Home Blog Pagina 163

Vier elektrische vrachtwagens in gebruik genomen door Van Gelder

0
Vier elektrische vrachtwagens in gebruik genomen door Van Gelder

Onlangs heeft infrabouwer Van Gelder vier nieuwe, volledig elektrische vrachtwagens in gebruik genomen.

Drie elektrische vrachtwagens zijn uitgerust met een knijperinstallatie, een daarvan is een asfaltvrachtwagen met een laadvermogen van 27 ton

De vrachtwagens van het type Volvo FE Electric worden ingezet bij diverse projecten in heel Nederland. Een vijfde elektrische vrachtwagen wordt eind dit jaar in gebruik genomen. Hiermee zet Van Gelder een belangrijke stap richting de verdere verduurzaming van haar materieel en het realiseren van haar duurzame ambities.

Accu opladen met remenergie

De drie met laadkraan uitgeruste vrachtwagens die Van Gelder sinds kort inzet, beschikken over een elektrisch aangedreven en relatief lichte autolaadkraan en tweezijden-kipper.

Dit is nodig om de wegenbouwwerkzaamheden te kunnen verduurzamen. De lading kan namelijk behoorlijk zwaar zijn. De vrachtwagens zijn uitgerust met twee elektromotoren met een vermogen van 400 kW en 850 Nm koppel.

De lithium-ion accupakketten hebben een capaciteit van 264kWh. De remenergie wordt gebruikt om de accu’s op te laden. Voor het eind van het jaar zal ook een vierde elektrische wagen met laadkraan in gebruik worden genomen.

Klimaatneutraal

Duurzaam ondernemen is een van de strategische pijlers van Van Gelder. Om in 2030 volledig klimaatneutraal te kunnen opereren en in 2050 volledig circulair, is de inzet van elektrisch materieel noodzakelijk.

Samen met logistieke partners Jan Bakker en Vrijbloed Transport is nu een flinke stap gezet richting het realiseren van de duurzame ambities van Van Gelder.

Standaard

Leendert Ripping, directeur Aannemingsmaatschappij Van Gelder is blij met de nieuwe elektrische vrachtwagens: “Een emissievrije aanpak wordt steeds vaker de standaard. Dat geldt allang niet meer alleen bij binnenstedelijke projecten, maar ook bij projecten in het buitengebied.”

Project Prefab woningen in Rivierduinen Silvolde

0
Project - Prefab woningen in Rivierduinen, Silvolde

Op een voormalige fabriekslocatie in Silvolde komt de natuurrijke woonbuurt Rivierduinen. MIX architectuur maakte het ontwerp van de 59 woningen die worden opgebouwd uit prefab modules.

Elke woning bestaat uit twee modules die op verschillende manieren gecombineerd worden

In opdracht van Groenvast Arnhem en in samenwerking met tuin- en landschapsarchitect Studio Nico Wissing ontstond het plan Rivierduinen in het Achterhoekse Silvolde. De fabrieksgebouwen op het besloten terrein verdwijnen en maken ruimte voor een duurzame, open en groene woonbuurt.

Het plan dankt zijn naam aan de herintroductie van een deel van de oude rivierduin – kenmerkend voor de omgeving rond de Oude IJssel. In Rivierduinen komen 59 grotendeels houten woningen: 39 appartementen en 20 grondgebonden woningen. Hart van de buurt is de herstelde rivierduin, met de gemeenschappelijke ruimte Hal 11, de moestuin en plantenkas. Achterhoeks naoberschap krijgt vorm in collectiviteit, initiatief, betrokkenheid en samenwerking.

Buitenkamer

De nieuwe rivierduin en de architectuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De bewoners van Rivierduinen wonen straks niet áán maar ín de duinen. Naast de collectieve tuin omvat het plan voor iedere woning een eigen, overdekte buitenkamer.

De met hout omzoomde balkons en veranda’s bieden privacy en verbinden de woningen met het landschap dat losjes tussen de bebouwing spoelt. Grote vensters zorgen voor veel licht en onbelemmerd uitzicht. Zo kunnen de bewoners het landschap tot in hun woning ervaren.

Innovatief bouwen

De woningen worden opgebouwd uit geprefabriceerde modules. Elke woning bestaat uit twee modules die op verschillende manier gecombineerd worden. Zo ontstaan de diverse woningtypologieën: de appartementen krijgen twee modules naast elkaar en de grondgebonden woningen bestaan elk uit twee gestapelde volumes. Door de modules onderling te laten verspringen ontstaat ritme en plasticiteit in de gevel.

Door gebruik van prefab is de bouwtijd op locatie korter. Ook is hergebruik van de modules of losse onderdelen ervan in de toekomst mogelijk. De gevels zijn van thermisch behandeld, voorvergrijsd hout dat geen onderhoud nodig heeft. Doordat hout relatief licht van gewicht is, kan de fundering van hergebruikt beton van de oude fabriek minder zwaar worden uitgevoerd.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Klimaatadaptief en natuurinclusief

De herintroductie van de rivierduin verrijkt de (bio)diversiteit in Rivierduinen en geeft nuances in het landschap. Voor de inrichting van het nieuwe gebied worden plant- en boomsoorten toegepast die bij de rivierduin passen. De inheemse beplanting groeit goed op zandgrond en trekt insecten aan die weer aantrekkelijk zijn voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren. Het beplantingsplan sluit naadloos aan bij de woonomgeving, natuur en architectuur.

In het glooiende landschap van de rivierduin is voldoende plek om hemelwater te bufferen en te laten infiltreren. Groendaken boven de terrassen houden water vast en zorgen voor verkoeling. Zoveel mogelijk bestaande bomen blijven gespaard. Extra bomen en beperking van de hoeveelheid verharding bieden schaduwrijke plekken en voorkomen hittestress.

NL Greenlabel A

Onlangs ontving het terrein een NL Greenlabel A. Rivierduinen kreeg een totaalscore van 98 procent op de punten ontwerp en materialisatie, bodem en water, biodiversiteit, energie en klimaatbestendigheid, relatie en omgeving en ten slotte borging.

De woningen zijn op dit moment in de verkoop. Voor het einde van het jaar start de fabricage van de prefab modules door Barli Bouwsystemen. Naar verwachting arriveren de eerste modules dan op locatie in het voorjaar van 2022.

CV ketel verliest terrein blijkt uit Gasmonitor 2021

0
CV-ketel verliest voor het eerst terrein

De cv-ketel is nog steeds met afstand het meest verkochte warmteapparaat, maar de verkoop nam afgelopen jaar af met bijna 5 procent. Dat blijkt uit de Gasmonitor 2021, een jaarlijks onderzoek naar de aanschaf van warmte-apparaten, zoals de cv-ketel, de warmtepomp en hybride installaties.

Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de warmtevoorziening

Natuur & Milieu doet dit onderzoek om te laten zien hoe ver Nederland is met gasvrij wonen. De organisatie maakt zich zorgen over het tempo waarmee huizen verduurzamen. Zeker nu blijkt dat zelfs huizen die beter van een hybride warmtepomp kunnen worden voorzien opnieuw worden uitgerust met een cv-ketel.

In totaal stapten dit jaar 87.000 huishoudens over naar een aardgasvrije techniek of aardgasvrije aansluiting zoals een duurzaam warmtenet. Daar staat tegenover dat er 428.000 cv-ketels zijn aangeschaft. Nieuwbouwwoningen zijn in toenemende mate aardgasvrij (86%), maar in de bestaande bouw blijft de cv-ketel domineren.

Rob van Tilburg, directeur programma’s bij Natuur & Milieu: “De cijfers laten zien dat de omschakeling naar aardgasvrij wonen maar heel mondjesmaat plaatsvindt. Daarom is het belangrijk, dat naast het op poten krijgen van aardgasvrije wijken, de overheid en markt meer gaan doen om hybride warmtepompen te stimuleren. Hybride warmtepompen kunnen een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de warmtevoorziening, maar de techniek en de voordelen ervan lijken nog te weinig bekend bij consumenten.”

Warmtepomp versus cv-ketel

De verkoop van cv-ketels nam in 2020 met 4,9 procent af ten opzichte van 2019. De stijging in verkoopcijfers van de voorgaande drie jaren zette dus niet door. Toch blijft de cv-ketel de warmtemarkt in grote mate overheersen.

De Gasmonitor laat een sterke groei zien in het aantal verkochte warmtepompen. In 2020 zijn 62.000 warmtepompen geïnstalleerd, dat is een stijging van 37% ten opzichte van 2019. Het gaat hierbij alleen om de verkoopcijfers van warmtepompen die worden ingezet om te verwarmen.

Hybride warmtepomp

Een hybride warmtepomp is een combinatie van een kleine warmtepomp en een cv-ketel. Je verwarmt je huis op stroom en op heel koude dagen springt de cv-ketel bij. Dit levert CO2-winst op ten aanzien van de traditionele cv-ketel die volledig op aardgas draait. In 2020 werden er 3200 hybride-warmtepompen geïnstalleerd.

Deze cijfers zijn gebaseerd op de ISDE-subsidie-aanvragen, omdat de exacte verkoopcijfers niet bekend zijn. Op dit moment zijn er 7,2 miljoen huizen aangesloten op aardgas. Recent onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie toonde aan dat het voor 1 miljoen (13,9%) van deze woningen loont om bij het vervangingsmoment van de CV ketel over te stappen naar een hybride warmtepomp.

Binnen tien jaar hebben deze huishoudens de kosten terugverdiend. Doorgerekend betekent dat van de 428.000-cv ketels die dit jaar, bijna 60.000 ketels beter door een hybridewarmtepomp hadden kunnen worden vervangen.

Gasmonitor

De Gasmonitor kijkt ook naar het aantal huishoudens dat overstapte op een warmtenet. Het aantal aansluitingen op een groot warmtenet (meer dan 150TJ warmtelevering) steeg in 2020 met 7,5 procent, tot bijna 366.000 aansluitingen. In 2019 waren dat er ruim 340.000.

Download de Gasmonitor 2021

Bodemdaling bij Emmen onderzocht

0

De gemeente Emmen, de provincie Drenthe en waterschap Vechtstromen hebben Fugro eind 2019 opdracht gegeven onderzoek te doen naar de oorzaken van bodemdaling en de mogelijke relatie daarvan met schade aan woningen bij Nieuw-Amsterdam en omgeving.

De oxidatie van de bovenste veenlaag heeft invloed op schade aan tuinen, wegverhardingen en aanbouwen

Eind 2019 ontving de gemeente Emmen tientallen meldingen over bodemdaling en schade aan huizen, schuren en bestrating bij Nieuw-Amsterdam en Erica. Er was grote ongerustheid bij bewoners over de staat van hun woningen en ook de veiligheid van bijvoorbeeld gasleidingen. Na een aanbesteding heeft Geo-data specialist Fugro grondonderzoek verricht.

Handboringen en soneringen

Fugro heeft veel relevante informatie verzameld: historische kanaalpeilen, grondwaterstanden, funderingswijzen van gebouwen, bodemopbouw en gegevens van het TNO DINO-Loket en de InSar satelliet.

Verder is de ontstaansgeschiedenis van het gebied – een voormalige veenkolonie – bestudeerd en zijn bij tien woningen handboringen en sonderingen uitgevoerd. Ook zijn peilbuizen geplaatst om grondwaterstanden te monitoren en is gekeken naar mogelijke effecten van olie- en gaswinning en trillingen van voertuigen.

Drie bodemtypen

Lomulder: “We hebben drie bodemtypen vastgesteld met elk een andere zettingsgevoeligheid, waardoor verschillende bodemdalingen te zien zijn. Hierbij speelt de aan- of afwezigheid van veenlagen aan het maaiveld en diepere veen- en kleilagen een grote rol.”

Dit verklaart de variatie in schade. “De schade ontstaat door bodemdaling als gevolg van de bodemopbouw en grondwaterdaling. Deze bodemdaling ontstaat op natuurlijke wijze doordat de bovenste veenlaag oxideert – zeg maar: verdampt – in droge perioden. Ook lokale grondwateronttrekkingen kunnen een rol spelen bij de inklinking van diepere veenlagen. Dit wordt door het waterschap nog verder onderzocht.”

Schade

De oxidatie van de bovenste veenlaag heeft vooral invloed op schade aan tuinen, wegverhardingen en aanbouwen of schuren. De woningen zijn op diepere lagen gefundeerd en schade daaraan ontstaat, afhankelijk van de funderingsmethode, vooral door inklinking van diepere veen- en kleilagen door daling van de grondwaterstand of stijghoogte.

De schade verergert indien woningen op verschillende wijzen zijn gefundeerd en/of verzwaard (bijv. door een dakkapel). Olie- en gaswinning, aardbevingen en waterpeilbeheer konden de grote verschillen in bodemdaling niet verklaren. Het waterpeilbeheer van het oppervlaktewater heeft geen rol gespeeld bij de bodemdaling. Trillingen van voertuigen zijn op zich geen oorzaak van schade, maar kunnen wel het laatste zetje geven bij woningen en funderingen die al onder druk staan door veenoxidatie of inklinking van diepere veenlagen.

Advies

Fugro adviseert bewoners een constructeur te raadplegen en grondonderzoek te laten uitvoeren bij nieuwbouw- of verbouwingsplannen. De conclusies van dit onderzoek zijn ook van groot belang voor andere veenkoloniën, omdat de in Nieuw-Amsterdam aangetroffen bodemopbouw op veel meer locaties voorkomt.

Deltacommissaris: geld en actie nodig voor beheer en onderhoud waterwerken

0
Deltacommissaris: geld en actie nodig voor beheer en onderhoud waterwerken

De komende vier jaar is 800 miljoen euro extra nodig voor het wegwerken van het tekort op het budget voor beheer en onderhoud van de waterwerken in Nederland. Daarna is er structureel 100 miljoen euro per jaar extra in het Deltafonds nodig.

Op Prinsjesdag is bekend gemaakt dat er voor het Deltaplan Zoetwater 100 miljoen euro extra wordt uitgetrokken

Het tekort op beheer en onderhoud mag niet ten koste gaan van nieuwe watermaatregelen om onze laag gelegen delta voor te bereiden op de verandering van het klimaat. “Het is in het licht van de klimaatverandering onverantwoord om vertraging op te lopen bij de uitvoering van het Deltaprogramma. Er is juist een versnelling nodig”, aldus Deltacommissaris Peter Glas.

Schop in de grond

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft op Prinsjesdag, namens het kabinet het Deltaprogramma 2022 met als ondertitel ‘Iedere schop in de grond klimaatbestendig’ naar de Tweede Kamer gestuurd.

Glas: “Het klimaat lijkt sneller te veranderen. De overstromingen in Limburg en het recente klimaatrapport van het IPCC onderstrepen de urgentie voor extra inzet en versnelling van de uitvoering van maatregelen uit het Deltaprogramma. Ik vraag de overheid, burgers en bedrijven daarom met klem om extra inspanningen voor klimaatadaptatie.”

Beter koppelen

In zijn aanbiedingsbrief bij het Deltaprogramma 2022 roept de Deltacommissaris het
kabinet op de wateropgaven beter te koppelen aan de andere grote opgaven in het land.

“Water heeft veel te bieden, maar stelt ook eisen. Het kabinet maakt nu de bepalende keuzes voor woningbouw, landbouw, energie, natuur en economisch herstel. Met die keuzes wordt de ruimtelijke inrichting van Nederland voor de komende decennia, en op onderdelen tot ver daar voorbij, vormgegeven.”

Glas: “We moeten zorgen dat deze keuzes en maatregelen klimaatbestendig zijn zodat we in onze laaggelegen delta een goede toekomst hebben en Nederland aantrekkelijk blijft voor zijn bewoners en voor bedrijven.”

Lees ook: Slechts een op de vier Europese steden heeft klimaatadaptatieplan

Dwingende aanpak

Volgens de Deltacommissaris is een meer dwingende aanpak van het kabinet nodig om er voor te zorgen dat er voldoende rekening wordt gehouden met een stijgende zeespiegel, hogere maar ook lagere afvoeren in de rivieren en weersextremen.

De waterbeheerders moeten bij woningbouwplannen direct aan tafel zitten zodat de woningen op de juiste plek worden gebouwd en er in nieuwe woonwijken voldoende maatregelen worden genomen om overtollig water bij stortbuien op te vangen en vast te houden voor droge periodes.

Ook adviseert hij het kabinet geld uit te trekken voor onderzoek naar de gevolgen van de klimaatverandering op de lange termijn voor de grensoverschrijdende rivieren en de mogelijke maatregelen. Om een goed beeld te krijgen van de gevolgen van de zeespiegelstijging is eerder al een kennisprogramma gestart.

Zoetwater-investering

De minister heeft op Prinsjesdag bekend gemaakt dat ze voor het Deltaplan Zoetwater voor de periode 2022-2027 100 miljoen euro extra uittrekt, bovenop de 150 miljoen euro die al in het Deltafonds was gereserveerd.

De waterschappen, gemeenten en provincies trekken samen 540 miljoen euro uit voor nieuwe maatregelen die moeten zorgen voor voldoende zoetwater voor drinkwater, landbouw, natuur en industrie. Met bijna 800 miljoen euro in totaal is het budget voor zoetwatermaatregelen verdubbeld ten opzichte van de afgelopen periode.

Bij de maatregelen gaat het onder meer om de aanleg van nieuwe aanvoerroutes (sloten en kanalen) om zoetwater uit de Rijn en Maas beter te gebruiken. Op de zandgronden richt de aanpak zich onder meer op het laten meanderen van beekjes en de inzet van stuwen om het water vast te houden.

Ook voor de regenton van Nederland, het IJsselmeer, worden maatregelen genomen om de zoetwaterbuffer beter te beschermen tegen zout water dat bij de sluizen bij de Afsluitdijk binnendringt. Verder wordt onderzocht of en hoe we andere waterbronnen beter kunnen gebruiken, zoals gezuiverd rioolwater of brak grondwater.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Meerderheid Nederlanders ervaart wateroverlast

Projecten

In het Deltaprogramma 2022 staat een overzicht van de maatregelen die Rijk, waterschappen, provincies en gemeenten gezamenlijk nemen zodat Nederland in 2050 weerbaar is tegen het hoogwater vanuit zee en de grote rivieren en voor extreme weersomstandigheden.

Via het Rijk is hiervoor in het Deltafonds nu gemiddeld bijna 1,4 miljard euro per jaar beschikbaar. Het afgelopen jaar zijn er weer grote en bijzondere projecten gestart en opgeleverd. Dit jaar is bijvoorbeeld in het Hoogwaterbeschermingsprogramma de dijkversterking bij Vianen en de Lauwersmeerdijk afgerond.

Volgend jaar start het werk aan de dijk tussen Tiel en Waardenburg, een traject van 19,5 km lang. Rijkswaterstaat werkt daarnaast door aan de versterking van de Afsluitdijk zodat de dijk ook in de toekomst bescherming blijft bieden tegen overstromingen.

Maaspark

Een groot project van Waterschap Limburg dat recent is opgeleverd is het Maaspark Ooijen-Wanssum in Noord-Limburg, een natuurgebied met de omvang van vijfhonderd voetbalvelden dat bij hoge waterstanden water opvangt zodat het peil in de Maas daalt. Bij de watersnood in juli heeft deze nieuwe opvang zijn werk gedaan.

In Zwolle is bij de fietsenstalling bij het NS-station een grote waterberging opgeleverd om overtollig water op te vangen.

Daarnaast zijn er verschillende pilots gestart voor innovaties zoals op Texel en bij het Lauwersmeer om verzilting van landbouwgrond tegen te gaan en in de duinen in Wassenaar om brak water in te zetten voor de drinkwatervoorziening.

Zie voor de aanbiedingsbrief van de Deltacommissaris en het Deltaprogramma 2022: www.deltaprogramma.nl

Deltacommissaris: Extra geld en actie nodig voor beheer en onderhoud waterwerken

Op Waterbasis – Maakbaarheid van water- en bodemsysteem heeft grenzen bereikt

0
Op Waterbasis - Maakbaarheid van water- en bodemsysteem heeft grenzen bereikt

Deltares, BoschSlabbers en Sweco hebben een essay uitgebracht, getiteld ‘Op Waterbasis. Het bevat een beeldend pleidooi om ons landgebruik meer af te stemmen op de mogelijkheden en beperkingen van water en bodem.

Op Waterbasis – Onze ondergrond is voor verschillende gebruiksfuncties nu al te slap

De nieuwe fysiografische kaart van Nederland maakt inzichtelijk waar de vijf in het essay benoemde urgente en voorzienbare water- en bodemknelpunten zich bevinden. Voor de legenda: zie essay.

Intensieve inrichting

Ons land heeft een rijke traditie van omgaan met water. Maar de steeds intensievere inrichting van Nederland heeft de afgelopen decennia geleid tot een sterk technisch gereguleerd waterbeheer binnen zeer krappe marges.

Dit systeem is op veel plekken niet in staat veranderingen op te vangen van klimaatverandering en van de grote ruimtelijke transities die op Nederland afkomen. Het lukt daardoor niet altijd meer om aan alle eisen en wensen van alle gebruikers te voldoen. En die gebruikers zitten steeds vaker in elkaars (vaar)water.

Te nat of te droog

Onze ondergrond is voor verschillende gebruiksfuncties nu al te slap, steeds vaker te nat of te droog, en op termijn te zout of gevaarlijk. Hierdoor kunnen water- en bodemsystemen de gevraagde eco-systeemdiensten, zoals efficiënte voedselproductie of schone lucht, op termijn niet goed meer leveren.

Een ruimtelijke herordening ‘op waterbasis’ kan hierop een antwoord bieden. Het essay brengt in beeld waar op nationaal schaalniveau op de lange termijn Nederland te slap, nat, droog, zout of gevaarlijk wordt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de dialoog over een duurzamere ruimtelijke inrichting van ons land.

“Ik hoop dat ons essay ‘Op Waterbasis’ een aanzet zal zijn voor een ruimtelijke planning die meer dan voorheen gebaseerd is op kennis van water en ondergrond. En dat het hiermee kan bijdragen aan de nodige transitie naar een toekomstbestendige inrichting en gebruik van ons land”, aldus Annemieke Nijhof, algemeen directeur Deltares.

Op Waterbasis is een gezamenlijk product van Deltares, BoschSlabbers en Sweco. Download dit rapport.

3,6 miljard voor vervanging en renovatie wegen, vaarwegen, spoor en bruggen

0

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) wil Nederland bereikbaar, veilig en leefbaar houden, zo werd bekend op Prinsjesdag. In 2022 investeert IenW € 3,6 miljard in onderhoud, vervanging en renovatie aan wegen, vaarwegen, spoor, bruggen en het hoofdwatersysteem.

Prinsjesdag 2021 – De aanleg van infrastructuur moet met het oog op de stikstofproblematiek zo duurzaam mogelijk

Daarmee zet het ministerie IenW een belangrijke stap in de enorme onderhoudsoperatie van de komende jaren. Tegelijk komt er extra aandacht voor veiligheid. Behalve verkeersveiligheid gaat het ook om het versterken van dijken, het afvoeren van regenwater en het vasthouden van water bij droogte.

Ook krijgen leefomgeving en circulaire economie een impuls. Daardoor kan het ministerie bijvoorbeeld een nieuwe stap zetten naar schoon wegverkeer.

Intenstief gebruik

Regelmatig onderhoud van onze wegen, bruggen en spoorrails is heel belangrijk zodat (vracht)auto’s, schepen en treinen blijven doorrijden. Het is nu extra belangrijk, want onze infrastructuur wordt intensiever gebruikt dan bij hun bouw zeventig jaar geleden is ingeschat én er rijdt nu zwaarder verkeer overheen. Hierdoor staat Nederland voor één van de grootste infrastructurele opgaves uit de geschiedenis.

Komend jaar kan Rijkswaterstaat € 2,1 miljard investeren in onderhoud, vervanging en renovatie. ProRail zal tot en met 2025 jaarlijks € 1,5 miljard investeren in beheer, onderhoud en vervanging van het spoor. In de toekomst zijn de tekorten echter fors. Met de investeringen in 2022 kunnen de organisaties nu in elk geval de volgende stappen zetten.

Extra verbindingen

Aangezien Nederland tot en met 2030 nog 900.000 woningen gaat bouwen, zijn extra verbindingen en infrastructuur nodig zodat de nieuwe bewoners zich gemakkelijk kunnen blijven verplaatsen.

Het demissionaire kabinet wil onderhoud en aanleg van infrastructuur zo duurzaam mogelijk doen, ook met oog op de stikstofproblematiek. Zo krijgen ondernemers subsidie om bouwmachines zonder uitlaatgassen te kopen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Extreem weer

De situatie in Limburg laat zien dat Nederland beter moet worden beschermd tegen de gevolgen van extreem weer. Het klimaatrapport van het IPCC onderstreept de noodzaak hiervan.

Het ministerie IenW zet daarom vol in op dijkversterking en rivierverruiming. Er wordt verder onderzocht hoe Nederland kan worden voorbereid op hevige neerslag, met de aanbevelingen gaat IenW in 2022 aan de slag.

Extreem weer is niet alleen hevige neerslag, het is ook langdurige droogte. Via het Deltafonds steekt IenW € 100 miljoen euro extra in maatregelen die de zoetwatervoorziening klimaatbestendig maken. In totaal is hiervoor nu € 250 miljoen beschikbaar.

Ook dit jaar zal IenW € 50 miljoen investeren in het verbeteren van verkeersveiligheid door het hele land. Dat is deel van het pakket van € 500 miljoen dat de komende tien jaar beschikbaar komt. Andere overheden kunnen dit geld besteden voor aanleg of aanpassing van een veilige infrastructuur, bijvoorbeeld voor de fiets.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Schone lucht

Een leefbare omgeving met groen en schone lucht is voor iedereen belangrijk. IenW zet daarom in op het versterken van een economie zonder afval: de circulaire economie. In 2022 is hiervoor € 14 miljoen beschikbaar, bijvoorbeeld om ondernemers te helpen hun hergebruik beter in te richten.

Ook in het schoner maken van mobiliteit zet IenW nieuwe stappen. Meer mensen kunnen komende jaren met subsidie een elektrische auto kopen of leasen. Nieuw of tweedehands. Deze regeling bleek afgelopen jaren erg populair. De komende drie jaar trekt IenW hier € 90 miljoen extra voor uit.

Prinsjesdag 2021 – 3,6 miljard voor vervanging en renovatie aan wegen, vaarwegen, spoor en bruggen

Project – woontoren Valencia in Almere Duin

0
Project - woontoren Valencia in Almere Duin

Aan de kust van het IJmeer en aan de rand van Almere ligt Duin. Dit woon- werk en recreatiegebied heeft eengezinswoningen in de duinen en woontorens die uitkijken op het IJmeer. Een van die woontorens is Valencia, ontworpen door MoederscheimMoonen Architects in samenwerking met Klunder Architecten.

De balkons van Valencia zijn verspringend gepositioneerd. Zo is er maximaal daglicht en veel privacy

Duin, de grote gebiedsontwikkeling in de kustzone van Almere Poort wordt sinds 2013 gerealiseerd door Amvest en blijft groeien. In het nieuw aangelegde duinlandschap bestaande uit stranden en bossen vind je woningen, horeca, hotels, winkels, zorgvoorzieningen, onderwijs, kantoren, wellness en leisure.

Appartementen en penthouses

Woontoren Valencia bevindt zich met 58 appartementen bovenop winkelcentrum de Duinhal, dat momenteel nog in aanbouw is. De toren van 15 woonlagen telt vier appartementen per verdieping en heeft twee penthouses op de bovenste woonlaag.

Het ontwerp van het gebouw wordt gekenmerkt door de horizontale lijnen die de verschillende vloeren markeren. Vanuit deze horizontale banden ontstaan verspringend gepositioneerde balkons, die het gebouw een dynamisch karakter geven.

(Lees verder onder de afbeelding.)

Puien en beplating

Door de balkons verspringend te positioneren, is er op elk balkon maximaal daglicht en privacy. De kleur en materialen van het ontwerp zijn afgestemd op de sfeer van het gebied.

Tussen de witte horizontale banden wisselen glazen puien en verfijnde zachtbruine beplating elkaar af. De beplating heeft een verfijnd reliëf en ook de horizontale banden zijn helder waardoor de architectuur krachtig en leesbaar is.

Rondom het gebouw verrijzen de komende periode nog een aantal torens die samen de unieke skyline van Almere Duin zullen vormen.

Data
Locatie: Almere
Opdrachtgever: Amvest
BVO: 8.200 m2
Programma: 58 appartementen.
Architect: MoederscheimMoonen Architects ism Klunder Architecten
Aannemer: Koopmans
Constructeur: Goudstikker de Vries
Fotografie: Studio de Nooyer

Toename ongelijkheid en onvrede door de ontwikkelingen op de woningmarkt

0
Toename ongelijkheid en maatschappelijke onvrede door de ontwikkelingen op de woningmarkt

Alle records op de woningmarkt ten spijt zijn woningen onbereikbaar voor starters zonder zak met geld of een hoog inkomen. Dit blijkt uit de jongste cijfers van de Thermometer Koopwoningen van WoningBouwersNL.

De woningmarkt begint steeds meer op een piramidespel te lijken

Verkoopvolumes, prijsniveaus, krapte- indicatoren en verkooptijden breken record op record in de woningmarkt. Er werden in het eerste half jaar ruim 119.500 bestaande woningen verkocht. Deze records hebben echter een wrange bijsmaak. Voor starters zonder zak met geld en/of een hoog inkomen, zijn deze woningen onbereikbaar, zeker nu huizen maar liefst 13 procent duurder werden.

“Voor woningbouwers lijken dit goede tijden maar deze voortdurende ongelijkheid is op lange termijn niet alleen nadelig voor de woningmarkt maar trekt ook een wissel op de samenleving als geheel.” aldus Piet Adema, voorzitter van WoningBouwersNL.

“Naast de 1 miljoen woningen die er moeten komen. Zijn er drastische maatregelen nodig want het eigen huis is nu een vliegwiel voor ongelijkheid.”

Hoge inkomens

De cijfers zijn eenduidig: koopwoningen worden steeds vaker bewoond door huishoudens met hoge inkomens. Huishoudens met een laag inkomen belanden in huurwoningen. Met name rijke starters en huizenbezitters kunnen zich roeren op de koopmarkt.

Met een flinke overwaarde, veel lagere rente op een nieuwe hypotheek en banen die goed beschermd zijn gebleven dankzij de coronasteun, zijn huiseigenaren spekkopers. Zolang de rente laag blijft, houden deze circa 4,5 miljoen huizenbezitters de druk op de woningmarkt enorm hoog.

Daarentegen hebben huurders gemiddeld € 300.000 tot € 350.000 minder vermogen dan huiseigenaren, fors hogere woonlasten en een verwaarloosbaar inkomen uit vermogen.

Opbouw vermogen

Vermogen wordt vooral opgebouwd via de eigen woning: in Nederland is het gemiddeld eigen vermogen van huiseigenaren € 356.000 versus € 42.000 voor huurders zonder huurtoeslag en € 1.000 voor huurders met huurtoeslag. Voor de gemiddelde sociale huurder ontbreekt dus elke financiële buffer om tegenslagen op te vangen.

Adema: “Hierdoor wordt de woningmarkt het vliegwiel voor vermogensongelijkheid die inmiddels het op één na hoogst ter wereld is. Geen wonder dat de maatschappelijke onvrede hierover toeneemt, blijkt ook uit de cijfers van CPB.”

Lees ook: Verduurzamingstempo woningmarkt te laag

Piramidespel

Waar krapte eerst vooral een Randstedelijk probleem was, is de markt voor bestaande koopwoningen momenteel door het hele land extreem krap. Adema: “De woningmarkt begint steeds meer op een piramidespel te lijken. Om de huidige, zeer hoge prijsniveaus in stand te houden is er een continue instroom nodig van starters en/of beleggers die bereid zijn de huidige prijzen te betalen.”

Hier kunnen grote fricties ontstaan, ziet Adema. “Bijvoorbeeld wanneer de vraag bij beleggers en starters wegvalt omdat de prijzen te hoog zijn geworden. Daarom pleiten we voor een aantal drastische maatregelen.”

Overwaarde belasten

Afkoelende maatregelen zijn simpel te nemen door prijsopdrijvende maatregelen (jubelton, hypotheekrenteaftrek) af te bouwen. Maar ook een overwaarde belasting of een nationaal koopstartfonds, waarbij de overheid de grond koopt en voor een lage prijs terug verhuurt aan de consument.

Dit maakt de woning al snel dertig procent goedkoper. WoningBouwersNL pleit daarnaast voor kleine, betaalbare startersappartementen in hoge dichtheden. Het is dan wel cruciaal dat gemeenten met lagere grondprijzen genoegen nemen. Nu geven ze te vaak de voorkeur aan grote, dure koopappartementen.

Maar, zelfs als het politieke streven van 100.000 nieuwe woningen per jaar gehaald wordt, zal het tekort aan woningen circa 222.000 woningen bedragen in 2030. “Het blijft dus ook cruciaal dat overheden snel makkelijk ontwikkelbare woningbouwlocaties beschikbaar stellen.”

Tussenwand spoorwegonderdoorgang van circulair beton

0
Tussenwand spoorwegonderdoorgang van circulair beton
Tussenwand spoorwegonderdoorgang van circulair beton

Aan de Contactweg in Amsterdam is bij een spoorwegonderdoorgang een tussenwand geplaatst die bestaat uit vijfenzeventig procent gerecycled beton. De secundaire grondstoffen zijn afkomstig van project Buiksloterham. Het gaat om een pilot van Gemeente Amsterdam, ProRail en Heijmans.

“Door toepassing van circulair beton is er besparing van 27% co2 uitstoot”

Beton staat bekend als een milieuvervuilend product. Een groot deel van de vervuiling wordt vooralsnog veroorzaakt door het gebruik van cement. Door cement terug te winnen en te recyclen, wordt een groot gedeelte van de milieubelasting bespaard.

Nieuwe scheidingstechnieken van betonleverancier Rutte Groep maken het mogelijk de oorspronkelijke grondstoffen van beton -zand, grind en cement- terug te winnen. Van deze losse producten wordt vervolgens opnieuw een betonmengsel gemaakt. Met secundair cement in combinatie met gerecycled zand en grind heeft het project aan de Contactweg een primeur.

Het is nog niet eerder voorgekomen dat er bij gerecycled, gewapend beton zo’n hoog percentage aan gerecycled cement is gebruikt. Naar verwachting bespaart dit project daarmee 27% co2 uitstoot en 26% MKI (milieukostenindicator).

(Lees verder onder de afbeelding.)

Tussenwand spoorwegonderdoorgang van circulair beton

Secundaire samenstelling

Bij dit project is beton toegepast dat bestaat uit honderd procent gerecycled grind, vijftig procent gerecycled zand en vijftien procent gerecycled cement. Dit leidt tot een secundaire samenstelling van vijfenzeventig procent. De komende vijf jaar monitort Heijmans hoe het circulaire beton zich tijdens verschillende weersomstandigheden gedraagt.

Duurzame infrastructuur

Chantal Serree, Adviseur duurzaamheid bij ProRail: “Innovatieve materialen en hoogwaardig hergebruik zijn de bouwstenen van duurzame infrastructuur. Materiaalgebruik is daarom ook één van de vier sporen van onze Routekaart Verduurzaamt.”

Beton is daarbij een van onze speerpunten, vertelt Serree. “Deze praktijktest levert waardevolle inzichten en ervaring die ons helpt om steeds meer en steeds vaker duurzame materiaalgebruik toe te passen en zo tot norm te verheffen. Via onze deelname aan het nationale Betonakkoord delen we die ervaringen met de hele betonketen.”

Lees ook: Onderzoek naar circulair beton door TU/e