Home Blog Pagina 73

BNA architecten in reactie op regeerakkoord kabinet Schoof

0
BNA architecten in reactie op regeerakkoord kabinet Schoof

“Architecten zijn de drijvende kracht achter het realiseren van een duurzame en leefbare toekomst”, zo stellen de BNA architecten als reactie op het regeerakkoord. “Er zijn positieve ontwikkelingen in de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord. Met name wat betreft de focus op de woningbouw en de hernieuwde aandacht voor ruimtelijke en stedenbouwkundige uitdagingen”.

“BNA juicht de Nota Ruimte toe waarin integrale en gebiedsgerichte ruimtelijke keuzes gemaakt worden”

Rol BNA architecten

BNA herhaalt dat architecten ook een cruciale rol spelen bij de inzet van innovatieve, conceptuele en industriële bouw. Zeker om de woningbouw sneller, betaalbaarder en vooral duurzamer en klimaatadaptief te maken.

“BNA ondersteunt de ambitie van het kabinet om de wooncrisis als topprioriteit te beschouwen en erkent dat er veel kansen liggen binnen het stedelijk gebied door verdichting en het herbestemmen van bestaande gebouwen en infrastructuur”, zo laat zij in haar berichtgeving weten.

“Er is waardering voor de versnelling van woningbouw door efficiëntie aan te brengen in processen en procedures. Van belang blijft daarvoor een betere samenwerking tussen enerzijds de partijen in de bouwkolom en anderzijds de maatschappelijke partners. Architecten en ontwerpers spelen een cruciale rol in deze samenwerking, zij kunnen door middel van ontwerp en hun expertise de verschillende belangen integraal verenigen”.

Kritisch

BNA kijkt kritisch naar de mogelijke versnippering van duurzaamheidseisen als gevolg van regionale regelgeving. Ze pleit daarom voor uniforme landelijke regels. Dit om de verduurzaming van de bouwsector te versnellen zonder dat er lokaal aanvullende belemmeringen ontstaan. Ook het specifiek industriële woningbouw benoemen zonder daarbij heldere en eenduidige kwaliteitseisen te omschrijven beschouwt de brancheorganisatie als risicovol.

Ook vraagt BNA om een grotere rol voor stads- en provinciale bouwmeesters. “Deze onafhankelijke adviseurs kunnen helpen om belangen in bouwprocessen beter te verbinden en ervoor te zorgen dat projecten sneller haalbaar worden”, zo laat men weten. Ook is BNA van mening dat met de inzet van bouwmeesters en toezichthouders de kwaliteit van projecten gewaarborgd blijft. Daardoor kan sneller, slimmer en efficiënter worden gebouwd.

BNA kijkt uit naar de Woontop eind dit jaar. Daar zal het Rijk met vele partijen afspraken maken over hoe de woningbouw verhoogd kan worden.

Tekort aan studentenhuisvesting blijft voorlopig groeien

0
Tekort aan studentenhuisvesting blijft voorlopig groeien

De Landelijke monitor studentenhuisvesting 2024 laat zien dat het tekort aan studentenhuisvesting in de toekomst minder wordt. Maar voorlopig blijft het tekort groeien. Mona Keijzer, de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening informeerde de kamer daarover.

“Het Rijk heeft 20 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor het versneld en met voorrang realiseren van studentenhuisvesting. Dat zijn ruim 2.300 studentenkamers”

Samen met gemeenten onderzoekt het Rijk mogelijkheden om de druk bij studentensteden weg te nemen. Bouwen in omliggende gemeenten lijkt daarbij een oplossing. Ook met Kenniscentrum Kences en commerciële huisvesters vindt afstemming plaats over hun bijdrage aan de studentenhuisvesting. Met onderwijsinstellingen wordt bekeken of bouwlocaties beschikbaar kunnen worden gesteld op campusterreinen.

60.000 extra studentenwoningen

Sinds 2022 werken diverse partijen en overheden intensief samen om het tekort aan studentenhuisvesting op te lossen. Dit doen zij via het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (LAS). Hoofddoel van dit actieplan is om 60.000 extra studentenwoningen te realiseren. Uit de verschenen Landelijke Monitor Studentenhuisvesting blijkt dat het verwacht kamertekort in de toekomst lager wordt geschat dan de prognoses. Wel vraagt dit huisvestingsvraagstuk om blijvende inzet van de samenwerkende partijen.

Mona Keijzer: “Het kamertekort is groot in Nederland en we moeten dit tekort oplossen. 2 jaar geleden is afgesproken dat er in de periode tot 2030 60.000 betaalbare studentenwoningen bijkomen. Daar wil ik aan vast houden. Ik zie dat de samenwerking binnen het Landelijk platform studentenhuisvesting daarbij helpt. Door deze samenwerking zijn vorig jaar 1.700 woningen opgeleverd. Verder liggen er concrete bouwplannen voor 16.800 nieuwe studentenwoningen door heel Nederland. We hebben dus nog wel een weg te gaan. Daarom heeft het Rijk eind augustus 20 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor het versneld en met voorrang realiseren van ruim 2.300 studentenkamers”.

Monitor Studentenhuisvesting

In 2023 zijn er 1.700 studentenwoningen opgeleverd in de 20 grootste Nederlandse studentensteden. Voor het eerst in jaren is het aantal HBO- en WO-studenten dat op zichzelf woont gestegen. Dit komt voor een groot deel door de herinvoering van de basisbeurs. De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting toont aan dat het kamertekort gelijk is aan vorig jaar. Dat zijn 23.100 wooneenheden. Volgens de voorspelling van de monitor zal het aantal internationale studenten blijven groeien. Tot en met 2032 zijn er door gemeenten voor 16.800 extra studentenwoningen in concrete bouwplannen aangekondigd.

Prognose

Twee jaar geleden werd het tekort aan studentenwoningen voor collegejaar 2028/2029 nog geschat op tussen de 58.300 en 66.700 woningen. Door de aanpak is de verwachting dat het toekomstig tekort tot het studiejaar 2031/2032 terugloopt naar 26.300 tot 42.400 studentenwoningen. Dit is een gunstige ontwikkeling die onderstreept dat de gezamenlijke aanpak voor meer studentenhuisvesting moet worden voorgezet.

Naast nieuwbouw is het beter benutten van bestaande bebouwing kansrijk. Bijvoorbeeld via hospitaverhuur. Die vorm van huisvesting kan een bijdrage leveren aan het inlopen van het tekort aan studentenwoningen. Om hospitaverhuur te stimuleren en belemmeringen weg te nemen bereidt het kabinet wetswijzigingen voor. Het gaat er dan om dat hospita’s bij verkoop van hun woning het huurcontract met de huurder kunnen beëindigen. Zie ook de onlangs gestarte campagne: Word hospita!

Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen

In de afgelopen jaren heeft het Rijk de bouw van studentenwoningen financieel ondersteund via de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA). Hiermee is een bijdrage geleverd aan de bouw van ongeveer 9.000 studentenwoningen. Om de bouw van meer studentenwoningen een extra impuls te geven opende het Rijk in augustus een speciaal loket van de RHA. Hiermee wil men in het bijzonder de bouw van meer onzelfstandige studentenwoningen (kamers) stimuleren. Voor deze regeling is in totaal 20 miljoen euro beschikbaar.

Meer informatie in de Handreiking Studentenhuisvesting.

Naar acceptatie van Artificial Intelligence in de bouw (artikel)

0
Naar acceptatie van AI in de bouw (artikel)

Enige tijd terug vond het eerste fysieke congres plaats over Artificial Intelligence (AI) in de bouw. Arjan Walinga, beleidsadviseur van Bouwend Nederland, was erbij aanwezig, samen met de Hogeschool Rotterdam. Wat zijn de mogelijkheden van AI in de bouw?

“Definitie van AI: systemen die mensachtig verdrag vertonen”

Arjan Walinga werkt al 15 jaar voor Bouwend Nederland. Daarvoor was hij 12 jaar bij Siemens werkzaam. Hij vertelt: “Daar heb ik het vak van logistiek en ICT goed geleerd. Eenmaal bij Bouwend Nederland was BIM een van mijn beleidsvelden. Tegenwoordig is dit meer digitaal bouwen geworden. Dit doe ik nog steeds, alhoewel er onderwerpen bijgekomen zijn, zoals AI. De grootste vraag die boven de markt hangt is: ‘Wat gaat AI betekenen voor de mensen in het ontwerp en de uitvoering?’ Daar geef ik informatie over aan onze leden, maar ook aan opdrachtgevers”.

Mix van technologie

Walinga was dus op het congres aanwezig. Hij zegt: “We wilden ons oriënteren op wat er technisch speelt rondom AI. Met name aan de ontwerpkant kunnen heel veel slagen overgeslagen worden, nu al, door allerlei moderne technieken. Dat is een beetje het punt bij AI, het is soms een generatief ontwerp in combinatie met AI. Een mix van technieken die wordt toegepast, die we onder AI scharen, maar die eigenlijk al een tijdje in de markt zijn. Oftewel, de definitie van AI is, systemen die mensachtig verdrag vertonen. Dat zijn drie zaken; een mens registreert, denkt na en grijpt in”.

“Dit gedrag zie je bij het voorbeeld van een bouwrobot die ontwikkeld wordt in Amsterdam. Hij moet metselen. Van tevoren kijkt hij of zijn model past. Hij meet als een metselaar. Vlakbij hem heeft hij twee stelprofielen staan. ´Hé, het model is maar 1.96 meter terwijl het 2.00 meter moet zijn, is de constatering. Een metselaar gaat handmatig de voegen qua grootte wat aanpassen. Hij heeft de uitvoering iets aangepast aan de situatie die er is. Dat is het typische van AI. In dit voorbeeld ziet hij direct de intelligentie van de mens en weet hij wat te doen. Als een metselaar het project uitvoert volgens plan, niet registreert, dan gaat het fout”.

Naar acceptatie van AI in de bouw (artikel)

Logistiek

Walinga vervolgt: “Wat we zien is, dat in het administratieve proces, de werkvoorbereiding, calculatie, planning, inkoop en facturatie gebruik gemaakt wordt van AI. We merken dan ook dat daar minder fouten op gemaakt worden. Kijk je naar het begin van een bouwproces, dan kijk je naar de ontwikkeling van een stuk grond, grond waar hoge gebouwen op staan die worden gesloopt, wat wordt nu de beste inrichting van het stuk grond? Ervan uitgaande hoeveel woningen, parken et cetera je wilt. Dat doet een systeem voor je. Het maakt grofweg de blokken in dat stuk grond. Op het congres zagen we dat de blokken – die gebouwen voorstellen – met generatieve ontwerpmethodes heel snel kunnen worden ontworpen”.

Hij gaat verder: “Dat doen ze op basis van allerlei referentie-ontwerpen. Een badkamer die vaak voorkomt, of een woonkamer, een lichtbak, een computer kan dat heel snel met elkaar combineren en een ontwerp voor maken. Waar voorheen dus een aantal ontwerpers meer tijd aan kwijt waren. Kortom, als we vooraf de juiste data in het systeem hebben staan, dan kan er al heel wat gedaan worden met AI in genoemde werkvoorbereiding. Wat trouwens ook al in de praktijk wordt toegepast”.

Walinga: “Een lid van ons vertelde dat 80 procent van de inkomende facturen al ongezien door mensen, betaald worden, gecontroleerd door het systeem met AI. Het gaat dus vaak om repeterende handelingen die door AI gedaan kunnen worden”.

Assisterende Intelligentie

Walinga: “AI lijkt ons werk over te nemen, maar we praten eigenlijk liever over Assisterende Intelligentie, een term die je steeds vaker hoort. Het is ondersteunende intelligentie. Vroeger boorde je met de hand, nu bestaat er een elektrische boor. We willen de kerntaak van de medewerker op de bouwplaats ondersteunen, repeterende taken, zoals ik al zei en taken die ongezond zijn, zoals boren boven het hoofd, daar moet je aan denken bij automatiseren”.

Naar acceptatie van AI in de bouw (artikel)

Prefab

“We zien dat veel van de activiteiten die vroeger op de bouwplaats plaatsvonden, nu in de fabriek gebeuren¨, zegt Arjan Walinga. “We werken met standaard blokken om woningen te maken. Die worden in de fabriek helemaal gemaakt. De robot staat in de fabriek, schroeft en last bijvoorbeeld. En de bouwplaats monteert het. Bij nieuwbouw is dat dus al aan de gang. De slag van de robot die de mens vervangt gaan we niet heel erg meemaken, behalve in de verbouw zou dit nog kunnen. De grootste opgave daar is het slopen”.

“Je ziet AI wel, in de opbouw wordt ook prefab gefabriceerd. En ook wordt er wel gebruik gemaakt van een metselrobot, stuckrobot. De vraag is, wordt het arbeidstekort zo nijpend, dat AI ook verder ontwikkeld. We zien het nog niet zo snel gaan, maar bedrijven zijn er mee bezig. De boorrobot bijvoorbeeld, Fischer heeft er eentje voor het onbemand en autonoom boren in tunnels. Maar nogmaals het grootste deel in de utiliteitsbouw gebeurt met prefab, waar robots in de fabriek mensen vervangen”.

Meerwaarde AI

Wat is de meerwaarde van AI? Arjan Walinga: “Nogmaals, dat AI ondersteunend is voor het werk van de vakman. We zitten nu in een situatie waarin we te weinig mensen hebben om volume te maken. Voor nu is een van de grootste voordelen dat we met minder mensen – dat moet ook – hetzelfde volume of zelfs meer kunnen gaan maken. Wat de werkvoorbereiding betreft, dat we met minder mensen een hoger kwaliteits uitvoeringsplan krijgen. Er worden minder fouten gemaakt. Computers zijn feillozer”

Arjan Walinga: “Tien jaar geleden hebben wij een efficiency onderzoek gedaan op de bouwplaats met grote bouwwerken. Dan kom je uit op 60 procent arbeidsproductieve tijdsbenutting. Dat is niet omdat de bouwplaatsmedewerkers niks zitten te doen. Maar ze moeten heel veel handelingen doen om hun werk te organiseren. Zorgen dat de spullen er zijn. Waar blijven die spullen? Is de logistiekstroom beter, heeft de werkvoorbereiding een hogere kwaliteit alsook het werkmodel, dan gaat de efficiency in de bouw met sprongen omhoog. Bovendien is er minder frustratie in het werk. Mensen kunnen rustig doorwerken, een grote zegening. Voor ondernemers: Ik heb ‘de gasten’ daarop gepland. De volgende dag kan ik ze ergens anders inzetten. Dan is het werk ook af. Dat zijn ook grote voordelen bij de inzet van AI. Nogmaals, dit is vooral aan de proceskant”.

Camera’s

Er zit ook nog een andere grote kant aan het geheel, dat heeft met de uitvoering in de bouw te maken. Walinga: ̈”In gebouwen die we maken zit ook AI in. Daarmee bedoel ik bijvoorbeeld woningen die uitgerust worden met camera´s, waardoor ouderen langer thuis kunnen blijven wonen. Domotica dus. Maar ook tunnels die uitgerust worden met sensoren die registreren of vrachtwagens te hoog geladen zijn of niet. In negen van de tien gevallen waar de sensor beweging registreerde ging het niet om een vrachtwagen, maar om een passerende vogel. AI registreert of het een vogel betreft of niet. Negen van de tien keer moest een tunnel dus dicht, omdat men dacht dat het de vrachtwagen betrof. Dat kan nu met AI voorkomen worden”.

Naar acceptatie van AI in de bouw (artikel)

Uitdagingen

“De grootste uitdaging is, dat we moeten zorgen dat wij als bouw menswaardig blijven. Dat het vak zo leuk blijft, dat mensen nog heel graag naar de opleiding willen. Misschien zelfs dat het leuker wordt met AI. Het menswaardig houden, het ligt op de loer, dat fabrikanten en mensen die allerlei dingen ontwerpen, dat mensen overbodig worden. Dat is niet de bedoeling. Gaan we een robot ontwerpen die bijvoorbeeld schuurt, is prima. Maar het aflakken moet bij een vakman blijven, om een voorbeeld te noemen”, aldus Walinga.

Onderzoek

Bouwend Nederland gaat samen met de Hogeschool Rotterdam onderzoek doen naar de adoptie van AI in de bouw. In dat onderzoek worden de trends en relevante praktijkvoorbeelden op een rij gezet. Ook kijken de onderzoekers naar factoren die de adoptie van AI in de bouw versnellen of juist remmen. Bijvoorbeeld noodzakelijke standaarden om slimme woningen met elkaar en met het elektriciteitsnet te laten ‘praten’. Daarnaast zijn er ethische factoren die de aandacht verdienen.

Geen angst voor AI

Tot slot zegt Arjan: “Ik snap de angst heel goed, dat mensen in de bouw denken dat AI hun banen over gaat nemen. Maar nee, daar hoeft men niet bang voor te zijn. Zeker als we het samen met werkgeversorganisaties, bonden en bouwers oppakken. AI biedt een kans om het werk schoner, leuker en efficiënter te maken”.

Tekst: Betty Rombout.
Foto van Arjan Walinga: Bouwend Nederland.
Overig beeld: 123RF.

Dit artikel is ook verschenen in B+U 5-2024.

Batterijpark voor houtconcern Koninklijke Dekker

0
Batterijpark voor houtconcern Koninklijke Dekker

Houtconcern Koninklijke Dekker heeft bij haar vestiging in Vianen een groot batterijpark met twaalf megabatterijen geopend. Hierin wordt de energie van ruim 40.000 zonnepanelen van het bedrijf liggen opgeslagen. Deze energie kan door het bedrijf zelf worden gebruikt of worden verhandeld op de onbalansmarkt.

“Het batterijpark voorziet ook zo’n 8.000 huishoudens van elektriciteit en helpt om netcongestie te voorkomen”

Batterijpark

Het mega batterijpark bestaat uit twaalf batterijen met een totaalvermogen van 6 MW en 13,2 MWh capaciteit. Dit houdt in dat als de batterijen op vol vermogen aanstaan, zij binnen twee uur en vijftien minuten van 0 naar 100 procent kunnen opladen. Koninklijke Dekker profiteert niet alleen zelf van de eigen opgewekte stroom. Het voorziet ook zo’n 8.000 huishoudens van elektriciteit. Verder helpt het de netbeheerder om netcongestie te voorkomen.

Het project is zeven jaar geleden aangevangen. Robbert Jan Dekker, CEO van Koninklijke Dekker: “Onze ambitie is om op een slimme manier in de eigen energiebehoefte te kunnen voorzien en om zo onze verantwoordelijkheid te nemen. Om dit grootschalig te realiseren, hebben we samenwerking gevonden met een aantal innovatieve projectpartners*”, vertelt Robbert Jan Dekker, CEO van Koninklijke Dekker.

Opslaan en ontladen van energie

Afhankelijk van de situatie zullen de batterijen laden als er een stroomoverschot is. Bijvoorbeeld als de netbeheerder vraagt om een lokaal overschot weg te nemen. De batterijen zullen ontladen als er een tekort aan stroom is. Dit gebeurt bij slecht weer of als de netbeheerder hierom vraagt. Verder wordt er ingespeeld op de behoefte van die dag. Dit door stroom in het batterijpark op te slaan op het moment dat er te veel energie is door de energieopbrengst van wind en zon. Voor een optimale prijsbepaling maakt het bedrijf gebruik van kunstmatige intelligentie. Deze algoritmes houden rekening met het weer, de energiemarkt en de elk kwartier veranderende prijzen voor elektriciteit.

Verantwoordelijkheid

“Opslag van groene energie is een belangrijke stap om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen. Het speelt daarnaast ook een essentiële rol om netcongestie in Nederland terug te dringen. Als ondernemer voel ik de verantwoordelijkheid om hieraan bij te dragen”, aldus Robbert Jan Dekker. Verder laat hij weten dat er op korte termijn nog 15.000 extra zonnepanelen geplaatst gaan worden.

* De betrokken partners bij dit project zijn: CES/Exide voor de batterijsystemen, Edmij die de AI-algoritmes voor handel op de energiebeurs regelt, Unica voor een deel van de techniek en de bekabeling en Spectral die de connectiviteit en aansturing rond het batterijpark inrichtte.

Zie ook: 1.200 locaties geschikt voor energie hubs.

FENIX grootste havenloods Europa bekijken tijdens Open Monumentendag

0
Open Monumentendag ook in gerestaureerde havenloods museum FENIX.

De gerestaureerde havenloods museum FENIX is tijdens de Open Monumentdag al te bezichtigen voor de officiële opening volgend jaar. Bezoekers ontdekken hoe de historische loods op Katendrecht volledig is gerestaureerd en steeds verder transformeert tot museum. Tijdens Open Monumentdag 2024 is het museum gratis toegankelijk van 10:00 tot 17:00 uur.

“FENIX opent op zaterdag 14 en zondag 15 september de deuren tijdens Open Monumentendag”

Het is de kans voor publiek om het nu nog lege gebouw te bekijken voordat FENIX open gaat in het voorjaar van 2025. In het hart van de loods krijgt de ‘Tornado’, de trap naar ontwerp van het Chinese architectenbureau MAD Architects, steeds meer zijn definitieve uiterlijk. FENIX is het eerste museum ter wereld dat met kunst verschillende migratieverhalen vertelt.

Kijkje

Tijdens Open Monumentendag is een speciale route uitgezet. Je ziet hoe de meer dan 100 jaar oude loods zorgvuldig is gerestaureerd en werpt een kijkje in onder meer de kolossale hallen. Bezoekers worden tijdens hun route getrakteerd op een spectaculair uitzicht op de skyline van Rotterdam. Op de Open Monumentendag 14 en 15 september staat het team van FENIX klaar om meer te vertellen over de restauratie, de geschiedenis en de invulling van het museum.

Open Monumentendag ook in gerestaureerde havenloods museum FENIX.

Vooroorlogse havenarchitectuur

FENIX is gevestigd in een historische havenloods uit 1923. Met 16.000 vierkante meter ooit de grootste op- en overslagloods van Europa. Tijdens en na de oorlog raakt de loods flink beschadigd. In 1950 werd het pand gedeeltelijk herbouwd en opgesplitst in twee afzonderlijke gebouwen. Sinds 2020 wordt Fenixloods II hersteld. Het gebouw is in vier jaar tijd volledig gerestaureerd. Zo blijft het behouden als sprekend voorbeeld van de Rotterdamse havenarchitectuur.

Tornado

De Tornado in het museum is ontworpen door Ma Yansong, oprichter van MAD Architects. Vanaf de entree op de begane grond leidt de gedraaide trap omhoog naar de eerste verdieping en verder naar een 360 graden uitkijkplatform. De route omhoog kan straks zelf worden bepaald door de bezoekers. Daarmee staat de trap symbool voor een reis, waarin je verschillende afslagen neemt. De trap is één van de meest complexe staalconstructies die momenteel wereldwijd wordt gebouwd.

Onderweg!

Het thema van Open Monumentendag is Onderweg! – routes, netwerken en verbindingen. FENIX bevindt zich op een plek waar al eeuwenlang routes worden uitgestippeld: Katendrecht. Vanaf eind negentiende eeuw stappen er op de kades rondom FENIX ruim drie miljoen mensen aan boord van de Holland-Amerika Lijn naar bestemmingen aan de andere kant van de wereld. Op zoek naar geluk of betere kansen. FENIX wil al deze verhalen, van toen en van nu, vertellen. Vanaf de museumopening in het voorjaar van 2025 wordt hier met kunst, fotografie, geschiedenis en persoonlijke verhalen het thema migratie in alle facetten belicht.

Open Monumentendag ook in gerestaureerde havenloods museum FENIX.

FENIX?

FENIX opent in 2025 als museum. Als eerste ter wereld vertelt FENIX met een internationale kunstcollectie over de vele gezichten van migratie. In een historische havenloods uit 1923 die zorgvuldig is gerestaureerd. De 16.000 vierkante meter van FENIX zijn verder ingevuld met een kofferdoolhof van tweeduizend koffers. De documentaire fototentoonstelling The Family of Migrants en een vrij toegankelijk Plein van tweeduizend vierkante meter.

In het hart van het gebouw ontwierp het Chinese MAD Architects de Tornado, een bijzonder uitzichtpunt. De dubbel gedraaide trap van glas, hout en staal is op meerdere manieren te beklimmen. Eenmaal op 24 meter hoogte is te zien hoe de stad Rotterdam aan de kades rond FENIX is gevormd. Voor miljoenen mensen veranderde hier hun leven. Op weg naar de Verenigde Staten en Canada per schip of gearriveerd vanuit China, Kaapverdië of Griekenland.

Foto’s: MAD Architects, Wilbert Zuiderduin en Mark Bolk.

Zie ook: Prestigieuze award voor Fenix I.

Bouwen aan cyberveiligheid: hoe beschermen bouwbedrijven zich tegen datalekken en diefstal

0
Bouwen aan Digitale veiligheid en cybercrime: hoe beschermen bouwbedrijven zich: hoe beschermen bouwbedrijven zich tegen datalekken en diefstal

Het aantal cyberincidenten binnen de bouwsector is de afgelopen jaren flink toegenomen. Daartegenover geven veel bedrijven niet de nodige prioriteit aan digitale veiligheid. Maar als het misgaat, kan een datalek of cyberaanval desastreuze gevolgen hebben voor het bedrijf. Digitale veiligheid verdient daarom de nodige aandacht, vooral binnen de bouwsector.

Cyberdreigingen

De meest voorkomende cyberincidenten waar bouwbedrijven mee geconfronteerd worden, zijn datalekken en aanvallen met gijzelsoftware. Bij een datalek vallen vertrouwelijke gegevens in handen van cybercriminelen. Dat kunnen bank- en bedrijfsgegevens zijn, maar ook wachtwoorden, BSN-nummers en NAW-gegevens van klanten en zakelijke partners. Deze gegevens kunnen vervolgens door de criminelen zelf worden gebruikt of worden verkocht op het dark web.

Bij gijzelsoftware wordt een computer of netwerk geïnfecteerd met schadelijke software die de toegang tot essentiële functies en bestanden blokkeert. Het bedrijf krijgt de toegang weer terug als het een geldbedrag betaalt aan de hackers. Gijzelsoftware maakt het een bedrijf vrijwel onmogelijk om volledig operatief te blijven. Zolang de gijzelsoftware aanwezig is, draait het bedrijf grote verliezen. Ook de collega’s die alle zeilen bij moeten zetten om de oorzaak van het probleem te identificeren, moeten betaald worden. Het opsporen en oplossen van een datalek duurt gemiddeld 277 dagen.

Naast financiële verliezen, moet ook rekening worden gehouden met reputatieschade. Klanten wiens gegevens werden gelekt, zullen weinig vertrouwen blijven houden in het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de situatie.

Sterker nog, een datalek vormt een grote inbreuk op het recht op privacy. Het bedrijf in kwestie moet verantwoorden waarom het niet de nodige maatregelen heeft getroffen om te kunnen voldoen aan de AVG. Dat wil zeggen, waarom het bedrijf tekort is geschoten in de bescherming van de gegevens van hun relaties. De Autoriteit Persoonsgegevens kan het bedrijf daarvoor ook een boete opleggen.

Digitale veiligheid

Op een bouwplaats draagt iedereen een helm. Dat is de normaalste gang van zaken. Wie dit nalaat, wordt er door collega’s en leidinggevenden op aangesproken. Het niet opvolgen van deze veiligheidsmaatregel vergroot namelijk het risico op ernstig letsel na een ongeluk. Maar met het voorkomen van digitale schade wordt binnen de bouwsector een stuk losser omgesprongen. Het letsel zal misschien niet lichamelijk zijn, maar de kosten van de schade kunnen behoorlijk oplopen. In sommige gevallen vormt een datalek of gijzelsoftware zelfs de aanleiding tot een faillissement.
Toch zijn veel risico’s te beperken en uit te sluiten door het nemen van enkele effectieve veiligheidsmaatregelen:

VPN

Een VPN of virtueel privénetwerk is eigenlijk een onmisbaar hulpmiddel voor bouwbedrijven. Op deze manier kan in één keer een heel netwerk versleuteld worden. Gegevens worden gecodeerd uitgewisseld en IP-adressen blijven onzichtbaar voor de buitenwereld. Derden kunnen uitgewisselde gegevens daardoor niet meer lezen of achterhalen door wie ze oorspronkelijk verstuurd werden.
Een VPN voorkomt dat websites een gebruiker online kunnen volgen en een profiel opbouwen. Ook zal een betere VPN waarschuwen als de gebruiker een schadelijke website dreigt te bezoeken. De kans op virussen en malware wordt daardoor nog eens geminimaliseerd. Zo kan iedereen met een VPN in Nederland veilig blijven surfen. Voor de grootste dekking en de beste snelheid is een VPN in Nederland aan te raden.

Strategie

Er mag geen kostbare tijd verspild worden als het bedrijf dan toch getroffen wordt door een cyberaanval of datalek. Het is van cruciaal belang dat er op voorhand een plan is opgesteld, zodat iedereen weet hoe ze in zulke gevallen moeten handelen. Dit plan kan intern uitgewerkt worden, maar bedrijven kunnen hiervoor ook een externe cyberveiligheidsexpert inhuren. Deze expert kan ook in kaart brengen hoe het op het moment is gesteld met de digitale veiligheid en aanbevelingen doen.

Training

Het kan iedereen zomaar overkomen. Een collega opent per ongeluk een bijlage in een phishingbericht en infecteert zo onbedoeld het hele kantoornetwerk. De HR-afdeling is vergeten het account van een vertrokken medewerker te verwijderen. Of de wachtwoorden van meerdere accounts zijn eenvoudig te kraken, omdat ze nooit aangepast werden van ‘welkom123’ naar iets moeilijkers.
Veel van deze menselijke vergissingen kunnen voorkomen worden door alle medewerkers te trainen in cyberveiligheid. Zorg ervoor dat de trainingen interessant en interactief zijn, zodat de deelnemers ook daadwerkelijk betrokken blijven.

Multifactorauthenticatie

Gelekte wachtwoorden zijn waardeloos als er multifactorauthenticatie op een account is ingesteld. Inloggen is dan alleen mogelijk met een correct wachtwoord en een extra identificatiemethode. Dat kan een vingerafdruk, een code of gezichtsherkenning zijn.

Updates

Updates zorgen voor een verbeterde functionaliteit, maar ook voor meer veiligheid. Stuur een herinnering naar alle medewerkers als zich een nieuwe update aandient. Laat iedereen de update liefst op hetzelfde moment uitvoeren, om te voorkomen dat een enkeling het toch vergeet.

Dura Vermeer gaat betonpuin hergebruiken als vervanging cement

0
Dura Vermeer gaat betonpuin hergebruiken als vervanging cement

Dura Vermeer en C2CA gaan met een nieuwe gezamenlijke onderneming een installatie bouwen voor upcycling van betonpuin. De installatie zal naar schatting een CO2-reductie van 30.000 ton op jaarbasis realiseren door het hergebruik.

150.000 ton betonpuin per jaar

Het bedrijf wordt hiermee de leverancier van circulaire betongrondstoffen voor nieuwe betonprojecten in Nederland. Naar verwachting wordt de installatie in het tweede kwartaal van 2025 in gebruik genomen.

Het innovatieve proces produceert, naast teruggewonnen grind en zand, een supplementair cementeus materiaal (SCM). Dat kan als vervanging dienen voor cement bij de productie van nieuw beton. Dat Dura Vermeer en C2CA* ook zelf de cement winning uit betonpuin realiseren is uniek in de bouwsector. De eerste nieuwe installatie in de regio Rotterdam kan per jaar 150.000 ton betonpuin verwerken.

CO2 uitstoot

De cementindustrie is verantwoordelijk voor 7 procent van de mondiale CO2 uitstoot**. In Nederland verbruikt de bouwsector de helft van alle grondstoffen. Bovendien is de sector verantwoordelijk voor circa 40 procent van het energieverbruik en een derde van de totale CO2 uitstoot.

Upcycling

Aangezien bijna de helft van alle bouwmaterialen beton is, is de bijdrage van de sector aan de klimaatdoelstellingen en emissiereductie van groot belang. Momenteel wordt slechts 5 procent van het betonpuin op een voldoende niveau gerecycled***. Het merendeel wordt op laag niveau hergebruikt. Met de conventionele betonrecyclingmethoden wordt geen gedeeltelijke cementvervanger (SCM) geproduceerd. Daardoor leidt hergebruik daarvan in nieuw beton nu nog nauwelijks tot CO2 reductie.

Met de nieuwe installatie kan dat wel. Het upcycling proces begint met de inname van zuiver betonpuin. Dit puin wordt bewerkt tot grind, zand en cementsteenmeel. Het gerecyclede cementsteenmeel wordt in de laatste verwerkingsfase geactiveerd tot een reactief bindmiddel (SCM). De circulaire betongrondstoffen worden vervolgens geleverd aan betonproducenten. Vervolgens wordt het door hen gebruikt voor de productie van circulair beton. Dat beton heeft een veel lagere CO2 impact.

Circulair bouwen en klimaat

Pieter Niemantsverdriet van Dura Vermeer: “Dura Vermeer heeft een duidelijk doel voor ogen. Een halvering van de CO2-uitstoot in 2030 en nul CO2-uitstoot in 2050. Circulair bouwen is een belangrijke oplossingsrichting, waarmee wij echt impact kunnen maken. De langdurige samenwerking met C2CA is dus een grote stap richting Net Zero. Niet alleen voor onze eigen projecten, maar voor de gehele bouwsector. Ook onderstrepen dit soort belangrijke innovaties de rol van Nederland als duurzaam innovatieland”.

Thomas Petithuguenin van C2CA vult aan: “Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen is het zaak om nu echte stappen te zetten. De grootste CO2-besparing binnen onze branche kan worden bereikt door alternatieven te bieden voor primair cement. En dat is wat wij doen. Wij zijn erg blij dat wij in Dura Vermeer een solide partner hebben gevonden om onze gezamenlijke ambities waar te maken”.

* C2CA (Concrete to Cement & Aggregates) is opgericht door de TU Delft en GBN. Het is een Nederlandse tech startup die zich toelegt op het stimuleren van innovatie op het gebied van recycling van betonpuin.
** Bron: World Cement Association, 2023.
*** Bron: Betonhuis, 2022.

Artikelbron: Dura Vermeer.
Beeld: Jorrit Lousberg.

Witteveen en Bos opent kantoor in Microstad bij TU Eindhoven

0
Witteveen en Bos opent kantoor in Microstad bij TU Eindhoven

Witteveen en Bos heeft onlangs een nieuw kantoor in Eindhoven in gebruik genomen. Het is gehuisvest in bedrijfsverzamelgebouw Microstad, tussen de TU Eindhoven campus en het Centraal Station Eindhoven. Het campuskantoor in Eindhoven krijgt als thema ‘Materials of the future’ mee.

“In het kantoor in Microstad zal de ontwikkeling en toepassing van nieuwe, duurzame (bouw-) materialen centraal staan”

De opening werd onder andere verricht door prof.dr.ir. Theo Salet, decaan van de TU/e Bouwkunde.
De opzet voor kantoor Eindhoven is vergelijkbaar met eerdere Witteveen en Bos campuskantoren in Wageningen en Groningen. Het campuskantoor in Eindhoven krijgt als thema ‘Materials of the future’ mee, waarbij de ontwikkeling en toepassing van nieuwe, duurzame (bouw)materialen centraal zal staan.

Witteveen en Bos onderhoudt al lang hechte band met de TU/e. Er is samenwerking, zoals in het onderzoek naar 3D-betonprinten. Dit heeft onder andere geleid tot het Milestone-project in Eindhoven. Ook Theo Salet heeft bij het ingenieursbureau gewerkt.

“De samenleving staat voor grote transities waarin veel vaart gemaakt moet worden om die
uitdagingen het hoofd te bieden, bijvoorbeeld op het gebied van het ontwikkelen van nieuwe, biobased
bouwmaterialen. Of door te werken aan nieuwe bouwmethoden met 3D-betonprinten, wat van betekenis
kan zijn in het versnellen van de bouwopgave. Met dit soort initiatieven zijn we al bezig. Met een kantoor ter plaatse kunnen we daarop voort en verder bouwen”, aldus Witteveen en Bos directeur Eveline Butter.

Zoals Theo Salet van de TU/e het formuleerde: “Wat ik hoop is dat we hiermee aan het begin staan van een nieuwe bloeiperiode in onze samenwerking. Dat we de theoretische kennis met de praktische toepassing kunnen verbinden en zo inhaken op de oorsprong van hoe het met de faculteit Bouwkunde ooit is begonnen: vanuit de behoefte om verschillende disciplines samen te brengen, om in interactie met de markt te werken aan nieuwe kennis en ontwikkelingen”.

Beeld: Witteveen en Bos.

Witteveen en Bos opent kantoor in Microstad bij TU Eindhoven. Zie ook:
Sweco neemt Valstar Simonis over.

1.200 locaties geschikt voor energie hubs

0
Energie hubs op 1.200 locaties oplossing voor netcongestie?

Energie hubs kunnen een belangrijke rol in de energietransitie spelen. In opdracht van Topsector Energie en RVO heeft RoyalHaskoningDHV nieuw onderzoek uitgevoerd. Het benadrukt de cruciale bijdrage van de hubs bij het verminderen van netcongestie en het bereiken van een betrouwbaar en toereikend energiesysteem voor 2030 en verder.

“De gezamenlijke 1.200 energie hubs, zorgen voor een potentiële ontlasting van het stroomnet tot 2030 van 3,2 GW”

Het rapport introduceert vier hoofdgroepen van energie hubs: gebouwde omgeving, mobiliteit, bedrijventerreinen en Cluster 6 bedrijven, en identificeert maar liefst 1.200 kansrijke locaties in Nederland. Deze hubs optimaliseren lokaal de balans tussen vraag en aanbod, wat essentieel is voor een duurzaam energiesysteem in 2050.

Vier soorten Energie hubs

De hubs komen in vele vormen en maten, wat vaak leidt tot verwarring en onzekerheid. Het rapport biedt een helder kader om deze diversiteit te structureren en te begrijpen. Door een duidelijke indeling en definiëring kunnen de mogelijkheden en beperkingen van Energie hubs in een vroeg stadium worden geïdentificeerd. Dit stelt beleidsmakers en energieprofessionals in staat om de hubs effectief te integreren in regionale energievoorzieningen. De hoofdgroepen:

1. Gebouwde omgeving
2. Mobiliteit
3. Bedrijventerreinen
4. Cluster 6 bedrijven (grootschalige energieverbruikers)

Voor elke groep zijn de belangrijkste technische, financiële, organisatorische, bestuurlijke en juridische aspecten in kaart gebracht. Deze inzichten helpen bij de ontwikkeling en exploitatie van de hubs. Daarbij staan bouwstenen zoals opslag, conversie, lokale duurzame bronnen en vraag-en-aanbodsturing centraal.

Energie hubs op 1.200 locaties oplossing voor netcongestie

Verlichten piekbelasting

Een van de meest urgente uitdagingen die Energie hubs aanpakken, is het verminderen van netcongestie. Tot 2030 kunnen de hubs naar schatting 3,2 GW bijdragen aan het verlichten van de piekbelasting van het elektriciteitsnet. Hoewel dit niet direct betekent dat netcongestie volledig wordt vermeden, biedt het rapport een waardevolle analyse voor verdere samenwerking met netbeheerders om gerichte investeringen te doen en efficiëntie te verhogen.

Locaties

In heel Nederland zijn bijna 1.200 potentieel kansrijke locaties voor de hubs geïdentificeerd. Deze hubs kunnen de balans tussen vraag en aanbod lokaal optimaliseren, wat essentieel is voor een duurzaam energiesysteem in 2050. Het leidende principe is “lokaal wat kan, centraal wat moet”. Zo wordt lokale flexibiliteit in energiebeheer gemaximaliseerd, aldus het onderzoek.

Aanpak

Energie hubs zijn effectief in de verzorgingsgebieden van hoogspanning/middenspanning (HS/MS) onderstations, met name bij een 150 kV onderstation. Een gebiedsgerichte aanpak, waarbij verschillende hubs gecombineerd worden, kan de grootste bijdrage leveren aan de energiebalans en het omgevingsbeleid. Dit minimaliseert de ruimte die nodig is voor energie-infrastructuur en stimuleert het gebruik van alternatieve energiedragers zoals groen gas, warmte en waterstof.

Samenwerking

Het succes van Energie hubs hangt sterk af van de ambities van de betrokken partijen. Of het nu gaat om het verminderen van netcongestie of bredere doelen zoals klimaatneutraliteit en circulariteit, intensieve samenwerking en gebiedssturing zijn cruciaal. De overheid kan hierbij ondersteunen door een langetermijnvisie te bieden en marktsturing te verschuiven naar gebiedssturing. Dat stimuleert volgens de onderzoekers verdere integratie en innovatie.

De hubs bieden al met al een veelbelovende route naar een duurzaam en veerkrachtig Nederlands energiesysteem, met aanzienlijke voordelen voor zowel de energie-infrastructuur als de brede samenleving.

Bron en beeld: Topsector Energie, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en RoyalHaskoningDHV.

Rotterdam en Waterschap zijn het uiteindelijk eens over buitendijks bouwen

0
Buitendijks bouwen in Rotterdam Gemeente en Waterschap zijn het eens

Waterschap Hollandse Delta en de gemeente Rotterdam zijn het eens over buitendijks bouwen. “Er is geen verschil van inzicht”. Dat is de conclusie uit een overleg deze week over de zorg die het waterschap eerder uitte in het AD.

“Over het algemeen is het niet gewenst dat er door buitendijkse bebouwing versmalling of vertraging van de afvoer van water ontstaat”

In het AD stelde een woordvoerder van het waterschap dat buitendijks bouwen niet verstandig is. In de regio Rotterdam worden vele duizenden woningen gebouwd op plekken die niet door de dijken zijn beschermd. Dat is, zeker in verband met de klimaatverandering, een risico.

In een overleg tussen wethouder Chantal Zeegers en heemraad Cicilia Rijsdijk kon de heemraad verduidelijken, dat dit “in algemene zin geldt. Voor het buitendijks gebied van Rotterdam ligt dat anders. Dit omdat het water al voldoende ruimte heeft, de terreinen nu al veelal bebouwd zijn en er rekening gehouden wordt met de komst van hoogwater”.

Veiligheid buitendijks bouwen

De waterschappen hebben geen wettelijke taken voor de waterveiligheid buitendijks. Een goede ruimtelijke ordening is de taak van de gemeente en dat geldt ook voor de buitendijkse gebieden. Gemeenten maken ruimtelijke afwegingen en wegen de risico’s, zoals overstroming, daarin mee. Waterschappen mogen wel adviseren op plannen.

“In Rotterdam vinden de ontwikkelingen plaats op bestaande stukken land. Die veranderen hooguit van functie, waardoor geen versmalling van het stroomgebied ontstaat. De gemeente zorgt ervoor, dat bouw op een veilige hoogte boven NAP plaatsvindt en dat er maatregelen zijn bij hoogwater. Er ontstaat door buitendijkse bouw geen probleem met de afvoer van hoogwater”, zo bericht de gemeente.

Voor zowel de gemeente als het waterschap staat veiligheid voorop, laat men weten. Daarom heeft het waterschap adviesrecht op alle bouwplannen. Zowel de wethouder als de heemraad delen de zorg over de klimaatverandering en vinden dat nauwe samenwerking nodig blijft bij elke nieuwe buitendijkse ontwikkeling in Rotterdam, maar ook bij aanpassing van normen door de effecten van klimaatverandering.

Wethouder Zeegers van Rotterdam: “We zorgen er samen voor dat Rotterdammers droge voeten houden. Dat het water voldoende ruimte krijgt om te worden afgevoerd. En ook dat de ontwikkelingen nooit strijdig zijn met bijvoorbeeld plannen voor het verhogen of verstevigen van waterkeringen”.

Verantwoording

Waterschappen zijn samen met Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor waterveiligheid in Nederland. Waterschappen onderhouden de primaire waterkeringen langs de rivieren. Zij zorgen dat hoog water in de rivieren zoveel mogelijk ongehinderd kan worden afgevoerd. In het algemeen is het niet gewenst dat er door buitendijkse bebouwing versmalling of vertraging van de afvoer van water ontstaat. Het water moet zo snel mogelijk naar zee.

Bij het openingsbeeld:
Luchtfoto van de Maeslantkering, de stormvloedkering aan de Nieuwe Waterweg. Als onder meer Rotterdam wordt bedreigd door hoogwater en de kans op overlast en overstromingen sluit de kering. Foto: Janssen Kruse Productions – 123RF.