Home Blog Pagina 154

Wet- en regelgeving geothermie verbeteren

0
Aantal geothermieprojecten kansrijk, wel wet- en regelgeving verbeteren

Er staan nu 28 geothermieprojecten in Nederland op de teller, maar dat wordt de komende jaren flink meer. Het aantal projecten zal naar verwachting groeien tot bijna honderd projecten. Dit blijkt uit een inventarisatie van Geothermie Nederland onder haar leden.

Ongeveer 25 procent van de Nederlandse warmtevraag kan in de toekomst ingevuld worden door geothermieprojecten

Er zitten zo’n zeventig geothermieprojecten in de pijplijn blijkt uit een inventarisatie van Geothermie Nederland. Deze projecten gaan zorgen voor duurzame warmte voor de gebouwde omgeving én kassen en zijn daarmee een grote, noodzakelijke leverancier voor de warmtetransitie.

De sector staat in de startblokken voor deze sterke groei. Om deze groei te realiseren is echter ook actie van de politiek en overheid nodig. De sector vraagt hier aandacht voor richting de behandeling van de Mijnbouwwet in de Tweede kamer.

Realisatietermijn SDE

Voor 2022 staan er 22 projecten klaar die al een SDE subsidie-beschikking hebben maar die door vertraagde vergunningverlening of door complexiteit van de warmtevraag in de gebouwde omgeving niet binnen de gestelde termijn van de SDE gerealiseerd kunnen worden.

Voor deze én toekomstige projecten is het nodig om de realisatietermijn van vier jaar op te rekken naar zes jaar. Daarmee kan heel snel veel duurzame warmte beschikbaar komen.

Lees ook: Drinkwater beter beschermen bij boren naar aardwarmte

Mijnbouwwet

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Geothermie Nederland voeren al een aantal jaren overleg om de nieuwe onderdelen van de Mijnbouwwet die van toepassing zijn op geothermie goed te laten aansluiten op de -toekomstige- praktijk van de sector.

Geothermie Nederland vraagt in dit stadium speciale aandacht voor een aantal noodzakelijke wijzigingen die voorkomen dat de nieuwe wet onnodige problemen veroorzaakt. Cruciaal daarbij is aandacht voor een betere overgangsregeling, maar ook andere zaken zoals heldere kaders, duidelijkheid bij zoekgebied startvergunning, zoekgebied warmteafzet, regeling rond concurrerende aanvragen en criteria vervolgvergunning t.o.v startvergunning moeten beter.

Vergunningverlening

Het is essentieel dat vergunningverlening veel sneller en binnen de wettelijke termijnen wordt gerealiseerd en dat de inhoud van vergunningen voorspelbaar is door heldere kaders. Alleen dan kunnen financiering, SDE-subsidie en projectplanning goed op elkaar worden afgestemd.

De huidige, hele lange doorlooptijden van vergunningverlening zijn funest voor de sector. De projecten verliezen hun subsidies, het vertrouwen van financiers komt onder druk en specialistische toeleveranciers verdwijnen naar het buitenland. Dit vraagt een gezamenlijke inspanning van geothermiebedrijven en overheid.

Geothermiebedrijven gaan hun aanvragen nog verder verbeteren en het Ministerie van EZK kan het proces vereenvoudigen en meer capaciteit vrijmaken om de termijnen te halen.

Warmtevraag

Ongeveer 25 procent van de hele Nederlandse warmtevraag kan in de toekomst duurzaam ingevuld worden door geothermie, in de glastuinbouw zelfs voor meer dan 50 procent.

De geothermiesector in Nederland is relatief jong. Steeds meer grote marktspelers sluiten zich aan. Er is veel geleerd de afgelopen jaren: betere samenwerking met de overheden, betere putten en betere integratie met de warmteafname.

Download het Sectordocument van Geothermie Nederland

Nieuwe, groene geluidsschermen bij Amstelwijck in Dordrecht

0
Nieuwe, groene geluidsschermen bij de A16 en N3 in Dordrecht

Na twee maanden van voorbereidingen heeft bouwbedrijf Heijmans recentelijk de eerste paal aangebracht voor de nieuwe geluidschermen bij Amstelwijck aan de A16 en de N3.

Het ontwerp voor het geluidsscherm bij de Amstelwijck is samen met een ecoloog en geluidsexpert tot stand gekomen

Bijzondere geluidschermen, want ze zorgen er niet alleen voor dat de bewoners van nieuwe woonwijk Amstelwijck, Dordtse Hout en Wielwijk in alle rust in de tuin kunnen zitten, de schermen dragen ook bij aan vergroening van de stad.

Het scherm is zo ontworpen dat het past bij de groene inrichting van de nieuwe woonwijk Amstelwijck. De geluidsschermen zijn ontworpen door JAM* Architecten.

Wethouder Maarten Burggraaf: “Amstelwijck wordt een groene woonwijk. Nieuwbouw met behoud van de vele volwassen bomen en ander mooi groen in het gebied. En het wordt een prettig rustige wijk waar je vogels kan horen fluiten, dankzij de nieuwe geluidsschermen. Dankzij een vernieuwend ontwerp dat samen met een ecoloog en geluidsexpert tot stand is gekomen, zullen ook de geluidsschermen nieuwe groenkwaliteit toevoegen aan de stad.”

Lees ook: Warmte uit asfalt gaat huizen in Veenendaal verwarmen

Amstelwijck

Veertig procent van de totale oppervlakte van Amstelwijck bestaat straks uit groen en water. Dat geeft niet alleen veel ruimte om te sporten, spelen en recreëren, maar zorgt ook dat de wijk klimaatadaptief is – bestand tegen weersextremen als gevolg van klimaatverandering.

Een ‘gewoon’ geluidscherm past niet in zo’n groene omgeving. Daarom is gekozen voor een ontwerp met begroeiing door planten aan beide zijden. Zo gaan de schermen op in de omgeving. Ze dragen bij aan de waterhuishouding en bieden een onderkomen aan dieren, zoals insecten, maar ook vleermuizen. Over de volledige lengte van de geluidschermen – 2,5 kilometer – komen vleermuiskasten te hangen.

Aanplant

De planten van het scherm doen het goed als ze in de juiste grond staan en voldoende licht en water krijgen. Hier is bij het ontwerp van de schermen goed over nagedacht.

Bij het plaatsen van de planten wordt de grond gebruikt uit de directie omgeving. Hierdoor raken de voedingsstoffen niet uit balans en groeit de nieuwe aanplant sneller uit tot stevige planten. Daarnaast wordt regenwater opgevangen en via de binnenkant van de schermen stroomt het naar de wortels van de planten.

Bij droog weer slaat het irrigatiesysteem aan. Dit is een druppelsysteem dat in de schermen wordt gemaakt. Hierdoor krijgen de planten het hele jaar door voldoende water.

De planning is dat de geluidsschermen in de zomer van 2022 af zijn.

Meer informatie over Amstelwijck

Hoge productiegroei bouwsector in komende twee jaar

0

In 2022 en 2023 wordt een sterke productiegroei verwacht. Op middellange termijn is sprake van een groei van twee procent per jaar. Dit concludeert het EIB in de studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2022’.

De totale bouwproductie groeit naar verwachting dit jaar met vijf procent

De bouwproductie steeg het afgelopen jaar met twee procent. De productie nam reëel met € 11 miljard toe naar een niveau van € 82 miljard en de werkgelegenheid nam met zevenduizend arbeidsjaren toe. De vooruitzichten voor de korte termijn wijzen op een zeer dynamisch productiebeeld.

Oude niveau

Na een lichte krimp in 2020 nam de bouwproductie in het afgelopen jaar met twee procent toe. Bezien over de gehele periode van de pandemie is sprake van een stabilisatie van de productie op een hoog niveau. Wel was op onderdelen sprake van grote veranderingen. Na een forse daling van de nieuwbouwproductie van zowel woningen als van utiliteitsgebouwen in 2020, keerden deze afgelopen jaar weer terug op het oude niveau van 2019.

De terugval in 2020 had weinig te maken met corona, maar werd voornamelijk veroorzaakt door een terugval in de vergunningverlening in 2019 vanwege stikstof. De renovatie liet in beide sectoren een tegengesteld beeld zien. De coronapandemie zorgde hier juist in 2020 voor extra groei, waarna in 2021 de productie terugviel. De productie in de grond-, water- en wegenbouw is na een bescheiden groei in 2020 weer gedaald in het afgelopen jaar.

(Lees verder onder de afbeelding).

Verwachte groei

De totale bouwproductie groeit naar verwachting dit jaar met vijf procent en volgend jaar met vier procent. Daarmee stijgt het totale productievolume in twee jaar tijd van € 82 miljard naar € 89 miljard.

De hoogste groeicijfers worden gerealiseerd bij de woningnieuwbouw. De productie van nieuwbouwwoningen neemt dit jaar met tien procent en in 2023 met zeven procent toe. De sterke vraag naar woningen en de forse prijsstijgingen bieden hiervoor gunstige condities. De extra financiële middelen vanuit het coalitieakkoord zorgen ook voor meer nieuwbouw, maar de betekenis ervan is beperkt.

De middelen worden vooral ingezet om de consequenties op te vangen van de regulering met veel complexe binnenstedelijke projecten met veel hoogbouw en zware infrastructuur. De utiliteitsnieuwbouw kan dit jaar met ongeveer 41 procent toenemen, waarna de productie in 2023 op dit niveau zal stabiliseren.

GWW

Met groeicijfers van respectievelijk drie en vier procent wint de gww na lange tijd weer aan dynamiek. De groei zit vooral bij de productie voor decentrale overheden en bij de energiebedrijven vanwege de energietransitie. Ook het onderhoud kan bij toenemende budgetten in deze jaren stevig groeien.

Met groeicijfers van drie procent per jaar bij zowel de investeringen als het onderhoud realiseert de gww-sector op middellange termijn de hoogste groei. Omvangrijke maatschappelijke opgaven op het gebied van bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energietransitie en vervanging van infrastructuur in combinatie met extra budgetten bieden hier het perspectief.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Woningbouw en utiliteitsbouw

Bij de woningbouw en de utiliteitsbouw wordt onder invloed van de verdere verduurzaming van de gebouwenvoorraad de meeste productiegroei gerealiseerd bij de herstel en verbouw.

Bij de nieuwbouw valt de productiegroei duidelijk terug. Bij woningen groeit de nieuwbouw met elf procent per jaar, terwijl die bij utiliteitsgebouwen stabiliseert. Het aantal opgeleverde woningen loopt geleidelijk op naar 82.000, waarmee er ruimte is om het woningtekort in te lopen. De onderhoudsproductie bij woningen en utiliteitsgebouwen volgt de structurele ontwikkeling.

Lees ook: Rapportage toont meerwaarde van bouwen met hout

Productie nieuwbouwwoningen iets afgenomen in 2021

0
Productie nieuwbouwwoningen iets afgenomen in 2021

In 2021 werden bijna 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Dat zijn er minder dan in 2019 en 2020, maar meer dan in de jaren 2012-2018. Daarmee groeide de woningvoorraad met 0,9 procent tot ruim acht miljoen woningen. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen.

Productie nieuwbouwwoningen – In Amsterdam staan nu bijna 457.000 woningen, 5,7 procent van de Nederlandse woningvoorraad

Tussen 2000 en 2009 groeide de woningvoorraad door nieuwbouw jaarlijks doorgaans met ruim 1 procent, gemiddeld zo’n 76.000 woningen per jaar. Op het dieptepunt in 2014 was dat percentage gedaald tot 0,6 (45.000 nieuwbouwwoningen). In de vijf jaren daarna groeide het aantal nieuwbouwwoningen tot ruim 70.000 in 2019.

Minder woningen

In 2020 en 2021 lag de productie van het aantal nieuwbouwwoningen iets lager. Dit is in lijn met het iets lagere aantal vergunde nieuwbouwwoningen na 2018. Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is een indicator voor het aantal woningen dat in de nabije toekomst gebouwd zal worden. De gemiddelde doorlooptijd vanaf de vergunningverlening is circa twee jaar.

Acht miljoen woningen

Nederland telde op 1 januari 2022 ruim 8,0 miljoen woningen. Dat zijn er ruim 77.000 meer dan een jaar eerder. In juni 2021 werd de acht miljoenste woning aan de voorraad toegevoegd.

Door nieuwbouw groeide de woningvoorraad vorig jaar met bijna 69.000 woningen. Behalve door nieuwbouw verandert de woningvoorraad ook door sloop, splitsingen of samenvoegingen van woningen en door transformatie van bestaande gebouwen.

Dit laatste gebeurt bijvoorbeeld als een kantoorpand wordt omgebouwd tot een appartementencomplex. In 2020 werden door transformatie van gebouwen tienduizend woningen toegevoegd aan de woningvoorraad.

Lees ook: Welk energiecontract past bij je nieuwbouwwoning

Veel nieuwbouw in Flevoland

In absolute aantallen werden in Zuid-Holland de meeste woningen gebouwd, ruim dertienduizend. Noord-Holland volgt met bijna dertienduizend woningen. De woningvoorraad groeide door nieuwbouw relatief het sterkst in Flevoland, namelijk met 1,7 procent. Ook in Utrecht, Noord-Brabant en Noord-Holland lag de groei boven het landelijk gemiddelde van 0,9 procent.

In Fryslân en Zeeland werden naar verhouding veel minder nieuwbouwwoningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Eerder deze maand werd ook al bekend dat van de twaalf provincies de bevolking in 2021 het sterkst groeide in Flevoland, gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Nieuwbouwwoningen in Amsterdam

In Amsterdam werden de meeste nieuwbouwwoningen toegevoegd, 4.675, een toename van de woningvoorraad met 1,0 procent. In Amsterdam staan nu bijna 457.000 woningen, 5,7 procent van de Nederlandse woningvoorraad. Ook in de gemeenten Utrecht en Almere werden veel nieuwbouwwoningen aan de voorraad toegevoegd, respectievelijk 2 621 en 1 446.

In de gemeente Beemster groeide de woningvoorraad door nieuwbouw relatief het hardst, met 6,7 procent. In totaal werden daar 272 nieuwbouwwoningen opgeleverd. De gemeente Beemster kreeg er in 2021 ook verhoudingsgewijs de meeste inwoners bij, bijna zeshonderd.

* De cijfers over 2021 zijn voorlopig. In mei 2022 komen de definitieve cijfers beschikbaar. Het aantal nieuwbouwwoningen zal hierdoor bij de definitieve versie naar verwachting iets hoger uitkomen in verband met verwerking van nagekomen respons.

Bron: CBS

Circulair gevelsysteem

0
Circulair gevelsysteem van de toekomst, Ciskin | Circular Skin

Ciskin, afgeleid van Circular Skin is een nieuw circulair, gevelsysteem. Hiermee bedienen gevelbouwers Alkondor Hengelo, De Groot & Visser en gevelsysteemontwikkelaar en leverancier Wicona de steeds meer volwassen wordende circulaire bouwmarkt.

Met Ciskin kunnen gevels worden aangeschaft in combinatie met een serviceovereenkomst, maar je kunt ze ook ‘as a service’ huren

De duurzaamheids- en circulaire ambities in de vastgoedwereld worden steeds complexer. Twee jaar geleden ontstond daarom de behoefte om een nieuw gevelsysteem te ontwikkelen die beter aansluit bij de vraag uit de markt. Met het nieuw ontwikkelde systeem Ciskin is de gevelbouw klaar voor de toekomst.

Demontabel

Een Ciskin-gevel is altijd up to date, demontabel samengesteld, modulair ontworpen, herbruikbaar, honderd procent te recyclen én toegespitst op comfort voor de gebruiker.

Bij het ontwerpen van gebouwen met circulariteit in gedachten, is de keuze voor gerecycled aluminium eigenlijk vanzelfsprekend. Het is een van de weinige bouwmaterialen die zijn eigenschappen behoudt. Ook na recycling.

Service

Als eigenaar, ontwikkelaar, ontwerper of bouwer van vastgoed sta je voor een uitdaging wat betreft duurzaamheid, energie en circulariteit.

Met Ciskin kunnen gevels aangeschaft worden in combinatie met een serviceovereenkomst, maar het is ook mogelijk deze ‘as a service’ te huren van de Circular Facade Company die wordt opgericht.

Totaaloplossing

Voor de huidige gebouwvoorraad zal er veel geüpdatet moeten worden om aan veranderende energetische eisen te kunnen voldoen. Ook voor nieuwbouw en gronduitgifte worden de eisen frequent aangescherpt.

Daarnaast is voor gebouwgebruikers comfort een steeds belangrijkere parameter geworden bij de keuze van huisvesting. Door te kiezen voor de totaaloplossing Ciskin, kiest u voor een dynamische geveloplossing die met de tijd mee kan bewegen.

Ciskin Ambassadeurs

Het Ciskin-concept is en wordt samen met essentiële stakeholders doorlopend getoetst aan de eisen en wensen in de markt.

De Ciskin ambassadeurs zijn: de Architekten Cie, DOOR architecten, Cepezed, AM, BAM, Coare Realisatie, RE:BORN Real Estate en Cairn Real Estate.

Meer informatie Ciskin

Oplossingen voor extra veiligheid op de bouwplaats

0
Oplossingen voor extra veiligheid op de bouwplaats

Leica Geosystems introduceert modulaire oplossingen voor de veiligheid op de bouwplaats, de Leica iCON PA10 en PA80.

De oplossingen voor de bouwplaats helpen ongelukken te voorkomen bij potentieel gevaarlijke situaties met sensorgestuurde machines, objecten en beperkingszones

Bouwplaatsen kunnen heel gevaarlijk zijn: druk verkeer, groot materieel, slecht zicht en dode hoeken zijn factoren die de kans op ongevallen vergroten. “Onze zintuigen zijn cruciaal voor ons welbevinden”, zegt Brad Mullis, Product Manager voor Personal Alert Systems bij Leica Geosystems.

“Als we regen zien, horen of voelen stemmen we ons gedrag daarop af, bijvoorbeeld door waterdichte kleding aan te trekken of ons rijgedrag aan te passen. Maar hoe mooi zou het zijn als wij ons niet alleen bewust waren van onze omgeving, maar de omgeving zich ook van ons?

Top drie

De bouw staat wereldwijd steevast in de top drie van sectoren waar de meeste ernstige verwondingen en dodelijke slachtoffers voorkomen. Het beheersen van deze risico’s was voor Leica de belangrijkste drijfveer achter de ontwikkeling van het iCON-portfolio voor veiligheid op de bouwplaats en voor de samenwerking met Xwatch Safety Solutions.

“De verbeterde technologie van Leica Geosystems en van onze nieuwe partner helpt incidenten op bouwplaatsen te voorkomen. We willen oplossingen bieden die niet alleen de gebouwen, machines en infrastructuur beschermen, maar vooral ook de mensen op de bouwplaats”, besluit Mullis.

Nabijheidsdetectiesysteem

De Leica iCON PA10 is een nabijheidsdetectiesysteem dat bestaat uit tags die communiceren met machines en voertuigen op de bouwplaats. Medewerkers op de bouwplaats dragen die tags bij zich en het systeem biedt machinisten aan de hand van de data van de tags 360 graden zicht op de personen die zich in de buurt van hun voertuigen en machines bevinden. Het systeem bakent door middel van alerts meerdere zones af rond elk voertuig, met een bereik tot vijftig meter.

De technologie kan de positie van werknemers ten opzichte van de machines waarnemen en verschillende soorten alarmen uitsturen naar zowel machinisten als werklui in de vorm van zichtbare signalen, geluid of trillingen. De extra sensoren zijn eenvoudig ook te installeren op andere bewegende objecten en machines, maar kunnen ook ingezet worden om statische infrastructuur en beperkingszones te markeren. Op deze manier worden de menselijke, operationele en financiële risico’s door beperkt zicht en dode hoeken tot een minimum beperkt en kan veiligheid een integraal onderdeel zijn van succesvolle bouwprojecten.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Veiligheidsbewustzijn

Gebruikers van het MC1-machinebesturingsplatform kunnen de Leica iCON PA80-module gemakkelijk integreren in het bestaande systeem. De iCON PA80 waarschuwt de machinist op het scherm en verbetert daardoor de reactietijd en het zicht op de situatie, ongeacht of hij zich in een bulldozer, een graafmachine of ander zwaar materieel bevindt.

Met de MC1-cloudondersteuning kunnen incidenten worden geregistreerd en gedeeld om weergave, analyse of rapportage mogelijk te maken binnen de veiligheidsprocessen van de betrokken aannemer.

Xwatch

Ook dankzij de samenwerking met Xwatch verbetert Leica de veiligheid op de bouwplaats, doordat hoogteregeling, zwenkregeling en last moment beveiliging tot de mogelijkheden behoren bij het gebruik van de iCON PA80.

De Xwatch-veiligheidssystemen monitoren de hoogte en de zwenkbeweging van de machine en kunnen deze waar nodig beperken. Zo kan een machinist de actieradius van zijn machine exact definiëren om de veiligheid rond zijn werkgebied te vergroten. In potentieel gevaarlijke omstandigheden kan het systeem de machinist niet alleen een alert sturen, maar ook zelf de machinebewegingen vertragen of de machine uitschakelen als zich een medewerker met een veiligheidstag binnen de beperkingszone van die machine begeeft.

Meer informatie: Leica Geosystems

Ambitiebonus voor betaalbare, duurzame woningbouw

0
Ambitiebonus in Amsterdam voor meer betaalbare, duurzame woningbouw

Het stadsbestuur van Amsterdam start met twee tijdelijke financiële ambitiebonus regelingen om de bouw van betaalbare woningen een impuls te geven.

Ambitiebonus kan oplopen tot een bedrag van maximaal tien procent van de grondprijs voor de betaalbare woningen

Dit is het resultaat van gesprekken met IVBN en NEPROM die een grote rol spelen bij de nieuwbouw in Amsterdam. IVBN en NEPROM zijn de vertegenwoordigers van de institutionele beleggers en de ontwikkelaars.

Het gaat om een regeling om transformatie naar woningen te versnellen en een regeling om extra inspanningen op gebied van betaalbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit bij inschrijvingen op tenders te stimuleren.

Grondprijs

De gemeente heeft met IVBN en NEPROM in 2020 een intentieovereenkomst getekend. Dit om gezamenlijk te zorgen voor meer betaalbare woningen. Hierin staan afspraken om de bouwproductie te stimuleren en huurprijsstijgingen te beperken. Ook spraken de partijen af om verder te spreken over knelpunten en de manier van bepalen van de grondprijs. Het college stelt nu twee tijdelijke regelingen in. Hiermee zetten de partijen de samenwerking voort. De regelingen worden begin volgend jaar geëvalueerd.

Wethouder Jakob Wedemeijer (Bouwen en Wonen): “Met deze regelingen willen we ervoor zorgen dat, ondanks de enorm hoge bouwkosten en het tekort aan personeel, de hoge bouwcijfers van de afgelopen acht jaar langer worden doorgezet. Met deze tijdelijke financiële regeling stimuleren we de bouw van extra sociale huurwoningen en middeldure huur en middeldure koopwoningen: woningen waar de Amsterdammers grote behoefte aan hebben.”

Eerste stap

Desirée Uitzetter (voorzitter NEPROM): “De afgelopen twee jaar hebben we intensief overleg gevoerd met Amsterdam over grondprijzen, tendervoorwaarden en hoe om te gaan met de waarde van te slopen gebouwen bij transformatie naar woningen. Dit alles met als gemeenschappelijk doel om meer en sneller middeldure huur- en koopwoningen te bouwen.”

Hoewel het overleg open en constructief plaatsvond, zijn de partijen het op lang niet alle punten eens geworden. Uitzetter: “Maar we zijn blij met deze twee regelingen en de andere afspraken. Hiermee is een eerste belangrijke stap gezet. We zien daarin een aanmoediging om onze overleggen voort te zetten, want we delen dezelfde ambities. Snel meer betaalbare en duurzame nieuwbouwwoningen in Amsterdam.”

Transformatie

Een steeds groter deel van de nieuwbouw in de stad moet komen uit transformatieprojecten, omdat er steeds minder lege bouwgrond is. In sommige gevallen is het bij transformatie lastig om het project rond te krijgen, bijvoorbeeld vanwege de hoge bouwkosten of de waarde van het bestaande pand.

Om te voorkomen dat projecten hierdoor vertraging oplopen of helemaal niet doorgaan, geldt vanaf 1 februari 2022 voor nieuwe afspraken in transformatieprojecten een tegemoetkoming van tien procent op de grondprijs voor alle betaalbare woningen die worden gebouwd. Het gaat om projecten met minimaal vijf betaalbare woningen en de regeling geldt voor een jaar.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Ambitiebonus

De gemeente heeft naast voorwaarden die standaard in tenders worden meegenomen ook verschillende ambities op het gebied van duurzaamheid, betaalbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Als marktpartijen deze ambities ook meenemen in hun projecten, maken ze meer kans de tender te winnen. Maar door de hoge bouwkosten van dit moment, is het niet altijd financieel haalbaar om de extra ambities mee te nemen in de plannen.

De gemeente hecht veel waarde aan duurzaamheidsambities, zoals groene daken, circulaire bouw of energieneutrale woningen en betaalbaarheidsambities, zoals grote middeldure huurwoningen. Daarom wordt het komende jaar geëxperimenteerd bij drie tenders, waarbij de kosten van de extra ambities die in de plannen worden meegenomen worden verrekend. Dat kan oplopen tot een bedrag van maximaal tien procent van de grondprijs voor de betaalbare woningen. Welke ambities precies meetellen wordt de komende tijd uitgewerkt.

Wim Wensing (bestuurslid portefeuille Woningen IVBN): “Vanuit IVBN wordt met interesse uitgekeken naar deze proef om met twee tijdelijke financiële regelingen de bouw van betaalbare woningen een impuls te geven. Want, als de ambitiebonus inderdaad -zoals we hopen- de mogelijkheid biedt om betere kwaliteit te leveren door een lagere grondprijs, dan kan het instrument bijdragen aan het gezamenlijk streven naar meer middenhuur.”

Wensing: “Met de uitgedachte transformatie-impuls reageert Amsterdam positief op de kritiek vanuit IVBN/NEPROM dat de inbrengwaarde van te transformeren vastgoed onvoldoende wordt meegenomen in de berekening van de grondprijzen/erfpachtwijziging, waardoor transformaties lastiger zijn door te voeren. De bij de nieuwbouw in Amsterdam betrokken IVBN-leden spannen zich maximaal in om de nieuwbouw van middenhuur te realiseren, al blijft het een hele lastige opgave.”

Lees ook: 800 woningen Marineterrein Amsterdam

Recordjaar voor de Nederlandse bedrijfsruimtemarkt

0
Recordjaar voor de Nederlandse bedrijfsruimtemarkt

De Nederlandse bedrijfsruimtemarkt bewees het afgelopen jaar wederom haar aantrekkingskracht. Met meer dan 5,4 miljard euro belegd gaat 2021 de boeken in als een nieuw recordjaar voor de sector.

Gemeenten zijn terughoudend met het uitgeven van grond voor grote logistieke centra

JLL verwacht dat deze trend het komende jaar doorzet. Zo zal de vraag naar de verschillende vormen van stadslogistiek sterk groeien. De grootschalige logistieke sector zal echter uitdagingen ondervinden vanuit ruimtetekort en restrictief beleid.

Logistieke centra

De afgelopen jaren deed deze sector het erg goed en COVID-19 versnelde lopende trends. Door het sluiten van de winkels nam het belang van logistieke centra, zowel grootschalig als kleinere aan de stadsranden (light industrial en last mile), toe.

Dit was duidelijk merkbaar in het beleggingsvolume. In 2021 steeg het beleggingsvolume met 39 procent naar een nieuwe record van 5,49 miljard euro. Die trend zet zich in 2022 door. De uitdaging daarbij is ervoor te zorgen dat het aanbod de vraag bij kan benen. Zowel kwalitatief als kwantitatief.
Tabel

Beleggingsvolume

Thijs van den Meulengraaf, Head of Capital Markets Industrial & Logistics bij JLL: “Nederland is altijd één van de koplopers op het gebied van traditioneel logistiek vastgoed geweest, maar we zien nu dat investeerders hun aandacht verschuiven naar ander type bedrijfsmatig vastgoed of de focus verleggen naar andere landen. Dit is het gevolg van de, in internationaal perspectief, zeer lage aanvangsrendementen voor logistiek vastgoed.”

Overheidsbeleid

Deze trend is deels het gevolg van restrictief overheidsbeleid. Gemeenten zijn terughoudend met het uitgeven van grond voor grote logistieke centra. Naar verwachting zal het nieuwe kabinet hier geen verandering in brengen.

In het akkoord spreekt de coalitie van “het voorkomen van verrommeling en verdozing van onze leefomgeving”. Ook de oplopende bouwkosten gaan ervoor zorgen dat de prijs logistiek vastgoed verder gaat stijgen. Hoewel de coalitie inzet op “voldoende bouwpersoneel” wordt op korte termijn geen grote verandering verwacht, des te meer omdat er op dit vlak concurrentie is met de grote woningbouwopgave.

Crossdocks

Deze ontwikkelingen zullen de interesse in ander bedrijfsmatig vastgoed, zoals bijvoorbeeld crossdocks, last mile en light industrial, verder opstuwen met als risico dat ook deze markten overspannen raken. JLL ziet een opdracht voor overheden en marktpartijen om samen het logistieke aanbod te vergroten. Een modern distributiecentrum kan met creativiteit en de juiste afstemming goed in het landschap passen. Ook voor het andere bedrijfsmatige vastgoed zoals stadslogistiek is creativiteit nodig. In de steeds schaarsere stedelijke ruimte kan een meerlaagse hal bijvoorbeeld uitkomst bieden.

Stadslogistiek

De logistieke sector is al ver op het gebied van duurzaamheid. Zo zijn zonnepanelen op het dak inmiddels de standaard en staat ESG hoog op de agenda’s van gebruikers en eigenaren. Maar er zijn meer mogelijkheden. De coalitie zet in op meer “duurzame stadslogistiek”, waarin light industrial en last mile volgens JLL een grote rol moet spelen. Voldoende centra in of rond de stad is namelijk essentieel voor het schoon vervoeren van goederen.

Duurzaamheid

Kjell van den Heuvel, Head of Valuation Advisory bij JLL: “Duurzaamheid wordt steeds meer een license to operate, dit gaat het komende jaar absoluut een nog grotere rol spelen. Zeker de grote professionele beleggers op de vastgoedmarkt zijn hier, mede gedreven vanuit hun investeerders, heel druk mee bezig. Dit zijn veelal de partijen die de scherpste rendementen betalen. Als je de beste prijs voor je vastgoed wil, moet je dus aan de hoogste duurzaamheidseisen voldoen.”

Tegenover de kansen die verduurzaming biedt, staan uitdagingen door de coronacrisis, de beperkte beschikbaarheid van bouwlocaties, oplopende personeels- en materiaaltekorten in de bouw en toenemende overheidsregulering.

Duurzamer beton voor alle projecten Rijkswaterstaat

0
Alle projecten Rijkswaterstaat uitgevoerd met duurzamer beton

Rijkwaterstaat zet een belangrijke stap op weg naar een klimaatneutrale en circulaire infrastructuur, door nieuwe, duurzame, eisen voor duurzamer beton. De eisen komen voort uit afspraken in het Betonakkoord en gelden sinds begin 2022 voor alle nieuwe projecten van Rijkswaterstaat.

Gesloopt beton als wegfundering ziet Rijkswaterstaat niet als hoogwaardig hergebruik

Bij de productie en verwerking van beton wordt veel CO2 uitgestoten. Als grootverbruiker van beton is Rijkswaterstaat daarom aangesloten bij het Betonakkoord. Hierin zijn afspraken gemaakt om de betonsector te verduurzamen.

Deze afspraken heeft Rijkswaterstaat vertaald naar nieuwe betoneisen in het ‘Rijkswaterstaat Technisch Document (RTD) 1033 Verduurzaming Beton’. Zo stuurt Rijkswaterstaat aan op hoogwaardig hergebruik van vrijkomend beton bij sloop. Maar ook op verlaging van de Milieu Kosten Indicator (MKI) en het beschikbaar stellen van validatieruimte in projecten. Het RTD 1033 is sinds begin dit jaar een vereiste voor nieuwe projecten vanaf.

Hergebruik

In 2030 wil Rijkswaterstaat honderd procent van het te slopen beton hoogwaardig hergebruiken. Dat begint door betonnen objecten te gebruiken tot de maximale levensduur is bereikt, zo nodig met levensduurverlengend onderhoud. Wanneer sloop onvermijdelijk blijkt, kunnen losse elementen hergebruikt worden.

Het beton van de niet-herbruikbare elementen wordt als grondstof gebruikt in nieuw beton. Gesloopt beton als wegfundering ziet Rijkswaterstaat niet als hoogwaardig hergebruik. Over een paar jaar is dit ook niet langer toegestaan binnen projecten.

MKI-waarde

Het RTD 1033 stuurt aan op verlaging van de MKI-waarde. Deze milieukostenindicator wordt uitgedrukt in euro’s en wordt berekend door alle relevante milieueffecten samen te voegen in één getal. Hoe lager de MKI-waarde, des kleiner de impact op het milieu.

In het RTD 1033 staan plafondwaarden beschreven voor betonmengsels van verschillende sterkteklassen, voor prefab geproduceerde betonelementen en prefab liggers. Die waarden dalen iedere 2 jaar met 4% en gelden voor alle marktpartijen.

Bijstellen

Er is nog een lange weg te gaan naar klimaatneutraal en circulair werken in 2030. Rijkswaterstaat kijkt daarom samen met andere partijen binnen het Betonakkoord naar de behaalde prestaties van de meest innovatieve marktpartijen.

Gaan zij sneller dan verwacht, dan worden de plafondwaarden voor de overige marktpartijen bijgesteld. Achteroverleunen is dan geen optie, zo wordt het innovatietempo geborgd.

Alle projecten Rijkswaterstaat uitgevoerd met duurzamer beton. Lees ook: Rijkswaterstaat versnelt transitie duurzame wegverharding.

Liander: ‘Salderingsregeling afbouwen en thuisbatterij stimuleren’

0
Liander: 'Salderingsregeling afbouwen en thuisbatterij stimuleren'

Als het aan netbeheerder Liander ligt wordt de salderingsregeling snel afgebouwd. Dit om de aanschaf van nieuwe panelen te remmen. Een subsidie op de aanschaf van thuisbatterijen zou het energnienet kunnen ontlasten. Dit omdat huishouden dan hun eigen zonnestroom opslaan zonder dat dit op het net komt.

Netbeheerders als Liander hebben op zonnige dagen moeite om de piekopbrengst van de zonnestroom op te vangen

Netbeheerder Liander heeft het afgelopen jaar omgerekend zo’n 1.700 voetbalvelden vol nieuwe zonnepanelen van ondernemers en consumenten aangesloten op het elektriciteitsnet in Friesland, Noord-Holland, Flevoland, Gelderland en een deel van Zuid-Holland.

Ondanks dat op steeds meer plaatsen de maximale capaciteit van het elektriciteitsnet wordt bereikt door het grote aanbod van zonnestroom heeft Liander in 2021 33% meer nieuwe zonnepanelen aangesloten dan in het voorgaande jaar.

De nieuwe panelen hebben samen een capaciteit van 1.169 megawatt (MW). Het totale vermogen van de zonnepanelen die groene stroom leveren aan het stroomnet van Liander komt daarmee op 4,7 gigawatt (GW). Zo’n twintig procent van de consumenten en ondernemers in het verzorgingsgebied van Liander heeft nu zonnepanelen.

Zonnedaken en zonneweiden

In 2021 kwamen er in het verzorgingsgebied van Liander 1.203 grote zonnedaken en zonneweiden bij (+663 MW), in 2020 waren dat er nog 1.765 (+580,9 MW). Het gemiddelde vermogen van een zonneweide of zonnedak groeide daarmee van 329 kW in 2020 naar 551 kW in 2021.

De groei van het vermogen van panelen bij producenten van grootschalige zonnestroom neemt dus af. In 2020 was de groei 59% ten opzichte van het jaar er voor, in 2021 was dit 42% ten opzichte van 2020.

600.000 woningen

Liander registreerde in 2021 124.160 nieuwe woningen en kleine bedrijven met zonnepanelen (+26% t.o.v. 2020). Daarmee komt het aantal woningen en kleine bedrijven met zonnepanelen in het verzorgingsgebied van Liander op 611.914. Al deze kleine producenten leveren samen een grote hoeveelheid groene stroom aan het elektriciteitsnet.

Drukte

Belangrijke aanjager van de populariteit van zonnepanelen onder woningbezitters is de salderingsregeling. Deze wordt de komende jaren geleidelijk afgebouwd. De salderingsregeling is de afgelopen jaren effectief geweest in het stimuleren van zonnepanelen op woningdaken.

De opmars heeft echter ook nadelen. Netbeheerders hebben op zonnige dagen moeite de piekopbrengst zonnestroom op te vangen en consumenten en bedrijven worden niet gestimuleerd om de energie die zij opwekken daadwerkelijk zelf te gebruiken.

Betrouwbaar net

Nederland heeft een van de betrouwbaarste elektriciteitsnetten van de wereld. Dit is echter niet ontworpen op de grote hoeveelheden zonnestroom die nu op zonnige dagen worden opgewekt. Op mooie dagen, als alle zonnepanelen veel elektriciteit leveren en er weinig elektriciteit wordt gebruikt, loopt de spanning in de elektriciteitskabels op sommige plaatsen zo hoog op dat de zonnepanelen afschakelen.

Dit beveiligingsmechanisme voorkomt dat door die hoge spanning apparatuur in huis kapot gaat en kabels doorbranden. Op zo’n moment kan het voorkomen dat er tijdelijk geen elektriciteit aan het net geleverd kan worden. De netbeheerder betreurt dat dit steeds vaker voorkomt en werkt met man en macht aan verzwaring van het elektriciteitsnet en aan slimme oplossingen.

Afbouwen

Liander is voorstander van de afbouw van de salderingsregeling en het stimuleren van consumenten en ondernemers om aan de slag te gaan met opslag en flexibiliteit van zonne-energie. Hierdoor wordt het elektriciteitsnet efficiënter gebruikt en blijft het betaalbaar. Dit is van essentieel belang voor het toekomstig energiesysteem en het realiseren van het Klimaatakkoord.

Het Rijk kan overwegen om de middelen die vrijgespeeld worden door de afbouw van de salderingsregeling in te zetten voor het verder stimuleren van opslag en flexibiliteit. Met als doel de opwek en verbruik van stroom dichter bij elkaar te brengen. Opslag maakt het mogelijk om energie die de klant opwekt op te slaan en op een ander moment te gebruiken.

Dit voorkomt pieken in de belasting van het energienet. Dit is nodig omdat de netbeheerders het elektriciteitsnet moeten aanleggen op de maximale piek. Dit kost veel maatschappelijk geld en is niet efficiënt, omdat het net het grootste deel van de tijd voor slechts een klein percentage wordt benut.

Bron: Liander en NOS