Home Blog Pagina 155

Van Wijnen realiseert in woonfabriek woningen voor anderhalve ton

0

Het aanstaande kabinet wil jaarlijks 100.000 nieuwe woningen te bouwen. Twee derde van die woningen moet onder de NHG-grens liggen of beschikbaar zijn in de betaalbare huursector. Van Wijnen realiseert nu woningen vanaf 148.000 euro inclusief btw (exclusief grond).

Met de woonfabriek verdubbelt Van Wijnen het aantal woningen dat ze jaarlijks kunnen bouwen

Om echte Hollandse huizen te bouwen vanaf 148.000 euro gaat bij Van Wijnen binnenkort de woningfabriek van start. Daar worden de woningen en appartementen geproduceerd. Inclusief keuken en badkamer.

Grootste woningbouwer

“We vinden het belangrijk om woningen voor iédereen te bouwen, wat je inkomen ook is”, zegt Lukas Schmeink, CMO van Van Wijnen. “Met de opening van deze fabriek verdubbelen we het aantal woningen dat wij jaarlijks kunnen bouwen. En we maken een comfortabel thuis voor meer mensen bereikbaar. Daar zijn we trots op.”

Binnen een paar jaar produceert de woningfabriek van Van Wijnen bij volledige capaciteit vierduizend woningen per jaar. Met een totaal van ruim zevenduizend woningen per jaar wordt de bouwonderneming de grootste woningbouwer van Nederland.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Hollandse huizen

Voor 148.000 euro inclusief btw (exclusief grond) koop je een echt Hollands huis met een woonkamer, twee slaapkamers en een bergzolder of een mooi appartement in een gebouw tot 14 hoog.

De toekomstbestendige huizen worden opgeleverd met keuken en badkamer, zijn duurzaam en voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen. Zo zijn ze voorzien van vloerverwarming, een warmtepomp en zonnepanelen, en gemaakt van verduurzaamd beton.

Sneller en goedkoper

Doordat de woningen niet op locatie worden gebouwd maar in de woningfabriek van Van Wijnen, is de bouw sneller en goedkoper en de CO2-uitstoot lager. Ook is het mogelijk de woning naar smaak in te delen. Zo bepalen kopers zelf de keukenindeling, het plaatsen van een of meerdere dakkapellen en kunnen zij de kleur van de bakstenen kiezen.

De 4.000 woningen en appartementen uit de woningfabriek vallen ruim onder de NHG. Daarnaast bouwt Van Wijnen jaarlijks nog 3.000 woningen op de traditionele manier.

Lees ook: Keramisch afgewerkte gevel voor prefab-woning

Eerste elektrische asfaltspreidmachine voor BAM

0
Wereldprimeur – eerste elektrische asfaltspreidmachine voor BAM

In opdracht van BAM Infra Nederland hebben Wirtgen en New Electric een asfaltspreidmachine omgebouwd naar de eerste volledig elektrisch aangedreven asfaltspreidmachine ter wereld. Op jaarbasis wordt hier ruim 93.000 kilogram CO₂ en 115.000 gram stikstofoxide bespaard.

Met de elektrische asfaltspreidmachine wordt dagelijks 150 liter diesel bespaard

Samen met partners Wirtgen en New Electric heeft BAM Infra de Stage V motor vervangen door een elektrische aandrijving bestaande uit een vaste batterij van 270 kWh en twee slim geschakelde elektromotoren.

Met een tweede 270 KWh batterij kan het materieel na een lange draaidag direct door naar een volgende opdracht. Deze wisselaccu is ook geschikt om in andere machines te gebruiken.

Minder geluid

De inzet van de elektrische asfaltspreidmachine zorgt voor een besparing van zo’n 150 liter diesel per draaidag van acht uur. Dit komt neer op een reductie van ruim 93.000 kilogram CO₂ en 115.000 gram stikstofoxide op jaarbasis.

Op volgeladen accu’s is de elektrische asfaltspreidmachine acht tot tien uur inzetbaar. Naast de emissievoordelen maakt deze elektrische asfaltspreidmachine aanzienlijk minder geluid dan de huidige machines.

Negentig procent van het machinepark van BAM Infra Nederland draait op Stage V motoren met HVO als brandstof. BAM streeft ernaar om medio 2022 de eerste volledig emissieloze asfaltset op de weg te hebben staan.

Lees ook:  Elektrische en waterstofaangedreven PTO

Riva, optopping aan de Scheepmakershaven in Rotterdam

0
Project – Riva: optopping aan de Scheepmakershaven in Rotterdam

In 2019 won MoederscheimMoonen de door Stebru uitgeschreven architectenselectie voor woontoren Riva aan de Scheepmakershaven in Rotterdam.

De kantoren in het karakteristieke originele hoekpand blijven behouden en in de plint is er ruimte voor horeca-concepten

Het woongebouw komt bovenop een bestaand kantoorpand, waarbij de beeldbepalende wederopbouwarchitectuur van het gebouw behouden wordt. Onlangs werd het definitief ontwerp afgerond. Hiermee werd het startschot gegeven voor de verdere uitwerking en uiteindelijk de bouw van dit nieuwe wooncomplex.

De Scheepmakershaven is onderdeel van het Maritiem District: een havengebied dat sinds 2009 steeds meer transformeert tot een levendig woongebied. De omgeving wordt gekenmerkt door haar vele torens en is het epicentrum van hoogbouw in het Rotterdamse stadscentrum.

Wederopbouw

Op de plek van woontoren Riva staan nu twee kantoorgebouwen die tussen 1956 en 1963 zijn ontworpen. De gemeente Rotterdam heeft deze gebouwen aangemerkt als waardevolle wederopbouwarchitectuur.

Ze tonen het typische karakter van deze architectuur en dienden zoveel mogelijk behouden te worden bij de herontwikkeling en uitbreiding tot een woongebouw.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Optopping

Dit werd het startpunt van het ontwerp van de uitbreiding. Woontoren Riva is ontworpen als ‘optopping’ en staat in evenwichtig contrast met de bestaande bebouwing.

De 56 appartementen hebben veel transparantie en een breed uitzicht op de haven en het stadscentrum. De golvende buitenruimtes zijn een knipoog naar het water in het gebied en zorgen voor een mooi contrast met de ondergelegen wederopbouwarchitectuur.

Multifunctioneel

De voorzijde van de balkons worden vervaardigd met geanodiseerd aluminium en koud gebogen glas. De onderzijde is van lichtbruin gepigmenteerd beton met een planken reliëf en geven het geheel een warme en luxe uitstraling.

Multifunctionaliteit was belangrijk in het ontwerp van Riva. De kantoren in het karakteristieke originele hoekpand blijven behouden en in de plint is er ruimte voor horeca concepten.

Tussen de woontoren en de kantoorgebouwen komt een gemeenschappelijke laag met een huiskamer en daktuin. Dit wordt een echte ontmoetingsplek voor de bewoners en de bedrijven in de kantoren. Het beeldbepalende element van deze laag is het constructieve vakwerk dat de toren draagt.

Deze constructie draagt de volledige toren en ponst zich zo met een gereduceerd aantal palen door de bestaande onderbouw.

Facts & Figures
Locstie: Rotterdam
BVO: 10.300 m2
Opdrachtgever: Stebru
Architect: MoederscheimMoonen Architects
Constructeur: Van Rossum Ingenieurs
Installatieadviseur: Wolf Dikken Adviseurs
Bouw: Stebru

24/7 Energy Lab – Lokaal, CO2-vrij energiesysteem voor gebouwde omgeving

0

Op The Green Village – het fieldlab voor duurzame innovatie op TU Delft Campus – start vrijdag 14 januari een uniek project dat de energietransitie in de gebouwde omgeving moet gaan versnellen: het 24/7 Energy Lab.

Er zijn nog veel juridische beperkingen, vooral rond het gebruik van waterstof

De energietransitie wordt het meest tastbaar in woonwijken, waar de uitdagingen groot zijn. Bewoners moeten ‘van het gas af’ en de toename van warmtepompen en duurzame, decentrale energieproductie zorgt voor problemen op het elektriciteitsnet.

Het idee erachter is simpel, vertelt Marjan Kreijns, directeur van The Green Village. “Het 24/7 Energy Lab is een lokaal, CO2-vrij energiesysteem. En dat is hoognodig. De gebouwde omgeving is op dit moment immers goed voor 35 procent van de Nederlandse energievraag. Wanneer we erin slagen om die gedeeltelijk CO2-vrij te maken, zetten we een reuzenstap in het versnellen van de energietransitie.”

Toekomstmuziek

Een buurt met een lokaal energiesysteem, zonder uitstoot van CO2 en zonder belasting van het landelijke energienetwerk. Het klinkt als verre toekomstmuziek, maar de voorbereidingen zijn al in volle gang op het terrein van de TU Delft.

Projectleider John Schmitz vertelt: “Aan de TU Delft werken ongelooflijk veel wetenschappers aan de energietransitie. In het 24/7 Energy Lab komen eigenlijk al die verschillende lijnen samen. Een prachtige stap die we zetten, is dat we vrijdag 14 januari het 24/7-systeem lanceren. Niet veel later verwachten we de elektriciteitsvoorziening voor één huishouden CO2-vrij te hebben gemaakt op basis van zonne-energie.”

Goed om te weten: het gaat hier om een eenpersoonshuishouden zonder aardgasaansluiting en dat ongeveer 2200 kWh per jaar verbruikt. “In een latere fase gaan we de restwarmte die vrijkomt gebruiken om de andere huizen op het terrein te verwarmen. Over drie jaar willen we heel The Green Village voorzien hebben van lokaal opgewekte energie uit hernieuwbare bronnen. Als dat lukt, willen we het graag opschalen naar buurt-/wijkniveau.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Van links naar rechts: John Schmitz (projectleider 24/7 Energy Lab), Marjan Kreijns (directeur The Green Village) en Miro Zeman (hoogleraar Photovoltaic Materials and Devices) bij The Green Village. Foto: door Willem de Kam.

Speelruimte

Voor een grootschalige overgang naar energie-autonome wijken is het noodzaak dat ook de politiek in beweging komt. Er zijn nog veel juridische beperkingen, vooral rond het gebruik van waterstof. “Zowel de warmte-, elektriciteits-, als gaswet lopen achter op de technologie,” zegt Kreijns. “Er is een sterke behoefte aan meer speelruimte van politiek Den Haag om de innovaties te kunnen doorontwikkelen.”

Daarnaast dreigt een groot gebrek aan geschoold personeel. Ook is het belangrijk dat het nieuwe energiesysteem economisch haalbaar is én geaccepteerd wordt door bewoners. Kreijns: “Hier neemt The Green Village een unieke positie in als living lab. Er wonen momenteel twaalf mensen, en hun gebruikservaring is erg waardevol bij de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijk systeem.”

Componenten

De grote technische uitdaging ligt in het aan elkaar knopen van allerlei componenten, en de aansturing daarvan. Elektriciteit, gas en warmte stromen nu nog apart van elkaar door de straat, maar dat gaat veranderen.

Een stabiel, duurzaam energiesysteem vraagt om conversies tussen elektriciteit, waterstof en warmte, met elk zijn eigen buffermogelijkheden. Ook heb je bijvoorbeeld omvormers nodig om zonnepanelen, die gelijkstroom leveren, te kunnen aansluiten op een netwerk van wisselstroom.

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

EMS

Een centrale rol in het project is weggelegd voor het Electronic Management System (EMS). Het EMS gaat de verschillende technische onderdelen aansturen. Daarbij rekening houdend met zoveel mogelijk variabelen, zoals het weer op dat moment, de weersvoorspelling en de te verwachten vraag en aanbod.

Schmitz: “Het EMS moet met intelligente algoritmes vragen benatwoorden als: ‘Ga ik de nu opgewekte energie omzetten in waterstof of moet ik eerst de elektrische auto opladen?’ Zo’n geïntegreerd systeem bestaat nu nog niet, maar is cruciaal om er zeker van te zijn dat de leverbetrouwbaarheid van dit nieuwe, lokale, CO2-vrije systeem straks net zo groot is als de leverbetrouwbaarheid van het conventionele systeem. Nederland is gewend aan meer dan 99,9 procent leverbetrouwbaarheid, dat moeten we wel evenaren.”

Lees ook: Eerste woning op ondergronds waterstofnet

Droogmontage voor uitkragende balkons biedt tijdwinst bij prefab bouw

0
Droogmontage voor uitkragende balkons biedt tijdwinst bij prefab bouw

VBI heeft samen met Schöck Nederland een innovatief ophangsysteem ontwikkeld voor het droog en achteraf monteren van prefab balkons en galerijplaten aan prefab appartementenvloeren. De nieuwe balkonoplossing biedt aannemers een enorme tijdswinst. Daarnaast worden de balkons schoon opgeleverd, zonder tijdelijke beschermingen tegen eventuele gebouwbeschadigingen.

De balkonverbindingen hebben een koudebrugonderbreking – de zogenoemde iso-korf

Het verbindingselement van Schöck voor dit nieuwe ophangsysteem wordt in VBI-randplaten geïntegreerd. Innovatief aan deze oplossing voor appartementen is de snelheid en het gemak waarmee de vrij uitkragende balkons zonder onderstempeling en steigerwerk droog aan het prefab casco van het appartementengebouw gemonteerd kunnen worden.

Bijkomend voordeel hiervan is dat de prefab balkons demontabel blijven. Ze kunnen dus eenvoudig van de gevel gehaald en hergebruikt worden. Inmiddels is bij een appartementencomplex in Amersfoort van Goossen te Pas Bouw en een verpleeghuis in Marum van Plegt-Vos het concept van deze balkonoplossing toegepast.

Balkonoplossing

Arend Jan Spijker, teamleider en projectmanager R&D bij VBI, legt uit dat appartementenvloeren de basis zijn van deze nieuwe oplossing voor uitkragende balkons. Spijker: “Nieuw aan deze balkonoplossing is dat dit type balkons voortaan in combinatie met prefabbetonelementen gerealiseerd kan worden.”

In het vloerveld met de prefab kanaalplaten worden grenzend aan de balkons of galerijen, speciale prefab randelementenin de vloer opgenomen. Deze randplaten, die in breedte kunnen variëren van 80cm tot 140cm, zijn in de fabriek al voorzien een verankeringssysteem met bevestigingspunten.

VBI heeft dit systeem samen met de firma Schöck Nederland BV ontwikkeld. “In principe past dit systeem op alle soorten prefab balkonoplossingen.” Spijker legt uit dat de balkonverbindingen een koudebrugonderbreking hebben. “Dit geïsoleerde gedeelte, de zogenoemde iso-korf, wordt in een ontwerp vaak vergeten, maar levert wel een belangrijke bijdrage aan het goed kunnen isoleren van een gebouw.”

Fixatie

De balkon- en vloerdelen met bijbehorende verankerings- en bevestigingspunten passen naadloos in elkaar. “In de montagefase is het puur een kwestie van vloer- en balkononderdelen in elkaar schuiven en deze vervolgens fixeren. De balkons worden als laatste bouwelement, na de ruwbouw gemonteerd.”

Hiermee wordt schade aan de balkons of vervuiling van de elementen tijdens de bouwwerkzaamheden voorkomen. Spijker: “Na fixatie staat deze verbinding zo stevig als een huis waardoor de balkonoplossing verder geen controle nodig heeft tijdens de gebruiksfase.”

Lees ook: 6.400 balkons in Utrecht op veiligheid gecontroleerd

Afstemming met de aannemer

Frank van Dulkenraad – teamleider Technische Buitendienst bij VBI – vindt de afstemming met de aannemer van groot belang. “Op deze manier zorgen we vanuit VBI ervoor dat op de bouwplaats het monteren van de losse elementen gestroomlijnd loopt. De slimme verbinding van Schöck maakt het mogelijk om de balkons aan het eind van de levensfase te demonteren. Hierdoor draagt het nieuwe systeem bij aan duurzaam en circulair bouwen.”

Het systeem van uitkragende balkons zonder onderstempeling is voor VBI overigens niet nieuw. Wel nieuw is dat bij deze balkonoplossing, in combinatie met
een kanaalplaat, droog gemonteerd kan worden, waardoor de balkons niet meer op de traditionele manier in het werk aangestort hoeven te worden.

Voordelen

De droge montage levert een aantal belangrijke voordelen. De aannemer hoeft geen rekening meer te houden met droog- of verhardingstijd. De montage van de prefab onderdelen is niet meer afhankelijk van weersomstandigheden. Er zijn geen extra bewerkingen nodig op de bouwplaats, wat de kwaliteit verhoogt, faalkosten vermindert en de bouwtijd verkort.

Snelle installatie

Ontwikkelende aannemer Goossen te Pas Bouw uit Enschede heeft de balkonoplossing toegepast voor de bouw van een appartementengebouw van dertig socialehuurwoningen in Amersfoort.

Marko Nijland, projectleider van Goossen te Pas Bouw: “Eigenlijk is het een vrij simpel ophangsysteem, waarmee we binnen anderhalve dag 24 balkons aan de gevels kunnen hangen, dat is ongekend snel”, zegt Rolleman. “Dit systeem heeft ons een zestal weken tijdswinst opgeleverd, vergeleken bij de traditionele manier van balkons plaatsen aan een appartementengebouw.”

In Groningen 2.500 huurwoningen energielabel A opgeleverd

0
Groningse woningcorporatie Lefier gaat 2.500 huurwoningen naar energielabel A opleveren

Woningcorporatie Lefier zet de komende tijd vol in op Label A-renovatie, waarbij oudere, matig geïsoleerde woningen worden verduurzaamd en klaar zijn voor de toekomst. Komend jaar worden er 2.500 bestaande woningen verduurzaamd.

De bijdrage die huurders van Lefier betalen voor zonnepanelen is twee euro per zonnepaneel per maand

Verduurzaming van woningen naar energielabel A is de snelste en meest efficiënte manier om op korte termijn forse energiebesparing te realiseren.

Voor huurders betekent dit dat zij na de verduurzaming een comfortabele woning terugkrijgen, maandelijks een veel lagere energierekening ontvangen en bovendien een woning huren die klaar is voor de gasloze toekomst. Recent rondde Lefier de verduurzaming van 246 woningen in de Groningse wijk Paddepoel af.

Snel doorpakken

Voor Pieter Witzenburg, directeur vastgoed van Lefier, kan de verduurzaming niet snel genoeg gaan: “Niet alle woningen die wij verhuren zijn geschikt om te verduurzamen naar Label A. De woningen waarbij dit wel kan, pakken we de komende jaren zo snel mogelijk aan. Ondertussen kijken we natuurlijk ook naar sloop en nieuwbouw, plaatsen we zonnepanelen op de daken van huurwoningen en voorzien we huurders van energiebesparende hulpmiddelen.”

Optimale isolatie

Kenmerken van verduurzaamde woningen met energielabel A zijn de optimale isolatie, duurzame installaties en aanwezigheid van zonnepanelen. De woningen zijn in de meeste gevallen nog niet gasloos.

Witzenburg: “Dat is op dit moment nog een stap te ver voor veel bestaande woningen. Al onze nieuwbouw is uiteraard al wel van het gas af en verduurzaamde woningen zijn er klaar voor. Wanneer er in de toekomst een optie zoals een duurzaam warmtenet of verwarming door middel van waterstof beschikbaar komt, zijn Label A-woningen gemakkelijk hierop aan te sluiten. In Groningen is dit al het geval en sluiten we woningen aan op het lokale warmtenet.”

Zonne-installatie

In 2021 werden, naast volledig verduurzaamde woningen, ruim 1.000 huurwoningen voorzien van een zonne-installatie. Hiermee kunnen huurders direct besparen op hun energiekosten.

De bijdrage die huurders betalen is slechts twee euro per zonnepaneel per maand, de besparing op de energierekening is vele malen groter. De komende jaren gaat Lefier in hoog tempo door met het plaatsen van zonnepanelen op geschikte daken.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Label A-verduurzamingsprojecten per gemeente 2022

Onderstaande verduurzamingsprojecten zullen worden gerealiseerd in 2022. Bewoners van de betreffende woningen zijn geïnformeerd, akkoord met de verduurzaming en in een aantal gevallen zijn de werkzaamheden reeds begonnen.

Emmen
Emmermeer, 30 woningen, gereed begin 2022

Groningen
Noorderbinnensingel e.o., 96 woningen, gereed begin 2022
Kornoeljestraat, 321 semi-zelfstandige studentenwoningen, gereed januari 2022
Goeman Borgesiuslaan, 178 woningen, gereed 2022
Winschoterdiep, 39 woningen, gereed2022

Midden-Groningen
Froombosch, 28 woningen, gereed maart 2022
Harkstede, 92 woningen, gereed zomer 2022
Kolham, 55 woningen, start september 2022

Stadskanaal
Chrysantstraat, Nieuw Buinen, 30 woningen, start 2022

Start bouw woontoren De Maasbode in Rotterdam

0

BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling (BPD) is gestart met de bouw van woontoren De Maasbode in Rotterdam, in de wijk Cool – Witte de Withkwartier.

De Maasbode bestaat uit 94 woningen, waarvan 44 eengezinswoningen, midden in het centrum van Rotterdam

Er is sinds begin januari groen licht voor de bouwrijpe grond, de sloopwerkzaamheden zijn bijna klaar en BPD is gestart met het leveren van de appartementsrechten aan de kopers. Begin 2022 start aannemer Van Wijnen Stolwijk met het slaan van de eerste damwanden en het graven van de bouwput.

Woonconcept

De Maasbode bestaat uit 94 woningen, waarvan 44 eengezinswoningen, midden in het centrum van Rotterdam. Dit 70 meter hoge gebouw aan de William Boothlaan, op de hoek Schiedamse Vest en de Schiedamsesingel, heeft straks binnenstraten op hoogte. Hiermee heeft een klein stukje Rotterdam straks een volledige woonwijk die de hoogte in gaat.

Bas Kurvers, wethouder Bouwen &Wonen: “De Maasbode is een bijzonder project midden in de stad waar gezinnen kunnen wonen. Vooral het wonen in een eengezinswoning in een ‘eigen woonstraatje’ op hogere verdiepingen is uniek te noemen. Buren kunnen elkaar hier ontmoeten en kinderen veilig samen spelen. In Rotterdam kijken we uit naar de komst van nog meer van dit soort concepten, want de ruimte die we hebben is beperkt en hiermee ontstaat er als het ware een wijk op hoogte.”

Paul Becht, ontwikkelingsmanager BPD: “Rotterdam is een trotse stad. Hier gebeurt het. Dat maakt het voor ons als BPD ook zo tof om gebiedsontwikkeling te doen. Een volledig woongebied met kwaliteit in één gebouw. Je vindt er klassieke woonhuizen, winkels, villa’s en appartementen. Gedurfd, veelzijdig, zonder concessies.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Eigen straat

De gemeente Rotterdam heeft als ambitie om gezinnen in de stad te houden. Gezinnen willen graag in de stad wonen, maar willen ook graag een sociale omgeving voor hun kinderen.

In de Maasbode creëert BPD verdiepingen met 11 eengezinswoningen aan een eigen straat met een open gevel tussen woning en straat. Zo ontstaan er buurtstraatjes in het gebouw waar kinderen kunnen spelen en buren elkaar kunnen ontmoeten, in beschutte hofjes met uitzicht op de stad.

Evert Kolpa, Van Bergen Kolpa Architecten: “’Wanneer je het gebouw van de grond tot aan de top bekijkt, vind je alle elementen van een woongebied terug. Met uiteraard een gezamenlijke entree, waar je elkaar ontmoet en winkels vindt. Daarboven zitten lofts en appartementen, omgeven door de dynamiek van de stad. “

Verder naar boven vind je straten met klassieke gezinswoningen met groen en een voor- en achterom. “De overhoekse appartementen bovenin, zorgen voor rust en zicht op de stad. Met uiteraard zeer ruime woningen bovenin het gebouw, met alle luxe die daarbij hoort.”

De Maasbode is vooral een sociaal ontwerp en het combineert op innovatieve wijze het hoog stedelijke leven met de sociale kwaliteiten van een suburbane woonbuurt.

100.000e zonnepaneel voor woningcorporatie De Alliantie

0
100.000e zonnepaneel voor woningcorporatie De Alliantie

De Alliantie heeft 54.000 woningen in haar bezit. De woningcorporatie heeft fors geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen, waaronder zonnepanelen.

Met de 100.000 zonnepanelen van De Alliantie kun je 35 voetbalvelden vullen

Bijna 20.000 daken zijn inmiddels voorzien. Op de valreep van 2021 heeft De Alliantie haar 100.000e zonnepaneel geplaatst. Door onder andere het leggen van zoveel zonnepanelen heeft de woningcorporatie haar woningvoorraad naar gemiddeld energielabel B gebracht. Inmiddels zijn ruim 19.500 woningen voorzien van in totaal 100.000 zonnepanelen. Dat is vergelijkbaar met 35 voetbalvelden vol.

De leveranciers die de Alliantie de afgelopen jaren hebben geholpen deze mijlpaal te bereiken zijn Sungevity, Greenchoice, Instacom, Zoncorporatie en Zonneplan. Binnen korte tijd wil de Alliantie de helft van haar totaal aantal woningen en gebouwen voorzien van zonnepanelen.

Toestemming huurder

Waarom niet alle daken, kun je je afvragen. “Naast dat niet alle daken geschikt zijn of niet gunstig liggen ten opzichte van de zon, hebben we ook toestemming nodig van bewoners”, aldus Bianca Themen, projectleider Verbeteren & Verduurzamen bij de Alliantie.

Themen vervolgt: “Het is soms een uitdaging om akkoord van huurders te krijgen. Maar gelukkig staan steeds meer huurders welwillend tegenover energiebesparende maatregelen. Uit onderzoek onder bewoners blijkt dat zij graag goed voor de aarde zorgen en dan is het ook nog fijn als zij dit merken in hun portemonnee. Daarom benadrukken we in de communicatie richting huurders dat energiebesparende maatregelen juist financieel voordeel opleveren. Goede communicatie is hierin key om mensen mee te krijgen.”

Financieel voordeel

De totale CO2-besparing die de zonnepanelen gezamenlijk opleveren, komt met ruim 19.500 huishoudens neer op ruim 13.000.000 Kg. Dit staat gelijk aan ongeveer 450 keer op en neer vliegen naar Parijs.

Bianca Themen: “Zonnepanelen dragen bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot wat voor ons een belangrijke doelstelling is. Voor de huurder levert het een financieel voordeel op. Met zes panelen spreken we al over een gemiddelde netto besparing van € 100,- tot € 160,- per jaar, per huishouden Mensen zijn door de veranderende wereld waar we in zitten meer thuis en verbruiken dus ook meer energie.”

Daarnaast stijgen de gasprijzen. “Hierdoor wordt de energierekening ook hoger. Met zonnepanelen kun je die energielasten verlagen, juist als je overdag thuis bent, door zonnestroom te gebruiken.”

Wijkgerichte aanpak

De Alliantie is in 2017 gestart met het leggen van panelen op eensgezinswoningen. Deze wijkgerichte aanpak bevindt zich nu in een afrondende fase. Themen: “Bewoners die nog niet mee hebben willen doen, maar van gedachten veranderd zijn, kunnen alsnog bij ons terecht voor zonnepanelen.”

Momenteel ligt de focus op het volleggen van daken van meergezinswoningen. “Eerst hebben we het laaghangend fruit aangepakt; vooral de grote gebouwen tot vier bouwlagen. Nu richten we ons op de kleinere complexen.”

Rijkswaterstaat versnelt transitie duurzame wegverharding

0
Rikswaterstaat versnelt transitie duurzame wegverharding

In 2030 volledig klimaatneutraal en circulair werken. Die ambitie staat de komende jaren bij Rijkswaterstaat centraal. Om de transitie naar duurzame wegverharding te versnellen, zijn nu twee voorstellen uitgewerkt: een emissieloze, circulaire asfaltcentrale en biobased bitumen.

Rijkswaterstaat wil nieuwe, emissieloze, circulaire asfaltcentrales

Benny Nieswaag, project- en programmamanager bij Rijkswaterstaat, legt uit waarom deze disruptieve voorstellen nodig zijn: “Willen we onze ambities halen, dan moet het tempo van de verandering omhoog.”

Rijkswaterstaat beheert 90 km2 asfalt. De gehele asfaltketen is verantwoordelijk voor ongeveer dertig procent van de CO2-footprint van Rijkswaterstaat. Daarvan wordt de meeste uitstoot veroorzaakt bij de productie van het materiaal voor wegverharding. Om die uitstoot terug te dringen, wil Rijkswaterstaat dat nieuwe asfaltcentrales emissieloos en circulair worden.

Asfaltcentrales worden vooralsnog aangedreven door elektriciteit. Nieuwe energiebronnen, zoals waterstof, zijn een mogelijke oplossing. Daarnaast wil Rijkswaterstaat de grondstof in asfalt, bitumen, vervangen door lignine. Hierdoor ontstaat biobased bitumen. Dit draagt bij aan het terugdringen van de CO2-uitstoot en het gebruik van fossiele grondstoffen.

Nationaal Groeifonds

De voorstellen zijn ingediend bij het Nationaal Groeifonds. “Dat fonds is bedoeld om ontwikkelingen in gang te zetten, die niet vanzelf ontstaan”, legt Nieswaag uit. Momenteel beoordeelt een onafhankelijke commissie de ingediende projecten. Daarna wordt het kabinet geadviseerd in welke projecten zij de komende 5 jaar het beste kunnen investeren.

Wanneer de keuze op de twee initiatieven voor duurzame wegverharding valt, betekent dat extra budget. Nieswaag vertelt: “Het zou een kers op de taart zijn, maar we moeten en willen ons daar ook niet afhankelijk van maken. We moeten hoe dan ook stappen nemen.”

Comfortzone

Nieswaag legt uit dat de initiatieven nodig zijn voor de transitie naar duurzame wegverharding: “De sector heeft zich de afgelopen jaren al op tal van manieren ontwikkeld. Maar willen we in 2030 volledig klimaatneutraal en circulair werken, dan moet het tempo van de verandering omhoog.”

Een emissieloze, circulaire asfaltcentrale en biobased bitumen zijn dan ook disruptieve voorstellen, volgens Nieswaag. “Je bent ideeën aan het bedenken, die nog niet eerder zijn bedacht. Daarvoor moet je uit je comfortzone stappen en lef tonen.”

Kwetsbaar opstellen

Bij het opstellen en uitwerken van de voorstellen is Rijkswaterstaat een zogenoemde ‘launching customer’. Nieswaag legt uit waarom de overheid deze voorlopersrol op zich neemt: “Als je nieuwe dingen bedenkt en uitprobeert, is dat niet gegarandeerd een succes. Daar zit een risico in en dat kun je niet zomaar bij de markt leggen. Wij willen ons kwetsbaar opstellen door initiatief te nemen.” Met deze proactieve houding wil Rijkswaterstaat de transitie naar duurzame wegverharding versnellen.

Uitdaging

Het realiseren van een emissieloze, circulaire asfaltcentrale en biobased bitumen noemt Nieswaag een uitdagende opgave. “Daarom werken we samen met medeoverheden, marktpartijen en kennisinstellingen. Gezamenlijk kunnen we onderzoeken wat de uitdagingen zijn en welke oplossingen we daarvoor zien.” Volgens Nieswaag zit er duidelijk veel energie in de sector om de doelen te bereiken: “We gaan de uitdaging met opgeheven hoofd en veel interesse aan.”

Lees ook: Warmte uit asfalt gaat huizen in Veenendaal verwarmen

Minister van Wonen goede zaak, wel vinger aan de pols

0
WoningBouwersNL: ‘Minister van Wonen goede zaak, wel vinger aan de pols houden’

De belangenbehartiger van de bouwende ontwikkelaars, WoningBouwersNL, Is blij met een Minister van Wonen als landelijke regisseur voor de wooncrisis. Het is echter nog geen garantie voor een oplossing.

“Achterstand is opgelopen tot 300.000 en tot 2030 moeten er een miljoen woningen worden bijgebouwd”

Nederland krijg weer een minister voor Volkshuisvesting als ‘Minister van Wonen. Hugo de Jonge (CDA) zal deze functie gaan bekleden en verhuist van Volksgezondheid naar Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Minister van Wonen

Voorzitter Piet Adema: “We zijn blij met een landelijke regisseur en als De Jonge dezelfde energie steekt in de wooncrisis als dat hij in de coronacrisis gestoken heeft, dan hebben we er alle vertrouwen in dat er belangrijke stappen gezet worden. Wij hebben daar goede ideeën voor en zijn van harte bereid en van plan om dat ook op korte termijn met de minister te bespreken.”

Hoewel dus een landelijke regisseur zeker wenselijk is bij een wooncrisis, is dat nog geen garantie voor een oplossing: Piet Adema “De wooncrisis staat bij veel mensen op nummer één als het gaat om de problemen die aangepakt moeten worden.

Schouders eronder

Hoewel De Jonge daadkrachtig is zal het nog een hele toer worden om de beloften uit het regeerakkoord op het gebied van het oplossen van de wooncrisis in te lossen. Daarvoor is het nodig dat overheden, corporaties en de markt samen de schouders eronder zetten.”

Met een aparte minister voor Wonen wordt afscheid genomen van een tienjarig beleid waarin vooral decentraal beslissingen werden genomen rondom het bouwen van nieuwe woningen. Adema: “Hoewel er lokaal hele goede voorbeelden zijn van een sterk functionerende overheid heeft de lappendeken aan beleid ook het tempo uit het aanzuiveren van de woningvoorraad gehaald. We zijn blij dat een nieuwe minister bij overlappende verantwoordelijkheden snel een knoop kan doorhakken.”

Achterstand

Inmiddels is de achterstand opgelopen tot 300.000 woningen en moeten er tot 2030 één miljoen woningen worden bijgebouwd! Het tekort aan bouwlocaties, de stikstofcrisis en de lange procedures hebben deze achterstand verder doen oplopen.

Ook het beleid om binnenstedelijk te bouwen met alle kosten en procedures van dien, draagt niet bij aan het bezweren van de crisis. Buitenstedelijk bouwen levert al gauw blokkades op onder andere bij provincies.

Lees ook: Ruim 44.000 woningen erbij in derde wonigbouwimpuls

Verleiden of dwingen?

Het nieuwe kabinet wil die blokkades doorbreken door zowel binnenstedelijk als buiten-stedelijk te gaan bouwen. Adema: “We zijn blij met deze inzet en het is nu noodzaak dat er geen nieuwe discussies komen. De minister zal boven de partijen moeten uitstijgen en gemeentes en provincies moeten verleiden of dwingen tot actie. Hoe dan ook, het aanbod moet snel vergroot worden want deze crisis verstrekt de ongelijkheid en trekt een wissel op de komende generatie.”

Deadlines Woondeals

Ook de uitvoering en de deadlines van de woondeals en bestemmingsplannen die al gesloten zijn moet de minister bewaken. “Een extra financiële puls vanuit het Rijk kan daar zeker bij helpen. Wonen moet betaalbaar blijven. Gemeenten hebben daarbij een verantwoordelijkheid als het gaat om de grondprijzen die de afgelopen jaren sneller zijn gestegen dan de bouwkosten.

Adema: “Het voorstel om de premieregeling af te stoffen en in een eigentijds jasje te steken kan helpen om starters en doorstromers een kans op de woningmarkt te geven. Hoe dan ook wij zullen onze bijdrage leveren waar we kunnen en ons laten horen waar het moet.”

Meer informatie WoningBouwersNL.