Halvering aantal vergunningen voor tijdelijke woningen in 2025

Het aantal vergunningen voor tijdelijke woningen is in 2025 sterk teruggelopen. Gemeenten gaven toestemming voor ruim 3000 tijdelijke woningen. Dat is 50 procent minder dan een jaar eerder. Juist tijdelijke woningen gelden al enkele jaren als een praktische oplossing voor de woningnood. De nieuwste cijfers van het CBS laten zien dat het tempo van het aantal afgegeven vergunningen nu duidelijk lager ligt. Voor ontwikkelaars, bouwers, corporaties en overheden is dat een signaal dat de markt voor flexibele huisvesting gevoelig blijft voor beleid, procedures en lokale keuzes.

“Tussen 2021 en met 2025 zijn in totaal vergunningen afgegeven voor ongeveer 19000 tijdelijke woningen”

Het gaat daarbij vooral om nieuwbouw. Volgens de CBS-cijfers bestaat 87 procent van het vergunde volume uit nieuwe woonprojecten. Een kleiner deel ontstaat door transformatie, zoals de verbouwing van kantoren of andere panden naar woonruimte. Voor de uitvoeringspraktijk betekent dit dat de nadruk nog steeds ligt op snelle, seriematige realisatie op tijdelijke locaties, en minder op complexe herbestemming van bestaande gebouwen.

Maximaal 10 jaar voor tijdelijke woningen

De forse daling van het aantal afgegeven vergunningen wijst op afkoeling in een segment dat juist bedoeld is om snel extra capaciteit toe te voegen. Een vergunning voor tijdelijke woningen geeft een goede indicatie van wat er op korte termijn kan worden gebouwd. Het gaat om woningen die voor een bepaalde periode mogen blijven staan, vaak maximaal tien jaar. Of om woningen die vallen binnen de geldende definitie in het bouwbesluit. Daarmee vormen deze projecten een apart deel van de woningmarkt, met een eigen juridisch en technisch kader.

Lees verder onder de afbeelding.
Tijdelijke woningen vergunningen per jaar

Vergunning

Tijdelijke woningen vragen om een duidelijk andere aanpak dan reguliere woningbouw. Vaak spelen snelheid, verplaatsbaarheid, industriële productie en een bescheidener maar doelmatig ontwerp een rol. Ook de locatiekeuze is anders. Gemeenten zetten tijdelijke woningen vaak in op gronden die nog geen definitieve invulling hebben. Daardoor kan de voorbereiding korter zijn, al blijft de vergunningprocedure een bepalende factor in de planning.

Dat het aantal vergunningen nu halveert, kan verschillende oorzaken hebben. Denk aan lokale terughoudendheid, veranderende politieke prioriteiten, beperkingen in beschikbare locaties en druk op ambtelijke capaciteit. Ook kunnen hogere bouwkosten en onzekerheid over exploitatie meewegen.

Doelgroep

Uit de gegevens blijkt dat de meeste tijdelijke woningen niet speciaal voor één bepaalde doelgroep zijn vergund. Dat is een belangrijk gegeven voor de sector. Tijdelijke huisvesting wordt vaak gekoppeld aan spoedzoekers, statushouders, studenten of arbeidsmigranten. Toch laat de vergunningverlening zien dat veel projecten breder inzetbaar zijn. Gemeenten kiezen dus niet alleen voor een smalle doelgroepaanpak, maar ook voor flexibele concepten die meerdere groepen kunnen bedienen.

Antwoord op nood

Tijdelijke woningen zijn bedoeld als antwoord op een krappe woningmarkt. Juist daarom blijft de inzet relevant, ook nu het aantal vergunningen afneemt. Ze kunnen sneller gerealiseerd worden dan traditionele projecten, mede doordat op sommige punten minder zware regels gelden of omdat procedures beter aansluiten op tijdelijk gebruik. Dat maakt het instrument aantrekkelijk voor gemeenten die op korte termijn woonruimte willen toevoegen zonder direct een definitief gebiedsplan te hoeven uitvoeren.

Lees verder onder de afbeelding.
Tijdelijke woningen verdeeld over Nederland

Regionale verschillen bij tijdelijke woningen

Op lokaal niveau springen enkele gemeenten en provincies eruit. Tilburg verleende in de gemeten periode de meeste vergunningen voor tijdelijke woningen. Ook provinciaal zijn er duidelijke verschillen. Gemeenten in Zuid-Holland vergunden samen de meeste tijdelijke woningen. Dat past bij de grote druk op de woningmarkt in deze provincie. Tegelijk wijst het op een relatief hoge bereidheid om tijdelijke concepten in te zetten als onderdeel van de woningbouwopgave.

Die regionale verschillen hebben invloed op de uitvoerbaarheid. In dicht stedelijk gebied zijn locaties schaars en is de inpassing vaak complexer. In andere gemeenten is ruimte soms sneller beschikbaar, maar ontbreekt weer de schaal die nodig is om projecten rendabel te maken. Juist daarom zijn tijdelijke woningen gebaat bij een goede samenwerking tussen overheid, corporaties en marktpartijen.

Meer feitelijke woonruimten

Een opvallend punt uit de cijfers is dat tijdelijke woningen dubbel zo veel woonruimten opleveren. Dat verschil ontstaat doordat één woning meerdere zelfstandige of gedeelde woonruimten kan bevatten. In de praktijk is dat een relevant onderscheid. Het zegt iets over de feitelijke capaciteit die met een project wordt toegevoegd. Niet alleen het aantal vergunningen telt, maar ook het aantal bewoners dat uiteindelijk kan worden gehuisvest.

Bron: CBS. Beeld: Daiwa House (openingsfoto) en CBS (infographics).

Advertisment ad adsense adlogger