Home Blog Pagina 176

Koninklijke Staalfederatie onder paraplu FME

0
Koninklijke Staalfederatie onder paraplu FME

Koninklijke Staalfederatie gaat de samenwerking intensiveren met ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME. De Staalfederatie is op zoek naar een duurzame voortzetting van de vereniging.

“Een strategische fit met onze branches, zodat we elkaar kunnen versterken”

Koers en focus

De organisatie heeft haar nieuwe koers bepaald met een focus die past bij de actuele ontwikkelingen in de sector, zoals duurzaamheid, personeelsbeleid, digitalisering en logistiek. Dit zijn bij uitstek thema’s waarop samenwerking tussen FME en Staalfederatie tot meerwaarde leidt voor beide partijen.

Elkaar versterken

Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van FME: “Wij gaan altijd uit van een strategische fit met onze branches, zodat we elkaar kunnen versterken. Dat zal bij Koninklijke Staalfederatie ook zeker het geval zijn”. “De thema’s die de Staalfederatie heeft gedefinieerd sluiten perfect aan bij de drie transities waar FME zich op richt: de maatschappelijke-, de technologische,- en de arbeidsmarkttransitie”.

Meer mogelijkheden

Hans Hilbrands, voorzitter van de Staalfederatie vindt dat een gezamenlijke aanpak op, bijvoorbeeld, beleidszaken veel effectiever is dan als branche alleen. “En samenwerking en verbinding zijn op veel meer onderwerpen denkbaar. Een deel van de ketenpartners is zelf lid, of als branche eveneens aangesloten bij FME. Ook het bredere netwerk van FME biedt veel mogelijkheden”, zegt Hilbrands.

Over FME

FME is de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. Ruim 2.200 leden zijn actief in de sectoren metaal, elektronica, elektrotechniek en kunststof. FME werkt intensief samen met 30 partnerbranches.

Over Koninklijke Staalfederatie

Koninklijke Staalfederatie is een platform voor handelaren in staal en metaal en hun stakeholders, met als doel het onderhouden van relaties en het uitwisselen en vergroten van kennis. Zij vertegenwoordigt hen bij algemene overkoepelende thema’s.

Koninklijke Staalfederatie onder paraplu FME.

Lees ook: Lange levensduur staal en de voordelen als bouwmateriaal.

Bij NOM-keur voortaan rekening houden met de vleermuis

0
Bij NOM-keur voortaan rekening houden met de vleermuis

Stichting Ecologisch Vleermuis Onderzoek Nederland (SEVON) heeft bij de Raad van State een hoger beroep gewonnen tegen de Stroomversnelling Gedragscode volgens het NOM-keur.

‘De bescherming van vleermuizen verdient maatwerk en dient goed geborgd te worden, ook in Gedragscodes’

De Raad van State heeft geoordeeld dat er in de gedragscode voor het maken van nul-op-de-meterwoningen (NOM) niet voldoet aan de eisen van de Wet natuurbescherming en de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn.

Door de uit 2018 stammende gedragscode konden bouwbedrijven sneller en simpeler werken. Door de NOM-keur raken vleermuizen opgesloten in gebouwen. Volgens SEVON raken de vleermuizen hun verblijfplaats kwijt wanneer wijken en buurten worden nageïsoleerd.

Daar komt bij dat ‘oplossingen’ zoals mitigerende maatregelen die in de gedragscode worden voorgesteld niet werken.

Negatief effect

Volgens SEVON heeft de door de minister eerder goedgekeurde gedragscode aantoonbaar en negatief effect op de Staat van Instandhouding van verschillende vleermuissoorten, zoals de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de meervleermuis.

“Wanneer deze gedragscode standhoudt, is het hek van de dam en is de kans groot dat de volgende gebiedsdekkend gedragscodes nog minder rekening gaan houden met vleermuizen.”

Bescherming waarborgen

SEVON is blij dat deze Gedragscode geen stand houdt en is ervan overtuigd dat deze uitspraak het ministerie voldoende handvaten biedt om bij in de toekomst op te stellen gedragscodes wel op een goede manier de bescherming van vleermuizen te waarborgen.

SEVON is voor een goede energietransitie in het kader van klimaatopwarming. Natuurinclusieve oplossingen en goedwerkende oplossingen zijn hiervoor nodig en aangewezen. De bescherming van vleermuizen verdient hierbij maatwerk; dat dient goed geborgd te worden, ook in Gedragscodes. Stichting SEVON maakt zich daarvoor hard. “Met deze jurisprudentie zal het gemakkelijker worden de natuur in Nederland daarin te ondersteunen.”

Reactie Stroomversnelling

Voorzitter van de Stroomversnelling Leen van Dijke noemt de uitspraak op Twitter uiterst teleurstellend. Van Dijke: “Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor de snelheid waarmee de verduurzaming van de gebouwde omgeving kan plaatsvinden. Er moet nu weer met individuele ontheffingen worden gewerkt; dit leidt tot significante vertragingen en veel onvoorspelbaarheden in het productieproces.”

Dat is fnuikend voor industrialisatie en opschaling, denkt Van Dijke. “Er is alle reden om nu snel overleg te hebben met de ministeries LNV en BZK over het aanpassen van de gedragscode. De uitspraak biedt hiervoor voldoende aanknopingspunten.”

Lees ook: Stijging aantal Nul-op-de-meter-woningen

Bij NOM-keur voortaan rekening houden met de vleermuis.

Rode Dorp in Alphen aan den Rijn met nieuwbouw gestart

0
Rode Dorp in Alphen aan den Rijn met nieuwbouw gestart

De nieuwbouw in het Rode Dorp is gestart. In opdracht van Woonforte realiseert ERA Contour in de karakteristieke buurt in Alphen aan den Rijn 172 nieuwe eengezinswoningen.

“Als de tijdcapsule wordt geopend, hoop ik dat het Rode Dorp nog altijd het gezellige, kleine dorp in het grote dorp Alphen is”

De 100 jaar oude woningen uit de eerste fase zijn gesloopt en deze week is ook de bouw van de eerste 42 woningen officieel begonnen. Om die start op een passende manier te vieren, groef een van de bewoners samen met haar kleinkinderen een tijdcapsule in met herinneringen aan de huidige buurt en wensen voor de toekomst.

Sfeer en karakter behouden

De 172 huurwoningen van Woonforte die plaatsmaken voor de nieuwe woningen, bevinden zich midden tussen de bestaande woningen in het Rode Dorp. Deze Alphense buurt staat bekend om de rode dakpannen, maar vooral ook om haar sterke eigen sfeer en karakter. De hele wijk is gebouwd tussen 1920 en 1950 en veel van de huidige bewoners wonen alle lang in het Rode Dorp.

Om de woningen weer te laten voldoen aan de wooneisen van deze tijd, besloot de woningcorporatie tot sloop en nieuwbouw. De nieuwe woningen zijn groter, energiezuinig en toekomstbestendig. Het uitgangspunt voor het ontwerp was dat de woningen nog steeds goed in de sfeer en het karakter van het Rode Dorp passen.

(Lees verder onder de afbeelding.)

De tijdcapsule wordt ingegraven door bewoonster Hellen Hoogeveen en haar kleinkinderen. Beeld: Woonforte.

Start bouw ludiek

Woonforte bedacht een passende manier om samen met de nieuwe bewoners stil te staan bij deze bijzondere mijlpaal. De terugkerende huurders mochten hun herinneringen aan het Rode Dorp en hun wensen voor de toekomst inleveren. Ook de kinderen van de Groen van Prinstererschool leverden een bijdrage met tekeningen en verhalen over de wijk. Alle bijdragen werden in een speciale tijdcapsule gestopt, die werd ingegraven onder de nieuwbouw.

Als de tijdcapsule over tientallen jaren weer wordt opgegraven, kunnen de volgende generaties lezen hoe het vroeger was in het Rode Dorp. Bewoonster Hellen Hoogeveen en haar kleinkinderen, die zelf ook in het Rode Dorp wonen, kregen de eer om de tijdcapsule in te graven.

Hoogeveen: “Als de tijdcapsule wordt geopend, hoop ik dat het Rode Dorp nog altijd het gezellige, kleine dorp in het grote dorp Alphen is”. De Alphense wethouder Gerard van As was samen met Monique Brewster, directeur-bestuurder van Woonforte en Jeroen Heijdra, directeur bij ERA Contour, getuige van dit moment.

Oplevering

Naar verwachting levert ERA Contour de woningen uit de eerste fase op in het eerste kwartaal van 2022. Daarna begint de sloop van fase 2. Bloemen Architecten is verantwoordelijk voor het ontwerp van de nieuwe woningen.

Woonforte

Woonforte is een woningcorporatie met bijna 11.000 woningen in Alphen aan den Rijn, Aarlanderveen, Boskoop, Zwammerdam. De woningcorporatie investeert in nieuwbouw, renovaties, onderhoud, leefbaarheid en duurzaamheid.

Openingsbeeld: Bloemen Architecten

Gemeenten over de aardgasvrije proeftuinen

0
Gemeenten enthousiast over aardgasvrije proeftuinen, bezorgd over condities voor wijkaanpak

De voortgangsrapportage van het Programma Aardgasvrije wijken over 2020 laat zien dat gemeenten positief zijn over het kunnen leren in de proeftuinen.

De uitvoering van de woningen aardgasvrij maken, komt langzamer op gang dan vooraf ingeschat

Het blijkt een complexe opgave om wijken aardgasvrij te maken. Tegelijkertijd laten de 46 proeftuinen voortgang zien en wordt er veel geleerd met verschillende alternatieven voor aardgas.

Zo blijkt een goede wijkgerichte businesscase, een stevige regierol van gemeenten en goede samenwerking met partners om ieders plannen op elkaar af te stemmen van groot belang, en intensieve en laagdrempelige bewonersaanpak nodig om bewoners mee te krijgen.

En voor het draagvlak blijkt het van belang om het aardgasvrij maken te verbinden aan andere, sociale en fysieke opgaven in de wijk. Volgens de proeftuingemeenten moeten een aantal keuzes over middelen en bevoegdheden gemaakt worden om de ervaringen uit de proeftuinen te kunnen opschalen. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de voortgangsrapportage 2020 van het PAW.

Veel animo

Er is bij gemeenten veel animo om mee te doen met een proeftuin. Na de start van PAW in 2018, zijn er in twee rondes 46 proeftuinen geselecteerd. Meer dan de helft van de proeftuingemeenten van de eerste ronde (gestart in 2018) zit in de uitvoeringsfase.

Dat betekent dat de planvorming is afgerond en dat ze zijn begonnen met de voorbereidingen voor het aardgasvrij of aardgasvrij-ready maken van de woningen en andere gebouwen in de wijk. Ook zijn 614 woningen daadwerkelijk aardgasvrij gemaakt (peildatum december 2020). Dat is minder dan in de oorspronkelijke planning van gemeenten op gerekend werd.

Het is complex en de zorgvuldigheid die het proces met de bewoners vraagt, vergt meer tijd. De uitvoering komt daardoor langzamer op gang dan vooraf ingeschat. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is leren in de praktijk noodzakelijk en is het werken met proeftuinen daarbij een verstandige keuze.

(Lees verder onder de foto.)

Zorgen

De opgave vraagt behalve leren ook om keuzes over wie verantwoordelijk is voor welke kosten en welke kaders en randvoorwaarden nodig zijn. De proeftuingemeenten maken zich vooral zorgen over voldoende middelen en bevoegdheden om de regierol in de wijkgerichte aanpak succesvol te kunnen uitvoeren.

Dat gaat over middelen om tot een betaalbaar aanbod te kunnen komen en voor voldoende capaciteit binnen gemeenten. En de bevoegdheid om uiteindelijk de levering van aardgas te kunnen beëindigen. Ook is het voor het lokale draagvlak nodig dat de overheden zich gezamenlijk uitspreken over de stip op de horizon, een aardgasvrije gebouwde omgeving, en blijven bij die boodschap. Een nieuw kabinet is aan zet om keuzes te maken ten aanzien van de benodigde wetgeving en middelen.

Bewoner centraal

Proeftuinen leren in de praktijk hoe ze de businesscases rondkrijgen en worden gaandeweg vaak geconfronteerd met onvoorziene kosten. Het EIB-beveelt in haar maatschappelijke–economische analyse van een 20-tal proeftuinen aan om met een wijktoets vooraf de risico’s meer inzichtelijk te maken.

Laagdrempelige en persoonlijke benadering van bewoners blijkt essentieel in de aardgasvrije aanpak. Gemeenten steken veel energie in het betrekken van bewoners. Niet alle bewoners willen aardgasvrij worden en hebben zorgen over de kosten en over de te kiezen techniek. Tegelijkertijd zijn er steeds meer bewoners die zelf aan de slag willen met verduurzaming van hun wijk.

De Participatiecoalitie begeleidt inmiddels bijna tweeehonderd bewonersgroepen bij het maken van samenwerkingsafspraken met gemeenten. Bewoners vinden het belangrijk dat niet alleen naar verduurzaming wordt gekeken, maar ook naar andere zaken die spelen in de wijk.

De derde ronde

Het kabinet heeft het voornemen op 1 juni 2021 een derde ronde proeftuinen open te stellen voor gemeenten met een budget van maximaal 50 miljoen euro. In de huidige portefeuille van 46 proeftuinen zijn nog weinig aanpakken met een warmtenet op basis van lagere temperaturen (<55˚C) en aanpakken met woningisolatie, al dan niet gecombineerd met een (hybride) warmtepomp.

In de derde ronde worden daarom proeftuinen geselecteerd waarbij woningisolatie onderdeel is van de aanpak en het eindbeeld van aardgasvrij bekend is. De mate van isolatie moet gericht zijn op het bereiken van de Standaard zoals gepubliceerd op 18 maart 2021.

Gemeenten moeten hun aanvraag uiterlijk op 1 november 2021 indienen. De selectie wordt in het eerste kwartaal van 2022 bekend gemaakt.

Lees ook: Eerste bestaande buurt aardgasvrij

BNA: “Plannen en vergunningen vertragen bij gemeenten”

0
BNA: "Bestemmingsplannen, vergunningen en welstand vertragen bij gemeenten"

Branchevereniging Nederlandse Architectenbureaus (BNA) bericht na onderzoek onder haar leden, dat bijna 80 procent van de architectenbureaus merkt dat processen bij gemeenten, waaronder bestemmingsplannen, vergunningen en welstand vertragen als gevolg van de coronacrisis. “Dit leidt tot moeilijkere besluitvorming bij opdrachtgevers en hollen of stilstaan bij bureaus”, zo bericht men.

“In een herstelplan voor Nederland moeten ruimtelijke kwaliteit en woningbouw topprioriteit zijn”

Quickscan BNA

Van alle architectenbureaus merkt 78% dat processen vertraging oplopen. BNA-directeur Fred Schoorl: “We doen nogmaals een dringende oproep aan gemeenten. Houd de plan- en bouwprocessen gaande, dat is cruciaal voor de kwaliteit en het tempo in de woningbouwopgave.”

Relatief positief beeld

Uit de quickscan blijkt tevens een relatief positief beeld binnen de branche. “Een ruime meerderheid van de bureaus geeft aan eenzelfde of zelfs hogere omzet te hebben. Dat neemt niet weg dat er grote verschillen kunnen zijn tussen bureaus, afhankelijk van de deelmarkten waarin zij actief zijn”, aldus BNA.

Oproep aan gemeenten

Een jaar* geleden riep BNA de gemeenten al op alle plan- en bouwactiviteiten zoveel mogelijk door te zetten. Men doet daarom een hernieuwde oproep aan gemeenten “… om woningbouwplannen niet uit te stellen en vergunningverlening en aanbesteding van nieuwe opdrachten zoveel mogelijk op niveau te houden”.

Herstelplan

Fred Schoorl: “We snappen dat er nu veel aandacht en geld van gemeenten gaat naar het sociale domein. Dit mag niet leiden tot een gebrek aan energie en geld voor toekomstbestendige woningbouw. In een herstelplan voor Nederland moeten ruimtelijke kwaliteit en woningbouw topprioriteit zijn.”

Hij bericht verder: “Jongeren en een groeiende groep één- en meerpersoonshuishoudens kunnen nu heel lastig betaalbare woonruimte vinden. Daarom moeten we als ontwerp-, ontwikkel- en bouwsector samen met de overheid goed nadenken over hoe en waar te bouwen, met nieuwe concepten.”

Lees meer op de site van BNA, ook over de *eerdere oproep van de branchevereniging aan gemeenten.

BNA: “Bestemmingsplannen, vergunningen en welstand vertragen bij gemeenten”

Bouwstenen voor het Deltaplan met grootschalige woningbouw in Noordelijke provincies

0
Bouwstenen voor het Deltaplan voorziet grootschalige woningbouw in Noordelijke provincies

Noordelijk Nederland wil een kwart van de nationale woningbouwopgave voor zijn rekening nemen. De provincies Drenthe, Flevoland, Fryslân en Groningen kunnen ca. 220.000 woningen extra bouwen bovenop de reeds bestaande plannen en afspraken.

220.000 woningen extra bouwen. Bij die grootschalige woningbouw hoort investeren in infrastructuur

Dit staat in Bouwstenen voor het Deltaplan, een gezamenlijk plan van de provincies Drenthe, Flevoland, Fryslân en Groningen en de gemeenten Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden. Het plan is gericht aan de Tweede Kamer en het nieuw te vormen kabinet.

De Tweede Kamer vroeg in december 2020 unaniem om een “Deltaplan voor en van het Noorden”, een Deltaplan dat bijdraagt aan het toekomstig groeivermogen van Nederland.
De vier provincies zien mogelijkheden voor de bouw van 220.000 extra woningen, bovenop de bestaande 100.000 woningen die zij al willen realiseren. Het gaat om 45.000 voor Drenthe, 80.000 voor Flevoland, 45.000 voor Fryslân en 50.000 voor Groningen.

Investeringen

De gezamenlijke visie voor wonen, economische ontwikkeling en bijbehorende bereikbaarheid kan niet zonder een samenhangend pakket van drie investeringen in het spoornetwerk: de Lelylijn als snelle verbinding Randstad-Noorden (met 40 minuten reistijdwinst), verbetering van bestaand spoor (Amsterdam-Almere-Zwolle-Groningen/Leeuwarden en Emmen-Zwolle), alsmede de Nedersaksenlijn.

Ook benadrukt het plan het belang van ruimte op het spoor tussen Lelystad en Amsterdam om de bereikbaarheid van Almere en Lelystad en daarmee van heel Noord-Nederland te garanderen, onder andere door de aanleg van de IJmeerlijn.

Economische positie

Investeren in infrastructuur verbetert het vestigingsklimaat en daarmee de economische positie. De investeringen in infrastructuur zijn geraamd op eenmalig 9,5 miljard euro. De baten wegen daar royaal tegen op.

Als de economische potentie van Noordelijk Nederland ten volle kan worden benut, dan groeit de waarde van de regionale productie van goederen en diensten met zo’n €24 miljard per jaar. Niet alleen Noordelijk Nederland profiteert van deze economische groei, maar ook Nederland als geheel.

Lees ook: Actie Agenda Wonen wil miljoen woningen bijbouwen

Bouwstenen voor het Deltaplan met grootschalige woningbouw in Noordelijke provincies.

Circulair West start zes nieuwe projecten in Z-H en N-H

0
Circulair West start zes nieuwe projecten in Zuid- en Noord-Holland

Een kopgroep van bedrijven binnen Circulair West is deze maand gestart met zes nieuwe projecten op gebied van duurzaam bouwen, materiaalstromen, mobiliteit en menselijk gedrag. Hiermee geeft de stichting een vervolg aan eerdere acties.

“Circulair West start zes nieuwe icoonprojecten voor een circulaire versnelling”

Versnelling en thema’s

Met de kick-off van deze nieuwe projecten zetten de deelnemers van Circulair West een volgende stap in de versnelling naar een meer circulaire economie in West-Nederland.

De zes thema’s van de (icoon-) projecten zijn:
– Een blauwdruk voor een duurzame woonwijk,
– het upcyclen van organische reststromen,
– een onderzoek naar de inzetbaarheid en bredere toepassing van circulair beton,
– het opzetten van een tweedehands bouwmaterialenmarkt,
– watermanagement in bestaande en nieuwe woonwijken en
– duurzame mobiliteit(oplossingen).

Ze staan op zichzelf maar hebben ook onderlinge samenhang. Dit komt met name bij elkaar in het project ‘Duurzame woonwijk’. Binnen dit overkoepelende icoonproject wordt onderzocht hoe het totaalconcept van de ultieme duurzame woonwijk eruit komt te zien.

Koplopers

De deelnemende koplopers zijn AW Groep uit Lisse, Beelen Groep uit Lisserbroek, HOEK uit Voorhout, KVDK architecten uit Noordwijk, Meerlanden uit Rijsenhout, Ouwehand Bouw uit Katwijk, Timpaan uit Hoofddorp, Van der Hulst bouwbedrijf uit Lisse en Van Rhijn Bouw uit Katwijk. Deze bedrijven werken vanuit Circulair West samen aan de icoonprojecten, dwars door sectoren heen. Zo leren ze wat circulair wel en niet werkt.

Leon van Ast, aanjager en kwartiermaker van de stichting: “Onze koplopers bouwen met elkaar aan een fijnmazig circulair ecosysteem waarbinnen bedrijven juist waarde creëren door het organiseren van waardebehoud in kringlopen en de materiaalstromen zo regionaal mogelijk te sluiten.”

“Door samen te werken ontwikkelen deelnemende bedrijven toepasbare kennis die ze weer kunnen vertalen naar circulaire productieprocessen, bedrijfsvoering, producten en diensten. Simpelweg door te doen!”

Samenwerking

Met de projecten jaagt Circulair West de onderlinge samenwerking tussen bedrijven dan ook aan. Belangrijk, omdat in een circulaire economie ketens worden gesloten over sectoren heen. Juist door gebruik te maken van elkaars grondstoffen, kennis en kunde. Deelnemers treden bij Circulair West dan ook buiten hun eigen paden en komen zo tot verrassende nieuwe inzichten. Geen enkele partij of sector kan deze grote opgave alleen is de stellige overtuiging van de deelnemers.

In de aanpak van de stichting staat het samen pionieren aan de zogenaamde icoonprojecten centraal. Deelnemende bedrijven laten één of twee van hun medewerkers – de pioniers – één dag in de week in teamverband samenwerken met pioniers van andere deelnemers. Daarmee wordt circulaire ervaring opgedaan die de bedrijven onderling delen.

Bedrijven houden daarbij ook altijd het einddoel voor ogen, winstgevende circulaire business- en verdienmodellen. “Want alleen met financieel gezonde bedrijven kunnen we écht circulair versnellen en onderweg naar een economisch systeem dat binnen de grenzen van de draagkracht van de planeet blijft en bijdraagt aan haar leefbaarheid”, bericht de stichting.

Materiaalstromenonderzoek

Het eerste project van de stichting, dat in december 2020 aan de gedeputeerden van Noord- en Zuid-Holland is overhandigd, bevat een analyse van de circulaire impacts en kansen van de materiaalstromen in West-Nederland.

Het is tot stand gebracht in samenwerking met onderzoeksbureau Metabolic en vormt daarmee het symbolische startpunt van de circulaire reis die Circulair West met een kopgroep van bedrijven gaat maken. Deze materiaalstromenanalyse is hier voor iedereen beschikbaar.

Over Circulair West

Circulair West maakt zich sterk voor een economie die efficiënt omgaat met haar materiaalstromen, concurrerend is en duurzaam produceert binnen de natuurlijke grenzen van onze planeet. Om zo onze leefomgeving en de biodiversiteit te beschermen en bij te dragen aan nieuwe toekomstbestendige werkgelegenheid.

De stichting is in mei 2020 opgericht door de zes founding partners, AW Groep uit Lisse, de Beelen Groep uit Lisserbroek, HOEK uit Voorhout, Meerlanden uit Rijsenhout, Ouwehand Bouw uit Katwijk en Timpaan uit Hoofddorp. Deze bedrijven zijn allen actief in de Duin- en Bollenstreek en nemen actief het voortouw om de landelijke doelstelling te behalen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen als mineralen, metalen en fossiele brandstoffen te gebruiken.

Circulair West gaat daarom bedrijven uit Noord- en Zuid-Holland circulair helpen versnellen. De nadruk ligt daarbij op ketensamenwerking tussen bedrijven, overheid en kennisinstellingen die graag willen innoveren in concrete en haalbare projecten ten dienste van de ondernemer. Aangesloten bedrijven laten zich daarbij bovendien inspireren door de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, ook wel Sustainable Development Goals (SDG-doelen) genoemd.

Meedoen?

De stichting staat open voor enthousiaste bedrijven uit Noord- en Zuid-Holland die als koploper energie willen steken in de circulaire economie. Maar ook (lokale) overheden, kennisinstanties en (semi) maatschappelijke instellingen zijn welkom. Zij kunnen als ‘Vrienden van Circulair West’ koplopers steunen door kennis en expertise in te brengen, circulaire marktvraag te stimuleren of door hindernissen weg te nemen, die het realiseren van een circulaire economie in de weg staan.

Circulair West start zes nieuwe projecten in Zuid- en Noord-Holland. Openingsbeeld: Duurzame woonwijk – Heemtuinen Vlaardingen.

Lees ook: PBL over invulling van ons land met rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’

Slimme zonneparkeerplaats van de TU Delft in Dronten

0
Slimme zonneparkeerplaats in Dronten

De gemeente Dronten is een parkeerterrein met 1.100 zonnepanelen rijker. Hernieuwbare energieopwekking, elektrisch laden en energieopslag zijn hier slim geïntegreerd. 

De geparkeerde, elektrische auto’s worden gebruikt als batterij

Bij het gemeentehuis van Dronten kunnen 120 auto’s onder een afdak parkeren, dat volledig bestaat uit zonnepanelen. Er zijn zestien laadpalen voor het opladen van elektrische auto’s. Om die auto’s ook tijdens bewolkte dagen van duurzame energie te voorzien, zal een grote batterij de pieken in de elektrische stroom opslaan.

Dasboard

Onderzoeker Rishabh Ghotge van de TU Delft ontwikkelt samen met masterstudente Kaja Tegtmeier een dashboard om inzicht te geven in de opbrengst van de zonnepanelen, de werking van de accu en de precieze besparing van CO2.

Ghotge: “Voorheen werd vooral het aantal zonnepanelen gebruikt om de hoeveelheid bespaarde CO2 te berekenen. In dit project kijken we echt naar de combinatie van de opbrengst van de zonnepanelen en de werking van de accu, om zo nog beter in kaart te brengen wat de CO2-besparing is.”

Monitoring

Kaja Tegtmeier: “We gaan live monitoren hoeveel energie er in het gemeentehuis wordt gebruikt en hoeveel van die energie door de zonnepanelen is opgewekt. We gebruiken hiervoor een nieuwe methode, die nog nergens in de praktijk wordt gebruikt.”

Zo kunnen de stakeholders in het project goed volgen hoe goed de panelen hun werk doen, in combinatie met de accu. De studente gaat daarnaast ook op een andere manier aan de slag met de data, om te voorspellen hoeveel energie er in 2030 zal zijn bespaard met dit project. Door nauwkeurig aan te tonen hoe groot die besparing is, kan het onderzoek andere overheden, gemeentes en bedrijven inspireren om in de toekomst zonneparkeerplaatsen aan te leggen.

Lees ook: Toren Bajeskwartier wordt proeftuin duurzame gebiedsinnovaties

Auto’s als batterij

De parkeerplaats in Dronten is onderdeel van het grotere PowerParking project, waar Rishabh Ghotge als onderzoeker vanaf het begin is aangesloten. De insteek van dit ambitieuze project is om parkeerplaatsen zo efficiënt mogelijk te gebruiken, door ze uit te rusten met zonnepanelen en de geparkeerde, elektrische auto’s te gebruiken als batterij.

Dit kan door de elektrische auto’s, die volgeladen zijn met zonne-energie, hun elektriciteit terug te laten leveren aan het net, wanneer het nodig is. Rishabh Ghotge: “‘Er zit meer potentie in de accu’s van auto’s dan alleen het gebruik als opslagcapaciteit voor vervoer. Je kan de accu’s, wanneer de auto’s geparkeerd staan, ook ontladen wanneer de energie nodig is in de nabije omgeving.”

In Dronten zullen de auto’s hun energie nog niet terug leveren aan het net. De huidige generatie elektrische auto’s is daar nog niet geschikt voor. De grote batterij vervangt deze functie om het gemeentehuis toch van energie te voorzien wanneer de zon minder hard schijnt.

(Lees verder onder de foto.)

The Green Village

Op de campus van de TU Delft, vormt The Green Village een belangrijke proeftuin voor het PowerParking project. Ghotge heeft daar een kleine versie van de zonneparkeerplaats, waar twee auto’s onder kunnen parkeren. Op die kleine schaal is het makkelijker om te testen wat er precies gebeurt wanneer je een elektrische auto op wilt laden, maar ook als accu gebruiken.

Ghotge: ‘We moeten de elektrische stromen goed op elkaar afstemmen en daar de juiste computerscripts voor ontwikkelen. De parkeerplaats moet weten wanneer er geladen, of stroom terug geleverd moet worden.’ Op die manier werkt Ghotge aan de ontwikkeling van toekomstige zonneparkeerplaatsen.

EFPRO

Het PowerParking project is een EFRO-project (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling) waarin verschillende partners met elkaar samenwerken: provincie Flevoland, gemeente Dronten, TU Delft, Eneco, Lelystad Airport, Lelystad Airport Businesspark, Alfen en Pontis Engineering.

Het EFRO-project wordt gefinancierd vanuit het Kansen voor West II-programma, met cofinanciering van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincie Flevoland en alle partners.

Bron en foto’s: TU Delft met dank aan Rishabh Ghotge

Slimme zonneparkeerplaats in Dronten

“Waterstofketen moet sneller volwassen worden”

0
"Waterstofketen moet sneller volwassen worden", stellen 80 bedrijven

‘Koplopers Nederland Waterstofland’ presenteerde een bidbook. “De waterstofketen moet sneller volwassen worden”, vindt een brede coalitie van 80 bedrijven. “Wij gaan de waterstofeconomie in Nederland versnellen”, stellen zij, ook in hun bidbook.

“Het bidbook toont een overzicht van nieuwe projecten en concrete plannen in de Nederlandse waterstofketen”

Succes

Meer dan 80 Nederlandse bedrijven hebben de handen ineengeslagen om te laten zien dat ze van waterstof in Nederland een succes gaan maken, als het aan hen ligt. “Een succes voor de werkgelegenheid, voor de economie en voor het klimaat”, berichtten zij. Onlangs overhandigden zij hun ‘Bidbook vol Waterstof-commitments’ aan Diederik Samsom, kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans. Het bidbook is toegewijd en vol concrete plannen en projecten.

Coalitie rond de waterstofketen

Initiatiefnemers Gasunie, Toyota, Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam bouwden de coalitie uit tot een groot gezelschap van bedrijven uit de hele waterstofketen en daarbuiten: producenten, industrie, mobiliteit, techniek en advies. Van innovatieve startups tot grote multinationals.

Bidbook

Het bidbook toont een uniek overzicht van nieuwe projecten en concrete plannen rond de waterstofketen in heel Nederland:

– Dieselaggregaten en machines op aardgas worden in dit bidbook omgebouwd tot mini-elektrolysers, waterstofaggregaten en -machines. Deze zijn in te zetten bij festivals, bouwprojecten, op campings, in fabrieken en meer. Alles plug and play.
– Bedrijven die hun schepen, vrachtwagens, zware bedrijfswagens en personenauto’s willen vervangen voor transport op waterstof. Bedrijven die deze voertuigen leveren en bedrijven die de tankinfrastructuur hiervoor aanleggen en de waterstof leveren.
– De aanleg en aanpassing van offshore windparken, van grootschalige ondergrondse infrastructuur en specifieke installaties bovengronds. Van wind op zee naar waterstofgebruik achter de voordeur van een industriebedrijf of woning.
– De bouw van waterstoffabrieken en elektrolysers bij industrie- en chemiebedrijven om in de toekomst de CO2-uitstoot te verminderen.

Met de overheid

Het hele bidbook is vol ambitie, de coalitie van bedrijven wil fors investeren en durft risico te nemen. Ze laten, naar eigen zeggen, zien dat Nederland de kennis, ervaring, ligging en bedrijven heeft voor een succesvolle waterstofketen. En zijn van mening dat de overheid niet kan ontbreken.

Naast het geven van commitment vragen de bedrijven in de waterstofketen ook commitment van de overheid. Die vragen zijn opgesteld onder regie van professor future energy systems, Ad van Wijk in de vorm van ‘De 10 waterstof-commitments van Nederland’.

Info

Koplopers Nederland Waterstofland is een initiatief van de 7 bedrijven achter MissieH2: Gasunie, Toyota, Groningen Seaports, Remeha, Shell, Stedin Groep en Port of Amsterdam.

“Waterstofketen moet sneller volwassen worden”, stellen 80 bedrijven.

Lees ook: Groningse Jaren 70 wijk Wagenborgen stapt over op waterstof.

PBL rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’

0
PBL over invulling van ons land met rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte'

Verstedelijking van ons land. De draagkracht van bodem, water en biodiversiteit staat onder grote druk door klimaatverandering, landbouw, woningbouw en bedrijvigheid. Een belangrijke taak van het nieuwe kabinet is de veelheid aan opgaven letterlijk op de kaart te zetten en de haperende uitvoering weer aan te jagen, aldus het PBL.

PBL: “Grote ruimtelijke keuzes vragen om voortvarende actie van nieuw kabinet”

Omdat het gaat om forse ingrepen in de dagelijkse leefomgeving van burgers, is het maatschappelijk draagvlak hiervoor van groot belang. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’.

Miljoen nieuwe woningen

Vrijwel alle politieke partijen willen dat er een miljoen nieuwe woningen worden bijgebouwd. Om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties voor windmolens en zonnepanelen worden gezocht en er zijn aanpassingen nodig voor de gevolgen van een klimaat met meer wateroverlast én meer droogte. Al deze opgaven moeten worden gerealiseerd op het beperkte grondgebied van Nederland.

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van het ministerie van BZK benoemt deze opgaven, maar laat nog te veel inhoudelijke keuzes open en biedt nog onvoldoende zicht op uitvoering, stelt het PBL. Het nieuwe kabinet staat voor de taak om – samen met decentrale overheden en betrokkenen in de samenleving – ingrijpende ruimtelijke keuzes te maken én aan de NOVI concrete uitvoeringsmaatregelen te koppelen.

Beleven, informeren, plannen

“De afgelopen decennia is veelal gekozen voor een economische benutting van de ruimte, wat ontwikkelingen opleverde die niet altijd toekomstbestendig zijn. Ook is er onvoldoende aansluiting met hoe burgers de ruimte beleven”, stelt Hans Mommaas, directeur van het PBL.

“Het bodem- en watersysteem vormen de randvoorwaarden van een duurzaam omgevingsbeleid en moeten centraal staan bij de aanpak van de grote opgaven voor verstedelijking, klimaat, natuur, waterbeheer en landbouw.”

Het versterken van maatschappelijk draagvlak vergt een kabinetsbrede inspanning, concludeert het PBL. De effecten van verschillende beleidsmaatregelen komen immers in de dagelijkse leefomgeving van burgers samen. Juist omdat het om ingrijpende keuzes gaat en vaart maken noodzakelijk is, is het cruciaal dat de overheid burgers veel meer dan nu betrekt bij de voorgenomen plannen.

Verstedelijkingsstrategie en ruimte

Het huidige woningtekort vraagt om tempo in de woningbouw. Het is de kunst om niet alleen snel huizen neer te zetten, maar te bouwen aan dorpen en steden waar mensen graag wonen, werken en verblijven, en die door hun hoge kwaliteit nog lang kunnen meegaan. Het is nodig hiervoor een brede verstedelijkingsstrategie op te stellen die ook infrastructuur, groen, water en energie omvat en deze tevens nationaal op kaart te zetten.

Dat maakt duidelijk waar ruimtebehoeftes botsen en waar ze mogelijk te combineren zijn. Prioriteit daarbij hebben de regio’s met de grootste verstedelijkingsdruk, zoals in de Randstad en rondom de Brabantse steden, Nijmegen, Arnhem en Zwolle.

Wie heeft de regie?

In politiek en maatschappij klinkt een steeds luidere roep om meer regie van de Rijksoverheid. Dat kan bijvoorbeeld via een sterkere sturing op een urgent sectoraal dossier als wonen, met afstemming van beleid voor ruimtelijke samenhang op decentraal niveau. Dan moeten de instrumenten en financiële middelen voor decentrale overheden wel meer dan nu worden ‘ontschot’.*

Door aparte potjes samen te voegen, kunnen decentrale overheden in uitvoeringsprojecten veel beter maatwerk leveren. Een andere mogelijkheid is dat het Rijk zelf met ruimtelijk afgestemd beleid komt. Dat vraagt niet alleen een coördinerend ministerie, maar ook aanpassing van regels, zodat ruimtelijke samenhang (synergie tussen functies) wordt beloond, denk aan een uitkoopregeling voor de landbouw die tegelijkertijd bijdraagt aan de vermindering van de stikstofdepositie op natuurgebieden én de aanpak van verdroging.

Webinar

Het rapport ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’ werd op 8 april 2021 gepresenteerd in een compact webinar, dat hierboven te zien is.

Onderzoekers Rienk Kuiper en David Hamers schetsten de grote vraagstukken waar Nederland voor staat. Die van klimaataanpassing, energietransitie, een betere verhouding tussen landbouw en natuur, grondstoffenefficiency, woningtekort. Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, Jannemarie de Jonge en de Zwolse wethouder voor verstedelijking, ruimtelijke ordening en water, Ed Anker reageerden op het rapport.

Bron en video: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Lees ook: Actieagenda Wonen wil miljoen woningen bijbouwen.

* Noot redactie, ‘ontschotting’ is politiek taalgebruik: ‘het slechten van allerlei (ambtelijke) barrières’ c.q. ‘samenwerking tussen verschillende ministeries/overheden’.