Home Blog Pagina 397

Op excursie naar De Wijk van Morgen

0
De Wijk van Morgen

Verduurzamen van het bouwproces, van ontwerp tot gebruik

Zoekt u naar mogelijkheden om de energievoorziening van nieuw te bouwen of bestaande woningen duurzamer te maken? Of heeft u interesse in de transitie naar een duurzame energievoorziening en hoe deze gerealiseerd kan worden? Ga dan mee op de excursie ‘De Wijk van Morgen, duurzaam bouwen en duurzaam gebruiken’ op woensdag 10 december 2014.

Duurzaam

De excursie ‘De Wijk van Morgen’ is onderdeel van de reeks ‘Te gast bij duurzame ondernemers’ die RVO.nl organiseert in samenwerking met Zuyd Hogeschool. De Wijk van Morgen, hét real-life laboratorium, ontwikkelt innovatieve technieken die direct toepasbaar zijn in de praktijk, met als resultaat een passiefhuis-niveau en 0-energie of hoger.

Oplossingen

Tijdens de excursie ‘De Wijk van Morgen’ presenteert Jacques Kimman van Zuyd Hogeschool op inspirerende wijze de zoektocht naar duurzame oplossingen in de situaties van De Wijk van Morgen. U krijgt inzicht in de problemen waar men tegenaan loopt en welke oplossingen er zijn. Ook krijgt u een rondleiding door de gebouwen Eco/nnect, Flexhouse en Knik naar de zon en u bezoekt per bus de bestaande ‘Wijk van Morgen’ in Kerkrade-West, waar woningen uit het bouwjaar 1974 duurzaam gerenoveerd zijn.

Innovatie

Het ministerie van Economische Zaken werkt aan innovatie voor de ontwikkeling en toepassing van energiebesparing en duurzame energie-opwekking in de gebouwde omgeving in Nederland. RVO.nl biedt meerdere ondersteuningsmogelijkheden hiervoor binnen het programma Energieneutraal bouwen.

Programma

[list color=”dark”]

  • Opening: De Wijk van Morgen, de transitie naar een duurzame energievoorziening
  • Presentatie door Jacques Kimman van Zuyd Hogeschool
  • Rondleiding door de gebouwen van de Wijk van Morgen
  • Vervoer per bus naar Kerkrade-West
  • Rondleiding woonwijk Kaalheide (Bestaande Wijk van Morgen)
  • Conclusie en samenvatting

[/list]

Voor wie?

Tijdens de excursie ‘De Wijk van Morgen’ krijgt u praktische en concrete voorbeelden en tips om duurzaamheid te integreren in het bouwwerk. Deze excursie is bedoeld voor bouwbedrijven, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars. Bent u benieuwd of de behaalde resultaten ook in uw situatie realiseerbaar zijn? Aanmelden kan hier.

Waterkennis van Arcadis voor beschermen metrotunnels NYC

0
Nederlandse waterkennis voor beschermen metrotunnels NYC

Een succes voor Nederland en haar waterkennis. Het Nederlandse ingenieursbureau Arcadis krijgt een hoofdrol in het beschermen van de metrotunnels in New York. Het ingenieursbedrijf geeft aan erg trots te zijn op het binnenhalen van dit project.

Tijdens orkaan Sandy, die in 2012 over New York ging, zijn onder andere de metrotunnels volgelopen met water. Hoewel het water er binnen enkele dagen uit was gepompt, konden veel metrolijnen niet rijden doordat er veel hersteld moest worden. Op sommige plekken moest de bedrading geheel vervangen worden.

Op zoek naar innovatieve oplossingen

Het bureau gaat bekijken welke stations het meest kwetsbaar zijn en hoe deze stations beschermd kunnen worden, maar ook wordt er bekeken wat voor golven er kunnen komen. Het ingenieursbedrijf geeft aan gebruik te willen gaan maken van innovatieve (nu nog onbekende) oplossingen.

Waterkennis

De Nederlandse adviseur (Henk Ovink) van de Amerikaanse minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling heeft een ontwerpwedstrijd uitgezet onder ingenieurs. Zij moesten met innovatieve plannen komen om de stad in de toekomst te beschermen zonder dat het een hoog ommuurde vesting wordt. Naar aanleiding van de wedstrijd kwam vooral naar voren dat er brede bufferzones met natuur en banken en riffen voor de kust moeten komen. Daarnaast moet er een bermen- en dijkenstelsel worden gecreëerd waarop recreatie mogelijk is. Aan de hand van deze oplossingen worden er geen barrières gebouwd maar juist een heel ecosysteem.

Het is niet de eerste keer dat het bureau een klus in Amerika heeft. Na afloop van orkaan Katrina die in 2005 over New Orleans woedde, werd Arcadis ook ingeschakeld.

Crisis- en herstelwet: ‘Braakliggende terreinen weer levendig’

0
Crisis- en herstelwet

Dankzij soepelere regels van de Crisis- en herstelwet worden braakliggende terreinen binnenkort weer levendig. De ministerraad heeft op voorstel van minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu ingestemd met de 10e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Chw). Hierbij mogen gemeenten voor duurzame innovatieve projecten afwijken van wet- en regelgeving.

Omgevingswet
Minister Schultz: ‘Het is fantastisch om te zien dat veel gemeenten, bewoners en bedrijven al werken in de geest van de Omgevingswet. Er wordt steeds meer gezocht naar innovatieve en duurzame samenwerkingen op lokaal niveau. Op deze manier kunnen we Nederland nog mooier maken.’

Scheg
In deze tranche wordt geëxperimenteerd met bestemmingsplannen met een bredere reikwijdte. In Amstelveen wordt tuinbouwgebied ‘de Scheg’ op een organische manier omgevormd tot een woonwijk waar plek is voor 800 woningen. De Scheg wordt gezien als voorbeeldproject voor energiezuinig bouwen in de Metropoolregio Amsterdam, dat een zeer gewild woongebied is.

Binnensingelgebied
De Gemeente Enschede constateerde dat de flexibiliteit in de ruimtelijke ordening werd beperkt door de enorme hoeveelheid regels. Met een flexibele houding van de gemeente en samenwerking met partners wordt nu het braakliggende Binnensingelgebied getransformeerd tot een levendig gebied met horecagelegenheden, woonhuizen, meer groen, cultuur en winkels.

Solarpark Eerbeek
Stortplaatsen van afval moeten in de beheerfase worden voorzien van een bovenafdichting. Op de stortplaats in Eerbeek wordt geëxperimenteerd met een nieuw soort folie dat tevens zonlicht omzet in elektriciteit. De aanwijzing van het gebied als experiment onder de Chw is nodig omdat moet worden afgeweken van het Stortbesluit bodemsanering.

‘Nul-op-de-meter’
De ‘Stroomversnelling’ is een samenwerking van partijen en aanbieders die vraag en aanbod creëren voor ‘nul-op-de-meter’ verbouwingen van woningen uit 1950-1980. De woningen worden dusdanig geïsoleerd en aangepast dat ze energieneutraal worden. In het project werken bouwpartijen samen met gemeenten, woningbouwcoöperaties, energiecoöperaties en wijkambassadeurs.

Ontwikkelingsgebieden
In de 10e tranche van het Besluit Chw zijn 6 nieuwe ontwikkelingsgebieden toegevoegd. De Gemeente Wageningen wil zijn haven, die behoort tot een van de grotere binnenhavens met overslag van bulkgoederen, herontwikkelen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de verplaatsing van een betonmortelcentrale en een opslagbedrijf van de zuidzijde naar de noordzijde van de Rijnhaven. Dit zorgt voor afname van milieuhinder op de uiterwaarden en versterking van de natuurlijke omstandigheden en de omgevingskwaliteit. Andere ontwikkelingsgebieden liggen in Amsterdam, Moerdijk, Terneuzen, Borsele en Vlissingen.

Crisis- en Herstelwet
Het besluit wordt naar de Tweede Kamer gestuurd voor reactie (‘voorhangprocedure’). Daarna volgt advisering door de Raad van State. Het besluit is een uitwerking van de Crisis- en herstelwet die dateert van maart 2010. De wet biedt de mogelijkheid anders om te gaan met regelgeving en besluitvorming te versnellen vanwege de economische crisis. Ook bevat de wet experimentele bepalingen voor gebiedsontwikkeling, innovatie en duurzaamheid. Hierdoor kan in moeilijke tijden de economische structuur van Nederland toch worden versterkt.

Pleitbezorger van meervoudig ruimtegebruik

0

Zijn bureau BDA Dak- en Geveladvies is zeer deskundig in alles wat met dak- en gevelconstructies te maken heeft. Zelf snapt Rob Versluis niet dat er nog steeds huizen en kantoren gebouwd mogen worden met alleen dakpannen.

Wie een dak door Leven op Daken laat bedekken of renoveren, krijgt BDA er bijgeleverd. Dit onafhankelijke ingenieursbureau op het gebied van daken en gevels verleent een kwaliteitsstempel op het geleverde product in de vorm van een goedkeurende verklaring. Volgens het protocol Leven op Daken wordt procesmatig het project begeleid. De inspecteurs en adviseurs van het bureau kijken en denken mee vanaf de ontwikkeling tot en met de oplevering, en voeren tussentijds uitvoeringscontroles uit. Voldoet iets niet aan de kwaliteitseisen, dan wordt er al gedurende het bouwproces ingegrepen. BDA-directeur Rob Versluis wijst naar een dik boekwerk dat iets verderop op de grote tafel ligt. “Dat is het BDA Dakboek; door de dakenbranche omarmd als ‘de dakbijbel’. Daarin staat op ruim 1200 pagina’s alle relevante kennis op het gebied van daken. Je zou kunnen zeggen: leer dat boek uit je hoofd en je bent deskundig. Maar zo werkt het niet. Er zijn altijd uitzonderingssituaties. Constructies die de architect goed heeft bedoeld, maar die praktisch lastig uitvoerbaar zijn. Dan moet er naar een afwijkende oplossing worden gezocht. Hierover denken wij dan mee met de aannemer en de dakbedekker. Onze kennis en ervaring zijn voor hen een welkome aanvulling.”

Omslag

BDA bestaat nu meer dan 35 jaar en Versluis zelf werkt er nu ook alweer zo’n 26 jaar. Had hij toen hij begon ook al te maken met groendaken of anderszins meervoudig gebruikte daken? “Groendaken bestaan al sinds de hangende tuinen van Babylon, zeshonderd jaar voor Christus.”, zegt hij met een glimlach. “Maar zo weinig als ze toen voorkwamen, zo zeldzaam waren ze ook 26 jaar geleden nog. Pas daarna zijn ze heel langzaam in opkomst gekomen. De omslag van een gewoon dak naar een op een andere wijze ingericht dak is denk ik pas zo’n tien jaar geleden echt begonnen.” De vraag naar zijn persoonlijke visie op meervoudig ruimtegebruik, beantwoordt Versluis met een voorbeeld: “Ik verbaas mij er over dat er nog steeds huizen gebouwd mogen worden met dakpannen. Waarom niet gelijk een zonne-energiedak? Het is een fluitje van een cent, er zijn relatief weinig extra kosten, en bovendien kun je de extra kosten dan mee laten financieren.” “Direct een groendak aanbrengen kan natuurlijk ook”, vervolgt hij, “maar de kosten hiervoor zijn wel iets hoger dan voor een conventioneel dak en je krijgt er niet iets tastbaars voor terug zoals elektriciteit. Hier staat tegenover dat een groendak wel veel mooier is, bijdraagt aan een waardevermeerdering van het pand, en goed is voor de mens en het milieu. Mensen voelen zich namelijk prettiger in een groene omgeving en het milieu is gebaat met minder CO2, minder fijnstof en het waterbufferend vermogen van een groendak.”

Versluis wijt de terughoudendheid in de markt vooral aan de economische crisis. “BDA is een groot voorstander van het anders inrichten van daken en gevels. We geven daarom ook altijd aan dat dit mogelijk is en dat we hierover kunnen adviseren. Maar in de huidige recessie gebeurt er nu echt veel minder. Het geld is op. Of men heeft het er niet voor over.” Wat er momenteel volgens hem nog wél gebeurt, zijn voorbereidende werkzaamheden. “Loze leidinkjes voor het geval er later toch nog zonnepanelen op het dak komen. Of een wortelwerende toplaag in de dakbedekking, zodat je in ieder geval bent voorbereid op een groendak. Maar daar blijft het bij. Tenminste, op dit moment.”

Certificatie

Behalve advies verzorgt BDA ook onderzoeken en testen van dak- en gevelproducten. “We zijn als kennisinstituut groot voorstander van certificatie. We juichen het bijvoorbeeld ook toe dat de sector zelf – fabrikanten, leveranciers, dakbedekkers – nu nadenkt over NEN-normen voor groendaken. NEN-normen scheppen duidelijkheid in de markt. Dat is een goede zaak, waar wij als BDA al langer op aangedrongen hebben en graag onze bijdrage aan willen leveren. Voordeel is dat ook de opdrachtgever en consument kunnen beoordelen wat zij krijgen.” Het stoort hem dat er steeds meer partijen op het dak te vinden zijn die niet aan de kwaliteitseisen voldoen die je zou mogen verwachten van een professionele verwerker. “Een installateur kan misschien heel goed installaties aanleggen, maar dat betekent nog niet dat hij daardoor ook op het dak goed uit de voeten kan. Daarom zie je zonnepanelen na een storm nog wel eens plotseling voor het woonkamerraam hangen. Over de windbelasting op groene daken is eveneens nog veel discussie. Wij dringen al langer aan op onderzoek hiernaar, maar dit wordt helaas nog steeds niet opgepikt.” “Een absoluut pluspunt van een samenwerkingsverband zoals Leven op Daken is dat de verschillende disciplines op elkaar zijn afgestemd. De dakbedekker maakt het dak, de hovenier de daktuin en de installateur legt de zonnepanelen aan. Ze doen ieder waar ze goed in zijn en vullen elkaar aan. Dan kan je, met een goedkeurende verklaring van BDA erbij, ook één garantie geven op de totale dakopbouw en krijgt de opdrachtgever geen gezeur over wie waarvoor verantwoordelijk is.”

Bron: Leven op Daken

Dakschatten een innovatief bierviltjesidee

0
Innovatief bierviltjesidee

Goede ideeën borrelen vooral op in omgevingen die uitnodigen tot creativiteit. In het café bijvoorbeeld. Daar bedachten Robin Kerssens en Michiel Beck Dakschatten: een platform dat een beter en efficiënter gebruik van daken stimuleert. Terplekke werkten ze hun idee nader uit op de achterkant van een bierviltje. Dakschatten een innovatief bierviltjesidee.

Ze hadden elkaar nog niet eerder ontmoet; waren beiden op een doe-bijeenkomst rond ruimtelijke meerwaardecreatie; zaten bij elkaar in het team dat het winnende plan bedacht; gingen na afloop een biertje met elkaar drinken en kwamen op het idee voor Dakschatten. Dat is het verhaal zo ongeveer in een notendop. Daarna kon het echte werk, namelijk de precieze invulling, beginnen. Architect Robin Kerssens en bouwkundige Michiel Beck zijn de geestelijke vaders van een inventief plan om platte daken een meerwaarde mee te geven. Dat kan letterlijk in de vorm van geld voor de gebouw-eigenaar, omdat het pand hierdoor in waarde stijgt. Maar ook in de vorm van sociale meerwaarde voor de gebruikers en/of de stedelijke en maatschappelijke omgeving. Zo zijn er meer partijen die profiteren. Bouwondernemers bijvoorbeeld, en niet te vergeten studenten. Het Dakschatten-mes snijdt aan méér dan twee kanten. “Startpunt van ons idee was onze gezamenlijke fascinatie voor daken”, zegt Beck. “Daar ligt nog altijd ontzettend veel onbenutte ruimte. Ruimte die óók gebruikt zou kunnen worden voor duurzame ontwikkeling.” “Anderzijds”, vult Kerssens aan, “bestaat er in het onderwijs ontzettend veel behoefte om in de praktijk, op reële projecten, ervaring op te kunnen doen. Wij hebben beide zaken bij elkaar gebracht. We bieden mbo- en hbo-opleidingen en leergangen aan met een spannende combinatie van theorie, praktijk en bewustwording.” Dakschatten zoekt naar praktijksituaties – platte daken in dit geval – die op een duurzame wijze heringericht kunnen worden. De studenten werken in groepsverband aan oplossingen, waarbij alle mogelijke disciplines bij elkaar kunnen komen. Bouwkundigen, elektrotechnici, installatietechnici, maar desgewenst ook horecamedewerkers, zo blijkt hier verderop, want ook een dak kan natuurlijk een café- of restaurantfunctie krijgen.

Praktische aanpak

De initiatiefnemers vonden twee jaar geleden een gewillig oor voor hun plan bij het Mbo College Hilversum. Dat voelde wel voor de praktische aanpak, en verwachtte hiermee ook publicitair richting studenten en hun ouders de nodige vruchten te kunnen plukken. Gekozen werd voor het eigen platte dak als proeftuin. Beck: “Het gaat er niet zozeer om dat er iets bedacht wordt dat per se gerealiseerd moet worden. Hoewel dat bij gebleken meerwaarde uiteraard wel alsnog zou kunnen. Het gaat er om dat verschillende groepen studenten aan een plan werken dat mogelijk gerealiseerd zal worden. Dus inclusief overleg met de opdrachtgever, een haalbaarheidsonderzoek en een nadere uitwerking van hoe de verschillende disciplines goed zouden kunnen samenwerken. Omdat wij ook het bedrijfsleven bij de aanpak betrekken, bijvoorbeeld bij de beoordeling van de plannen, kunnen werkelijk álle partijen van elkaar leren. Temeer omdat onze partners uit het het bedrijfsleven ook gastcolleges en excursies verzorgen waar de studenten weer van kunnen leren.” Kerssens: “Deze aanpak werkt zeer stimulerend. Vraag studenten maar eens wat zij zouden doen met een plat dak van zeg vierhonderd vierkante meter. Een zwembad er op? Een achtbaan misschien? Als ze vrijuit mogen denken, krijg je ze helemaal los. Maar de invulling moet natuurlijk wel voldoende bouwtechnisch en financieel onderbouwd zijn. Want het plan moet zoals gezegd wel haalbaar zijn en uitgevoerd kunnen worden.”

Zeecontainers

Inmiddels zijn diverse Dakschatten-projecten uitgevoerd. Niet alleen in Hilversum, maar ook bij het Koning Willem I College in Den Bosch, een hbo-opleiding. Dit jaar is ook het werkgebied uitgebreid van platte daken naar maaiveldniveau. Daar heet Dakschatten nu Food for Thought. Deze nieuwe ontwikkeling was misschien dan wel puur toeval, maar het principe blijft hetzelfde.
“De vastgoedeigenaren van het ArenaPark in Hilversum zitten met een kavel dat nog even niet kan worden bebouwd”, zegt Jeroen Maaskant. “Daarom ontstond de vraag naar een tijdelijke tussenoplossing die de monocultuur van het kantorenpark zou kunnen doorbreken en een toegevoegde waarde te geven. Met een horecapaviljoen bijvoorbeeld.” Maaskant is voorzitter van het Vastgoed Owners Collectief (VOC) ArenaPark. Een van die andere ‘owners’ is het Mbo College Hilversum. “Dat kwam met een voorstel om conform de Dakschatten-aanpak een horecapaviljoen te laten ontwerpen door de eigen studenten”, aldus Maaskant. Inmiddels hebben zeven groepen een presentatie gehouden en is een winnaar gekozen. “Maar dat betekent niet dat we het winnende plan één op één gaan realiseren”, zegt Maaskant. “We voegen uit alle inzendingen de beste ideeën samen, en dat gaan we uitvoeren. Veel kan ik er nog niet over zeggen – we denken er nog over na – maar het wordt een duurzame tijdelijke horecagelegenheid gebouwd met zeecontainers die mede draaiend wordt gehouden door studenten. Die zijn eveneens van het Mbo College.” Maaskant is zeer te spreken over deze oplossing. “Hartstikke leuk” zegt hij, “en het beantwoordt de concrete vraag van vastgoedeigenaren en eindgebruikers. Er gebeurt hier nu iets door lijnen te leggen die nog niet eerder zijn gelegd. Dit brengt ons park meer tot leven. Dat geeft voldoening.” Daarom is het goed om te weten dat Dakschatten ook samenwerkt met Leven op Daken. Zo beoordeelt LOD niet alleen inzendingen, maar verzorgt het ook gastcolleges en excursies naar vermaarde LOD-projecten zoals de Kameleon en de Dakmoestuin in Zuidpark.

Zie voor meer informatie: Dakschatten

Bron: Leven op Daken

DALI controller in het Sint Maartenskliniek

0

Blauwdruk voor uitrol noodverlichting Sint Maartenskliniek.

Student Robert Worm (20) viel met zijn neus in de boter. Voor de Sint Maartenskliniek in Nijmegen voltooide hij de implementatie van een Loytec DALI controller ten behoeve van de regeling van de noodverlichting in het ziekenhuis. Willy Frits, Hoofd Installaties Afdeling Onderhoud, is vol lof: ‘Robert heeft voor ons een blauwdruk gemaakt waar we op kunnen bouwen.’ DALI controller in het Sint Maartenskliniek.

Even terug naar het begin. De Sint Maartenskliniek wordt momenteel voorzien van nieuwe noodverlichting. Voor de oudbouw zijn in totaal 250 armaturen nodig. Inmiddels heeft Fagerhult 80 armaturen en pictogrammen geleverd. Die zijn geautomatiseerd, zodat ze via DALI aangestuurd kunnen worden. Vervolgens is er een communicatiemodule tussengezet om te communiceren met het gebouwbeheersysteem van Siemens. Aanvankelijk was de keuze gevallen op Helvar, maar dat functioneerde niet goed. Deze controller gaf conflicten op het interne netwerk van het ziekenhuis. Robert Worm volgde de opleiding Middenkader -Engineering aan het ROC Nijmegen. Een half jaar lang onderzocht hij één dag in de week wat de beste oplossing was voor de Sint Maartenskliniek ter vervanging van de Helvar controller. Deze periode bestond vooral uit onderzoek, testen, gesprekken met leveranciers, inkopers enzovoorts. Uiteindelijk koos het ziekenhuis, op advies van Robert, voor een DALI controller van Loytec die werd geleverd door Vedotec. Nog eens een half jaar besteedde Robert vier dagen in de week aan de -implementatie en toepassing van de DALI controller. De eerste pluk van 80 armaturen en pictogrammen is inmiddels geplaatst. De rest zal binnenkort volgen op basis van de blauwdruk die Robert maakte.

Integratie

De oudbouw van de Sint Maartenskliniek dateert uit 1994. De nieuwbouw is net opgeleverd. Willy Frits, Hoofd Installaties Afdeling Onderhoud, blikt terug: ‘In 1994 wilden we een pand bouwen dat 20 jaar mee zou kunnen. Als er in 2013 een nieuw gebouw zou moeten komen, dan zou dat naadloos moeten aansluiten op de oudbouw. Vanzelfsprekend is dat niet overal gelukt, maar we zitten inmiddels wel al in ons tweede migratietraject voor wat betreft de gebouwautomatisering. Het oorspronkelijke gebouwbeheersysteem, van Siemens, was van 1990. Er is tussentijds een migratie geweest, nu opereren we op het niveau van DesigoTM Insight, het Building Management systeem van Siemens, op basis van I/O modules. We hebben nu meer mogelijkheden. Zo kunnen we de branduren uitlezen, testen op afstand draaien, de verlichting en accucapaciteit controleren. Dus we meten niet alleen, we kunnen ook monitoren en bijsturen indien nodig.’

Vertrekpunt

Het was de wens van de Sint Maartenskliniek om de noodverlichting te integreren met de daglichtverlichting. Om dat voor elkaar te krijgen, was er inmiddels al wel sprake van drie partijen: Fargult als leverancier van de armaturen, Siemens als system integrator en DALI als communicatieprotocol. Al snel rees de vraag of de armaturen, de DALI controller en het gebouwbeheersysteem überhaupt wel dezelfde taal spraken. Willy Frits: ‘Het armatuur zou ‘iets’ uit moeten dragen, maar wij kregen er niet de juiste waardes uit. En als er niets uitkomt, kan er ook niets omgezet worden naar BACnet. We hadden dus een prachtig armatuur dat stand alone kon werken, maar waar we niets mee konden. Siemens heeft toen een armatuur opgestuurd naar Zwitserland. De laatste testen worden binnenkort met succes afgerond.’

Voordelen

In de periode tussen de twee fases die Robert doorliep, de onderzoeks- en de uitvoeringsfase, kwam Loytec als beste keuze naar voren. Op de vraag wat nu de criteria waren om voor Loytec te kiezen, antwoordt Robert: ‘In een ander gebouw van de Sint Maartenskliniek was de keuze al op Loytec gevallen. Met de communicatie naar BACnet en de translate module naar het gebouwbeheersysteem van Siemens kwam Loytec als beste uit de bus. Behalve dat je niet meer op locatie de hardware hoeft aan te passen, kun je nu ook via de webinterface van de controller kanalen heel eenvoudig aankoppelen en uitlezen. Daarop kun je weer de namen doorvoeren of testen draaien. Daar komt bij dat we met Loytec geen twee maar vier DALI kanalen tot onze beschikking hebben en dat de online webinterface heel gemakkelijk te bedienen en uit te lezen is.’

Achterstevoren

Waar je normaal begint met het schrijven van een Programma van Eisen, lag in de Sint Maartenskliniek eigenlijk al te veel vast. Op basis van de bestaande situatie heeft Robert een format gemaakt. Dat is eigenlijk het Programma van Eisen dat nu gebruikt gaat worden. Willy verklaart: ‘Uiteindelijk is de nieuwbouw de voorloper geweest voor de oudbouw. Dus als het gaat om het softwarematig aansturen en uitlezen van die armaturen hebben we nu alles al klaarliggen als de oudbouw straks aan de beurt is.’

En het gaat nog verder. Want met DALI kan veel meer dan alleen lichtregeling. Ook zonwering, temperatuur, verwarming, koeling enzovoorts kunnen erop aangesloten worden. Een DALI lijn is begrensd op 64 DALI -adressen op één kabel. Dus je kunt vrij eenvoudig rekening houden met toekomstige uitbreidingen en wijzigingen. Dat is hier ook gedaan. Daarbij merkt Willy Frits op: ‘We zijn voorbereid op toekomstige uitbreidingen, maar ik wil daarbij wel vermelden dat wij er altijd voor waken dat het systeem in zijn totaliteit functioneel en gebruiksvriendelijk blijft.’ Robert Worm vult aan: ‘De grootste valkuil is dat systemen te complex worden. Daarmee bedoel ik dat ik uitkijk naar een eenvoudiger systeem in zijn geheel. Een systeem dat gebruikmaakt van minder hardware koppelingen en een communicatietaal ‘spreekt’ die universeler en beter uit te lezen is.’

Duurzamer?

De toekomst moet uitwijzen of Roberts aanpak met de DALI controller duurzamer en efficiënter is. Willy legt uit: ‘Als je het hebt over energiebewegingen dan geldt hier dat onze armaturen vaker zullen schakelen. Daar komt bij dat ze in de aanschaf duurder zijn, ook omdat je meer componenten en intelligentie nodig hebt. In principe zou het efficiënter en duurzamer moeten zijn, mits de gebruikers van het gebouw er goed mee omgaan.’ Robert vult aan: ‘Voor het onderdeel dat we nu hebben gerealiseerd, de vluchtwegaanduiding, is er wel een grote energieverbetering geweest, omdat we van TL naar LED verlichting zijn gegaan. Dat is een belangrijke stap geweest, ook als het gaat om de zichtbaarheid van de pictogrammen.’

Iedereen tevreden dus. Willy: ‘Nu heb ik alles voorhanden in één systeem. Bovendien kunnen we testen draaien en iedere maand krijgen we een overzicht van de prestaties van de armaturen. Voor ons is dat absoluut de efficiëntieslag die we gemaakt hebben. Onze mensen hoeven niet meer het gebouw in.’ En Robert? Die rondde zijn opleiding af met een 9 en een 9,5 voor de implementatie van de DALI controller bij de Sint Maartenskliniek. Afgelopen september is hij gestart met een nieuwe opleiding: Technische Bedrijfskunde aan de AVANS hogeschool in Den Bosch. Robert Worm. Onthoudt u die naam!

[tabs]
[tab title=”DALI”]
Digital Adressable Lighting Interface (DALI) is een fabrikantonafhankelijke standaard voor verlichtingsbesturing in gebouwen. Het is een protocol wat in staat is te communiceren met hardware. Als digitaal alternatief voor de gangbare 1-10V techniek biedt het met diverse intelligente functies hetzelfde comfort als omvangrijke bussystemen, maar is het wezenlijk eenvoudiger en voordeliger te installeren.

[/tab]
[/tabs]

Van belemmering naar stimulans

0
Van belemmering naar stimulans

Voor de tweede keer in een paar jaar tijd participeert Leven op Daken in een Green Deal met de overheid. Verschil met toen is dat Leven op Daken nu ook de initiatiefnemer is. Doel is te komen tot landelijke stimuleringsregels voor groene gebruiksdaken. Van belemmering naar stimulans.

Een waargebeurd voorbeeld: een hoteleigenaar bouwt een nieuw hotel en wil het platte dak aanwenden als groen gebruiksdak. Nee, zegt de gemeente, want dat betekent dat het dak eigenlijk een extra verdieping wordt waar mensen komen. En dat mag niet, want dan wordt het gebouw hoger dan is toegestaan. De hoteleigenaar mag wél een gebruiksdak aanleggen als hij het gebouw als geheel één verdieping lager maakt. “Dat doet die man natuurlijk niet”, zegt directeur Erik Steegman van Leven op Daken. “Want dat betekent dat hij minder hotelkamers krijgt en dat kost hem geld. Dat zal iedereen begrijpen. Maar wat ik niét begrijp, is waarom die gemeente zich zo star opstelt. Die zou juist moeten toejuichen dat er een groendak op dat hotel komt. Misschien ten overvloede, maar ik zeg het toch nog maar een keer: groendaken verbeteren de leefbaarheid in een gebied, ze vangen CO2 en fijnstof af én ze bufferen regenwater. Groendaken zouden in plaats van belemmerd juist gestimuleerd moeten worden.”

Zie hier het uitgangspunt waarmee Steegman enige tijd geleden de boer op is gegaan en waarvoor hij een luisterend oor heeft gevonden bij het ministerie van Economische Zaken. Onlangs tekende hij met staatssecretaris Sharon Dijksma een Green Deal Groene Daken.

Initiatiefnemer

Het is niet de eerste keer dat Leven op Daken participeert in een Green Deal. Eerder al was de organisatie onderdeel van een Green Deal Biodiversiteit en Ecosystemen dat tot doel had te komen tot meer groene groei en biodiversiteit in Nederland. De nieuwe Green Deal, waarvoor Steegman nu dus zelf initiatiefnemer was, draait om het daadwerkelijk stimuleren van meer groene daken. Het idee achter de Green Deals is afkomstig uit de Tweede Kamer. Die vond dat de overheid groene afspraken met de samenleving diende te maken, om zo het streven naar meer duurzaamheid een impuls te geven. Het is de bedoeling dat diverse bedrijven, organisaties en lagere overheden de Green Deal ondertekenen en tot afspraken komen op basis van gedeelde kennis en ervaring, desgewenst aangevuld met gericht onderzoek. De staatsecretaris van Economische Zaken kan dan aansluitend het initiatief nemen om de uitkomsten om te zetten naar landelijke regels. Inmiddels hebben namens Leven op Daken de bedrijven Mastum, BTL, Van der Tol en ZinCo hun handtekening gezet. Maar ook de overkoepelende organisaties Vebidak (dakdekkers) en VHG hovenier hebben getekend, evenals de gemeente Almere en het ingenieursbureau BDA Dak- en Geveladvies. Steegman: “Inmiddels zijn wij gestart met de eerste bijeenkomst, enkele weken geleden, waarbij de gemeente Rotterdam – toch een voorloper in het stimuleren van groendaken – en de gemeente Amsterdam met verschillende waterschappen ook aan hebben deelgenomen. Zij hebben namelijk ook veel baat bij groendaken, omdat die water bufferen dat bij hevige regenbuien dus niet direct naar het dan toch al overbelaste riool hoeven af te voeren. En niet te vergeten banken. Gebouwen met groendaken hebben een meerwaarde en banken kunnen dat belonen.”

Opbrengsten

In het geval van groene gebruiksdaken en zonne-energiedaken is het duidelijk”, legt Steegman uit. “De opbrengsten vloeien direct terug naar de gebouweigenaar, omdat ze de leefsfeer of energierekening ten goede komen. Groene waterbufferende daken kennen een ander verdienmodel. Hier profiteren vooral de gemeenten en het waterschappen vanwege minder druk op de riolen. Terwijl de gebouweigenaar voor de kosten opdraait.” Binnen de Green Deal zal worden gezocht naar oplossingen voor vraagstukken zoals dit laatste. “We willen dat de regelgeving en stimulerende maatregelen voor groene gebruiksdaken worden geüniformeerd. Het is moeilijk uit te leggen dat de ene gemeente een riante subsidieregeling voor vegetatiedaken heeft, terwijl een dakeigenaar vijf kilometer verderop het bijna alleen moet bekostigen. Wij willen samen met de marktpartijen die een maatschappelijk of financieel voordeel hebben een verdienmodel samenstellen en met hen een aantal pilots opzetten om uiteindelijk samen te bekijken hoe we belemmeringen kunnen wegnemen en kunnen omzetten naar een landelijke stimulans. Ook willen we leren van internationale ontwikkelingen in steden zoals Singapore, London en Chicago waar regelgeving en stimulansen veel sneller hebben geleid tot resultaat dan ons kleinschalig plaatselijk subsidiebeleid.” Wat Steegman betreft staan alle opties open. “We zouden bijvoorbeeld landelijk toe kunnen groeien naar een situatie zoals in Stuttgart. Daar moet de ontwikkelaar van nieuwbouw een bepaald percentage – ik meen 30 of 35 procent – van het onttrokken maaiveld in de vorm van groen op het dak terugbrengen. En misschien zijn er wel ziektekostenverzekeraars die de werknemers van een bedrijf met een groen gebruiksdak premiekorting willen geven. Ik verzin het hier terplekke, maar het is nu eenmaal bewezen dat groen goed is voor de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van de mens. Verzekeraars zouden dus kunnen investeren in groene werkomgevingen.” Over uiterlijk anderhalf jaar hoopt Steegman de eerste resultaten van het denken, overleggen én van de pilots te kunnen presenteren. “We hebben in principe drie jaar de tijd, maar ik denk dat we sneller kunnen werken met de juiste deelnemers en het projectteam Anne-Marie Bor en Carleen Mesters. Want elke dag waarop we geen gebruik kunnen maken van een stimuleringsregeling voor groene gebruiksdaken is een verloren dag.”

Bron: Leven op Daken

Ithaka project

0
Ithaka project - Onderweg naar de gedroomde bestemming

Onderweg naar de gedroomde bestemming

Op een terrein van twee hectare in het Homeruskwartier (Almere Poort) is een bijzonder woningbouwproject ontwikkeld: Ithaka. Genoemd naar het eiland Ithaka, waarvan volgens de Odyssee van de Griekse dichter Homerus Odysseus koning was. Ithaka staat voor het onderweg zijn naar de gedroomde bestemming. Dát is het ook geworden door samenwerking met woningzoekenden en dankzij onder andere een inventieve Koopgarantformule, die weerstand bood aan de economische crisis. Het Ithaka project.

Almere wil zich de komende jaren laten zien aan het water, te beginnen bij Almere Poort. Het wordt bijna een nieuwe stad, een strandstad, met de ogen niet op de polder maar op Amsterdam gericht. Het Homeruskwartier is gelegen in het noordoostelijk deel van Almere Poort. Eind 2006 schreef de gemeente Almere een prijsvraag uit voor zeven bouwvelden in dit kwartier. Wethouder Adri Duijvestein zette groots in door iedereen het huis van zijn dromen te laten bouwen in een wijk.

Particulier Opdrachtgeverschap

“We waren vrij om het in te richten zoals we wilden. Alleen het aantal parkeerplaatsen en de maximale hoogte stonden vast. Wel moesten we het samen doen met medeopdrachtgevers”, vertelt André van Bekkum, directeur en eigenaar van de Van Bekkum Groep. “Het project was een vorm van Particulier Opdrachtgeverschap. Daar moesten we een oplossing voor vinden. Samen met Edwin Oostmeijer Projectontwikkeling hebben we mensen uit Almere uitgenodigd om mee te denken over het project. Veelal mensen die overwogen om er uiteindelijk te gaan wonen.” De jury selecteerde voor elk veld twee ontwikkelaars die met de toekomstige bewoners een plan moesten uitwerken. Het plan met de meeste bewoners mocht daadwerkelijk aan de slag gaan. “Wij kwamen als winnaar uit de bus van Veld C, een terrein van twee hectare”, vertelt Van Bekkum. De volgende stap was het afnemen van de grond. Glimlachend vervolgt hij: “Dat gebeurde op 5 december 2008. Die datum vergeet ik nooit meer. Toen ik bij de notaris zat, kwam er een Sinterklaas binnen.”

Van idee naar plan

Hoe is het ontwerp van Ithaka ontstaan? André van Bekkum: “Met de particulieren hebben we twee stedenbouwkundige modellen bekeken. We gingen op reis naar het woningbouwproject Fredensborg van architect Utzon in Denemarken en Halen van Atelier 5 in Zwitserland. Daarna zijn we met de mensen om tafel gaan zitten. Wat kunnen we met deze modellen? Hoe zouden wij het willen? De groep gaf aan zo veel mogelijk bebouwing te willen aan de randen met in het midden een groot park, waardoor er ruimte zou ontstaan. Ook werd ingezet op zo veel mogelijk verschillende woningen. Het moesten geen standaard huizen worden in een standaard straat. Met z’n allen zochten we naar een plek om ons thuis te voelen en tegelijkertijd vakantie te hebben. Toen ontstond het idee om in het park een gemeenschappelijke zwemvijver te creëren. Een vijver met water gefilterd door de grondsoorten, dus niet met chloor en onverwarmd.” En het lukte. Ithaka werd een feit. Op een YouTube film over het project, zegt een bewoonster: “Ithaka is als een soort woonwagenkamp in het Wilde Westen waar de vijand buiten zit en alle woonwagens naar binnen, naar elkaar gekeerd staan. In het park kunnen de kinderen rustig spelen, terwijl de Indianen buiten blijven.”

Crisis

Het plan was er. De volgende stap betrof het afnemen van de grond. Van Bekkum: “Maar ja, toen kwam de economische crisis om de hoek kijken. Alle mensen die belangstelling hadden voor Ithaka, verdwenen als sneeuw voor de zon. De gemeente verplichtte ons echter de grond gewoon af te nemen. Wat te doen? Om het geheel toch nog in goede banen te leiden, hebben we een aantal maatregelen genomen. Het eerste idee was om het project te faseren. Dan is het wat kleiner en gemakkelijker te overzien. Bovendien, als je weet hoe er op fase 1 gereageerd wordt, dan zijn bijstellingen voor fase 2 mogelijk. Fase 1 bestond uit 42 appartementen in de westvleugel en 10 boven/benedenwoningen. In fase 2 werden 52 appartementen in het hoofdgebouw en 12 werkruimtes gebouwd. De 23 tuinhuizen bewaarden we voor de laatste fase, in de hoop dat de crisis dan wel voorbij zou zijn. Maar niets was minder waar na de twee fases. Toch zijn we de tuinhuizen gaan realiseren, maar één voor één. Elke keer na een verkoop, bouwden we een nieuwe woning. Zo hebben we ons door de crisis heen gewerkt.” Maar dit was niet de enige maatregel die Van Bekkum nam. Om de koop van de woningen aantrekkelijk te maken, werd een Koopgarantformule ontwikkeld. Hij vertelt: “De formule bestond al voor woningbouw-coöperaties. Ontwikkeld door de stichting Op Maat. Samen met deze stichting hebben we onderzocht of dit product ook geschikt zou zijn voor de particuliere markt. Uiteindelijk bleek dit te kunnen. Van Op Maat hebben we een licentie van de Koopgarantformule gekocht en deze vervolgens losgelaten op de woningen van Ithaka. Toen begon de verkoop te lopen.” Bij de Koopgarantformule wordt de woning getaxeerd. Op dit bedrag geeft de Van Bekkum Koopgarant BV – opgericht voor deze formule – een korting van 30%. Wil de eigenaar van de woning het huis naar verloop van tijd verkopen, dan is hij verplicht dit te doen aan de BV. Er vindt dan opnieuw taxatie plaats en de woning wordt opnieuw verkocht. De korting die destijds gegeven is, moet als eerste terugbetaald worden. De BV en de particulier delen vervolgens de winst of het verlies op de woning.

Architectuur en vormgeving

Wat maakt Ithaka bijzonder? André van Bekkum antwoordt: “De architectuur en de vormgeving. De woningen liggen aan de rand van een enorm park met een zwembad van maar liefst 50 bij 10 meter. De woningen mogen aan de buitenkant veranderd worden. Denk aan bij- of aanbouw. De binnenkant, de parkkant, moet zo blijven als het is. Deze regel uit zich onder andere in het metselwerk. De parkkant ziet er keurig gemetseld uit. Het metselwerk aan de buitenkant kent echter zogenaamde baarden; de specie die bij het op elkaar drukken van de stenen eruit vloeit, hebben we laten zitten. Eigenlijk symboliseren we: ‘Aan de buitenkant komt het er niet zo op aan’.” Wat verder opvalt in het project zijn de grote balkons en terrassen aan de parkkant. Naast de woningen kent Ithaka twaalf bedrijfsruimtes. Inmiddels zijn deze ruimtes ingenomen door onder andere een tandarts, boekhouder, bakker en een kleine supermarkt. In de vier horecapanden zit onder meer een Thaise en Surinaamse afhaal.”

Trots

Bouwtechnisch bekeken, is Ithaka vrij traditioneel gebouwd. “Het bouwen zelf gaf daarom geen problemen”, vervolgt Van Bekkum. “Een probleem was wel om de markt vast te houden. Zoals gezegd, door de crisis liepen de kopers in eerste instantie weg. Omdat we het project in fases indeelden en we de Koopgarantformule in het leven hebben geroepen, konden we toch productie maken. De bouwvakkers en werkvoorbereiders, de ‘jongens’ die het moesten doen, sprongen een gat in de lucht dat het project door kon gaan.”

Op vier na zijn alle appartementen verkocht. De bewoners zijn enthousiast. En terecht. Ithaka is genomineerd voor De Gouden Piramide, de jaarlijkse Rijksprijs voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, infrastructuur en ruimtelijke ordening. Over de nominatie zegt de jury: “Het project van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap is succesvol door de bouwcrisis geloodst. De bewoners zijn intensief bij de planontwikkeling betrokken geweest. Het resultaat is een attractief woonmilieu, met een hoge ontwerpkwaliteit van zowel de woningen als de collectieve buitenruimte.” Van Bekkum vult aan: “Het was gemakkelijker geweest te stoppen met het plan en opnieuw te beginnen. De plek zoveel mogelijk vol te bouwen. Geen zwembad en geen park. Dit deden we niet. We hebben oplossingen gezocht, vastgehouden aan het oorspronkelijke plan. Ook zijn we de behoefte uit de markt blijven volgen. Vroeg de crisis om bijvoorbeeld acht appartementen in plaats van vier op de verdieping, dan realiseerden we dit. Zonder dat de vormgeving aan de buitenkant veranderde. Zo zijn we samen met de bewoners onderweg gegaan naar hun gedroomde bestemming. En die bestemming, de eindstreep, hebben we behaald. Daar ben ik best trots op.”

Info

Mijn Ithaka
YouTube film over Ithaka

Pareltjes van architectuur in de zorg

0
Pareltjes van architectuur in de zorg

Het ontwerp van zorggebouwen heeft de afgelopen decennia heel wat veranderingen ondergaan. Mede door maatschappelijke ontwikkelingen die tot op de dag van vandaag een stempel op het ontwerp drukken. Denk aan de participatiemaatschappij, waar de kranten vol van staan. Zorggebouwen toen en nu. Wat bepaalt het ontwerp? En welke ‘pareltjes’ zijn er te bewonderen, zowel in Nederland als buiten onze grenzen? Pareltjes van architectuur in de zorg.

Als kleine jongen wist hij al dat hij architect wilde worden. “In de auto van mijn vader kwam ik ogen te kort. Ik zag zo veel mooie huizen aan mij voorbij trekken.” Eric Huijten is inmiddels directeur van Greiner van Goor Huijten Architecten en heeft al heel wat projecten op zijn naam staan. De gezondheidszorg is een van de pijlers- waar hij zich op richt. Niet verwonderlijk, want het bureau maakte in de zestiger jaren al naam met het ontwerp van bijzondere gebouwen voor deze sector; jeugdcentrum Het Zilveren Schor in Arnemuiden en jeugdpsychiatrisch centrum De Viersprong in Halsteren.

Meer kwaliteit

Tot voor vijf jaar geleden moesten alle ontwerpen voor zorggebouwen voorgelegd worden aan het College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen”, vertelt Eric Huijten. “Zij toetsten of de ontwerpen voldeden aan de bouwmaatstaven. Het ontwerp van zorggebouwen was onder andere gebonden aan een maximale grootte en aan een maximaal budget. In onze optiek hebben die maatstaven vaak slechte gebouwen opgeleverd. Men schoof met hokjes. Gangen werden te smal. Veel van deze gebouwen worden nu gesloopt omdat ze niet flexibel zijn. Of verbouwd, en dat kost veel geld.” Het regiem met de bouwmaatstaven is inmiddels losgelaten. Zorginstellingen bepalen nu zelf hoe hun gebouwen eruit zien. Om zich te onderscheiden in de markt, wordt er vandaag de dag veel meer op kwaliteit en duurzaamheid gelet.

In 2009 is de Hedy d’Ancona-prijs voor excellente zorg-architectuur geïnitieerd door het Stimuleringsfonds voor Architectuur en TNO Centrum Zorg en Bouw. De inzendingen en nominaties laten een breed palet van zorgarchitectuur zien van hoge kwaliteit. Als eerste prijswinnaar kwam hieruit Revalidatiecentrum Groot Klimmendaal te Arnhem, ontworpen door Coen van Velsen. Het gebouw heeft een minimale voetafdruk in het landschap en waaiert naar boven toe uit. De dubbelhoge hoofdverdieping bevat bijzondere programmaonderdelen. Eronder liggen kantoren, erboven de kliniek en de polikliniek. Op het dak bevindt zich het Ronald McDonaldhuis. Door grote gaten in het dak komt het daglicht tot in het hart van het dertig meter brede gebouw.


Bepalende factoren

Ook de logistieke processen in de zorg bepalen het ontwerp van zorggebouwen. Huijten: “De logistiek is erg belangrijk bij het ontwerp. Echter, in het verleden sloeg een zorginstelling wel eens door in die logistiek. De belevingskwaliteit vanuit de patiënt/bewoner kreeg niet altijd voldoende aandacht. Reden? Vaak is de facility manager leidend in het project. Prima voor de logistiek, maar om een juiste uitstraling van een gebouw te creëren, heb je een opdrachtgever met visie nodig. Waar staan jullie voor? Als ik bij jullie binnen kom, wat moet ik dan voelen?”

Vroeger, maar ook nu nog steeds, spelen beschikbare budgetten een rol bij het ontwerp van zorggebouwen. Eric Huijten: “De budgetten zijn nog steeds krap. Maar slimme architecten zijn goed in staat om veel kwaliteit voor weinig geld te ontwerpen. Denk aan het gebruik van materialen, die in aanschaf niet duur hoeven te zijn en toch een mooie uitstraling hebben. Een simpel voorbeeld is metselwerk, een materiaal wat we al honderden jaren toepassen. Het wordt nog steeds gewaardeerd en is qua prijs heel economisch.”

Healing environments zijn tegenwoordig helemaal in als ontwerpvisie voor de zorg. Letterlijk vertaald betekent healing environment een genezende of herstellende omgeving. Een omgeving waar de lichamelijke of mentale gezondheid van mensen beter van wordt. 
De focus van healing environments ligt op het gebruik van natuurlijke elementen; natuur, daglicht, frisse lucht, stilte, warme kleuren en materialen. “Eigenlijk gaat het er om dat je je bij binnenkomst in een gebouw goed moet voelen”, aldus Eric Huijten. “Ook maatschappelijk gezien heeft een dergelijke omgeving een gunstig effect. Voelen mensen zich beter, dan heeft dit een positief effect op het genezingsproces en kost het de samenleving minder geld.”

Buitenland

Zorggebouwen stralen – dat mogen we concluderen – steeds meer kwaliteit uit, wat ten goede komt aan diegenen die er verblijven. Niet alleen in Nederland is dit het geval, ook in het buitenland vinden we ‘pareltjes’ van zorgarchitectuur. Huijten: “België is een voorbeeld van een land waar op een hele consciëntieuze manier met de architectuur van zorggebouwen omgegaan wordt. De Vlaamse Bouwmeester is met een pilotproject bezig voor het ontwerp van een vijftal innovatieve zorggebouwen (red: zie www.pilootprojectenzorg.be), waarbij de wetgeving tijdelijk even aan de kant gezet mag worden. Deze pilot kan er wellicht voor zorgen dat wetgeving op het gebied van ontwerp aangepast wordt.”

Ook de Scandinavische landen, Oostenrijk en Zwitserland besteden volgens Huijten veel aandacht aan de kwaliteit van de architectuur van zorggebouwen. Een voorbeeld is volgens de architect het Rehab – centrum voor rug- en hersenletsel – van Herzog de Meuron in Basel. De veronderstelling is, dat in een mooie omgeving, herstel van een ziekte sneller verloopt. Bij revalidatie is dat misschien wel het hardst nodig, want het zijn vaak langlopende trajecten. Het Rehab is een multifunctioneel gebouw met pleinen, tuinen, openbare voorzieningen en afgelegen woonwijken waardoor de patiënten zoveel mogelijk zelfstandig kunnen zijn. Het horizontale gebouw, bestaande uit twee verdiepingen, is grotendeels van hout gebouwd. De fitnessruimte en de kamers van de patiënten hebben grote ramen met uitzicht op het landschap. Andere ruimtes zijn naar binnen gericht, zoals het badhuis. Kleine, ronde gaten in het dak maken de plek intiem. “Loop je de tuinen van het gebouw in en ga je zitten, dan voelt dat uitermate plezierig. Mensen die moeten revalideren kunnen hier, ondanks de vaak ernstige letsels, de draad weer oppakken”, aldus Huijten.

Jean Nouvel is een andere architect die bekendstaat om bijzondere zorggebouwen. Zijn eerste gebouw, het ziekenhuis voor algemene chirurgie Val Notre-Dame in Bezons (1978) zorgde door het ontwerp direct voor naamsbekendheid. Nouvel vindt het belangrijk dat een gebouw harmonieus is met zijn omgeving en locatie. In bijna al zijn gebouwen laat hij een samenspel zien van transparantie, schaduw en licht.

Flexibiliteit

Van het buitenland gaan we nog even terug naar Nederland. De zorg staat aan de vooravond van grote veranderingen. Mensen blijven langer thuis wonen. Op de mantelzorg wordt een steeds groter beroep gedaan. Maar hoe faciliteer je die zorg? Eric Huijten: “Niet iedereen is bereid of in staat om zorgbehoeftige ouders in huis te nemen. Het is een uitdaging om na te denken over woonconcepten waarbij je je zieke moeder kunt verzorgen, zodanig dat ieder zijn/haar eigen privacy behoudt. Bijvoorbeeld door het bouwen van een apart huisje aan de andere kant van de woonkavel. Is er zorg nodig, dan zijn mantelzorgers nabij.”

Een andere vorm is het denken in flexibiliteit. Huijten legt uit: “Het zou mogelijk moeten zijn om woningen qua grootte aan te passen; kleiner of groter te maken. Kleiner als de kinderen uit huis zijn, groter als een zieke moeder komt inwonen die verzorging nodig heeft. We zijn nog te rigide. Praten we over een woning, dan denken we nog te vaak aan een ruimte bestaande uit drie tot vier kamers.”

Voort bouwen

De maatschappij verandert en daarmee ook het ontwerp van zorggebouwen. Misschien moeten we wel helemaal niet meer over zorggebouwen praten, zegt Eric Huijten tot slot. “In de toekomst zal het bij ontwerpen meer en meer gaan over het creëren van huisvesting voor mensen die op enig moment zorg nodig hebben.” Door de veranderende wet- en regelgeving omtrent de zorg is dit thema nu actueel. We moeten ons best doen om voort te bouwen op de ‘pareltjes’ die we al kennen, in zowel Nederland als daar buiten. En eerlijk is eerlijk, ze mogen er zijn.

[tabs]
[tab title=”Ontwerp 2014″]

Voorbeeld van een zorggebouw volgens een gelaagd concept

Ter vervanging van het huidige verpleeghuis aan de Klaasje- Zevensterstraat in Amstelveen (PG zorg Brentano) heeft Greinier van Goor Huijten Architecten B.V. een nieuw woonzorgcomplex ontworpen dat uit drie gebouwen bestaat. Het eerste gebouw van drie lagen bestaat uit zes groeps-woningen voor totaal 52 bewoners met dementie. Hierin zal zorg worden verleend volgens het gelaagd concept: op de begane grond komen verschillende huiskamers met daartussen een belevingsgebied waarin de bewoners zelf kunnen rondwandelen en bepaalde prikkels kunnen ervaren. Op de verdiepingen bevinden zich de individuele zit-slaapkamers met eigen sanitair. Het tweede en derde gebouw zijn twee woontorens van zes en acht lagen met 84 zorgwoningen met op de begane grond een restaurant, kapper, thuiszorg en kantoren voor Brentano. Het gehele terrein wordt nieuw ingericht zodat de gebouwen als losstaande blokken in het parklandschap staan. In uitstraling worden de drie gebouwen familie van elkaar. 

[/tab]
[/tabs]

Pareltjes van architectuur in de zorg. Zie ook:
Subsidie voor zorggeschikte woningen aanvragen.

Rustgevende groene verblijfplaats

0
Rustgevende groene verblijfplaats

We publiceerden er al eerder over. Maar nu is het groen ‘volgroeid’. Dat maakt het plaatje completer. Vooral mooier.

Het betreft hier het dak op de parkeerkelder bij het nieuwe gemeentehuis van Lochem. Het groene gebruiksdak heeft net als het gemeentehuis ‘een architectonische invulling’ gekregen. De vrij harde, een beetje ongenaakbare uitstraling van het gebouw heeft een verfijning gekregen door een reeks van opgetilde cortenstalen plantenbakken en het patroon van stapstenen. De beplanting is bovendien veelvormig en kleurrijk.

De daktuin is een Leven op Daken-product, gemaakt door de LOD-partners BTL en Van Doorn. Zij hebben de waterdichtheid en dakopbouw als één geheel aangeboden en verzorgd, inclusief de bijbehorende garanties. Opvallend detail is dat eerst een compleet leidingstelsel voor de beregening van het groen is aangebracht. Daarna is de daktuin geplaatst. Ook zijn op het dak heuveltjes van verschillende hoogten te vinden. Al met al een prima en rustgevende groene verblijfplaats voor de Lochemse ambtenaren en bezoekende burgers.

Bron: Leven op Daken