Home Blog Pagina 125

Forse versnelling woningbouw ingezet door het Rijk

0
Forse versnelling woningbouw ingezet door het Rijk

Om de woningbouwontwikkeling te versnellen heeft minister De Jonge het ‘Plan van aanpak versnellen processen en procedures woningbouw’ naar de Tweede Kamer gestuurd.

“Het plan bevat meerdere versnellingsacties die ervoor moeten zorgen dat de gemiddelde ontwikkeltijd van woningbouwprojecten korter wordt”

Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge: “Het bouwen van een woning, van plan tot realisatie, duurt gemiddeld tien jaar. Dit moet en kan korter. Er zijn voorbeelden van projecten die binnen drie jaar worden gerealiseerd. En het kan nog sneller.”

Dit plan van aanpak moet ervoor zorgen dat de bouw op alle fronten wordt versneld. De Jonge: “Daarbij willen we het ‘not in my backyard’-sentiment doorbreken. We zijn het aan alle woningzoekenden verplicht om alles te doen wat in ons vermogen ligt om de woningbouw te versnellen.”

Nieuw proces

De grootste versnelling in woningbouwontwikkeling is te bereiken in de planvormingsfase. Rekenen, tekenen, onderzoeken uitzetten, gesprekken met omwonenden en het juridisch vastleggen van afspraken worden nu veelal stap voor stap uitgevoerd.

Hierdoor komen in iedere stap nieuwe eisen en wensen op tafel waar in de projecten rekening mee moet worden gehouden. Om die reden moeten ontwerpprocessen meerdere keren over en duurt het traject steeds langer. Op basis van goede voorbeelden is hiervoor een nieuw proces ontwikkeld waarbij deze processen gelijktijdig en in samenhang worden uitgevoerd.

Dit proces gaat worden ingezet bij vijf projecten. Vanuit deze projecten worden kennis en ervaringen met deze nieuwe werkwijze gedeeld, zodat deze werkwijze ook bij andere projecten kan worden toegepast. Hierdoor kan de ontwikkeltijd jaren korter duren.

Besluitvorming

Ook in de fase van bezwaar en beroep is versnelling mogelijk. In besluitvorming over projecten moeten zowel de belangen van woningzoekenden als van omwonenden worden meegewogen. De bescherming van de belangen van de bezwaarmakers is momenteel beter geborgd dan de belangen van woningzoekenden. De Jonge: “Dat willen we meer in balans brengen.”

“Zo wordt in het wetsvoorstel regie op de volkshuisvesting, dat nog dit voorjaar in consultatie gaat, voorgesteld om voor omgevingsvergunningen van woningbouwprojecten toe te gaan naar beroep in één instantie. Dit in plaats van beroep en hoger beroep. Hierdoor kunnen omgevingsvergunningen aanzienlijk sneller onherroepelijk worden.”

Expertteam Woningbouw

Gebrek aan ambtelijke capaciteit bij gemeenten en provincies is ook een van de oorzaken voor de lange tijd die nodig is voor woningbouwontwikkeling.

Daarom wordt er negentig miljoen euro beschikbaar gesteld om extra personeel in te huren. Ook is er een Expertteam Woningbouw, dat door gemeenten ingeschakeld kan worden wanneer zij vastlopen bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten. Dit team bestaat uit zowel strategische adviseurs alsook projectleiders en juristen.

Innovatie en industrieel bouwen

Ook moet er innovatiever en meer industrieel gebouwd gaan worden. Voor elk project gelden nu andere eisen en verplichtingen. De Jonge: “Dit kost tijd en geld. Om industriële woningbouw op te schalen wordt samen met de sector gekeken naar mogelijkheden voor verdere standaardisatie. Opdrachtgevers kunnen ook gezamenlijk zorgen voor standaardisatie en het opschalen van de industriële productie. Door de vraag met meerdere partijen te bundelen kunnen bouwers hun productiecapaciteit optimaal benutten waardoor er ruimte is voor innovatie en kostprijsverlaging.

Lees ook: 900.000 woningen erbij door provinciale woningbouwafspraken

Spoorzone Arnhem-Oost wordt woon- en werklocatie

0
Spoorzone Arnhem-Oost wordt woon- en werklocatie

Bedrijventerrein Rijnpark verandert naar woon- en werkgebied. Om de woningcrisis in Arnhem te kunnen opvangen wil de gemeente tot 2040 zo’n 16.000 woningen bouwen binnen de bebouwde omgeving.

“Ruim 8.000 woningen voor Spoorzone Arnhem-Oost en in het Rijnpark komen er minimaal 2.400”

Om zo snel en goed mogelijk een antwoord te bieden op de woningcrisis, zijn bedrijfseigenaren in een gedeelte van Rijnpark verplicht om de grond bij verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden.

Wethouder Cathelijne Bouwkamp (Ruimtelijke Ordening) van de gemeente Arnhem heeft met bedrijfseigenaren uit de spoorzone contact gehad. “De wooncrisis raakt Nederland en slaat Arnhem niet over. Ook hier is de vraag om woningen hoog. Er zijn weinig plekken waar makkelijk nieuwe woningen bijgebouwd kunnen worden.”

Rijnpark

Rijnpark is een deel van het antwoord op die bouwvraag. De aantrekkelijke locatie heeft veel potentie voor nieuwe woningen en voorzieningen, ziet Bouwkamp. “Daarmee dragen we bij aan een leefbare en bereikbare stad met gevarieerde wijken waar het goed wonen, werken en leven is.”

Het gebied heeft na de verandering minimaal 2.400 woningen, voldoende wijkvoorzieningen, passende bedrijvigheid en een aantrekkelijke, groene en gezonde leefomgeving. Het gebied is in beweging en enkele van de bedrijven zijn hun bedrijfsvoering aan het beëindigen of toekomstperspectieven aan het ontwikkelen.

Wet voorkeursrecht gemeenten

Om te kunnen sturen op die beweging op het Rijnpark, het woningbouwprogramma, het tempo van de ontwikkeling van het gebied en ervoor te zorgen dat er voorzieningen zijn, is de gemeente genoodzaakt om gebruik te maken van de zogenaamde Wet voorkeursrecht gemeenten.

Dit houdt in dat de eigenaren verplicht zijn om de grond bij verkoop eerst aan de gemeente aan te bieden. Hiermee wordt eventuele speculatie voorkomen wat nodig is om ook voorzieningen zoals buurthuizen, parken en speeltuinen te bekostigen om ervoor te zorgen dat nieuwe inwoners een leefbare buurt hebben.

Om de verandering zo goed mogelijk te laten verlopen wordt expliciet de samenwerking gezocht met eigenaren in de omgeving.

Lees ook: Arnhems Stadsakkoord moet woningbouw stimuleren

Minder nieuwbouwkoopwoningen verkocht in derde kwartaal

0
Minder nieuwbouwkoopwoningen verkocht in derde kwartaal

In het derde kwartaal van 2022 zijn ruim een derde minder nieuwbouwkoopwoningen verkocht dan een jaar eerder. Dit is de grootste daling sinds de start van de meting in 2015. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS, het Kadaster en Eurostat.

“De prijs van een bestaande koopwoning was gemiddeld 11,9 procent hoger dan een jaar eerder”

Er werden ruim 50 duizend bestaande koopwoningen verkocht, een daling van 6,4 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Deze daling is kleiner dan in het tweede kwartaal van 2022 (10,2 procent). Bij de nieuwbouwwoningen ging het om ruim 5 duizend transacties, 33,9 procent minder.

In totaal zijn er in het derde kwartaal 9,9 procent minder woningen verkocht. Dit is het zesde kwartaal op rij dat er minder woningen zijn verkocht dan een jaar eerder.

Hogere prijzen nieuwbouwkoopwoningen

In het derde kwartaal van 2022 was de prijs van een nieuwbouwkoopwoning gemiddeld 13,7 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Hiermee kwam de gemiddelde verkoopprijs van nieuwbouwkoopwoningen uit op bijna 474.000 euro.

Dit is lager dan het tweede kwartaal, toen bedroeg de gemiddelde prijs voor het eerst meer dan een half miljoen euro.

De prijs van een bestaande koopwoning was gemiddeld 11,9 procent hoger dan een jaar eerder. De prijsstijging vlakte voor het tweede kwartaal op rij af. In het voorgaande kwartaal was de prijs gemiddeld 18,4 procent hoger dan een jaar eerder.

EU-landen

De huizenprijzen waren in het derde kwartaal van 2022 12,2 procent hoger dan een jaar eerder. Daarmee staat Nederland op de twaalfde plaats van landen met de grootste stijging van de huizenprijzen in de Europese Unie; vorig kwartaal was dit nog de vijfde plek.
Gemiddeld zijn de huizenprijzen in de Europese Unie in het derde kwartaal van 2022 gestegen met ruim 7 procent.

De grootste stijgingen zijn in Estland (24,2 procent), Hongarije (21,0 procent) en Litouwen (19,3 procent). Denemarken was het enige land waar de huizenprijzen daalden, met 2,4 procent.

In de huizenprijsindex zijn de transactieprijzen van zowel nieuwbouwkoopwoningen als bestaande koopwoningen meegenomen.

Regionaal opgewekte groene stroom voor McDonald’s

0
Regionaal opgewekte groene stroom voor McDonald's

Per 1 januari 2023 maken alle 262 restaurants van McDonald’s in Nederland gebruik van honderd procent duurzame en regionaal opgewekte zonne- en windenergie. De stroom is afkomstig van wind- en zonneparken die de afgelopen twee jaar nieuw zijn ontwikkeld.

“De nieuwe restaurants van McDonald’s worden al gasloos opgeleverd”

McDonald’s stimuleert het duurzaam opwekken van stroom in Nederland. Deze verduurzaming van de energievoorziening maakt deel uit van een bredere samenwerking met Eneco om de familierestaurants energieneutraal te maken.

Reduceren energieverbruik

In de bredere aanpak ligt de focus op het reduceren van het energieverbruik en zelf opwekken van energie. Dit varieert van zonnepanelen op het dak tot het opslaan van duurzaam opgewekte energie.

Ook wordt er gekeken naar het uitbreiden van gasloze restaurants in nauwe samenwerking met de Franchisenemers, McDonald’s Nederland en Eneco. Alle nieuwe restaurants worden al gasloos opgeleverd, waardoor inmiddels ruim 50 restaurants een volledige elektrische energievoorziening hebben.

Regionaal opgewekte stroom

McDonald’s zet zich al jarenlang in voor verduurzaming, van duurzame logistiek en bouw tot het verminderen van zwerfafval. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijkheden die de omgeving biedt. Een restaurant midden in de stad kent andere kansen op het vlak van verduurzaming dan een restaurant langs de snelweg.

Patrick Tieleman, Director National Operations, McDonald’s Nederland is enthousiast over de samenwerking: “Elke stap die we kunnen zetten om onze restaurants te verduurzamen, willen we blijven nemen als McDonald’s. Dat we dit nu extra kracht bij kunnen zetten in deze samenwerking met Eneco, maakt me dan ook erg trots. Juist omdat deze stroom additioneel is én regionaal opgewekt is. Ik kijk er naar uit om samen met Eneco en onze Franchisenemers de energietransitie voor McDonald’s in Nederland verder vorm te geven.”

Dick Velings, Directeur B2B Eneco: “Verduurzamen gaat sneller wanneer je het samen doet. Dat is ook de insteek van onze samenwerking met McDonald’s. Voortaan maken alle restaurants gebruik van regionaal opgewekte groene stroom. Ondertussen onderzoeken we hoe we de restaurants volledig energieneutraal kunnen maken; bijvoorbeeld door van het gas af te gaan of eigen energie-opwek te realiseren.”

Steeds meer vmbo-leerlingen kiezen voor technische opleiding

0
Steeds méér vmbo-leerlingen kiezen voor technische opleiding

In het vmbo kiezen steeds meer leerlingen voor een technische opleiding. Net als een jaar eerder groeide het aantal vmbo’ers met het profiel Produceren, Installeren, Energie (PIE). Ook meisjes maken steeds vaker de keuze voor een technische vmbo-richting.

“De toestroom van meisjes naar de technische vmbo-opleidingen is opvallend”

Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, ziet in de cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) een belangrijke kentering: “Dit laat zien dat onze inspanningen effect sorteren. Maar er is meer nodig.”

Stijging

In het schooljaar 2021-2022 nam het aantal leerlingen met een PIE-profiel al met twee procent toe ten opzichte van het jaar daarvoor. Die positieve tendens is dit jaar versterkt; in 2022-2023 is het aantal leerlingen met een technisch profiel PIE met acht procent gestegen. Er zijn nu 4.971 leerlingen in het derde studiejaar.

Havo en vwo

De vmbo-cijfers zijn hoopgevend, maar de voorzitter van Techniek Nederland wijst erop dat de trend in het vmbo wel een uitzondering is.

“Op havo en vwo zien we nog steeds dat de belangstelling voor technische profielen afneemt. En dat terwijl het loopbaanperspectief nergens zo aantrekkelijk is als in de techniekbranche. Blijkbaar zitten de slimste studenten op het vmbo.”

Meisjes kiezen techniek

De toestroom van meisjes naar de technische vmbo-opleidingen is opvallend. In het schooljaar 2022-2023 hebben in totaal 1.687 meisjes gekozen voor een technisch profiel. Dat is een stijging van 21 procent ten opzichte van het vorig jaar.

Terpstra is over die ontwikkeling niet verbaasd: “Creativiteit, samenwerken en communicatieve vaardigheden worden in onze branche steeds belangrijker. Ik vind het dus heel logisch dat meisjes en vrouwen de techniek ontdekken én er carrière maken.”

Energietransitie

Terpstra ziet het belang van de techniek in onze samenleving de komende jaren snel toenemen: “Technische vakmensen zijn onmisbaar voor de energietransitie, maar ook voor modernisering van onze infrastructuur en het betaalbaar houden van de gezondheidszorg. Het beroep op de technieksector wordt dus alleen maar groter.”

Volgens voorzitter Terpstra is het Aanvalsplan Techniek daarbij cruciaal. Techniek Nederland presenteerde het plan samen met een aantal andere brancheorganisaties in november 2022 aan het kabinet.

Lees ook: Grote behoefte aan vakbekwame installatie- en elektromonteurs

Robotisering in 2023: kant-en-klare oplossingen zijn de toekomst

0
Robotisering in 2023: kant-en-klare oplossingen zijn de toekomst

Anders Beck van Universal Robots, geeft vijf voorspellingen voor dit jaar. Wat kunnen we op robotiseringssvlak verwachten, nu de werkomgeving in alle sectoren, maar zeker ook de bouw en infra, snel aan het veranderen is. Robotisering en cobotisering in 2023: kant-en-klare oplossingen zijn de toekomst.

“Automatisering van productieprocessen wordt door toepassing van kant-en-klare robotisering geavanceerder, maar ook eenvoudiger dan ooit tevoren”

Bouw en infra

Robots en cobots worden al breed ingezet in de industrie. Binnen de bouw en infra kennen we onder meer de cobots die tillen, heffen, verplaatsen en reiken, maar ook robotiseringstechnieken bij het 3D ‘printen’ van beton en tal van andere toepassingen.

Cobot?

Een cobot of co-robot (van collaborative robot, meewerkende robot) is een robot die bedoeld is om samen te werken met mensen in een gemeenschappelijke werkomgeving. Een cobot verschilt daarmee van andere robots, die ontworpen zijn om zelfstandig of met beperkte begeleiding te opereren, zoals de meeste industriële robots tot 2010. Verder zijn cobots lichter, makkelijker verplaatsbaar en vaak goedkoper dan een grotere standaard industriële robot (bron: Wikipedia)

(Lees verder onder de afbeelding.)
5 voorspellingen robotisering in 2023

5 voorspellingen robotisering:

1. Kant-en-klare oplossingen maken automatisering toegankelijker dan ooit tevoren

De vooruitgang in robotica, machine learning en andere technologieën heeft het tempo van technologische vooruitgang vertienvoudigd. Maar ondanks al hun indrukwekkende verwezenlijkingen moeten technologiebedrijven beseffen dat ze niet overal goed in zijn.

In de wereld van de robotica is dat niet anders. Om een robotsysteem te maken heb je onder andere hardware, software, applicaties, sensoren en interfaces nodig. Daarom wordt 2023 het jaar van de kant-en-klare oplossingen. Fabrikanten die toepassingen en producten creëren rond bestaande technologieën zullen hierin centraal staan.

Zij zijn in staat om innovatie te stimuleren door technologieën te combineren tot complete oplossingen voor de meest voorkomende toepassingen, zoals lassen en palletiseren. Het resultaat? Automatisering wordt geavanceerder, maar tegelijk ook eenvoudiger dan ooit tevoren.

2. Fabrikanten schakelen over op modulaire productie

We zien een trend naar meer flexibele productiemodellen. En ondanks dat traditionele industriële robot belangrijk blijven in sommige productiesectoren, liggen sommige modellen buiten hun bereik doordat ze groot en op een vaste plek gevestigd zijn. Daarnaast vergen ze vaak ook een complexe toepassing.

Cobots daarentegen kunnen een vergelijkbare reeks activiteiten uitvoeren als traditionele industriële robots, maar zijn kleiner, lichter en veel gemakkelijker in te zetten. Ze zijn ontworpen om naast mensen te werken en beter geschikt voor omgevingen of opdrachten die flexibiliteit en aanpassingsvermogen vereisen. Tot slot zijn ze het meest kosteneffectief voor bedrijven die automatiseren – een belangrijke overweging in 2023.

Volgens The Collaborative Robot Market 2022 Report van Interact Analysis zal de cobotsector in 2026 groeien tot ruim twee miljard euro. Omdat cobots taken als verpakken, palletiseren, lassen en assembleren blijven veranderen, zien we in 2023 dat ook grote bedrijven zich tot lichtgewicht cobots wenden om de modulariteit van hun productie te vergroten.

3. Cobots met een hoger laadvermogen en een groter bereik in opmars

Door de toenemende cobotautomatisering zijn er ook steeds meer bedrijven die zware ladingen willen hanteren. Het goede nieuws is dat we onlangs de introductie hebben gezien van verschillende cobots met een hoger laadvermogen en een groter bereik. In 2023 zullen deze cobots productieomgevingen blijven transformeren en de dagtaak van veel werknemers verbeteren.

In 2022 presenteerde ook Universal Robots een nieuwe cobot in deze categorie, de UR20, die gebouwd is voor een hoger laadvermogen, hogere snelheden en superieure bewegingscontrole binnen een lichtgewicht systeem met een klein oppervlak. Dit zal nieuwe toepassingsmogelijkheden creëren en innovatie over de hele linie stimuleren.

De langdurige toename van industriële robotinstallaties zal aanhouden ondanks de mondiale onzekerheden
Uit het recente IFR World Robotics Report blijkt dat de installatie van industriële robots in 2021 een recordhoogte heeft bereikt en met 31% is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar.

In totaal zijn de jaarlijkse robotinstallaties wereldwijd tussen 2015 en 2021 meer dan verdubbeld. Hoewel de groei in 2022 in de gehele sector trager leek te verlopen, is dit grotendeels te wijten aan de wereldwijde onzekerheden als gevolg van de pandemie en de schaarste van elektronische componenten.

Anders Beck verwacht dat de opwaartse trend van cobotautomatisering zich in 2023 zal voortzetten. Bedrijven over de hele wereld hebben namelijk te maken met een tekort aan arbeidskrachten en technici en bovendien zitten we midden in de overgang naar industrie 5.0, waarin het werken naast robots zal leiden tot meer mensgerichte, duurzame en veerkrachtige bedrijven.

4. Klanten centraal in productontwikkeling

Hoewel we uitgebreid praten over samenwerking met robots op de werkplek, blijft menselijke samenwerking de motor van innovatie.

Klanten begrijpen hun eigen behoeften beter dan wie dan ook en zijn, nu de robotisering markt volwassener is geworden, beter dan ooit in staat om die te verwoorden. Zowat elke robotfabrikant, ook Universal Robots, zal zijn eindgebruikers veel meer bij de productontwikkeling betrekken.

Uiteindelijk kunnen klanten hierdoor rechtstreeks invloed uitoefenen op het product dat ze kopen, terwijl ze tegelijkertijd waardevolle feedback leveren voor de roboticabedrijven. Hetgeen betekent dat zij een product kunnen introduceren ten gunste van de hele markt.

5. De toekomst van robotisering en cobots

Meer dan ooit moeten bedrijven voortdurend innoveren en zich aanpassen om te overleven en te groeien. In 2023 zullen zij steeds meer vertrouwen op technologie en innovatie om nieuwe wegen in te slaan, met kant-en-klare oplossingen als kern. Dit maakt dit jaar tot een spannende tijd voor robotisering.

Robotisering en cobots in 2023: kant-en-klare oplossingen zijn de toekomst.

Rijksvastgoedbedrijf past aanbestedingsvoorwaarden aan

0
Circulariteitseisen door Rijksvastgoedbedrijf aangescherpt bij aanbesteding

Het Rijksvastgoedbedrijf stelde met ingang van dit jaar strengere circulariteitseisen bij de aanbesteding van alle nieuwbouw-, onderhouds- en renovatieprojecten. Doel is om in 2030 het gebruik van niet duurzame materialen zoals beton, staal en bakstenen te halveren en hergebruik te stimuleren.

Strengere circulariteitseisen aldus Sander de Iongh van het RVB: “Aanbiedingen voor nieuwbouw, renovatie, sloop of beheeropdrachten waar circulariteit geen deel van uitmaakt, komen er vanaf 2023 niet meer in”

Strengere MPG

Bij de aanbesteding van nieuwbouwprojecten gaat het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) vanaf dit jaar (2023) een strengere Milieu Prestatie Gebouw (MPG) hanteren dan de wettelijke minimumnorm. Het Bouwbesluit, dat bepalend is voor alle regelgeving in de sector, gaat uit van een MPG van 0,9. Met de aanscherping van de MPG-norm, een graadmeter voor de totale milieubelasting van een gebouw, wil het RVB de bouwsector stimuleren om verder te verduurzamen.

“In de praktijk blijkt dat de norm uit het Bouwbesluit van 0,9 relatief makkelijk wordt gehaald. In onze aanbestedingen gaan we de lat daarom geleidelijk hoger leggen, zodat marktpartijen geprikkeld worden om steeds duurzamer te bouwen’, vertelt expert duurzaam aanbesteden Sander de Iongh van het RVB.

Makkelijk weer uit elkaar

Losmaakbaarheid van het gebouwontwerp wordt naast de steeds strenger wordende MPG-norm een ander belangrijk beoordelingspunt. Dit betekent dat een gebouw relatief makkelijk weer uit elkaar gehaald kan worden. Wat het mogelijk maakt om gebouwdelen, bijvoorbeeld gevels, vloeren, daken of draagbalken, in zijn geheel opnieuw te gebruiken.

De Iongh: “In het gebouwontwerp moeten ‘natte’-verbindingen, zoals vloeren en wanden die op de bouwplaats aan elkaar worden gestort of gelijmd, zoveel mogelijk plaatsmaken voor ‘droge’-verbindingen die bijvoorbeeld zijn vastgeschroefd en daarom makkelijk weer zijn los te maken.”

Aanbesteding en circulariteitseisen

Bij de aanbesteding van grootschalige renovaties worden opdrachtnemers beloond voor het gebruik van zo min mogelijk nieuw materiaal. En nieuw materiaal wat toch wordt gebruikt, moet zoveel mogelijk herbruikbaar zijn of biobased, hetgeen betekent dat grondstoffen net als bijvoorbeeld een boom binnen een generatie vervangen kunnen worden. Daarnaast worden partijen beloond voor het hergebruiken van de materialen die uit het te renoveren pand komen.

Extra punten bij direct hergebruik

Bij sloopprojecten wordt voor de aanbesteding per project in kaart gebracht wat de kansen zijn voor hergebruik van verschillende materialen en gebouwdelen. Bouwbedrijven geven vervolgens op basis van het onderzoek aan wat zij van het slooppand op welke manier willen hergebruiken.

Aannemers krijgen bij de aanbesteding van sloopprojecten minder punten voor downcycling, bijvoorbeeld als betonnen vloeren worden vermalen tot gruis. Voorstellen voor upcycling, bijvoorbeeld direct hergebruik van beton-, stenen- of staalelementen, leveren extra punten op.

Circulariteitseisen ook voor gebouwinrichting

Veel materiaal zit bij het RVB in de inrichting van de gebouwen. De Iongh: “Het RVB is voornamelijk een beheerder van gebouwen. En die gebouwen moeten met enige regelmaat opnieuw worden ingericht, bijvoorbeeld bij wisseling van de gebruiker. Zo’n kantoorinrichting heet in jargon een inbouwpakket, dat bestaat uit bijvoorbeeld tussenwanden, vloerbedekking en systeemplafonds.”

(Lees verder onder de afbeelding.)

Circulariteitseisen door Rijksvastgoedbedrijf aangescherpt bij aanbesteding

Interieur van het gebouw van het European Medicines Agency (EMA) aan de Zuidas in Amsterdam, dat zeer energiezuinig is. Foto: RVB-Rob Acket

Ook voor inbouwpakketten, zo benadrukt De Iongh, worden vanaf 2023 aanvullende circulariteitseisen gesteld. Denk hierbij aan inzet van een minimum aandeel van biobased en hergebruikte materialen.

Openingsbeeld: Barbara Heijl is projectmanager bij het Rijksvastgoedbedrijf voor de renovatie van het Rijkskantoor op de Surinameweg in Haarlem, dat circulair wordt gerenoveerd. Naast haar staat Robert Brugman, projectmanager namens de bouwer. Foto: RVB-Bas Kijzers.

Circulariteitseisen voor bouwers aangescherpt door Rijksvastgoedbedrijf. Bron en beeld: RVB.

6 tips voor een onderhoudsvriendelijke tuin

0
6 tips voor een onderhoudsvriendelijke tuin

Wanneer je een tuin hebt, klein of groot ontkom je er niet aan om deze ook te onderhouden. Je wil immers tijdens de warme zomermaanden ook kunnen genieten van een opgeruimde en goed onderhouden tuin. Lekker een boek lezen in het zonnetje of genieten van een hapje en een drankje samen met vrienden. 6 tips voor een onderhoudsvriendelijke tuin.

“Met deze 6 tips ben je straks binnen een mum van tijd klaar met je tuinonderhoud”

Het onderhouden van een tuin kan stiekem best wel veel werk zijn, en het is zeker niet ieders hobby. Het inhuren van een tuinman is dan natuurlijk een optie, maar dat is ook een vrij kostbare optie. Je kunt er daarom het beste voor kiezen om een onderhoudsvriendelijke tuin aan te leggen. Op deze manier kun jij optimaal genieten van jouw tuin, zonder teveel tijd kwijt te zijn aan het onderhoud.

1. Ga voor kunstgras

Het zaaien en onderhouden van gras is behoorlijk veel werk. Allereerst moet je het gras zaaien of grasmatten leggen. Je moet het regelmatig bemesten, elke week maaien en zorgen dat het voldoende water krijgt. Hier gaat dus behoorlijk wat tijd in zitten. Tijd die jij misschien niet hebt, of tijd die je simpelweg niet wil besteden aan het onderhouden van het gras.

Kunstgras is daarom een betere opties wanneer je een onderhoudsvriendelijke tuin wil aanleggen. Je hoeft dit immers niet te maaien of te onderhouden en het ziet er altijd piekfijn uit! Tegenwoordig heb je ontzettend veel keuze uit verschillende soorten kunstgras van natuurlijk en kwalitatief materiaal. Het is bijna niet meer van echt gras te onderscheiden.

2. Kies vaste planten

Wanneer je planten uitkiest voor jouw tuin heb je de keuze uit vaste planten en eenjarige planten. Eenjarige planten zijn, zoals de naam al doet vermoeden geschikt voor één jaar. Vaste planten kunnen meerdere keren bloeien en leven dus een stuk langer.

Wanneer je kiest voor een onderhoudsvriendelijke tuin dan zijn vaste planten een aanrader! Zo hoef je niet ieder jaar opnieuw te planten. Wanneer je dan kiest voor vaste planten, kies dan meteen voor vaste planten die weinig onderhoud nodig hebben. Hortensia’s en vlinderstruiken zijn goede voorbeelden van onderhoudsvriendelijke vaste planten.

3. Niet te veel tegels

Hoewel veel mensen denken dat je met tegels een onderhoudsvriendelijke tuin aanlegt. Is dat echter niet het geval. Tegels krijgen namelijk na verloop van tijd een groene aanslag, en de ruimte tussen de tegels is een broedplaats voor onkruid. Stiekem dus best wel veel onderhoud!

Gelukkig zijn er wel een aantal mogelijkheden om dit onderhoud enigszins te voorkomen. Zo kun je tegels impregneren tegen groene aanslag. Dit moet je wel ieder jaar opnieuw doen. En je kunt voor dichte voegen kiezen. Op deze manier kan er geen onkruid tussen de tegels groeien.

4. Gebruik bodembedekkers

Bodembedekkers zijn lage planten die over een groot oppervlakte groeien. Doordat bodembedekkers het hele oppervlak bedekken, heeft onkruid geen kans om te groeien. Op deze manier kun je dus wel genieten van mooie groene planten, zonder dat je er teveel onderhoud aan hoeft te doen.

Bedenk je van te voren goed waar je de bodembedekkers wil gaan poten zodat je rekening kunt houden met de soort. Zo zijn er bodembedekkers die prima in de schaduw kunnen groeien en zijn er bodembedekkers die wintergroen zijn.

5. Zorg voor een goede sproei installatie

Sproeien is een tijdrovend klusje bij het onderhouden van jouw tuin. Zeker tijdens de zomermaanden wanneer er weinig regen valt, zal je bijna elke dag moeten sproeien. Daar heb jij helemaal geen zin, of tijd voor toch? Zorg daarom voor een goede sproei installatie in de tuin.

Een turbinesproeier is de perfecte optie wanneer je op zoek bent naar een effectieve manier om de tuin te besproeien. Deze sproeiers worden door waterdruk naar boven geduwd en verdwijnen weer terug in de grond wanneer je het water uitzet. Ze zijn dus niet alleen zeer effectief, maar ook bijna onzichtbaar. Wanneer je gebruik kunt maken van grondwater, of water uit een regenton draagt dit ook nog eens bij aan duurzaamheid.

6. Kies een onderhoudsvriendelijke tuinset

Als allerlaatste, de tuinset! Je wil natuurlijk wel kunnen genieten van jouw onderhoudsvriendelijke tuin vanuit een heerlijke tuinset. Het is belangrijk om naast een onderhoudsvriendelijke tuin ook een onderhoudsvriendelijke tuinset te kiezen. Het is immers niet de bedoeling dat je alle tijd die je bespaard met het onderhoud aan jouw tuin, vervolgens kunt gaan besteden aan het onderhoud van jouw tuinset.

Kunststof of Wicker zijn materialen die vaak gekozen worden omdat ze weerbestendig en onderhoudsvriendelijk zijn. Let er ook altijd op dat je stoelen kiest waar geen water in kan blijven staan. Daar worden ze namelijk snel erg vies van.

6 tips voor een onderhoudsvriendelijke tuin.

TenneT: ‘Na 2030 komt Nederland met een stroomtekort te zitten’

0
Tennet: ‘Na 2030 komt Nederland met een stroomtekort te zitten’

De elektrificatie van de samenleving en de Europese sluiting van gas-, kolen- en kerncentrales in combinatie met onzekerheid over de ontwikkeling van genoeg flexibiliteit, kunnen in 2030 voor het eerst tot een overschrijding van de leveringszekerheidsnorm in Nederland leiden. Na Na 2030 komt Nederland met een stroomtekort te zitten, aldus TenneT.

“Monitoring Leveringszekerheid 2022: Duurzame opwek maakt het elektriciteitssysteem steeds weersafhankelijker”

Dit blijkt uit het rapport ‘Monitoring Leveringszekerheid 2022’, een analyse die TenneT jaarlijks in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat uitvoert.

In het rapport ‘Monitoring Leveringszekerheid 2022’ analyseert TenneT aan de hand van tientallen scenario’s of er voldoende productiecapaciteit in Nederland beschikbaar is om aan de binnenlandse elektriciteitsvraag te kunnen voldoen op de korte, middellange en lange termijn.

Het blijft van belang dat er actief beleid wordt gevoerd om ervoor te zorgen dat de markt tijdig voldoende flexibiliteit aan de vraag- en aanbodzijde realiseert om de leveringszekerheid op de lange termijn te blijven waarborgen.

Leveringszekerheid

Met een beschikbaarheid van 99,99963 procent was de bedrijfszekerheid van de hoogspanningsnetten in Nederland afgelopen jaar opnieuw zeer hoog, maar het energiesysteem en de elektriciteitsmarkt zijn volop in beweging.

Maarten Abbenhuis, COO van TenneT: “Leveringszekerheid heeft momenteel terecht de volle politieke en maatschappelijke aandacht. Sinds de Russische aanval op Oekraïne en de daaropvolgende energiecrisis ligt onze afhankelijkheid van andere landen voor de energievoorziening duidelijk aan de oppervlakte en is leveringszekerheid van energie minder vanzelfsprekend dan voorheen.”

Abbenhuis: “Het streven om de klimaatdoelen te halen, waarbij we niet of veel minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen is alleen reëel met sterke Europese samenwerking. Hieruit komen nieuwe uitdagingen naar voren die de komende jaren steeds meer aandacht vragen.”

Productiecapaciteit

Tot 2025 is de leveringszekerheid in Nederland binnen de norm. Er is in deze periode voldoende productiecapaciteit in Nederland om de nationale elektriciteitsvraag te dekken. Op de middellange tot lange termijn (2025-2030) nemen de onzekerheden toe.

In Nederland en de meeste landen in Europa, zal sprake zijn van toenemende elektrificatie van de samenleving. Een verdere afname van het productievermogen van gas-, kolen- en kerncentrales en een toename van het aandeel variabele duurzame opwek maakt het elektriciteitssysteem steeds weersafhankelijker.

Onzekerheden

Vanaf 2030 kunnen productie tekorten ontstaan, waardoor mogelijk niet op alle uren van het jaar volledig aan de gewenste elektriciteitsvraag in Nederland kan worden voldaan.

Dit hangt nauw samen met de aanname van de beschikbare hoeveelheid flexibiliteit, bijvoorbeeld uit batterijcapaciteit. De huidige aannames zijn onder andere gebaseerd op aanvragen van marktpartijen voor aansluiting van batterijcapaciteit. De daadwerkelijke realisatie is nog onzeker.

Hoe vaak en hoe groot toekomstige tekorten zullen zijn, wordt mede beïnvloed door de ontwikkeling van internationale stroomverbindingen, vraagsturing, investeringen in nieuwe centrales of sluiting van bestaande centrales zowel in Nederland als in het buitenland.

Conclusies

Tot 2025 is in Nederland voldoende binnenlandse productiecapaciteit aanwezig om in de nationale elektriciteitsvraag te voorzien. Door TenneT’s elektriciteitsverbindingen met het buitenland (interconnectie) is er ook in extreme weer- en uitvalscenario’s tot 2025 geen overschrijding te verwachten van de norm (maximaal 4 uur per jaar een gedeeltelijk tekort aan elektriciteitsaanbod ten opzichte van de vraag).

Vanaf 2030 neemt de kans op stroomtekort en de leveringszekerheid af ten opzichte van voorgaande analyses van de Monitoring Leveringszekerheid. In het basisscenario wordt de leveringszekerheidsnorm (4 uren) voor het eerst met 0,5 uur overschreden tot een niveau van 4,5 uur.

Door de afnemende mogelijkheid van ondersteuning vanuit omringende landen, door o.a. sluiting van gas-, kolen- en kerncentrales, neemt het belang van voldoende beschikbare flexibiliteit aan vraag en/of aanbodzijde binnen Nederland toe. Ook uitbreiding van de capaciteit van stroomverbindingen met het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië kunnen bijdragen aan een hogere leveringszekerheid en minder stroomtekort.

Download het rapport ‘Monitoring Leveringszekerheid 2022’

 

Investeringen in riool en waterhuishouding gemeenten

0
Investeringen in riool en waterhuishouding bij gemeenten toegenomen

Meer dan de helft van de gemeenten heeft aandacht voor investeringen in riolering en waterhuishouding. Hiermee scoren gemeenten met hun nieuwe collegeprogramma’s aanzienlijk beter dan vier jaar geleden, blikjt uit onderzoek van Bouwend Nederland.

Vier jaar geleden was er bij één vijfde van de collegeakkoorden aandacht voor investeringen voor riolering en waterhuishouding

Bouwend Nederland bestudeerde de collegeprogramma’s van 335 gemeenten.

Klimaatadaptief bouwen

Door klimaatverandering wordt ons land natter, maar kent ook langere periodes van droogte. Gemeenten worden meer en meer geconfronteerd met de gevolgen hiervan. Klimaatadaptief bouwen en aandacht voor investeringen in riool en waterhuishouding zijn daarom des te belangrijk de komende jaren.

Gescheiden rioleringen, afkoppeling van oude riolering, het opvangen van regenwater in wadi’s, groenaanleg. Dit zijn allemaal mogelijkheden om de gevolgen van overmatige neerslag aan te pakken. Gelukkig pakken meer en meer gemeenten die handschoen op.

Koplopers

Uit de inventarisatie van de collegeprogramma’s blijkt dat inmiddels iets meer dan de helft van de gemeenten de noodzaak ziet te investeren in riool en waterhuishouding. Dat is een enorme stijging ten opzichte van de analyse die Bouwend Nederland deed in 2018.

Toen was dit bij slechts één vijfde van de collegeakkoorden terug te lezen. Voorlopers hierin zijn de gemeenten in Zeeland, Utrecht en Limburg. Achterblijvers zijn Noord-Holland, Friesland, Groningen en Overijssel. Voor meer dan de helft van de gemeenten in die provincies zijn investeringen in toekomstbestendigheid van riool en waterhuishouding helaas nog een blinde vlek.

Rioolbudgetten

De vakgroep Rioleringen en Bestratingen onderzocht in 2021 hoeveel geld gemeenten budgetteren in hun begroting voor onderhoud aan het riool. Ook werd de vraag onderzocht of met dit geld daadwerkelijk ‘werk in de markt’ werd gezet. In 2021 werd gemiddeld zo’n €5,5 miljoen geïnvesteerd in het riool.

Dat is een stijging van vijf procent ten opzichte van 2020. Ook bleek dat 65 procent van de gemeenten jaarlijks de opbrengsten uit rioolheffing investeert in riolering. Echter, er werden in 2021 geen substantiële bedragen gereserveerd voor klimaatadaptatie. Dat terwijl voor de verwerking van extreme stortbuien en voorkoming van overbelasting van het rioolstelsel en vergaande maatregelen nodig zijn.

Investeren

Bouwend Nederland pleit voor slimmer investeren in ondergrondse netwerken. Er is steeds meer data en kennis beschikbaar in de gww-markt om het rioolbeheer risico-gestuurd uit te voeren.

Het linken van deze informatie over de werkelijke staat van het riool aan noodzakelijke investeringen kan risico’s en knelpunten van extreem wateroverlast oplossen. Ook het werken in bouwteams kan goed werken.

KAN-platform

Projectontwikkelaars, bouwbedrijven en gemeenten kunnen zich ook aansluiten bij het KAN-platform om samen kennis te ontwikkelen en ervaringen te delen op het gebied van klimaatadaptief bouwen, wateroverlast, hittestress, biodiversiteit en natuurwaarde. Het KAN-platform richt zich expliciet op nieuwbouw.