Home Blog Pagina 406

MeteoViva Beste Leverancier Deutsche Bahn

0
MeteoViva

MeteoViva GmbH heeft het predicaat ‘Beste Leverancier van de Deutsche Bahn (DB) 2014’ gekregen. Het Duitse technologiebedrijf viel op door zijn innovatief energie-optimalisatiesysteem MeteoViva® Climate. Dit wordt sinds 2011 op diverse standplaatsen in gebouwen van DB gebruikt voor het energetisch optimaal aansturen van het binnenklimaat binnen de gestelde kwaliteitscriteria. De manier waarop het bedrijf energie-efficiëntie concretiseert in gebouwen en medewerkers motiveert in het bewust omgaan met energie, was doorslaggevend voor de jury.

Categorieën

Wereldwijd maakt Deutsche Bahn gebruik van 35.000 leveranciers. MeteoViva was een van de 18 genomineerden voor een van de 5 prijscategorieën. De prijs wordt om de 2 jaar toegekend. De ‘Supplier of the Year’ wordt toegekend aan bedrijven die de drie pijlers van de concernstrategie DB2020 optimaal realiseren. Dit zijn Milieu, Economie en Sociaal. Dit jaar waren de selectiecriteria vooral gericht op milieu-oplossingen.

Werking

MeteoViva Climate past het binnenklimaat van gebouwen aan aan de gebruikers in plaats van andersom. Meerdere keren per dag berekent een computer de ontwikkeling van de binnentemperatuur voor de komende dagen in de verschillende zones van het gebouw aan de hand van een simulatiemodel. Deze simulatie van het binnenklimaat in een gebouw houdt rekening met alle belangrijke factoren die van invloed zijn op het binnenklimaat, zoals lokale weersgegevens, opslagcapaciteit, verlichting en de kwaliteitseisen van het binnenklimaat.

Pilot

In 2010 startte DB een pilotproject in een van zijn onderhoudswerkplaatsen in standplaats Krefeld. In het eerste jaar reduceerde MeteoViva® Climate de verwarmingskosten met ongeveer 40 procent en realiseerde een aanzienlijke verbetering van het binnenklimaat. MeteoViva Climate is nu operationeel in 9 standplaatsen van DB. In Duitsland, Nederland en Zwitserland is MeteoViva Climate operationeel in meer dan 40 gebouwen. In Nederland wordt MeteoViva Climate vertegenwoordig door Crijns Enery Controlling.

Smart technology leidt tot doorbraken economische sectoren

0
Dutch Design Week - foto: Kazerne

Slimme technologie aanjager van economische groei

De wereld staat aan de vooravond van een nieuwe fase in het internettijdperk, waarin alle dingen met elkaar gaan communiceren en – zonder tussenkomst van de mens – autonoom acties uitvoeren. Smart technology zal resulteren in nieuwe basisinnovaties die zullen leiden tot een afbraak van oude structuren en impact hebben op alle economische sectoren. Dit concludeert ABN AMRO in het rapport ‘SMART future. Slimme technologie raakt ons hele leven’, dat tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven wordt gepresenteerd. Smart technology leidt tot doorbraken economische sectoren

Smart schudt gehele economie op

Op dit moment bevinden we ons in een overgangsfase: ‘creative destruction’. Een proces van technologische veranderingen, waarbij bestaande en nieuwe uitvindingen zich ontwikkelen. Deze zullen, net als andere historische technologische doorbraken – van stoommachine tot microchip – uitgroeien tot basinnovaties die de economische structuur blijvend en ingrijpend veranderen. Smart technologie speelt een centrale rol: alles wordt een computer en onderling met elkaar verbonden. ABN AMRO denkt dat deze ontwikkelingen alle sectoren zullen raken. Zoals de zorg – waar robots de nieuwe ‘handen aan het bed’ worden – of de bouw, waar bewoners dankzij domotica hun huis volledig interactief kunnen bedienen. Nu nog via één centraal apparaat, straks mogelijk via spraak of een slimme bril. Ook in de industrie verandert er veel. Slimme fabrieken passen fabricageprocessen zelf aan zodra een storing optreedt. Voor alle sectoren geldt dat structuren en processen worden opgeschud en opnieuw uitgevonden.

Van Smart Farming tot Smart Money

In haar rapport schetst ABN AMRO toekomstscenario’s voor vijf economische sectoren. Zo vervult de Nederlandse agrarische sector een internationale voortrekkersrol op het gebied van Smart Farming. Deze nieuwe stap in agri-automatisering laat producenten betere beslissingen nemen met behulp van gedetailleerde meet- en regelhulpmiddelen. In de logistieke sector werken pioniers aan het Cross Chain Control Center (4C): een regiecentrum waar zij met behulp van slimme IT-toepassingen en datasharing goederenstromen bundelen. Zo zorgen ze voor een hogere beladingsgraad, minder kosten en een lagere CO2-uitstoot. In de bouw neemt de vraag naar Smart Homes toe, waarin door bouwoplossingen bewoners ondanks fysieke ongemakken of ouderdom thuis kunnen blijven wonen. Men denkt dat domotica in de komende jaren een vlucht zal nemen: van een koelkast die zelf boodschappen bestelt tot sensoren die bij gebrek aan beweging in huis de thuiszorg zal waarschuwen. In de kledingindustrie zullen Smart Textiles – met een groeiprognose van ruim 400 procent in 8 jaar: 1,5 miljard dollar omzet in 2020 – uit hun jasje groeien. Nu is dit nog een niche in de markt voor wearable tech, met gadgets als Google Glass en smartwatches. De meeste potentie zit in vier toepassingsgebieden: medisch, beschermende werkkleding, sport en mode. In het betalingsverkeer wordt ‘betalen’ straks steeds meer ‘beleven’. Nu vrijwel iedereen een smartphone heeft, ontstaan nieuwe behoeften, zoals contactloos afrekenen. Betalen 3.0 is niet alleen 100 procent digitaal, maar vooral slim: persoonlijk en meer contextueel.

Werkgelegenheidseffecten minder ingrijpend dan gevreesd

Het is volgens hen niet verrassend dat deze innovaties met enige terughoudendheid worden ontvangen, zeker als het om de arbeidsmarkt gaat. Nieuwe basisinnovaties leiden namelijk tot een mismatch met een arbeidsmarkt die is ingesteld op de huidige economische structuur. Ook hebben doorbraaktechnologieën, zoals smart technology, tot doel bestaande processen efficiënter te maken. “Bij alle voorgaande cycli zijn doemscenario’s over sterk toenemende werkloosheid nooit uitgekomen. Nieuwe technologieën als smart technology creëren ook nieuwe banen en verhogen het welvaartsniveau, wat weer een aanjager is voor de economie. Hierdoor zal de werkgelegenheid naar verwachting slechts tijdelijk onder druk staan”, zegt Mathijs Deguelle, Sector Econoom van ABN AMRO. “We gaan toe naar een toekomst waarin slimme technologie ons hele leven raakt. Op het werk, op straat, in de auto en vooral thuis. Door objecten zelfstandig met elkaar te laten communiceren, worden processen efficiënter, flexibeler en kwalitatief beter. Gelukkig groeit de invloed van deze innovaties geleidelijk en duurt het enige tijd voordat ze de economische structuur veranderen. We hebben dus tijd om onze gewoontes aan te passen.”

Het volledige rapport is hier te downloaden.

Energie opwekken via het fietspad

0
2014-10-13 - SolaRoad

In Krommenie wordt binnenkort het eerste fietspad met ingebouwde zonnecellen geopend door minister Kamp: de SolaRoad. Dit wegdek zet zonlicht om in elektriciteit. Sinds 2011 wordt gewerkt aan dit unieke innovatieve product en vanaf 10 november 2014 wordt er gefietst over de eerste 100 meter SolaRoad. De SolaRoad wordt ontwikkeld door Imtech (divisie Infra) in samenwerking met het researchinstituut TNO, de provincie Noord-Holland en wegenbouwer Ooms Civiel.

Wat is SolaRoad?

De SolaRoad werkt als volgt: zonlicht dat op het wegdek valt, wordt opgevangen door zonnecellen en omgezet in elektriciteit. Het wegdek dient als een groot zonnepaneel. De op deze manier opgewekte elektriciteit vindt praktische toepassingen in wegverlichting, verkeersinstallaties, elektrische auto’s (die er overheen rijden) en huishoudens. Een innovatieve stap richting een energieneutraal mobiliteitssysteem. SolaRoad bestaat uit betonnen modules van 2,5 bij 3,5 meter met op de helft daarvan (in één rijrichting) een geharde glazen en licht doorlatende toplaag van ongeveer één centimeter dikte. Onder het glas liggen kristallijn siliciumzonnecellen. Het verschil tussen een traditioneel wegdek en de SolaRoad zit voornamelijk in de toplaag. De toplaag dient zoveel mogelijk zonlicht door te laten en vervuiling af te stoten. Tegelijkertijd moet de toplaag stroef en sterk genoeg zijn om een veilig wegdek te realiseren.

Pilot

In oktober wordt circa 100 meter SolaRoad aangelegd op een fietspad in Krommenie. Het fietspad is een pilot waarmee twee jaar lang getest gaat worden. De testen moeten antwoord geven op vragen als: Hoe gedraagt het zich in de praktijk? Hoeveel energie levert het op? En hoe is het om eroverheen te fietsen? In de aanloop naar dit moment wordt het pad in het laboratorium getest zodat het voldoet aan alle (veiligheids)eisen voor wegdekken.

Toekomst

Na de pilotperiode is bekend hoe de SolaRoad in de praktijk functioneert. Als de SolaRoad een succes is zijn de mogelijkheden in de toekomst groot. Energie opwekken via het fietspad is een begin, Nederland heeft bijvoorbeeld ruim 137.000 km aan snelwegen liggen. Volgens TNO valt daarop meer dan voldoende zonlicht om alle voertuigen die er op rijden, te kunnen aandrijven met elektriciteit uit zonne-energie. Daarnaast kan er gekeken worden of het bijvoorbeeld van toepassing is op snelwegen en vliegvelden. Door middel van de SolaRoad kan er op innovatieve wijze duurzame energie worden opgewekt.

NulNu congres maakt energieneutraal wonen concreet

0
NulNu congres

Op woensdag 8 oktober 2014 vond het energieneutrale congres NulNu plaats in Arnhem. Tijdens het congres kwamen verschillende aspecten van energieneutraal bouwen en wonen aan bod. Zo waren er negen masterclasses, een feestelijke uitreiking van de eerste zeven diploma’s in Nederland voor het certificaat ‘Passiefhuis vakman’, werd Stichting KERN geïntroduceerd en werd het Ontwerppakket Energetisch Renoveren gepresenteerd.

Initiatiefnemer vereniging DNA in de Bouw organiseerde het NulNu congres met Stadsregio Arnhem Nijmegen, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en TU Delft. Het evenement trok verschillende bedrijven, particulieren en beleidsmakers met energieneutrale (ver)bouwplannen. Het congresprogramma zette aan tot discussie. Voor vragen en discussie was dan ook voldoende ruimte gelaten in het programma.

Het NulNu congres

Tijdens het NulNu congres werd het NulNU manifest gepresenteerd. Het NulNu manifest bevat tien standpunten die duidelijk maken waarom energieneutraal nu noodzakelijk is. Verder ontvingen zeven cursisten de eerste diploma’s in ons land van het internationaal erkende certificaat ‘Passiefhuis vakman’. De internationale cursus werd voor de Nederlandse markt vertaald en aangepast. De cursus werd gegeven door KERN, Kennisinstituut Energetische Renovatie en Nieuwbouw. KERN is opgericht door DNA in de bouw om de energietransitie in de bouw te versnellen. KERN verzamelt zo compleet mogelijk actuele kennis, stelt deze laagdrempelig beschikbaar en ontwikkelt opleidingen en cursussen. Met Europese steun van het project PassREg is DNA in de Bouw aanjager in de regio Arnhem-Nijmegen op het gebied van het passiefhuis in Nederland. PassREg staat voor Passive House Regions with Renewable Energy. Het is onderdeel van IEE (Intelligent Energy Europe) en duurt tot mei 2015. Er nemen veertien Europese regio’s aan deel en DNA in de Bouw voert het in Nederland uit, met cofinanciering van de gemeentes Arnhem en Nijmegen, de Stadsregio Arnhem Nijmegen en provincie Gelderland.

Ontwerppakket energetisch renoveren

DNA in de bouw presenteerde tijdens het congres het ontwerppakket ‘energetisch renoveren’. De inhoud van dit pakket moet het mogelijk maken dat elke bouwprofessional de prioriteiten scherp heeft als het gaat om energetisch renoveren. Zo komt de bouwprofessional samen met de bewoner tot het overzicht van deelvraagstukken en worden de mogelijke deeloplossingen geselecteerd. Daarna kunnen de scenario’s worden besproken en trekt de bewoner de lijnen tussen de deeloplossingen die hem het best passen.

NulNu manifestatie

Het congres maakte deel uit van de NulNu manifestatie en betreft drie evenementen in drie maanden: adviesgesprekken voor particulieren (22 – 25 september); het congres op 8 oktober en op 7, 8 en 9 november de energieneutrale open huisroute. Met de NulNu manifestatie wil DNA in de bouw kennis en kunde over Het Nieuwe Wonen in een energieneutraal huis delen, kansen en mogelijkheden voor bewoners concreet maken en integrale samenwerking stimuleren. Behalve het delen van kennis over energieneutraal wonen stimuleert DNA in de bouw op deze manier ook steeds meer energieneutraal bouwen en renoveren.

IJB Groep nam vernieuwde betoncentrale in gebruik

0
IJB Groep

De IJB Groep nam vernieuwde betoncentrale in gebruik op vrijdag 10 oktober 2014. Wethouder Hans Wijnants van Gemeente Noordoostpolder verrichtte de openingshandeling samen met de 90-jarige mevrouw Van der Kamp.

Met een druk op de knop zorgden zij ervoor dat de centrale in werking werd gesteld en plaatsten zij samen met de directie (John Engelsman en Jan Willem Blaauboer) hun handafdruk in een speciale betontegel van de eerste productierun.

Rijke historie

De vernieuwde betoncentrale is in gebruik genomen op de plek waar het 50 jaar geleden voor de IJB Groep, met het hoofdkantoor in Lemmer, allemaal begon. De eerste paal voor het begrip IJsselmeerbeton werd geslagen in 1948. Het IJsselmeer is dan nog maar pas de nieuwe naam voor een afgesloten Zuiderzee.
Aan de Emmeloordse Zuiderkade begint de familie Van der Kamp uit Zwolle een handel in zand en grind. Dankzij herrijzend Nederland en een ontluikende polder is de uitbouw van het bedrijf al spoedig een feit. In die jaren handelend onder de naam CZGIJ: de Centrale Zand en Grindhandel IJsselmeerpolders. In 1964 volgt de bouw van een betoncentrale aan de Emmeloordse Nijverheidsstraat.

Veelzijdig

De IJB Groep is de partner voor funderingsconstructies. Men is verantwoordelijke, en dus één aanspreekpunt voor het gehele traject van sonderen, adviseren, construeren, produceren tot en met realiseren. De veelzijdigheid van de IJB Groep omvat ook de fabricage van elke soort betonmortel. Met productielocaties in Lemmer en de vernieuwde betoncentrale in Emmeloord, kan elke volumevraag direct worden beantwoord.

IJB Groep nam vernieuwde betoncentrale in gebruik. Zie ook:
Duurzame variant van de betonnen heipaal beleeft primeur in Lent.

Bouw starterswoningen Utrecht begonnen

0
Bouw starterswoningen

Op 17 september 2014 is de bouw gestart van 257 starterswoningen langs het Merwedekanaal in Utrecht. Het officiële startsein voor de bouw werd gegeven door Paulus Jansen, wethouder Wonen, Vastgoed en Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Utrecht. In het project zijn 106 tweekamerwoningen ten behoeve van sociale verhuur aangekocht door Jebber.Jebber is gespecialiseerd in ontwikkeling, verhuur en beheer van woningen voor starters. Samenwerkingspartner Syntrus Achmea investeert in 97 driekamerwoningen voor vrije sector verhuur. Al deze huurwoningen zijn bestemd voor starters. De vraag naar starterswoningen is groot in Utrecht.

Bouw starterswoningen Utrecht

Jebber heeft een duidelijke ambitie. In 2018 willen zij 1.500 starterswoningen hebben gerealiseerd. Directeur van Jebber, Monique van Loon, gaf tijdens de startceremonie aan dat Jebber groeiende is bij starters. “Wij hebben nu 8 projecten, die in totaal iets meer dan 1.000 starterswoningen omvatten. Aan de andere kant hebben zich ook al ruim 3.000 woningzoekende starters bij Jebber ingeschreven en dat aantal stijgt dagelijks.” Jebber speelt in op een situatie die zich in verschillende grote steden voordoet waar (veel) studenten wonen. Oud-studenten willen in de stad blijven wonen waar ze hebben gestudeerd, maar voldoende starterswoningen zijn er niet. Op deze manier wil zij net afgestudeerden tegemoet komen en het mogelijk maken dat zij in de stad Utrecht kunnen blijven wonen.

Jebber & Syntrus Achmea Real Estate & Finance

Jebber BV is een initiatief van Stichting Studenten Huisvesting (SSH) en is ontstaan naar aanleiding van de grote vraag naar starterswoningen. Jebber is gespecialiseerd in ontwikkeling, verhuur en beheer van woningen voor starters, waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met hun wensen.

Syntrus Achmea RE&F is een in vastgoed en hypotheken gespecialiseerde vermogensbeheerder. Ze financieren, ontwikkelen en investeren in vastgoed met het oog op de beleggingsportefeuilles van Nederlandse pensioenfondsen en andere institutionele beleggers. Met een totale beleggingsportefeuille van meer dan €14 miljard is Syntrus Achmea een grote vastgoedinvesteerder in Nederland.

Samenwerkingsverband

Minister Blok heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat er meer samenwerkingsverbanden moeten zijn bij het ontwikkelen van huurwoningen. Volgens Blok moeten corporaties zich in zo’n samenwerkingsverband concentreren op hun kerntaken, te weten het realiseren en beheren van sociale huurwoningen. De samenwerking tussen Jebber en Syntrus Achmea sluit hier op aan.

NVM: cijfers woningmarkt 3de kwartaal

0
Prijsstijging koopwoningmarkt neemt verder af/cijfers woningmarkt NVM

NVM maakt de cijfers woningmarkt 3de kwartaal bekend, hieruit blijkt dat het herstel in de woningmarkt zoals in 2013 doorzet. Ín het 3de kwartaal van 2014 blijft er sprake van herstel, maakte NVM bekend op donderdag 9 oktober 2014. Uit de voorlopige cijfers blijkt voornamelijk dat er sprake is van een positieve prijsontwikkeling en een herstel in het aantal transacties.
Het afgelopen kwartaal (op basis van de voorlopige cijfers) zijn door NVM-makelaars ongeveer evenveel woningen verkocht als een kwartaal eerder, namelijk 29.015. In de totale markt werden er naar schatting 39.000 huizen verkocht. “Een mooi aantal”, zegt NVM-voorzitter Ger Hukker, “zeker als je in ogenschouw neemt dat het derde kwartaal wegens de zomervakanties het altijd slechter doet dan het 2de kwartaal.”

Prijs woningen stabieler

De afgelopen drie kwartalen was er sprake van een positieve prijsontwikkeling. Dit kwartaal liggen de prijzen 0,3% lager dan vorig kwartaal. De prijs van de gemiddeld verkochte woning in Nederland ligt nu op 214.000 euro. Hukker: “We zien dat de markt stabiliseert en dat de vooruitzichten voor de komende tijd positief zijn.”
De prijzen van verkochte woningen zijn met -0,3% in het 3de kwartaal nauwelijks veranderd, vergeleken met het 2de kwartaal van 2014. De afgelopen drie kwartalen steeg de prijs nog licht. De prijs van de gemiddeld verkochte woning is in het 3de kwartaal uitgekomen op 214.000 euro. Er is sprake van kleine verschillen tussen de verschillende woningtypen. Van 2-onder-1-kapwoningen daalde het aantal verkopen met 4,0%, en voor tussenwoningen met 1,7%. Van de overige woningtypen stijgt het aantal transacties licht. Een vrijstaande woning is verkocht voor gemiddeld 337.000 euro, een appartement voor 168.000 euro.

“De prijzen stabiliseren, ondanks de lichte daling in het 3de kwartaal. Maar inmiddels ligt de gemiddelde verkoopprijs wél bijna 4% hoger dan een jaar geleden”, stelt Hukker.

Woningverkopen 2014 structureel op hoger niveau

De vergelijking van de prijzen van verkochte woningen met een jaar eerder laat een genuanceerder beeld zien. De transactieprijzen liggen nu 3,9% hoger dan in het 3de kwartaal van 2013. In ieder kwartaal van 2014 liggen de prijzen 2 tot 4% hoger dan in datzelfde kwartaal in 2013. NVM verwacht dat de prijzen dit jaar niet veel verder zullen stijgen.
De transactieprijs van vrijstaande woningen ligt 2,2% hoger dan vorig jaar, die van tussenwoningen 2,5%. Van hoekwoningen en appartementen zijn de prijzen in een jaar tijd het meest gestegen: 5,1 en 5,8%. Ook het aantal transacties laat ten opzichte van vorig jaar nog steeds herstel zien. In vergelijking met een jaar eerder is er sprake van een stijging van 28,9%. Tot nu toe is in 2014 ieder kwartaal sprake van een stijging van tientallen procenten van het aantal transacties in vergelijking met hetzelfde kwartaal in 2013. De woningverkopen liggen in 2014 op een structureel hoger niveau.

Bron: NVM
[tabs]
[tab title=”Achtergrond”]
Het aantal transacties bij NVM-makelaars op jaarbasis ligt op bijna 109.000 (totale markt naar schatting 146.000 woningen). Op het dieptepunt van de markt, vijf kwartalen geleden, lag dat aantal nog op 82.000, ongeveer een kwart minder. In de periode voor de crisis, medio 2008, lag het aantal verkopen bij NVM-makelaars op jaarbasis rond de 150.000 woningen (op zo’n 200.000 voor de totale markt).
[/tab]
[/tabs]

Duurzaamheid nog weinig verankerd in doelen MKB

0
Duurzaamheid

Vrouwen hebben meer aandacht voor duurzaamheid dan mannen

Slechts één op de twintig MKB ondernemers (5%) ziet duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen van de onderneming voor het komende jaar: Duurzaamheid nog weinig verankerd in doelen MKB. Het belang dat de ondernemer aan duurzaamheid hecht neemt toe naarmate de onderneming groter is. Ook zetten vrouwelijke ondernemers meer in op duurzaamheid dan mannelijke. Dat blijkt uit een enquête onder 1.248 MKB-ondernemers.

Winst en persoonlijke voldoening boven duurzaamheid

Het verhogen van de omzet of winst is voor meer dan de helft van de ondernemers (55%) het belangrijkste doel voor de komende 12 maanden. Dat is niet vreemd, omdat winst bedrijfseconomisch de bestaansreden van elke commerciële onderneming is. Door het gure economische klimaat van de afgelopen jaren staat winst ook hoog op de agenda en lijkt er weinig ruimte voor doelen met een langere termijn. Het is van belang dat MKB-ers ook duurzaamheid nastreven met hun onderneming; belangrijke grondstoffen worden schaarser, afval produceren wordt duurder en hergebruik van middelen kan veel kosten besparen. Toch ziet slechts één op de twintig MKB ondernemers duurzaamheid als één van de belangrijkste doelen voor de onderneming voor het komende jaar.

Grotere MKB-bedrijven verankeren duurzaamheid vaker in de bedrijfsdoelen

Grotere bedrijven geven duurzaamheid meer aandacht in hun bedrijfsdoelstellingen. Zo verankert 1 op de 10 MKB-ers met meer dan 20 werknemers duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen, terwijl slechts 1 op de 33 ondernemers met minder dan vijf medewerkers in dienst dat doet. Dit is in overeenstemming met andere onderzoeken die aantonen dat grotere bedrijven meer oog hebben voor duurzaamheid. Zij hebben over het algemeen meer mogelijkheden om zich met duurzaamheid bezig te houden. Opvallend is dat deze relatie opgaat tot zo’n 50 werknemers. Naarmate de onderneming nog groter wordt, neemt het belang van duurzaamheid in de bedrijfsdoelstellingen in deze steekproef niet verder toe.

Vrouwen meer aandacht voor duurzaamheid dan mannen

Het aandeel van vrouwelijke MKB-ondernemers dat duurzaamheid als één van de belangrijkste bedrijfsdoelstellingen voor het komende jaar beschouwt, is met 7% bijna twee keer zo hoog als het aandeel mannen (4%). Vrouwen lijken op basis van deze gegevens een hogere urgentie toe te kennen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen dan mannen.

Uit de ING-enquête blijkt verder dat internationaal opererende MKB-bedrijven niet meer aandacht besteden aan duurzaamheid dan bedrijven die alleen op de binnenlandse markt actief zijn. De leeftijd en ervaring van de ondernemer alsmede het feit of de onderneming een familiebedrijf is of niet, hebben ook geen invloed op het belang dat MKB-ers hechten aan duurzaamheid.

Stadsbouwmeester Max van Aerschot tekent Haarlem van de toekomst

0
Haarlem van de toekomst - Eric J. Coolen

De Haarlemse stadsbouwmeester Max van Aerschot tekent Haarlem van de toekomst en werkt aan een veelomvattend toekomstbeeld van de Spaarnestad. Zijn ideeën worden gebundeld in het boek Stadsplattegrond Haarlem 2052 dat in maart 2015 verschijnt. In het door Eric J. Coolen geïllustreerde boek laat Max van Aerschot (1952) zien hoe het door hem gedroomde Haarlem er in 2052 uit kan zien.

Max van Aerschot is sinds maart 2008 stadsbouwmeester van Haarlem en heeft in die functie zeer veel schetsen en (stads)plattegronden geproduceerd. Of zoals hij zelf verwoordt: “Ik communiceer meestal met kaarten. Binnen mijn vakgebied ontkom je daar niet aan. Maar voor wie wat verder van de materie af staat, is dat niet altijd even toegankelijk.”

Het leek de stadsbouwmeester een uitdaging om met het oog op de toekomst van Haarlem een toegankelijk boek te maken. Mede op basis van ‘uit de losse pols getekende plattegronden en fragmenten’. En met een brede, enkele decennia omvattende blik. “Ik heb een arbitrair jaar als uitgangspunt genomen namelijk 2052. Dat is 100 jaar na mijn geboorte. In discussies over de toekomst van steden wordt de grens vaak getrokken rond 2020 of 2030. Dat is mij te beperkt. Om echt los te kunnen komen van de waan van de dag, moet je vérder in de tijd zitten.” Als voorbeeld van die waan van de dag noemt Max van Aerschot de discussie in Haarlem over de Amsterdamsevaart. Die spitst zich toe op het versmallen van deze toegangsweg. Het achterliggende idee om de weg helemaal te schrappen en te vervangen door water en grachtenpanden waardoor het woonklimaat enorm verbetert komt nauwelijks aan bod.

In het verleden zijn door voorgangers van Max van Aerschot vaak plattegronden van Haarlem getekend. Die waren bedoeld om de staat waarin de stad op dat moment verkeerde weer te geven. De Stadsplattegrond Haarlem 2052 is bedoeld om de toekomst te verkennen en te verbeelden en fungeert als hulpmiddel bij het nemen van belangrijke beslissingen. Max van Aerschot: “Het is een manier om los van op de korte termijn gerichte ad hoc besluiten naar Haarlem te kijken.”

De aan Haarlemse illustrator Eric J. Coolen werd door Max van Aerschot gevraagd om aan de uitgave mee te werken. Hij hapte meteen toe: “Ik vind het uitdagend om dingen die Max voor de toekomst bedenkt te verbeelden. Zodat mensen een beter inzicht in de kansen en kwaliteit van Haarlem anno 2052 krijgen.” Overigens wordt in het boek ook aandacht geschonken aan het verleden van Haarlem, mede op basis van historische kaarten.

Het boek Stadsplattegrond Haarlem 2052, uitgegeven door Stichting Nieuwe Gracht Producties, is ook bedoeld om de discussie over de toekomst van Haarlem extra aan te zwengelen. Door stimulerend en inspirerend het voortouw te nemen hoopt Max van Aerschot zo veel mogelijk mensen van binnen en buiten de stad te betrekken bij de toekomst van Haarlem.

Drie finalisten Herman Wijffels prijs

0
Herman Wijffels Innovatieprijs

Wijkbedrijf Bilgaard is door naar de laatste ronde van de Herman Wijffels Innovatieprijs. De winnaar van de Herman Wijffels Innovatieprijs ontvangt 30.000 euro. De prijs moet het mogelijk maken de innovatie landelijk door te voeren. De winnaars worden op 30 oktober 2014 bekend gemaakt.

Wat doet het Wijkbedrijf?

Het Wijkbedrijf houdt zich ten eerste bezig met het onderhoud van de wijk Bilgaard in Leeuwarden. Wijkbewoners vormen een serviceteam en worden ingezet voor het meerjarenonderhoud van de woningen, het groenonderhoud van de wijk en leefbaarheidsprojecten. Het team wordt aangestuurd door de bestaande Wijkvereniging Bilgaard. Het serviceteam ontvangt voor haar werk een vergoeding.

Naast het onderhouden van de wijk houdt het Wijkbedrijf zich bezig met energie. Wijkbedrijf Bilgaard investeert op verschillende manier in het opwekken van duurzame energie. Duurzame energie wordt in de wijk opgewerkt door middel van biomassacentrales en zonnepanelen. Het geld wat door deze manier van energieopwekking wordt bespaard, wordt geïnvesteerd in de wijk.

Wijkbedrijf Bilgaard stopt stedelijke vernieuwing in een nieuwe jas. De wijkbewoners werken zelf aan duurzame wijkverbetering. Wijkbedrijf Bilgaard staat voor meer geld, ambitie en energiebesparing met als gevolg een betere leefbaarheid voor de wijk. Dit alles binnen het onderhoudsbudget van de woningcorporatie.

De Herman Wijffels Innovatieprijs 2014

Herman Wijffels heeft verschillende functies als econoom binnen de Rabobank bekleed. De Herman Wijffels Innovatieprijs is in het leven geroepen toen Herman Wijffels afscheid nam van zijn functie binnen de Rabobank. De Herman Wijffels prijs stimuleert innovatie die van belang is voor de Nederlandse economie en samenleving. Er zijn drie categorieën namelijk: Food & Agri, Zorg & Welzijn en Circulaire economie. Wijkbedrijf Bilgaard is geselecteerd in de categorie Zorg & Welzijn en behoort tot de beste drie. Bij de categorie Zorg & Welzijn staat centraal dat het gaat om innovaties die de leefomgeving vitaal en leefbaar houden.

Beoordelingscriteria

Elke genomineerde wordt beoordeelt op verschillende criteria. Allereerst wordt er gekeken naar het innovatief vermogen, vervolgens naar de maatschappelijke impact. Ook klantfocus is van belang, er moet vraag zijn naar het product/de dienst. Ten slotte wordt gekeken naar de rentabiliteitsverwachting en zelfredzaamheid. De dienst/het product moet binnen beperkte tijd realiseerbaar zijn en het vermogen hebben om zelf hulpbronnen aan te boren.

Of Wijkbedrijf Bilgaard de Herman Wijffels Innovatieprijs wint wordt bekend gemaakt op 30 oktober 2014 bij YES!Delft.