Home Blog Pagina 158

Lente-akkoord 2.0 zoekt koplopers circulaire bouwsector

0
Lente-akkoord 2.0 zoekt koplopers circulaire bouwsector
Lente-akkoord 2.0 zoekt koplopers circulaire bouwsector

Een transitie naar een circulaire bouwsector, dat willen Aedes, Bouwend Nederland, NEPROM, WoningbouwersNL en IVBN. Daarom starten zij in 2022 in nauwe samenwerking met BZK het Lente-akkoord 2.0 Circulair Industrieel Bouwen.

In 2050 moet Nederland een volledig circulaire economie hebben. De eerste mijlpaal, vijftig procent circulair in 2030, nadert met rasse schreden. Dit vraagt in de bouw om kennisdeling en -ontwikkeling en om optimale afstemming tussen professionele opdrachtgevers en overheden. Lente-akkoord 2.0 nodigt ambitieuze vastgoedprofessionals uit om hierbij een koplopersrol te vervullen.

Woningbouwprojecten

De komende jaren willen de brancheverenigingen met een groep koplopers aansprekende woningbouwprojecten starten die circulair, schaalbaar, herhaalbaar en (op termijn) betaalbaar zijn. De ervaringen die met deze pilots worden opgedaan, worden gedeeld met de leden van de brancheverenigingen, met de bouwbedrijven en betrokken overheden.

De partijen doen gezamenlijk praktijkonderzoek en gaan in gesprek met lokale en landelijke overheden. Ook wordt het perspectief van de professionele opdrachtgever ingebracht bij andere programma’s, waaronder de City Deal Circulair Conceptueel Bouwen en het Transitieteam Circulaire Bouw Economie. Zo zorgt het Lente-Akkoord ervoor dat overheden en marktpartijen zich aan elkaar kunnen optrekken in de overgang naar grootschalig circulair bouwen.

Lees ook: Download RVO-publicatie over circulaire gebouwen

Doe mee

Als koploper heb je een streepje voor. Je hebt als eerste toegang tot alle informatie en bijeenkomsten die het Lente-akkoord 2.0 organiseert. Daarnaast kun je sparren met andere koplopers. Jouw circulaire project wordt nauwgezet gevolgd en krijgt volop aandacht tijdens bijeenkomsten en in de media.

Je bent mede-opdrachtgever richting adviseurs en kennisinstellingen om de vraagstukken die zich in jouw project en die van collega-opdrachtgevers voordoen, tot een oplossing te laten brengen.

Daarnaast heb je als koploper binnen het programma de kans om met Rijk en gemeenten het gesprek aan te gaan over procesversnelling, regelgeving of stapeling van ambities. Op die manier kun je als koploper jouw impact op de duurzaamheidstransitie vergroten.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Meld je aan

Voel je je aangesproken en heb je zin om mee te lopen in de voorhoede van de transitie naar een circulaire bouw? Meld je aan. Binnen het Lente-akkoord 2.0 is ruimte voor 40 koplopers.

Neem contact op met programmabegeleider Sander Woertman: s.woertman@neprom.nl, onder vermelding van ‘interesse deelname Koplopers Lente-akkoord 2.0’. Meer informatie: Lente-Akkoord

Foto’s: Kick Smeets

In 2022 subsidie voor schone bouwmachines

0
In 2022 subsidie voor schone bouwmachines
In 2022 subsidie voor schone bouwmachines

Bouwers kunnen vanaf volgend voorjaar met subsidie uitstootvrij bouwmaterieel, zoals graaf- en heimachines, betonmixers en bouwaggregaten kopen.

Ondernemers kunnen tot veertig procent van de aanschafkosten van schone bouwmachines terugkrijgen

Ook kunnen bouwers subsidie krijgen voor de ombouw of aanpassing van hun materieel van diesel naar waterstof of elektrisch. Goed in de strijd tegen de stikstofproblemen die de bouw soms stilleggen. En voor onze gezondheid en het milieu.

Het kabinet trekt er tot 2030 in totaal 270 miljoen euro voor uit. Dat schrijft staatssecretaris Van Weyenberg (Infrastructuur en Waterstaat) aan de Tweede Kamer.

Kopzorgen

Van Weyenberg: “Uitstootvrij bouwen scheelt een hoop kopzorgen over stikstof. En het is fijn voor de mensen die werken of wonen op en rond bouwplaatsen. Schonere lucht en minder herrie. Het ombouwen of vervangen van vervuilende bouwmachines kost veel geld. Daarom geven we bouwondernemers graag een steuntje in de rug”.

Aanpak stikstof

Het kabinet wil dat de bouw in 2030 zestig procent minder stikstof en 0,4 megaton minder CO2-uitstoot, zoals vastgelegd in de Aanpak Stikstof en het Klimaatakkoord. Deze subsidieregeling draagt daar aan bij. Bijna alle stikstofuitstoot van de bouw komt van het gebruik van de bouwvoertuigen en machines op de bouwplaats.

Deze machines en bouwvoertuigen, waarvan er naar schatting zo’n tachtigduizend zijn in Nederland, draaien vaak de hele dag op diesel, en stoten naast stikstof ook fijnstof en broeikasgassen uit.

Tegemoetkoming

Ondernemers kunnen tot veertig procent van de aanschafkosten terugkrijgen. Het kabinet wil MKB-bedrijven extra tegemoet komen, zij kunnen daarom tot vijftig procent subsidie krijgen. Het gaat daarbij om de aanschaf van nieuwe machines en bouwvoertuigen, bijvoorbeeld met een batterij of op waterstof.

Ook bestaand materieel kan met subsidie worden aangepakt. Denk aan de ombouw van diesel naar elektrisch, of aan het plaatsen van katalysator die de vieze stoffen opvangt. Een goede katalysator kan de uitstoot van stikstof met meer dan tachtig procent verminderen. Deze optie is ook beschikbaar voor grote zeegaande bouwvaartuigen.

Ook voor de innovatie en ontwikkeling van nieuwe technieken is subsidie beschikbaar is. Bijvoorbeeld voor nieuwe zware uitstootvrije machines zoals hijskranen en grote betonauto’s, met de bijbehorende nieuwe laad- of tankoplossingen op de bouwplaats.

Bouwmaterieel

Het kabinet vindt het belangrijk dat de bouw de mogelijkheid krijgt om over te stappen naar schoon. Zo kan het bouwen van huizen en aanleg en onderhoud van wegen en spoor doorgaan, met schone lucht. Daarom is deze regeling specifiek ontworpen voor materieel dat in de bouw wordt gebruikt.

In 2022 is er 20 miljoen euro beschikbaar. Bouwers kunnen ook oplaadfaciliteiten, zoals bijvoorbeeld batterijcontainers voor op de bouwplaats, aanvragen. Er is een maximumbedrag per bedrijf en aanvraag. Ook moeten bouwers aan een aantal voorwaarden voldoen, om bijvoorbeeld fraude en snelle doorverkoop te voorkomen.

Maxime Verhagen

“Ik vind het belangrijk dat de bouw- en infrasector bijdraagt aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord en daarom versneld de transitie naar zero emissie mobiele werktuigen/(bouw)materieel maakt,” benadrukt Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland.

“Daarom zijn Bouwend Nederland, BMWT en CUMELA samen met de overheid aan de slag met een routekaart die de weg wijst naar een volledig schone bouw. Het ombouwen van materieel en de aanschaf van emissievrije machines zijn echter nog erg duur. Daarom is het goed dat het kabinet de portemonnee trekt, met deze impuls kan de sector verder doorontwikkelen en wordt deze belangrijke transitie voor ondernemers realistischer en beter betaalbaar.”

Lees ook: Honderd procent elektrische vrachtauto met knijperinstallatie

Amsterdamse Warmtemotor – 110.000 woningen versneld van het gas af

0

De Amsterdamse woningcorporaties, warmtebedrijven Vattenfall en Westpoort Warmte en de gemeente Amsterdam hebben de handen ineengeslagen om de komende jaren duizenden woningen sneller aardgasvrij te maken.

De Amsterdamse Warmtemotor krijgt vijftig miljoen euro subsidie

Het gaat om woningen die maximaal tweehonderd meter van het bestaande warmtenet af liggen. De twee warmtebedrijven breiden het Amsterdamse warmtenet op deze manier flink uit, waardoor deze buurten straks tot wel zestig procent minder CO₂ uitstoten.

Sneller aansluiten

De eerste vierduizend woningen die aangesloten gaan worden, bevinden zich in Zuidoost en in Nieuw-West. De gemeente subsidieert deze samenwerking, die de Amsterdamse Warmtemotor wordt genoemd, met vijftig miljoen euro. Hiermee ondersteunt de gemeente het sneller aansluiten van in totaal tienduizend woningen.

Voor de Transitievisie Warmte van de gemeente Amsterdam is per buurt uitgebreid onderzoek gedaan naar de betaalbaarheid en duurzaamheid van alternatieven voor aardgas. Voor een groot deel van de stad komen warmtenetten hier het beste uit. Aansluiten op de warmtenetten zorgt in deze buurten voor een grote CO₂-reductie, waarmee een belangrijke stap in het halen van de klimaatdoelen kan worden gezet.

Afspraken

In de overeenkomst die gemeente, corporaties en warmtebedrijven hebben getekend, staan afspraken over het aansluiten van ongeveer 110.000 woningen. Dat zijn woningen die op minder dan 200 meter van het warmtenet liggen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

In gesprek

De meest kansrijke buurten om te starten zijn de Confuciusbuurt en Wildemanbuurt in Nieuw-West en de buurten Hakfort/Huigenbos en K-buurt Midden in Zuidoost. In drie van de vier buurten zijn betrokken partijen al in gesprek over hoe de buurt aardgasvrij kan worden. Pas als er voldoende draagvlak is onder bewoners kunnen de woningen worden aangesloten op het warmtenet.

In de vier genoemde wijken staan vooral corporatiewoningen. Daarom zijn er ook gesprekken met de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels. In die gesprekken komen de gevolgen voor de huurders bij de overgang naar een warmtenet en de inspraakmogelijkheden uitgebreid aan bod.

De woningtypen in de wijken zijn heel divers. Hierdoor is het mogelijk om de nieuwe werkwijze te testen en te leren om in andere buurten in de nabijheid van het warmtenet op te schalen en te versnellen.

Isoleren

Om bewoners van (oudere) woningen in de buurten van de Warmtemotor ook energiebesparing en comfortverhoging te bieden, ontwikkelt de gemeente een financiële regeling waarop corporaties en particuliere eigenaren een beroep kunnen doen. Met deze regeling kunnen corporaties en eigenaren snel eenvoudige energiebesparende en comfort verhogende maatregelen nemen in woningen waar op korte termijn geen renovatie gepland staat.

Het gaat om maatregelen die de tocht in het huis verminderen en de verwarming beter laten werken. Corporaties kunnen er vanaf het voorjaar 2022 mee aan de slag. Ze voeren dit soort verbeteringen ook uit voordat woningen worden aangesloten op het warmtenet.

Verduurzaming warmtenet

Amsterdam heeft de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn en om alleen nog maar schone energie te gebruiken. De corporaties hebben de laatste jaren daarom veel geïnvesteerd in verduurzaming door woningverbetering. Dat gaat de komende jaren door.

Meer informatie: Gemeente Amsterdam

Foto’s: Kick Smeets.

Project – Ronald McDonald Huiskamer Nijmegen

0
Project - Ronald McDonald Huiskamer Nijmegen
Project - Ronald McDonald Huiskamer Nijmegen

Een warme, huiselijke plek midden in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis. Dat is ‘de Kiezel’, de nieuwe Ronald McDonald Huiskamer.

De Huiskamer hangt als zwevende kiezelstenen tussen twee verdiepingen in

In de Ronald McDonald Huiskamer in het Amalia kinderziekenhuis kunnen zieke kinderen en hun ouders zich terugtrekken voor rust en privacy. Even weg uit de ziekenhuissfeer, tussen alle behandelingen en onderzoeken door. Dit alles in een comfortabele omgeving van rust en geborgenheid. De entree ligt op de tweede verdieping, pal naast de verpleegafdelingen.

Positieve invloed

Als ouders, broertjes en zusjes dichtbij zijn, heeft dat een positieve invloed op het welzijn en herstel van kinderen. De nieuwe Huiskamer biedt een warme en bijzondere plek om samen te zijn.

Anouar, vader van Yanis, bezoekt de Huiskamer graag. “Onze zoon is opgenomen op de NICU, omdat hij lichttherapie nodig heeft. De Huiskamer doet je even alles vergeten, hoe gek dat ook klinkt. Tegelijkertijd sta ik binnen een paar stappen weer bij Yanis.”

Zwevende verdiepingen

De nieuwe Huiskamer verwonderd, vorm en inrichting zorgen voor een verrassende afleiding. De Kiezel bestaat uit drie lagen, die zijn verbonden met een wenteltrap. Naast de ontvangstruimte en private kolfruimte, zijn er drie gezellige zithoeken, een speelruimte en een keuken.

Hiermee biedt de Huiskamer veel verschillende plekken. EGM-architect Daniel van den Berg: “De vorm en uitstraling van dit ontwerp sluiten perfect aan bij het thema ‘Theater der Natuur’ van het Amalia kinderziekenhuis. Het is een combinatie van openheid en privacy. De Huiskamer hangt als zwevende kiezelstenen tussen twee verdiepingen in en valt op door zijn ronde vormen. Binnen zorgen vloeiende overgangen voor geborgen ruimten vol intimiteit en rust.” Voor het interieur werkte binnenhuisarchitect Thoben & Minten het concept van EGM verder uit.

(Lees verder onder de afbeelding.)|

Projectgegevens

Omvang 124 m² bvo
Ontwerpperiode 2018 – 2020
Opening november 2021
Locatie Geert Grooteplein 10, 6525 GA Nijmegen

Opdrachtgever
Radboudumc, Nijmegen

Gebruiker
Amalia Kinderziekenhuis / Ronald McDonald Huis Nijmegen

Architect
EGM architecten, Dordrecht

Interieurarchitect
EGM interieur, Dordrecht (concept)
Thoben & Minten, Langenboom (realisatie)

Projectcoördinator
PBB Radboudumc, Nijmegen

Constructeur
Aronsohn Raadgevende Ingenieurs, Rotterdam

Werktuigbouwkundig / Elektrotechnisch adviseur
PBB Radboudumc, Nijmegen

Akoestisch/bouwfysisch adviseur
Peutz, Zoetermeer

Hoofdaannemer
Jora Vision, Rijnsburg
Cornelissen, Boekelsedijk

Werktuigbouwkundig / Elektrotechnisch installateur
Engie, Arnhem

Fotografie
Scagliola + Brakkee

Eerste bouwstroomwoningen in Nederland door Bouwstroom Noord

0
Eerste bouwstroomwoningen in Nederland door Bouwstroom Noord
Eerste bouwstroomwoningen in Nederland door Bouwstroom Noord

Dinsdag 30 november is het startsein gegeven voor de bouw van de eerste woningen binnen de Bouwstroom Noord, voorheen Bouwstroom Drenthe. Het gaat om 12 nul-op-de-meter-woningen in Leek.

Bouwstroom Noord: ‘We leren niet als individuele organisaties, maar als collectief’

Bouwstroom Noord is een unieke samenwerking tussen vijf corporaties en twee marktpartijen. Samen willen ze anders en slimmer bouwen, om ervoor te zorgen dat er voldoende, betaalbare en energiezuinige woningen worden gebouwd. De bouw in Leek is het begin van de ‘stroom’.

Voor 2022 staan er inmiddels al driehonderd bouwstroomwoningen op de planning. Met de start hebben de corporaties en marktpartijen de bouwstroomprimeur van Nederland te pakken: het is de eerste bouwstroom in Nederland waarin gebouwd wordt.

Betaalbaar en energiezuinig

Door stijgende kosten en een gebrek aan materialen en medewerkers staat de bouw en de continuïteit van het bouwen onder druk. Corporaties en marktpartijen zijn samen aan de slag gegaan met de vraag hoe zij toch kunnen zorgen voor het bouwen van betaalbare en energiezuinige sociale huurwoningen.

Het resultaat is Bouwstroom Noord een samenwerking vanuit een gedeelde ambitie om de opgave te realiseren. Niet vanuit het traditionele opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, maar echt samen.

Janneke Klijn, directeur-bestuurder Wold & Waard: “In de huidige markt wordt het steeds moeilijker om je bouwprojecten gerealiseerd te krijgen. Als we als corporaties en marktpartijen samenwerken, realiseren we een groter volume aan woningen en meer zekerheid voor alle betrokkenen. En het leidt tot een beter betaalbaar product, zodat we ook de huren voor onze bewoners betaalbaar houden. Dit is onze bijdrage aan de wooncrisis.”

Lees ook: Woningvraag komt niet overeen met woningbouwprogrammering

Sneller leren

Bouwstroom Noord gelooft dat het met verregaande samenwerking kan zorgen voor korte doorlooptijden, een voorspelbaar proces, innovatie en continuïteit. Tine-Loes Hemmes, Adjunct-directeur Klant & Markt bij Dura Vermeer Bouw Hengelo: “Door kleine projecten van 8 à 10 woningen te bundelen, realiseren we schaalvoordelen. Met deze projecten brengen wij een stroom op gang, zodat we de pieken en dalen uit het proces halen.”

Heel concreet betekent dit dat de vloerenproducent kan blijven produceren, de schaftkeet hoeft niet terug naar de werkplaats en de inzet van mensen kan beter gepland worden. Tegelijkertijd leren we niet als individuele organisaties, maar als collectief. Hemmes: “Wat we bij een project van corporatie X leren, passen we direct toe bij het daaropvolgende project van corporatie Z. Op deze manier leren we samen sneller en realiseren we een enorme ontwikkeling.”

Fotobijschrift

Foto v.l.n.r. Jan Leistra van Wold en Waard, Tine-Loes Hemmes van Dura Vermeer Bouw Hengelo, wethouder Geertje Dijkstra-Jacobi.

Armaturenvergoeding voor de sector maakt inzameling extra aantrekkelijk

0
Armaturenvergoeding voor de sector maakt inzameling extra aantrekkelijk, e-waste

Armaturenvergoeding: Eerder besteedde B+U aandacht aan het feit dat (af)bouw-, installatie- en onderhoudsbedrijven wettelijk verplicht zijn om tijdens een gebouwrenovatie energiezuinige lampen en armaturen apart in te zamelen voor recycling.

“Niet alleen de verplichte inzameldoelstelling komt met de armaturenvergoeding dichterbij, maar er komen ook meer grondstoffen beschikbaar”

Inmiddels is er voor ingezamelde armaturen ook een marktconforme inzamelvergoeding beschikbaar, de zogenaamde ‘armaturenvergoeding’. Daarmee is er een aantrekkelijk en duurzaam alternatief voor het doorverkopen van metalen armaturen aan de oudijzerhandel.

E-waste

Tl-buizen, spaarlampen en ledverlichting – en ook de armaturen waar ze in zitten – worden door de EU beschouwd als ‘e-waste’ op het moment dat ze worden afgedankt. E-waste staat voor elektr(on)isch afval – zeg maar alle afval waar een stekker of, in het geval van lampen, een fitting aan zit. Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw bepaalde de EU dat e-waste apart ingezameld en verwerkt moet worden. Dit type afval bevat namelijk vrijwel altijd stoffen die (sterk) belastend zijn voor het milieu, zoals kwikpoeder en zware metalen. Het laatste decennium is daar nog een argument bijgekomen: e-waste bevat doorgaans ook veel stoffen die prima te recyclen en te hergebruiken zijn. Zo is van een gewone spaarlamp meer dan 90% opnieuw in te zetten na recycling en zijn armaturen bijna volledig recyclebaar.

In Nederland ligt de verantwoordelijkheid voor de inzameling en recycling bij de fabrikanten en importeurs van verlichting en armaturen. Die hebben zich daartoe verzameld binnen de producentenstichting OPEN en LightRec, die inmiddels nauw samenwerken. Stichting OPEN coördineert dus niet alleen de inzameling en verwerking van lampen en armaturen, maar ook van andere e-waste zoals wit- en bruingoed en ICT. Het daadwerkelijke fysieke inzamelen wordt overigens uitgevoerd door de bekende uitvoeringsorganisatie Wecycle (www.wecycle.nl). Zij zetten de ingezamelde e-waste door naar gespecialiseerde (lees: gecertificeerde) recyclingbedrijven die zorgen voor een milieuverantwoorde verwerking.

Inzameldoelstelling uit Brussel

Hoewel een niet onaanzienlijk deel van de e-waste in Nederland afkomstig is van consumenten, komen in theorie de meeste lampen en armaturen vrij uit de professionele sector, zegt Gied van Hoorn, directeur van LightRec en bestuurslid van Stichting OPEN. “Ik zeg ‘in theorie’, want waar in de consumentenhoek inmiddels sprake is van een goed functionerende, laagdrempelige en fijnmazige inzamelstructuur met retailers, DHZ-zaken en supermarkten, verdwijnen in de in de sloop- en installatiesector nog steeds veel afgedankte armaturen in het zogeheten ‘grijze circuit’.” Daarmee doelt Van Hoorn met name op de oud-ijzerhandel die voor gebruikte metalen een vergoeding betalen.

“Natuurlijk mag je ervan uitgaan dat ook dit metaal op de een of andere manier gerecycled wordt”, zegt Van Hoorn. “Alleen zijn er daarbij twee problemen. Het eerste is dat we niet weten of dat op een verantwoorde manier gebeurt, want we hebben niet over ‘zomaar’ recyclen, maar over verwerking door CENELEC- (voorheen WEEELABEX) gecertificeerde bedrijven waarbij milieubelastende materialen en componenten worden verwijderd. Het tweede probleem is dat e-waste die langs de niet-officiële kanalen wordt gerecycled, niet meetelt voor het behalen van de inzameldoelstelling die Brussel ons oplegt. Dat kan op termijn financiële consequenties hebben voor Nederland, terwijl dat niet echt nodig is als iedereen zich gewoon aan de regels zou houden.”

(Lees verder onder de foto.)
Armaturenvergoeding-voor-de-sector-maakt-inzameling-extra-aantrekkelijk-2 e-waste

Vergoeding

Om het tij te keren hebben LightRec en Stichting OPEN daarom onlangs een marktconforme vergoeding in het leven geroepen voor bouw- en installatiebedrijven die gebruik maken van het officiële Wecycle-inzamelsysteem. “We hopen daarmee het aandeel armaturen in de inzamelresultaten te boosten”, aldus Van Hoorn. “Op die manier komt niet alleen de verplichte inzameldoelstelling* dichterbij, maar komen er ook meer grondstoffen beschikbaar die vanuit de circulaire gedachte prima opnieuw in te zetten zijn, mits ze correct worden verwerkt.”

Maximaal hergebruikt

Volgens Van Hoorn is het nieuwe systeem met opzet erg laagdrempelig gemaakt: bouw- of installatiebedrijf tekenen een overeenkomst met Stichting OPEN voor de inzameling van armaturen. Deze overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd en is maandelijks opzegbaar. Na afronding van de overeenkomst wordt de vergoeding ingeregeld en kunnen zij onbeperkt gebruik maken van de gratis inzamelmiddelen. Wel gelden als voorwaarden dat de inzamelmiddelen geheel moeten gevuld zijn, de armaturen compleet moeten zijn en dat ook lampen gescheiden van de armaturen worden afgegeven voor verwerking. Van Hoorn: “Dit om te voorkomen dat alleen kunststoffen armaturen worden ingeleverd en de metalen armaturen verdwijnen naar de oudijzer boeren. Of armaturen en lampen niet scheiden, zodat Stichting OPEN ze nog zelf moet na-scheiden. Dan kan een inzamelvergoeding financieel natuurlijk niet uit.”

Bedrijven die kiezen voor de Stichting OPEN -route zijn in termen van duurzaamheid goed bezig, benadrukt Van Hoorn. “Zoals gezegd: niet alleen worden de grondstoffen maximaal hergebruikt waardoor de circulaire economie wordt gestimuleerd, ook zorgen onze CENELEC-gecertificeerde partners voor een milieutechnisch verantwoorde recycling. Daarnaast leidt verwerking van lampen en armaturen via Stichting OPEN tot een significante CO2-besparing, waarmee je je als bedrijf in de markt kunt onderscheiden. En last but not least worden in het verwerkingsproces mensen ingezet met een afstand tot de arbeidsmarkt, die op deze manier een kans krijgen op een reguliere baan. Je doet dus en passant óók iets aan een stukje social return”, aldus Van Hoorn.

En voor wie de argumenten duurzaam en sociaal alsnog minder zwaar wegen, is er altijd nog de gemak factor, benadrukt Van Hoorn. “Door de overeenkomst met Stichting OPEN voldoe je als bedrijf in één keer aan alle wet- en regelgeving, de verwerkingseisen die gelden voor e-waste en je kunt aanspraak maken op de kosteloze inzamelmiddelen en logistieke service van Wecycle. En met een aantrekkelijke inzamelvergoeding per ton armaturen als bonus.”

Info

Nadere informatie over onder meer de armaturenvergoeding op de website van www.lightrec.nl of www.stichting-open.org.

*Te weten 65% van het volume van nieuw op de markt gebrachte apparatuur in de drie jaar ervoor, de zogeheten Put On Market of POM (red.).

Armaturenvergoeding voor de sector maakt inzameling extra aantrekkelijk.

246 woningen in Paddepoel Groningen verduurzaamd

0
246 woningen in Paddepoel Groningen verduurzaamd
246 woningen in Paddepoel Groningen verduurzaamd

De 246 woningen in de Groningse wijk Paddepoel zijn verduurzaamd naar energielabel A. Woningcorporatie Lefier en Dura Vermeer in Groningen hebben dit in iets meer dan een jaar kunnen realiseren in nauwe samenwerking met bewoners.

Afstemming met de bewoners en het scheppen van duidelijke verwachtingen is enorm belangrijk

Het gaat om eengezinswoningen uit de jaren ’60 tussen de Watermanstraat, de Grote Beerstraat, de Noorderkroonstraat en de Ossehoederstraat. De bewoners hebben dankzij de renovatie meer wooncomfort en een lager energieverbruik.

Alle woningen zijn voorzien van dubbel glas, dakisolatie, spouwmuurisolatie, mechanische ventilatie en kunststof kozijnen en deuren. De ingrepen zorgen voor minder tocht-, vocht en schimmelklachten. Verder hebben alle woningen nieuwe dakpannen gekregen en is de aanwezige aardbevingsschade ook meteen hersteld.

Label A

Pieter Witzenburg, directeur Vastgoed Lefier: “We willen tempo maken met de verduurzaming van woningen, zodat in 2050 onze woningvoorraad CO2-neutraal is. Samen met Dura Vermeer is het gelukt om in ongeveer een jaar tijd een flink aantal woningen in Paddepoel naar label A te brengen. Onze huurders bieden we met deze renovatie een comfortabeler woning met een lager energieverbruik. Zo werken we aan prettig en betaalbaar wonen.”

Uitdagende periode

Peter van Dokkemburg, uitvoerder bij Dura Vermeer: “Als je ergens zo lang en veel rondloopt word je op een gegeven moment onderdeel van de wijk. We willen gewoon het goede doen voor de bewoners, daarbij is afstemming en het scheppen van duidelijke verwachtingen enorm belangrijk. Juist in deze uitdagende periode. Het is dan ook fijn te horen dat de bewoners blij zijn met hun vernieuwde woning.”

Lees ook: Huizenmarkt: Groningen is het nieuwe Amsterdam

Pilot flexibele zonne-energiesystemen voor toepassing op zee

0
Pilot flexibele zonne-energiesystemen voor toepassing op zee

Een consortium onder leiding van TNO is gestart met een onderzoek naar nieuwe flexibele zonne-energiesystemen op water. Het systeem dat bestaat uit flexibele drijvers met daarop gemonteerde flexibele zonnepanelen, is de afgelopen dagen geïnstalleerd in het Fieldlab Green Economy Westvoorne in het Oostvoornse Meer.

Het is technisch zeer uitdagend om op zee grote drijvende systemen met zonnepanelen te installeren

In dit onderzoek kijkt het consortium naar verschillende aspecten zoals energie-opbrengst van de flexibele zonnepanelen, gedrag van de drijvers bij golven en harde wind, de aangroei van organisch materiaal en economische rendabiliteit. Zon op water zal naar verwachting een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie.

In 2050 wordt in Nederland tweehonderd gigawattpiek (GWp) aan opgewekte zonne-energie voorspeld, waarvan 25 GWp op binnenwater en 45 GWp op zee. Om dat te benutten moeten er wel nog stappen worden gezet stelt Wim Soppe, onderzoeker van TNO en manager van het project Solar@Sea II: “Zon op zee of offshore PV bestaat nu eigenlijk nog niet. Het is technisch zeer uitdagend om op zee grote drijvende systemen met zonnepanelen te installeren en tientallen jaren in bedrijf te houden.”

Daarbij komt dat het vanwege het dure materiaalgebruik voor zware stijve drijvers vaak lastig is om deze systemen economisch rendabel te maken. Voor dit nieuwe concept is veel minder materiaal nodig en daarom hebben we goeie hoop dat het veel goedkoper uitvalt.“

Drijvers

Het concept bestaat uit twee drijvers van 7×14 m. met daarop 20 kWp aan zonnepanelen. Het bijzondere aan de opstelling is dat zowel de zonnepanelen als de drijvers van flexibel materiaal zijn gemaakt die door het consortium zijn ontwikkeld. Door deze toepassing buigen de drijvers en de panelen mee met de golven. Ze bieden minder weerstand aan de golven waardoor de drijvers en de verankering lichter, en daarmee goedkoper, kunnen worden uitgevoerd dan bij starre drijvers.

Vervolgstappen

Na de afronding van dit project is de vervolgstap het bouwen en installeren van een systeem op de Noordzee. In eerste instantie is het doel om daarmee een efficiënte installatie- en onderhoudsmethode te testen die het consortium nu al aan het ontwikkelen is. Dit is belangrijk omdat installatie en onderhoud van drijvende systemen op zee veel lastiger is dan op land en daarmee zomaar veel duurder kan uitpakken.

Vervolgens is de ambitie om rond 2024 een commercieel systeem van 1-5 MWp te gaan bouwen. Deze kan aangelegd en elektrisch aangesloten worden bij een van de nieuwe windparken op de Noordzee. Omdat de productie van zon- en windenergie in de tijd elkaar weinig overlappen hoeven hiervoor geen extra kabels naar land gebracht te worden.

Roadmap

Dit onderzoek vormt een belangrijke stap in de roadmap. Deze is opgesteld door het Nationaal Consortium Zon op Water. Het Solar@Sea II project wordt uitgevoerd met Topsector Energiesubsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Het Fieldlab Green Economy Westvoorne is mede mogelijk gemaakt door TNO en het Innovatieprogramma Energie & Klimaat, een initiatief van Metropool regio Rotterdam Den Haag, InnovationQuarter en de provincie Zuid-Holland.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Consortium

Het project wordt uitgevoerd door een breed consortium; naast projectleider TNO zijn Bluewater Energy Services, Genap, Marin, Endures en Avans Hogeschool als partner betrokken. Bluewater is verantwoordelijk voor de verankering van het systeem. Genap heeft de drijvers ontwikkeld, Marin heeft de hydrodynamische eigenschappen van de drijvers in hun modeltest basin getest. Endures onderzoekt (voorkomen van) organische aangroei op de panelen en drijvers. Avans ontwikkelt onderhoud en recycling strategieën voor dit concept.

Vernieuwde versie van de digitale Bedrijfstakatlas

0
Vernieuwde versie van de digitale Bedrijfstakatlas
Vernieuwde versie van de digitale Bedrijfstakatlas

Ben jij een werkgever, arboprofessional, onderzoeksinstelling of onderzoeker bij een universiteit en wil je overzichtelijk in kaart brengen hoe werknemers in de bouw- en infrasector hun gezondheid en werk(omstandigheden) ervaren? Ga aan de slag met de Bedrijfstakatlas!

De Bedrijfstakatlas geeft inzicht in leefstijl, werkvermogen en kans op Arbeidsongeschiktheid

In de vernieuwde versie van de Bedrijfstakatlas maak je eenvoudig eigen selecties om zo de duurzame inzetbaarheid op thema’s die voor jou relevant zijn in kaart te brengen.

Alle thema’s zijn gebaseerd op de drie pijlers van Volandis: Werk Veilig, Houd plezier en Kijk vooruit. Daarnaast geeft de Bedrijfstakatlas niet alleen inzicht in de leefstijl, maar ook op het werkvermogen en de kans op arbeidsongeschiktheid.

Zie ook het interview met Volandis directeur Tjeerd Willem Hobma.

Uitsplitsen

Alle gegevens in de atlas zijn gebaseerd op de uitkomsten van het welbekende PAGO (Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek)* waaraan werknemers in de bouw- en infrasector elke vier jaar mogen deelnemen.

Omdat het mogelijk is om uitsplitsingen te maken op cao-niveau, maar ook op basis van leeftijd, bedrijfssector, bedrijfsgrootte en beroep is een waardevolle monitoring mogelijk.

Meer informatie.

* De werkgever moet zijn werknemers volgens artikel 18 in de Arbowet periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) aanbieden. Doel van het onderzoek is het zoveel mogelijk voorkomen van de risico’s die de arbeid voor de gezondheid en de veiligheid van de werkenden met zich meebrengt. Het PAGO leidt tot advisering aan de werkgever en de werknemer over de beschermende maatregelen die moeten worden genomen. Ook maakt vroege preventie onderdeel uit van het advies. Daarmee kan ziekte en uitval voorkomen worden. (Bron: Arboportaal Rijksoverheid)

Vernieuwde versie van de digitale Bedrijfstakatlas Volandis.

Bouw kampt met achterstallige betalingen, uitgestelde projecten en tekorten

0

Meer dan de helft van de bedrijven in de sectoren bouw, bouwmaterialen en de machine-industrie kampt met achterstallige betalingen.

Waar projecten wel doorgang vinden, is er een tekort aan materialen als metaal, staal, hout en cement

Hoewel dit niet veel anders is dan vorig jaar en er zelfs sprake is van een lichte daling, is het aantal afschrijvingen wel toegenomen. Zo moest in 2021 13 procent van de totale waarde van uitstaande rekeningen worden afgeboekt, ten opzichte van 10 procent in 2020. Dat blijkt uit de Betalingsbarometer van kredietverzekeraar Atradius, die de betalingsmoraal in de sectoren bouw, bouwmaterialen en de machine-industrie heeft onderzocht.

De huidige ontwikkelingen omtrent milieu, grondstof- en energieprijzen stellen met name de bouw voor een aantal verdere problemen.

Groei

Na de economische teruggang als gevolg van de coronacrisis, heeft de Nederlandse economie de weg naar groei weer gevonden. Zo veerde het bbp terug naar het niveau van vóór de crisis en nam de economische activiteit vooral in de tweede helft van 2021 toe. In de nasleep van de crisis kregen veel bedrijven echter óók te maken met achterstallige betalingen.

Het enorme verlies aan inkomsten die dit tot gevolg heeft, heeft een grote impact op de liquiditeitspositie. “Uit ons onderzoek blijkt dat de sectoren bouw, bouwmaterialen en de machine-industrie te maken hebben met een stijging van het aantal afschrijvingen. De betalingsachterstanden en grote verliezen die hiervan het gevolg zijn, zorgen ervoor dat de behoefte aan risicobescherming sterk is toegenomen”, vertelt Edwin Kuhlman, hoofd Acceptatie van Atradius.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Uitgestelde projecten

Naast een slechte betalingsmoraal kampen met name de sectoren bouw en bouwmaterialen met een aantal andere grote uitdagingen. Door de PFAS- en stikstofproblematiek zijn projecten uitgesteld. Waar projecten wel doorgang vinden, is er een tekort aan materialen als metaal, staal, hout en cement.

Daarnaast zijn grondstoffen enorm in prijs gestegen, net als de kosten voor gas, energie en transport. “Deze prijsstijgingen kunnen enorme gevolgen hebben”, vervolgt Kuhlman. “Wij zijn met name bezorgd over de op projecten gerelateerde bouw. Bouwprojecten die eerder dit jaar tegen de toen geldende prijzen zijn gecalculeerd, kunnen nu zomaar twintig tot dertig procent duurder uitvallen. Als een bedrijf de gestegen prijzen niet aan zijn opdrachtgever kan doorberekenen, kan het flink in de problemen komen.”

Liquiditeitspositie

Hoewel de Nederlandse bouwsector niet zo hard is getroffen als in andere Europese landen, kreeg 51 procent van de bedrijven te maken met achterstallige betalingen. De helft meldt een sterke toename (+19 procent) van de tijd en middelen die besteed wordt aan het innen van onbetaalde facturen.

Desondanks is gemiddeld negen procent van de totale waarde van de facturen afgeschreven: een stijging van vijftig procent ten opzichte van 2020. Tegelijkertijd is sprake van een aanzienlijke toename van het aantal bedrijven dat strenger toeziet op het controleren van de kredietwaardigheid van afnemers.

Dat geldt voor vier op de tien bedrijven, ten opzichte van iets meer dan een kwart in 2019. Het totale beeld in de bouwsector is volgens Atradius ongunstig, met achterstallige betalingen die bijna de helft van de totale waarde van de facturen vertegenwoordigen en de eerder geschetste problemen. Veel bedrijven stellen hun eigen betalingen aan leveranciers uit om hun cashflow te stabiliseren. Toch zijn 8 op de 10 bouwbedrijven positief over de vooruitzichten voor volgend jaar, hoewel een derde tegelijkertijd aangeeft zich zorgen te maken over de effecten die de aanhoudende pandemie op de economie kan hebben.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Bouwmaterialen

Maar liefst 67 procent van de bedrijven die actief is in de sector bouwmaterialen is dit jaar geconfronteerd met te late of uitblijvende betalingen. Dit is een ruime verdriedubbeling ten opzichte van vorig jaar (21 procent). Bovendien is het aantal afschrijvingen (13 procent) ten opzichte van 2019 verdubbeld. Bijna de helft van de bedrijven steekt dan ook meer tijd en geld in het innen van achterstallige facturen, terwijl dit vorig jaar bij nog geen een op de vijf 5 ondernemingen het geval was.

Daarnaast zegt 44 procent op zoek te gaan naar externe financiering om hun bedrijf overeind te houden. In 2019 gold dit voor nog geen drie op de tien bedrijven. Daarnaast heeft 39 procent hun rekening-courantkrediet verlengd: een stijging van bijna dertig procent ten opzichte van 2019.

Ondanks de stijging van de wanbetalingen overheerst ook in deze sector optimisme. Maar liefst 95 procent is positief over de vooruitzichten in 2022. Toch zijn er ook zorgen over de nasleep van de pandemie. Bijna de helft sluit niet uit dat dit negatieve gevolgen zal hebben voor de wereldeconomie, terwijl 48 procent zich zorgen maakt over de impact op de Nederlandse economie.

Machinebouw

Bijna driekwart van de bedrijven in de machinebouw heeft het innen van achterstallige facturen geïntensiveerd; in 2018 was dit 48 procent. In tegenstelling tot bedrijven in de andere segmenten ziet de helft van de ondernemers dan ook geen significante verandering in de periode waarin facturen worden voldaan.

Dat is een verbetering in vergelijking met 2019, toen dit slechts voor zo’n kwart van de bedrijven gold. De sector heeft wél moeite om de afschrijvingen binnen de perken te houden. Zo is dit jaar 14 procent van de totale waarde van facturen afgeschreven, ten opzichte van 11 procent vorig jaar. De gederfde inkomsten die tot gevolg heeft, kunnen een zwaar stempel drukken op de liquiditeitspositie van bedrijven.

Externe financiering

Mogelijk doen daarom maar liefst vier op de tien bedrijven een beroep op externe financiering, in vergelijking met 19 procent in 2019. Bijna acht op de tien bedrijven geven daarnaast aan dat ze afnemers kortingen bieden voor de vroegtijdige betaling van facturen.

Zo vreest ruim de helft dat de DSO (de gemiddelde periode die facturen openstaan) in de komende tijd zal stijgen. Voor bijna 7 op de 10 de bedrijven is de aanhoudende pandemie de grootste bron van zorg, zowel voor de wereldwijde als voor de Nederlandse economie.

Een exemplaar van de Betalingsbarometer is beschikbaar op Atradius