Home Blog Pagina 100

Diepeveen in Rotterdam deels opgeleverd

0
Diepeveen in Rotterdam deels opgeleverd

Ook ook het tweede gebouw met huurwoningen in plan Diepeveen in Rotterdam is opgeleverd. Het project bestaat in zijn totaliteit uit 187 woningen, waarvan 90 huur en 97 koop. Het plan sluit straks aan op het 1.200 meter lange Dakpark.

“Diepeveen bestaat uit vijf nieuwe woongebouwen”

Diepeveen divers woongebied

Dura Vermeer en Dudok Real Estate hebben Diepeveen ontwikkeld tot een divers woongebied. Het terrein naast het Diepeveengebouw is een mix van huur- en koopwoningen. Van studio’s tot stadswoningen. Na de opleveringen van de huurwoningen worden tot einde van het jaar ook de koopwoningen opgeleverd. Er zijn meerdere groene daken en -buitenruimtes en een biodiversteitswand op de Woonhof.

Rotterdam Makers District

Diepeveen ligt in Rotterdam-West aan de voet van het Dakpark. Naast het (voormalig) haven- en industriegebied M4H, dat de komende jaren door Havenbedrijf Rotterdam en gemeente Rotterdam wordt ontwikkeld tot een nieuw stadsdeel om te wonen en werken. M4H vormt samen met RDM het Rotterdam Makers District, de plek in de regio voor de innovatieve maakindustrie. Tegelijkertijd verbindt Diepeveen de woonwijken Bospolder-Tussendijken, historisch Delfshaven en Schiemond.

Samenwerking

Raymond de Boer, Directie Dura Vermeer Bouw Zuid West: “Ik ben erg trots op de goede samenwerking tussen Bouwinvest, Dudok Real Estate, Dura Vermeer en Gemeente Rotterdam. Door deze goede samenwerking is het ons gelukt het hele project nog dit jaar op te leveren, wat met de start eind 2021, echt een topprestatie is. Dit krijg je alleen voor elkaar door in de ontwikkelfase, maar ook met onze partners in de uitvoeringsfase, heel goed samen te werken.”.

M4H

Diepeveen ligt in Rotterdam-West aan de voet van het Dakpark. Naast het haven- en industriegebied M4H, dat de komende jaren door Havenbedrijf Rotterdam en gemeente Rotterdam wordt ontwikkeld tot een nieuw stadsdeel om te wonen en werken. M4H vormt samen met RDM het Rotterdam Makers District, de plek in de regio voor de innovatieve maakindustrie. Tegelijkertijd verbindt Diepeveen de woonwijken Bospolder-Tussendijken, historisch Delfshaven en Schiemond.

Diepeveen in Rotterdam deels opgeleverd. Lees ook:
Imagine Rotterdam bereikt hoogste punt.

6 procent hogere omzet bouw

0
6 procent hogere omzet bouw

De bouw scoorde in het derde kwartaal van dit jaar een omzet die 6,4 procent hoger is een jaar eerder. Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen nam af tot 11.200, bericht het CBS.

“Kleine GWW bedrijven behaalden de hoogste stijging, met een groei van bijna 19 procent”

GWW omzetten

In de burgerlijke- en utiliteitsbouw steeg de omzet met 2,5 procent. De overige branches behaalden gemiddeld hogere omzetten. In de GWW steeg de omzet met ruim 8 procent. De hoogste omzetgroei dit kwartaal behaalden de gespecialiseerde bouwbedrijven met 9,1 procent. Alleen dakenbranche en overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw bleven hier met een groei van 1,9 procent bij achter.

Omzet bouw

De kleine GWW-bedrijven behaalden voor het derde kwartaal op rij de hoogste omzetstijging in de bouw, met een groei van 18,7 procent. Van de grote bedrijven vanaf 100 werkzame personen behaalden gespecialiseerde bouwbedrijven de hoogste omzetstijging met 14,5 procent.

Kleine bouwbedrijven tot 10 werkzame personen zagen hun omzet gemiddeld met bijna 7 procent stijgen. Middelgrote bedrijven met 10 tot 100 werkzame personen behaalden een omzetgroei van ruim 1 procent.

Lees verder onder de afbeelding.
6 procent hogere omzet bouw

Vergunde nieuwbouwwoningen

In het derde kwartaal van 2023 werden vergunningen afgegeven voor de bouw van 11,2 duizend nieuwe woningen, een afname van 27 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vergeleken met het tweede kwartaal van 2023 is het ook een afname van 27 procent.

Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is een indicator voor het aantal woningen dat in de nabije toekomst gebouwd wordt. De gemiddelde doorlooptijd vanaf de vergunningverlening is ongeveer twee jaar. Woningtransformaties, zoals het omzetten van kantoren in woningen, zitten niet in de cijfers over nieuwbouw bouwvergunningen.

Tijdelijke woningen kregen wel meer vergunningen, konden wij eerder berichten.

Lees verder onder de afbeelding.
6 procent hogere omzet bouw

Bouwkosten lager

De vergunde bouwkosten voor alle woningen bedroegen 2,7 miljard euro in het derde kwartaal van 2023. Dit is 24 procent lager dan in hetzelfde kwartaal van 2022. De bouwkosten voor nieuwbouwwoningen daalden met 24 procent naar 2,2 miljard euro. De bouwkosten voor de verbouw van woningen daalden met 28 procent tot 515 miljoen euro.

Voor bedrijfsgebouwen waren de vergunde bouwkosten 1,4 miljard euro in het derde kwartaal, 23 procent lager dan in hetzelfde kwartaal in het voorgaande jaar. Vooral de bouwsom voor de nieuwbouw van bedrijfsgebouwen daalde, met een afname van 31 procent tot 879 miljoen euro. Verbouw was goed voor 512 miljoen euro, 1 procent minder dan een jaar eerder.

Lees verder onder de afbeelding.
6 procent hogere omzet bouw

Bron en grafieken: CBS

6 procent hogere omzet bouw in derde kwartaal 2023. Lees ook:
Gevarieerde groei binnen bouw, techniek en infra.

TNO: “Vernieuwing oudere infrastructuur essentieel en urgent”

0
TNO Vernieuwing oudere infrastructuur essentieel en urgent

De komende decennia staat Nederland voor een enorme opgave om de civiele infrastructuur te vernieuwen. Vervanging en renovatie is een essentiële voorwaarde om Nederland veilig, bereikbaar en leefbaar te houden, bericht TNO.

“Jaarlijkse kosten voor infrastructuur lopen op van ruim 1 naar 3,4 miljard euro over 20 jaar”

De uitgaven voor vernieuwing van de infrastructuur bedroegen 1,1 miljard euro in 2021. TNO verwacht voor volgend jaar dat de jaarlijkse kosten verdubbelen en over 20 jaar 3,4 miljard per jaar zullen zijn. Aan het eind van deze eeuw lopen de verwachte kosten op tot 3,7 miljard per jaar.

Rapport TNO

Dat blijkt uit het 2e Landelijk Prognoserapport Vernieuwingsopgave Infrastructuur dat TNO publiceerde. Op verzoek van de Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bracht TNO de omvang van de vernieuwingsopgave, na een eerste versie in 2021, opnieuw in kaart.

Bijna 4 miljard euro per jaar eind deze eeuw

Gezamenlijk beheren het Rijk, 12 provincies, 342 gemeenten en 21 waterschappen onder meer 141.000 km wegen, 5.700 km vaarweg, 7.000 km spoor en tienduizenden civiele constructies zoals bruggen, viaducten, sluizen, stuwen en gemalen met een totale waarde van 347 miljard euro.

Deze infrastructuur veroudert en nadert het einde van de levensduur. Het gebruik ervan is intensief en bovendien vaak zwaarder dan destijds bij de bouw voorzien. In 2021 werd voor 1,1 miljard euro gerenoveerd en vervangen* terwijl de verwachte jaarlijkse kosten gaan oplopen van ongeveer 2,4 miljard euro per jaar in de periode 2021 – 2030 naar 2,9 miljard in de jaren 2030 – 2040. Vanaf 2040 zullen de jaarlijkse vernieuwingskosten jaarlijks naar verwachting meer dan 3 miljard euro bedragen tot circa 3,7 miljard euro aan het eind van deze eeuw. De totale kosten van de vernieuwingsopgave tot 2100 worden geraamd op 260 miljard.

Opgave bij gemeenten

Na het eerste prognoserapport spraken vertegenwoordigers van de gemeenten, provincies en de landelijke beheerders af om periodiek een update van de prognose te maken zodat de resultaten elke keer completer en nauwkeuriger worden.

TNO heeft deze keer een nauwkeuriger analyse kunnen maken van de verschillen in kosten bij type beheerders. Het grootste deel van de geprognosticeerde kosten, circa 55 procent, blijkt bij de gemeenten te liggen.

Vergeleken met de uitgaven van 0,5 miljard in 2021, verdubbelen de jaarlijkse kosten voor gemeenten naar 1,3 miljard in de komende tien jaar. Daarna stijgen de kosten verder tot 1,8 miljard in de periode 2031 – 2050. Deze stijging komt vooral omdat de gemeenten het merendeel van de civiele constructies (meer dan 80 procent) beheren in Nederland. Van de totale geprognosticeerde kosten ligt verder ongeveer 9 procent bij provincies, 13 procent bij waterschappen en 23 procent bij landelijke beheerders Rijkswaterstaat en ProRail.

Nauwkeuriger prognose

Naast de getalsmatige analyse van de vernieuwingsopgave voor de infrastructuur heeft TNO ook 20 prognoses inhoudelijk bestudeerd. Opvallend is dat meer dan de helft van deze prognoses niet verder kijkt dan 50 jaar, terwijl de levensduur van veel objecten 60 tot 80 jaar is. Bovendien ontbreekt het nog vaak aan consistente gegevens over objectbouw-jaren, levensduur en kostenkengetallen.

Tot slot, zijn er veel beheerders die niet beschikken over een eigen prognose van de vernieuwingsopgave, dit geldt vooral voor de gemeentes en provincies. TNO beschikte over 12 prognoses van de 342 gemeenten en vier van de twaalf provincies. Hierdoor is het inzicht in wat de vernieuwingsopgave voor de verschillende type beheerders betekent nog beperkt.

TNO adviseert beheerders dan ook om betere prognoses voor de vernieuwingsopgave te maken, dit geldt vooral voor gemeenten en provincies die dat nog niet hebben gedaan. Op basis hiervan kunnen beheerders zich beter voorbereiden om de opgave daadwerkelijk uit te voeren.

Enorme klus

TNO wijst erop dat de vernieuwingsopgave op zichzelf al een enorme klus is met knelpunten in de bouwsector zoals de tekorten aan arbeidskrachten en bouwmaterialen en de stijgende prijzen. Daarbij komt nog de uitdaging om de noodzakelijke vervanging en renovatie in toenemende mate klimaatneutraal uit te voeren dus met zo min mogelijk uitstoot van CO2 en stikstof en met zoveel mogelijk circulair bouwen met hergebruik van materialen. Het is daarom volgens TNO belangrijk om nog meer in actie te komen.

Aanbevelingen TNO

In het rapport doet TNO een aantal aanbevelingen voor de beheerders van infrastructuur:

• Verhoog de urgentie bij beheerders om de vernieuwingsopgave beter inzichtelijk te maken, financieel voor te bereiden en de opgave daadwerkelijk uit te voeren, vooral bij gemeenten en provincies.
• Verbeter het inzicht in de aard en omvang van de vernieuwingsopgave door langetermijnprognoses te maken, prognosemethoden te herzien en richtlijnen voor het opstellen van prognoses te ontwikkelen.
• Stimuleer samenwerking tussen beheerders op verschillende bestuursniveaus en creëer een integrale aanpak vanuit ministeries om effectieve regie te bevorderen.
• Maak een koppeling tussen lange termijn prognoses en de Nota Infrastructurele Kapitaalgoederen voor een mogelijk effectieve aanpak van de vernieuwingsopgave.
• Overweeg de oprichting van een vernieuwingsfonds voor de civiele infrastructuur (vergelijkbaar met het hoogwaterbeschermingsprogramma) om financiële middelen te verschaffen voor de vernieuwingsopgave en de bevordering van productiviteitsverhogende maatregelen.
• Bied handelingsperspectief voor de vernieuwingsopgave door in te zetten op innovatieve werkwijzen.

* “Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2023” van EIB.

Lees ook:
Hoe gaan we om met zeespiegelstijging en verzilting.

Gevarieerde groei bouw, techniek en infra

0
Gevarieerde groei binnen bouw, techniek en infra sectoren

Door minder activiteit in de woningbouw, architectuur en in de hout- en bouwmaterialenindustrie neemt het volume in de bouwsector naar verwachting licht af. Andere sectoren binnen de bouw en infra blijven groeien. Installatiebedrijven en ingenieursbureaus profiteren van opdrachten gerelateerd aan de energietransitie en klimaatuitdagingen. In 2025 ontstaat weer ruimte voor groei, dat bericht ABN-AMRO.

“Duurzaamheid, circulariteit en nieuwe technologie zullen een nog nadrukkelijker rol gaan spelen binnen de verschillende sectoren”

Uitdagingen

Vele uitdagingen spelen de sectoren momenteel parten. Door de gestegen rente zijn investeringen door overheid, bedrijven en particulieren in 2023 teruggevallen. Daardoor worden minder projecten opgestart. Een trage vergunningverlening, een blijvend tekort aan bouwlocaties en bouwkosten die nog steeds op een hoog niveau liggen zijn minder gunstig voor de verwachtingen in 2024.

Rente

Ook de rente speelt een belangrijke rol. ABN AMRO verwacht dat de Europese Centrale Bank voorlopig geen verhogingen meer doorvoert, waardoor de vooruitzichten meer zeker zijn. In de loop van 2024 ontstaat ruimte voor verlaging van de rente, hetgeen goed nieuws voor investeringen in bouwprojecten is. In de tweede helft van 2025 zal de activiteit in de bouw hierdoor weer kunnen groeien.

Inframarkt

De GWW heeft te maken met een interne verschuivingen. Vanwege beperkingen ingegeven door stikstofregelgeving en ontoereikende budgetten start de overheid op dit moment minder grote aanlegprojecten op. De middelen gaan in plaats daarvan uit naar renovatie- en onderhoudsprojecten. Veel bruggen, tunnels, viaducten, sluizen en dijken zijn toe aan grootschalig onderhoud. Mede door het intensievere gebruik naderen veel infrastructurele werken het einde van hun levensduur. De komende jaren zal het accent in de GWW daarom liggen op onderhoud, vervanging en renovatie van infrawerken. De verschuiving brengt een nieuwe dynamiek teweeg in de inframarkt.

De marktsector, goed voor circa 50 procent van het werk voor de GWW-markt, investeert volop in infrastructurele werken die de energietransitie ondersteunen. Dit levert groei op voor bijvoorbeeld grondverzetbedrijven gespecialiseerd in het leggen van buizen en kabels.

Groei installatiebedrijven

De uitstekende economische positie van de installatiebranche wordt in de komende jaren iets geremd door een krimp van de woning- en utiliteitsbouw. Wel kunnen de sectoren profiteren van een toegenomen vraag naar warmtepompen. De structureel sterke vraag naar slimme techniek in gebouwen zorgt ervoor dat de installatiebranche ook de komende jaren groei realiseert. In 2024 zal de groei naar verwachting uitkomen op 2 procent. Door aantrekkende nieuwbouw van woningen en bedrijfsgebouwen in de tweede helft van 2025 groeit de installatiebranche in 2025 weer iets sterker, met 3 procent.

Vraag naar ingenieurs

Op een aantal werkterreinen groeit de vraag naar de dienstverlening door ingenieurs snel. Dit betreft vraagstukken rondom de energietransitie en klimaatadaptie in de gebouwde omgeving. Ingenieursbureaus verwachten met name groei op het vlak van projectmanagement en adviestaken met betrekking tot milieu en ruimtelijke ordening. Ingenieursbureaus merken vooral dat er meer opdrachten vanuit gemeenten hun kant opkomen. Ook digitalisering wordt een steeds belangrijkere discipline voor ingenieurs. De groei bij ingenieursbureaus komt uit op 7 procent voor 2023, 5 procent in 2024 en 6 procent in 2025.

Toelevering bouw

Doordat in 2023 betrekkelijk weinig nieuwe bouwprojecten van start zijn gegaan, is de omzet bij bouwgroothandels in het eerste half jaar afgenomen en hoge inkoopprijzen zetten de marges onder druk. In 2025 vindt naar verwachting een kantelpunt plaats. Over het hele jaar 2025 voorziet ABN AMRO een stabilisatie in de volumes.

Nu de voorraadafbouw in de keten voorbij lijkt te zijn zal de krimp in het vervolg van dit jaar naar verwachting minder sterk zijn. Voor 2025 wordt 2 procent groei voorzien door een aantrekkende markt.

De terugval in de vraag roept een halt toe aan de stijgende prijzen van bouwmaterialen. Bij beton- en keramiekmaterialen is er sprake van een stabilisatie. Op de lange termijn zorgt de beweging naar een circulaire en duurzame bouw ervoor dat de prijzen van bouwmaterialen weer gaan toenemen, bijvoorbeeld ingegeven door een sterkere beprijzing van CO₂-uitstoot.

Sterk fundament binnen de sectoren

Het woningtekort, de grote renovatieopgave, zowel in de infrabouw als in de burgerlijke- en utiliteitsbouw en de energietransitie bieden een sterk fundament onder de vraag naar bouw- en infrawerkzaamheden. De verschillende sectoren dienen dus ook in tijden van krimp te blijven investeren in hun personeel om in een goede startpositie te staan zodra de markt weer aantrekt. Een wat rustiger 2024 kan een goede gelegenheid bieden om het bedrijf voor te bereiden op de nabije toekomst.

Duurzaamheid, circulariteit en nieuwe technologie zullen een nog nadrukkelijker rol gaan spelen in de verschillende sectoren. Dit verbetert de toekomstbestendigheid van bedrijven in de bouw-, infra en techniek als aantrekkelijke partner en werkgever, aldus de bank.

Gevarieerde groei binnen bouw, techniek en infra sectoren. Lees ook:
Ontwikkelingen in de bouwsector.
Hoge productiegroei bouwsector in komende twee jaar.

Hoe gaan we om met zeespiegelstijging en verzilting

0
Hoe gaan we om met zeespiegelstijging en verzilting

De techniek is er om ons land te beschermen tegen een zeespiegelstijging tot aan drie meter. In het meest beroerde geval bereiken we die stijging na 2100, in het beste scenario nog niet in 2300. Het stijgende zeewater dringt nu al in toenemende mate het binnenland in, wat de beschikbaarheid van zoet water onder druk zet. Nederland moet zich op verzilting voorbereiden.

“Zeespiegelstijging en verzilting: Vanuit het Deltaprogramma richten we ons op de lange termijn, omdat we op klimaatverandering voorbereid moeten zijn en blijven”

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

Dat blijkt uit de publicatie van een reeks technische onderzoeken die het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de Deltacommissaris hebben laten uitvoeren onder het zogenoemde ‘Kennisprogramma Zeespiegelstijging’. Hierin wordt met kennisinstellingen bekeken hoe we ons in de toekomst kunnen beschermen tegen zeespiegelstijging, en wat we daarvoor nu al moeten doen. Een samenvatting van de onderzoeken tot op heden.

Kennis en kunde

Minister Mark Harbers: “De zeespiegel stijgt en gaat in de toekomst nog sneller stijgen. Tegelijkertijd ligt ons hele Koninkrijk aan zee. Dat maakt het voor mij cruciaal om boven op de laatste kennis te zitten. Nederland loopt daarin nu voorop, want met onze modellen kunnen we kijken naar de gevolgen van meerdere meters zeespiegelstijging. Met die kennis houd ik continu vinger aan de pols, om wanneer dat nodig is de maatregelen te nemen die ons land veilig houden”.

Zoet water en verzilting

Deltacommissaris Peter Glas: “Vanuit het Deltaprogramma richten we ons op de lange termijn, omdat we op klimaatverandering voorbereid moeten zijn en blijven. Voorbereid zijn betekent dat we op tijd verschillende maatregelen op de plank hebben liggen voor de veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende zoetwater in de toekomst. Zodat de volgende generaties nog wat te kiezen hebben en zo veilig en in welvaart in onze delta kunnen blijven leven”.

Dijkversterking

Er zijn verschillende manieren waarop Nederland het stijgende zeewater buiten kan houden. We voeren zand aan om de kustlijn op zijn plek te houden en de duinen te verstevigen. Ook hebben we dijken, dammen, stormvloedkeringen en sluizen gebouwd om het zeewater buiten te houden. Uit de onderzoeken blijkt dat we met deze aanpak kunnen doorgaan, al is er een forse ingreep nodig voor wat betreft dijkversterkingen.

Er zijn wel ruimtelijke uitdagingen die deze opgave ingewikkeld maken. Om een voorbeeld te geven: als een dijk wordt verhoogd, moet deze ook worden verbreed om hem stevig genoeg te houden. Nu al is dijkversterking in bebouwd gebied geen eenvoudige opgave. Het is dan ook onverstandig om op dit moment vlak naast een bestaande dijk te bouwen. Daarom wordt nu met de waterschappen bekeken welke ruimte gereserveerd moet worden om in de toekomst de dijken verder te verbreden.

Verzilting tegengaan

Uit de onderzoeken blijkt verder dat er met zeespiegelstijging meer zout water ons land binnenkomt. Dat gebeurt via het grondwater, maar het gaat ook de rivieren op via de Nieuwe Waterweg en het komt binnen via zeesluizen zoals bij IJmuiden en de Afsluitdijk. Vroeger was er voldoende rivierwater en regenwater om het zout weg te spoelen. We merken de laatste jaren al dat dit steeds minder het geval is. Langdurige perioden van droogte en lage rivierwater-afvoeren zetten de zoetwaterbeschikbaarheid nu ook al onder druk.

In de buurt van de kust zijn veel natuur- en landbouwgebieden die zoet water gebruiken. Ook winnen drinkwaterbedrijven en industrie hier zoet water. De oerheid wil dit zoete water zo goed mogelijk beschermen, bijvoorbeeld door bij sluizen instroming van zout water tegen te gaan. Ook wordt gekeken naar mogelijkheden om water beter vast te houden en naar zuiniger gebruik van het zoete water, bijvoorbeeld door andere manieren van landgebruik.

Toekomst

Bij een doorgaande zeespiegelstijging komen voor de hele lange termijn ook andere oplossingen in beeld. Het gaat dan bijvoorbeeld over het afsluiten van riviermondingen, of meebewegen met de zeespiegel en de bouwwijze daarop aanpassen. Het is nu nog niet nodig om daarin een keuze te maken, maar het is wel belangrijk te onderzoeken of dit technisch haalbaar is, hoe effectief dit is, hoe veel dit gaat kosten, en wanneer we die keuze wél moeten maken.

Kennisprogramma Zeespiegelstijging

De laatste kennis over zeespiegelstijging wordt verwerkt in het Kennisprogramma Zeespiegelstijging, dat in elk geval doorloopt tot en met 2026. De komende jaren wordt onder meer onderzocht wat er precies nodig is om de huidige aanpak voort te kunnen zetten en wat er organisatorisch en maatschappelijk nodig is om ons op een versnelde zeespiegelstijging aan te passen.

Bron: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Hoe gaan we om met zeespiegelstijging en verzilting. Lees ook:
Waterschappen en Vewin: “Grenzen aan waterbeschikbaarheid”.
Deltacommissaris: geld en actie nodig voor beheer en onderhoud waterwerken.

OSKA rapport natuurinclusief bouwen

0
OSKA rapport Handelingsperspectief voor Natuurinclusief bouwen

Minister Christianne van der Wal voor Natuur en Stikstof ontving het OSKA-rapport Handelingsperspectief voor Natuurinclusief bouwen. Het rapport biedt perspectief om praktische invulling te geven aan het verbeteren van de biodiversiteit, een van de pijlers van de Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving.

Samenwerkingsverband OSKA

OSKA (Overleg Standaarden Klimaat Adaptatie) is in een samenwerkingsverband van overheden, bedrijfsleven, kennisinstellingen en standaardisatie-organisaties. Het doel is om tot standaarden voor een klimaat adaptief Nederland te komen. In 2023 heeft het een rapport uitgebracht met daarin een voorstel voor een uniforme werkwijze voor natuurinclusief bouwen. Het rapport geeft vervolg aan een opdracht die het ministerie van LNV in 2021 aan OSKA gaf.

Hierin werd gevraagd om een verkenning uit te voeren naar bestaande standaarden rondom biodiversiteit. Omdat de betrokken partijen het belang van dit werk ondertekenden, heeft OSKA vervolgens een OSKA Actieteam gestart. Dit OSKA Actieteam onderzocht een concreet perspectief van wat er gedaan moet worden om standaarden rondom biodiversiteit in de gebouwde omgeving te borgen in beleid.

Biodiversiteit en bouwen

Het rapport biedt een mogelijke invulling van één van de pijlers van de Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving, namelijk het verbeteren van de biodiversiteit.

Om hiertoe te komen wordt het volgende geadviseerd:

– Landelijk puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, lokaal uit te werken rond biodiversiteit,
– documenten voor ecologische kennisopbouw,
– landelijke structuur om natuurinclusief bouwen juridisch te borgen, inclusief beheer en onderhoud.

De adviezen zijn grotendeels opgesteld aan de hand van ervaringen uit bestaande initiatieven. Voor de uitwerking van de adviezen worden ook nadrukkelijk aanbevelingen meegegeven. Verder biedt het rapport een stappenplan om te komen tot standaardisatie. Door de betrokkenheid van de verschillende betrokken, zoals gemeenten, provincies, ontwikkelaars, bouwers en standaardisatieorganisaties, wordt de rapportage breed ondersteund.

Natuurinclusief bouwen en beleid

Met de overhandiging aan Christianne van der Wal hoopt het OSKA team de overheid de handvatten te bieden voor de verdere uitwerking van natuurinclusief bouwen richting naar gericht beleid. Er wordt al veel werk verzet om de implementatie van natuurinclusief bouwen mogelijk te maken.

“Met de publicatie van de Landelijke Maatlat, Agenda Natuurinclusief 2.0 en de wens om tot een groene en klimaatadaptieve omgeving te komen is nu het moment om nationale implementatie van natuurinclusief bouwen mogelijk te maken”, aldus OSKA.

Bij de foto: Namens het OSKA team werd door Onno Dwars en Michel Post het rapport overhandigd. vlnr: Michel Post, Onno Dwars, Minister Christianne van der Wal, Wytze de Vries.

Lees ook: Maak Natuurinclusief Bouwen verplicht.

Hart van de Waalsprong, eerste energieneutrale winkelcentrum

0
Hart van de Waalsprong, eerste energieneutrale winkelcentrum

Afgelopen weekend werd het eerste energieneutrale winkelcentrum van Nederland, Hart van de Waalsprong in Nijmegen-Noord in gebruik genomen.

“Project Hart van de Waalsprong bestaat uit ruim 500 woningen, een parkeergarage en een mix van winkels”

Burgemeester Hubert Bruls verricht de opening. Gebiedsontwikkelaars AM en VanWonen ontwikkeling realiseerden het project Hart van de Waalsprong. Het is ontworpen door architectenbureau De Zwarte Hond. De bouw van het winkelcentrum is gerealiseerd door Dura Vermeer.

Energieneutraal, klimaatadaptief en natuurinclusief

Het nieuwe winkelcentrum in de Waalsprong is energieneutraal, klimaatadaptief en natuurinclusief. De exploitatie van het zonnedak met 1.200 PV panelen is in handen van de lokale energiecoöperatie Buren van Bliek, waar bewoners en ondernemers lid van kunnen worden. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van het warmtenet van Vattenfall.

In heel Hart van de Waalsprong is aandacht voor natuurinclusiviteit. In de gevels van veel woningen en appartementen en ook in het Parkeerhuis zijn op de daarvoor geëigende plaatsen nestkasten gebouwd voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen.

Groengevels

Verder dragen de groene gevels en blauwe daken volop bij aan de duurzaamheid van het plan. De groene gevels zorgen voor verkoeling van de buitenlucht of verbetering van het binnenklimaat. Ze vormen onderdeel van het stedelijk ecosysteem en de stedelijke biodiversiteit.

Groene gevels houden ook regenwater vast, waardoor er minder regenwater naar de waterzuiveringsinstallaties hoeft worden afgevoerd. Ze werken geluidsisolerend en hebben een positief effect op de gezondheid en het welzijn van de mens. Blauwe daken vangen extra regenwater op bij hevige regenval. Ze zorgen voor verkoeling en waterbuffering. Regenwater is relatief schoon water en kan worden hergebruikt voor verschillende doeleinden, zonder dat dit gezuiverd hoeft te worden.

Winkelcentrum

Zo’n 25 winkels, horeca en voorzieningen zijn in het winkelcentrum gevestigd. Daarmee is het grootste gedeelte van de bijna 12.000 m2 winkel- en horecaruimte in Hart van de Waalsprong in gebruik genomen.

Ontwikkelcombinatie Hart van de Waalsprong, een samenwerking tussen gebiedsontwikkelaars AM en VanWonen, is verantwoordelijk voor het totale project met in totaal ruim 500 huizen en appartementen, een parkeerhuis met 300 parkeerplekken en een mix van winkels, zakelijke- en persoonlijke dienstverlening.

Info

Met Syntrus Achmea zijn overeenkomsten gesloten voor de 89 boven het winkelcentrum gelegen huurappartementen. Woningcorporatie Talis is eigenaar van de 51 sociale huurappartementen. In Hart van de Waalsprong zijn nog enkele woningen en appartementen beschikbaar. De nieuwe bewoners krijgen vanaf november de sleutel van hun koop- of huurappartement.

Meer informatie is hier te vinden.

Hart van de Waalsprong, eerste energieneutrale winkelcentrum. Lees ook:
Het Nieuwe Metterswane in Nijmegen.

4 Tips om je huis te verduurzamen

0
4 Tips om je huis te verduurzamen

Je kan er niet meer omheen; duurzaamheid. Tegenwoordig komen we het overal tegen en ook als huiseigenaren moeten we ons hier aan overgeven en nagaan hoe we ons huis groener kunnen maken. Het verduurzamen van je huis is niet alleen goed voor het milieu, maar kan ook leiden tot lagere energiekosten en een comfortabeler leefklimaat. Er zijn veel stappen die we als huiseigenaren kunnen nemen om ons huis te verduurzamen. In dit artikel zullen we je helpen aan de hand van tips om je huis duurzaam te maken en om geld te besparen op je energierekening.

Isolatie verbeteren

De belangrijkste stap in het verduurzamen van je woning is het verbeteren van de isolatie in je huis. Investeer in hoogwaardige isolatie om energieverlies tegen te gaan. Begin met het controleren van de isolatie in je muren, dak en vloeren. Overweeg het aanbrengen van extra isolatiemateriaal, zoals glaswol, bio-based- of schuimisolatie.

Zorg ervoor dat er geen kieren of openingen zijn rond de ramen en deuren, omdat deze ervoor zorgen dat de warmte ontsnapt. Daarnaast kan het helpen om tochtstrips te plaatsen bij ramen en deuren. Door deze warmte-lekken te stoppen blijft de warmte veel langer in je woning en zal dat op termijn de kosten van de energierekening verlagen.

Kies voor kunststof kozijnen voor een betere isolatie

Een goede isolatie is essentieel bij het verduurzamen van je huis. Kunststof kozijnen bieden uitstekende isolatie-eigenschappen, waardoor je warmteverlies wordt geminimaliseerd. Dit betekent dat je minder energie hoeft te verbruiken om je huis warm te houden, wat leidt tot lagere stookkosten.

Daarnaast helpen kunststof kozijnen ook bij het isoleren van geluid. Dit kan vooral voordelig zijn als je in een drukke buurt woont of langs een drukke weg. Het verminderen van geluidsoverlast draagt bij aan een comfortabeler en rustiger leefomgeving.

Investeer in HR++ glas voor extra energiebesparing

Naast kunststof kozijnen is het ook belangrijk om te investeren in hoogrendementsglas (HR++ glas). Dit glas heeft een isolerende werking en houdt de warmte binnen en kou buiten. Hierdoor hoef je minder te stoken en bespaar je op je energierekening.

Het combineren van kunststof kozijnen met HR++ glas zorgt voor een optimale isolatie. Samen vormen ze een effectieve barrière tegen warmteverlies en geluidsoverlast. Bovendien wordt je huis ook in de zomer koeler gehouden, waardoor je minder afhankelijk bent van airconditioning.

Zonnepanelen installeren

Overweeg de installatie van zonnepanelen op het dak van je huis. Zonnepanelen zetten zonne-energie om in elektriciteit en verminderen zo je afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Hoewel de initiële kosten van zonnepanelen hoog kunnen zijn, kunnen ze op de lange termijn aanzienlijke besparingen opleveren op je energierekening.

Bovendien zijn er vaak financiële stimuleringsregelingen en subsidies beschikbaar om de kosten van zonnepaneelinstallaties te helpen dekken, waardoor het een duurzame en kosteneffectieve keuze wordt.

Slimme apparaten: een thermostaat in huis

Overweeg het installeren van een programmeerbare thermostaat in je huis. Deze slimme apparaten stellen je in staat om de temperatuur automatisch aan te passen op basis van je dagelijkse routine. Programmeer de thermostaat zo dat de verwarming of airconditioning minder wordt gebruikt wanneer je afwezig bent of slaapt.

Hierdoor bespaar je aanzienlijk op energiekosten, omdat het systeem niet onnodig draait. Sommige thermostaten kunnen zelfs worden bediend via een mobiele app, waardoor je op afstand de temperatuur kunt regelen. Dit is niet alleen goed voor je portemonnee, maar het draagt ook bij aan een energie-efficiëntere levensstijl.

LED-verlichting

Vervang traditionele gloeilampen door energiezuinige LED-lampen. LED-lampen verbruiken aanzienlijk minder energie en hebben een langere levensduur. Ze zijn kostenefficiënt en gemakkelijk verkrijgbaar in verschillende kleurtemperaturen en passen op elke lamp soort.

Doordat LED-lampen veel langer meegaan dan gloeilampen of andere verlichtings soorten, hoef je minder vaak de verlichting te vervangen en bespaar je aanschaffingskosten. Door deze eenvoudige overstap verlaag je niet alleen je energieverbruik, maar verminder je ook de frequentie van het vervangen van lampen, wat zowel goed is voor je portemonnee als het milieu.

Energiezuinige apparaten

Investeer in energiezuinige apparaten en elektronica met het ENERGY STAR-label. Deze apparaten voldoen aan strenge energie-efficiëntie normen, waardoor ze minder stroom verbruiken en je energiekosten verlagen. Bij de aanschaf van nieuwe huishoudelijke apparaten, zoals koelkasten, wasmachines en vaatwassers, let op het ENERGY STAR-label.

Deze apparaten gebruiken geavanceerde technologieën om efficiënter met energie om te gaan, wat niet alleen goed is voor je portemonnee, maar ook voor het verminderen van de CO2-uitstoot. Door bewust te kiezen voor energiezuinige apparaten draag je bij aan een duurzame en milieuvriendelijke levensstijl.

200 miljoen voor grootschalige aanpak biobased bouwen

0
200 miljoen voor grootschalige aanpak biobased bouwen

De verschillende betrokken ministeries* trekken 200 miljoen euro uit om het grootschalig gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren. Biobased bouwen is een kansrijke methode om de impact op het milieu van de landbouw, industrie en de bouw te verlagen.

“De biobased bouwen ambitie is om in 2030 30 procent van de nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent biobased materialen te realiseren”

Nationale Aanpak Biobased Bouwen

De uitstoot van CO2 is lager en er zijn minder niet-hernieuwbare grondstoffen nodig, omdat materialen steeds weer aangroeien. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB) moet leiden tot een nieuwe nationale markt voor de grootschalige teelt, verwerking en toepassing van biobased bouwmaterialen. Dit geeft boeren perspectief op een duurzaam verdienmodel, terwijl bouwers over voldoende duurzame materialen kunnen beschikken. Daarnaast draagt het bij aan een circulaire economie.

Met de Nationale Aanpak stellen de ministeries tot 2025 25 miljoen euro beschikbaar om een markt op te zetten. De overige 175 miljoen euro is een reservering om de markt uit te breiden in de jaren daarna tot 2030. De aanpak is opgesteld in samenwerking met andere overheidspartijen, marktpartijen en kennisinstellingen.

Bouw én infra

De ambitie is om in 2030 minstens 30 procent van de nieuwbouwwoningen met minimaal 30 procent biobased materialen te realiseren. Hetzelfde percentage geldt als doelstelling voor isolatiemaatregelen voor verduurzaming en voor de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw.

Ook moet een belangrijk deel van de materialen voor infrastructurele bouwwerken en objecten, zoals asfalt, straatmeubilair en fietsbruggen biobased zijn. Hiervoor moeten er in 2030 minstens 25 producerende ketens van boeren, industriële verwerkers en bouwers zijn.

Doel is dat de teelt van vezelgewassen voor bouwmaterialen groeit van circa 2.000 naar 50.000 hectare en de verwerkingscapaciteit naar minimaal 400.000 ton vezels per jaar.

Van plant naar pand

De belangrijkste actie om het plan voor elkaar te krijgen is het opzetten en opschalen van ketens van boeren, verwerkers en bouwers. Hiervoor stelt het plan een breed palet aan maatregelen voor.

De vraag naar biobased isolatiematerialen wordt gestimuleerd door de aanscherping van de milieuprestatie-eis voor gebouwen, met zwaardere sturing op CO2. Ook komt er een financiële stimulans in de vorm van een bonus in de subsidieregelingen voor woningeigenaren.

Sturen op milieuprestaties

In de infrasector gaat de overheid nadrukkelijker sturen op milieuprestaties en via stimuleringsregelingen biobased innovaties belonen. De verwerkende industrie ontvangt daarnaast financiële steun via een regeling om productiefaciliteiten op te zetten.

Voor boeren is het vooral van belang dat zij kunnen meedoen in ketens van boeren, verwerkers en bouwers, ondersteund door langjarige afspraken. Zo loont het ook om bijvoorbeeld vezelhennep te telen. Verder wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om door middel van carbon credits de inkomsten te verbeteren van boeren die vezels telen.

Building Balance is de partij die gericht aan de slag gaat met het opzetten van ketens. Zij hebben eerder al meerdere ketens in het land opgezet.

Overheidsopdrachten

In het plan staat ook beschreven hoe grote opdrachtgevers zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail en woningcorporaties, vanwege hun omvangrijke bouwprojecten, kunnen bijdragen aan het vergroten van de vraag naar biobased materialen.

Rijkswaterstaat is al ver gevorderd met de ontwikkeling van asfalt waarin biogrondstoffen de plaats innemen van fossiele grondstoffen. Samen met deze partijen kijken de betrokken ministeries naar manieren om de criteria voor de aanvraag hiervan te versnellen, en welke indicatoren daarvoor gebruikt kunnen worden.

* BZK, I&W, LNV en EZK
Bron: Rijksoverheid.

200 miljoen voor grootschalige aanpak biobased bouwen. Lees ook:
CIRCO: boeren voor de bouw.
Toepassing biobased bouwmaterialen door BAM en Building Balance.

250 woningen voor studenten en starters in Utrecht

0
250 woningen voor studenten en starters in Utrecht
250 woningen voor studenten en starters in Utrecht

HOTA (Home of the Artists) wordt een gebouw met 250 woningen voor studenten en starters in Leidsche Rijn Utrecht. Bébouw Midreth en G&S Bouw zijn 1 november aan het project gestart.

“Vooral de gebruikers en bewoners maken straks van HOTA een bruisend bolwerk”

Kunst

HOTA wordt een dynamische en creatieve gemeenschap voor HKU-studenten en starters in Utrecht. Het gebouw wordt inspirerend en krijgt een verrassende binnentuin, berichten de bouwers.

In HOTA komen de kunststudenten vlak naast het Cultuurcluster Berlijnplein te wonen. In de plint van het gebouw komt een ontmoetingsruimte. Samen met bewoners wordt deze ruimte verder ingericht. In de binnentuin ontmoeten de bewoners elkaar aan dé Langste Tafel van Utrecht.

Vanaf het voorjaar 2024 zal de komst van de creatieve nieuwe bewoners ook al rondom de bouwplaats zichtbaar worden. Onder de startende kunstenaars is door Cazas Wonen een prijsvraag uitgeschreven om tot de oplevering het lange bouwhek met kunst te verfraaien.

Wethouder Eerenberg van Ruimtelijke Ordening Utrecht: “Leidsche Rijn Centrum groeit nog steeds en daarbij komt ook meer cultuur en creativiteit. HOTA is dan ook een welkome toevoeging aan de cultuur-as in deze wijk. De bewoners krijgen De Vrijstaat en RAUM als buren. Later volgt ook nog het Berlijnplein waar vijftig culturele organisaties in huisvesten kunnen. begeleidend is Leidsche Rijn Centrum het bruisende tweede stadshart van Utrecht”.

Samenwerking

HOTA is het resultaat van een samenwerking tussen SSH, HKU, Gemeente Utrecht, Cazas Wonen, Bébouw Midreth en G&S Bouw. Cazas Wonen heeft opdracht gegeven voor de bouw van de 250 woningen voor studenten en woonstarters. Het gebouw is ontworpen door KCAP en Studio Nuy en van Noort. De oplevering van HOTA is in 2026 gepland. Op 14 november wordt de samenwerking gevierd op het bouwterrein.

Beeld: KCAP

HOKA, 250 woningen voor studenten en starters in Utrecht. Lees ook:
Studentenwoongebouw High Five in Utrecht.
1500 flexwoningen voor sociale huur erbij in Utrecht.
600 appartementen voor werkende jongeren Utrecht.
Universiteit Utrecht stelt 16.000 m2 gebouw beschikbaar voor hergebruik.