Home Blog Pagina 153

Subsidie N-H voor aardgasvrije woningen

0
Subsidie provincie Noord-Holland voor aardgasvrije woningen

De provincie N-H stelt twee miljoen euro ter beschikking aan gemeenten om hen te helpen bij de overgang naar duurzame warmtebronnen. In 2050 moeten alle woningen in Nederland van het aardgas af zijn.

Noord-Holland ondersteunt gemeenten met subsidie, onderzoek en het uitwisselen van kennis

De gemeenten in Noord-Holland gaan de komende jaren samen met de bewoners in beeld brengen welke alternatieven voor aardgas het beste in een bepaalde wijk of buurt passen. De provincie Noord-Holland ondersteunt gemeenten hierbij met subsidies, onderzoek en het uitwisselen van kennis.

Complexe opgave

Edward Stigter, gedeputeerde Klimaat en Energie: “De warmtetransitie is een van de hoekstenen van het klimaatbeleid. Maar het is ook een complexe opgave, want het gaat om het maken van drastische keuzes, waarbij naar heel veel verschillende aspecten gekeken moet worden. De keuze voor bijvoorbeeld restwarmte of aardwarmte als warmtebron voor het verwarmen van huizen vraagt om een heel ander soort uitwerking. Wij helpen de gemeenten daar graag bij.”

Transitievisie Warmte N-H

De warmtetransitie is een van de hoekstenen van het Nederlandse klimaatbeleid. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente een zogeheten Transitievisie warmte https://vng.nl/artikelen/transitievisie-warmte opstelt. In deze visie staat welke wijken het eerste van het gas af gaan, op welke manier en in welk tempo.

Het aansluiten van huizen op warmtebronnen is afhankelijk van de financiële haalbaarheid, ruimtelijke mogelijkheden, milieu en draagvlak. Om te zorgen dat gemeenten een gedragen warmtevisie opstellen met een realistische doorkijk naar de wijkuitvoeringsplannen, is een goed proces en goede voorbereiding met betrokkenheid van inwoners essentieel.

Eerste stappen subsidie

Het Servicepunt Duurzame Energie staat gemeenten in opdracht van de provincie bij bij de eerste stappen die nodig zijn voor het invullen van de warmteplannen. De meeste gemeenten huren daarnaast voor de uitwerking van de plannen experts in. Dat kost geld. De afgelopen drie jaar deden veertien gemeenten een beroep op de provincie voor een financiële bijdrage.

Omdat nog lang niet voor alle wijken in Noord-Holland warmteplannen zijn gemaakt, wordt de subsidieregeling verlengd. Er is per gemeente maximaal 200.000 euro beschikbaar. De Uitvoeringsregeling warmtetransitie van de gebouwde omgeving Noord-Holland 2022 loopt tot 2025.

Binnenkort verschijnt Bouw en Uitvoering nummer 2 met alles over aardgasvrije wijken.

Subsidie N-H voor aardgasvrije woningen.

Woningcorporaties investeren meer in middenhuur

0

Na jaren van afbouw gaan woningcorporaties weer meer investeren in middenhuur. Zij hebben hun investeringsplannen in één jaar tijd met 56 procent opgeschroefd. Daardoor kunnen zij zo’n 2.000 middenhuurwoningen per jaar bouwen.

“In potentie is nieuwbouw van zo’n 14.000 nieuwe middenhuurwoningen per jaar financieel haalbaar”

Na jaren van ontmoedigingsbeleid maakt de overheid het voor woningcorporaties weer makkelijker om middenhuurwoningen te realiseren. Om de schaarste in dit segment op termijn substantieel te verminderen zijn omvangrijkere corporatie-investeringen nodig.

14.000 woningen

In potentie is een nieuwbouw van zo’n 14.000 nieuwe middenhuurwoningen per jaar financieel haalbaar voor corporaties. Meer dan de helft van de corporaties meldt echter dat een gebrek aan bouwgrond en lange vergunningsprocedures de nieuwbouw flink vertragen.

Versnellen

Corporaties kunnen op twee manieren versnellen: door in een afgesplitst ontwikkelbedrijf als projectontwikkelaar op te treden en door bouwtrajecten in groter verband te vereenvoudigen. Dit blijkt uit een vandaag verschenen rapport van ING Research over de rol van woningcorporaties in middenhuur.

Jan Willem Spijkman, ING Sectorbanker Public: “Woningcorporaties kunnen een cruciale rol vervullen bij het verkleinen van het middenhuurtekort. We zien dat zij de handschoen oppakken, maar zij kunnen dit niet alleen. Samen optrekken en met de gemeente en andere ontwikkelaars maakt versnelde bouw van middenhuurwoningen mogelijk. Zeker als de corporatie zelf weer gaat optreden als projectontwikkelaar, terug van weggeweest.”

Schaarste

De middenhuurschaarste was in 2019, het laatst becijferde jaar, met een geschat tekort van 11 procent van de totale middenhuurvoorraad bijna drie keer zo groot als de gemiddelde schaarste voor de hele woningmarkt (4 procent). Steeds meer woningen verschoven de afgelopen jaren door huurverhogingen van het middensegment naar het dure segment.

Bovendien hebben corporaties hun middenhuurbezit jarenlang afgebouwd. Van het aandeel van 48 procent corporatiebezit in 2015, resteerde in 2020 nog slechts 25 procent. Tegelijkertijd blijft de vraag toenemen, doordat woningen rap duurder en daardoor minder goed bereikbaar worden voor koopstarters.

Corporatie-investeringen

Corporaties hebben voor de komende vijf jaar (2021 tot en met 2025) € 2,5 miljard aan investeringen in nieuwe middenhuurwoningen in hun plannen staan. Dat is 56 procent meer dan zij een jaar eerder, voor de vorige vijfjaarsperiode (2020-2024), hadden gepland. Gemiddeld komt dit neer op de nieuwbouw van ruim tweeduizend woningen per jaar. Daarmee dragen corporaties beperkt bij aan de ambitie van 10.000 nieuwe middenhuurwoningen per jaar die zij samen met beleggers en ontwikkelaars hebben geformuleerd.

Maar 2020 was vermoedelijk niet het laatste jaar dat de investeringsplannen voor middenhuur zijn opgeschroefd. Met de geschatte maximale leencapaciteit voor nieuwbouw van middenhuur als uitgangspunt, is financieel gezien een aantal van zo’n 14.000 nieuwe middenhuurwoningen per jaar haalbaar voor corporaties. In potentie kunnen zij dus substantieel bijdragen aan het verminderen van de middenhuurschaarste, maar daarvoor zijn wel fors meer investeringen nodig.

Ontwikkelbedrijf

Veel corporaties hebben de ontwikkeltak verkleind of geheel afgebouwd, maar het sneller realiseren van middenhuur vraagt om eigen ontwikkelexpertise, waar mogelijk in een aparte BV. Een eigen ontwikkel-BV maakt je als corporatie minder afhankelijk van externe projectontwikkelaars en maakt het in eigen hand ontwikkelen van gemengde wijken (met woningen in alle segmenten) mogelijk.

Daarvoor is een marktnetwerk en expertise van ontwikkelprocessen nodig die je door specialisatie binnen een ontwikkel-BV snel kan opbouwen. Dat helpt om projecten sneller van de grond te krijgen. Zo was corporatie De Alliantie met haar eigen ontwikkelbedrijf een aantal jaar geleden de partij die het Zeeburgereiland in Amsterdam als gebiedsregisseur ging ontwikkelen, terwijl marktpartijen afhoudend waren.

Tweedehands traplift: een duurzaam alternatief

0
Tweedehands traplift: een duurzaam alternatief

De tijd dat er standaard een nieuwe traplift wordt geplaatst nadat een aanvrager met succes een beroep doet op de Wmo, ligt al even achter ons. Tweedehands exemplaren zijn naast duurzaam ook van uitstekende kwaliteit en goedkoper.

Hergebruikte trapliften

Duurzaamheid is één van de speerpunten voor de overheid. We zitten midden in de overgang van een ‘wegwerp-economie’ naar een circulaire economie. Ook op lokaal niveau vertaalt zich dat in het zo veel mogelijk hergebruiken van materialen, zonder dat het ten koste gaat van de kwaliteit.

Inwoners die een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor het laten plaatsen van een traplift, krijgen via hun gemeente in de meeste gevallen een tweedehands exemplaar in huis. Veel hulpmiddelen zijn tegenwoordig gemaakt van hergebruikte materialen. Na een onderhoud- en schoonmaakbeurt zijn veel trapliften opnieuw te gebruiken. Mooi meegenomen: de prijzen voor tweedehands trapliften zijn een stuk lager dan die voor een nieuw exemplaar. Producten van hergebruikte materialen zijn eveneens van uitstekende kwaliteit en voldoen aan alle wettelijke veiligheidseisen.

Traplift huren

Een ander duurzaam alternatief is huren. Voor mensen die tijdelijk een traplift nodig hebben om naar boven en beneden te gaan, kan huren financieel een zeer aantrekkelijke optie zijn. Een traplift huren kan al voor een periode van één maand. Het maandelijkse huurbedrag is onder meer afhankelijk van de vorm van de trap en het gekozen model. Ook een huurder krijgt een traplift op maat, helemaal aangepast aan de situatie in huis. Voor de reconditionering en installatie wordt eenmalig een bedrag in rekening gebracht.

Hulp vanuit de Wmo

Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aantal Nederlanders dat een beroep doet op de Wmo jaarlijks toeneemt. In de eerste zes maanden van 2020 ging het om ruim 1,1 miljoen mensen. Vooral het aantal Wmo-maatwerkcliënten met hulp bij het huishouden stijgt.

De Wet maatschappelijke ondersteuning is er voor iedereen die graag op een veilige manier thuis wil blijven wonen, maar dit niet meer zelfstandig kan.

Tweedehands traplift: een duurzaam alternatief.

Broeikasgassen in 2020 lager dan in 1990

0
alsnog veel co2 uitstoo

In 2020 was de uitstoot van broeikasgassen in Nederland 25,5 procent lager dan in 1990. De Urgenda-doelstelling (minimaal 25 procent minder uitstoot) is daarmee gehaald.

De uitstoot van broeikasgassen door kolencentrales is de laatste vijf jaar met tachtig procent gedaald

De laatste vijf jaar is de uitstoot door kolencentrales met tachtig procent verminderd. In het coronajaar 2020 was de uitstoot door wegverkeer vijftien procent lager dan in 2019. Daarnaast was 2020 een relatief warm jaar, waardoor minder aardgas nodig was voor verwarming dan in 2019. Dat meldt het CBS samen met het RIVM op basis van definitieve cijfers uit de emissieregistratie.

Minder uitstoot

In Nederland geldt sinds 2015 de Urgenda-doelstelling om in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 25 procent te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Met 25,5 procent reductie is het Urgenda-doel in 2020 gehaald.

Vanaf 2015 is de uitstoot door de elektriciteitssector met 39 procent gedaald, mede dankzij het sluiten van enkele kolencentrales. De uitstoot door kolencentrales is de laatste vijf jaar met tachtig procent gedaald.

(Lees verder onder de afbeelding.)

2020

In 2020 bedroeg de uitstoot van broeikasgassen 164 megaton CO2-equivalent. Dat is 56 megaton CO2-equivalent minder dan in 1990. Van deze daling werd 16 megaton CO2-equivalent in 2020 gerealiseerd. In 2020 stootte de elektriciteitssector bijna negenmegaton CO2-equivalent minder uit dan een jaar eerder door minder steenkool te gebruiken.

Mobiliteit

In de mobiliteitssector (verkeer en vervoer) werd 4,5 megaton CO2-equivalent minder uitgestoten dan in 2019. Dit hangt samen met een 15 procent lagere uitstoot door het wegverkeer als gevolg van het corona-advies om zoveel mogelijk thuis te blijven, en indien mogelijk thuis te werken. Door in het relatief warme jaar 2020 minder aardgas te verstoken stootten woonhuizen en kantoren ongeveer 1,5 megaton CO2-equivalent minder uit.

Nederlandse economie

Naast de IPCC-cijfers, waar de Urgenda-doelstelling op is gebaseerd, berekent het CBS de uitstoot ook volgens andere richtlijnen: de broeikasgasemissies door de Nederlandse economie (conform de milieurekeningen) en de (broeikasgasvoetafdruk).

De broeikasgasuitstoot door alle Nederlandse economische activiteiten was in 2020 gelijk aan 199 megaton CO2-equivalent. Dit is 21 procent hoger dan de IPCC-uitstoot (164 megaton). Dit komt onder andere doordat in deze emissieberekening het verbranden van biomassa (19 megaton CO2-equivalent) en de uitstoot door de Nederlandse lucht- en zeevaart (respectievelijk acht en vijf megaton CO2-equivalent) volledig worden meegeteld, in tegenstelling tot de IPCC-berekening.

Voetafdruk

De uitstoot is nog hoger als er gerekend wordt volgens de broeikasgasvoetafdruk, gebaseerd op de consumptie van goederen en diensten door Nederlandse ingezetenen.

Dit komt doordat in het buitenland veel uitstoot van broeikasgassen plaatsvindt bij de productie van goederen en diensten die bestemd zijn voor Nederlandse consumptie. Nederland stoot volgens deze berekening veertien procent meer broeikasgassen uit dan de uitstoot door de Nederlandse economie, en 38 procent meer dan de IPCC-uitstoot.

Pamflet Corporaties en Circulariteit

0
Pamflet ‘Corporaties & Circulariteit’ gelanceerd door De Groene Huisvesters

Tijdens de Week van de Circulaire Economie hebben De Groene Huisvesters het Pamflet ‘Corporaties & Circulariteit’ gepresenteerd.

Met 2,3 miljoen sociale huurwoningen hebben woningcorporaties ruim dertig procent van de Nederlandse woningvoorraad in bezit

Woningcorporaties bezitten 2,3 miljoen woningen en staan aan de start van een enorme renovatie opgave en na-isolatie aanpak. Hiernaast loopt er een groot nieuwbouwprogramma. Met circulaire verduurzaming en circulaire nieuwbouw kunnen de woningcorporaties bijdragen aan een circulaire economie en aan de klimaatdoelstellingen.

Circulaire woningbouw

Circulair bouwen neemt een vlucht constateren De Groene Huisvesters. Ook Aedes, Neprom en IVBN zetten zich met het Lente Akkoord 2.0 in voor circulaire woningbouw. Houtbouw nam in 2021 al een enorme vlucht. Zie FSC Nederland met het HOME programma houtbouw, de Green Deal Houtbouw van de MRA, en de City Deal Biobased bouwen. Ook grote bouwers kiezen steeds vaker voor circulair.

Bekijk het pamflet ‘Corporaties & Circulariteit’

Uit het pamflet

Met bijna 2,3 miljoen sociale huurwoningen hebben woningcorporaties ruim dertig procent van de Nederlandse woningvoorraad in bezit en beheer en zijn corporaties gezamenlijk verantwoordelijke voor een enorme jaarlijkse in- en uitstroom van bouwmaterialen.

In 2014 was tachtig procent van de CO2-uitstoot nog te herleiden naar het gebouwgebonden energieverbruik en twintig procent aan de delving, productie en transport van bouwmaterialen (ingebedde CO2-uitstoot). Met de voorgenomen investeringen van de sector zal deze verhouding de komende jaren verder verschuiven en de impact van de ingebedde CO2-uitstoot van de materialen die wij gebruiken enorm toenemen.

Lees ook: Verduurzaming bij corporaties zet gestaag door

Primeur – zware, geschakelde, elektrische trilplaat

0
Primeur – zware, geschakelde, elektrische trilplaat

Infra-Equipment heeft als eerste leverancier ter wereld emissie vrije zware geschakelde elektrische trilplaten van Swepac.

De trilplaat beschikt over een krachtige 48V Lithium-Ion batterij waar je twee uur mee kunt werken

Afgelopen jaren is er hard gewerkt aan de ontwikkeling van de eerste twee modellen. De Swepac FB200B en de FB300B. Beide vooruit en achteruitlopend hebben een slagkracht van drie en vier ton.

De Zweedse fabrikant Swepac lanceerde in 2019 de eerste, in eigen ontwikkeling, vooruitlopende elektrische trilplaten. In samenwerking met Honda zijn er sinds begin 2021 twee modellen vooruitlopende trilplaten beschikbaar in Nederland. Vanaf februari dit jaar is de eerste drie en vier ton trilplaat verkrijgbaar. Later dit jaar worden de vijf en zes 6 ton trilplaten verwacht.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuwe modellen

De fabrikant heeft er bewust voor gekozen om volledig nieuwe modellen te ontwikkelen en niet bestaande modellen om te bouwen. Het ombouwen van bestaand materieel brengt altijd beperkingen met zich mee die invloed hebben op de prestaties van de machine.

De FB200B en de FB300B beschikken over een krachtige 48V Lithium-Ion batterij waarmee je twee uur kunt werken. Met de meegeleverde snellader kan de machine tussen de werkzaamheden door worden bijgeladen, waardoor de machine de hele werkdag is te gebruiken.

Meer informatie: www.swepac.nl

Corona onderzoek naar luchtzuivering in scholen

0
Corona-onderzoek naar luchtzuivering in scholen in Nederland

Honderd scholen doen mee aan het Corona onderzoek luchtzuivering van de TU Eindhoven.

“In vijf klaslokalen per school luchtzuiveringsapparatuur plaatsen”

Kunnen luchtreinigers in klaslokalen coronabesmettingen indammen? Die vraag gaan Bert Blocken, hoogleraar bouwfysica aan de TU Eindhoven, viroloog Marc Van Ranst van de KU Leuven en Leen Peeters van adviesbureau Th!nk-E beantwoorden via een grootschalig onderzoek in honderd scholen, verdeeld over Nederland en België.

Met hulp van meer dan tien fabrikanten gaan de wetenschappers luchtzuiveringsapparaten in ongeveer vijfhonderd klaslokalen plaatsen en de coronabesmettingen onder de leerlingen bijhouden. In Nederland is vrijdag de eerste installatie geplaatst.

Aerosolen

Met dit onderzoek willen Blocken, Van Ranst en Peeters duidelijk maken in welke mate kleine speekseldruppeltjes, zogenaamde aerosolen, uit de lucht te zuiveren zijn en of er een relatie bestaat tussen luchtreiniging en de verspreiding van het coronavirus op scholen.

Voor zover bekend is niet eerder een vergelijkbaar onderzoek van deze omvang op scholen uitgevoerd. Blocken: “Zo kunnen we schoolsluitingen in de toekomst mogelijk voorkomen.”

Luchtzuiveringsapparatuur

Het idee is om in vijf klaslokalen per school luchtzuiveringsapparatuur te plaatsen. Het is de bedoeling dat de schoolleiding tot aan de zomer in deze vijf ruimtes – maar ook in vijf klassen zonder aircleaners – het aantal coronabesmettingen bijhoudt.

Tegelijkertijd meten de onderzoekers met speciale meetapparatuur of de hoeveelheid virusdeeltjes in de lucht vermindert. Deze meetapparatuur bestaat uit sensoren die onder meer de concentratie CO2, de hoeveelheid aerosolen, de temperatuur, de luchtvochtigheid, het geluid en de viruslading in de lucht meten. Voor de kinderen zelf verandert er niets, zij krijgen op dezelfde manier les.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Deelname

Basisscholen kunnen kosteloos deelnemen aan het project, en de animo is groot. In België is aanmelden niet meer mogelijk. Daar worden momenteel volop luchtreinigers geïnstalleerd. Ook Nederland zit bijna aan de limiet wat betreft het aantal deelnemende onderwijsinstellingen. Vrijdag is in ons land de eerste installatie geplaatst, in Kindcentrum De Kiezel in Best.

Eerdere conclusies

Dit project is een vervolg op eerder onderzoek van Blocken en zijn onderzoeksteam aan de TU Eindhoven naar de verspreiding van aerosolen in onder meer binnensportaccommodaties en stadions. Eén van hun conclusies: een combinatie van ventilatie en luchtreiniging is een goede voorzorgsmaatregel – met ventilatie alleen voer je aerosolen onvoldoende af.

Blocken: “Tenzij er genoeg ventilatiecapaciteit is, maar dat betekent dat grote hoeveelheden koude buitenlucht steeds opnieuw opgewarmd moeten worden. Dat is met de huidige energieprijzen en in het kader van de klimaatverandering onverantwoord.”

In landen als Duitsland, Zuid-Korea en Australië worden aircleaners al volop ingezet. Dus wil Blocken onderzoeken of luchtreiniging de remedie tegen Nederlandse en Belgische lockdowns kan zijn. “In 2020 liepen we op dit thema even voorop, daarna is het weggezakt en zijn we ingehaald door andere landen.”

Corona onderzoek naar luchtzuivering in scholen.

Week van de Circulaire Economie 2022

0
Afspraak circulair bouwen

De Week van de Circulaire Economie is de jaarlijkse campagneweek voor de circulaire economie. Van maandag 7 tot en met zaterdag 12 februari 2022 zetten ondernemers, universiteiten, hogescholen, overheden en allerlei andere organisaties hun deuren open om andere professionals mee te nemen in de circulaire economie.

Week van de Circulaire Economie wordt afgetrapt Nationale Conferentie Circulaire Economie.

Op het programma staat onder meer:
– Circulaire Woningbouw: noodzaak en kans – 11.00 – 12.00 uur op het Nationale CE Congres.
– Masterclass circulariteit in de infrastructuur en openbare ruimte – 12.00 – 13.30 uur. Online sessie van Infra Futurelabs Overijssel.
– Fiscale Vergroening: versneller voor circulaire bouwen? 14.00 – 15.00 uur op het Nationale CE Congres. Met Transitieteamlid Cecile van Oppen (Copper8).

Dinsdag 8 februari
Financiële ondersteuning bij circulair ondernemen – 10.30 – 12.00 uur. Online sessie van RVO.

Community Of Practice Cirkelstad Apeldoorn – 14.00 – 16.00 uur. Online sessie van Cirkelstad Apeldoorn over twee thema’s: circulair materialendepot en ‘Inkoop als katalysator voor meer circulariteit.

Woensdag 9 februari
Infra As a Service op weg naar een circulaire GWW: ervaringen uit de praktijk – 10.00 – 11.00 uur.

Circulaire infra in internationaal perspectief: in gesprek over ontwikkelingen, kansen en ambities – 13.00 – 14.00 uur. Online sessie tijdens Week van de Circulaire Economie & Klimaat 2022.

About Stuff, Space, Structure & Site – 15.00 – 17.00 uur. Volgens het model van Stewart Brand nemen we alle ontwerpers (van Stuff tot Site) mee in de zin en onzin van ontwerpen met de juiste materialen. Online sessie van The New Block.

Donderdag 10 februari
Restwaarde en losmaakbaarheid: casestudy Tijdelijke Rechtbank – 14.00 – 14.45 uur. Online sessie van DGBC.

Duurzame infra: alleen samen! – 13.30 – 16.45 uur – In acht workshops worden de ervaringen van diverse provincies, gemeenten, waterschappen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat en ProRail over het verduurzamen van de infra bijeengebracht over het verduurzamen van de infra bijeengebracht. Online sessie tijdens Week van de Circulaire Economie & Klimaat 2022

Vrijdag 11 februari
Circulariteit in de praktijk – 9.00 – 12.00 uur. Online sessie van 2BHonest.

Andere verslaggeving nodig voor circulaire economie

0
Andere verslaggeving nodig voor circulaire economie

De weg naar een volledige circulaire economie is gebaat bij financiële verslaggeving die hierop is toegespitst. Dit blijkt uit een rapport over het belang van ‘circulaire accounting’ van ABN AMRO.

De huidige manier van verslaggeving werkt circulaire bedrijven tegen

Wanneer bedrijven meer inzicht hebben in het verband tussen circulariteit en financiële resultaten, zijn bestuurders eerder bereid om stappen te zetten die circulariteit bevorderen. Circulaire bedrijven hebben in werkelijkheid immers lagere risico’s, wat tevens gevolg heeft voor de toegang tot financiering. Dit blijkt uit het rapport over ‘circulaire accounting’.

Lagere risico’s

De huidige manier van verslaggeven is te beperkt en helpt circulaire bedrijven niet verder, en soms zelfs tegen. De werkelijke risico’s van deze bedrijven zijn namelijk meestal lager dan wat uit de jaarcijfers blijkt.

Zo moeten volgens de huidige verslaggevingspraktijk activa tot nul worden afgeschreven, terwijl een kernbeginsel van de circulaire economie is dat grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw worden gebruikt.

Financiers van deze bedrijven worden hierdoor op het verkeerde been gezet. Andersom geldt dat de risico’s van bedrijven die geen circulaire stappen zetten in werkelijkheid hoger zijn wanneer de negatieve maatschappelijke gevolgen van hun handelen worden meegerekend.

Experimenten

De afgelopen twee jaar heeft ABN AMRO samen met onder meer Circle Economie meegewerkt aan vier experimenten rondom de circulaire economie en de lessen daaruit in diverse whitepapers vastgelegd. De kern van het onderzoek is steeds de financiële verslaggeving.

De whitepapers behandelen het circulaire businessmodel Product-as-a-Service, het verwaarden van reststromen en circulaire impact-meting. In dit rapport worden belangrijkste conclusies weergegeven en lessen getrokken die leiden naar een meer zuivere wijze van financiële verslaglegging.

Het belang van circulaire accounting is groot. Het zet niet alleen de transitie naar een meer circulaire wereld in gang, maar is zelfs noodzakelijk voor het versnellen en daarmee succesvol behalen van de doelen in het Europese Actieplan voor de Circulaire Economie.

Waarde, impact en risico

Om te komen tot financiële verslaggeving die op circulariteit is gebaseerd, moet drie complexe zaken worden aangepast: waarde, impact en risico. In het geval van waarde wordt bij het weergeven van activa op de balans nu geen rekening gehouden met restwaarden, waardoor er weinig stimulans is om producten te ontwikkelen die langer meegaan en die uiteindelijk hergebruikt kunnen worden.

Diverse bedrijfsmodellen die deze waardeontwikkeling stimuleren, zoals het model Product-as-a-Service, zijn hierdoor moeilijker te financieren.
Impact heeft betrekking op de maatschappelijke en economische schade die bedrijven kunnen veroorzaken. Wanneer deze aspecten worden gekwantificeerd en een plek krijgen op de balans en in de winst- en verliesrekening, leidt dat tot meer bewustwording ten gunste van een meer duurzame wereld.

Dit alles leidt tot slot tot een beter inzicht in de werkelijke risico’s die bedrijven lopen. Wanneer met circulaire accounting de werkelijke waarden en negatieve maatschappelijke gevolgen in beeld worden gebracht, kunnen financiers tot een betere afweging komen. Dit heeft uiteindelijk tot gevolg dat kapitaal verschuift van niet-circulaire en dus vaak meer risicovolle bedrijven naar meer circulaire, duurzame bedrijven.

Naast nieuwe verslaggeving en een andere benadering door financiers, is een complete systeemverandering noodzakelijk. Dit is een zeer complexe uitdaging waarbij op zeer veel niveaus stakeholders actie moeten nemen.

Download Het rapport ‘Financiële verantwoording in de circulaire economie’

Maak Natuurinclusief Bouwen verplicht

0
Petitie - Maak Natuurinclusief Bouwen verplicht

Tot 2030 worden er in Nederland een miljoen huizen gebouwd, een kans die benut moet worden om het goede te doen voor onze toekomstige leefomgeving, de natuur en het klimaat. Dit jaar vindt een van de grootste wetswijzigingen plaats en er dreigt wetgeving te komen die op het gebied van natuurinclusiviteit lichtjaren achterloopt.

Uit de petitie Natuurinclusief Bouwen – ‘Alle platte daken dienen dubbel te worden gebruikt, voor zonnepanelen en/of vegetatie’

Ondanks een herhaaldelijke oproep uit de brede sector bevat deze wet wederom geen concrete maatregelen voor natuurinclusief bouwen. De opstellers en ondertekenaars van deze petitie roepenMinister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening nu op: “Maak ‘Natuurinclusief Bouwen’ verplicht voor een gezonde leefomgeving voor mens en natuur”.

Dat moet anders, aldus een brede coalitie van partijen: NL Greenlabel, Ballast Nedam Development, Abbings Buitenhof, Alba Concepts, Barcode Architects, BrightVibes, Decade of Action, Decowood, Dutch Green Building Council (DGBC), Gideon Building Transition Tribes, Heijmans Vastgoed, Herman Wijffels, idverde, Kleissen Bouwmanagement & Advies, Kwartiermakers in de Bouw, JOGG, Neprom, Merosch, MeerBomenNu, Rooftop Revolution, The Pollinators, Urgenda, Vogelbescherming Nederland, Voskampgroep, VU University en WUR (Program Green Cities).

Petitie

Door natuurinclusief bouwen zijn we beter bestand tegen de effecten van klimaatverandering én dragen we direct bij aan de biodiversiteit. Dat is niet alleen goed voor de natuur, maar vooral ook voor onze eigen gezondheid en welzijn. Onze gebouwde en ontworpen leefomgeving zal gaan fungeren als (stads-)ecoduct waardoor natuurgebieden op duurzame wijze met elkaar verbonden worden.

Norm

Aan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening wordt met de petitie gevraagd om ‘Natuurinclusief Bouwen‘ tot norm te verheffen binnen ‘De Nieuwe Omgevingswet’. De volgende concrete maatregelen voor alle nieuw te bouwen woningen en gebouwen zouden daarin opgenomen moeten worden:
1. Natuur in de woning: in elke woning moeten nestelgelegenheden worden gerealiseerd voor gebouwafhankelijke soorten waaronder de huismus, gierzwaluw en vleermuizen.
2. Natuur op de woning: Alle platte daken dienen dubbel te worden gebruikt, in ieder geval voor zonnepanelen en/of vegetatie.
3. Natuur in de buurt: Elke woning dient uitzicht te hebben op natuurlijk groen, de openbare ruimte dient voor minimaal dertig procent uit groen te bestaan en er moet op wandelafstand toegang zijn tot openbaar groen.

Meer informatie: Petitie Natuurinclusief Bouwen