Home Blog Pagina 121

Johnson Controls breidt aanbod uit met hoge temperatuur warmtepompen

0
Johnson Controls breidt aanbod uit met hoge temperatuur warmtepompen

Johnson Controls heeft Hybrid Energy AS overgenomen. Hybrid Energy is leverancier van beheeroplossingen voor energie met een hoge temperatuur, waarbij de focus ligt op warmtepompen voor stads- en districtsverwarming en industriële processen.

“Door de overname van Hybrid Energy kan Johnson Controls warmtepompen met een hoge temperatuur leveren voor stadsverwarming- en industriële markten in Europa”

Volgende generatie

“Het is een enerverende tijd in onze branche nu we samenkomen om de volgende generatie veilige, duurzame technologieën op het gebied van energiebeheer op de markt te brengen”, zegt Claude Allain, President, Johnson Controls HVAC/R & Datacenters.

Hoge temperatuur

“Hybrid Energy is een expert op het gebied van procesverwarming op extreem hoge temperatuur met behoud van energie-efficiëntie. Met het bereik en de middelen van Johnson Controls zullen we in staat zijn om de uitdagingen van meer klanten op te lossen. Terwijl we het energieverbruik in gebouwen helpen verminderen, zullen onze klanten profiteren van één betrouwbare leverancier voor verwarmingsoplossingen.”

Het overgenomen bedrijf, gevestigd in Lysaker, Noorwegen, zal Johnson Controls aanbod van verwarmingsoplossingen met hoge temperaturen uitbreiden; de hybride warmtepomp vormt hierbij de basis. Dankzij de gepatenteerde technologie kunnen oplossingen van Hybrid Energy temperaturen van meer dan 100 graden Celsius bereikt worden. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van natuurlijke koelmiddelen met een zeer laag opwarmingsvermogen.

Nieuwe standaard

“Nu veel landen hun energiebronnen diversifiëren, is dit hét moment om technologie voor schone energie wereldwijd beschikbaar te maken”, aldus Rune Rinann, Chief Executive Officer van Nordic Technology Group AS. “Met de unieke warmtepomptechnologieën van Hybrid Energy, het bereik en de capaciteit van Johnson Controls en hun gezamenlijke denkkracht, komt een duurzame toekomst steeds dichterbij. Dit doen we door een nieuwe standaard te zetten voor industriële warmtepompen op hoge temperatuur.”

Meer informatie

Johnson Controls, optimaliseert de performance van gebouwen en verbetert de veiligheid en het comfort daarvan. Men is onder meer bekend van OpenBlue, is mondiaal leider in slimme, gezonde en duurzame gebouwen en biedt al 140 jaar, mede door een wereldwijd team van 100.000 deskundigen in meer dan 150 landen het grootste portfolio ter wereld rond bouwtechnologie, software en serviceoplossingen van enkele van de meest betrouwbare namen in de industrie. aanvullende informatie over Hybrid Energy AS is hier te vinden.

Aandacht voor veiligheid in de bouw

0
Aandacht voor veiligheid in de bouw

Ook in de bouwsector is er een groot tekort aan personeel. Om toch zoveel mogelijk werk te kunnen verzetten, is het belangrijk het verzuim zo laag mogelijk te houden. Maar helaas kunnen werkgevers niet alle oorzaken van verzuim beïnvloeden. Een griepje is bijvoorbeeld lastig te voorkomen. Iets dat wél beïnvloed kan worden, is het aantal bedrijfsongevallen dat leidt tot korte of langere afwezigheid. Zeker in de bouw komen er namelijk nog altijd veel bedrijfsongevallen voor. Hieronder lees je hoe je die kunt voorkomen en welke rol VCA daarbij speelt.

Minder arbeidsongevallen, maar wel veel in de bouw

Goed nieuws is dat het aantal bedrijfsongevallen de afgelopen jaren daalt. Volgens de Monitor Arbeidsongevallen 2021 van de Inspectie SZW werden er in dat jaar bijna 3.500 bedrijfsongevallen gemeld. Dat was bijna twintig procent minder dan twee jaar daarvoor, al is ieder bedrijfsongeval er natuurlijk een teveel.

Overigens is de bouw wel oververtegenwoordigd in de statistieken omtrent bedrijfsongevallen. De bouwsector staat na afvalbeheer op de tweede plaats voor wat betreft het aantal slachtoffers van bedrijfsongevallen.

Mogelijke oorzaken van de vele bedrijfsongevallen in de bouw

Er kunnen diverse factoren worden aangewezen als mogelijke oorzaken van de vele bedrijfsongevallen. Het belangrijkst is dat er tegen zo laag mogelijke kosten zo snel en efficiënt mogelijk een project opgeleverd moet worden. Er is weinig ruimte voor vertraging of uitloop en de planning is meestal strak. Daarnaast zijn de kosten van zowel materiaal als arbeid sterk gestegen, wat extra druk oplevert.

VCA maakt de bouw veiliger

De Inspectie SZW stelt dat ook een gebrek aan veiligheidsbewustzijn een deel van de arbeidsongevallen kan verklaren. Deze bewustwording kunnen werkgevers vergroten door medewerkers een VCA-cursus te laten volgen. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers.

Er zijn vier verschillende soorten VCA-certificaten. Bij de drie op individueel niveau gaat het allereerst om VCA Basis voor basiskennis bij medewerkers in een onderneming met een verhoogd veiligheidsrisico. Daarnaast is er de VCA- VOL cursus (VCA Veiligheid voor Operationeel Leidinggevenden) voor zzp’ers en meewerkende leidinggevenden.

Tot slot is er de VIL-VCU (Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden – Veiligheids Checklist Uitzend- en Detacheringbureaus) voor intercedenten en managers van uitzendbureaus. Met een VCA-bedrijfscertificaat kunnen bedrijven en organisaties aantonen dat milieu, gezondheid en veiligheid gewaarborgd zijn in de dagelijkse uitvoering van werk.

VCA niet alleen aan te raden, maar ook steeds vaker verplicht

De VCA kent zijn oorsprong in de petrochemische en offshore industrie, maar bleek ook al snel van groot belang voor diverse andere sectoren. Ook in de bouw zit een ongeluk immers in een klein hoekje. Er wordt vaak op hoogte gewerkt, met grote machines en potentieel gevaarlijke gereedschappen.

Medewerkers in sectoren met verhoogde veiligheidsrisico’s worden zich door het behalen van een VCA-certificaat bewuster van gevaarlijke situaties. Zo kunnen ze veiliger en gezonder werken. Niet vreemd dus dat VCA niet alleen aan te raden is, maar ook steeds vaker verplicht wordt gesteld door opdrachtgevers.

Aandacht voor veiligheid in de bouw.

‘Kleintje Zonnestroom’ aanvullend naslagwerk van ISSO

0

Om zonnestroomsystemen te realiseren is de juiste kennis nodig. Met het Kleintje Zonnestroom biedt ISSO deze ondersteuning met een handzaam naslagwerk.

“Professional krijgt praktische hulp met ISSO-kleintje Zonnestroom”

PV panelen juist monteren en installeren

Het installeren van fotovoltaïsche (PV) zonne-energiesystemen kent al jaren een sterke groei. En die groei is nog lang niet voorbij. Met stijgende energieprijzen willen steeds meer consumenten hun eigen elektriciteit opwekken. De installatie van een zonnestroomsysteem is voor veel mensen een logische keuze, maar dit moet dan wel goed en vakbekwaam gebeuren.

Montage en bouwkundige aspecten

Het Kleintje Zonnestroom is gebaseerd op de kennis en informatie in het uitgebreide ISSO-handboek Zonne-energie, maar focust zich vooral op de montage van zonnestroomsystemen. Naast de installatie- en elektrotechnische handelingen komen ook sommige bouwkundige aspecten aan bod die betrekking hebben op het kwalitatief goed monteren van zonnestroomtoepassingen. De installatie van zonnewarmtesystemen komen in een ander ISSO-kleintje aan bod. Deze verschijnt naar verwachting voor de zomer. De Kleintjes Zonnestroom en Zonnewarmte vervangen het Kleintje Zonne-energie (versie 2016).

Netgekoppelde toepassingen

Het ISSO-kleintje Zonnestroom behandelt voornamelijk netgekoppelde toepassingen op woningen en gebouwen. Het handige boekje bespreekt de verschillende soorten zonnestroomsystemen en toepassingen, met hulp van veel foto’s en afbeeldingen, en gaat vervolgens in op het starten van een installatieklus.

Wat heb je bij dit werk nodig, hoe werk je veilig en hoe zorg je voor een goede oplevering? In dit deel is er ook aandacht voor het verticaal transport en veilig werken op hoogte. Omdat een zonnestroominstallatie vaak betekent dat mensen op hoogte werken, krijgt dit risicovolle aspect van het werk extra aandacht.

Lees verder onder de afbeelding.

'Kleintje Zonnestroom' aanvullend naslagwerk van ISSO

Daarnaast gaat de kennis in op de plaatsbepaling van installaties op het dak en de dakbelasting, maar ook het verschil tussen panelen en zonnefolie komt aan bod.Het bouwkundige (buitendakse) deel van het werk wordt duidelijk beschreven.

Elektrotechnische aspecten

Het elektrotechnisch aansluiten van de panelen en het op juiste wijze installeren en monteren van de bedrading is eveneens een belangrijk aandachtspunt, evenals het plaatsen van de omvormer. Voor de kennis die nodig is voor het ontwerp en de wat uitgebreide, bouwkundige integratie verwijst het ISSO-kleintje naar het ‘ISSO-handboek Zonne-energie’.

Het naslagwerk besteedt aandacht aan monitoring, inspectie, onderhoud en service aan zonnestroomsystemen. Tot slot vinden de gebruikers er enkele checklists, die zij kunnen gebruiken bij het opleveren van zonnestroomsystemen, maar ook bij het uitvoeren van metingen en beproevingen aan pv-installaties.

Het nieuwe ISSO Kleintje Zonnestroom is beschikbaar op ISSO Open
________________________________________

Tegemoetkoming Energiekosten MKB aanvragen vanaf 21 maart

0
Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) -aanvragen kan voor MKB vanaf 21 maart

Mkb-ondernemingen waarvan de energiekosten een relatief groot deel uitmaken van de totale omzet kunnen vanaf 21 maart de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) aanvragen. De TEK-regeling is een tijdelijke tegemoetkoming voor energie-intensieve mkb-bedrijven voor de gestegen gas- en elektriciteitskosten. De tegemoetkoming kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd en loopt van 1 november 2022 tot en met 31 december 2023.

“Aanvragen van TEK is mogelijk van 21 maart 2023 tot 2 oktober 2023”

Energie-intensieve mkb’ers

Met behulp van deze tegemoetkoming krijgen energie-intensieve mkb’ers meer adem om hun bedrijfsmodel toekomstbestendig te maken. Mkb-ondernemingen bij wie de energiekosten minimaal 7% van de omzet bedragen en die voldoen aan de overige voorwaarden van de regeling, ontvangen een vergoeding van maximaal €160.000.

De compensatie bedraagt 50% van de energiekostenstijging boven een vastgestelde zogenoemde drempelprijs. Deze regeling moet voldoen aan Europese staatssteunregels en daarom goedgekeurd worden door de Europese Commissie. Bij akkoord van de Europese commissie kan de regeling opengesteld worden.

Voorwaarden en werking TEK

De TEK-vergoeding is bedoeld voor energie-intensieve mkb-bedrijven die voldoen aan de mkb-definitie, met maximaal 249 medewerkers en hoogstens 50 miljoen euro omzet en/of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro.

Ook voor stichtingen en verenigingen

Stichtingen, verenigingen en overige instellingen die voldoen aan de voorwaarden kunnen de regeling ook aanvragen. De verwachting is dat enkele tienduizenden bedrijven en organisaties in aanmerking komen.

Basis

De subsidie is gebaseerd op gemodelleerde verbruiks- en prijsgegevens en dus niet op het daadwerkelijke gebruik en de actuele prijs van energie. Hierdoor kunnen aanvragen sneller worden behandeld. Het gas- en elektraverbruik wordt mede bepaald aan de hand van het gemiddeld historisch verbruik. Deze gegevens worden opgevraagd bij de netbeheerders.

Het minimale deel dat bedrijven zelf betalen, de zogenoemde drempelprijs, is € 1,19 per m³ voor gas en € 0,35 per kWh voor elektriciteit. Voor het berekenen van de subsidie wordt verder gewerkt met een maximale prijs voor gas (€3,19 per m³) en elektriciteit (€0,95 per kWh).

Ondernemers die in aanmerking komen voor de TEK krijgen maximaal 50% van het verschil tussen de drempelprijs en de maximumprijs. Na een positief besluit ontvangen ondernemers binnen twee weken een voorschot. Ondernemers dienen uiterlijk 31 mei 2024 een vaststellingsverzoek in waarna de definitieve subsidie wordt bepaald.

Nadere informatie voor ondernemers

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de TEK-regeling uit in opdracht van het ministerie van EZK. Op de website van de rijksdienst kunnen aanvragen worden gedaan en is meer informatie te vinden.

Voor informatie en persoonlijk advies kunnen ondernemers ook terecht bij het Energieloket van de Kamer van Koophandel. Op deze websites is ook meer informatie te vinden over de subsidies en regelingen waarmee ondernemingen kunnen verduurzamen en energie kunnen besparen.

Voorbereiden van de TEK-aanvraag en rekenvoorbeelden

Hier kunt u TEK-rekenvoorbeelden en de toelichting daarop bekijken.

De TEK-aanvraag is hier voor te bereiden.

Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) -aanvraag voor MKB kan vanaf 21 maart. Zie ook ‘Energielijst 2023 bekend, extra budget beschikbaar‘.

Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en RVO.

Provinciale uitgaven per inwoner hoog in noordelijke provincies

0

Noordelijke provincies geven meer uit per inwoner dan de dichter bevolkte. Zo gaf de provincie Groningen in 2021 per bewoner vier keer meer uit dan Noord-Holland. De verschillen weerspiegelen de relatief zware taak die de noordelijke provincies en Zeeland hebben op het terrein van wegenonderhoud, natuurbeheer en openbaar vervoer, bericht het CBS.

“Drenthe besteedde per inwoner tien keer zo veel provinciale uitgaven aan de natuur als Zuid-Holland”

Noordelijke provincies geven ook meer uit aan ov en wegen

De noordelijke provincies besteden per inwoner meer aan het openbaar vervoer, wegen en natuur dan Noord-Holland en Zuid-Holland. Drenthe besteedde per inwoner tien keer zo veel aan natuur als Zuid-Holland. De provincie Groningen gaf vijf keer zo veel uit aan openbaar vervoer.

Verantwoording

Dit komt deels doordat de provinciebesturen van Groningen en Drenthe samen (deels) verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer in de regio. In het noorden van het land wordt een groot deel van het openbaar vervoer door de provincies aanbesteed. In het westen van het land spelen daarentegen samenwerkingsverbanden tussen gemeenten als Den Haag en Rotterdam een grote rol in het organiseren van het lokale vervoer.

Wegen

De noordelijke provincies en Zeeland geven per inwoner ook meer uit aan provinciale wegen dan Noord- en Zuid-Holland. In het noorden en het oosten van het land is het aantal kilometer provinciale weg per inwoner groter dan in het westen. Overigens wisselen de bestedingen aan wegen wel van jaar tot jaar.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Provinciale uitgaven per inwoner hoog in noordelijke provincies BRON CBS

Bron en beeld: CBS

Oppervlakte en provinciale uitgaven

Daarnaast hebben onder meer de oppervlakte van een provincie en de omvang van natuur- en watergebieden invloed op de hoogte van de kosten. Het aantal inwoners per vierkante kilometer is in Zuid-Holland ongeveer zeven keer zo hoog als in Drenthe en Friesland.

Ook Zeeland

De uitgaven van de provincie Groningen waren in 2021 vier keer zo hoog per inwoner als die van de provincie Noord-Holland. In Groningen gaf de provincie 727 euro uit per hoofd van de bevolking. In Noord-Holland was dit 185 euro. Ook in de andere noordelijke provincies en Zeeland lagen de uitgaven per inwoner hoger dan in de Randstad.

De uitgaven per inwoner zijn in de noordelijke provincies en Zeeland al jarenlang hoger dan bijvoorbeeld in Utrecht en Noord- en Zuid-Holland.

Meer dan 1 miljard voor uitvoering klimaatbeleid gemeenten en provincies

0
Meer dan 1 miljard voor uitvoering klimaatbeleid gemeenten en provincies

Gemeenten en provincies spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarom is het essentieel dat zij over de benodigde kennis, expertise én uitvoeringscapaciteit beschikken.

“Het kabinet trekt tot en met 2025 1,04 miljard uit om gemeenten en provincies te ondersteunen”

Extra

Met dit geld kunnen zij extra personeel aantrekken, kennis vergroten en externe expertise in huis halen. Gemeenten en provincies kunnen de uitkering voor uitvoeringskosten voor het klimaatbeleid tussen 3 en 28 april aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Sleutelrol

Decentrale overheden vervullen een sleutelrol bij de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Denk aan de Regionale Energiestrategieën, de uitrol van warmtenetten en het aardgasvrij maken van woningen. In het Coalitieakkoord is afgesproken om voor de jaren 2023 t/m 2030 in totaal 5,6 miljard euro beschikbaar te stellen zodat gemeenten en provincies hun taken op dit gebied goed uit kunnen voeren.

Het kabinet heeft begin deze week de ’tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE) gepubliceerd. Deze tijdelijke regeling maakt het mogelijk voor gemeenten en provincies om deze middelen aan te vragen. Voor de jaren 2026 t/m 2030 wordt op een later moment een nieuwe regeling opengesteld.

Uitdaging en ondersteuning

Rob Jetten, minister voor Klimaat en Energie: “Het kabinet is de gemeenten en provincies dankbaar voor de verantwoordelijkheid die zij nemen voor de uitvoering van klimaatbeleid. De klimaattransitie is de grootste uitdaging van deze tijd.”

“Een uitdaging die we alleen het hoofd kunnen bieden als we er gezamenlijk, als één overheid, de schouders onder zetten. Met deze middelen zorgen we ervoor dat gemeenten en provincies beter zijn toegerust om hun essentiële rol in de transitie te vervullen.”

Behoefte

Lot van Hooijdonk, voorzitter VNG-commissie Energie en Klimaat en wethouder in Utrecht: “De VNG is erg blij met deze middelen. Het komt tegemoet aan een van de voorwaarden die door onze leden bij het Klimaatakkoord zijn gesteld.”

“De regeling voorziet in een dringende behoefte van gemeenten om hun interne organisatie verder op te bouwen, zodat zij de komende jaren samen met inwoners, medeoverheden en anderen werk kunnen maken van de lokale energietransitie.”

Partnerschap in klimaatbeleid

Jop Fackeldey, gedeputeerde provincie Flevoland, namens de samenwerkende provincies: “Met alleen de wil om het klimaatbeleid uit te voeren komen we er niet. Dat het Rijk daarvoor nu middelen vrijmaakt is heel goed. Dit stelt ons mede in staat om in partnerschap invulling te geven aan de klimaatopgave.”

Uitvoering en aanvraag

Gemeenten en provincies kunnen de uitvoeringsmiddelen zelf aanvragen. Tussen 3 en 28 april kunnen zij hiervoor terecht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de regeling in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitvoert. Het gaat om een simpele aanvraag met beperkte administratieve lasten.

De uitkeringen vinden plaats in de kalenderjaren 2023 (347 mln.), 2024 (339 mln.) en 2025 (351 mln.). Deze bedragen zijn gebaseerd op de benodigde uitvoeringsmiddelen zoals weergegeven in het advies “van Parijs naar Praktijk” dat door de Raad van Openbaar bestuur (ROB) begin 2021 is uitgebracht.

Gemeenten en provincies verantwoorden de uitgaven van de uitkering jaarlijks. Over de verdeling van de middelen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt. De regeling bevat een overzicht van de bedragen die per gemeente en provincie beschikbaar zijn gesteld.

Flexcity, modulair bouwen en digitaal ontwerpen

0
Flexcity – modulair bouwen en digitaal ontwerpen

Flexibiliteit, circulariteit en innovatie als leidende principes bij gebiedsontwikkeling– daar draait het om bij Flexcity. Een nieuw concept, waarbij modulair bouwen en digitale ontwerpprocessen centraal staan, moet gebiedsontwikkeling helpen versnellen.

Flexcity: “Gemeenten richten bepaalde wijken hybride in met zowel reguliere woningen als flexwoningen”

Het nieuwe concept moet een garantie bieden voor de herplaatsing van flexwoningen uit andere delen van het land. Minister De Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft samen met wethouder Van den Berge en wethouder Messerschmidt (Apeldoorn) en wethouder Lambregts (Doetinchem) een intentieovereenkomst voor de verkenning van een Flexcity in beide steden getekend.

Driehonderd woningen

Apeldoorn en Doetinchem zijn de eerste twee gemeenten met wie het Rijk samen gaat onderzoeken hoe we deze innovatieve gebiedsontwikkeling vorm kunnen geven, ook organisatorisch.

Met beide gemeenten wordt, met ondersteuning van de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting en het Expertteam Woningbouw van RVO, onderzocht hoe de plaatsing van driehonderd modulaire woningen op korte termijn gecombineerd kan worden met het vrijhouden van bouwrijpe kavels voor de herplaatsing van tweehonderd extra flexwoningen passend binnen de al voorgenomen gebiedsontwikkelingen.

Voorraad

Om het tekort aan woningen in Nederland het hoofd te bieden wordt gewerkt aan de realisatie van een flexibele woningvoorraad, die plotselinge schommelingen in vraag en aanbod kan opvangen. Dit is mogelijk omdat de woningen van permanente en steeds betere kwaliteit zijn, maar juist door hun verplaatsbaarheid ook benut kunnen worden op tijdelijk beschikbare locaties.

Wel is het dan zaak bij gebiedsontwikkelingen ruimte te maken voor die flexibele voorraad, en daarbij ook kwaliteit en leefbaarheid hoog in het vaandel te houden. De nieuwe generatie modulaire woningen bieden hiervoor heel veel mogelijkheden.

Hybride wijken

In het stedenbouwkundig plan gaan de gemeenten rekening houden met de plaatsing van flexwoningen. Hiermee richten zij bepaalde wijken hybride in met reguliere woningen en flexwoningen waardoor deze ook als gastgemeenten voor bestaande flexwoningen uit andere delen van het land kunnen dienen.

De bedoeling is dat de hybride wijken qua aantal woningen makkelijk aanpasbaar zijn, zodat de realisatie ook sneller kan plaatsvinden.

Naast Apeldoorn en Doetinchem hoopt het Rijk – via meerdere kleinere ontwikkellocaties verspreid over heel Nederland – op deze manier goede voorbeelden te ontwikkelen. Hiervoor heeft is er € 96 miljoen beschikbaar gesteld. Flexcity is naast een broedplaats voor innovatie onderdeel van de fysieke herplaatsingsgarantie die het Rijk beschikbaar stelt voor corporaties en investeerders.

Lees ook: Gebiedsontwikkeling Noorderhaven in Zupthen

1.000 flexwoningen in 4 Amsterdamse projecten

0
Duizend flexwoningen in vier Amsterdamse projecten

Amsterdam krijgt van het Rijk een financiële ondersteuning om ongeveer duizend flexwoningen te realiseren. De woningen worden verdeeld in vier projecten en de eerste worden nog dit jaar opgeleverd. De bijdrage van in totaal 12 miljoen euro is afkomstig uit de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen.

“42 gemeenten en een samenwerkingsverband ontvangen financiële ondersteuning voor het realiseren van de flexwoningen”

Het Rijk stelde 100 miljoen beschikbaar voor het versnellen van de realisatie van flex- en transformatiewoningen voor mensen die met spoed woonruimte nodig hebben. In totaal ontvingen 42 gemeenten en een gemeentelijk samenwerkingsverband een bijdrage uit de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen. Het volledig beschikbare budget is nu uitgekeerd.

Met de 100 miljoen euro uit de regeling worden zo’n 8.359 flexwoningen gebouwd voor meer dan 15.000 bewoners. De totale investering van gemeenten, corporaties en woningmarktpartijen om deze flexwoningen te realiseren bedraagt ongeveer 1 miljard. De eerste woningen worden in 2023 opgeleverd.

Toekenningsprocedure

De door gemeenten ingediende projecten zijn door de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting beoordeeld aan de voorwaarden van de Stimuleringsregeling. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beslist of het aangevraagde bedrag wordt toegekend.

Tijdelijke huisvesting

De doelstellingen uit het programma Woningbouw zijn versneld en opgehoogd naar de realisatie van in totaal 37.500 flexwoningen in de periode 2022-2024. Dit om de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen te verkleinen. Maar ook om te komen tot een flexibele schil in de wisselende vraag naar betaalbare woningen.

Naast de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen werkt het Rijk aan aanvullende stimulansen om flex- en transformatiewoningen te realiseren, zoals een financiële en fysieke herplaatsingsgarantie. Later dit jaar volgen ook de regeling Huisvesting Aandachtsgroepen en de Woningbouwimpuls.

Geluidshinder vliegtuigen verminderen door slim bouwen woningen

0
Geluidshinder van vliegtuigen verminderen door het slim bouwen van woningen

Door woningen slimmer te bouwen kan de geluidshinder van vliegtuigen serieus worden verminderd. Dat blijkt uit onderzoeksresultaten van AMS Institute en TU Delft.

“Geluidshinder vliegtuigen kan met nog eens 3 decibel worden verlaagd door gebruik van groene muren en gazons”

Met onder meer gebruik van schuine daken die geluid weerkaatsen, en door woningen op een andere manier te positioneren, kan het geluid van vliegtuigen in woningen en tuinen tot 14 decibel worden verlaagd. Dat blijkt uit onderzoeksresultaten van AMS Institute en TU Delft.

Het zijn maatregelen die zowel voor bestaande als toekomstige woonwijken bruikbaar kunnen zijn.De nieuwe inzichten helpen om de leefbaarheid van de woonomgeving rond luchthavens te verbeteren en in de toekomst betere woonomgevingen te kunnen ontwerpen.

Geluidadaptief ontworpen wijk

“De eerste resultaten van dit onderzoek zijn zeer positief”, zegt minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers. “Als kabinet willen we meer aandacht voor de leefomgeving rondom Schiphol, en deze manier van bouwen lijkt serieuze winst te kunnen opleveren voor de omwonenden. Het Rijk, de provincie Noord-Holland en de gemeente Haarlemmermeer onderzoeken hoe de volgende fase van dit experiment vorm kan krijgen, zo mogelijk in de vorm van een geluidadaptief ontworpen wijk waar daadwerkelijk mensen wonen en pilots om bestaande woongebieden te transformeren.”

Urban Comfort Lab

Een jaar geleden is bij het Schiphol Tradepark in de Haarlemmermeer bij Hoofddorp, het ‘Urban Comfort Lab’ opgericht. Het Urban Comfort Lab is een proefopstelling die woningen nabootst en is opgebouwd uit 120 containers. Daarmee is een jaar lang onderzocht of de mate waarin vliegtuiggeluid te horen is, minder wordt als het ontwerp van de gebouwen en hun plek verandert.

Het onderzoek is uitgevoerd door AMS Institute en TU Delft. Andere partijen die meewerken zijn de Gemeente Haarlemmermeer, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Stichting Leefomgeving Schiphol (SLS).

Gazons, groene muren en bomen

De onderzoekers zijn nog niet klaar. In het vervolgonderzoek bekijken ze wat het effect is van het toevoegen van gazons en groene muren en van het planten van bomen in straten.

Waarschijnlijk wordt het te horen vliegtuiggeluid daardoor met nog eens drie decibel verlaagd. In een later stadium zal ook het effect van deze andere manier van bouwen op temperatuur en luchtvervuiling worden onderzocht.

Vermindering geluidshinder

Het onderzoek maakt deel uit van de aanpak van het kabinet om geluidoverlast in de omgeving van Schiphol te verminderen. Naast de innovatieve maatregelen zoals het geluidadaptief bouwen, werkt het kabinet aan nieuwe regels voor vliegtuiggeluid.

Ook komt er een geluidisolatieregeling voor woningen in de omgeving van Schiphol, op plekken waar het vliegtuiglawaai het grootst is. Een andere belangrijke stap is in juni 2022 genomen: het kabinet besloot toen om het aantal vluchten terug te brengen naar maximaal 440.000 per jaar. Naar verwachting is het proces daar naartoe in november 2024 afgerond.

Project herontwikkeling Gele Scheikunde in Delft

0
Project - herontwikkeling Gele Scheikunde in Delft

De gemeente Delft en ontwikkelcombinatie Gele Scheikunde C.V. (Amvest en KondorWessels Vastgoed) zetten een volgende stap in de herontwikkeling van het gebied.

“Gele Scheikunde ligt op een plek waar de binnenstad van Delft overgaat in de TU Campus”

In de herontwikkeling van Gele Scheikunde zijn plannen voor circa driehonderd energieneutrale woningen, commerciële ruimten en horeca. Hiermee draagt dit project bij aan de woningbouw- en werkopgave van de gemeente Delft en de regio. De bouw van Gele Scheikunde start naar verwachting medio 2024.

Anterieure overeenkomst

Met het ondertekenen van de anterieure overeenkomst voor het project zijn door de betrokken partijen afspraken vastgelegd over de herontwikkeling van het gebouwencomplex Gele Scheikunde. Het gaat om financiële afspraken, afspraken over planning, het proces van de planvorming en het programma.

Met het ondertekenen van deze overeenkomst wordt de procedure voor het wijzigen van de bestemming opgestart en zal de ontwikkelcombinatie het ontwerp verder vormgeven.

Wethouder Schrederhof: “Gele Scheikunde ligt op een plek waar de binnenstad overgaat in de TU Campus. Dit project levert een belangrijke bijdrage aan de ambities van Delft om meer woningen en arbeidsplaatsen te realiseren. Daarnaast geeft het een impuls aan de levendigheid in de buurt.”

Transformatie gebouwencomplex

Het bestaande gebouwencomplex wordt getransformeerd naar een levendige buurt waar bestaande bouw gecombineerd wordt met nieuwbouw. De markante gevel van het gebouw blijft daarbij in stand. Het programma omvat zo’n driehonderd energieneutrale woningen, waarvan ten minste vijftien procent sociale huurwoningen, ten minste twintig procent middenhuurwoningen en de rest zijn vrije sector huurwoningen en koopwoningen.

Ook komt er een horecafunctie in het voormalige auditorium en een aantal ruimtes waar kleinschalige commerciële voorzieningen mogelijk zijn. De bewoners en werknemers van de commerciële voorzieningen parkeren in één gezamenlijke parkeerkelder onder de gebouwen.

Wethouder Wonen Karin Schrederhof (gemeente Delft), CEO Heleen Aarts (Amvest) en directeur Richard Elbersen (KondorWessels Vastgoed) tekenden de anterieure overeenkomst.