Home Blog Pagina 160

Lanceer’neus’ voor flyover Terbregseplein A16 is gedoopt

0
De Lanceer’neus’ voor fly-over Terbregseplein A16 is gedoopt

Demissionair minister  van Infrastructuur en Waterstaat heeft samen met de projectmedewerkers van de A16 Rotterdam de stalen lanceer‘neus’ gedoopt.

In bergachtige gebieden is toepassing van de bouwmethode met lanceer’neus’ meer gangbaar

Dit stalen frame gaat stukje voor stukje, van pijler naar pijler, 800 m wegdek door de lucht naar de overkant van het knooppunt Terbregseplein schuiven om de verbinding te maken met de bestaande snelweg A16. De A16 Rotterdam geeft hiermee een eigen twist aan een bouwtraditie.

Filedruk

De fly-over bij Terbregseplein maakt onderdeel uit van de nieuwe, 11 km lange en energieneutrale snelweg en verbindt de A16 ter hoogte van het Terbregseplein met de snelweg A13 bij Rotterdam The Hague Airport.

Demissionair minister Barbara Visser: “Het verbinden van de A16 met de A13 verlicht de filedruk en verbetert de bereikbaarheid van de regio. Dat is goed nieuws voor weggebruikers. De weg wordt bovendien op een duurzame manier gebouwd, terwijl het verkeer gewoon kan doorrijden. Dat is letterlijk en figuurlijk een knap staaltje werk.”

Schuiven wegdek

Alhoewel het niet de 1e keer is dat in Nederland het schuiven van wegdekken wordt toegepast, heeft het Terbregseplein een primeur met het schuiven van wegdek over een bestaand wegennet. In bergachtige gebieden is toepassing van deze bouwmethode meer gangbaar.

Voordeel van de methode is dat grotere overspanningen makkelijker overbrugd kunnen worden. De neus overbrugt de afstand tussen de pijlers en zorgt ervoor dat het gewicht goed is verdeeld. Een bijkomend voordeel bij de A16 Rotterdam is dat er geen extra grote afsluitingen nodig zijn om de fly-over te kunnen bouwen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

2023

De wegdekken schuiven met een snelheid van ongeveer 2,5 m per uur over de weg heen. Eind 2023 moet het schuiven klaar zijn. Halverwege is een aantal maanden nodig om de voorbouwlocatie gereed te maken voor de lancering van de andere rijrichting.

Daarna wordt de fly- over afgebouwddoor het aanbrengen van asfalt, belijning, verlichting en de vangrails.

Lees ook: Emissieloze Bouwplaats

Locatie

Aan de noordkant van het Terbregseplein ligt de zogenoemde voorbouwlocatie. Hier worden steeds betonnen brugdekdelen van ongeveer 30 m lang en 2150 ton zwaar gemaakt.

Eerst wordt het staal van het dek gevlochten, vervolgens wordt in de bekistingszone het beton gestort en als laatste vindt de afwerking plaats.

Nadat een wegdek is gegoten, moet het twee weken uitharden voordat het over de weg geschoven kan worden. Om dit mogelijk te maken, wordt er in een ‘fabriek op locatie’ nauw samengewerkt. De brugdekdelen worden tot slot 1 voor 1 in een treintje aan de lanceerneus vastgemaakt.

Partners

De A16 Rotterdam wordt in opdracht van Rijkswaterstaat aangelegd door De Groene Boog, een bouwcombinatie van BESIX, Dura Vermeer, Van Oord en TBI-bedrijven Croonwolter&dros en Mobilis. Partners Freyssinet, Doka, Diepstraten en Dyckerhoff zetten hun specifieke kennis in voor een succesvolle lanceeroperatie van de fly-over bij Terbregseplein.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Over de A16

De A16 Rotterdam levert met het verbinden met de A13 een bijdrage aan het oplossen van drie knelpunten uit de file top 10, namelijk de A20 Hoek van Holland – Gouda (tussen Rotterdam Crooswijk en Terbregseplein) en de andere kant op tussen Rotterdam Crooswijk en Rotterdam Noord, en de A4 Den Haag- Rotterdam (tussen Ketheltunnel en Kethelplein). Ook het drukke traject A13 Rijswijk-Rotterdam (tussen Overschie en Kleinpolderplein, fileknelpunt 35) wordt ontlast.

Meer over de  A16 Rotterdam

Woonfabriek Oudkarspel met prefab productiefaciliteit

0
Woonfabriek in Oudkarspel – prefab productiefaciliteit

Houtindustrie Stam & Landman (HSL) en Gevelelementen Noord-Holland (GNH), dochterondernemingen van BAM, hebben op Bedrijvenpark Breekland in Oudkarspel het startsein gegeven voor de realisatie van een hypermoderne prefab productiefaciliteit voor de fabricage van woningen.

“We veranderen de woningbouw in een hightech productieproces”

BAM speelt met de bouw van de faciliteit in op de toenemende vraag naar betaalbare, duurzame, circulaire en gezonde woningen. In 2023 start de productie in het bedrijfspand van circa tienduizend vierkante meter.

Conceptuele bouwstromen

HSL en GNH zijn gespecialiseerd in de industriële productie van houten raamkozijnen, deuren en gevelelementen. Beide ondernemingen zijn al ruim 25 jaar een strategische partner van BAM Wonen en maken sinds begin 2021 deel uit van BAM.

In de woningmarkt verschuiven activiteiten van de bouwplaats naar prefabricage onder geconditioneerde omstandigheden. Verdere integratie van de geprefabriceerde modules in haar conceptuele bouwstromen, stelt BAM in staat sneller op te schalen naar duurzame oplossingen, gebaseerd op de wensen van opdrachtgevers en bewoners.

Sustainable tomorrow

Willem Otter, directeur BAM Specials: “De weg die we hiermee inslaan, past in onze strategie ‘Building a sustainable tomorrow’. Een digitale, industriële en modulaire manier van produceren vergroot de veiligheid in de bouw, verkleint de faalkosten en verhoogt de efficiency van het gehele bouwproces; we veranderen de woningbouw in een hightech productieproces. Zo realiseren we niet alleen volumes, maar ook enorme tijdwinst; de time to market verkorten we met deze methode met driekwart.”

Mogelijkheden houtbouw

De toepassing van de brede mogelijkheden van houtbouw is in dit proces cruciaal, vertelt Otter. “Met de nieuwbouw van een hypermoderne productiefaciliteit op Breekland geven we daar invulling aan. Deze stap stelt ons in staat onze deskundigheid op gebied van duurzaamheid, circulariteit, digitalisering, modulaire en industriële bouwactiviteiten te benutten.”

Lees ook: Prefab woningen in rivierduinen Silvolde

Woonfabriek in Oudkarspel met prefab productiefaciliteit speelt in op de toenemende vraag naar betaalbare, duurzame, circulaire en gezonde woningen.

Woningvoorraad: In 2020 minder kantoren getransformeerd tot woningen

0
Woningvoorraad: In 2020 minder kantoren getransformeerd tot woningen

In 2020 zijn er 10.200 woningen bijgekomen door transformatie van kantoren, winkels en andere niet-woningen. Dit is een daling ten opzichte van voorgaande jaren; in 2018 en 2019 kwamen er steeds meer dan 12.000 woningen bij door transformaties. Zo blijkt uit onderzoek van het CBS.

Woningvoorraad – transformaties leveren vooral kleine woningen voor alleenstaanden op

Het lagere aantal woningtransformaties in 2020 komt niet alleen doordat er minder panden zijn verbouwd, maar ook doordat de panden die zijn verbouwd gemiddeld minder woningen opleverden. In 2019 leverden woningtransformaties gemiddeld 4,7 woningen per pand op; in 2020 zijn dat er 4,1. Bij de meeste transformaties wordt slechts een deel van het pand getransformeerd. Woningtransformaties leveren vooral kleine woningen voor alleenstaanden op.

De 10.200 nieuwe woningen die door transformatie van bestaande gebouwen zijn ontstaan, vormen elf procent van alle woningen die in 2020 aan de woningvoorraad zijn toegevoegd. Nieuwbouw blijft nog altijd de belangrijkste factor voor groei van de woningvoorraad. In 2020 waren dat bijna zeventigduizend woningen.

Voormalige kantoorpanden

Het aantal woningen in voormalige kantoorpanden is sterk afgenomen: meer dan 2.100 minder dan ten opzichte van 2019. Dat komt niet alleen door een afname in het aantal getransformeerde kantoorpanden (-10 procent), maar vooral doordat er per kantoorpand gemiddeld minder woningen zijn opgeleverd (acht in plaats van twaalf).

Het aandeel woningtransformaties waarbij de hoofdfunctie van het pand voorheen kantoor was, is daarmee afgenomen van 46 procent in 2019 naar 35 procent in 2020. Daarmee leverden getransformeerde kantoren wel nog steeds de grootste bijdrage aan het aantal woningtransformaties.

Maatschappelijke functie

De transformatie van panden met voorheen een maatschappelijke functie zoals gezondheidszorg, onderwijs, sport of bijeenkomst leverde meer op dan in 2019. Dat kwam vooral omdat er per pand meer woningen werden opgeleverd, het aantal getransformeerde panden met een maatschappelijke functie lag juist lager dan in 2019.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Deeltransformaties

Ook is in beeld gebracht welk percentage van het pand wordt getransformeerd. In veel gevallen heeft een deel van het pand al een woonfunctie: bijvoorbeeld woonboerderijen waarvan de aangebouwde stal tot woonruimte wordt verbouwd, of flatgebouwen waarbij de garages of winkels op de begane grond worden omgezet.

Bij slechts een derde werd in 2020 (bijna) het gehele gebouw getransformeerd (meer dan 75 procent van het gebruiksoppervlak van het pand). In meer dan de helft van de gevallen werd minder dan vijftig procent van het pandoppervlak verbouwd tot woonruimte.

Kleine woningen

Transformaties voegen vooral kleine woningen toe aan de voorraad. Het gemiddelde gebruiksoppervlak van woningen die voortkomen uit transformaties was in 2020 76 m2. Gemiddeld hebben woningen in Nederland een gebruiksoppervlak van zo’n 119 m2, bij meergezinswoningen – wat woningtransformaties over het algemeen zijn – is dat 80 m2.

Wel is het aandeel zeer kleine woningtransformaties van kleiner dan 50 m2 sinds 2017 iets afgenomen. Tussen 2017 en 2020 is dat afgenomen van 46 procent van de woningtransformaties naar 43 procent. De relatief kleine woningen huisvesten vooral jonge alleenstaanden. Op 1 januari 2021 was 63 procent van de huishoudens die een in 2020 opgeleverde transformatiewoning bewoonde alleenstaand. 48 procent van de huishoudens had een referentiepersoon tussen 18 en 28 jaar oud.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Rotterdam en Amsterdam

In 2019 werden in Rotterdam en Amsterdam de meeste woningen uit transformaties opgeleverd. In 2020 was het aantal gecreëerde woningen uit hergebruik van bestaande panden in deze steden beduidend minder. Ook in Den Haag nam het aantal woningen uit transformatie iets af, maar staat nu bovenaan de lijst met gemeenten met de meeste woningtransformaties.

In Den Haag en Rotterdam is circa achttien procent van alle toegevoegde woningen aan de woningvoorraad ontstaan door transformatie, in Amsterdam was dit elf procent van alle woningen die aan de woningvoorraad werden toegevoegd.

In Nieuwegein en Maastricht nam het aantal woningtransformaties juist toe. In Nieuwegein kwamen bijna 560 woningen voort uit transformaties, 89 procent van het totaal aantal toegevoegde woningen in die gemeente. In Maastricht ging het om meer dan 685 woningen; bijna de helft van het aantal toegevoegde woningen in die gemeente.

Lees ook: Handboek Superplinten voor Transformatie Bedrijventerreinen

Groei bouwproductie zet in 2022 door

0
Groei bouwproductie zet volgend jaar door

ING Research verwacht dat de bouwproductie dit en volgend jaar weer groeit. Drivers voor de verwachte stijging zijn de toename van het aantal bouwvergunningen in de woningbouw en het herstel van investeringen in bedrijfspanden.

Economen verwachten voor 2022 dat het bouwvolume verder groeit met drie procent

Inkoopprijzen van hout liggen circa zestig procent boven het niveau van een jaar eerder. De recent gestegen energieprijzen zorgen er nu ook voor dat prijzen van energie-intensieve bouwmaterialen als bakstenen en beton kunnen stijgen. ING-economen verwachten echter dat deze stijgingen beperkter en tijdelijk zullen zijn mede doordat de verwachte gasprijzen voor het voorjaar lager zijn.

Groei

Na twee procent volumegroei in 2021, verwachten ING-economen voor volgend jaar dat het bouwvolume verder groeit met 3 procent. In augustus 2021 hadden bouwbedrijven gemiddeld 9,9 maanden werk in de orderportefeuille. Dit is een halve maand meer dan aan het begin van 2021. Het aantal bouwvergunningen voor nieuwbouw stijgt daarbij al meer dan anderhalf jaar.

In de twaalf maandsperiode september t/m augustus 2021 werden er ruim 73.000 vergunningen afgegeven. Dit is een stijging van vijftien procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder en kan volgend jaar leiden tot een verdere toename van de woningbouw.

Ook verwacht ING dat in 2022 de investeringen in bedrijfspanden van onder andere logistieke centra en fabriekshallen blijven toenemen nu de coronacrisis en de daarbij behorende grootste onzekerheid grotendeels voorbij is. Daarentegen blijft vooral de infrasector ook volgend jaar nog last houden van de stikstofproblematiek. Dit zijn vaak grotere projecten die langs meerdere natuurgebieden lopen.

Hogere materiaalprijzen

Het aantal bouwbedrijven dat het afgelopen jaar de winst heeft zien afnemen is ondanks hogere inkoopprijzen van hout, plastics en staal nog beperkt. In het eerste kwartaal van dit jaar gaf bijna tien procent van de bouwbedrijven aan dat de winstmarge verslechterd was. In het derde kwartaal was dit (slechts) opgelopen tot veertien procent.

Beton, bakstenen en cement

Verkoopprijzen van hout lagen in september circa zestig procent boven het niveau van een jaar eerder. Nu zorgen echter hogere energieprijzen voor verdere kostenstijgingen. De bouw zelf is niet een grote gebruiker van olie en gas maar producenten van beton, cement en bakstenen zijn dat wel.

“Doorberekeningen van hogere gasprijzen voor bakstenen, cement en beton zullen echter in mindere mate gebeuren dan bij hout.”, aldus Maurice van Sante, senior econoom bij ING Research, “Energieprijzen zijn natuurlijk moeilijk te voorspellen maar de huidige hoge niveaus zijn wel uitzonderlijk. In het voorjaar zouden de prijzen zomaar weer lager kunnen zijn door het seizoenspatroon en toenemende leveringen vanuit Rusland. De termijnmarkt verwacht voor dan ook lagere gasprijzen.

Toeleveranciers van beton, bakstenen en cement zullen in dat geval daardoor ook hun inkoopkosten dan weer zien dalen waardoor ook hogere inkoopprijzen voor de bouw beperkt kunnen blijven.”

Lees ook: Vrijwel geen krimp in bouwproductie in 2021

Frank is een Binck in Den Haag

0
Project - Frank is een Binck in Den Haag

Op de Haagse Binckhorst start Stebru met de bouw van Vesteda’s project Frank is een Binck, waarin wonen en werken wordt gecombineerd.

Frank is een Binck is onderdeel van de herontwikkeling van de Haagse Binckhorst

Frank is een Binck is een project dat is gelegen in het hart van de nieuwe Binckhorst, aan het water van de Binkhaven en op de kruising Melkweg/Saturnusstraat. Het project heeft een gevarieerd programma en wordt een attractief en levendig gebouw.

Met in totaal 205 woningen, waarvan dertig procent sociaal, twintig procent gereguleerd middensegment en vijftig procent vrije sector huurappartementen. Daarnaast is er ruimte voor 4.500 vierkante meter commerciële functies, horeca en een grote inpandige parkeergarage.

Herontwikkeling Binckhorst

Frank is een Binck is onderdeel van de herontwikkeling van de Haagse Binckhorst, waar in de eerste fase vijfduizend woningen worden gerealiseerd. In het gebied gaan wonen, werken en ontspannen straks naadloos in elkaar over. Deze functies worden bij Frank is een Binck binnen één complex geïntegreerd.

Belangrijk onderdeel van het project is naast het Van Klingeren paviljoen de natuurinclusieve en klimaatadaptieve daktuin. Deze stimuleert eveneens ruimte voor ontmoeting tussen bewoners en gebruikers van het complex.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Transformatie

Wethouder Anne Mulder: “De komende jaren ontwikkelen we de Binckhorst naar een gemengd woonwerk gebied. Een gebied waar het prettig wonen en werken is, met veel groen en voorzieningen. Met de bouw van Frank is een Binck wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de transformatie van de Binckhorst. De herbouw van het Van Klingeren paviljoen past goed bij het rauwe en industriële karakter van het gebied.”

Stalen paviljoen

In Frank is een Binck komt een stukje historie terug. Het stalen paviljoen van wederopbouw-architect Frank van Klingeren wordt herbouwd aan de havenzijde en wordt met een horeca en woonfunctie onderdeel van het nieuwe complex.

Op de vastgoedbeurs Provada is een toost uitgebracht op de start van de bouw.

Rapport Carbon Based Design

0
Rapport Carbon Based Design - Milieu-impact en materiaalgebonden emissies in woningbouw

Hoe kunnen we als bouwsector bijdragen aan de vermindering van de enorme CO2-uitstoot? Kunnen we bouwmaterialen gebruiken die voor lange tijd CO2 opslaan? Het rapport Carbon-based design geeft hier antwoord op.

‘We bouwen te zwaar, we gebruiken te veel eindige grondstoffen’

Het terugdringen van de CO2-concentratie in de atmosfeer is een wereldwijde uitdaging. Die urgentie was voelbaar toen in 2019 het Klimaatakkoord werd gepresenteerd met meer dan zeshonderd afspraken om de CO2-uitstoot terug te dringen. Bestaande gebouwde zullen energie gaan besparen en klaar gemaakt worden om van het gas af te gaan.

Blinde vlek

Er is echter een blinde vlek in het aanpakken van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving. Uit onderzoek blijkt namelijk dat van alle CO2 die bij de bouw en bij het gebruik van een gebouw wordt uitgestoten, meer dan eenderde vrijkomt tijdens de bouw en bij het onderhoud. We hebben het dan over de materiaalgebonden emissies, of in Engelse termen de ‘embodied carbon’.

Zelfs als alle toekomstige woningen volgens de huidige afspraken, BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) en vier procent emissiereductie in de industrie, gebouwd worden, zal het CO2-budget voor de bouw (bij een 1,5 graad opwarmingsscenario) in 2026 op zijn.

Kunnen we in plaats van ‘minder slecht’ te bouwen, in de toekomst zelfs op een ‘goede’ manier gaan bouwen voor het milieu? Kunnen we bouwmaterialen gebruiken die voor lange tijd CO2 opslaan en daarmee CO2 onttrekken aan de atmosfeer? Hoe kunnen we als bouwsector in plaats van het probleem te zijn, bijdragen aan de oplossing voor de enorme CO2-uitstoot met alle klimaatgevolgen van dien?

Materiaalgebonden emissies

In het onderzoek Carbon Based Design zijn de mogelijkheden van CO2-emissiereductie en -opslag in de woningbouw in kaart gebracht. Het onderzoek geeft inzicht in de CO2-kringloop, de impact van verschillende woonvormen en welke rol de bouwsector daarin speelt.

De focus ligt duidelijk op de milieu-impact en de materiaalgebonden emissies in de woningbouw. Vanuit een uitgebreid aantal casestudies zijn doorrekeningen gemaakt en is de impact van bouwen ontleed, volgens de S-lagen van Brand. Er worden concrete handvaten geboden voor ontwerpers, opdrachtgevers en bouwers om in de vroege initiatieffase van een bouwproject emissies te beperken.

De onderzoekers sluiten af met een serie aanbevelingen. Niet alleen de afmetingen van het woonoppervlakte doen ertoe, ook de mate van voorzieningendichtheid spelen een rol bij de reductie van CO2-emissie. Met de milieuprestatie gebouwen (MPG) heeft Nederland in potentie een geweldige kaderstellend instrument in handen. Het vraagt echter nog wel de nodige verbeteringen om verdere reductie van emissies in de woningbouw te kunnen stimuleren.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Thomas Wellink overhandigde namens het Transitieteam Circulaire Bouweconomie het rapport op 1 november aan Ed Nijpels.

Maatschappelijke kosten

Het rapport geeft duidelijke handvaten aan opdrachtgevers en ontwerpers om keuzes te maken die direct bijdrage aan reduceren van de materiaalgebonden emissies op gebouwniveau.

Kijken we voorbij de grenzen van het gebouw, maar ook naar het gebied waar in staat, dan zouden externe maatschappelijke kosten ook meegewogen moeten worden. Onderzoek laat duidelijk zien dat de maatschappelijke kosten van verspreide (lage) bebouwing velen malen hoger zijn dan in goed bereikbaar, verdicht stedelijk gebied.

MPG

Kijken we naar de wettelijke kaders van de MPG, dan zien we dat deze niet toereikend zijn om sturing te geven aan de grote omslag die nodig is de Nederlandse bouwtraditie. We bouwen te zwaar, we gebruiken te veel eindige grondstoffen en het is ook nog eens slecht aanpasbaar tijdens en na de levensduur van het gebouw.

Wat nodig is, is een integrale afweging tussen operationele en materiaalgebonden emissies. Een koppeling tussen BENG en de MPG-eisen. Daarnaast dient het instrumentarium van de MPG op korte termijn verder geprofessionaliseerd te worden: meer Environmental Product Declarations (EPD) in de Nationale Milieudatabase (NMD), het meerekenen van CO2-opslag in de methodiek en serieuze handhaving bij oplevering. De negatieve gevolgen van emissies die we nu de lucht in brengen, hebben direct invloed op het klimaat van vandaag en tellen op bij de jaren die nog komen.

Download het rapport Carbon Based Design

Beter Label Project, 111 sociale huurwoningen in Diemen

0
Beter Label Project - 111 sociale huurwoningen in Diemen

In opdracht van Woningstichting Rochdale verduurzaamt BAM Wonen 111 sociale huurwoningen in Diemen. Het gaat om vier verschillende woningtypen in de wijk Spoorzicht.

Rochdale maakt haar bestaande woningvoorraad energiezuiniger in ‘Beter label projecten’

42 woningen dateren uit de jaren dertig en 69 woningen dateren uit de jaren vijftig. De verduurzaming brengt het gemiddelde energielabel van alle woningtypes van D naar een energiezuinig label A.

Na de werkzaamheden ervaren bewoners meer wooncomfort en besparen zij op hun energieverbruik en CO2-uitstoot. De jaarlijkse gasbesparing bedraagt circa 127.650 m3 en de verduurzaming resulteert in een CO2-reductie van meer dan 252.183 kilogram per jaar.

Energielasten

Rochdale maakt haar bestaande woningvoorraad energiezuiniger in zogenaamde ‘Beter label projecten’. BAM Wonen is een van de betrokken ketenpartners. In elk ‘Beter label project’ worden energetische en onderhoudsmaatregelen gecombineerd uitgevoerd.

Projectdoelstellingen zijn het verbeteren van het energielabel, het verlagen van de CO2-uitstoot, het verhogen van het wooncomfort en het verlagen van de energielasten.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Maatregelen

In Diemen bestaan de energetische maatregelen uit het aanbrengen van dak- en spouwmuurisolatie. BAM Wonen vervangt het glas door HR++ glas en plaatst nieuwe voordeuren. Alle woningen krijgen een CO2-gestuurd ventilatiesysteem, gecombineerd met nieuwe ventilatieroosters.

Optioneel kunnen bewoners kiezen voor zonnepanelen. De onderhoudswerkzaamheden betreffen het vernieuwen van dakpannen, dakramen en hemelwaterafvoeren en het herstellen of vervangen van dakgoten. Daarnaast herstelt BAM Wonen metselwerk en voert schilderwerk aan voordeurkozijnen uit.

Drones

De technische woningopnames van de 111 woningen heeft BAM Wonen verricht met een drone. Dronetechnologie draagt bij aan een optimaal voorbereidingstraject omdat veel woningdetails digitaal beschikbaar zijn voor alle betrokken partijen. Onder meer schades en gebreken, zoals scheurvorming en kapotte dakpannen, zijn dankzij dronescans snel in kaart gebracht.

Inmiddels heeft ruim 88 procent van de bewoners ingestemd met de verduurzaming. Begin december 2021 start BAM Wonen met de werkzaamheden aan de woningen. De oplevering staat gepland voor eind september 2022.

Lees ook: Woonlastenneutrale renovatie met gegarandeerd laag energieverbruik

Verdrievoudiging aantal zonnepanelen in Rotterdam

0
Verdrievoudiging aantal zonnepanelen in Rotterdam

Het aantal zonnepanelen op de Rotterdamse daken neemt flink toe. Waar in 2018 nog 100.000 panelen werden geteld is dat aantal in drie jaar tijd verdrievoudigd naar ruim 300.000 panelen.

De 300.000 zonnepanelen in Rotterdam staan gelijk aan ruim 80 MegaWattpiek opgesteld vermogen

De mijlpaal van 300.000 zonnepanelen werd vandaag bereikt dankzij ondermeer de bijdrage van bedrijventerrein Schiebroek waar acht ondernemers gezamenlijk ruim 500 zonnepanelen hebben geïnstalleerd. Met steun van de gemeente werken zij samen vanuit het programma Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) aan de realisatie van een energiepositief en CO2-neutraal bedrijventerrein.

Bedrijfsdaken

De grootste stijging van het aantal zonnepanelen is zichtbaar op Rotterdamse bedrijfsdaken. Speciaal voor deze doelgroep biedt de gemeente sinds dit jaar gratis dakscans aan waarmee het potentieel voor zonnepanelen op bedrijfsdaken in beeld wordt gebracht. Inmiddels zijn er ruim vijftig dakscans bij Rotterdamse bedrijven uitgevoerd.

De gratis dakscans kunnen worden aangevraagd met behulp van de energievoucher voor ondernemers. Deze kan op drie manieren worden besteed. Naast de gratis dakscan is de voucher inzetbaar voor het uitvoeren van een energiescan met een advies voor de verduurzaming van het bedrijfspand en voor hulp bij het uitvoeren van energiebesparingsmogelijkheden. Het maximaal te besteden bedrag per ondernemer bedraagt €700,- voor één van de drie genoemde opties.

Lees ook: Zalmhaven in Rotterdam hoogste gebouw in de Benelux.

Draagvlak

“Dit is hét moment om te verduurzamen. Daarvoor zien we veel draagvlak onder Rotterdammers en ondernemers”, zegt wethouder Arno Bonte (Duurzaamheid). “Grootschalig investeren in energie besparen helpt niet alleen in de aanpak van de klimaatcrisis, het kan voor Rotterdammers en ondernemers bovendien zorgen voor honderden tot duizenden euro’s besparing op de energierekening.”

Geïnteresseerden kunnen de energievouchers aanvragen op de website Duurzaam010.nl.

Bijschrift
Bedrijventerrein in Schiebroek, Fotografie door Jan van der Ploeg.

De beste toepassing voor verschillende isolatiematerialen

0
De beste toepassing voor verschillende isolatiematerialen

Wanneer je isolatiematerialen wilt gebruiken is het goed om te kijken naar het isolatie doel. Je moet aandacht besteden waar je het precies voor nodig hebt, er zit namelijk duidelijk verschil tussen warmte-isolatie en geluidsisolatie. Voor elk isolatiemateriaal zijn er wel voor- en nadelen. Je kan kiezen voor PIR -platen, maar minerale wol kan ook interessant zijn. We zetten de verschillende isolatiematerialen op een rijtje zodat je ze gemakkelijk met elkaar kunt vergelijken en de beste keuze kunt maken.

Glaswol, steenwol en een minerale wol

De voordelen van deze drie isolatiematerialen is dat ze een goede isolatiewaarde hebben en het bijna overal geplaatst kan worden. Het is slim om eventueel folie te gebruiken om het te plaatsen. Een ander voordeel is dat het brandwerend is, je hoeft je geen zorgen te maken dat het ontvlambaar is. Knauf glaswol is goedkoop en daarom kiezen mensen daar ook wel eens snel voor. De nadelen aan glaswol en steenwol zijn dat ze ruimteverlies veroorzaken. Het is zowel geluidsisolaties als warmte-isolaties. Steenwol is erg duurzaam en gaat gemiddeld maar liefst 75 jaar mee, je hebt hier een lange tijd plezier van.

PIR platen

De voordelen aan PIR -platen zijn dat ze een zeer hoge isolatiewaarde hebben. Het is gemakkelijk te verwerken en kan ook bijna overal geplaatst worden. Het nadeel is alleen wel dat het relatief duur is. Het is daarbij ook een slechte geluidsisolatie. Wanneer je het materiaal gebruikt voor geluid, dan is het geen goede optie. Het kan ook gevaarlijk zijn want PIR is niet brandwerend. Dat zorgt ervoor dat het meteen wat minder veilig is. Wanneer je een betonnen vloer gaat isoleren dan kan je het beste hiervoor kiezen. PIR kan je ook goed gebruiken voor de isolatie van muren, daken of vloeren.

EPS en XPS

EPS is licht van gewicht en goedkoop. Het staat ook wel bekend als piepschuim of airpop. Het wordt voor veel toepassingen gebruikt. Je kunt dit het beste gebruiken wanneer het materiaal niet te zwaar belast mag worden. Je kan hiermee voordelig isoleren door middel van platen of parels. XPS is EPS, maar dan net wat anders. Het is in vele opzichten veel beter, het kan namelijk een hogere belasting aan. XPS kun je het beste ook gebruiken wanneer het materiaal in de grond of in een vochtige ruimte geplaatst moet worden. Het nadeel is wel dat EPS niet brandwerend is en XPS ook weinig brandwerend is.

De beste toepassing voor verschillende isolatiematerialen.

Elektrische en waterstof aangedreven PTO

0

Terberg Techniek introduceert een Elektrische Power Take-off (E-PTO en E-PTO-H2) voor de bouwwereld die urgent behoefte heeft aan oplossingen om te kunnen voldoen aan steeds strengere normen voor de uitstoot van CO2 en andere ongewenste stoffen. De E-PTO is ontwikkeld om conventionele power take-offs te vervangen zoals die op trucks gebruikt worden om de kracht van de dieselmotor in te zetten voor andere toepassingen op de bouwplaats.

De E-Power Take-Off wordt als een zelfstandige module op de vrachtwagen van een betonmixer gemonteerd

De E-PTO is al in gebruik bij een van grootste Europese producenten in de cementindustrie. De E-PTO wordt als een zelfstandige module op de vrachtwagen van een betonmixer gemonteerd. Hierdoor kan de dieselmotor uitgezet worden waar deze anders stationair zou draaien om de be-tonmixer aan te drijven op de bouwplaats.

De E-PTO werkt met een specifiek pakket lithium ion batterijen en kan met een waterstofmodule uitgerust worden. De waterstofmodule maakt snel bijtanken mogelijk, net zoals bij auto’s of trucks, in plaats van opladen aan de laadpaal. Een andere toepassing is het aandrijven van de hydraulische systemen van autolaadkranen. Met genoeg kracht om tot 400 bar druk te leveren, kan de E-PTO twee hydraulische pompen per segment van zware autolaadkranen aandrijven.

Lees ook: Vier elektrische vrachtwagens in gebruik genomen door Van Gelder

Nieuwe strategische richting

Met de introductie van de E-PTO initieert Terberg Techniek een nieuwe koers richting de enorme groeimarkt van elektrificatie van diesel-aangedreven werk- en voertuigen. Door gebruik te maken van de EV-technologie en waterstofinnovaties van de Terberg Group, kan Terberg Techniek zijn expertise in truck modificatie inzetten om sterke toepassingen voor truck-gerelateerde toepassingen te bouwen.

Guido Schoeman, General Manager Ontwikkeling van Terberg Techniek stelt: “Vanuit onze historie en ervaring weten wij alles van trucks. En nog belangrijker: wij kennen de zware toepassingen en de ruwe omgeving in allerlei plaatsen op de wereld. De inzet van EV-technologie en de toepassing van waterstof opent echt een heel nieuw perspectief.”

Innovatie

In de werkplaatsen bij Terberg Techniek in IJsselstein is een andere innovatie al in vergevorderd stadium: Schoeman: “Net als bij de autolaadkranen kunnen wij ook de hydraulische systemen van graafmachines aandrijven. Alleen moeten wij in dit geval de waterstof fuelcell module onder de motorkap van de graafmachine zien in te passen.”

“Wij werken nu voor Scholman aan een project in samenwerking met een wereldwijd merk in graafmachines. Toen wij hen de technologie lieten zien, besloten ze direct om het project op te pakken. Een voor de hand liggende keuze aangezien al hun klanten gebaat zijn met schone energie om aan steeds dwingender regelgeving te kunnen voldoen”, aldus Guido Schoeman.

Meer informatie: Terberg