Home Blog Pagina 108

156 sociale huurwoningen Indische buurt Beverwijk worden verduurzaamd

0
156 sociale huurwoningen Indische buurt Beverwijk worden verduurzaamd

Binnen het samenwerkingsverband Noord-Hollandse Duurzaamheidscoalitie (NHDC) verduurzamen woningcorporatie Pré Wonen en BAM Wonen 156 sociale huurwoningen in de Indische Buurt in Beverwijk. Het project betreft zes portiekflats uit de jaren vijftig. Bijzonder aan het project is de buitengevelisolatie waarbij authentieke metselwerkverbanden met steenstrips opnieuw aangebracht worden.

“In september start het samenwerkingsverband NHDC met de werkzaamheden aan de 156 sociale huurwoningen, de oplevering staat gepland voor december 2024”

Van energielabel F naar A+

De bewoners van de sociale huurwoningen stemden in met het verduurzamingsplan dat het gasverbruik reduceert met 93.600 m3 gas per jaar en de CO2-uitstoot vermindert met ruim 166.600 kilogram per jaar. De woningen gaan van een gemiddeld energielabel F naar het zeer zuinige energielabel A+. Als symbolische start van de bouw plakten de bewoners de eerste steenstrips op de gevelisolatie.

Wooncomfort en lagere woonlasten

Sabrina Franken, bestuurder van Pré Wonen: “Door een uitgebreide verduurzamingsaanpak, vergroten we het wooncomfort voor onze huurders en zorgen we voor lagere woonlasten. Voor onze huurders is dat natuurlijk superfijn.”

“Wat de samenwerking met Pré Wonen en haar huurders zo plezierig maakt, is het respect voor elkaars belangen met het doel de bewoners een meer comfortabele en duurzame woning te geven. Door de NHDC-aanpak van intensief samenwerken, standaardiseren en versnellen, kunnen we nu starten met de uitvoering om deze woningen heel energiezuinig en toekomstbestendig te verduurzamen. Ons uitvoeringsteam is er klaar voor en kijkt uit naar een goede samenwerking met de bewoners’, aldus Véronique Leenhouwers, commercieel directeur Noordwest bij BAM Wonen”

NHDC Noord-Hollandse Duurzaamheidscoalitie

In NHDC werken acht woningcorporaties samen om hun bestaande woningvoorraad sneller, innovatiever en tegen lagere kosten te isoleren. In juni 2021 tekenden betrokken partijen de raamovereenkomsten. BAM Wonen verduurzaamt in vijf jaar circa 1.000 portieketagewoningen en bereidt ze voor op aardgasvrij verwarmen.

Na twee verduurzamingsprojecten voor NHDC in Egmond aan Zee en een in Haarlem, realiseert men in Beverwijk het vierde project in dit samenwerkingsverband.

Aardgasvrij-voorbereid

Met betere ventilatie en isolatie gaan de woningen van een gemiddeld energielabel F naar het zeer zuinige energielabel A+. Met deze verduurzaming zijn de wooncomplexen gereed om in de nabije toekomst over te stappen op aardgasvrij verwarmen. De energetische werkzaamheden bestaan uit meer isolatiemateriaal voor de gebouwschil zoals dak en gevels. De kozijnen van de woningen worden vervangen door nieuwe, kunststof kozijnen met HR++ glas.

Het glas in de betonnen kozijnen van het trappenhuis wordt aan de binnenkant voorzien van voorzetglas. Er komt een vraaggestuurd ventilatiesysteem waarbij de woning geventileerd wordt op basis van de binnenluchtkwaliteit (CO2-gehalte en percentage relatieve luchtvochtigheid). Op het geïsoleerde dak komen 6 zonnepanelen per huishouden. Gelijktijdig met de verduurzaming wordt grootschalig onderhoud uitgevoerd.

Behoud van architectuur van de 156 sociale huurwoningen

In plaats van spouwmuurisolatie is gekozen voor buitengevelisolatie. De nieuwe minerale steenstrips worden aangebracht in hetzelfde patroon als de oorspronkelijke metselwerkverbanden boven de entrees, en het kartelwerk en boerenvlechtwerk in het metselwerk van de kopgevels. Daarmee blijft de bijzondere architectuur en het karakteristieke vakmanschap van de jaren vijftig behouden.

De portiekflats zijn destijds ontworpen door architectenduo Joop en Koos Pot-Keegstra. Pot-Keegstra studeerde in 1936 als eerste vrouw af aan de Amsterdamse Academie voor Bouwkunst. Het architectenbureau Pot-Keegstra ontwierp behalve woningbouw ook bijzondere projecten zoals de Bijlmerbajes.

Digitalisering versnelt verduurzaming

BAM Wonen heeft de portiekflats gescand met smartphones. De scans leveren 3D-modellen op die zowel de voorbereiding als productie versnellen. Maatvoering van nieuwe kozijnen en effecten van nieuw leidingverloop zijn bijvoorbeeld al tijdens planvoorbereiding van het project bekend. Tijdens de bouw verduidelijken de scans en 3D-modellen afwijkingen op woningniveau aan het uitvoeringsteam waardoor de realisatie vlotter verloopt.

156 sociale huurwoningen Indische buurt Beverwijk worden verduurzaamd. Lees ook:
NEN gaat norm verduurzamingsmaatregelen ontwikkelen.

Koopwoning prijzen licht gestegen

0

In juli 2023 waren de prijzen van een bestaande koopwoning gemiddeld 5,5 procent lager dan in dezelfde maand vorig jaar, maar ten opzichte van juni 2023 stegen de prijzen met 0,5 procent. De jaar-op-jaardaling is gelijk aan die van vorige maand, bericht het CBS.

“In de eerste zeven maanden van dit jaar zijn in totaal 99.862 woningen verkocht, ruim 7 procent minder dan in dezelfde periode van 2022”

Prijzen koopwoning stijgen met 0,5 procent

Ten opzichte van juni is de prijsindex bestaande koopwoningen in juli met 0,5 procent gestegen. De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in juni 2013 een dieptepunt. Vervolgens was er sprake van een stijgende trend tot augustus 2022. Toen sloeg de trend om, maar de afgelopen twee maanden zijn de prijzen weer gestegen. Vergeleken met het dal in juni 2013 waren de prijzen in juli ruim 88 procent hoger.

Lees verder onder de afbeelding.
Koopwoning prijzen licht gestegen

Minder transacties bestaande koopwoning in juli

Het Kadaster maakte bekend dat het in juli 14.925 koopwoningtransacties registreerde. Dat is ruim 9 procent minder dan een jaar eerder. In de eerste zeven maanden van dit jaar zijn in totaal 99.862 woningen verkocht, ruim 7 procent minder dan in dezelfde periode van 2022.

Lees verder onder de afbeelding.
Koopwoning prijzen licht gestegen

Rente

De hypotheekrente in ons land sterk is vanaf begin 2022 gestegen. In de periode tot nu verhoogde de hypotheekrente voor een koopwoning van om en nabij de 1,5 procent tot wel 5 procent of meer. De stijging van de hypotheekrente is relatief gezien groter dan de daling van de koopprijzen. Dat komt door het feit dat de maximale hoogte van een hypotheek (de maximale leencapaciteit) naast de stand van de rente ook afhankelijk is van het huishoudinkomen en van de verschillende andere hypotheekeisen en -criteria.

Bron: De prijsontwikkelingen in dit bericht zijn gebaseerd op de prijsindex van bestaande particuliere koopwoningen in Nederland van het CBS en het Kadaster.

Koopwoning prijzen licht gestegen. Lees ook:
Stabilisatie op koopwoningmarkt Q2 2023?
Druk op koopwoningmarkt neemt verder af, maar zeker geen vrije val.

Prijs bouwmaterialen blijft fluctueren

0
Prijs bouwmaterialen blijft fluctueren

Materiaalkosten in de bouw nemen gemiddeld genomen af, maar de prijzen van enkele bouwmaterialen nemen nog altijd toe. De stijgende betonprijs reflecteert een aantal problemen in de bouwmaterialenindustrie: hogere energie- en CO2-emissieprijzen en een beperkte beschikbaarheid van grondstoffen. Op de korte termijn zorgt een vraagafname ervoor dat prijzen van sommige materialen niet langer stijgen, of zelfs dalen. Zo bericht ABN-AMRO in haar rapport ‘Stand van de Bouw – augustus 2023’*.

Prijssprong bouwmaterialen

Naast de prijs van beton is in januari ook de prijs van bakstenen en tegels sterk toegenomen. De prijssprong in januari is waarschijnlijk het gevolg van het doorberekenen van de gestegen prijs van CO2-emissierechten. De afgelopen maanden bleven de prijzen van beton, bakstenen en tegels echter relatief stabiel. Om juni was er wel weer sprake van een plotselinge prijsstijging van stortklaar beton.

Producten zoals ijzer en staal en geïmporteerd hout zijn na een stevige piek sinds medio vorig jaar sterk in prijs gedaald, terwijl ook metalen constructiewerken sindsdien geleidelijk goedkoper zijn geworden.

Lees verder onder de afbeelding
Prijs bouwmaterialen blijft fluctueren
Bron: CBS

Afkoeling bouwsector biedt ruimte voor prijsdaling bouwmaterialen

De verwachte afkoeling in de Nederlandse en Europese bouwsector zorgt ervoor dat vanuit de vraagkant minder druk op de prijzen komt. De afnemende wereldhandel heeft al voor dalende staal- en aluminiumprijzen gezorgd. Ook voor andere bouwmaterialen neemt vraag-gedreven prijsdruk af. De marktindicator van dataverzamelaar BDB, die aangeeft in hoeverre prijzen van materiaalkosten veranderen als gevolg van veranderingen in de vraag, is gedaald van 6,2 procent begin 2022 naar 0,7 procent aan het begin van dit jaar. De langdurige opwaartse prijsdruk door een sterke vraag is daarmee bijna geheel verdwenen. Huidige prijsstijgingen hebben vooral te maken met aanbodfactoren.

Lees verder onder de afbeelding
Prijs bouwmaterialen blijft fluctueren
Bron: BDB Bouwkostendata

Hogere energieprijs laat sporen na

Een van die kostenopdrijvende factoren is de gestegen energieprijs. Dat raakt vooral energie-intensieve materialen zoals beton en bakstenen. Hoewel de variabele leveringsprijs van gas sinds september van vorig jaar daalt, ligt de prijs nog steeds hoger dan in 2020 en de eerste helft van 2021. Producenten van bouwmaterialen waren doorgaans gewend de prijs van een deel van de benodigde energie voor enkele jaren vast te leggen.

Contracten die afgesloten zijn in 2020 en 2021 en nu aflopen, moeten worden vervangen voor contracten met een hogere energieprijs. Doorberekening van hogere energiekosten zorgt zo nog steeds voor oplopende prijsdruk. Hogere energieprijzen leiden bovendien tot hogere transportkosten. Door de volatiele ontwikkeling van de gas- en elektriciteitsprijs blijft de prijsontwikkeling van materialen dus onzeker.

Beperkte beschikbaarheid grondstoffen voor beton

De productie van een aantal bouwmaterialen kampt met een dreigend tekort aan grondstoffen. De asfalt-, beton-, mortel en cementindustrie is voor de productie nog sterk afhankelijk van de aanvoer van zand en grind.

De winning hiervan gebeurt in Nederland voornamelijk in het rivierengebied in de provincies Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Veel van de huidige Nederlandse vergunningen voor winning lopen tot en met 2026. Vanuit de sector klinkt de vrees dat provincies te weinig nieuwe vergunningen afgeven. Door maatschappelijke discussies over de negatieve duurzaamheidseffecten van zand- en grindwinning trappen provincies op de rem. Omdat hergebruikte grondstoffen nog op beperkte schaal voorhanden zijn, blijft de bouwsector afhankelijk van zand en grind.

Beperkingen bij de winning in Nederland en transportproblemen vanuit Duitsland vanwege vaker voorkomende lage waterstanden zorgen ervoor dat onder andere beton naar verwachting ook in de toekomst in prijs toeneemt. Daar komt bij dat het cement wat gebruikt wordt in beton in toenemende mate vervangen wordt voor hoogovenslakken, een bijproduct uit de ruwijzer-industrie. Hoogovenslakken zullen door afbouw bij Tata Steel schaarser worden, terwijl het gebruik ervan toeneemt. Ook deze ontwikkeling stuwt de productieprijs van beton.

Emissiehandelssysteem effectief

Het Europese emissiehandelssysteem (ETS) was lange tijd ineffectief omdat de prijs voor het uitstoten van CO2 te laag lag en de rechten deels vrij te verkrijgen waren. Bedrijven die meer uitstootten dan waarvoor ze rechten hadden, konden het tekort aan rechten zo goedkoop ondervangen. De prijs van emissierechten is in de afgelopen jaren echter snel toegenomen, waardoor de partijen die overmatig uitstoten het nu wel degelijk in de portemonnee voelen.

Ongeveer 400 bedrijven in Nederland vallen onder het ETS, waaronder producenten van isolatiematerialen, bakstenen en beton. Door de hogere emissieprijs wordt de prijs voor energie-intensieve bouwmaterialen minder aantrekkelijk ten opzichte van andere materialen zoals biobased bouwmaterialen.

Lees verder onder de afbeelding

Bron: Refinitiv

Markt bouwmaterialen verandert blijvend

Het komende half jaar zullen de prijzen van bouwmaterialen als gevolg van afkoeling van de vraag naar verwachting gemiddeld dalen. Volatiele energieprijzen, beperkte beschikbaarheid van grondstoffen en hoge emissieprijzen zijn de komende jaren echter blijvend. Op langere termijn betekent dit een prijsstijging van bouwmaterialen die zwaar op het milieu drukken. Dit is nodig om de CO2-uitstoot omlaag te brengen, maar levert uitdagingen op voor de bouw.

De duurzaamheidsdoelstellingen zijn niet haalbaar als we op dezelfde schaal nieuwe bouwmaterialen blijven produceren. Hergebruik van materialen kan deels een oplossing bieden voor een gebrek aan beschikbare en betaalbare bouwmaterialen, maar tot de circulaire bouw volledig van de grond is gekomen zullen ook deze secundaire bouwmaterialen duur zijn. Hetzelfde geldt voor bouwmaterialen die met innovatieve energiezuinige en milieuvriendelijke productietechnieken gemaakt worden.

Biobased bouwmaterialen

Met biobased bouwmaterialen kan in potentie een groot deel van de materiaalbehoefte worden ingevuld. Voorwaarde is wel dat er voldoende aanvoer is van grondstoffen als hout en vezelgewassen. Europese samenwerking om dit voor elkaar te krijgen lijkt essentieel. En er blijven onderdelen in de bouw die zich minder goed lenen voor biobased bouwmaterialen, zoals zware infrastructurele bouwwerken.

Gedurende de genoemde transities zal de voorlopige aanwezigheid van inefficiënte ketens en onevenwichtigheden in de markt leiden tot hogere prijzen. De transitie naar een duurzame bouweconomie is dus niet alleen omwille van het milieu en klimaat uitermate belangrijk, maar ook vanwege de beschikbaarheid en betaalbaarheid van materialen.

De enige optie voor de sector is om de transitieperiode met hogere prijzen zo kort mogelijk te laten zijn. Dat vraagt om serieuze inspanningen en investeringen in productietechnieken, circulaire processen en biobased bouwmaterialen. Voor bedrijven geldt dat voorbereiding op een toekomst met een groter aandeel circulaire en biobased bouwmaterialen niet vroeg genoeg kan beginnen.

Volledig rapport inzien?

Het ABN AMRO rapport ‘Stand van de Bouw – augustus 2023′ downloaden als pdf.

Bouwmaterialen prijs blijft fluctueren.
Lees ook: 8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

Bron: ABN-AMRO.

8 procent hogere omzet voor bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

0
8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

Het CBS meldt op basis van de laatste cijfers dat de omzet van de bouw in het tweede kwartaal van 2023 met 7,7 procent gestegen is, in vergelijking met vorig jaar. De omzet in de GWW groeide ongeveer gelijk. Ook berichtte men over de prijzen van bouwmaterialen en het aantal vergunde nieuwbouwwoningen.

“De hoogste groei van de omzet dit kwartaal behaalden de gespecialiseerde bouwbedrijven met 11,1 procent”

Hout en bouwmaterialen

De binnenlandse afzetprijzen van hout en bouwmaterialen stegen met 10,9 procent, maar de omzet van de houtindustrie groeide slechts met 0,3 procent. Een jaar eerder steeg de omzet nog met ruim 16 procent.

Omzet bouw en GWW

De omzet van de burgerlijke en utiliteitsbouw steeg met 3,8 procent, wat de laagste groei in twee jaar is. De omzet in de grond-, water- en wegenbouw groeide met 7,7 procent. In het eerste kwartaal van 2023 was dat nog 12 procent. De hoogste omzetgroei van dit kwartaal behaalden de gespecialiseerde bouwbedrijven, met 11,1 procent. Ook hier lag de groei lager dan een kwartaal eerder.

Lees verder onder de afbeelding.
8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

Kleine bouwbedrijven met minder dan 10 werknemers zetten gemiddeld 9,3 procent meer om, terwijl middelgrote bedrijven met 10 tot 100 werknemers slechts een stijging van 1,6 procent behaalden.

Meeste groei omzet bij kleinere bedrijven

Bij middelgrote GWW-bedrijven daalde de omzet voor het tweede kwartaal op jaar, dit keer met 6,8 procent. Kleine GWW-bedrijven behaalden daarentegen, net als in het eerste kwartaal, de hoogste omzetstijging in de bouw met een groei van meer dan 20 procent. Grote bouwbedrijven met meer dan 100 werknemers zagen hun omzet met 10,6 procent stijgen.

5 procent minder vergunde nieuwbouwwoningen

In het tweede kwartaal van 2023 werden vergunningen afgegeven voor de bouw van 15,1 duizend nieuwe woningen, een afname van 5 procent ten opzichte van een jaar eerder. Vergeleken met het eerste kwartaal van 2023 is het een stijging van 18 procent.

Lees verder onder de afbeelding.
8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

Toekomst

Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is een indicator voor het aantal woningen dat in de nabije toekomst gebouwd wordt. De gemiddelde doorlooptijd vanaf de vergunningverlening is ongeveer twee jaar. Woningtransformaties, zoals het omzetten van kantoren in woningen, zitten niet in de cijfers over bouwvergunningen.

Bouwkosten lager

De vergunde bouwkosten voor alle woningen bedroegen bijna 3,3 miljard euro in het tweede kwartaal van 2023, wat 3 procent lager is dan in hetzelfde kwartaal van 2022. De bouwkosten voor nieuwbouwwoningen daalden met 3 procent naar 2,7 miljard euro. De bouwkosten voor de verbouw van woningen daalden met 4 procent tot 577 miljoen euro.

Voor bedrijfsgebouwen waren de vergunde bouwkosten 1,8 miljard euro in het tweede kwartaal, 16 procent lager dan in hetzelfde kwartaal in voorgaande jaar. Vooral de bouwsom voor de verbouw van bedrijfsgebouwen daalde, met een afname van 41 procent tot 496 miljoen euro. Nieuwbouw was goed voor 1,3 miljard euro, ongeveer evenveel als een jaar eerder.

Lees verder onder de afbeelding.
8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023

8 procent hogere omzet voor de bouw en GWW in tweede kwartaal 2023.
Lees ook: Minder starters in de bouw.

Bron en grafieken: CBS

Brandrisico van zonnepanelen op platte daken getest

0
Brandveiligheid en risico van zonnepanelen op industriële daken getestn op industriële daken getest

Over de brandveiligheid van een een industrieel (PV-) zonnedak circuleren vele verhalen en ook verzekeraars stellen zich vaak kritisch op. Een vaak genoemde risicofactor is het toepassen van een ‘brandbaar’ isolatiemateriaal. Reden voor branchevereniging Stybenex* om gerichte brandonderzoeken te laten uitvoeren en de opgedane inzichten te delen en te benutten in het lopende normalisatietraject dat de overheid laat uitvoeren.

“Door onderzoek zijn er nieuwe inzichten rond het brand risico van PV-zonnepanelen op industriële daken”

Isolatiematerialen en brandveiligheid PV

Rogier Goes, directeur van Stybenex, kent de verhalen uit de praktijk. “Bedrijven lopen soms vast met hun ambities omdat de verzekeraar twijfels heeft over het brandrisico als er zonnepanelen op het dak gaan komen. Zeker als het om bestaande bouwwerken gaat, is er dan vaak ook nog onduidelijkheid over de opbouw van het dak en de kwaliteit ervan. Of soms is de installatie zelfs al aangelegd, zonder dat bekend is of daarbij aan alle basale veiligheidseisen is voldaan.”

Een bekend voorbeeld, is de nationale schaatstrots Thialf. Dergelijke projecten en situaties vereisen maatwerk, aldus Goes. “Als er twijfel is over de brandveiligheid van een bouwwerk en er dan ook nog de intentie is om daarop zonnepanelen te plaatsen, is het logisch dat de verzekeraar terughoudend is. Maar al snel ging het verhaal dat brandstatistieken aangeven dat installatie van zonnepanelen op daken met kunststofisolatie, en met name EPS, tot veel brandschades heeft geleid. Wij herkenden ons daar totaal niet in”.

De eerste vraag die men binnen de branchevereniging stelde was: Hoe vaak vinden deze branden op bedrijfsdaken plaats en welke rol spelen isolatiematerialen daarbij?

Onderzoek

Op verzoek van Stybenex deed Efectis Nederland onderzoek naar branden op industriële daken met zonnepanelen. Die branden bleken zich niet vaak voor te doen. Efectis kon over een periode van zes jaar (periode 2016-2021) acht branden vaststellen en beoordelen. Voor elke brand onderzocht het onderzoeksbedrijf de oorzaak, ontwikkeling, eigenschappen en kenmerken van de brand.

Specifiek is daarbij ook de rol van isolatiematerialen bestudeerd. Dat zorgde ervoor dat de onderzoekers maatregelen konden formuleren die de veiligheid van platte daken met PV-systemen bevorderen.

Branduitbreiding via dakbedekking

Efectis stelde vast dat bij de branden in Nederland de brandontwikkeling zich beperkte tot het gebied van de zonnepanelen. Als de zonnepanelen gaan branden, zal de dakbedekking aan de verbranding deelnemen. Het isolatiemateriaal zal dan beschadigen of ook aan de verbranding deelnemen. Dat geldt nadrukkelijk voor elk type dakbedekking en isolatiemateriaal, constateerde men.

Alleen ballast in de vorm van grind of tegels kan dit voorkomen. De onderzoekers concluderen ook dat wanneer er sprake is van openingen of sparingen in het dak, zoals bij doorvoeringen en daklichten, de branduitbreiding naar binnen kan plaatsvinden. Bij de onderzochte branden werden risicovolle situaties aangetroffen, met diverse typen dakbedekkingen en isolaties, die voor branduitbreiding via sparingen had kunnen zorgen.

Lees verder onder de afbeelding.
Brandveiligheid en -risico van zonnepanelen op industriële daken getest 2
In 20 minuten tijd verplaatste de brand zich 70 centimeter waarna de dakbedekking zelf doofde.

Perspectief

Deze bevindingen plaatsen ook de recente testresultaten van PU Europe in een beter perspectief. Een vergelijkende brandtest werd door hen uitgevoerd om de bijdrage te beoordelen van een ‘brandbaar’ (PIR) en ‘onbrandbaar’ (minerale wol) isolatieproduct op een plat dak met PV systeem.

Op beide daken verspreidde zich het vuur (maar niet over het hele oppervlak) en de PV-installatie verbrandde volledig. Toen de volgende dag de beide daken ontmanteld werden, bleek de dampremmende laag op het staaldak met PIR nog intact, maar bij minerale wol was het gedeeltelijk gesmolten.

“Het brandonderzoek van Efectis biedt dus geen bevestiging van het vaak verspreide idee dat bepaalde isolatiematerialen binnen de dakbedekkingsconstructie bijdragen aan grotere brandschade en daarom niet meer verzekerbaar zouden zijn. Feit is dat aandacht nodig is voor elk type dakbedekking en isolatiemateriaal”, aldus de branchevereniging.

Antwoorden rond brandrisico en brandveiligheid

Met dat gegeven is Stybenex verder gegaan op de inzichten uit de Efectis-studie naar branden met PV-installaties op industriële daken. Bij Kiwa BDA Testing in Gorinchem zijn vervolgens volledige PV installaties op dakbedekkingsconstructies onderworpen aan indicatieve brandtesten om kennis op te doen over het brandgedrag, maar ook om preventieve oplossingen te toetsen.

Wat is de motivatie van Stybenex-lid Kingspan Unidek voor het onderzoekstraject?
Gerrit Jan Kuiper, product developer in een reactie op die vraag: “Als branche-organisatie willen we de juiste antwoorden geven op de vragen uit de markt. Het is ons duidelijk dat er veel onbekend is over het gedrag van een brand bij PV-panelen op daken. Door de veelheid van soorten, typen en merken PV-panelen, dakbedekkingen en isolatie materialen zijn er veel onzekerheden. Door als branche een aantal testen op gangbare en veel gebruikte combinaties uit te voeren, kunnen we kennis over het gedrag van deze combinaties vergaren en delen. Daar we de testen en testresultaten onafhankelijk laten beoordelen, doen we meer kennis op van de complexiteit van deze samenstelling, die we vervolgens kunnen delen binnen werkgroepen gericht op norm-ontwikkeling”.

Dakbedekkingsconstructie en PV-installatie

Hugo Smits, project manager R&D bij IsoBouw, was nauw betrokken bij de brandtesten van Stybenex bij Kiwa BDA: “Er bestaat een aantal brandrisico’s bij een PV-installatie op een dak. Niet zozeer een vliegvuurbrand, maar wel de elektrische installatie zelf vormt een belangrijke ontstekingsbron. Dat moet niet onderschat worden, blijkt uit onze testen.”

Smits: “Het vermogen dat de elektrische installatie als ontstekingsbron kan leveren, blijkt een vliegvuurbestendige dakbedekking binnen drie minuten te kunnen ontsteken en andersom zal ook de PV-installatie heftig mee gaan branden. De brandbaarheid van het PV-paneel en het montagesysteem gaan vervolgens een grote rol spelen, blijkt uit het onderzoek. Door de wisselwerking tussen dakbedekking en PV-installatie kan in korte tijd een zelfvoorzienende brand ontstaan. Ook de isolatie, ongeacht het type isolatiemateriaal, kan een rol gaan spelen bij deze brandontwikkeling”.

“Doordat het isolatiemateriaal onder de dakbedekking isoleert en warmte vasthoudt, lijkt de dakbedekking sneller te gaan branden dan wanneer er geen isolatie onder dakbedekking ligt. Een brand die zich snel uitbreidt over het dak kan op verschillende manieren zorgen voor uitbreiding door het dak. Detailleringen op het dak zoals doorvoeren, daklichten, dakranden of smeltende dakmaterialen, die via naden in de constructie door het dak naar binnen komen spelen daarbij een rol”.

Oplossingsrichtingen en risico verminderen

“Gelukkig bieden onze oriënterende testen duidelijke oplossingsrichtingen, waar de daken- en installatiebranche meer onderzoek naar kan verrichten” vervolgt Smits. “Specifiek voor betondaken is het afschermen van de dakbedekking met grindballast een zeer effectieve maatregel. Als de PV-installatie ontsteekt, zal de brand de dakbedekking niet kunnen bereiken en wordt de brand niet zelfvoorzienend”.

Wanneer de dakbedekking niet is afgeschermd en voldoet aan de Broof(t1) klasse, zoals bij veel staaldaken het geval is, lijkt de PV installatie bepalend te zijn voor de uitbreiding van de brand. Grootschalige brandtesten bij Troned in Enschede hebben positieve resultaten opgeleverd met een EPS-dakisolatie met daarop een Broof(t1) geclassificeerd dakbedekkingssysteem.

Op het dak werd een PV installatie geplaatst met glas-glas panelen (SolarWatt) met brandklasse A volgens UL 790 en een 15° montagesysteem (van der Valk Solar). Voor de proef werd een brander tussen het zonnepaneel en de dakbedekking geplaatst. In 20 minuten tijd verplaatste de brand zich 70 cm. waarna de dakbedekking zelf doofde. Het dak en PV-installatie liepen daardoor slechts minimale schade op die eenvoudig te repareren is.

René de Feijter (inmiddels werkzaam voor verzekeringsmakelaar Aon) was betrokken bij de brandtest met het glas-glas zonnepaneel en rapporteerde hierover tijdens het recente internationale congres van de Society of Fire Protection Engineers (SFPE) in Berlijn. Zijn verzuchting voor een volle zaal met brandexperts: “Welk probleem moeten we nu werkelijk oplossen: de dakconstructie of de zonnepanelen?”.

Lees verder onder de afbeelding.

Dak en PV-installatie liepen minimale- en eenvoudig te repareren schade op.

Patstelling?

“De energietransitie creëert een grote vraag naar beschikbare ruimte om PV-installaties te kunnen plaatsen”, aldus Hans Geerdink van Climbel, dat ondernemers helpt door potentieel risico te identificeren en analyseren.

Geerdink: “De grote dakvlakken van gebouwen in de industrie, instellingen en logistiek zijn dan ook bijzonder aantrekkelijk en eigenlijk gewoonweg noodzakelijk. Verzekeraars zien echter in de PV-installaties een extra risico voor instorting, storm- en brandschade. En in het geval van brandbare daken wordt de risicoverhoging (nog) als onaanvaardbaar ingeschat. Ondernemers en gebouweigenaren moeten vrij blijven in de keuze voor een gebouwconstructie die het best past bij de gewenste gebouwomstandigheden. En verzekeraars moeten vrij zijn risico’s te accepteren of af te wijzen.”

Maatregelpakket lost patstelling op

“Climbel heeft meegewerkt aan een Maatregelpakket, in een poging deze schijnbare patstelling op te lossen”, vervolgt Geerdink. “De daarvoor gebruikte hypothese is, dat wanneer een gebouw zonder PV-installatie verzekerbaar zou zijn, dat dat bij toepassing van een risico-neutrale PV-installatie nog steeds zo zou moeten zijn. Een risico-neutrale PV-installatie is dan (gezien vanuit brandveiligheid) een installatie die geen brandlast of ontstekingsbronnen toevoegt, branduitbreiding niet bevordert en brandweeroptreden niet onmogelijk maakt”.

Belangrijke bouwsteen in de hypothese bij het opstellen van het maatregelpakket is het ‘onbrandbare’ glas-glas-PV-paneel met een UL 790 brandklasse van bij voorkeur A. De testen bevestigen dat dit uitgangspunt juist was. En dat goed ontworpen PV-installaties op brandbare daken risico-technisch vrijwel neutraal kunnen zijn.
Door het toepassen van het Maatregelpakket en daarmee glas-glas-panelen zou het verzekeren van dergelijke daken goed mogelijk moeten zijn. De uitgevoerde testen zijn een onmisbare stap in het onderbouwen van de hypothese geweest en inmiddels zijn er al enkele daken verzekerd”, verteld Geerdink.

Bruikbare info over brandgedrag platte daken met zonnepanelen

Hebben de onderzoeken ook voor brancheorganisatie Stybenex het gehoopte resultaat opgeleverd? Gerrit Jan Kuiper: “Doordat er langzaam meer kennis komt over het gedrag van allerlei combinaties en door deze kennis te delen met de markt verwachten we dat het brandgedrag en risico bij combinaties eerlijk beschouwd wordt en dat de risico’s niet alleen op vooroordelen wordt bepaald. Het belang is dat er eenduidige kennis komt over deze specifieke toepassing. We weten ondertussen al dat de combinatie van producten of materialen in een toepassing van groter belang is dan de losse componenten. Met de verkregen inzichten bieden we de markt, dus alle stakeholders, bruikbare input over het brandgedrag van platte daken met PV”.

NEN-methode

De aangewezen NEN werkgroep, waaraan Stybenex deelneemt en zijn testresultaten inbrengt, komt naar verwachting snel met een methode om de brandveiligheid van daksystemen met PV-installaties te testen. Op dat moment kan eenduidig worden vastgesteld welke dakbedekkingsystemen, zonnepanelen en montagesystemen het beste uit de bus komen.

Auteur en bronnen

Dit artikel, van de hand van Erik Steegman, kwam tot stand in samenwerking met onder meer: Branchevereniging Stybenex, Efectis, Hans Geerdink van Climbel, Kiwa BDA, René de Feijter, Hugo Smits van IsoBouw en Gerrit Jan Kuiper van Kingspan Unidek. Deze partijen leverden tevens het beeldmateriaal.

*Branchevereniging van Nederlandse fabrikanten van kunststofisolatiemateriaal EPS.

Brandveiligheid en -risico van zonnepanelen op industriële daken getest. Lees ook:
Ontwerp NEN branddoorslag en brandoverslag gepubliceerd
10 feiten over zonneparken in Nederland.

Raad van State: groen licht opslag CO2 in Noordzee

0
Raad van State keurt project voor opslag CO2 in Noordzee goed

Het Porthos-project, een mega-project waarbij CO2 in de Noordzee wordt opgeslagen via pijpleidingen onder de Rotterdamse haven, mag doorgaan. Dit volgt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van gisteren.

De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hebben volgens de Raad van State op basis van objectieve gegevens aangetoond dat uitgesloten is dat het project acht omliggende Natura 2000-gebieden aantast. Het inpassingsplan en de omgevingsvergunningen voor het zogenoemde Porthos-project blijven in stand.

Bezwaar milieu-organisatie

De uitspraak volgt op een bezwaar van milieuorganisatie Mobilisation for the Environmont (MOB). De ministers maakten voor het Porthos-project aanvankelijk gebruik van de zogenoemde bouwvrijstelling. In een tussenuitspraak in deze zaak oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak in november vorig jaar dat die niet gebruikt mag worden. Dat betekende dat de ministers voor het project een individuele beoordeling van de stikstofgevolgen moesten maken. Die was tijdens de procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak al gemaakt, maar MOB had daarop nog niet kunnen reageren. Na de tussenuitspraak kwam MOB met een reactie op de individuele beoordeling. Volgens de milieuorganisatie schiet deze beoordeling op meerdere punten tekort en worden daardoor de stikstofgevolgen van het project onderschat.

Tijdelijk en beperkt

De Afdeling bestuursrechtspraak stond in deze zaak voor de vraag of de beoordeling van de stikstofgevolgen van het Porthos-project voor o.a. de Noordzee de toets der kritiek kan doorstaan. “Dat is het geval. Het project leidt wel tot een tijdelijke en beperkte toename van de stikstofuitstoot op delen van de omliggende Natura 2000-gebieden. Maar de ministers hebben op basis van objectieve gegevens aangetoond dat in dit geval is uitgesloten dat deze natuurgebieden daarvan “significante gevolgen” ondervinden. De beoordeling van de stikstofgevolgen is bovendien op basis van de juiste uitgangspunten en met “de vereiste diepgravendheid” verricht. Er is dus voldaan aan de eisen van het natuurbeschermingsrecht.” meld de Raad van State in haar persbericht.

Geen drempelwaarde voor toekomstige projecten

“De vrees van MOB dat hiermee een drempelwaarde zou ontstaan voor toekomstige projecten, is niet terecht.” zo stelt de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukt in de uitspraak dat voor elk plan of project een ecologische analyse van de gevolgen moet worden gemaakt. Daarbij wordt gekeken naar de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het Natura 2000-gebied. “Ook bij een tijdelijke en beperkte toename, zoals in dit geval.”

Porthos-project

Het inpassingsplan ‘Porthos transport en opslag van CO2’ maakt het mogelijk om CO2 afkomstig van industrie uit het Rotterdamse havengebied op te slaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Hiervoor wordt een CO2-transportleiding aangelegd vanuit het havengebied naar de Noordzee. Ook wordt een compressorstation gebouwd aan de Aziëweg in Rotterdam en wordt het gasproductieplatform P18-A in de Noordzee omgezet in een platform voor de opslag van CO2. De minister van EZK heeft hiervoor vergunningen verleend.

NEN introduceert normering prefab beton

0
Aanvullende regels prefab beton in NEN 6726

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) heeft een nieuwe normenserie uitgebracht voor aanvullende regels voor toepassing van prefab betonproducten in constructies. Deze norm vervangt deels NVN 6525:2008. Hiermee krijgen marktpartijen in Nederland praktische handvatten voor de toepassing op hun betonproducten van internationale normen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld onbedoeld verkeerde interpretaties worden voorkomen.

De nieuwe normontwerpen zijn in samenhang opgesteld met die uit de Eurocode-serie (o.a. NEN-EN 1990), NEN-EN 13670 voor de uitvoering van betonconstructies en de Europese productnormen voor vooraf vervaardigde betonproducten kan worden gebruikt. De normenreeks bestaat uit een algemeen deel en afzonderlijke delen per toepassing. De teksten in dit normontwerp zijn opgesteld als toelichting en/of aanvulling op NEN EN 1992 1 1 en de betreffende productnorm.

Op basis van de volgende argumenten is de keuze gemaakt of een aanvullende tekst is beschreven bij NEN-EN 1992-1-1 of bij de betreffende productnorm is gedaan:

  • Als de aanvulling betrekking heeft op de samengestelde constructie, is de aanvulling zo mogelijk toegevoegd aan NEN-EN 1992-1-1. Een uitzondering hierop wordt gevormd indien de aanvulling betrekking heeft op een tekst in de productnorm die reeds ingaat op de samengestelde constructie.
  • De aanvulling die betrekking heeft op het vooraf vervaardigde product is toegevoegd aan de betreffende productnorm.

NEN & Europese normcommissie

In sommige gevallen geven zowel NEN-EN 1992-1-1 als de desbetreffende productnormen ontwerpregels. De ontwerpregels in de productnorm zijn voorgelegd aan de Technical Committee CEN/TC 250/SC 2 en hebben daarmee de instemming van de Europese normcommissie. Daarom prevaleren de productspecifieke ontwerpregels boven de algemene regels volgend uit de NEN EN 1992-1-1.

“In de toekomst kunnen andere delen volgen” vermeld NEN in haar persbericht. “Bijvoorbeeld op het gebied van ribbenvloeren, combinatievloeren en andere constructies samengesteld uit producten volgens Europese productnorm voor vooraf vervaardigde betonproducten.”

De ontwerpnormen zijn voor commentaar gepubliceerd. Er kan tot 1 november 2023 via deze webpagina commentaar worden ingeleverd.

KVK: Minder starters in de bouw

0
KVK: Minder starters in de bouw

De bouwsector is in de afgelopen tien jaar gestegen van ruim 160.000 bedrijven (ZZP, MKB en grootbedrijf) naar ruim 280.000. Dit komt voornamelijk door de forse stijging van het aantal ZZP’ers. Wel was er in het tweede kwartaal van dit jaar voor eerst sinds begin 2021 een lagere groei te zien van het aantal starters.

Het aantal starters betrof namelijk slechts 4% meer in Q2 2023 t.o.v. Q2 2022. In 2022 en het eerste kwartaal van 2023 bedroeg de toename ten opzichte van hetzelfde kwartaal het jaar daarvoor steeds rond de 10%. Daarnaast is er een stijging van het aantal stoppers; een toename van 15% in Q2 2023 in vergelijking met Q2 2023. In het afgelopen kwartaal startten er alsnog 8.887 bouwbedrijven en 2.985 stopten er. Dit meld de KVK in haar Trendrapport Q2 2023.

Daling starters door stikstof en rentes

“De bouwproductie stagneert, vooral in de nieuwbouw van woningen, door onder andere de hoge rentes en stikstofregels. Deze stagnatie is tijdelijk en zorgt ervoor dat bouwbedrijven ervoor kiezen om hun eigen personeel te behouden en minder gebruik te maken van flexibele krachten, waaronder ZZP’ers”, zegt Jaap van de Burgt, beleidsadviseur arbeidsmarkt & sociale zaken bij de vereniging van bouw- en infrabedrijven Bouwend Nederland.

“We verwachten dat op middellange termijn de werkgelegenheid, in lijn met de bouwproductie, weer aantrekt. Hiermee zal ook het aantal ZZP’ers in deze sector weer stijgen.”

Veel ZZP’ers

Het aandeel ZZP’ers in de bouw is nog steeds erg hoog: op 1 juli 2023 was 78% van de bedrijven in de bouwsector ZZP’er. Alleen in de sectoren Overig (86%, voornamelijk onderwijs, zoals studiebegeleiding, sport- en recreatie onderwijs, bedrijfsopleiding, kunstzinnige vorming en auto- en motorrijscholen), Persoonlijke dienstverlening (85%) en Cultuur, sport en recreatie (83%) is dat aandeel ZZP’ers hoger. Het aandeel ZZP’ers binnen de totale groep starters in de bouw is zelfs nog hoger; in de afgelopen tien jaar is dat toegenomen van 82% (2013) tot nu 90%.

Geografisch gezien is het opvallend dat er in Nederland als geheel een minder sterke groei in het aantal starters in de bouw is, maar dat er in de noordelijke provincies en in Zeeland juist een forse toename is. In Groningen is er een toename van 39%, in Friesland 33%, in Drenthe 29% en in Zeeland 23%.

Energietransitie en glasvezel bepalend voor groei

Het lijkt erop dat de energietransitie en de aanleg van glasvezel en stroomnetten bepalend zijn voor de groei die er toch wel binnen de sector plaatsvindt. De sterkste toenames van het aantal starters in de bouwsector is te vinden in de installatiebranche: Elektronische bouwinstallatie (+49%, 1.124 starters, tot een totaal van 20.445 op 1 juli 2023), Leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels (+17%, 516 starters, tot een totaal van 6.402 op 1 juli 2023), Installatie van verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur (+22%, 272 starters, tot een totaal van 7.462 op 1 juli 2023).

“In de subsectoren ‘energie’ en ‘ondergrondse kabels en leidingen’ is veel werk. Hier spelen minder obstakels dan in bijvoorbeeld de woningbouw, zoals met name stikstofproblematiek, hypotheekrente en vergunningverlening”, aldus Van de Burgt.

Stabilisatie op koopwoningmarkt Q2 2023?

0
Stabilisatie woningmarkt? Monitor koopwoningmarkt Q2

Het tweede kwartaal van 2023 laat binnen de koopwoningmarkt een gunstigere koopprijsontwikkeling zien, evenals een hoger aantal afgesloten hypotheken en verkochte woningen. Dit past binnen het gebruikelijke seizoenspatroon van de koopwoningmarkt. Dit kan daarom nog niet gezien worden als de definitieve ommekeer van de huidige neerwaartse correctie op de koopwoningmarkt. Er zijn wel aanwijzingen dat een vrije val van transacties en prijzen niet te verwachten is in de komende maanden.

Dit blijkt uit de tweeënveertigste Monitor Koopwoningmarkt over het tweede kwartaal van 2023, op donderdag 10 augustus gepresenteerd door het Expertisecentrum Woningwaarde, onderdeel van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft.

Positievere koopprijsontwikkeling

De mediane verkoopprijs (gepresenteerd door de NVM) ontwikkelt zich normaal gesproken altijd iets gunstiger in het tweede en vierde kwartaal dan in het voorliggende kwartaal. De stijging op kwartaalbasis van de mediane verkoopprijs in het tweede kwartaal van 2023 (+2,8%), na de daling (-3,1%) in het vorige kwartaal, past dus in dat seizoenspatroon. De Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK) die 2 tot 3 maanden achterloopt op de NVM-cijfers kent een tegengesteld seizoenspatroon. Dezelfde iets gunstigere ontwikkeling geldt ook voor de iets sterkere daling van de PBK in het tweede kwartaal ten opzichte van het eerste kwartaal van 2023 (respectievelijk -1,9% en -1,6%).

Meer transacties

Het aantal door de NVM geregistreerde verkopen (ruim 34.100 woningen) komt in het tweede kwartaal van 2023 hoger uit dan in het voorliggende kwartaal (+19,8%). Daarnaast betekenen de door het Kadaster geregistreerde 44.500 transacties eveneens een stijging (10% ten opzichte van het voorliggende kwartaal). In beide gevallen is dit echter niet onverwachts, gezien het normale seizoenspatroon in de dynamiek op de koopwoningmarkt.

Door de nauwe relatie tussen de woningmarkt en de hypotheekmarkt nemen in het tweede kwartaal van 2023 ook het aantal hypotheekaanvragen voor de aankoop van een woning en de toegekende hypotheken (geregistreerd door HDN) toe, met respectievelijk 10,3% en 7,6% .

Koopwoningmarkt op lager niveau dan vorig jaar

In vergelijking met het tweede kwartaal in 2022 liggen zowel het aantal verkochte woningen, als de transacties van woningen op een lager niveau (respectievelijk -5,4% en -6,1%) dan in hetzelfde kwartaal van 2022. De verschillen op jaarbasis zijn op de hypotheekmarkt zelfs nog wat groter; ook wanneer alleen de hypotheken voor aankoop van een woning in ogenschouw worden genomen. De 60.100 hypotheekaanvragen en circa 44.900 feitelijk toegekende hypotheken in het tweede kwartaal van 2023 betekenen een afname van respectievelijk -15,4% en -14,4% ten opzichte van een jaar geleden.

Zachte landing

Eén zwaluw maakt nog geen zomer, maar er zijn wel onderliggende signalen die wijzen op een zachte landing van de koopwoningmarkt op kortere termijn. De krapte op de koopwoningmarkt neemt in de eerste helft van 2023 toch weer iets toe. Daarnaast durven eigenaar-bewoners hun woning ook weer vaker te koop te zetten; het nieuw aanbod van te verkopen woningen in de bestaande woningvoorraad neemt in het tweede kwartaal van 2023 voor het eerst sinds een jaar weer toe. Meer algemeen blijkt het vertrouwen van de woonconsumenten in de koopwoningmarkt niet verder meer af te nemen.

Ten slotte blijkt de daling van de maximale leencapaciteit uit 2022, door de fors gestegen huishoudeninkomens weer ruimschoots hersteld te zijn in de eerste helft van 2023; met name voor de hogere inkomens. In combinatie met de nog steeds enorme (latente) woningvraag vormen deze ontwikkelingen een sterke basis voor herstel van de koopwoningmarkt, waarbij de verkoopprijzen eind 2023 al weer kunnen gaan stabiliseren of licht stijgen.

Gifbeker voor nieuwbouw nog lang niet leeg

De terugval van de woningbouwproductie in de koopsector lijkt zich te ontwikkelen tot een ‘vrije val’. Zowel het aanbod, de verkoop als de oplevering van nieuwe koopwoningen zakken in het eerste kwartaal van 2023 (de meest recent informatie) nog verder terug, wat deels te verklaren is vanuit het seizoenspatroon op de nieuwbouwmarkt.

Het zeer geringe aanbod van maar 2.100 nieuwbouw koopwoningen (maar liefst -57% ten opzichte van het vorige kwartaal en -63% in vergelijking met een jaar geleden) vormt desondanks een zeer somber beeld voor de nieuwbouwproductie in de komende jaren. De val van kabinet Rutte IV zal, ook wanneer het kabinetsbeleid met betrekking tot de stimulering van de nieuwbouw van woningen niet controversieel wordt verklaard, zeker niet helpen om deze neerwaartse spiraal snel te doorbreken.

Megacontract netbeheerder TenneT voor hoogspanningskabels

0
Megacontract TenneT voor hoogspanningskabels Nederland en Duitsland

Netbeheerder TenneT heeft na een aanbestedingsprocedure een meerjarig megacontract gesloten met een achttal contractpartners. Deze partijen leveren en installeren de komende jaren in opdracht van TenneT de wisselstroom hoogspanningskabels voor de 110, 150, 220 en 380 kV onshore hoogspanningsverbindingen in Duitsland en Nederland.

Dit zogenaamde Corporate Framework Agreement verzekert de beschikbaarheid van materialen en montagepersoneel om de geplande hoogspanningsprojecten op tijd te realiseren. “De komende jaren leggen we in Duitsland zo’n 900 km aan hoogspanningsverbindingen aan en in Nederland realiseert TenneT zo’n 4.000 km aan hoogspanningskabels.” zo meld TenneT. De totale geschatte contractwaarde van deze omvangrijke gunning is 1.5 miljard euro, waarvan de helft bestemd is voor investeringen in Duitsland en de andere helft voor Nederland.

Sjouke Bootsma, Director Supply Chain management van TenneT is verheugd op de uitkomst van de aanbesteding. “We hebben betrouwbare, proactieve en innovatieve partners nodig met hoge kwaliteits- en veiligheidsstandaarden. We kijken echt uit naar nauwe samenwerking met de partners de komende jaren”.

Snelheid en vereenvoudiging van projecten TenneT

De transitie van fossiele naar duurzame energie vraagt veel van het elektriciteitsnet. Huishoudens stappen over op warmtepompen, daken liggen vol met zonnepanelen, windparken leveren duurzaam opgewekte energie en bedrijven en industrie willen massaal overstappen op elektriciteit. Om aan deze vraag te kunnen voldoen, moet TenneT het hoogspanningsnet fors uitbreiden. Dit vraagt niet alleen om veel gespecialiseerde werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld engineeringswerkzaamheden, dit vraagt ook van deze contractpartijen snelheid en vereenvoudiging in de uitvoering van de projecten.

Partnership en betrouwbare leveringen

Door met acht contractpartners een duurzame relatie op te bouwen, verwacht TenneT samen met de partijen te investeren in slimme manieren van werken en betrouwbare leveringen. Het bedrijf vervolgt:

“Juist in tijden schaarste en capaciteitstekorten, is het van cruciaal belang dat we samenwerken. Binnen de raamcontracten voor standaard kabelsystemen in Nederland weten leveranciers hoe hun portefeuille de komende jaren eruit gaat zien. Met die wetenschap kunnen de marktpartijen voor de standaard materialen voorraden aanleggen. En hoewel we geen afnameplicht hebben, maken we het op deze manier voor de projecten eenvoudiger en efficiënter. Projecten kunnen hiermee op afroep hun kabels bestellen en dat levert, in vergelijking met de huidige manier van werken, een tijdwinst op van zo’n half jaar. Voor Duitse projecten en projecten buiten het standaard kabelsysteem werken we met mini-competities. Ook daar winnen we gemiddeld zo’n 3 maanden aan tijd.”