Home Blog Pagina 159

Betonmortelcentrales van De Hoop Terneuzen CSC gecertificeerd

0
Betonmortelcentrales van De Hoop Terneuzen CSC gecertificeerd

Alle betonmortelcentrales van De Hoop Terneuzen hebben het CSC-certificaat voor beton behaald. Namens SGS overhandigde Jeroen Pos de certificaten onlangs aan de bedrijfsleiders van de betonmortelcentrales van De Hoop Terneuzen.

Het keurmerk CSC garandeert de duurzame productie van beton

In de afgelopen periode heeft SGS alle betonmortelbedrijven van De Hoop CSC gecertificeerd. De bedrijven Betonmortel Grevelingen, VTO, De Hoop Betonmortel en Betoncentrale Haringman hebben vanaf half november het zilveren certificaat in bezit.

“Het verkrijgen van een CSC-certificering past binnen ons ‘duurzaam ondernemen beleid’, het op duurzame wijze winnen van grondstoffen met respect voor de omgeving en met een open visie voor de relevante maatschappelijke belangen. De centrale waarden van De Hoop Terneuzen: continuïteit, evenwicht en loyaliteit passen zeer goed bij de kernwaarden die een duurzame economie vraagt. Begin 2019 is daarom het besluit genomen om voor al onze Nederlandse betonmortelcentrales een certificering te laten uitvoeren naar de CSC-standaard”, aldus Henk van Holten, commercieel manager betonmortel.

Als pilot hebben de centrales van Betoncentrale West-Brabant in 2019 al het certificeringtraject doorlopen. Nu zijn al onze centrales met succes gecertificeerd.

keurmerk

CSC staat voor Concrete Sustainability Council en is een wereldwijd keurmerk voor beton. Het keurmerk CSC garandeert de duurzame productie van beton. Keurmerkhouders mogen CSC alleen voeren als zij voldoen aan strenge eisen ten aanzien van betrouwbaarheid, deskundigheid, duurzaamheid en arbeidsveiligheid.

Als aanvulling hierop geven keurmerkhouders advies over het milieuprofiel van beton en leveren ze een hoge kwaliteit beton. Daarnaast streven keurmerkhouders naar een hoge inzet van secundaire materialen. Ook moet de verantwoorde herkomst van grondstoffen worden aangetoond.

Lees ook: Goedkoper bouwen met flexibele betonmodules

Doelstellingen circulaire economie

Op basis van internationale afspraken door de nationale overheid zijn er doelstellingen geformuleerd die van grote invloed zijn op de bouwketen. In 2050 moeten we een volledig circulaire economie hebben. De Hoop Terneuzen neemt geen afwachtende houding aan, nieuwe ontwikkelingen worden dan ook sterk aangemoedigd.

Tenminste, als ze daadwerkelijk circulair zijn. Zogenaamde ‘Greenwashing’ is een no-go. Er zijn al diverse initiatieven operationeel zoals het toepassen van betongranulaat in vers beton, de recycling van eigen productieafval, nieuwe producten op basis van secundaire grondstoffen en de productie van cascowoningen.

Daarnaast worden er van steeds meer producten de relevante milieu-indicatoren meegeleverd, zodat de klant niet alleen geïnformeerd wordt over technische zaken, maar ook over de prestatie ten aanzien van de belasting van het milieu.

Zeeland

Er is binnen het concern veel aandacht voor de ecologische ontwikkeling in Zeeland. Voorbeelden hiervan zijn de betrokkenheid van De Hoop bij verschillende projecten die de betonketen sluiten. Maar ook de investering van 100 hectare bosaanplant in samenwerking met Staatsbosbeheer past binnen dit beleid en is onderdeel van de organisatiedoelstelling om haar CO2-uitstoot zoveel mogelijk te reduceren en te compenseren.

Meer informatie: De Hoop Terneuzen

Aedes – Verduurzaming bij woningcorporaties zet gestaag door

0
Aedes - Verduurzaming bij woningcorporaties zet gestaag door
Aedes - Verduurzaming bij woningcorporaties zet gestaag door

Woningcorporaties lopen voorop in het verduurzamen van woningen en blijven inzetten op verduurzaming, aldus branchevereniging Aedes.

Het aantal woningen met zonnepanelen van de woningcorporaties is gestegen met 67.000

Uit de cijfers van de Aedes-benchmark blijkt dat corporaties – volgens prognose – eind 2021 gemiddeld energielabel B halen, als door een wijziging de systematiek niet was aangepast.

Corporaties komen daarmee als een van de weinige partners in het Energieakkoord hun toezeggingen na. Voor het werken aan een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 zijn echter nog grote investeringen van de sector nodig.

Energielabel B

Al jaren zijn woningcorporaties bezig met isoleren en andere maatregelen conform de afspraken in het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) en de opvolgers daarvan. De leden van Aedes hebben in de Aedes-agenda afgesproken de woningen te verbeteren naar gemiddeld energielabel B met een bijbehorende Energie-index (EI) van 1,4.

Deze voorgaande energielabelwaarde geeft een integrale beoordeling van de energetische prestatie van woningen. Al jaren zakt het gemiddelde in de Energie-index en de prognose laat duidelijk zien dat eind 2021 de gemiddelde EI van corporatiewoningen onder de 1,4 uitkomt.

Lees ook: Toewijzingen coprporatiewoningen niet waterdicht

Op basis van een analyse van twee miljoen woningen laat de Aedes-benchmark zien dat corporaties gestaag doorgaan met stappen zetten om de duurzaamheidsprestatie van hun woningen te verbeteren. Zo heeft 80 procent van de woningen een HR107 ketel en is het aantal woningen met zonnepanelen het afgelopen jaar wederom fors gestegen met 67.000. Ook verbetert de gemiddelde isolatie gestaag.

Investeringen nodig

De verduurzaming van het bezit vraagt om forse investeringen van corporaties in de woningvoorraad. De investeringen in de verduurzaming zijn ook dit jaar toegenomen. Waar de investeringen in niet-energetische maatregelen afnamen met €12 per verhuureenheid, namen de investeringen in energetische maatregelen juist toe met €48 per verhuureenheid. Het aandeel van de energetische maatregelen is daarmee met 3% gestegen naar 46%.

Meer informatie over de Aedes-benchmark

Marineterrein Amsterdam – 800 woningen, 2000 banen en een stadspark

0
Marineterrein Amsterdam - 800 woningen, 2000 banen en een stadspark

In het Marineterrein Amsterdam komt een nieuw, groen en duurzaam stuk stad. Nu Defensie het grootste deel van het terrein gaat verlaten, wordt het terrein ontwikkeld tot een wijk om in te wonen, werken, leren en recreëren.

Zeventig procent van het Marineterrein zal onbebouwd blijven

Het Marineterrein, gelegen aan de oostkant van het centrum van Amsterdam, was vanaf 1655 in gebruik bij de Admiraliteit van Amsterdam en haar opvolger, de Koninklijke Marine. In 2013 en 2017 hebben Defensie en Amsterdam afgesproken dat een groot deel van het terrein, dat nu nog in gebruik is door Defensie, beschikbaar komt voor de stad.

Rijk en gemeente trekken samen op in het maken van toekomstplannen voor het Marineterrein. Defensie zelf blijft aanwezig met een compacte kazerne en een sportveld, waar een helikopter kan landen, maar waar ook bewoners kunnen sporten.

Groen wijk

In de nieuwe wijk zal ruimte zijn voor ongeveer 800 woningen, 2300 arbeidsplaatsen voor kleinere innovatieve bedrijven en voor ongeveer 1400 studenten en onderwijspersoneel. Er is veel plek voor kunst en cultuur, en voor sport. De nieuwe buurt ligt in een groene, waterrijke en autovrije omgeving, met een park aan het water van het Oosterdok. Zeventig procent van het terrein zal onbebouwd blijven.

Alle monumenten, waaronder het Poortgebouw, de voormalige timmerwerkplaats, het Officiersgebouw en de Commandantswoning en -gebouw, blijven behouden. Karakteristieke gebouwen worden zoveel mogelijk behouden, net als bomen die er al lang staan en bepalend zijn voor het beeld.

Drie deelgebieden

Het Marineterrein bestaat straks uit drie deelgebieden: het Stadspark langs het water aan het Oosterdok, het Dok waar het merendeel van de bebouwing komt en de nieuwe kazerne van Defensie in de noordoosthoek van het terrein. Er zijn veel doorzichten op het water en veel openbare kades.

In het Stadspark komt een campusachtige opzet met veel groen rondom de gebouwen. Het Dokplein wordt een centraal ontmoetingsplein. Alleen de kazerne van Defensie blijft, met uitzondering van het sportveld, niet-openbaar gebied.

De bebouwing wordt twintig tot dertig meter hoog, met daarnaast enkele gebouwen van 40 meter hoog, en daken zullen een gebruiksfunctie krijgen (groen of terras). Voorstellen worden getoetst aan de zichtlijnen vanuit de Grachtengordel als Unescowerelderfgoed. Voor wonen geldt de verdeling 40-40-20 (40 procent sociale huur, 40 procent middeldure huur en 20 procent dure huur & koop)

In de plannen is veel aandacht voor leefbaarheid en voor duurzaamheid. Het Dok en Stadspark worden autovrij gebied met logistieke hubs op het terrein aan de Dijksgracht (met afmeerplek) en de Kattenburgerstraat. Logistiek en distributie vindt zo veel mogelijk plaats via het water.

De energiehuishouding van de bebouwing is op langere termijn klimaatneutraal. De nieuwe bebouwing is vanaf het begin gasloos en ook voor de bestaande bebouwing is dat de ambitie. Stromen van afval worden (op termijn) circulair en er komt ook een circulair systeem voor gebruikswater. Biobased bouwen, hergebruik van bestaande materialen en minimale milieulast zijn de uitgangspunten.

Meer informatie: Marineterrein Amsterdam

Project M’DAM – Circulair houten woongebouw in Monnickendam

0
Project M'DAM - Circulair houten woongebouw in Monnickendam

Na zeven maanden prefabricage en bouw op locatie aan de Pierebaan in Monnickendam zijn 42 koopappartementen en twintig sociale huurwoningen in M’DAM aan de nieuwe eigenaren overgedragen. In Nederland is niet eerder een grootschalig woongebouw gerealiseerd dat bijna in zijn geheel is opgetrokken uit CLT (cross laminated timber).

Alle 62 appartementen zijn vrijwel volledig in de ‘Fabriek van Houten Gebouwen’ gebouwd

BMB ontwikkeling (onderdeel van VolkerWessels) is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van M’DAM. Ontwikkelaar Daniëlle Rossmeissl: “Naast ons eigen team hebben Finch Buildings, woningcorporatie Wooncompagnie en De Groot Vroomshoop een belangrijke ‘steen’ bijgedragen aan de totstandkoming.”

Rossmeissl: “Gezamenlijk hebben we met M’DAM een woongebouw neergezet dat op veel vlakken vernieuwend is. Het is niet alleen plezierig om in te wonen, maar ook hét bewijs dat modulair bouwen met hout toekomst heeft.”

M’DAM is ontworpen door architect Finch Buildings en met houtbouwer De Groot Vroomshoop doorontwikkeld naar een houtmodulebouw-concept dat geschikt is voor permanente bewoning.

Lees ook: Massief houten woongebouw in Monnickendam

Fabriek

Alle 62 appartementen zijn vrijwel volledig in de ‘Fabriek van Houten Gebouwen’ van De Groot Vroomshoop gebouwd. In de fabriek zijn de houten modules voorzien van gevels en daken, isolatie, vloerafwerking, ramen en deuren, sanitair, elektra en installaties.

De volledige energievraag is elektrisch ingevuld. Middels groot transport zijn de appartementen over de weg naar Monnickendam vervoerd en ter plaatse gemonteerd en afgebouwd.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Woningborgcertificaat

Woningcorporatie Wooncompagnie heeft één gebouwdeel met tweintig appartementen afgenomen en voegt hiermee weer twitnig vernieuwende woningen toe aan de sociale huursector in de gemeente Waterland. Voor BMB is dit het eerste houtbouwproject met particuliere koopwoningen, waarbij een Woningborgcertificaat is afgegeven. Houtbouw reduceert de CO2 uitstoot en is daardoor veel duurzamer en milieuvriendelijker dan traditionele bouwprojecten en het zorgt voor een gezonder binnenklimaat.

Meer informatie: BMB

Foto’s door StudioPXL

50 miljoen uitgetrokken voor emissieloze bouw

0
50 miljoen uitgetrokken voor emissieloze bouw
50 miljoen uitgetrokken voor emissieloze bouw

Om de uitstoot van bouwactiviteiten te beperken heeft het Rijk 50 miljoen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt een kennis- en innovatieprogramma ingericht, dat schone en emissieloze bouwconcepten en bouwlogistiek gaat ontwikkelen.

Met dit programma ondersteunen we innovatieve ontwikkelingen zoals prefab bouw

Het programma is onderdeel van de routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) dat als ambitie heeft om in 2030 60 procent stikstofreductie, 75 procent gezondheidswinst en 0,4 mton CO2-reductie te realiseren in de bouw.

Minister Ollongren (BZK): “Samen met de bouw staan we voor grote opgaven. Zo moeten er veel huizen worden gebouwd. Dit kan echter alleen als dit ook op een duurzame manier gebeurt. Met dit programma ondersteunen we innovatieve ontwikkelingen zoals prefab bouw en digitalisering en zetten we een stap richting emissieloze bouw.”

Vervoersbewegingen

Het kennis- en innovatieprogramma dat door BZK, IenW en EZK met het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC), de Topsector Logistiek en partijen uit de bouwsector is opgezet richt zich onder andere op het ontwerpen en toepassen van lichtere en duurzame bouwmaterialen en op prefab-woningen.

Hoe meer bouwonderdelen al vooraf gemaakt kunnen worden (‘prefab’) hoe minder uitstoot dit oplevert op de bouwplaats zelf. Ook zorgt het voor minder vervoersbewegingen.

Bouwhubs

Daarnaast wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van emissievrije bouwplaatsen met aandacht voor bouwhubs, inzet van emissievrije werktuigen en digitalisering. De digitalisering in de bouw wordt verder ondersteund door een subsidie ter ontwikkeling van het Digitaal stelsel gebouwde omgeving (DGSO).

Om de ontwikkelde kennis en innovaties in de praktijk te demonstreren worden ‘living labs’ ingericht. Onder verantwoordelijkheid van TNO, digiGO en de Topsector Logistiek vindt de uitvoering van het programma plaats. Binnen de projecten wordt nauw samengewerkt met landelijke, regionale en lokale overheden en partners uit de bouw.

Staatssecretaris Van Weyenberg (I&W): “Schoon en emissieloos bouwen zorgt niet alleen voor verduurzaming in de bouwsector, maar de hele samenleving profiteert ervan. Deze transitie naar duurzame mobiliteit zorgt ook voor schone lucht in onze steden.”

50 miljoen uitgetrokken voor emissieloze bouw. Lees ook: Nieuwe subsidie Circulaire Innovaties

194 energiezuinige woningen in Goese Polder

0
194 energiezuinige woningen in Goese Polder

In de wijk de Goese Polder in het Zeeuwse Goes worden bijna tweehonderd huurwoningen enerziezuinig gerenoveerd.

De 194 eengezinswoningen worden volgens de NOM-ready aanpak gerenoveerd

De bewoners zijn thuis tijdens het aanbrengen van de nieuwe isolerende schil – efficiënt en met korte doorlooptijd. In het renovatieproject speelt Built4U, een partnerverband waar Van Dillen Bouwgroep onderdeel van is, een belangrijke rol. De gerenoveerde woningen worden gerealiseerd door Bouwbedrijf Joziasse volgens de NOM-ready (‘Nul op de meter’) aanpak.

Luchtdichtheid

De 194 eengezinswoningen in de wijk Goese Polder worden volgens de NOM-ready (‘Nul op de meter’) aanpak gerenoveerd. Dit betekent dat het verduurzamen van woningen stap voor stap wordt benaderd om onnodig hoge investeringen te voorkomen.

Bij dit specifieke renovatieproject in Zeeland is ervoor gekozen om de woningen te isoleren door nieuwe voorzetgevels te plaatsen, comfortventilatie aan te brengen en de daken te voorzien van geïntegreerde PV panelen en van buitenaf te isoleren. Zo zijn de woningen niet alleen duurzamer, maar hebben ze ook een volledig nieuw uiterlijk gekregen.

De bewoners kunnen tijdens de renovatie in hun huis blijven wonen. Na de renovatie valt vooral de zeer gunstige luchtdichtheid op. Het streven was om een luchtdichtheidswaarde van 0,4 te behalen, maar bij de oplevering van de eerste woningen bleek zelfs een waarde van 0,27 gerealiseerd.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Verduurzaming van de keten

Bij het renoveren van de 194 huurwoningen in de wijk Goese Polder werkt Van Dillen Bouwgroep samen met diverse partijen. De samenwerking begon toen het Vlissingse bouwbedrijf Joziasse B.V. de renovatieopdracht kreeg van Beveland Wonen en in de voorbereidende fase contact opnam met Built4U, waar Van Dillen Bouwgroep onderdeel van is.

Built4U staat voor een verduurzamingsmethode waarbij woningen van buitenaf worden ingepakt. Zo zorgt het installeren van nieuwe gevels er voor dat de woningen beter zijn geïsoleerd.

De Built4U-methodiek is opgesteld door verschillende partners, waarbij Van Dillen Bouwgroep verantwoordelijk is voor de uitvoering. Bij dit specifieke project heeft het Culemborge bouwbedrijf een rol gespeeld in de levering van de gevelelementen via Prefabfabriek Culemborg. Andere betrokken partners zijn Kingspan Unidek, Trecodome en The Source. Bouwbedrijf Joziasse realiseert het renovatieproject, samen met de partners, onder begeleiding van vastgoedadviseur Marsaki.

Project – De Silo is het sluitstuk van Havenpark Apeldoorn

0
Project - De Silo is het sluitstuk van Havenpark Apeldoorn

De Silo is het beeldbepalende sluitstuk van de stedelijke ontwikkeling van Havenpark, en vormt de schakel tussen de binnenstad en het kanaal. Het woongebouw is ontworpen door Studio Komma en wordt ontwikkeld en gebouwd door Dura Vermeer.

Het mee-ontwerpen van groene elementen is in het gehele plan structureel doorgevoerd

De Silo krijgt een geheel eigen identiteit; robuust, karaktervol en monumentaal van opzet. Het L-vormige woongebouw vouwt om de bestaande parkeergarage heen en krijgt een meervoudige oriëntatie met vergezichten over het park en de kanaalzone. De Silo gaat 24 uiteenlopende appartementen huisvesten, inclusief een collectieve ruimte nabij de entree.

Een gebouw zonder achterkanten

Het gebouw is conceptueel vertaald naar een alzijdig ontwerp; er zijn geen voor- of achterkanten net als een silo. De afgeschuinde hoek maakt dit mogelijk en geeft het gebouw een uitnodigende uitstraling.

Stedenbouwkundig volgt het basement van het gebouw de hoogtelijnen van de omliggende bebouwing, en vormt het een stevige wand langs het park. Bovenop het basement is een bijzondere kroon ontworpen die zich nadrukkelijk onttrekt aan het hoofdvolume. Hierdoor lukt het om de hoek een stedenbouwkundig accent te geven zonder de omkadering van het park te verstoren.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Gemeenschappelijke ruimte

Het gebouw biedt ruimte aan een uiteenlopend programma aan woningtypen; 24 appartementen van wisselende afmetingen. Deze configuratie was het resultaat van een uitgebreide studie naar de oppervlakte-verdeling en kon worden opgelost door te ontsluiten middels een wokkeltrap.

In het basement bevinden zich het merendeel van de woningen: compact van opzet en met een ruime loggia die uitkijkt op het park. Daarboven bevinden zich de appartementen uit het hogere segment die middels lange zichtlijnen het contact leggen met de stad.

Het woonprogramma wordt aangevuld met een gezamenlijke ruimte naast de entree: een collectieve multifunctionele ruimte verbonden met het park.

Natuurinclusief

In het ontwerp heeft natuurinclusiviteit een prominente plek en is vanaf het begin integraal mee-ontworpen. De overgang tussen de bebouwing en het park is zorgvuldig vormgegeven middels een uit het gebouw stekende plantenbak, inclusief een korte trap die toegang biedt tot het park. Het mee-ontwerpen van groene elementen is in het gehele plan structureel doorgevoerd. Van de opgaande groenwand aan de noordgevel, tot de groene kroon boven op het basement tot het groendak bovenop.

De kroonlijst wordt gevormd door een aaneenschakeling van nestelementen voor diverse zwaluwsoorten en/of vleermuizen. Door het integrale ontwerp voegen de natuurinclusieve oplossingen waarde toe voor de biodiversiteit maar zeker ook voor het comfort voor de toekomstige bewoners.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Facts & Figures:
Opdrachtgever: Dura Vermeer Hengelo

Locatie: Havenpark Apeldoorn
Start ontwerp: 2021
Oplevering (verwacht): 2023

Architect: Studio Komma 
Projectteam: Maarten Thewissen, Joost van Rooijen, Jolijn van Keulen

Landschap: Maak Space 
Constructies: Lucassen Bouwconstructies

Woningprijs stijgt gemiddeld met € 313 per dag

0
Woningprijs stijgt gemiddeld met € 313 per dag

In het afgelopen kwartaal is de prijs van een Nederlandse woning gemiddeld met € 28.500 gestegen. Dit komt neer op een stijging van € 313 per dag. Nog niet eerder was deze prijsstijging zo groot.

Van de vier grote steden namen de prijzen in Utrecht het sterkst toe

Alhoewel sprake is van grote onderlinge verschillen, is de gemiddelde woningprijs in iedere Nederlandse gemeente in het afgelopen jaar hiermee met tenminste het bruto modaal jaarinkomen gestegen. Door de enorme prijsstijging, doorbrak de gemiddelde woningprijs in Nederland voor de eerste keer de € 400.000 grens en staat nu op € 417.000.

De Nederlandse woningprijzen zijn sinds het derde kwartaal van 2013 aan het stijgen. De eerste jaren was de stijging nog beperkt. Tot 2016 stegen de prijzen met gemiddeld € 24 per dag. In de drie daaropvolgende jaren namen ze met gemiddeld € 60 per dag toe.

Zoals al eerder is geconcludeerd, heeft de coronapandemie in Nederland geen negatief effect gehad op de woningprijzen. Woningprijzen zijn sinds het begin van de pandemie in maart 2020 inmiddels met gemiddeld € 144 per dag gestegen. Daarbij speelt de gemiddelde prijsstijging in het afgelopen kwartaal een voorname rol.

Grote onderlinge verschillen

De huizenprijzen zijn in alle provincies significant gestegen, maar de onderlinge verschillen zijn groot. De provincies Utrecht, Noord-Holland en Gelderland lieten tussen medio 2020 en medio 2021 de grootste prijsstijging zien. De prijsstijging varieerde in deze periode van € 153 tot € 134 per dag.

In het afgelopen kwartaal stegen de prijzen in Gelderland met € 275 per dag. Een ongekende stijging ten opzichte van de periode ervoor, die echter in het niet valt bij de prijsontwikkeling in de provincies Utrecht (€ 505 per dag) en Noord-Holland (€ 462 per dag).

Woningen in de provincies Zuid-Holland en Flevoland lieten in het afgelopen kwartaal ook grotere prijsstijgingen zien met respectievelijk € 308 en € 286 per dag. Alleen in de provincies Drenthe en Limburg bedroeg de prijsstijging in het afgelopen kwartaal niet meer dan € 200 per dag.

Lees ook: Woningvraag komt niet overeen met woningbouwprogrammering

Grootste stijgingen

De onderlinge verschillen tussen gemeenten laten logischerwijs zien dat de grootste absolute prijsstijgingen zijn terug te vinden in gemeenten waar de woningprijzen op een hoger niveau liggen. Vergelijkbare procentuele prijsstijgingen leiden in dergelijke gemeenten immers tot grotere absolute prijsstijgingen. Dit maakt dat de gemeenten Blaricum, Bloemendaal en Laren de gemeenten zijn met de grootste prijsstijgingen per dag.

In het afgelopen kwartaal stegen de woningprijzen in deze gemeenten gemiddeld met meer dan € 800 per dag. Kijkend naar de prijsontwikkeling in het afgelopen jaar, dan zijn de prijzen in een gemeente als Laren gemiddeld met € 430 per dag gestegen. Een vertaling van deze prijsstijging naar een jaarinkomen leidt tot een bedrag van € 156.950; ruim vier keer het door het CBS ingeschatte modale bruto jaarinkomen voor het jaar 2021.

Vier grote steden

Van de vier grote steden namen de prijzen in Utrecht het sterkst toe. De prijsstijging per dag kwam in het afgelopen kwartaal op € 460 per dag uit. Kijkend naar de prijsontwikkeling in het afgelopen jaar, was de dagelijkse prijsstijging in Utrecht € 220. Amsterdam zit relatief dicht bij de ontwikkeling van Utrecht.

De prijzen in de hoofdstad stegen het afgelopen kwartaal met € 440. Een huiseigenaar in Amsterdam ‘verdiende’ in het afgelopen jaar € 200 per dag met het hebben van een woning. In de gemeenten Den Haag en Rotterdam lag de dagelijkse prijsontwikkeling iets lager met € 285 per dag in het afgelopen kwartaal en respectievelijk € 160 en € 150 per dag in het afgelopen jaar.

Bron: Calcasa

 

Televisietip: duurzame file op het stroomnet

0
Televisietip - Duurzame file op het stroomnet

Veel bedrijven die willen investeren in zonnepanelen lopen vast. Bij de drie grootste stroomnet beheerders (Liander, Stedin en Enexis) staan op dit moment in totaal een kleine drieduizend bedrijven ‘in de wacht’ om een nieuw project aangesloten te krijgen. In de meeste gevallen gaat dat om commerciële exploitanten van bijvoorbeeld zonneparken, maar ook veel ‘zon-op-dak-initiatieven’ zijn de dupe. Dat blijkt uit navraag van KRO-NCRV’s Pointer.

Duurzame file: Netbeheerders kunnen op dit moment niet zelf kiezen wie zij als eerste aansluiten

De netbeheerders roepen de politiek op nu ‘harde keuzes’ te maken en regie te pakken, anders komen de klimaatdoelstellingen in gevaar. Hoewel de netbeheerders het elektriciteitsnet al fors hebben uitgebreid de afgelopen jaren, blijkt dat niet voldoende om aan de huidige vraag te voldoen.

“We zijn volop bezig om de capaciteit van het net te verdubbelen,” zegt Hans Peter Oskam van Netbeheer Nederland tegen Pointer. “We kunnen dat alleen niet zo snel doen als boeren en ondernemers zonnepanelen kunnen plaatsen.”

Harde keuzes rond stroomnet

De capaciteitsproblemen zijn veroorzaakt door een tekort aan technisch personeel & trage vergunningsprocedures, stelt Oskam. Namens de netbeheerders pleit hij dan ook voor meer politieke aansturing en aanpassingen van de huidige regels. “Zeker als we de klimaatdoelen in 2030 willen halen moeten procedures sneller en simpeler”, vindt Oskam.

“Nu zijn we soms acht jaar bezig voordat er met de bouw van een transformatorstation begonnen kan worden. Wij zeggen: ‘Maximaal twee jaar praten en twee jaar bouwen.’”

Bovendien moeten er volgens hem ‘harde keuzes’ worden gemaakt door de politiek over wie als eerste moet worden aangesloten en wie nog een paar jaar moet wachten. De netbeheerders willen dat de landelijke overheid met een kader komt en een rangorde aangeeft. “Woningen, bedrijven, datacentra. Zeg maar wat voorrang moet krijgen,” aldus Oskam.

Lees ook: Eerste woning op ondergronds waterstofnet

Gelijke behandeling

Netbeheerders kunnen op dit moment niet zelf kiezen wie zij als eerste aansluiten, dat is bij wet zo geregeld. “Wij moeten iedereen gelijk behandelen en op volgorde van binnenkomst aansluiten”, aldus Oskam. En dat is niet altijd handig of efficiënt, zo stelt hij. In de afgelopen jaren zijn er bijvoorbeeld veel zonneparken aangelegd in dunbevolkte gebieden die van oudsher ook een ‘dun’ elektriciteitsnet hebben.

“Het is voor ons veel handiger als zonnepanelen dicht bij plekken liggen waar het net veel meer aankan of waar elektriciteit ook gebruikt wordt, dan hoef je dat niet helemaal naar de andere kant van het land te transporteren.”

Pointer, maandag 15 november om 22.15 bij KRO-NCRV op NPO 2.

Televisietip: duurzame file op het stroomnet. Zie ook:
Elektriciteitsnet overvol, met name in Flevopolder, Gelderland en Utrecht.

Eerste woning op ondergronds waterstofnet

0
Eerste woning op ondergronds waterstofnet

Medio november krijgt voor het eerst in Europa een bestaande woning een individuele aansluiting op een lokaal, ondergronds waterstofnet. Daardoor kunnen de bewoners hun huis en tapwater volledig met waterstof verwarmen.

Het overzetten van een aardgasinstallatie op waterstof is nog onbekend terrein

Waterstof is een veelbelovend alternatief voor aardgas, waarvan de levering en prijs momenteel onder druk staan. In de proefwoning onderzoekt consortium H2@Home ‘live’ hoe je waterstof zo optimaal en veilig mogelijk in een woonomgeving toepast.

“Er is geen enkele reden om aan de veiligheid van waterstof te twijfelen, en dat gaan we in dit huis aantonen”, zegt Ben Mureau namens H2@Home1. De woning is onderdeel van een replica jaren-70 woonblok van het DreamHûs dat op het terrein van fieldlab The Green Village (TGV) van de TU Delft Campus staat.

Afgelopen zomer ondertekenden de partners van het H2@Home-consortium meerdere overeenkomsten voor het project. Doorslaggevend voor de start was de toestemming van Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) om het lokale waterstofnet te gebruiken. Sindsdien leggen de consortiumpartners de waterstofinstallatie en testfaciliteiten in de woning aan.

Lees ook: Waterstofketen moet sneller volwassen worden

Realistische testomgeving

De proefopstelling van H2@Home is een primeur op het Europese vasteland. Volgens H2@Home zit dat unieke karakter in een combinatie van factoren: de waterstof wordt via een ondergronds leidingnet (vergelijkbaar met een aardgasnet) aangevoerd, de woning is bewoond, het gaat om een individuele woonaansluiting en de waterstofleidingen lopen ook door de meterkast en gebruiksruimten van het huis.
Juist deze combinatie maakt de testomgeving zeer realistisch en de resultaten van groot belang om huishoudens in de toekomst toegang tot waterstof te kunnen bieden.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Beperkte rol

Waterstof is een veelbelovend alternatief voor aardgas, maar speelt momenteel nog slechts een zeer beperkte rol in de gebouwde omgeving. Waarschijnlijk gaat dit na 2030 veranderen. Het overzetten van een aardgasinstallatie op waterstof is nog onbekend terrein. De standaard procedures voor de installatie en het gebruik van aardgas zijn niet zonder meer op waterstof toepasbaar.

Juist de enorm brede expertise van het H2@Home consortium2, dat uit netbeheerders, fabrikanten en andere partijen bestaat, maakt het mogelijk om gezamenlijk allerlei facetten te onderzoeken. Wat is er nodig om veilig en betrouwbaar te installeren en monteren? Hoe reageren de leidingen en apparaten op waterstof? Welke eisen moeten in wet- en regelgeving verankerd worden? Enzovoorts. “Wij kunnen in deze reële omgeving perfect leren hoe we met waterstof moeten omgaan; de risico-analyses zijn uitvoeriger dan straks nodig is.”

Calamiteitenoefeningen

Vanaf medio november gaat H2@Home intensief testen en zullen er incidenteel calamiteitenoefeningen plaatsvinden, zoals met het uitvallen van de waterstofketel. Sensoren in de woning meten onder meer druk en temperatuur en de leidingen worden gecontroleerd op met name trillingen en lekkages. Tevens worden nieuwe modules getest, zoals een beveiliging die de waterstoftoevoer bij eventuele lekkage meteen afsluit. De proef wordt in juli 2022 afgerond.

Meer informatie: www.h2athome.nl