieve ingrepen te voorkomen.
Tegelijk past de methode in een markt waarin de waarde van gebouwen steeds vaker wordt gekoppeld aan gebruikskwaliteit. Niet alleen duurzaamheidsprestaties, maar ook gezondheid, comfort en geluk krijgen een plek in vastgoedbeslissingen. Voor de gebruiker betekent dat een werkomgeving die beter aansluit op dagelijkse routines en persoonlijke voorkeuren. In het geval van de eigenaar of werkgever kan dat leiden tot hogere tevredenheid en een sterkere positie op de arbeidsmarkt. De verwachting is dat dergelijke meetmethoden in de komende jaren vaker onderdeel worden van integrale huisvestingsvraagstukken. Zeker nu data, AI en gebruikersonderzoek steeds beter samenkomen. Daarmee zet het concern met G3 een stap die voor de sector goed te volgen is, ook al moet de praktijk nog uitwijzen hoe breed de methode word toegepast.
Kwaliteit van de match
Met G3 kiest men voor een benadering waarbij het gebouw niet als zelfstandig object wordt beoordeeld, maar als omgeving voor mensen. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar in veel trajecten wordt de eindgebruiker nog te vaak pas laat betrokken. De nieuwe methodiek maakt zichtbaar dat een toekomstbestendige werkomgeving niet alleen draait om techniek of oppervlak, maar om de kwaliteit van de match. Juist daarin zit voor veel opdrachtgevers de waarde van G3.













